Kamperhoek
Eesterhoek homepage
 
Op de Boschterhoek pagina verlieten wij tijdelijk de Eesterhoek bij het passeren van een hek en op deze Kamperhoek pagina doen we eigenlijk hetzelfde als wij de dorpskern van Gorssel achter ons laten. Op de Boschterhoek pagina was dat via het hek van 't Hekkert en op deze pagina is dat het hek van het Tolhuisje. Op deze pagina gaan wij verder op doorreis om via een omweg in Joppe uit te komen. We doen dat via o.a. de huidige Joppelaan, Nikkelsbergweg, Veldhofstraat, Kamperweg, de oostzijde van de Zutphenseweg, de Flierderweg en Lindeboomweg. Wij noemen dit gebied de Kamperhoek maar wel met de opmerking dat dit geen authentieke naam is.
 
Tolhuisje
 
Eerste hoofdbewoner is Jan Albert van der Meij. Hij trouwde op 4 mei 1853 met Aaltjen Bieleman en is dan nog dagloner van beroep en dat was hij ook nog bij de geboorte van zoon Derk Herman in 1854. Mogelijk hebben zij eerst nog bij de ouders van Jan Albert gewoond maar in 1856 staan zij in ieder geval geregistreerd op huisnummer 11c van het tolhuisje. Daar zullen zij dan in 1855 al hebben gewoond want bij de geboorte van dochter Gerritjen op 26-12-1855 is Jan Albert tolgaarder van beroep.
 
 
 
Op de foto staan v.l.n.r. : Johanna Gezina Henriëtte van Wilpe (buurmeisje), Jenneken Spijker-Goldenbeld, Herman Hendriksen uit Eefde (melkboer), Wilhelmina Cornelia Hengeveld en S. Parels uit Deventer, Marianne en Jet Spijker van het Tolhuisje en de overbuursjongens Johan en Philippus van der Meij. Foto is gemaakt omstreeks 1916.
 
1855 Jan Albert van der Meij en Aaltjen Bieleman Eerste hoofdbewoners
1865-1872 Jan Hoefman en Jenneken de Graaf  
1872-1888 Gerrit Muil en Lena van der Meij  
1888-1890 Gerrit Spenkelink en Johanna Aleida Muil Johanna Aleida is de dochter van Gerrit en Lena
1890-....... Willem Spijker en Jenneken Goldenbeld  
1951 Gerrit Jan Dikkeboer en Gerritje Wassink  
1969 Antonie Johannes Remelink en Antonia Gerritsen  
  Huidig adres: Joppelaan 41  
 
 
Heideveld
 

Omdat het huis op een stuk heide is gebouwd en de eerste hoofdbewoner veldwachter van beroep was, noemen wij dit huis Heideveld maar het is dus geen authentieke naam en maar een bedenksel van de auteur van deze website. De eerste hoofdbewoner is diens oudgrootvader Derk Jan van der Meij die afkomstig is van Hofman aan de huidige Groeneweg. Op deze nieuwe plek net buiten het dorp kon hij beter in de gaten houden welk gespuis er het dorp in kwam. Derk Jan gaat er wonen met zijn tweede echtgenote Hermina Boom.

 
Het huis is al gebouwd in 1847 want in een hypotheek akte van 22 augustus 1847 wordt deze genoemd als een huis staande op heidegrond E388 doch van welk huis nog geen kadastrale boeking bekend is. Derk Jan van der Meij en Hermina Boom lenen dan 1300 gulden van Antoni Brants van huize het Joppe en het huis dient dan als zekerheid en waarborg. Verder zijn dat ook de kadastrale percelen E1046: heide (2 bunders), E387: bouwland (59 roeden) en E388: heide (27 roeden) en het onverdeelde 3/16 deel van de onroerende goederen E871 (weiland), E941 (water), E942 (weiland). Op de kadastrale kaart van 1832 staan de percelen 387 en 388 getekend aan de Dortsche weg ook wel Weg van Gorssel naar Dorth. De weg wordt ook wel Grindweg genoemd en later, toen het station bestond, werd de weg Stationsweg genoemd. Het huisnummer wordt 11a en in het register van personele omslag van 1851 wordt ook zoon Jan Albert op dit huisnummer vermeld maar hij woont anno 1856 op huisnummer 11c oftewel het tolhuisje aan de overkant van de weg, we kwamen hem net al tegen. Op 12 mei 1851 verkoopt Derk Jan van der Meij katerstede het Hofman waar hij eerder woonde en wij nemen aan dat hij al wel in 1847 is verhuisd naar Heideveld.

Hermina is Derk Jan zijn tweede echtgenote. Hij was eerder getrouwd met Aaltjen Frederika Westerhuis en de drie kinderen uit dit huwelijk woonden niet meer thuis. De oudste twee waren al getrouwd, zoon Hendrik Willem woonde op de Voort in Epse en dochter Willemina woonde op Olthof en Hofman waar zij in 1851 weer is komen wonen wonen. Zoon Albertus was in 1847 nog niet getrouwd en woonde/werkte bij de familie Wunderink in Warnsveld en toen hij in 1849 ging trouwen kwam zijn jongere halfbroer Jan Albert (oudste zoon van Derk Jan en Hermina) bij de familie Wunderink wonen maar hij kwam op 18 juni 1850 alweer terug naar Gorssel. Dat is toch wel bijzonder en de kans bestaat dat zijn ouders toen pas zijn verhuisd van Hofman naar Heideveld en zijn hulp op de boerderij als oudste ongehuwde zoon bij de ontginning van de grond bij de boerderij gewenst was.
 

Derk Jan en Hermina hadden nog zes kinderen waarvan dochter Johanna de oudste was. Zij trouwt in 1851 met Harmanus Janzen en zij zullen toen een tijdje op Heideveld zijn blijven wonen. Daarna wonen zij in Eefde en in 1855 komen zij terug naar Gorssel en bouwen een daglonerswoning aan de huidige Veldhofstraat, dus een eindje achter Hermina haar ouderlijk huis. Dit huis wordt verderop deze pagina besproken onder Klein Reuvekamp.

Jan Albert trouwt op 4 mei 1853 met Aaltjen Bieleman en zij vestigen zich ook na hun huwelijk op de boerderij en Johanna en Harmanus zullen daarvoor hebben moeten plaatsmaken. Ook zij wonen er maar twee jaar want in 1855 wonen zij al in het tolhuisje aan de overkant van de weg.

Het is uiteindelijk zoon Teunis die op de boerderij blijft wonen en werkt als dagloner. Hij trouwt op 18 februari 1861 met Geertruida Mulder en het echtpaar vestigt zich permanent op 't Heideveld. Er worden uit hun huwelijk vijf kinderen geboren waarvan de eerste, een zoon die precies vier maanden later werd geboren, uiteraard Derk Jan werd genoemd. Harmanus Dolleman was getuige bij de geboorteaangifte, hij was de overbuurman en de nieuwe gemeenteveldwachter en zal Derk Jan zijn baan mogelijk al in 1855 hebben overgenomen. Derk Jan was toen net 60 jaar oud en in die tijd ging dat nog. Erg lang heeft Derk Jan niet van zijn kleinzoon Derk Jan kunnen genieten want hij is op 15 november 1863 op 68-jarige leeftijd overleden. Wel heeft hij in 1863 nog de geboorte van zijn tweede kleinzoon Jan Hendrik kunnen meemaken die helaas al op 15 januari 1864 is overleden, dus twee maanden later was het weer droevenis. Het was dat jaar nog niet gedaan met het ongeluk want op 24 augustus wordt nog een kind levenloos geboren. Pas vijf jaar later in 1869 wordt dochter Johanna Grada Harmina geboren maar zij overlijdt in 1871. Als in 1873 dan nog een dochter wordt geboren krijgt zij, zoals te doen gebruikelijk, dezelfde naam. Harmina Boom maakt alles mee en is zelf overleden op 13 november 1875. Kort daarna komt Hermanus Mulder, vader van Geertruida, op Heideveld wonen. Hij is er overleden op 15 juli 1877.

 
Op 2 april 1887 trouwt Derk Jan van der Meij met Johanna Velderman van de Dekker. Als enige zoon wordt hij de logische opvolger, zijn zusje Johanna Grada Harmina was dan ook nog eens 12 jaar jonger en trouwt in 1898 met Chris Jan Bannink en gaat in Zutphen wonen. Drie weken na het huwelijk van Derk Jan en Johanna wordt al dochter Johanna geboren, niet op Heideveld maar op de Dekker waar haar moeder dan nog woont. Moeder en dochter komen daarna wel op Heideveld wonen maar dochter Johanna verhuist in 1889 weer naar de Dekker en wordt opgevoed door haar grootouders. Johanna is niet eens een voorkind, maar hoort eigenlijk nooit bij het gezin en staat ook niet op de familiefoto hieronder. De vraag rijst of zij wel echt een dochter van Derk Jan is geweest ...

De andere acht kinderen waren dat wel en zijn geboren in de periode 1888-1904. Daarvan heeft een jongetje maar twee weken geleefd en is een ander jongetje levenloos geboren. Blijven er dus zes kinderen over die op de foto hiernaast te zien zijn, dat zijn v.l.n.r. Gerritje, Derk Jan, Philippus, Teunis, Geertruida en Johan van der Meij. Teunis van der Meij en Geertruida Mulder hebben niet al hun kleinkinderen kunnen zien, zij overlijden kort na elkaar in 1894. Geertruida op 14 april en Teunis op 1 mei. Derk Jan is al vanaf zijn huwelijk landbouwer van beroep en zet het boerenbedrijf van zijn vader voort.
Vanaf 11 juni 1901 is er tijdelijk sprake van dubbele bewoning als Gerarda Hager in komt wonen bij de familie van der Meij. Zij zal hebben moeten vertrekken van Dolleman waar zij ook inwoonde toen de familie Rappard er kwam wonen. Een zoon binnen deze familie was Carl Emil die later met Johanna van der Meij zou trouwen. Gerarda woont er tot haar overlijden in 1905 waarmee de dubbele bewoning weer komt te vervallen.

Op 5 maart 1923 overlijdt zoon Johan en op 20 december 1924 overlijdt Derk Jan. Als in 1926 zijn anders zoons Teunis en Derk Jan trouwen en het ouderlijk huis verlaten woont Johanna alleen met zoon Philippus en dochter Geertruida. Zij bleven beiden ongehuwd en zouden hun ouderlijk huis niet meer verlaten en zo woonden Flip en Da er met hun beiden nadat hun moeder op 4 april 1941 is overleden.
Geertruida is overleden op 25 december 1975 en Philippus op 16 augustus 1980.

Op de foto hiernaast zien wij Johanna Velderman en daarnaast nog een keer met Flip en Da een "pleegdochter". Mogelijk is dat dochter Johanna, zij staat rechts op de foto.

Na zijn overlijden wordt het huis verkocht aan de familie van de Bent die het in 1981 laten afbreken en waarschijnlijk op dezelfde fundering in 1982 het huis laten herbouwen. In het bouwdossier zitten tekeningen van de bestaande situatie zodat wij ook nog een goed beeld hebben van hoe het achterhuis en de zijgevel eruit hebben gezien.
 
1847-1875 Derk Jan van der Meij en Hermina Boom Eerste hoofdbewoners
1861-1894 Teunis van der Meij en Geertruida Mulder Teunis is de zoon van Derk Jan en Hermina
1887-1941 Derk Jan van der Meij en Johanna Velderman Derk Jan is de zoon van Teunis en Geertruida
1904-1980 Philippus en Geertruida van der Meij Philippus en Geertruida zijn kinderen van Derk Jan en Johanna
     
  Huidig adres: Joppelaan 58  
 
 
Tjemara
 
Derk Johan Vleming koopt op 23 november 1922 een perceel heide te Gorssel, sectie E nr. 3294 van Hendrik Richard Johannes Hassink van 't Reuvekamp. Hij en zijn echtgenote Johanna Maria Cornelia zijn de eerste hoofdbewoners van het huis wat in 1923 zal zijn gebouwd. Derk Johan komt op 1 augustus 1923 in Gorssel wonen en komt van Ned. Oost-Indië waar het echtpaar eerder woonde. Zij kwam op 3 september 1922 al naar Gorssel en woonde al die tijd met hun twee kinderen op de Eikeboom in Joppe. De naam Tjemara komt ook uit Ned. Oost-Indië, want een tjemara is een Indische naaldboom. Hypotheek d.d. 24-01-1925, betreft villa "Tjemara" te Gorssel, sectie E nr. 3863. Op 17 maart 1933 verhuist het echtpaar naar Den Haag.
 
1923-1933 Derk Johan Vleming en Johanna Maria Cornelia van Dam Eerste hoofdbewoners
1935-...... Gerhardus Johannes Ganzeboom en Maria Rosina Theodora Schaars  
1951-1980> Jacob Ursel de Kempenaer en Thalia Gerarda van Wulfften Palthe Jacob is overleden op 14 mei 1965
     
  306a>209>246> Joppelaan 49  
     
 
Enterman
 
Op 6 juni 1861 verkoopt grondeigenaar Jan Willem Nijenhuis van 't Ravensweerd een stuk heidegrond van een ruime bunder met perceelnummer E 1045 gelegen aan den Grintweg van Gorssel naar Bathmen. Het gebied erachter was een voormalige legerplaats en aan de andere kant van de weg liggen de Barre Vennen. Koper van de heidegrond is timmerman Engbert Enterman die er 160 gulden voor betaalt en er eerder dat jaar al een huis zal hebben gebouwd. Daags tevoren op 5 juni 1861 overlijdt namelijk zijn dochtertje Willempje op huisnummer 11d en dat is het huisnummer van het nieuwe huis van Egbert Enterman. Daarvoor woonde hij gepacht op Marsveld en de Prins. Egbert komt van oorsprong uit Holten en woonde dichtbij de familie Strookappe en hij zal dus ook Jan Strookappe goed hebben gekend die ongeveer tegelijkertijd van Holten naar de gemeente Gorssel verhuisde en in 1862 zijn eigen grond zou kopen en in Harfsen zijn eigen boerderijtje zou bouwen, misschien heeft Egbert daar nog wel aan helpen bouwen.
 

Egbert is getrouwd met Willempje Knippenberg en zij komen er wonen zes kinderen waarvan dochter Willempje dus op 5 juni 1861 is overleden. Maar ook Willempje Knippenberg heeft er niet lang gewoond, want zij is er 20 oktober 1861 overleden. Egbert blijft daarna met vijf kinderen over en gaat op zoek naar een nieuwe echtgenote. Hij vindt haar op de Nieuwe Roskam in Gorssel waar zij werkt als dienstbode. Haar naam is Clazina Venneman en ze trouwen op 21 juni 1862. Uit hun huwelijk worden vijf kinderen geboren waarvan de laatste helaas wel levenloos. Uiteindelijk is het best wel een drukke bedoening op het erve Enterman, maar er is in 1865 nog wel plek voor Reinier Wolfskeel die als spoorwegbeambte op het nieuwe treinstation is komen werken.

Maar er wonen nog meer mensen op erve Enterman, want er zullen waarschijnlijk twee huizen hebben gestaan. In het andere huis met huisnummer 11d2 wonen verschillende families en de voor de namen van de hoofdbewoners verwijzien wij naar het bewonersoverzicht hieronder. Wij pikken er daar wel even eentje uit en dat is Anneken Zandscholten, weduwe van Gerrit Nengerman. Dit omdat zij in tegenstelling tot de anderen wel uit Gorssel afkomstig is. Zij is namelijk geboren en getogen in de Eesterhoek op boerderij de Steege en trouwt in 1822 met Gerrit Nengerman van boerderij Sweersink in de Eesterhoek. Het echtpaar woont in Eefde en Brummen waar Gerrit in 1845 is overleden. Op 15 november 1866 verhuist Anneke met drie ongehuwde kinderen naar Gorssel waar ze ruim een jaar op het erve Enterman gewoond, op 10 december 1867 is zij verhuisd naar Eefde.

 
Terug naar de familie Enterman. Eigenlijk valt er niet veel te melden, het gaat daar zijn gangetje. Egbert timmert aardig aan de weg en is best wel ondernemend. Zo koopt hij samen met metselaar Gerrit Willem Oosterkamp in 1882 een stuk bouwland van de Hervormde Gemeente Gorssel en zij bouwen er dan een huis, dit is het huis Kerkplein. Zij verhuren deze eerst samen en in 1884 wordt Egbert uitgekocht door Gerrit Willem wat hem 1200 gulden oplevert. Daar koopt hij weer een stuk grond van in Harfsen, bouwt er een huis op en verkoopt deze in 1886 aan schoonzoon Lambertus Broer. Dat is wel de laatste transactie van Egbert die de notaris passeert want hij is op 22 maart 1887 overleden. Op 21 juni 1887 gaan zijn nabestaanden wel weer naar de notaris en wordt de erfenis beschreven en verdeeld. De spullen blijken te staan in het huis (met kamer, keuken, slaapkamer, melkkamertje) en verder in een ezelschuur, grote schuur (met timmergerei) en loods. Het onroerend goed bestaat een huis met schuren en erf met bouwland, weiland en heide met dennenbomen met kadastrale nummers 2560 t/m 2566 en een oppervlak van 1,68 hectare. Zoon Willem Enterman, ook timmerman van beroep, beweert dat het huis hem toebehoort en bij de akte van scheiding d.d. 13 februari 1888 wordt het huis en de andere kadastrale percelen ook aan hem toebedeeld maar wel voor de waarde waarvoor deze is getaxeerd. Willem is dan nog vrijgezel en woont nog thuis, maar trouwt op 19 mei 1888 met Rieka Hofstee en zij komt dan op het erve Enterman wonen. Op 2 april 1889 wordt hun dochter Gerritdina Clazina geboren en het zal een zware bevalling zijn geweest want Rieka overlijdt kort daarna op 11 april 1889. De kaart hierboven is van 1889 en het huis van de familie Enterman staat rechts op de kaart ongeveer halverwege Gorssel en Joppe aan de huidige Joppelaan, toen nog de Grintweg van Gorssel naar Bathmen.
 
Willem hertrouwt op 9 augustus 1890 met Johanna Scheperboer en uit hun huwelijk wordt op 12 juli 1891 een jongetje levenloos geboren. Vanaf 1887 best veel narigheid in huize Enterman en mogelijk heeft dit eraan bijgedragen dat de familie besluit te gaan verhuizen. Op 12 mei 1892 verhuist Willem samen met zijn moeder, dochtertje, echtgenote en broer Egbert naar Deventer. Hier worden nog zes kinderen geboren. Op 4 mei 1892 wordt er nog een erfhuis gehouden ten woonhuize van Willem Enterman te Gorssel. Verkocht worden o.a. meubilaire goederen, beesten, landbouw- en timmermansgereedschappen en een houten schuur voor afbraak. Tevens wordt het door Willem Enterman bewoonde huis verhuurd voor een periode van 4 jaar vanaf 15 mei. Het huis is gelegen aan de Grintweg naar Gorssel met schuur, tuin, bouw- en weideland ter grootte van ongeveer 1,75 hectare.

Toch is het nog niet gedaan met de familie Enterman op deze plek. In december van 1892 verhuist komt namelijk Tonia Enterman op het erve Enterman wonen, maar dan wel als medebewoonster samen met haar echtgenoot Harmanus Scholten. Tonia is een halfzus van Willem, zij is de jongste dochter van Egbert Enterman en Willempje Knippenberg en is in 1860 nog op de Prins geboren. Tonia en Harmanus hebben twee kinderen, zoon Egbert Willem (Eppe) en dochter Tonia. In 1893 wordt zoon Klaas geboren, maar hij overlijdt in 1894. In 1896 wordt dan nog dochter Gerritje Klazina geboren maar zij wordt ook maar één jaar oud en overlijdt in 1897. In 1898 komt er een plekje vrij op Klein Reuvekamp en besluit het echtpaar daar te gaan wonen en daarmee verdwijnt definitief de familienaam Enterman op deze plek.

Willem Enterman heeft het huis verhuurd van 1892 tot 1896 aan arbeider Gerrit Jan Bolink en zijn echtgenote Aaltje Reuvekamp die op 28 mei 1892 zijn getrouwd en uit hun huwelijk worden drie kinderen geboren op Enterman. Op 20 april 1896 verhuist het jonge gezin naar Bathmen en komen Egbert Aijtink en Frederika Trekop in het huis wonen.
Willem Enterman
Johanna Scheperboer
 

Ook deze Egbert is van geboren en getogen in Holten en is in 1888 getrouwd met Frederika Trekop en woonden vanaf toen in haar ouderlijk huis Oostendijk in Kring van Dorth. Haar moeder leefde toen niet meer en nadat haar vader Jan Trekop in 1895 is overleden, zullen zij op zoek zijn gegaan naar een nieuw huis. Ook al hebben we nog geen verkoopakte gevonden, is het wel haast zeker dat Egbert Aijtink het huis in 1896 heeft gekocht van Willem Enterman ook al is het natuurlijk ook mogelijk dat zij het huis eerst voor een periode van vier jaar hebben gehuurd. In 1902 is hij in ieder geval eigenaar want dan dient het onroerende goed met o.a. een huis en twee schuren met de kadastrale nummers 2560 t/m 2566 als onderpand bij het afsluiten van een hypotheek.

In de periode 1893-1894 wonen hier ook Gerrit Leunk en Jaantje Beumer en in de periode 1928-1929 wonen Marinus Johannes Brinkman en Harmina Egberdina Bouwman ook op huisnummer G306 waar dan ook de familie Aijtink woont.

Frederika Trekop overlijdt op 16 december 1936. Aangifte wordt gedaan door buurman Derk Jan van der Meij die op huisnummer 210>247 woont, dat is Joppelaan 51 anno 1952. Hij woont daar dan samen met zijn schoonzoon Engbert Jan Veldink en ieders echtgenotes Johanna Tuller en Johanna van der Meij. Egbert Aijtink is op 10 mei 1950 overleden, hij woonde toen in Almen.

 
Hieronder afbeeldingen van de drie huisjes die op het erve Enterman hebben gestaan waarvan er één nog steeds staat. Dat is het huis van de rechtsonder, welke uiteindelijk meteen rechts van het hoofdgebouw stond. Van dit hoofdgebouw is geen foto maar wel een tekening, zie midden hieronder. We zien hier de voorgevel die naar de weg toe was gericht. Op een kaart van 1889 hierboven, staat het schuurtje nog linksachter vast aan het hoofdgebouw maar op een kaart van 1930 staat hij rechts van het hoofdgebouw en iets los. Het lijkt erop dat het hoofdgebouw dus na 1889 is herbouwd en verplaatst, mogelijk toen de familie Aijtink er is komen wonen? Rechts op het erf stond het derde huisje, zie foto linksonder.
 
 

In 1945 vind de familie Braakhekke van de Kamperweg onderdak in de schuur (of voormalig huis) nadat hun boerderijtje aan de Kamperweg was verwoest door een bombardement. Op 12 februari 1948 doet Hendrik Braakhekke (e.v. Willemina Gerdina Pasman) een bouwaanvraag voor het herbouwen van het boerderijtje aan de Kamperweg waar voor het bombardement ook de familie Oosterveld woonde en hij woont dan op huisnummer G248. Dat is waarschijnlijk het nog bestaande schuurtje.

In de bouwdossiers vind ik voor Joppelaan 53 een registratie d.d. 19-09-1949 van het verbouwen van een woonhuis en op 24-01-1950 van het oprichten van een huis. Het lijkt erop dat het plan was om “Enterman” te verbouwen maar dat dit geen haalbare kaart bleek en dat ze toen maar een nieuw huis hebben gebouwd. De familie Aijtink woonde daar toen al niet meer en in 1952 wordt de naam P.J. van Kol geregistreerd.

Bouwdossiers opgevraagd en hieruit blijkt dat H. van Kol uit Nijmegen op 22 augustus 1949 vergunning aanvraagt voor het verbouwen van een boerderij tot woonhuis op kadastraal perceel E 2566 gelegen aan de Stationslaan G248, echter deze aanvraag is komen te vervallen.
Op 12 december 1949 doet P.J. van Kol, wonende te Gorssel op Stationslaan G249, een aanvraag voor het bouwen van een normaalwoning op kadastraal perceel E 2563.

Er worden hieronder drie verschillende huisnummer reeksen genoemd. Mogelijk betreft dit drie verschillende huisje die bij elkaar stonden. Het huisje links staat er nog steeds en zou dan pal achter het grote huis hebben gestaan. Het huisje rechts is waarschijnlijk in 1949 in gebruik geweest door de padvinders van de IJsselgroep. Zie artikel OMB 2021-I/9.

Huisnummer 67a wordt gewijzigd in 62 en er wordt genoteerd dat huisnummer 67a onbewoond is. Familie Scholten woonde in 1897 in ieder geval nog op huisnummer 67a bij het overlijden van dochter Gerritje Klazina. Aangifte wordt dan gedaan door Toon Heijenk (40jr) van de Berghaar uit Eefde. Bij het overlijden van zoon Klaas wordt aangifte gedaan door Gerrit Brinkman (76jr) en Gerrit Hendrik Brinkman (46jr). Gerrit Hendrik woont in Joppe en Gerrit Brinkman in Eefde op Nuizink. In 1898 zullen Harmanus Scholten en Tonia Enterman zijn verhuisd naar huisnummer G62 welke in 1900 wijzigt naar G81, dit is de dubbele bewoning van Klein Reuvekamp, daarna is G67a onbewoond.

 
1860-1861 Egbert Enterman en Willempje Knippenberg Eerste hoofdbewoners
1862-1892 Egbert Enterman en Clazina Venneman Clazina is de tweede echtgenote van Egbert
1888-1889 Willem Enterman en Rieka Hofstee Willem is de zoon van Egbert en Clazina
1890-1892 Willem Enterman en Johanna Scheperboer Johanna is de tweede echtgenote van Willlem
1892-1896 Gerrit Jan Bolink en Aaltje Reuvekamp Geen familie van vorige hoofdbewoners
1896-1945< Egbert Aijtink en Frederika Trekop Geen familie van vorige hoofdbewoners
1945-1949 Hendrik Braakhekke en Willemina Gerdina Pasman Tijdelijk onderkomen voor dit echtpaar
1952 P.J. van Kol (Petrus Johannes van Kol en Josefine Verheijen?)  
    11d>27>67>85>236>306>211>248 = Joppelaan 53 anno 1951
  Dubbele bewoning  
1861-1862 Jacob de Geus en Metta Tjemkes de Vries Eerste medebewoners
1863-1864 Jan van den Vlekkert en Christina Harms Geen familie van vorige medebewoners, vertrekken naar dubbele bewoning van de Nieuwe Roskam
1864-1865 Gerrit Bussink en Berendiena Stronkman Geen familie van vorige medebewoners
1866-1868 Anneke Nengerman-Zandscholten Geen familie van vorige medebewoners
1868-1869 Jacob Meijers en Henriëtte Schagen Geen familie van vorige medebewoonster
1869-1871 Hubertus Josephus Cornelus Verleg en Wilhelmina Melgert Geen familie van vorige medebewoners
1871-1874 Onbewoond  
1874-1876 Johannes Karel Cordes en Aaltje Rijkmans Geen familie van vorige medebewoners
1876-1889 Onbewoond  
1889-1891 Eduard Coenraad Nales Geen familie van vorige medebewoners, verhuist naar dubbele bewoning Klein Reuvekamp
1891-1891 Theodorus van Poorten en Adriana Gerritsen Geen familie van vorige medebewoner
1892-1898 Harmanus Scholten en Tonia Enterman Geen familie van vorige medebewoners, zij verhuizen in 1902 naar dubbele bewoning van Nikkelsberg
1898-1901 Onbewoond  
1901-1901 Jan Willem Schierboom en Gerritjen Maatman Eerste hoofdbewoners van huisnummer 86
1901-1908 Frederik Maatman en Alberdina Nijman Frederik en Alberdina zijn de ouders van Gerritjen
1915-1916 Derk Jan Aijtink en Marie de Greeff Derk Jan is de zoon van Egbert en Frederika
1916-1917 Hendrika Aleida van der Meij Weduwe van Johannes van Druten
1917-1921 Onbewoond  
1921-1922 Hendrika Aleida van der Meij Afkomstig van huisnummer G308, zij verhuist op 2 mei 1922 naar Diepenveen
    11d2>27-2>67a>86>237>307
     
1900-1913 Johannes Wilhelm Janssen Eerste hoofdbewoner van huisnummer 87
1903-1914 Dionisius Theodorus Janssen Dionisius Theodorus is de zoon van Johannes Wilhelm
1915-1917 Hendrik Wissink en Johanna Christina Willemsen  
1917-1921 Hendrika Aleida van der Meij Afkomstig van huisnummer 237, zij woont samen met haar broer Gerrit Berend die afkomstig is van de Stiele
1921-1926 Albert Jan Aijtink en Johanna Hendrika Noordkamp Albert Jan is de zoon van Egbert en Frederika, het echtpaar verhuist op 10-12-1926 naar Brummen
.......-1927 Harmen Hietbrink en Johanna Willemina ten Haken  
1928-1930 Albert Broijl en Hendrika Willemina Jansen Het echtpaar verhuist op 27-12-1930 naar Zutphen.
1931-...... Karel Albert Doornink en Egberdina Frederika Aijtink Zij woonden na hun huwelijk in 1922 ook al op Enterman op huisnummer 306 bij de ouders van Egberdina Frederika
1951 J. Schonewille (Jan Schonewille?)  
    87>238>308>212>249 = Joppelaan 55 anno 1951
  Huidig adres: Afgebroken, stond op perceel huidig adres Joppelaan 53  
     
 
Wunderink
 

Op 10 september 1907 koopt Willem Wunderink voor 445 gulden een perceel bouwland (sectie E 522) met een oppervlak van 37 aren van landbouwer Philippus Velderman van de Dekker en hij zal hierop een huis hebben gebouwd waarvoor Willem geld leent van Gerrit Jan Wiltink. Het huis krijgt huisnummer G81. Dit huisnummer bestond al en werd tot 1902 bewoond door Harmanus Scholten en Tonia Enterman, dit was de dubbele bewoning van Klein Reuvekamp. Maar door de beëindiging van de dubbele bewoning kwam dit huisnummer beschikbaar.

 

Willem is getrouwd met Aaltje Heuvelink. Op 26 november 1907 worden Willem en Aaltje op dit huisnummer ingeschreven en in twee maanden tijd is het huis dus gebouwd. Kan snel gaan want Willem is metselaar van beroep en zal er flink werk van hebben gemaakt. Willem en Aaltje gaan er wonen met hun vier kinderen die op "Dokter Gooszen" zijn geboren waar het echtpaar de eerste zeven jaar van hun huwelijk heeft gewoond. In hun nieuwe huis worden nog drie kinderen geboren. Zo bestond het gezin dus uit zeven kinderen en zo woont de familie rustig met elkaar in hun nieuwe huis. Pas in 1920 vliegt de eerste uit als oudste dochter Gerharda Hendrika op de Inahoeve in Joppe gaat wonen en werken.

Jongste zoon Willem is de laatste die het nest verlaat als hij op 28 maart 1942 trouwt met Gerritdina Johanna Derks en met haar in de nabij gelegen arbeiderswoning aan de Veldhofstraat gaat wonen. Willem senior en Aaltje wonen dan alleen in het huis. Maar als Willem op 25 november 1945 overlijdt en Aaltje helemaal alleen overblijft wordt er door de familie overlegd en komen Willem en Gerritdina Johanna met inmiddels twee kinderen begin 1946 bij Aaltje Heuvelink wonen, nadat wel het huis iets wordt verbouwd. Willem was tuinarbeider van beroep en werkte eerst op de kwekerijen van Van Koningsveld op 't Amelte en later in Twello. In 1952 gaat hij werken voor de fittingfabriek in Deventer. Tussen alle bedrijven door worden er in Gorssel ook nog eens drie kinderen geboren.

De foto hieronder is van Willem Wunderink en Aaltje Heuvelink.

In 1955 wordt besloten dat Aaltje Heuvelink elders bij andere kinderen gaat wonen en het gezin van Willem verhuist dan naar een paddestoel woning aan de Veldhofstraat waar nog een dochter wordt geboren. Het huis wordt dan verhuurd aan een zoon van het echtpaar Remelink van 't Tolhuis en wij gaan daarbij uit van zoon Adriaan Sander maar het kan ook Antonie Johannes zijn geweest. Op 24 april 1960 overlijdt Aaltje Heuvelink in Deventer (waar zij woont bij oudste dochter Grada) en daarna wordt het huis verkocht aan Ch. R. de Jong in Wilp. Waarschijnlijk is Remelink toen verhuisd ook al zal de familie de Jong er niet zijn komen wonen. In 1966 wordt de woning namelijk verbouwd en volgens het bouwdossier woont eigenaar de Jong nog in Wilp en in 1969 woont T.Q. Dekker op 't Wunderink die de woning zal hebben gehuurd. Mogelijk is dit Tom Quirinus Dekker die in 1946 trouwde met Johanna Margaretha Latour. Anno 1980 worden Chris en Mies de Jong wel als bewoners geregistreerd.

Het huis had in 1951 het huisnummer G559 en deze wijzigde toen in het adres Nikkelsbergweg 4. Later is de nummering aan de Nikkelsbergweg aangepast en kreeg het huis het nummer 3. Dit was al zo in 1969 en is nog steeds zo.
1907-1955 Willem Wunderink en Aaltje Heuvelink Eerste hoofdbewoners
1946-1955 Willem Wunderink en Gerritdina Johanna Derks Willem is de zoon van Willem en Aaltje
1955-1960 Adriaan Sander Remelink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1969 T.Q. Dekker Geen familie van vorige hoofdbewoners
1980 Chris en Mies de Jong Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Nikkelsbergweg 3 81>217>289>433>559
 
 
Nikkelsberg
 
De naam Nikkelsberg is verzonnen en niet gebaseerd op de eerste bewoner maar op een latere bewoner en het feit dat de straat Nikkelsbergweg is gaan heten. De bergen waren van Nikkels en vandaar de naam Nikkelsberg. Nog even uitzoeken, dacht dat de bergen bij boerderij Reuvekamp hoorden. De bergen van Nikkels stonden mogelijk aan de Lindeboomweg?
 
Alle huizen aan de Veldhofstraat rechts van de Nikkelsbergweg zijn gebouwd op perceel 529 anno 1832 en dat was een dennenbos van Reinierus Wilhelmus van Middachten. In de jaren '50 van de 19e eeuw wordt hier een huisje gebouwd en in 1856 wonen hier rietdekker Hendrikus Schutte en zijn echtgenote Fredrika Maria Palsenberg die eerder nog inwoonden op 't Ravennest. Het huis kreeg het huisnummer 69a. De naam Schutte is al vergeven aan het boerderijtje aan de Ketenbosweg welke vanaf circa 1852 is bewoond door de familie Schutte. Maar dit boerderijtje zal in deze periode ook zijn gebouwd aangezien Hendrikus Schutte eerder op 't Ravennest en de nieuwe bewoners er zeker in 1852 hebben gewoond.
 

 

Het kaartje hiernaast dateert van circa 1901, de tijd dat de familie Nikkels er kwam wonen. Het huis is waarschijnlijk het huis in het middelste gele vlakje en deze staat op perceel 527 anno 1832 en dat was heidegrond van de geërfden van Gorssel. Ten noorden ervan ligt Klein Reuvekamp (niet het gele vlakje, maar links daarvan, kaart nog aanpassen) en ten zuiden boerderij Reuvekamp. Perceel 528 was berg en erf van Manus Hassink van 't Reuvekamp.

Marten was eigenaar van het huis van 69b en koopt op 5 december 1901 het huis 69a van Hermanus Schutte. Harmanus en Aaltjen waren op 19 december 1900 al verhuisd naar de Hoofdstraat naar het huis waar later het café van Schutte was.

Gerritjen Schepers verhuist januari 1920 met zoon Cornelis naar huisnummer G211 = Kamperweg 4 anno 1951.

 

Op 2 januari 1920 verkoopt Cornelis Olden (zoon van Gerritjen Schepers) aan Frederik van Overbeek twee huizen met schuur, bouw- en weiland te Gorssel, sectie E nrs. 3183, 3468, 2414 en 3393. Cornelis had deze op 14-02-1906 gekocht van zijn stiefvader Marten Nikkels. Betreft o.a. ook grondperceel E 573. Dit betreft het perceel waar eerder waarschijnlijk de hooibergen van Grooterkamp stonden. Mogelijk zijn dit de hooibergen van de ansichtkaart en stonden de hooibergen van Nikkels dus op deze plek ??? En zijn dit dus niet de hooibergen van 't Reuvekamp die op deze foto staan?

Na de verkoop verhuizen zijn Cornelis en zijn moeder Gerritjen Schepers naar de Kamperweg 4. Sientje verhuist al in 1910 naar G207a = Lindeboomweg 4. Hendrik Olden woonde (d.w.z. ambtshalve ingeschreven) vanaf 12 juni 1917 met Willemina Hukker ook op de boerderij. Verhuist naar G219, oktober 1917.

Frederik van Overbeek is getrouwd met Maria Rensen en woonde met haar in Eefde, vanaf 1913 op de Leemreis en in 1919 op het nabijgelegen Konijnenbosch. Hier woonden eerder Jan Willem Martens en Johanna Otten en dat was verre familie. Jan Willem is namelijk de broer va Johannes Martens en hij was gehuwd met Tonia Petronella Revenberg (deze familienaam komen wij later nog tegen). Zij zijn de schoonouders van Everdina van Overbeek, zus van Frederik.

Van 25 maart tot 31 augustus 1926 wonen ook Johannes Veenhuis en Geertruida Slootman op huisnummer G286. Zij komen van Diepenveen en vertrekken naar Bathmen.

In 1950 wordt het woonhuis verbouwd voor de heer B. (Albertus?) van Overbeek en in 1955 wordt het achterhuis uitgebouwd.

Op de bouwtekening van 1950 staat later aangetekend dat het huis op 3 oktober 1978 is uitgebrand.

De boerderij is ook bewoond geweest door de familie Revenberg, dat was de kleinzoon van Frederik van Overbeek en Maria Rensen en zijn echtgenote. Zij hebben de boerderij opnieuw verbouwd en in 2002 verkocht.

In 1969 was het nog Kwekerijweg 5 en in 1980 was dat Kwekerijweg 1. Dit komt doordat de noodwoningen er toen niet meer stonden, deze hadden nummers 1 en 3.

 
 
 
 
 
1852-1890 Hendrikus Schutte en Fredrika Maria Palsenberg Eerste hoofdbewoners
1864-1900 Harmanus Schutte en Aaltjen Meijer Harmanus is de zoon van Hendrikus en Fredrika Maria
1898-1900 Harmanus Albertus Schutte en Johanna Gerritdina van Kempe Harmanus Albertus is de zoon van Harmanus en Aaltjen
1900-1901 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Janna is een achternicht van Harmanus
1901-1920 Marten Nikkels en Gerritjen Schepers Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van Klein Reuvekamp
1908-1910 Sientje Slooff-Olden Sientje is de dochter van Gerritjen en stiefdochter van Marten, zij verhuist in 1910 naar Lindeboomweg 4
1920-1960 Frederik van Overbeek en Maria Rensen Frederik is overleden op 22-01-1960 in Zutphen maar woonde waarschijnlijk nog in Gorssel
1969 Albertus en Gerhardus Antonius van Overbeek Albertus en Gerhardus Antonius zijn de zoons van Frederik en Maria
1980 Albertus van Overbeek  
.......-2002 Familie Revenberg  
     
  Huidig adres: Afgebroken, nieuwbouw Kwekerijweg 1 69a > 104 > 173 > 200 > 218 > 286 > 428 > 555 > Kwekerijweg 5
     
1902 Harmanus Scholten en Tonia Enterman Eerste medebewoners of woonden zij in het andere huis? Verhuizen naar G190. Ze zijn afkomstig van dubbele bewoning Klein Reuvekamp.
1917-1923 Hendrik Olden en Willemina Hukker Verhuizen naar huisnummer 289b = Nikkelsbergweg 5
1923-1925 Antonie Johannes Andries Remelink en Antonia Gerritsen  
1926-1927 Richardus Johannes van Bootsveld en Johanna Maria Otten  
1927-1929 Hendrikus Johannes Tiggelhoven en Maria Dijk  
1929-1929 Bernardina Anna Antonia Regeling Zij woont later met haar man Gerhardus Verwerda op Veldhofstraat 13
1929-1931 Gradus Visser en Paulina Bouland Vertrekken naar 't Loobosch
1931-....... Onbekend  
    200a>219>287>429
 
 
Olden
 
Wij noemen dit huis naar de familienaam van de eerste hoofdbewoner, Hendrik Olden. Hij is in 1872 geboren in Harfsen in het huisje achter het Erve Strookappe. Hij trouwt met een Duitse genaamd Willemina Hukker en woont na zijn huwelijk in Duitsland waar hij in de kolenmijnen werkt. Drie dochters worden uit het huwelijk geboren en het gezin komt in 1917 naar Gorssel waar zij gaan wonen op de Nikkelsberg bij Hendrik zijn moeder Gerritjen Schepers. In 1920 verhuist zijn moeder van de boerderij en komt de familie van Overbeek er wonen. Maar door de bestaande dubbele bewoning van de de boerderij kan Hendrik er wel blijven wonen. Wel keert hij tijdelijk alleen terug naar Duitsland, waarschijnlijk om daar toch weer te gaan werken en geld te verdienen.
 
In 1921 koopt hij daarmee een perceel bouwland van Karel Antonie Jansen en in 1923 bouwt hij een eigen huis, maar dat wel met een hypotheek o.v.v. een nieuw gebouwd woonhuis met erf en grond aan de Veldhofstraat te Gorssel, sectie E nr. 3778. Het huis wordt gebouwd aan de huidige Nikkelsbergweg niet ver de Nikkelsberg. Hendrik zijn beroep is losarbeider maar hij zal ook bij huis land hebben verbouwd en vee hebben gehouden. Op de foto hier midden onder zien wij dan ook Willemina Hukker samen met Gerritdina Maria Broer van Scholtenhof koeien aan het melken. Ook is bekend dat om het huis schapen liepen en op de deel stonden en dat er bij het huis een moestuin was. Op de foto rechts is Hendrik Olden zelf te zien.
 
Op 19 maart 1931 trouwt dochter Gertrud met Jan Willem Leuvenink en zij komen dan ook hier wonen. Later verhuizen zij naar het ouderlijk huis van Jan Willem, de Bakkerij op de Eesterbrink. Hendrik Olden gaat er ook wonen, waarschijnlijk kort na het overlijden van Willemina Hukker op 2 november 1942. Hij is er overleden op 10 november 1951.

Op de linkerfoto zien wij nogmaals het echtpaar Olden en rechts het echtpaar Leuvenink.
 
Het huis wordt door Jan Willem Leuvenink verkocht aan de familie Wenneker en dat zou al in 1943 kunnen zijn geweest. De familie Wenneker is er echter niet meteen gaan wonen, in 1952 wordt H.W. Heijink geregistreerd op het toenmalige huisnummer G557 welke dan wijzigt naar Nikkkelsbergweg 3. De familie Wenneker zou er in de periode 1958-1973 hebben gewoond, maar de familienaam Heutink wordt ook nog genoemd. Mogelijk kloppen beide namen niet en moet dit Wentink zijn, want deze familie zou het boerderijtje mei 1974 hebben verkocht aan de familie Koning, aldus deze familie. De familie Koning laat het huis verbouwen en komt er wonen in 1978, zij woonden daarvoor in Warnsveld. In 1981 ontstaat spontaan de huisnaam "Blunderkamp" als dochter van eigenaar Jan Koning aan haar vader vraagt: "hoeveel blunder heeft dit land?". Het huis is nooit aangesloten op de waterleiding en zo drinken de bewoners anno 2020 nog steeds eigen (bron) water.
 
1923-1943 Hendrik Olden en Willemina Hukker Eerste hoofdbewoners
1952 H.W. Heijink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1958-1973 Familie J. Wenneker (of Wentink?) Familie Wenneker woonde later aan de Zutphenseweg
1978-....... Familie J. Koning  
     
  Huidig adres: Nikkelsbergweg 5 (was anno 1951 nog nummer 3)  
 
 
Nikkelsbergweg 4
 
 

Kadastraal perceel 3777. Op 29 april 1921 koopt kleermaker Karel Antoni Jansen een bouwterrein te Gorssel, sectie E nr. 3703 van Jan Hendrik Nieuwenhuis.

Familie K.A. Jansen verkoopt het huis aan familie Knol en die vestigt er een bloemisterij.

Op 11 juli 1954 overlijdt Berend Knol (echtgenoot van Jantje Schans) op adres Nikkelsbergweg 1.

     
1921-1926 Karel Antoni Jansen en Maria Derkje van Koningsveld Eerste hoofdbewoners en tevens eigenaar
  A. Groot Bluemink 289a
  Jan Albert Heuvelman en Alberdina Johanna Berkenbosch Afkomstig van de Molenweg
1926 Jan de Bruin en Janna Anthonetta van Oers  
1930-........ Herman Schepers en Frederika Boerstoel Het echtpaar verhuist in periode 1930-1939 naar de Marsweg in Eefde
  K.A. Jansen Verhuist naar Floralia, mogelijk meteen na de oorlog
1951 Lukas van der Tuin, J. Smit, E.J. Penning Nikkelsbergweg 1, Penning was waarschijnlijk mede-eigenaar, Van der Tuin woonde gehuurd
1969 H. Knol, mevr. J. Knol-Schans Zij wonen met zekerheid op Nikkelsbergweg 4, aldus Mannie.
1980 H. Knol  
     
  Huidig adres: Nikkelsbergweg 4, was nummer 1 anno 1951 289a>432>558> Nikkelsbergweg 1
 
 
Klein Reuvekamp
 

In dit verhaal bespreken wij boerderij Klein Reuvekamp en ook de daglonerswoning die eerder op deze plek heeft gestaan. De naam Klein Reuvekamp is alleen van toepassing op de boerderij die in 1902 is gebouwd door de familie Hassink van 't Reuvekamp. De naam werd dus niet gebruikt voor de daglonerswoning en deze was ook geen eigendom van de familie Hassink. Maar het huisnummer gaat wel over van de daglonerswoning naar de nieuwe boerderij en zodoende bespreken wij deze woning in hetzelfde overzicht.

 

De oorsprong van de bewoning op deze plek dateert van 1855. Op 8 januari van dat jaar kopen Harmanus Janzen en zijn echtgenote Johanna van der Meij een stuk heidegrond bij het dorp Gorssel van Jenneken Sophia Gijse, weduwe van Filippus Johannes Weenink. Zij doen dit met hypotheek van de koopprijs. Harmanus en Johanna wonen dan nog in Eefde, de plaats waar Jenneken Sophia Gijse veel grond bezit. Johanna is de dochter van Derk Jan van der Meij en Hermina Boom en zij komt dichtbij haar ouders te wonen als zij op het stuk heidegrond een daglonerswoning bouwen. Harmanus zal waarschijnlijk zelf het huisje hebben gebouwd, hij was namelijk metselaar van beroep. Het echtpaar heeft twee kinderen en in Gorssel worden nog vier kinderen geboren.

Op 29 mei 1867 wordt het huisje geveild en beschreven als een een daghuurdersplaatsje aan de Holtweg in Gorssel met kadastrale nummers E 1848 t/m 1851. De Holtweg was op de pre-kadastrale kaart van 1818 de weg die wat zuidelijker liep dan de huidige Molenweg maar kan in de tussentijd zijn doorgetrokken naar de weg van Gorssel naar Harfsen welke in het verlengde van de Veldhofstraat liep. Op 12 juni wordt het huisje verkocht aan Gerrit Hendrik Kelderman die er echter niet gaat wonen en het verhuurd aan slachter Joseph Gosschalk Stern en zijn echtgenote Johanna Gerarda van Borgen die daarvoor nog aan de huidige Hoofdstraat woonden.

De kaart hiernaast dateert van 1890 en de kaart daarnaast is van 1911, op deze kaarten is goed te zien waar de woning van Nikkels en de latere boerderij staan. De oude woning stond iets meer naar rechts en dichter aan de weg.

 

Op 6 augustus 1868 verkoopt Gerrit Hendrik Kelderman met hypotheek het daghuurdersplaatsje aan de Holtweg te Gorssel en bouwland, dennenbos en twee zaadbergen te Gorssel. Koper is Marten Nikkels uit Warsveld die op 14 december van dat jaar zijn meubilaire en roerende goederen verkoopt en op 2 januari 1869 verhuist naar Gorssel. Marten is van oorsprong een Gorsselnaar, hij is in 1834 geboren op 't Haijtinkhof. Marten is getrouwd met Dersken Groot Enzerink en ze hebben één zoon genaamd Arend Johannes Gerrit Berend. Marten is landbouwer van beroep en maakt een boerderij van het daglonersplaatsje. In het bevolkingsregister van 1883 staat hij echter wel weer ingeschreven als dagloner en zal de akkerbouw niet op grote schaal zijn doorgevoerd. Dersken overlijdt op 17 december 1887 en Marten is daarna helemaal alleen in het huis want zoon Arend woont en werkt dan op 't Reuvekamp. Mei 1888 gaat Arend wonen en werken op 't Uterink in Eefde (waar hij al eerder dienstknecht was) en werkt daar samen met dienstmeid Garritjen Woessink. De samenwerking bevalt zo goed dat ze besluiten te trouwen en zo krijgt Marten Nikkels vanaf 2 februari 1889 gezelschap van zijn zoon en schoondochter. Later dat jaar wordt ook kleindochter Derkjen geboren maar zij heeft maar één maand mogen leven. In 1891 is het echtpaar verhuisd naar Eefde naar de huidige Reeverdijk en later woont het echtpaar nog op de Kleine Flierse in Eefde en de Jufferkamp in Harfsen.

Marten blijft gelukkig niet weer alleen want hij hertrouwt op 22 augustus 1891 met Gerritjen Schepers, weduwe van Jan Willem Olden. Met hem woonde zij in het huisje schuinachter Erve Strookappe in Harfsen. Op 6 juni 1893 verkoopt Marten Nikkels dit huis aan Jan Strookappe die het dan laat afbreken en de grond gebruikt als bouwgrond. Jan woonde niet op het Erve Strookappe, daar woonde zijn oom Hendrik Jan. Afijn, Gerritje komt in Gorssel wonen haar dochter Sientje, zoon Cornelis en moeder Aaltjen Korenblek en later woont zoon Hendrik er ook. Op 5 december 1901 koopt Marten Nikkels het huis van Harmanus Schutte en gaat daar dan wonen. Een verkoopakte van het huisje van de familie Nikkels is niet gevonden, mogelijk was het niet veel meer dan een bouwval en zeker is dat het huisje na het vertrek van de familie Nikkels is afgebroken. Overigens was het toch nog wel een redelijk groot huis want er was lange tijd sprake van dubbele bewoning. In diverse perioden van 1857 tot 1898 werd het huis mede bewoond door de families Kiezel, Boterman, Bollen en Klooster, zie het bewonersoverzicht hieronder. Op 10 maart 1902 heeft Marten Nikkels de afbraak van zijn huis en een 4-roedige berg laten veilen in de Roskam.

 

Op het perceel van de daglonerswoning wordt in 1902 de nieuwe boerderij Klein Reuvekamp gebouwd. Op 5 september 1902 trouwt Johanna Hassink, dochter van Willem Hassink en Janna Dijkman van boerderij Reuvekamp, met Albert Haijtink van het Bouwhuis uit Almen. Bij dit huwelijk is het Erve Reuvekamp verdeeld tussen Hendrik Richard Johannes Hassink (die op Reuvekamp bleef wonen) en Albert Haijtink. Uiteraard wordt Albert landbouwer en tevens wordt hij vader van vier kinderen.

Op de foto rechts zien wij Johanna Hassink op latere leeftijd. Van Albert is er helaas geen foto. Op 5 april 1945, tijdens hevige gevechten tussen de Canadezen en de Duitsers, slaat het noodlot toe als hij wordt getroffen door een granaatscherf en overlijdt. Hij wilde de dieren gaan voeren en liep net met een emmer in zijn hand voor de schuur. De granaat treft ook de lindeboom rechts voor het huis welke doormidden splijt.

 
Zoon Jan neemt de boerderij over van zijn vader. Hij was al op 13 september 1935 getrouwd met Gerritdina Hietland en ook dit echtpaar kreeg vier kinderen. Na vele jaren van arbeid besluit Jan in de jaren '70 te stoppen met werken en eindigen de boerenactiviteiten op Klein Reuvekamp. Alle gereedschappen e.d. die niet meer nodig zijn op de boerderij worden dan geveild onder grote publieke belangstelling zoals op de foto hieronder is te zien. Jan en Gerritdina blijven wel wonen op de boerderij en Jan overlijdt er op 2 november 1976. Gerritdina blijft na zijn overlijden nog steeds op de boerderij wonen met haar enige dochter. Wanneer zij trouwt en uit huis gaat, verhuist ook Gerritdina en gaat wonen op de Borkel. In de jaren '80 is er brand geweest in de boerderij waarna deze is afgebroken en er opnieuw is gebouwd.
 
 
1855-1867 Harmanus Janzen en Johanna van der Meij Eerste hoofdbewoners
1867-1869 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen Geen familie van vorige bewoners
1869-1891 Marten Nikkels en Dersken Groot Enzerink Geen familie van vorige bewoners
1891-1901 Marten Nikkels en Gerritjen Schepers Gerritjen is de tweede echtgenote van Marten
1902-1945 Albert Haijtink en Johanna Hassink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1935-1985~ Jan Haijtink en Gerritdina Hietland Jan is de zoon van Albert en Johanna
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 36  

De oorspronkelijke daglonerswoning was dus wel groot genoeg voor twee gezinnen want dagloner Jan Kiezel woonde er ook vanaf 20 november 1857 en vanaf 1861 ook zijn echtgenote Johanna Nieuwenhuis met wie hij op 18 april van dat jaar trouwde. In 1866 wordt hun plek ingenomen door Gerrit Hendrik Boterman en Aaltjen Witten die er twee jaar woonden.

In 1870 komen dan Jannes Bollen en Hendrika Meijer ook in de daglonerswoning wonen en zij doen dat voor een lange tijd. Ook toen Marten Nikkels weduwnaar werd in 1887 woonden zij in het huis en zo was Marten toch niet alleen. In 1892 verhuist het echtpaar naar het boerderijtje Wassink op de Eesterbrink.

De volgende medebewoners zijn Harmen Jan Klooster en Derkje Weekholt die er in mei 1895 zijn komen wonen. Het echtpaar heeft dan vijf kinderen en op 23 juni 1895 komt daar nog een zesde bij. Harmen Jan is arbeider van beroep en is later koopman in koffie en thee, op de foto hiernaast houdt hij de handelswaren in zijn handen. Op 6 januari 1898 verhuist de familie naar Harfsen.

Nieuwe bewoners zijn Harmanus Scholten en Tonia Enterman die van Enterman afkomstig zijn. Als Albert Haijtink de hoofdbewoner wordt zal het echtpaar moeten verhuizen en daarmee eindigt de dubbele bewoning van het huis. Zij zijn op de nabijgelegen boerderij Nikkelsberg gaan wonen.

1857-1866 Jan Kiezel en Johanna Nieuwenhuis Eerste medebewoners
1866-1868 Gerrit Hendrik Boterman en Aaltjen Witten Geen familie van vorige medebewoners
1870-1892 Jannes Bollen en Hendrika Meijer Geen familie van vorige medebewoners
1895-1898 Harmen Jan Klooster en Derkje Weekholt Geen familie van vorige medebewoners
1898-1902 Harmanus Scholten en Tonia Enterman Geen familie van vorige medebewoners
 
Draaijer
 
Omdat er van dit huis geen huisnaam bekend is, vernoemen wij deze naar de achternaam van de eerste hoofdbewoner Hendrikus Draaijer. Hendrikus is afkomstig van de Eesterhoek waar hij is geboren op katerstede Brinkman. Hij trouwde in 1844 met Hendrika Klein Baltink en woonde met haar in het dorp op Klein Bentink en Elshof welke op 20 juli 1859 is afgebrand. Daarna zal hij besloten hebben een nieuw huis te bouwen aan de huidige Veldhofstraat waar hij meer ruimte had en hij verkoopt het erf van Elshof met bouwland aan de straatweg. In 1859 zal het gezin met vier kinderen zijn verhuisd naar hun nieuwe onderkomen met huisnummer 69c maar tegenspoed bleef hun achtervolgen want op 22 april 1860 overlijdt Hendrika en een jaar later jongste dochter Harmina. Op 3 september 1860 worden de persoonlijke bezittingen van Hendrika Klein Baltink geveild waaronder diverse kleren, twee stoelen en drie geiten in de kleuren zwart, bruin en wit. Kort daarvoor op 24 augustus 1860 is Hendrikus hertrouwt met Janna Hagens uit Ruurlo die bij hem in Gorssel komt wonen.
 

Tevens ontstaat er een dubbele bewoning op het erve Draaijer want de familie Wunderink komt er ook wonen. Dat zijn Hendrik Jan Wunderink en Johanna Geltink die van 't Ravennest afkomstig zijn. Zo wordt het best een drukke bedoening, in 1865 wonen er op een gegeven moment zelfs 15 mensen in het dubbele woonhuis.

Dat komt ook doordat zoon Albert Wunderink er met zijn echtgenote Aaltje Hobrink komt wonen, zij wonen er tot 19 oktober 1865 en verhuizen dan naar Colmschate. Wij zien het echtpaar op de foto's rechts hiernaast.

Overigens is het niet zeker of de mensen wel samen in één huis hebben gewoond. Kijkens naar de oudste bekende indeling is dat niet aannemelijk omdat het huis toen maar één woonkamer had. Het is aannemelijker dat de medebewoners in het bakhuis naast de woning hebben gewoond, deze is te zien op de tekening hiernaast.

 
In 1862 hebben de dagloners Hendrikus Draaijer en Janna Hagens nog een hypotheek van 600 gulden aangenomen van Albertus Franciscus Antonius Bücker, horlogemaker te Zutphen. Onderpand was ten eerste bouwland E386 en heide E1007. En ten tweede de onverdeelde helft van een huis en erf met bijbehorende bouw- en heidegrond, zijnde de kadastrale percelen E1535 heide, E1782 huis en erf en E1785 bouwland. Samen groot 1,58 hectare. Uit het huwelijk van Hendrikus en Janna worden zes kinderen geboren maar de eerste drie overlijden op zeer jonge leeftijd. Met de andere drie, allemaal meisjes, gaat het gelukkig wel goed. Uit het eerste huwelijk heeft Hendrikus ook drie kinderen die ouder worden, twee meisjes en één jongen. Deze jongen trouwt en krijgt kinderen maar deze overlijden allemaal op jonge leeftijd waardoor de naam Draaijer ophoudt te bestaan in de tak van Hendrikus.
 
In 1871 overlijdt buurvrouw Janna Geltink, buurman Hendrik Jan Wunderink was al in 1865 overleden. Er volgt een periode zonder medebewoners maar van 1874 tot 1879 wonen Harmen Hekkert en Johanna Everdina Udink in op de boerderij. In die periode woonde er dus een Udink op deze plek en dat zou later nog lange tijd zo zijn. Want Gerritje Draaijer, oudste dochter van Hendrikus uit zijn huwelijk met Janna, trouwt namelijk op 4 mei 1889 een Udink en hij komt op Draaijer wonen. Het is Hendrik Udink uit Bathmen die hele verre familie van Johanna Everdina Udink is, hun beide opa's waren neven. Hendrik woonde en werkte op 't Reuvekamp en 't Raland in Gorssel en voor zijn huwelijk in Eefde. Hij wordt de mannelijke hoofdbewoner want Hendrikus Draaijer was eerder dat jaar op 11 januari overleden. Op 11 november 1889 worden er tussen Hendrik Udink en Janna Hagens twee contracten opgemaakt. Allereerst een kostcontract waarin Hendrik zich verplicht voor Janna haar leven lang inwoning, kost, drank, kleding en bewassing te verzorgen plus hetgeen zij verder tot levensonderhoud overeenkomstig hare gewone levenswijze en stand nodig zal hebben. Tevens moet hij voor haar zorgen bij ziekte en haar fatsoenlijk volgens haar stand te doen begraven.
 
Het tweede contract betreft een huurovereenkomst van het huis en erf met bouwland, heide en dennenbosch. Kadastrale nummers E 1535 heide, 1782 huis en erf, 1783 bouwland, 386 bouwland, 1007 heide en 2705 wat het dennenbosch zal zijn. Totaal oppervlak is 2,32 hectare en is door verhuurster Janna Hagens in vruchtgebruik bezeten. Het mooie is dat de huurprijs gelijk is aan het kostgeld wat Janna moeten betalen namelijk elk 50 gulden per jaar. Zo ging alles met gesloten portemonnee en de akten werden onderhands in tweevoud opgemaakt en bewaard en ze liggen nu nog keurig netjes bij elkaar opgeborgen!

Het kaartje hiernaast is van 1889 en laat kadastrale perceelnummers zien. Het huis heeft nummer 1783 en het land bij het huis heeft nummer 1535. Rechts ernaast staan de woningen van de families Slagman en Broer waar wij straks een kijkje gaan nemen. De straat staat aangegeven als Houtweg maar dat kon wel eens niet kloppen. De straat meer richting het dorp wordt op dezelfde kaart nog aangegeven als Veldstraat en de Houtweg werd op een oudere kaart van 1846 nog geschreven bij de huidige Elfuursweg. Op deze kaart wordt de straat van boerderij Draaijer aangegeven als Veldhofstraat, exact gelijk aan de huidige straatnaam.
 
Er worden uit het huwelijk van Hendrik en Gerritje twee zoons geboren waarvan de oudste Hendrikus wordt genoemd, vernoemd naar zijn opa. De jongste Fredrik Jan is geboren op 29 oktober 1891 en de bevalling zal Gerritje te zwaar zijn geweest, zij is overleden op 11 november 1891. Hendrik blijft alleen met twee jonge kinderen en moet op zoek naar een nieuwe echtgenote en daarvoor hoeft hij niet ver te zoeken. Oudere halfzus Hendrika Henriëtta Draaijer is nog ongehuwd en wordt op 9 juli 1892 de nieuwe echtgenote van Hendrik, zij is dan 38 jaar oud. Uit dit huwelijk wordt op 20 januari 1894 zoon Gerrit Jan geboren. In die tijd is het overigens een stuk rustiger op de boerderij want er zijn dan geen medebewoners meer. De laatste medebewoners waren Joannes Suijkerbuijk en Hendrika Sanders die er van 1888 tot 1890 hebben gewoond. Vanaf die tijd dus geen huurinkomsten meer voor de familie Udink maar het geld werd wel verdiend met het werk op de boerderij en Hendrik was ook brievenbesteller van beroep. Hij werd daartoe aangesteld op 16 mei 1892 en hiij deed eenmaal daags de bestelling in Harfsen en kreeg daarvoor een jaarwedde van 300 gulden.
 
Op 21 december 1916 overlijdt Janna Hagens op 89-jarige leeftijd. Op de boerderij wonen dan alleen nog Hendrik Udink en Hendrika Henriëtta Draaijer en hun zoon Gerrit Jan. Oudste zoon Hendrikus woont allang niet meer thuis en werkt elders als onderwijzer en trouwt in 1917 met Agathe Lammers van de Molenweg maar gaan dan niet in Gorssel wonen. Tweede zoon Fredrik Jan leeft al niet meer, hij is op 3 maart 1901 overleden en was toen nog maar 9 jaar oud. Jongste zoon Gerrit Jan is dus de enige thuis en dat zou ook zo blijven, want hij neemt de boerderij over van zijn ouders en wordt daarvan eigenaar door zijn broer Hendrikus voor 500 gulden uit te kopen. Ook gaat hij werken als postbode, hij werd hulpbesteller van de post in Joppe.

Op 8 oktober 1921 trouwt hij met Hendrika Maria Koldeweij en zij laten het achterhuis met een gebint uitbouwen waardoor zij daar vijf meter extra ruimte krijgen. In 1922 wordt dochter
Hendrika Henriëtta geboren, uiteraard vernoemd naar oma. In 1926 wordt zoon Hermannes Hendrikus geboren en vele jaren later in 1944 wordt er nog een meisje geboren, haar naam is Gerritjen (Gerrie) en zij is vernoemd naar Gerritjen Draaijer. Op de boerderij werden koeien, varkens en kippen gehouden en er werd o.a. rogge verbouwd. Het weiland lag naast de arbeiderswoningen aan de Veldhofstraat.

Op de foto's hiernaast zien wij de twee families Udink met op de linkerfoto alleen nog kleindochter Hendrika Henriëtta en op de rechterfoto ook kleinzoon Gerrit Jan. Op 9 januari 1947 overlijdt Hendrika Henriëtta Draaijer op 93-jarige leeftijd en daarmee verdwijnt de naam Draaijer definitief van de boerderij.
 
Hendrika Henriëtta Udink trouwt op 20 november 1948 met Johan Anthoon Vosmeijer en haar broer Hermannes Hendrikus (Henk) trouwt op 30 juli 1949 met Berdina (Bets) Scholten en zij gaan dan ook op de boerderij wonen en sinds lange tijd is er dus weer sprake van een dubbele bewoning. Daar is het huis niet meer helemaal op berekend en zo wordt er besloten om te gaan verbouwen t.b.v een woningsplitsing waarvoor Gerrit Jan Udink op 25 januari 1950 een bouwaanvraag doet wat financieel mede mogelijk werd gemaakt door de Marshall hulp. Dit gebeurt hoofdzakelijk op de bestaande fundering dus de woning wordt qua oppervlak niet groter, maar doordat het rechter schuine gedeelte nu recht omhoog wordt getrokken ontstaat er wel meer ruimte in het voorhuis. Maar de extra woonruimte ontstaat vooral doordat het achterhuis met deel wordt verbouwd naar een woning. De verbouwing zal waarschijnlijk eind 1950 zijn voltooid. Gerrit Jan bleef wonen op huisnummer G560 wat in 1951 het adres Veldhofstraat 38 kreeg, dat is het voorhuis. Hendrik Udink is op 25 juli 1951 overleden en heeft dus maar een half jaar in de verbouwde woning kunnen wonen, hij woonde in bij Gerrit Jan en Hendrika Maria. De laatste jaren van zijn leven was hij invalide. Hij leed namelijk aan suikerziekte en heeft tot drie keer toe ledematen moeten laten amputeren. Eerst een teen, daarna de voet en uiteindelijk zijn onderbeen. Op de poten van een stoel werden wieltjes gemonteerd waarmee hij wat mobieler werd in huis. Op de foto rechts hierboven is al te zien dat hij zijn onderbeen mist.
 
 
In het achterhuis op huisnummer G560a woonde Henk Udink, dat werd Veldhofstraat 40 in 1951. Uit het huwelijk van Henk en Bets werden drie kinderen geboren op Draaijer waaronder een tweeling in 1954. Begin 1957 verhuist het gezin naar Veldhofstraat 4 waar nog een dochter wordt geboren. Rond 1959 komen dan Hendrik Oosterveld en Johanna Alberta Koldeweij, jongere zus van Hendrika Maria, op nummer 40 wonen. Zij woonden eerder nog op 't Elf Uur maar vonden het verkeer daar te druk worden en dus te gevaarlijk voor hun jongste zoontje. Ook Hendrik was postbode van beroep en hij is op 31 maart 1970 overleden. Gerrit Jan Udink is overleden op 26 oktober 1972 en kort daarna is zijn schoonzus Johanna Alberta Oosterveld-Koldeweij verhuisd naar een ander huis aan de Veldhofstraat. Na het overlijden van Gerrit Jan werd namelijk besloten dat jongste dochter Gerrie Udink, in 1968 getrouwd met Wim Schnoor en wonende te Zutphen, op de boerderij zouden komen wonen met hun twee dochters. Dat gebeurde al in december 1972 en daarna werd de boerderij opnieuw verbouwd. Gerrie is trouwens als jong meisje op de middelste foto hierboven te zien samen met haar moeder die ook op de andere twee foto's te zien is.
 
Hendrika Maria Koldeweij is er blijven wonen tot 1981 en zij is toen op de Borkel gaan wonen. In 1983 verdwijnt huisnummer 38 omdat volgens de "Verordening op de namen en straten en wegen en de huisnummering in de gemeente Gorssel" aan elk gebouw maar één huisnummer wordt aangebracht. Na de verbouwing had dit al moeten gebeuren en was dit verzuimd en dat werd in 1983 hersteld.

Het bijzondere van dit huis is dat het altijd in de familie is gebleven en dat is anno 2023 nog steeds zo, want de achterkleindochter en achterachterkleindochter van Hendrikus Draaijer en Hendrika Klein Baltink wonen er nog. Tevens is er weer sprake van een dubbele bewoning en is huisnummer 40 ook weer terug van weggeweest!
 
1859-1860 Hendrikus Draaijer en Hendrika Klein Baltink Eerste hoofdbewoners
1860-1916 Hendrikus Draaijer en Janna Hagens Janna is de tweede echtgenote van Hendrikus
1889-1892 Hendrik Udink en Gerritje Draaijer Gerritje is de dochter van Hendrikus en Janna
1892-1947 Hendrik Udink en Hendrika Henriëtta Draaijer Hendrika Hendriëtte is de tweede echtgenote van Hendrik en een halfzus van Gerritje
1921-1981 Gerrit Jan Udink en Hendrika Maria Koldeweij Gerrit Jan is de zoon van Hendrik en Hendrika Henriëtta
  69c>106>63>82>214>290>434>560> Veldhofstraat 38  
     
  Dubbele bewoning  
1860-1871 Hendrik Jan Wunderink en Johanna Geltink Eerste medebewoners
1874-1879 Harmen Hekkert en Johanna Everdina Udink Geen familie van vorige medebewoners
1888-1890 Joannes Suijkerbuijk en Hendrika Sanders Geen familie van vorige medebewoners
1949-1957 Hermannes Hendrikus Udink en Berdina Scholten Hermannes Hendrikus is de zoon van Gerrit Jan en Hendrika Maria
1959-1972 Hendrik Oosterveld en Johanna Alberta Koldeweij Johanna Alberta is de zus van Hendrika Maria
  560a>Veldhofstraat 40  
 
 
Scholtenplaats
 
Het huis heeft het huisnummer 70a en is gebouwd voor 1856. Dat jaar wordt namelijk huisnummer 70c geregistreerd in het register van de personele omslag en dat betekent automatisch dat de huisnummers 70a en 70b ook moeten hebben bestaan. Op huisnummer 70b woonde Jan Willem Zandscholten die er op 19 maart 1853 al woonde. We gaan er daarom vanuit dat ook het huisje van Albert Zandscholten ook al in of voor 1853 is gebouwd. De naam Scholtenplaats is fictief en gebaseerd op de naam Scholtenhof van de buren en het feit dat het een daglonersplaats was. In deze periode werden meer daglonersplaatsen gesticht, er zal veel werk zijn geweest voor de dagloners.
 

Albert Zandscholten en Jenneken Slagman waren in 1841 al getrouwd en woonden al die tijd al in Gorssel, waarschijnlijk ergens aan de huidige Hoofdstraat. Hier worden drie kinderen geboren en het vierde kind (zoon Albert Jan) wordt op 7 maart 1854 geboren. Getuigen bij de aangifte zijn dan Hendrik Nieuwenhuis en Hendrik Willem Woertman van de Kapelle. Dat zegt niet veel, bij de aangifte van geboorten zijn vaak vrienden of kennissen getuigen, dat is anders bij de aangiften van overlijden welke door buren werd gedaan. Albert Zandscholten is op 6 januari 1858 overleden en van zijn overlijden wordt aangifte gedaan door de buurmannen Jan Willem Zandscholten en Hendrikus Schutte. Albert is 52 jaar oud geworden en is geboren op de Steege in de Eesterhoek.

Jenneken Slagman blijft alleen achter met vier kinderen. Zij hertrouwt op 8 juni 1860 met Hendrik Voortman. Hendrik was eerder getrouwd met Maria Franke van wij hij op 12 oktober 1859 was gescheiden. Zij woonden toen al lange tijd niet meer samen, Hendrik werkte in de periode 1857-1859 als dienstknecht bij twee (van oorsprong Gorsselse) families Dommerhold te Lage Weteringen en woonde en werkte in 1851 al bij de familie Roeterdink op 't Klaphekke waar hij tot 1857 vertoefde en waar hij ook al voor zijn huwelijk heeft gewerkt. Hendrik Voortman kwam op 17 juni 1859 van Diepenveen naar Gorssel en ging toen mogelijk al bij Jenneken wonen. Jenneken was toen in verwachting en de kans is aanwezig dat Hendrik de vader is, want als het kind (zoon Hendrik Jan) op 7 november 1859 wordt geboren, is hij getuige bij de aangifte. Echter wordt het kind niet erkend bij het huwelijk en was Hendrik dan dus toch niet de vader. Zo gaat Hendrik Jan als Slagman door het leven. Hij verliest zijn moeder al snel, want op 17 oktober 1860 komt Jenneken te overlijden en is het Hendrik die er alleen voor staat.

 
Hendrik hertrouwt op 20 april 1861 met Janna Nijkamp die dan uit Diepenveen komt, hij zal haar van daar nog kennen. Maar kan ook zijn dat ze elkaar in Gorssel ontmoet hebben want Janna komt van boerderij Nieuw Roeterdink. Hendrik en Janna krijgen samen geen kinderen maar zorgen voor de jongste kinderen Jantjen, Albert Jan en Hendrik Jan van Jenneken Slagman. Uiteindelijk vliegen alle kinderen uit, behalve Hendrik Jan. Hij trouwt op 9 juli 1881 met Hendrika Mechtelina Rugenbrink en zij komt dan ook op Scholtenplaats wonen. Op 14 januari 1882 wordt een zoon geboren waarvan de bevalling Hendrika noodlottig wordt, zij overlijdt de volgende dag. Zoon Hendrikus Johannes overlijdt hetzelfde jaar op 8 augustus. Hendrik Jan is dan alweer opnieuw getrouwd, hij hertrouwt al op 1 april 1882 met Hendrika Gerritdina Wassink uit Harfsen en uit dit huwelijk worden drie dochters geboren. Maar ook Hendrika Gerritdina wordt niet oud, zij overlijdt op 25 februari 1891 op 37-jarige leeftijd. Nog geen drie maanden later, op 23 mei 1891, hertrouwt Hendrik Jan met Derkjen Beldman en uit dit huwelijk wordt op 1 oktober 1892 nog een zoon geboren. Maar Hendrik Jan maakt dit niet meer mee, hij is op 26 maart 1892 overleden. Dit jaar blijkt een rampjaar want ook Hendrik Voortman en Janna Nijkamp overlijden in 1892, beiden in maart. Derkjen bevalt in oktober niet in Gorssel maar in Harfsen en van de geboorte wordt aangifte gedaan door Gerrit Jan Zandscholten, haar zwager en oudste zoon van Albert Zandscholten en Jenneken Slagman. Het kind genaamd Hendrik Jan overlijdt in 1894 en wordt nog geen twee jaar oud. Als alle kinderen uit huis zijn en Hendrika helemaal alleen op Scholtenplaats woont, komt de ongehuwde Gerrit Jan Zandscholten haar gezelschap houden en komt weer in zijn ouderlijk huis wonen. Hij overlijdt op 16 januari 1925 en weer is Derkjen alleen, maar woont nog wel een tijd samen met Gerrit Hendrik Slettenhaar, weduwnaar van Aaltjen Baankreits. Uiteindelijk woont Derkjen alleen en zij is op 6 maart 1935 gestorven in Zutphen maar was toen nog wel woonachtig in Gorssel.
 
Het huisje wordt daarna bewoond door Jan Nijveld en Gerritje Westerveld die van de Duizend Vreezen afkomstig zijn. Het echtpaar heeft geen kinderen, maar Gerritje heeft wel kinderen uit haar eerste huwelijk met Derk Jan Bakker maar die wonen dan allang niet meer thuis. Er is geen relatie bekend met de oud-bewoners van Scholtenplaats maar Gerritje Westerveld is de dochter van Klaas Westerveld die in 1850 getuige was bij de aangifte van de geboorte van Jantjen Zandscholten, dochter van Albert Zandscholten en Jenneken Slagman. Toeval of geen toeval? Gerritje werd niet goed behandeld en leed honger, zij zocht zelfs naar aardappelschillen op de mestvaalt. De buren van Udink hadden met haar te doen en gaven haar wel eens extra te eten. Zij zat dan op een stoel voor hun huis omdat zij vlooien had en de familie Udink die niet in huis wilde hebben. Zij is op 15 februari 1956 overleden te Apeldoorn en Jan is daarna hertrouwd met Gerritje Fredriks, weduwe van Johan Smallegoor, die het er ook niet te best had. Zij kennen elkaar van de Duizend Vreezen, zij woonden daar ooit samen in het gebouw met vijf huisjes. De Scholtenplaats was eigendom van de kerk en Jan Nijveld leefde van de diaconie. Hij stond ook bekend als "de zwarte kraai" en "kuttel Jan" omdat hij voor een bijverdienste de paardenstront van de straat haalde. In huis was het niet erg netjes en de gemeente reinigingsdienst is er wel eens geweest om schoon te maken. Na de familie Nijveld woonde er broer en zus Kopijn die eerder nog in Amerika hebben gewoond. Op de grens met het boerderijtje van de familie Udink lag een greppel en naast deze greppel stonden eikebomen. Hierover bestond onenigheid tussen de kerk en de Udinks wie daarvan nou de eigenaar zou zijn.
 
1853-1858 Albert Zandscholten en Jenneken Slagman Eerste hoofdbewoners
1859-1860 Hendrik Voortman en Jenneken Slagman Hendrik is de tweede echtgenoot van Jenneken
1860-1892 Hendrik Voortman en Janna Nijkamp Janna is de tweede echtgenote van Hendrik
1881-1882 Hendrik Jan Slagman en Hendrika Mechtelina Rugenbrink Hendrik Jan is de zoon van Jenneken Slagman
1882-1891 Hendrik Jan Slagman en Hendrika Gerritdina Wassink Hendrika Gerritdina is de tweede echtgenote van Hendrik Jan
1892-1935 Hendrik Jan Slagman en Derkjen Beldman Derkjen is de derde echtgenote van Hendrik Jan
1935-1956 Jan Nijveld en Gerritje Westerveld Geen familie van vorige hoofdbewoners
1956-1962~ Jan Nijveld en Gerritje Fredriks Gerritje is de tweede echtgenote van Jan
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 42  
 
 
Scholtenhof
 
Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink zijn de bij de start van het bevolkingsregister anno 1861 de hoofdbewoners en zij wonen er waarschijnlijk al vanaf 1854 ervan uitgaande dat hun huisje gelijk met die van de andere familie Zandscholten is gebouwd. Op 12 juli 1854 koopt Willem Karsenberg een onbekend goed en mogelijk betreft het de grond waarop de Scholtenhof is gebouwd, straks wordt duidelijk wat Willem hiermee te maken heeft. Jan Willem Zandscholten is een neef van Albert Zandscholten en waarschijnlijk hebben zij de handen ineen geslagen en tegelijkertijd het gebied ontgonnen en de huisjes gebouwd. Albert bouwt de zijne kort aan de weg en Jan Willem de zijne wat verder van de weg, aan het einde van het ontgonnen perceel. Het huisje zal ook wat eenvoudiger zijn geweest dan die van Albert en uit overlevering is bekend dat het zelfs een plaggenhut is geweest! Jan Willem en Janna waren al getrouwd sinds 1827 en woonden in Gorssel op 't Ravennest, de Galette en de Nieuwe Roskam. Allemaal huizen met stenen muren en het is dus wel wat lastig te begrijpen dat het echtpaar in een plaggenhut is gaan wonen, maar het is überhaupt voor ons moderne mensen moeilijk te begrijpen hoe de mensen van vroeger zo konden leven.
 
In het huis woonden ook dochter Aaltjen Zandscholten en haar onechte dochter Everdina die op 19 maart 1853 is geboren in het huis van haar grootouders met huisnummer 70b en dat is het nummer van de Scholtenhof in die tijd, het huis is dus nog zeker een jaar ouder dan zojuist nog gesteld. Jan Willem overlijdt op 21 mei 1862 en Janna op 2 maart 1869 waarna het huisje onbewoond is.

Dan komt Willem Karssenberg weer in beeld. Zijn dochter Maria trouwt op 28 oktober 1869 met de dagloner Gerrit Hendrik Broer en ze moeten natuurlijk ergens wonen en dat doen zij op de Scholtenhof. In het huisje worden zes kinderen geboren in de periode 1870-1880. Maar al op 11 december 1869 krijst er een baby in huis, het is de in Wierden onecht geboren dochter Gerritdina van broer Hendrik en toekomstige schoonzus Geertrui Dakhorst.
Op 17 november 1878 koopt Gerrit Hendrik Broer van zijn schoonvader het huis met erf en een perceel bouwland voor 500 gulden welke hij bij de koop betaalt. Gerrit Hendrik spaart daarna verder en koopt op 6 september 1879 een stuk dennenbos naast hun perceel van Marc Willem du Tour van Bellinchave en ontgint deze naar bouwland. Maar ja, dat huis, daar moet ook wat mee. In 1882 is het dan zover: Gerrit Hendrik en Maria bouwen een nieuw huis aan de weg. Groter en van steen en met een sluitsteen boven de achterdeur waarop hun initialen en het jaar 1882 staat vermeld. In het nieuwe huis worden nog een zoon en dochter geboren.
 

Gerrit Hendrik Broer is geboren in Harfsen en woonde voor zijn huwelijk bij zijn ouders op de Eesterbrink op de Loobult, daarvoor heeft hij nog wel op diverse boerderijen in Gorssel, Harfsen en Epse gewerkt. In de laatste plaats zal hij Maria hebben ontmoet en op alle boerderijen deed hij ervaring op met het werken op de boerderij wat hem later goed van pas kwam en hij werd later dan ook landbouwer op de Scholtenhof.

De nieuwe boerderij van de familie Broer is groter dan die van de buren op Scholtenplaats en het is mooi om te zien dat de ongehuwde Gerrit Jan Zandscholten in 1889 als kostganger op de Scholtenhof kan komen wonen. En zo komt er dus weer een Zandscholten op de Scholtenhof te wonen! Gerrit Hendrik zal hebben geleerd goed voor zijn naaste te zorgen, van hem is bekend dat hij veel in de bijbel las.

Op de foto hiernaast zien wij Gerrit Hendrik Broer en Maria Karssenberg en op de foto rechts zitten zij tweede en derde van rechts. Wie de andere personen zijn in niet bekend, mogelijk is het familie van Maria's kant. Het is ook mogelijk dat de Gerritdina van 1869 op de foto is te zien, zij trouwde met Hendrik Braakhekke en woonde op de Nieuwe Vos. Het is een uniek plaatje die ons een kijkje in de keuken van de boerderij geeft!

 

Het linker kaartje hiernaast dateert van 1878 en het is duidelijk te zien dat het twee verschillende huizen zijn. Het oorspronkelijke huis met perceelnummer 2144 stond verder van de weg en op het kaartje van 1878 is goed te zien dat deze op hetzelfde kamp stond als het huisje van in die tijd de familie Voortman. Op het kaartje van 1913 is te zien dat achter het nieuwe huis (met perceelnummer 2734) nu een weiland is en dat van het dennenbos een bouwland is gemaakt en er een weggetje is aangelegd. Op de plek van de oorspronkelijke plaggenhut stond later de hooiberg van de nieuwe boerderij. Op het jaar 1913 komen wij zo terug als we weer wat verder in de tijd zijn.
 
Op 25 mei 1895 trouwt oudste zoon Albert Broer met Hendrika Gerdina Schepers en zij gaan dan ook samen op Scholtenhof wonen. Later dat jaar wordt hun dochter Maria Hendrika geboren en in 1898 zoon Gerrit Herman. In 1899 verhuizen zij naar een nieuw huis aan de huidige Kamperweg waar vanaf 1902 de familie Oosterveld woonde. Later wonen zij in Zutphen en Oberhausen en juli 1916 keren zij terug naar Gorssel en wonen dan weer een jaar in op de Scholtenhof. In het bevolkingsregister van 1900 zien wij dat Gerrit Hendrik zijn beroep voerman is geworden. Hij zal vast nog wel hebben gewerkt op de boerderij maar verdient zijn kost kennelijk ook elders. Ook zijn gelijknamige zoon Gerrit Hendrik was is die tijd voerman van beroep en vertrekt in 1903 naar Zwolle waar hij werkt als rangeerder bij de staatsspoorwegen. Jongste zoon Hermanus trouwt op 23 december 1911 met Jenneken Rietman en zij wonen een half jaar in bij de ouders van Hermanus.
 
Op 25 maart 1913 verkoopt Gerrit Hendrik Broer het bouwplaatsje "Schaltenhof" aan Evert Marinus Stormink, de echtgenoot van jongste dochter Gerritdina Maria Broer. De Scholtenhof (want zo hoor je het te schrijven) is dan bijna één hectare groot en bestaat uit huis, schuren en erf met bouwland en weiland en wordt verkocht met al de zich bij gemeld huis bevindende roerende lichamelijke goederen voornamelijk bestaande in vee en kippen, hooi, aardappelen en het gewas op het land. Maar ook enig landbouw, melk en deelgereedschap en meubilair als kabinet, tafels, stoelen, lampen, schilderijen, koper, glas, tin en aardewerk. De koopprijs bedraagt 2800 gulden en Evert Marinus leent daarvoor 800 gulden van Willem Nikkels en voor de overige 2000 gulden verbindt hij zich om levenslang voor zijn schoonouders te zorgen. Dat deed hij nog 7 jaar voor zijn schoonmoeder en 14 jaar voor zijn schoonvader die resp. op 27 juli 1920 en 24 september 1927 zijn overleden.

Het echtpaar woont in 1913 nog op Voskamp op de Eesterbrink en verhuist op 13 oktober van dat jaar met twee kinderen naar de Scholtenhof. Naast landbouwer was Evert Marinus ook houtzager van beroep. Er worden nog vier kinderen op de boerderij geboren. Op de foto links zien wij Gerritdina Maria Broer met de kinderen Evert Marinus en Gerritdina Maria en op de foto rechts zien wij Evert Marinus (in het midden van de foto) met links oudste zoon Hendrik Theodorus.
 
In het bevolkingsregister van 1921 staat Evert Marinus als landarbeider geregistreerd. Zoon Evert Marinus trouwt op 20 augustus 1949 met Tonia Willemina Slettenhaar uit Harfsen en zij gaan ook op Scholtenhof wonen, daarvoor wordt de woning verbouwd. Er was dus dan weer sprake van dubbele bewoning en het huis kreeg in 1951 bij de onnummering van huisnummers dan ook twee adressen: Veldhofstraat 44 en 46. Evert Marinus was postbode van beroep. Evert en Mine woonden tot 1977 op Scholtenhof en verhuisden toen naar de Haerkamp. Dat was een jaar na het overlijden van hun (schoon) vader die op 2 december 1976 is overleden. Gerritdina Maria Broer was al op 5 januari 1960 overleden. Met Evert Marinus heeft zij op 12 december 1958 nog wel het 50-jarig huwelijk op Scholtenhof mogen vieren, de foto links onder is deze dag gemaakt. Verder zien wij Evert Marinus junior als postbode en Mine Slettenhaar mocht ook even de pet op voor de foto!
 
 
     
1853-1869 Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink Eerste hoofdbewoners
1869-1927 Gerrit Hendrik Broer en Maria Karssenberg Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1913-1976 Evert Marinus Stormink en Gerritdina Maria Broer Gerritdina Maria is de dochter van Gerrit Hendrik en Maria
1949-1977 Evert Marinus Stormink en Tonia Willemina Slettenhaar Evert Marinus is de zoon van Evert Marinus en Gerritdina Maria
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 44-46  
 
 
Amelte
 

De villa werd in 1915 gebouwd door architect Van Erven Dorens uit Hilversum.

Het huis werd op hogere grond gebouwd en kreeg daardoor de naam Amelte. De grond werd kortbij afgegraven en zo ontstond de Amelter vijver.

 
1919-......... Herman Johan Hofstede en Johanna Maria  
1946 J.H. Vreeman  
1951 C. baron de Vos van Steenwijk  
  G216b>294>438>550 = Veldhofstraat 50 anno 1951  
     
 

 

In de periode 1930-1939 woont hier ook Gerritdina Reinink, weduwe van Wolter Jansen.

Egbertus is op 4 april 1945 overleden door bombardement in Gorssel, ook dochter Garritdina Jeannette is daarbij omgekomen.

Mogelijk woonden zij toen op huisnummer 549 want dit huisnummer wordt in de adreslijst van 1946 aangegeven als zijnde verwoest en in de adreslijst van 1951 niet wordt genoemd. Ook huisnummer 546 is volgens de lijst van 1946 verwoest, maar is de adreslijst van 1951 is deze overgegaan naar Berkenweg 2 en toen werd bewoond door C. Olden.

     
1916-.......... Egbertus Wiemerink en Trijntje Wijnstra Eerste hoofdbewoners
.......-1951> Jan Derk van Koningsveld en Renneke Albertine Wiemerink Renneke Albertine is de dochter van Egbertus en Trijntje
1969 J.S. de Roo, J.M. Stubenitsky  
     
  G216a>293>437>548 = Kwekerijweg 4 anno 1951.  
 
 
Krakestein
 
Ook wel Nieuw Krakestein genoemd?

Constance Charlotte Marie Fundter de Bauchène verkoopt op 1 mei 1919 villa "Krakesteijn" te Gorssel, sectie E nr. 3604 aan Sippe Visser en Wijtske Breeuwsma

Op de hoek Kamperweg-Veldhofstraat stond tot 1945 villa Krakestein, dooreen bomaanval in 1945 verwoest. Inmiddels zijn de zandwegen verhard en zijn er nieuwe huizen voor in de plaats gekomen. De laatste bewoner, de heer Mazel, werd op 24 september 1944 door de Duitsers gefusilleerd met zes andere inwoners, in verband met het gepleegde verzet.
Bron: Gorssel in Oude Ansichten deel 1.

Twee dieptepunten in de 2e wereldoorlog waren de razzia van september 1944 en de bombardementen van maart en april van 1945. Bij de razzia werd Lodewijk Hendrik Jan Jacob Mazel opgepakt en op 24 september 1944 werd hij gefusilleerd. Het bombardement van april 1945 was gericht op huize Floralia maar daarbij werd villa Krakesteijn verwoest evenals het boerderijtje van de familie Braakhekke (huisnummer 220) en de manege van G.J. Assink (huisnummer 209). De familie Mazel is daarna gaan wonen bij dokter Remmelink op de Zonneheuvel.

 
1916-1919 Constance Charlotte Marie Fundter de Bauchène Eerste hoofdbewoonster
1919-1929 Sippe Visser en Wijtske Breeuwsma  
1929-1936 Egbert Veening en Grietje Hulzebos  
1936-1937 Anthonius van der Burg en Maria Hendrika Burger  
1937-1945 Lodewijk Hendrik Jan Jacob Mazel en Catharina van Haersma Buma  
1946 Verwoest perceel L.H.J.J. Mazel  
    87a>119>171>202
 
 
Veldhofstraat arbeiderswoningen
 
De foto hiernaast dateert van 1980. Betreft fotonummer SZU002018992 van het Regionaal Archief Zutphen.
 
1919- Izaak Terpstra en Trientje Papken G87b>120>186>217
1931-1932 Berend Hendrik Rensink en Hendrikje Seidel Vertrekken naar Joppelaan 45
  Anton Lambertus van Gorssel en Maria Gerritdina Palsenberg Na 1930, afkomstig van Winterink aan de Nijverheidstraat
1937-....... Marinus Palsenbarg en Evertjen Kösters Marinus is de broer van Maria Gerritdina, afkomstig van 't Elfuur
1951 E.J. van Koningsveld, G.J. Groot Bluemink  
  Veldhofstraat 17 anno 1951  
     
1919- Jan Willem Bussink en Gerritjen Timmerije G87c>121>185>216, verhuizen in 1921 naar huisnummer 116
1921-1951> Engbert Beekhof en Maria Willemina Leunk Geen familie van vorige hoofdbewoners
1951 W.E. Dolleman  
  Veldhofstraat 19 anno 1951  
     
1919 Jan van der Tuin en Alberdina Venema G87d>122>184>215
1934-1935 Timen Dingerink en Johanna Gerritdina Korenblik Mogelijk woonde Timen hier al alleen vanaf 1931
1951 A. Vroom  
  Veldhofstraat 21 anno 1951  
     
1919 Hendrik Mensink en Henders van Swieten G87g>123>183>214, afkomstig van 't Elf Uur
1939 Peter Harmen Homburg en Petronella van Bijsteren  
1951 K.A. Doornink  
  Veldhofstraat 23 anno 1951  
     
1919 Evert Jan van Koningsveld en Elisabeth de Kaste G87e>124>182>213
1951 H. Bosvelt  
  Veldhofstraat 25 anno 1951  
     
1919-1920 Derk Jan Schoemaker en Lamberta Geertruida Broer G87h>125>181>212
1920-1922 Gerrit Jan Peters en Apolonia Johanna Alders  
1922- Gerrit Willem Wolters en Johanna Harmina Hazewinkel Afkomstig van Hazewinkel aan de Molenweg
  Antonij Broijl en Alberdina Hendrika ter Welle Ergens in periode 1930-1939, verhuizen naar G141a
1951 H.J. Wijnbergen  
  Veldhofstraat 27 anno 1951  
     
1919 Gerrit Eggink en Theodora Lankkamp G87f>126>180>211
1942-1946 Willem Wunderink en Gerritdina Johanna Derks Vertrekken naar Wunderink aan de Nikkelsbergweg
.......-1951> Gerrit Nijman en Hendrika Hoog Stoevenbelt Afkomstig van Noodwoning Kwekerijweg
  Veldhofstraat 29 anno 1951  
     
     
 
Paddestoel woningen
 
Eerste registratie in huizenregister van 1921 maar waarschijnlijk al wel eerste bewoning najaar van 1920 en verzuimd daarvoor nog nieuwe pagina's aan te maken in het bevolkingsregister.
 

 

In Eefde stonden bij de sluis ook paddestoel arbeiderswoningen aan de Molendijk.

De woningen waren klein en hadden een enkelsteens muur. Op een gegeven moment is daar een dubbelsteens muur van gemaakt door aan de binnenkant een extra muur te metselen. Het werd er warmer maar ook nog kleiner van!

Echtpaar Bussink met links een paar Paddestoel woningen en rechts de manege welke in de oorlog is verwoest. Andere personen zijn waarschijnlijk Berend Jan Timmerije en Marrigje Roodzelaar.

W. Wunderink woonde volgens de adressenlijst in 1978 nog aan de Veldhofstraat 7. Kort daarna zal hij zijn verhuisd naar de Beukenlaan.

 
1921-1921 Pieter Smith en Jeltje de Jong 113>177>208> Veldhofstraat 5
1921-1925 Jan Hendrik Vreeman en Anna de Jager Het echtpaar trouwt op 11-11-1921 en verhuist op 14-10-1925 naar Den Haag.
1925-1951> Antonie Johannes Andries Remelink en Antonia Gerritsen  
1969-1980 G. Koopman en Hentje Willems Geregistreerd in 1969 en 1980
     
1921-1922 Jozef Verheij en Rika Nab 114>176>207> Veldhofstraat 7
1922-1928 Gerrit Wijnen en Hermina Hanekamp Afkomstig van Epse
1928-1930> Gerrit Jan Roessink en Egberdina Willems Afkomstig van 't Velderhof, woont later (voor 1940) op huisnummer G231>292
1933-1939> Hendrik van Duinen en Geertje van der Geest  
1951 Egbert Jan Roessink en Hermina van de Kamp Egbert Jan is de zoon van Gerrit Jan en Egberdina
1955-1978 Willem Wunderink en Gerritdina Johanna Derks Afkomstig van Wunderink aan de Nikkelsbergweg
     
1920-1926 Hendrik Teela en Johanna Jacoba van 't Hul 115, het echtpaar trouwde op 30 oktober 1920
1925-1929 Pieter van der Vaart en Willemina Tent 175>206> Veldhofstraat 9
1929-1929 Willem Lammert Poterman en Hendrika Johanna Evers Mogelijk woont Willem Lammert er al vanaf 1924
1929-1929 Klaas Gerrit van Vals en Rosalie Disterbroth  
1929-1932~ Albert Huetink en Gerritje Smallegoor  
  Gerrit Jan Wolters en Aaltje Jonkman  
1951-1980 B. Witteveen Geregistreerd in 1951, 1969 en 1980
     
1921-1952> Jan Willem Bussink en Gerritjen Timmerije 116>174>205> Veldhofstraat 11, afkomstig van arbeiderswoning G121
1969-1980> Jan Willem Bussink en Maartje Slom Jan Willem is de zoon van Jan Willem en Gerritjen
     
1921-1922 Garrit Onstenk en Geeske Voskamp 117>173>204> Veldhofstraat 13
1922 Arend Vreeman en Naatje Doornink  
  Johan Frederik Weggelaar en Cornelia Geertruij Huisman  
  Albertus Slont en Frederika Hartsuiker  
1929-1930 Gerhardus Verwerda en Bernardina Anna Antonia Regeling Afkomstig van dubbele bewoning Nikkelsberg
  Hendrik Oudbier  
1951 Petrus Johannes Bechtel en Johanna Groot Bluemink  
1969-1980 Wilhelmina Gerdina Nijenhuis-Boterman Samen met haar broer Albertus Christiaan Boterman, daarvoor met echtgenoot Jan Willem Nijenhuis
     
1921 Lolke Dijkema en Petronella Egberts 118>172>203> Veldhofstraat 15
<1928-1951> Jan Scholten en Jantje Beuzekamp Samen met vader Jan Albert Beuzekamp die er op 14-01-1928 is overleden
1969 D.J. Nijhof In 1980 geen registratie meer op dit huisnummer
 
Arend Vreeman en Naatje Doornink
 
 
Noodwoningen Kwekerijweg
 

Petrus Johannes Bechtel en Johanna Groot Bluemink woonden eerst op G285c en later op G285a. In de tussentijd hebben zij gewoond in het boerderijtje bij de begraafplaats.

Oorspronkelijk bestond dit uit drie huisjes maar daar werden er twee van gemaakt toen de familie Onstenk er met een groot gezin kwam wonen.

In 1951 kregen deze de adressen Kwekerijweg 1 (was G552) en Kwekerijweg 3 (was G554). Huisnummer G553 was opgeheven.

Waarschijnlijk afgebroken in 1968, adressen Kwekerijweg 1 en 3 worden niet meer genoemd in adresoverzicht van januari 1969.

 
1921-..... Hendrik Jan Kappert en Jenneken Schierboom G285a>425>552
1926 Petrus Johannes Bechtel en Johanna Groot Bluemink Hij is getuige bij aangifte overlijden Hendrika Nijman in 1926
1931 Franciscus Broeren en Catharina Valentijn  
1948-1968 Gerrit Jan Onstenk en Janna Leusveld  
     
1921 Gerrit Jan Pinkert en Christina Bouman G285b>426>554
1939 Marinus Johannes Brinkman en Harmina Egberdina Bouwman Afkomstig van G367
.......-1960 Johan Albertus Scholten en Anna Bunk  
1960-1968 Jo Smit en Jaantje Onstenk Jaantje is de dochter van Gerrit Jan Onstenk en Janna Leusveld
     
1921 Johannes Marinus Braakhekke en Bertha Dijkman G285c>427>x(555)
  Petrus Johannes Bechtel en Johanna Groot Bluemink Afkomstig van Zutphenseweg 34
1926-....... Gerrit Nijman en Hendrika Hoog Stoevenbelt Zij verhuizen voor 1939 naar arbeiderswoning aan de Veldhofstraat 29
1951 Onbewoond  
 
 
Hogekamp
 
Deze boerderij werd in 1908 gebouwd op een wat hoger gelegen kamp bouwland en werd daarom de Hogekamp genoemd. Op dit stuk bouwland en aan de overzijde van de weg werd voornamelijk rogge verbouwd waardoor de boerderij ook wel 't Roaland wordt genoemd. Maar omdat deze naam al vergeven is aan een boerderijtje in de Eesterhoek houden we het hierbij op de Hogekamp welke naam ook in lijn ligt met de naam van boerderijen in de buurt zoals Reuvekamp en Grooterkamp.
 

 


Dat zijn ook namen van huidige nieuwbouwwijken in Gorssel welke achter de boerderij zijn gebouwd. Eerder werd al een nieuwbouwwijk in de buurt van de voormalige manege gebouwd. Hierdoor ligt de boerderij tegenwoordig omsloten door vele huizen in het midden van het dorp, maar in 1908 was de situatie nog geheel anders zoals op bijgaand kaartje is te zien. De boerderij is daarin geel gearceerd. Het bouwland aan de overzijde van de weg werd gepacht van de familie Van der Meij van de Roskam. Op een gegeven moment wilden zij dit stuk grond gebruiken voor het dresseren van paarden en werd de pacht opgezegd.

 

 
Eerste bewoners van de boerderij zijn Hendrikus Wiltink en Hendrina ten Have. Hendrikus is afkomstig van Rensink (Olthof) en Hendrina komt van de Drie Kieften uit Joppe en ze trouwden op 2 mei 1908. Uit dit huwelijk wordt op 12 mei 1912 zoon Hendrikus Marten geboren die op 25 oktober 1940 trouwt met Harmina Nieuwenhuis uit Diepenveen. Haar moeder is Willemina Johanna Wiltink die oorspronkelijk van 't Reins afkomstig is. Hendrik Marten zijn roepnaam is Hein en hij was ook wel bekend als "Hein van de Kamp". In die tijd werd er schijnbaar niet meer gesproken over Hogekamp en bij de huidige bewoners is deze naam zelfs niet bekend. Uit het huwelijk van Hein en Harmina wordt ook weer één kind geboren op de Kamp en dit keer is het een meisje genaamd Dinie. Geen grote gezinnen dus op de boerderij waardoor er ruimte over was voor bestedelingen zoals Hendrikus Pikkerij en diens broer Lodewijk Johannes die ook een tijdje op de boerderij woonden.
 
 
De boerderij is gelegen naast de touwslagerij en Hein keek daar het vak af en schafte hemzelf ook een klein machientje aan waarmee hij uit de touwtjes om de stro- en hooibalen zelf dikkere touwen maakte. Een andere bezigheid was dat hij elke zaterdag de zandweg, want dat was de Veldhofstraat nog in die tijd, veegde. Hein was, net als zijn vader, landbouwer van beroep. Naast de rogge verbouwde hij o.a. ook aardappels, haver en voederbieten. Ook werden er koeien gehouden, op een gegeven moment zelfs 15 stuks. Deze graasden niet bij de boerderij, daarvoor was daar niet genoeg weide. De koeien stonden daarom in Joppe en verhuisden in de loop van het jaar naar de uiterwaarden van de Eesterhoek waar ze in de wei van andere familie Wiltink konden staan nabij het Dappersgat. De verhuizing was vaak nog een hele operatie en niet altijd zonder gevaar, zo is Harmina daarbij een keer lelijk gevallen toen de koeien het op een lopen zette.
 
 
De echtelieden Wiltink woonden tot hun overlijden op de boerderij. Dochter Dinie trouwde in 1971 met Wim Mogezomp en deze familienaam is sinds deze tijd verbonden aan de boerderij. Op de foto hierboven zien wij haar met moeder Harmina de melkbussen schoonmaken, dat moest natuurlijk ook op de boerderij gebeuren! Op de andere foto is Hein Wiltink aan het ploegen op het land aan de andere kant van de weg, uiterst rechts is een stuk van de boerderij te zien. Op de foto zijn de woningen te zien die na de Tweede Wereld Oorlog zijn gebouwd en inmiddels alweer zijn afgebroken. Verder was er nog toen nog niets, behalve heel in de verte boerderij Reuvekamp die ook niet meer bestaat. Op de oude kaart is deze boerderij rechtsonder aangegeven en rechtsboven Nieuw Reuvekamp. De families die er woonden, waren de "naaste" buren van de familie Wiltink en zo klopten zij bij elkaar aan voor hulp en gezelligheid. Hoog tijd dat we daarom nu een bezoek gaan brengen aan de bewoners van de eeuwenoude boerderij Reuvekamp!
 
1908-1951 Hendrikus Wiltink en Hendrina ten Have Eerste hoofdbewoners
1940-1989 Hendrikus Marten Wiltink en Harmina Nieuwenhuis Hendrikus Marten is de zoon van Hendrikus en Hendrina
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 12  
 
 
Reuvekamp
 
Aan de oostkant van Gorssel stonden al heel lang geleden twee boerderijen eenzaam aan de rand van de Gorsselse Heide gelegen aan de Zomerweg, het zijn de boerderijen Grooterkamp en Kleinderkamp. Boerderij Grooterkamp komt hierna aan bod, nu is het eerst de beurt aan boerderij Kleinderkamp welke ook wel het Kleinder en Kleijne Kamp genoemd. Mogelijk wordt de boerderij in de pondschatting van 1494 al genoemd als Hinkamp met als eigenaar Harmen Bueninck te Zutphen die ook als eigenaar wordt genoemd van Grote Hankamp zijnde Grooterkamp. Ja, dat klopt, zie het verhaal Grooterkamp. Dit nog verwerken in dit verhaal.
 
We nemen een flinke stap in de tijd en komen halverwege de 17e eeuw uit bij Jan Gerritsen Kleijnderkamp die in 1655 ook wordt genoemd als "Jan Wolveringh bouman op Reuvecamp". Jan is blijkbaar afkomstig van 't Wolferink (hij is de zoon van Gerrit Wolferinck) en de boerderij wordt nu ook genoemd als Reuvekamp. Hij is getrouwd met Aaltjen en ze krijgen zeker vier kinderen waaronder zoon Gerrit.

Deze trouwt in 1667 met Jenneken Hendericks Veltkamp uit Lochem en ook uit dit huwelijk worden vier kinderen geboren. Gerrit wordt ook Rovecamp en Kleijnderkamp genoemd en het is duidelijk dat de boerderij in die tijd nog steeds bekend stond onder twee namen. Het echtpaar is lang bij elkaar want in 1713 worden "Gerrijt Janssen en Jenneken Hendrijks, ehel. op Kleinderkamp" geregistreerd als lidmaten en zijn zij al 46 jaar getrouwd.

Ook worden in het lidmatenregister van 1713
Derk Janssen en Aaltjen Garrijts genoemd, en aangetekend wordt dat beide echtparen op Kleinderkamp wonen. Aaltjen is de jongste dochter van Gerrit en Jenneken en zij trouwde in 1697 al met Derk Brinkhuis uit Holten die in Gorssel kwam wonen. In een akte van 1701 wordt hij genoemd als "Derck Jansen Brinckhuis op den Reuvencamp". Uit dit huwelijk worden negen kinderen geboren en ook dit huwelijk mocht lang duren, want als Derk op 20 maart 1744 overlijdt zijn ook zij 46 jaar getrouwd.
 
Voor de opvolging is inmiddels gezorgd want dochter Fenneken trouwde in 1731 met Garrit Gosens van boerderij Braamkolk uit de Eesterhoek. Pas na vijf jaar huwelijk wordt er uit dit huwelijk een zoon geboren en daar bleef het ook bij, kinderen krijgen was in die tijd natuurlijk ook nog geen vanzelfsprekendheid. Zoon Gosen wordt op 24 juni 1736 gedoopt en trouwt op 19 juni 1768 met Geertjen Philips Roeterdink die van de gelijknamige boerderij uit Gorssel afkomstig is. Er worden weer eens vier kinderen op de boerderij geboren maar de geboorte van de jongste dochter op 21 januari 1774 maakt Gosen niet meer mee, hij is dan al overleden. Dochter wordt uiteraard naar haar overleden vader vernoemd en krijgt de naam Gosina, we komen haar straks weer tegen.
 

Geertjen moet op zoek naar een nieuwe echtgenoot en vindt hem snel. Ze hertrouwt zij al op 17 april 1774 met Albert Jansen van 't Klaphekke van de gelijknamige boerderij. Deze boerderij was eigendom van Hendricus Wilhelmus Hartkamp en diens broer Johannes Egbertus Hartkamp was eigenaar van 't Reuvekamp. Kennelijk hebben zij e.e.a. geregeld, het was natuurlijk belangrijk dat er weer snel een nieuwe bouwman op de boerderij kwam. De beide broers verkregen de boerderijen in 1760 uit de nalatenschap van hun Henricus Hartkamp die de oorspronkelijke eigenaar van beide boerderijen was en nog vele meer in Gorssel. In zijn tijd trouwde overigens Jan Derksen Reuvekamp (zoon van Derk en Aaltjen en broer van Fenneken) in op 't Klaphekke, vast niet toevallig.

 
Afijn, Albert is de nieuwe pachter van 't Reuvekamp (en gaat ook Reuvekamp heten) en wordt op de boerderij vader van drie kinderen en zo werd Geertjen de moeder van zeven. Haar oudste dochter Gerritjen trouwt in op boerderij Bloedkamp en de reeds eerder genoemde Gosina is degene die op de boerderij blijft wonen. Zij trouwt op 12 april 1795 met Jan Dijkerman van de Grote Muil. Hij is de kleinzoon van de zojuist genoemde Jan Derksen Reuvekamp op Klaphekke, zijn ouders zijn Garrit Dijkerman en Aaltjen Klaphekke. Uit het huwelijk van Jan en Gosina worden acht kinderen geboren, maar niet allemaal op 't Reuvekamp.

Wat is het geval: in 1809 verkopen de kinderen van Johannes Egbertus Hartkamp (die later eigenaar werd) en diens echtgenote Cornelia Lydia Verbeek voor 7800 gulden het erve en goed het Reuvekamp genaamd, in het kerspel Gorssel, onder het Nederkwatier van Zutphen gelegen, bestaande in een huis gemerkt oud nr. 28, nieuw nr. 28 met de verdere getimmerten en het daar bij gehorende hof, bouw en weide land, met alle hout gewasen daarbij staande. Bijzonder is de vermelding van oud en nieuw nummer 28, het lijkt erop dat er in die tijd een andere boerderij is gebouwd. De oude boerderij stond mogelijk aan de overkant van de weg bij de steltenberg welke volgens de latere kadastrale atlas genoemd als een perceel met berg en erf. Op een kaart van 1807 (zie hieronder) staat de boerderij echter al wel aangegeven op de latere plek en staat er niets aangegeven op de plek van de steltenberg. dat blijft dus wat onduidelijk.
 
Duidelijk is in ieder geval wel dat de boerderij wordt verkocht aan Jan "Maddies" (Smoddies) en Teuntje Littink die op boerderij 't Hassink in Epse wonen en willen verhuizen naar boerderij Reuvekamp. Dit betekent dat de pachters Jan en Gosina de boerderij moeten verlaten, maar ze kunnen wel gaan wonen op boerderij 't Hassink. Ze verhuizen met hun zes kinderen en ook de ouders van Jan en de moeder van Gosina gaan op 't Hassink wonen. Albert, de stiefvader van Gosina, is voor maart 1806 al op 't Reuvekamp overleden. Jan en Teuntjen gaan als nieuwe eigenaar op 't Reuvekamp wonen en zijn de eerste bekende eigenaars die er ook wonen, alle reeds genoemde hoofdbewoners zullen de boerderij hebben gepacht.
 

Jan Smoddies is afkomstig van boerderij Smoddies uit Lettele maar woonde na zijn huwelijk in 1789 met zijn eerste echtgenote Maria Driessen Hassink op de boerderij bij 't Hassink in Epse en werd nadien Hassink zoals dat in die tijd nog gebruikelijk was. In 1809 was de situatie met de komst van Napoleon wat veranderd en was het niet meer de bedoeling dat de achternaam zomaar gewijzigd werd als men op een andere boerderij kwam te wonen. In Gorssel wordt Jan dus geen Reuvekamp genoemd maar is het gewoon Jan Hassink op Reuvekamp. Hij kwam in 1809 met Teuntjen (met wie hij trouwde in 1791) en zes kinderen naar de boerderij, er worden op 't Reuvekamp geen kinderen meer geboren. Jan Hassink is op 5 juni 1825 overleden en Teuntjen zal in of kort na 1826 zijn verhuisd naar het erve Zwavink in Eefde waar haar jongste dochter Hermeijna was ingetrouwd met Jacobus Zwavink.

Oudste zoon Mannes had inmiddels het stokje al overgenomen. Hij was in 1821 getrouwd met Teuntjen Vrolijk van boerderij Scheperboer uit Loo, zij wordt daarom ook wel Scheperboer genoemd. Er worden vijf kinderen waarvan er één in 1829 jong overlijdt. Teuntjen overlijdt op 18 september 1835 en Mannes hertrouwt met op 25 november 1836 met Derkjen Waaijenberg uit Brummen en ze krijgen samen nog een dochter. In die tijd was boerderij het Reuvekamp, bestaande uit een groot aantal percelen, bijna 20 hectare groot, een aanzienlijke boerderij dus. Het was toen hoofdzakelijk een akkerbouwbedrijf en er was veel werk te doen. Daarvoor had Mannes veel dienstknechten maar ook zijn jongere broers Gerrit, Albert en Garrit Jan wonen en werken door de tijd heen op de boerderij.

 

In de eerste helft van de 19e eeuw liet de familie Hassink een nieuwe boerderij bouwen. Het was een grote statige T-boerderij van ongeveer 18 meter breed en 25 meter lang. Hierin was ook een aantal bedsteden en boven was er een meiden- en een knechtenkamer. Er zat nog een mooie ouderwetse schouw in en ook een ingemetselde oven met een metalen deur, hierin is meer dan 100 jaar lang brood gebakken. In het achterhuis was aan de ene kant stalruimte voor koeien en aan de andere kant een paar varkenshokken en drie paardenstallen.

Daarnaast een lange en brede schuur met zowel aan de voorkant als de achterkant twee grote dubbele deuren waar men wel twee wagens, geladen met hooi of graan, naar binnen kon rijden. In deze schuur was stalruimte voor jongvee, een paar varkenshokken en een afgetimmerde ruimte voor de koets. De koets werd gebruikt om mee naar de kerk of op visite te gaan, maar ook bij het trouwen en begrafenis. Vele jaren later, toen de koets versleten was, werd deze ruimte gebruikt voor de berging van werktuigen en machines. Dan was er nog een afgetimmerde ruimte waar o.a. een fornuispot in stond voor o.a. het koken van de aardappels om aan de varkens te voeren en het opkoken van wasgoed.

Verder waren er nog een paar kippenhokken en wat zaad- en hooibergen, zoals ook op de luchtfoto is te zien. Deze beschrijving is overgenomen van het artikel "Boerderij Reuvekamp" geschreven door Ap ten Have in Ons Markenboek.

 
Even tussendoor: op 25 september 1855 overlijdt Philippus Reuvekamp op Nooitgedacht, hij is de zoon van Albertus Jacobus Reuvekamp en Johanna Gosina Dijkerman. Dit echtpaar woont later op Reuvekamp in Epse welke zij hebben gesticht. Albertus Jacobus is de kleinzoon van Albert Reuvekamp & Geertjen Roeterdink en Johanna Gosina is de kleindochter van Jan Dijkerman & Gosina Reuvekamp. Hun beide grootouders waren dus hoofdbewoners van 't Reuvekamp en ze waren ook nog familie van elkaar. Maar zo kwam de huisnaam Reuvekamp ook in Epse terecht.
 

Terug naar de familie Hassink. Opvolging komt uit de volgende generatie, de derde al. Het is zoon Willem die het boerenbedrijf voortzet en doet dat ook met twee echtgenotes. Hij trouwt op 9 juni 1866 met Rika Johanna Barmentloo uit Brummen en hertrouwt na haar overlijden in 1871 op 24 juli 1873 met Janna Dijkman uit Laren. Uit het eerste huwelijk worden vier kinderen geboren, maar het is er maar één die oud wordt. Ook het uit huwelijk met Janna worden vier kinderen geboren en gelukkig gaat het met drie van hen goed. Maar als op 22 augustus 1887 een dochter levenloos ter wereld komt is ook nu weer het verdriet groot en was er een gedrukte stemming in huis, er mocht niet meer gelachen worden in het gezin. Later dat jaar wordt er nog een kind geboren, het betreft een dochter van Mina Tonia Derkje (uit het eerste huwelijk van Willem) maar het kind wordt onecht geboren, iets waar men in die tijd ook niet erg vrolijk van werd.

In 1900 sluiten Willem en Janna een contract met hun twee oudste kinderen, zoon Hendrik Richard Johannes en dochter Johanna. Ze verbonden zich behulpzaam te zijn in de uitoefening van hun ouders boerenbedrijf en alle werkzaamheden te verrichten welke gewoonlijk door een dienstbode worden gedaan. Hiervoor kregen zij per jaar 80 guldens betaald plus kost en inwoning.

Op 3 januari 1902 overlijdt Willem en later dat jaar vertrekt dochter Johanna van de boerderij als ze trouwt met Albert Haijtink en op boerderij Klein Reuvekamp gaat wonen, zie elders op deze pagina. Bij het huwelijk van Johanna is het erve Reuvekamp verdeeld tussen haar en Hendrik Richard Johannes.

 

Op 7 mei 1904 trouwt Hendrik Richard Johannes met Geertjen Boschloo van 't Dijker. Uit dit huwelijk worden wederom vier kinderen geboren waarvan de jongste twee een tweeling was waarvan het jongetje genaamd Willem maar 19 dagen geleefd heeft. Op de foto hiernaast zien wij het echtpaar en de foto daarnaast is van Derkjen Hassink, de jongste dochter van Willem en Janna die in 1908 trouwde met Jan Nieuwenhuis en toen in Eefde ging wonen.

Hendrik was van de vierde en laatste generatie Hassink op 't Reuvekamp. De familie Hassink stond bekend als vooruitstrevende boeren die het bedrijf goed runden. Oorspronkelijk was het, zoals vermeld, hoofdzakelijk een akkerbouwbedrijf, maar later werd het een gemengd bedrijf met koeien, varkens en kippen. In 1928 besluiten Hendrik en Geertjen het rustiger aan te gaan doen en een nieuwe kleinere boerderij te bouwen welke de naam Nieuw Reuvekamp krijgt.

Boerderij Reuvekamp wordt in 1928 met ongeveer 9 hectare grond verpacht aan Gerrit Cornelis Wilbrink en Hendrika Memelink. Het jaar 1928 is niet zeker omdat volgens het bevolkingsregister de familie Wilbrink in 1930 nog op "Massink" in Harfsen woonde. Gerrit Wilbrink heeft zich op Reuvekamp snel aangepast en het bedrijf met succes voortgezet. Oudste zoon Albert trouwde in 1948 met buurmeisje van Berendina Leunk van 't Grooterkamp. Vanaf 1952 stond het pachtcontract op hun naam en hebben zij het bedrijf voortgezet. Voor meer informatie zie het artikel in OMB, foto's van beide echtparen nog achteraan gaan.

 

Op de luchtfoto hiernaast is boerderij Nieuw Reuvekamp te zien, hier heeft Hendrik Hassink nog een aantal jaren geboerd. Op hun oude dag zijn Hendrik en Geertjen nog jarenlang verzorgd door hun ongetrouwde dochter Gerritdina Hassink. Geertjen is er in 1967 overleden en Hendrik is in 1969 in Twello overleden waar hij nog woonde bij zijn zoon Anton. In 1971 trouwt Gerritdina alsnog op 54-jarige leeftijd met weduwnaar Hermanus Jansen van de Piepenbelt te Eefde die toen bij haar op Nieuw Reuvekamp kwam wonen. Het huidige adres is Kamperweg 3.

De gemeente Gorssel was in de jaren '70 op zoek naar grond voor nieuwbouw en de grond van boerderij Reuvekamp was gelegen aan de rand van het dorp en dus erg geschikt. Boerderij Reuvekamp was oud en moest eigenlijk totaal vernieuwd worden en de familie Hassink wilde wel meewerken aan dit plan. Pachter Ab Wilbrink, wiens pachtcontract op 22 februari 1976 eindigde, werd een baan aangeboden bij de gemeente en mocht zolang op de boerderij blijven wonen. In 1979 verhuisde de familie Wilbrink naar de inmiddels gebouwde woonwijk Smitskamp.

In de lente van 1979 wordt de oude, te renoveren, boerderij Reuvekamp met schuur en bijbehorende grond van ca. 3,5 hectare door de gemeente aangeboden voor verkoop. De boerderij wordt niet verkocht en de gemeente laat deze in december 1979 afbreken. Begin jaren '80 wordt vervolgens woonwijk Reuvekamp gebouwd. De boerderij stond ongeveer op de plek van huidig adres Reuvekamp 2.

 
1655 Jan Gerritsen Kleijnderkamp en Aaltien Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1667-1717> Gerrit Jansen Kleijnderkamp en Jenneken Hendericks Veltkamp Gerrit is de zoon van Jan en Aaltien
1697-1762 Derck Jansen Brinkhuis>Reuvekamp en Aeltjen Gerrits Kleijnderkamp Aeltjen is de dochter van Gerrit en Jenneken
1731-1768> Garrit Gosens Braamkolk>Reuvekamp en Fenneken Derks Reuvekamp Fenneken is de dochter van Derck en Aeltjen
1768-1774 Gosen Garrits Reuvekamp en Geertjen Philips Roeterdink Gosen is de zoon van Garrit en Fenneken
1774-1809 Albert Jansen Klaphekke>Reuvekamp en Geertjen Philips Roeterdink Albert is de tweede echtgenoot van Geertjen
1795-1809 Jan Dijkerman en Gosina Reuvekamp Gosina is de dochter van Gosen en Geertjen
1809-1826 Jan Hassink (Smoddies) en Teuntjen Littink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1821-1835 Mannes Hassink en Teuntjen Vrolijk (Scheperboer) Mannes is de zoon van Jan en Teuntjen
1836-1877 Mannes Hassink en Derkjen Waaijenberg Derkjen is de tweede echtgenote van Mannes
1866-1871 Willem Hassink en Rika Johanna Barmentloo Willem is de zoon van Mannes en Teuntjen
1873-1931 Willem Hassink en Janna Dijkman Janna is de tweede echtgenote van Willem
1904-1928 Hendrik Richard Johannes Hassink en Geertjen Boschloo Hendrik is de zoon van Willem en Janna
1928-....... Gerrit Cornelis Wilbrink en Hendrika Memelink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1948-1979 Albert Wilbrink en Berendina Leunk Albert is de zoon van Gerrit en Hendrika
     
  Huidig adres: Afgebroken in 1979, adres was Kamperweg 9  
 
Kaart 1807
 
 
Grooterkamp
 
Voor de geschiedenis van deze boerderij gaan wij heel ver terug in de tijd en zien wij dat de naam eerst anders was. In 1462 komen wij de naam Harzecamp tegen: “Harzecamp gelegen met allen syden end eynden an der heyden” en deze is dan gelegen in de kerspel Gorsloe, buertschap Eschede. De boerderij staat er dan al een tijdje want al in 1382 woonde er een "Mens ten Kampe" in den kerspel van Goirslo en deze zal hier ook hebben gewoond. In de pondschatting wordt de naam "Herkamp" genoemd met ene Johan als bouman en bij de pondschatting van 1494 wordt de naam "Grote Hankamp" genoemd. In 1462 kwamen wij dus nog de naam Herkamp tegen, maar de naam wordt dan ook wel geschreven als Erkamp, Herlekamp, Harrekamp en Haerkamp. De boerderij ligt dan te midden van heide en woeste gronden en dat verklaart de naam Haarkamp: een ontginning of kamp (afgepaald en omheind stuk bouwland) in de "haar" (met struikwas begroeid, ruig heideveld). Eigenaren in die tijd zijn Jacob Bungener (Bueninck red.) en zijn echtgenote Fenne die volledig eigenaar waren, het was geen leengoed. Maar Jacob en Fenne zullen schulden hebben gehad en in 1485 wordt er beslag gelegd en volgt er een gerechterlijke verkoop. Bij de pondschatting van 1494 zien wij dat een Herman Bueninck Gerritszoon eigenaar is, hij zal waarschijnlijk familie zijn geweest. Maar wij zien ook dat hij eigenaar is van twee goeden: Hinkamp en Grote Hankamp.
 
Als Herman in 1508 is overleden, zijn waarschijnlijk twee zoons genaamd Thomas en Gosen zijn erfgenamen. Zoon Thomas overlijdt in 1523 en zo bleef zoon Gosen enig eigenaar. Als in 1543 zijn eerste echtgenote overlijdt en Gosen opnieuw trouwt met ene Willemken, wordt de erfenis verdeeld over de vier kinderen uit zijn eerste huwelijk en dat zijn o.a. de erven Groot en Kleyn Erkamp en verder ook de erven Ten Velde, Ten Kolcke en Middeldorp (of Blasergoed). Het laatste stond vlakbij de IJssel en is voor circa 1600 door de IJssel "wechgespoelet". De familie Buininck zal de boerderijen hebben verpacht en er niet hebben gewoond, ze zullen hooguit een heerenkamer op "Groot Erkamp" hebben gehad. In 1550 kochten Gosen en Willemken een vierde waar in de marke Eschede op Groote Haerkamp om daarop een kudde schapen te weiden en met het recht tot turfsteken.

Uit het tweede huwelijk van Gosen wordt een zoon Gosen geboren, die wij maar Gosen 2 noemen omdat er vier (of nog waarschijnlijker 5) generaties Gosen Bueninck zijn geweest en zo houden wij het overzichtelijk. In 1611 wordt er trouwens een overzicht gemaakt van Gosen (2) zijn bezittingen waarin dan ook familieleden Smeynk enige rechten hebben. Genoemd worden Groiterkamp en Kleyn Erkamp, de hofstede Ten Klocke, de Bueninckskamp bij de Gorsselse kerk en twee kampen land genaamd de Brinckerkempe. In 1609 heeft diens zus Truyken haar hele aandeel in het familiebezit geschonken dan een toen nog onmondige zoon Gosen (3) van Gosen (2) ook al lijkt dit niet te kunnen kloppen, want een zoon uit een huwelijk van 1543 waarvan de moeder omstreeks 1520 geboren zal zijn, kan in 1609 natuurlijk nooit meer onmondig zijn geweest want zou dan zijn geboren na 1581. Waarschijnlijk hebben wij het hier dan dus ook al over een Gosen uit alweer de vierde generatie en is hij de kleinzoon van Gosen (2). Hoe dan ook, de schenkingsakte van Truyken is interessant want hierin valt te lezen dat Groiterkamp, Kleynerkamp en de twee Brinckerkampen die een hofstede, hof (tuingrond) en landerijen hadden. Eén van de Brinckerkampen lag in de buurschap en marke Eschede en grensde achter aan Groiterkamp en de andere lag tegenover de kerk, dus noordelijker en in de marke Gorssel. De eerste zal de Smid zijn en de tweede zou de Roskam kunnen zijn, maar dit nog uitzoeken.
 
In een akte van 1623 getuigen Jan Driessen, Albert Rensinck en Warner Jans Coster, allen geboren in Gorssel en omstreeks 60 jaar oud, dat Goswins (Gosens red.) bestevader (grootvader red.), ook Goswin geheten, op Grootercamp een huis en schaapschot had en ten behoeve daarvan het Gorsselse en het Eesterveld (de woeste gronden in de marken) gebruikte met schapen, guste beesten en om te plaggen en torven. Hetzelfde gold voor Kleynercamp, de beiden Brinckerkampen en de "Colckenbongart" (Ten Kolcke) maar deze gebruikten alleen het Gorsselse veld. Op het erve Ten Velde (oft Claephecke) stond een huis en geen schaapschot en dit erf gebruikte het Gorsselse veld alleen voor plaggen en turfsteken. De huizen op Grootercamp en Kleynercamp hadden vroeger op een andere plaats gestaan dan in 1623 en van Kleynercamp waren in dat jaar nog de fundementen nog op de oude plaats te zien. Het huis op Brinckercamp had aan het voorhuis een stenen gevel en stenen voet. Van het huis op Ten Kolcke wordt gezegd dat het eertijds stond bij de wal om het Gorsselse kerkhof welke in die tijd nog vlakbij de kerk zal hebben gelegen. Dat de bouwonderdelen van steen zo nadrukkelijk worden vermeld, wijst er op dat de overige gevels nog opgetrokken geweest zullen zijn in de levendige vakwerkbouw met wanden van vlechtwerk en leem. De schaapskudde had, zoals gebruikelijk, op het erf of elders haar eigen onderkomen; de beesten stonden vanouds in hun stal op de deel en dus in het huis (het "losse hoes", het hallehuis) zelf en daarover wordt dus in de akte niet gesproken. In een akte van 1630 getuigen Goswin Bueninck (3) en zijn nicht, de burgemeestersweduwe Dercksken Smeyncks, die samen eigenaren van Ten Velde en Ten Kolcke zijn. In het bewonersoverzicht komen wij ook een Derrisken Jansen Smeijnck tegen maar het is onzeker of dit dezelfde vrouw is.
 

In 1640 was er onenigheid over het erfgoed ontstaan tussen Goswin Bueninck (3) en dr. Johan Ruyter, een familielid en geloofsgenoot, die ook optrad namens de bovengenoemde verwanten Smeynck. Zij maakten aanspraak op een deel van het grondbezit en de rechten van Goswin in Gorssel en elders; hij kwam daartegen met succes in verweer. Maar hoewel de uiteindelijke afloop van de rechtszaak niet duidelijk is, blijkt uit het kohier van verponding (grondbelasting) van 1646, dat Ruyter toch iets bij zijn "neve" Goswin had weten te bereiken; Kleynercamp is dan eigendom van dr. Ruyter en de Groote Brinckercamp met verscheidene andere landerijen zijn gezamenlijk bezit van Ruyter en Bueninck. Grootercamp wordt in het kohier omschreven als een goed waarop rogge wordt verbouwd en dat 19 mud oplevert; het omvat verder zeven koeweiden, tuingrond en akkermaalshout, brengt aan geldpacht 34 daalders op en wordt getaxeerd op ruim 168 guldens belastbare waarde. Daarmee was het een van de grootste erven van Gorssel. Deze Goswin Bueninck was in 1635 en volgende jaren markerichter van Gorssel, wat zijn positie daar wel duidelijk maakt. Hij trouwde met een vrouw van adel, en kocht en bewoonde met haar een van de aanzienlijkste huizen van Zutphen, het oude Lerinckshuis aan het Oudewand.

Hun oudste zoon, Goswin (IV), die zich "de" of "van" "Bueninck glng noemen, zocht het nog wat hoger op en kocht in 1658 het adellijke huis Eerbeek op de Veluwe van de graaf van Limburg-Bronckhorst-Stirum. Toen zijn oudste zoon deze bezitting in 1681 van hem erfde, kreeg de tweede, Jacob Cornelis, Grooterkamp en andere Gorsselse goederen. Op 9 juni 1699 verscheen Frederick Amptinck voor het gerecht van het schoutambt en verzocht beslag te mogen leggen op erve en goed Groterkamp in Gorssel, en nog enkele andere onroerende zaken te Gorssel, ten laste van Jacob Buininck om betaling te krijgen van vier vorderingen van 2.000 respectievelijk 800, 200 en 100 guldens. Hij zal de schuld hebben betaald want is in 1705 nog eigenaar en verkoopt dan de boerderij aan zijn neef Herman Hendrik van Bueninck, die de titel "jonkheer" voerde. Het is mogelijk dat deze Herman wel op Grooterkamp heeft gewoond, want hij is vier jaar later in Gorssel overleden. Hij zal dan hebben gewoond in het eigenaars huis ook wel het spijker genaamd welke bij de boerderij stond. Deze is te zien op bijgaande tekening welke is gemaakt in 1720. Hier woonde de eigenaar, al dan niet permanent.

 

Op 27 augustus 1731 donateert Margaretha Maria Knoppert, weduwe van Herman de Buininck, de erve Groterkamp aan haar vijf kinderen w.o. Marcel Hendrik en Cecilia Elisabeth. Deze legateert op 2 februari 1749 aan haar broeder Marcel Hendrik van Buinink al haar inboedel en geraakheid des huizes zo alhier op Groterkamp en uiteindelijk was zoon Marcel Hendrik, baron van Bueninck, voor de helft eigenaar van Grooterkamp. Hij was de laatste mannelijke afstammeling van de Buenincks en hij had geen kinderen. De meesten van zijn broers, zusters en andere verwanten leefden en stierven in Duitsland, ongetrouwd en in Rooms-katholieke geestelijke functies. Wel was er een zus genaamd Maria Margaretha en zij was gehuwd met Hendrik Willem Aloisius van Dorth en zij hadden twee dochters. Deze Maria Margaretha heeft na het overlijden van haar vader ook een deel van Grooterkamp hebben geërfd. Maria Margaretha is jong overleden waarna haar deel (uiteindelijk de andere helft van Grooterkamp) overging naar haar beide dochters, de freules van Dorth tot Medler die echter de gelofte van armoede hebben afgelegd. Bij de boedelscheiding van 1751 blijkt dat het Erve Groterkamp bestaat uit het eigenaars huijs, hof op Groterkamp, met het boerenhuijs, berg, schaapschot, schuure en heel veel grond. In 1762 koopt Marcel Hendrik ook nog goed den Kievenkamp.

Marcel Hendrik was wel getrouwd en wel met Arnolda Columba de Stuurman en zij hebben ook op het spijker gewoond. Met de jaarwisseling van 1771 krijgt zij een brief en op de voorkant van de envelop staat geschreven "residerend op Groterkamp". De brief werd afgegeven op de Roskam welke dus ook min of meer als postkantoor diende. Zij is volgens de enveloppe douairière (weduwe) en haar man Marcel Hendrik van Buininck is dan dus overleden. Zij hertrouwt op 27 juli 1771 met Gerhardus Josephus Kuttschreutter en uit dit huwelijk worden ook geen kinderen geboren, het echtpaar zal hebben gewoond aan de Brink in de Deventer. Op 16 januari 1772 wordt de erfenis van Marcel Hendrik beschreven en deze bestaat in Gorssel dan uit het erve en goed Grooterkamp met al het geen daaronder is gehorende, quaterstede den Kijvenkamp, een nieuw aangegraven campje in het veld en een wahre in de Gorsselse Weerden. Er wordt dan ook een overeenkomst gesloten met de freules Dorth met wie onenigheid is ontstaan maar het gaat te ver om dat allemaal te beschrijven, ze blijven uiteindelijk ondanks de gelofte van armoede gewoon eigenaar van de andere helft van Grooterkamp.

Gerhardus Josephus is op 30 december 1774 overleden en mogelijk is Arnolda toen weer in 't Spieker op Grooterkamp gaan wonen. Na het overlijden van Arnolda Columba in 1811 ging haar helft naar de heer Abraham Pierre de Braconier de Mortaigne en zijn vrouw Arnolda Sophia (Josepha) Marcelina barones van Stuerman, zij is een achternicht van Arnolda Columba. Dit echtpaar trouwde in 1796 en woonde in de zomer in het spijker op Grooterkamp en in de winter op kamers in Zutphen. In 1796 en 1798 worden er kinderen in Zutphen gedoopt waarvan zoon Pierre Henri op 20 mei 1798 in Gorssel is geboren. Later dat jaar gaat het echtpaar niet meer in Zutphen wonen, maar wordt er verhuisd naar Kampen waar zij permanent gaan wonen. Arnolda Columba verhuist mee met het echtpaar naar Kampen en is daar in 1811 overleden. Op 20 April 1819 verkoopt Abraham Pierre de Braconier de Mortaign hun helft van het erve Groterkamp en de katerstede Kievenkamp aan Jacobus ten Velde die dan pachter op Grooterkamp is. Hij wordt de eerste pachter die ook eigenaar wordt van de boerderij en dit is een goed moment in het verhaal om weer ver terug in de tijd te gaan en meer te vertellen over de pachters en dus bewoners van boerderij Grooterkamp. Dat doen we niet zonder te vertellen dat bovenstaande informatie gedeeltelijk afkomstig is van een artikel van april 1986 in Ons Markenboek.

Voor het eigenaarsoverzicht konden wij ver terug in de tijd doordat er van de familie Buininck wel wat bekend is en akten bewaard zijn gebleven. Voor het bewonersoverzicht zijn we afhankelijk van de oude kerkboeken en komen wij niet verder terug dan ongeveer 1642 en we zullen ook niet alle bewoners terugvinden in het Gorsselse kerkboek omdat de eigenaars Buininck Rooms-Katholiek waren en zij vast ook Rooms-Katholieke pachters zullen hebben gehad die dan in Zutphen naar de kerk gingen. Maar we hebben hoe dan ook geluk want op 28 juli 1638 wordt een akte opgemaakt over Grotercamp en Kleindercamp met getuigenverklaringen van Goswin Buininck, Gerrit ten Bussche, Thoenis Francke, Gerrit Smeinck en Albert ten Bussche. Hierin zegt de ongeveer 55-jarige Gerrit Smeinck dat zijn stiefvader Jan Reijnts en moeder Derrecksen Smijnck zo'n 12 jaar lang op Grooterkamp hebben gewoond en dat hij ongeveer 20 jaar oud was toen hij er vertrok dus dat moet dan ongeveer in de periode 1591 tot 1603 zijn geweest. Grooterkamp behoorde toen tot de marke van Gorssel, maar Jan kocht in 1595 een schaapsdrift in de marke van Eschede en deze leidde hem helemaal tot de plek waar nu huize 't Joppe staat. Jan en Derrecksen ziijn omstreeks 1603 verhuisd naar 't Smeenk in de Eesterhoek. Wij weten niet wie hun opvolgers waren en pas uit het trouwboek van 1645 wordt duidelijk wie er dan wonen als Jan Albertz, bouman op Groterkamp, trouwt met Aeltien Stevens. Het doopboek vertelt daarna niets over kinderen van dit echtpaar dus is het ook niet zeker of ze er zijn blijven wonen. We gaan er gemakshalve maar wel vanuit en zullen dan wel voor 1651 zijn vertrokken.

 
Vanaf 1651 zijn namelijk Gerrit Peters en Fenneken Jans de bewoners op Grooterkamp, zij zijn afkomstig van 't Asseler in Harfsen. Het echtpaar heeft acht kinderen waarvan er vier (allemaal zoons) trouwden en de andere vier waarschijnlijk ongehuwd bleven. De zoons die trouwden zijn Jacob (eerst Grooterkamp, later Kerkenstede), Derk (Groot Bannink), Arent (Dommerholt) en Jan (Holterman). Oudste zoon Jacob woonde eerst met zijn echtgenote Berentjen Wolters op Groterkamp en vanaf circa 1666 op de Kerckenstede. Uit een getuigenverklaring van 15 oktober 1717 kunnen wij afleiden dat Fenneken Jans al voor 1680 zal zijn overleden en Gerrit Peters in 1687 overleden zal zijn. Toen leefden hun zoons Jacob en Jan ook al niet meer en wordt de boedel verdeeld tussen hun kinderen (kleinkinderen van Gerrit en Fenneken) en de andere zes kinderen die dan nog wel leven. De vier kinderen Willem, Garritjen, Elsjen en Marrie blijken dan nog op de boerderij te wonen en te blijven wonen en zij betalen voor de bouwerie de andere erfgenamen 100 daalders. De getuigen zijn buurman Gerrit Reuvekamp, kleinzoons Roelof Smeenk en Lambert Bannink en Herman op 't Vlier die aangetrouwde familie is.

Arent zijn oudste zoon Gerrit trouwt in 1694 met Berentjen Wendels van de Horst uit Vorden en zij gaan dan op Grooterkamp wonen en zo vestigt zich er een volgende generatie. Uit het huwelijk worden vijf kinderen geboren waarvan de laatste in 1703. Berentjen zal waarschijnlijk kort na haar laatste bevalling zijn overleden en zeker voor 29 februari 1704 want dan hertrouwt Gerrit met Jenneken Thonissen Rensink uit Gorssel en zij verhuizen naar het erve Alferdink in Bathmen. Zijn ooms en tantes Willem, Marrie, Elsken en Gerrit Groterkamp wonen dan waarschijnlijk al niet meer op Grooterkamp ook al zou dat qua leeftijd wel hebben gekund. Willem zou dan namelijk 67 jaar oud zijn geweest en de jongste (waarschijnlijk Gerrit) ongeveer 56 jaar oud. Wij weten wel dat Marrie in 1696 nog op de boerderij woont want zij is dan getuige bij de doop van een kind van Henderick Willems op 't Gier en wordt genoemd als Marrie Gerrits van 't Grooter Kamp. Maar in het lidmatenregister van 1713
komen wij geen bewoners van Grooterkamp tegen en het vermoeden is dan ook dat de gebroeders en gezusters Groterkamp niet meer op de boerderij wonen. Zeker zullen zij zijn overleden voor 15 oktober 1717 omdat de getuigenverklaring over hen gaat.
 

In de R.K. kerkboeken van Zutphen wordt een Jan Hendriks Groterkamp genoemd en hij zou in 1704 wel eens de nieuwe bewoner van de boerderij in Gorssel zijn geworden, mogelijk omdat de familie Buininck een voorkeur zou hebben voor een katholieke pachter. Het verklaart ook dat wij niets over de bewoners van Groterkamp vinden in het lidmatenregister van 1713 van de kerk in Gorssel omdat Jan naar de kerk in Zutphen ging. Hij trouwde daar in 1711 met Catharina Roveen en is vanaf 1705 regelmatig in Gorssel om de vergaderingen van de marke Eschede bij te wonen, hij was namelijk eigenaar van de Grote Muil. Wat vreemd is het dan wel dat hij op Groterkamp is gaan wonen en pacht zal hebben moeten betalen aan de familie Buininck. Het lijkt erop dat Jan geen familie is van de vorige bewoners, want hij is de zoon van Hendrik Groterkamp en Fenneken Hendriks die geen familie zijn van de laatst bekende bewoners. Waarschijnlijk zijn Hendrik en Fenneken in 1675 getrouwd en kwam Hendrik (toen nog genaamd Willems Decker) uit Colmschate en was Fenneken toen weduwe en woonde zij op den (Buinincks) Kolck en woonde zij tijdens haar eerste huwelijk op Beckerstede alias 't Zand. Zij zullen er met hun zoon Jan zijn komen wonen in 1704 en er niet eerder hebben gewoond.

In 1716 krijgen we meer duidelijkheid over de bewoners van Grooterkamp als op 5 december van dat jaar Henderick Henderiksen Gierman en Gerritjen Gerrits Alphering trouwen. Hendrik is de zoon van de zojuist nog genoemde Hendrik Gierman van 't Gier en Gerritjen is de dochter van Gerrit Arentsen en Berentjen Wendels die eerder op Grooterkamp woonden! Zo komt de oude familie weer terug en komt Gerritjen terug op de boerderij waar zij in 1697 is geboren en in 1704 van vertrok toen zij met haar vader verhuisde naar Bathmen. Hendrik en Gerritjen pachten de boerderij met landerijen maar kopen ook eigen land, zo kopen zij op 13 mei 1717 van de familie Meuleman een acker lants genaamd het Loo Stucken. Op 1 januari 1718 wordt een hun eerste kind geboren, een zoon genaamd Gerrit. Daarna worden er nog drie zoons en twee dochters geboren. Dochter Fenneken trouwde later met Garrit Jan Meulenbrugge uit Vorden en dochter Derksen trouwde met Garrit Jan Diekerman en woonde met hem op 't Dijker in de Eesterhoek. De familienaam is in die tijd Kamperman (Camperman) geworden. Reeds genoemde oudste zoon Gerrit Camperman trouwde in 1746 met Janna Jansen Boevink uit Deventer en uit het huwelijk worden vier kinderen geboren. Vader Hendrik maakt niet alle geboortes mee want hij is op 21 november 1750 overleden. De geboorte van het vierde kind lijkt Janna noodlottig te zijn geworden en ook het kind overlijdt kort na de geboorte. Gerrit hertrouwt op 11 augustus 1754 met opnieuw een Janna Jansen en zij komt uit Holten. Haar familienaam is Wegstapel en er worden nog eens vier kinderen geboren. In 1762 verhuizen Gerrit en Janna naar Holten waar zij gaan wonen op het erve Hakkert, een boerderij die het echtpaar als erfstam geschonken krijgt.

Weer acht jaar later zien wij wie de bewoners van de boerderij zijn geworden namelijk het echtpaar Jacobus Brink en Johanna Willemsen die op 15 juni 1770 in de R.K. kerk te Zutphen hun dochter Hermina laten dopen. Doopgetuige is Hendrina Veldermans van boerderij Braakman en het is dus wel haast zeker dat Hermina in Gorssel is geboren. Onduidelijk is wanneer Jacobus (wiens achternaam eigenlijk Rabelink is) en Johanna zijn getrouwd en op Groterkamp zijn komen wonen, mogelijk was dat al in 1762. Meer kinderen zijn er waarschijnlijk niet geboren en het is alleen Hermina die wordt genoemd in een magescheid akte van 26 mei 1780 nadat Johanna is overleden en de mombers Albert Braakman en Albert Reuvekamp met Jacob Brink de nalatenschap van Johanna regelen. Die dag gaat Jacob namelijk in ondertrouw met Maria Gerrits en zij trouwen op 18 juni 1780. Opnieuw wordt er één meisje op Grooterkamp geboren en haar naam is Bernardina (Berendina), zij is in 1782 geboren. Een jaar later overlijdt haar vader Jacob en hij wordt dan Jacob Kamperman genoemd. Johanna hertrouwt, nadat opnieuw de nalatenschap van Jacob voor haar dochter Berendina en stiefdochter Hermina met de mombers Albert Braakman en Albert Reuvekamp is geregeld, op 2 mei 1784 met Bernardus ten Velde. Bernardus komt van het erve ten Velde in Harfsen en gaat ook naar de R.K. kerk te Zutphen. Daar gaan ze in hun huwelijk drie keer naartoe om kinderen te laten dopen. In het register van oorlogsschade van 1797-1798 over de periode 1794-1795 wordt hij Berend Kamperman genoemd. Volgens het register van personele omslag van 1815 is Berend ten Velde nog steeds de hoofdbewoner van de boerderij en wordt er ook Bernard Joost Lulofs geregistreerd. Hij zal in het herenhuis hebben gewoond en is ontvanger van de gemeente Gorssel en zal waarschijnlijk de meeste tijd in Zutphen hebben gewoond waar hij op 9 oktober 1815 ook is overleden. Zijn vader is Hendrik Jan Lulofs die ook ontvanger der convoijen en licenten van beroep was en tevens eigenaar van boerderij de Grote Muil, waarvan eerder genoemde Jan Hendriks Groterkamp ook eigenaar is geweest. Het herenhuis lijkt dienst te hebben gedaan om de ontvangers van de directe belastingen te huisvesten want in 1821 wordt hier Harmanus Weenink vermeld en in 1823 en 1825 is dat Peter Johannes Theodorus van Hamel. Al de genoemde heren woonden in Zutphen en zullen ten tijde van het opmaken van het register in Gorssel hebben gewoond en zij leggen hunzelf ook een aanslag op!

Terug naar de boerderij. Van de drie kinderen van Bernardus en Maria is het dochter Johanna de eerste drie trouwt, zij doet dat op 13 mei 1810 met Johannes Wilhelmus Braakman en zij gaat met hem op de Smid wonen. Overigens trouwde haar halfzus Berendina Rabelink al in 1799 met Gerrit Jan ten Velde, broer van Bernardus ten Velde, en zo trouwt ze met een oom en gaat bij hem op het erve Ten Velde in Harfsen wonen. De andere twee kinderen van Bernardus en Maria zijn zoons en zij trouwen ook. Antonius Gerhardus Johannes doet dat in 1826 met Bernardina Wichink (zus van Johanna Wichink, die na het overlijden van Berendina Rabelink met Gerrit Jan ten Velde is getrouwd) en Jacobus trouwt op 19 juni 1817 met Johanna Wanderina Lankhorst en zij gaan dan op Grooterkamp wonen. Twee maanden eerder, op 20 april 1819, is Jacobus ook nog eens voor de helft eigenaar geworden van Grooterkamp! Hij koopt namelijk voor 4.500 guldens van Abraham Pierre de Braconier de Mortaigne de halfscheid in de plaats Grooterkamp met het spijker en woonhuijs daarop staande, benevens de halve katerstede De Kievenkamp. De andere helft is dan nog eigendom van de heer Dorth aan het Medler. Hiermee wordt Jacobus de eerste pachter die zich ook eigenaar mag noemen van Grooterkamp! Op 5 oktober 1820 overlijdt Maria Gerrits en Jacobus zelf overlijdt op 11 december 1829 en dan wonen alleen Johanna Wanderina Lankhorst en haar schoonvader Bernardus ten Velde op de boerderij, uit het huwelijk van Jacobus en Johanna Wanderina zijn namelijk geen kinderen geboren. Johanna koopt op 10 augustus 1830 de rechten uit de erfenis van Jacobus van diens erfgenamen en hertrouwt op 22 april 1831 met Everardus Wilhelmus Martens die van 't Ontijdink afkomstig is. Ook uit dit huwelijk worden geen kinderen geboren.

 
Op 21 augustus 1832 verkopen de erfgenamen van de freules van Dorth hun helft van Grooterkamp en de Kievenkamp. Grooterkamp bestaat dan uit een herenhuis met een stal en een boerenwoning onder nummer 27, voorts een schaapschot, vijfroedige zaadberg en pomp. De kadastrale kaart hiernaast is van 1832 en we zien hierop de percelen 474 (bouwland), 475 (weiland, later boomgaard), 476 (schuur en erf), 477 (huis en erf), 478 (tuin), 479 (opgaande bomen, later weiland) en 480 (weiland).

De bouwman Berend ten Velde is eigenaar van de andere gebouwen op het erf en heeft de volgende bouwlanden met een oppervlak van ruim dertien bunders in gebruik: Grootekamp (474), Kempken, Raland, Den Bongert, Het Nieuwe en de Nieuwenkamp (523). En dan ook nog de bouwlanden Het Veldekampje en de Kievenkamp welke door Gerrit Fokkink worden gebruikt die dan zelf al eigenaar is van de daglonerswoning Kievenkamp. Ook worden er vijf weilanden verkocht: De Hooge en Lage Kloot, de Boomgaard en de Voorste en Achterste Veldweide bij de Flierse. Tevens nog dennenbos, heide Plaggenblok en veldgrond. Het geheel wordt verkocht voor 5530 gulden aan Frederik Christiaan Colenbrander van 't Eschede.

Hij koopt op 13 augustus 1835 ook de andere helft van Grooterkamp en ook de helft van katerstede Kievenkamp van Evert Willem Martens en Johanna Waanderina Lankhorst. Bij de koop zitten nu ook de andere getimmerten op Grooterkamp, uitgezonderd het karnrad. De koop wordt gesloten voor 6300 gulden. Evert en Johanna blijven echter nog wel op de boerderij wonen samen met Bernardus ten Velde die er op 19 december 1838 is overleden. In 1840 zal het echtpaar zijn vertrokken naar het erve Burgink onder Warnsveld.

We hebben het de hele tijd over pachters en eigenaren, maar er waren natuurlijk ook vele dienstknechten en dienstmeiden die op het erve rondliepen. We noemen Everhardus Leemreize en Geertruij Streppel die hier elkaar zullen hebben leren kennen en in 1836 met elkaar trouwen. Het echtpaar gaat dan wonen op erve de Voort in Eefde. Dat jaar overlijdt Frederik Christiaan Colenbrander. Zijn gelijknamige kleinzoon Frederik Christiaan Colenbrander erft de boerderij op 31 januari 1839 maar overlijdt kort daarna op 20 februari 1839 waarna het erve Groterkamp via boedelscheiding overgaat naar zijn moeder Elizabeth Fischer die op den Huize Eschede woont. Een jaar later in 1840 trouwt zij met Jacobus Sappius Graevestein die daardoor mede-eigenaar van Grooterkamp wordt. In 1840 trouwen ook Albert Nikkels en Jenneken van Hummel die resp. afkomstig zijn van 't Haijtinkhof en de Bloedkamp en zij gaan na hun trouwen op Grooterkamp wonen. Hier wordt in 1841 een dochter wonen maar zij overlijdt in 1842 en kort daarna op 26 mei 1842 overlijdt ook Albert. Jenneken hertrouwt op 31 maart 1843 met Evert Jan Eijerkamp uit Warnsveld en uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren op Grooterkamp. Ze pachten de boerderij voor 653 gulden per jaar en de pachttermijn loopt tot 22 februari 1849, zoals staat beschreven in een veilingakte van 24 mei 1848 waarin het totale erve en goed Groterkamp, bestaande in huis, schuur, bakhuis, welwaterspomp en twee zaadbergen met boomgaard, bouwland, weidegrond en dennenbosch te zamen groot 27 bunders wordt geveild. Bouwland den Grootenkamp (kadastraal perceel 474) was ruim zes bunders groot en dit is ongeveer het gebied waar de huidige Grooterkamp woonwijk op is gebouwd, daar gaan dan ook veel huizen op. Perceel 1 van de veiling wordt gemijnd op 7.110 gulden door Antonij Wiltink van 't Dijkerhof maar daar wordt voor bedankt en zo wordt Grooterkamp niet verkocht. In de akte van 1848 wordt niet meer gesproken over een herenhuis en deze wordt ook niet als zodanig genoemd in de akte van 1835 en deze is dus mogelijk tussen 1832 en 1835 afgebroken. Bij de veiling van 1848 wordt wel het daghuurdersplaatsje Kleinkamp genoemd welke waarschijnlijk in 1838 zal zijn gebouwd. Er zit mogelijk een verband tussen de afbraak van het Spieker en de bouw van Kleinkamp ook al denken we niet dat deze op dezelfde plek hebben gestaan.

De pacht van de familie Meijerink wordt per 22 februari 1849 niet verlengd en Evert Jan en Jenneken verhuizen in 1849 naar Cortenoever bij Brummen. Nieuwe pachter is de ongehuwde Jan Derk Wolterink die eerder nog op erve de Spiegel in Harfsen woonde. Als Grooterkamp in 1857 opnieuw geveild wordt, blijkt dat hij "nog maar" 490 gulden pacht per jaar betaalt en het contract op 22 februari 1859 eindigt. Hij verhuist dan met zijn zus Gardina Wolterink, nicht Catharina Wolterink en neefje Marten Weenink van Gorssel naar Vorden. Al deze personen waren ongehuwd.

 
Op 16 juni 1857 wordt het erve en goed Groterkamp opnieuw geveild. Het geheel is groot 27 bunders en 80 roeden en op het erf staan de bouwmanswoning met achterhuis, schuur, twee zaadbergen, bakhuis en pomp. Tevens worden het daghuurdersplaatsje Kleinkamp en de katerstede Veldscholten geveild en alles wordt dit keer verkocht. Boerderij Groterkamp wordt geveild onder perceel 1 en komt grotendeels overeen met de percelen in de veiling van 1848 dus met diverse percelen bouwland, weiland, boomgaard, dennenbosch, hakhout en een tuin en een berg met erf. Het geheel wordt voor 9940 gulden gemijnd door kastelein Jan Willem van der Meij van de Roskam uit naam van landbouwer Gerrit Brouwer van 't Beunk uit Epse. Tevens koopt hij voor 1000 gulden het derde perceel bestaande uit acht bunder heide genaamd Plaggenblok.

De heren Van der Meij en Brouwer lijken een gemeenschappelijk belang in de aankoop te hebben want Gerrit zijn oudste zoon Evert en Jan Willem zijn oudste dochter Johanna Hendrika (wij zien haar op de foto hiernaast) hebben waarschijnlijk een relatie en trouwen met elkaar op 21 april 1859. Dat is dus kort nadat het pachtcontract van Jan Derk Wolterink is verlopen en hij van de boerderij is vertrokken en nu kan het kersverse echtpaar in de boerderij gaan wonen, er moest daarom waarschijnlijk nog even gewacht worden met trouwen. Op 14 januari 1860 wordt zoon Gerrit Wolter geboren en daarna in de periode 1862-1868 nog twee jongens en twee meisjes waarvan er wel één van beiden kort na de geboorte zijn overleden. In die periode op 3 oktober 1866 overlijdt ook eigenaar Gerrit Brouwer en o
p 12 juni 1867 wordt het tiendvrije erf "het Grooterkamp" te Gorssel verkocht door de erven Brouwer. De erfenis moest immers verdeeld worden en dit betekent voor Evert dat hij niet op de boerderij kon blijven wonen en werken als akkerbouwer, welke hij zal hebben gepacht van zijn ouders.
 
De veiling bestaat uit 17 percelen. Perceel 1 van de veiling is een huis en erf met stalling met afzonderlijk staande schuur, tuin, boomgaard, bouw- en weiland met akkermaalsheg. Betreft kadastrale percelen E 474, 475, 478, 849, 1088, 1456 en gedeeltelijk 480 en 1089. Het perceel is aanvaardbaar met Petri of 22 februari 1868 waarop de pachttermijn van Evert dus eindigt. Perceel 2 is een weiland met bakhuis op de kadastrale percelen 479, 480 en 1089 welke wordt gekocht door Willem Hassink. Perceel 4 is ook het vermelden waard want dat zijn twee zaadbergen met dennenbosch en uitweg gelegen op E 569, 574 en 1357. De boerderij van perceel 1 wordt gekocht door Jan Willem Roeterink van 't Gier en hij koopt ook de percelen 6, 7, 10,11, 13 en 14. Evert Brouwer en Johanna Hendrika van der Meij zijn op 20 februari 1868 met hun gezin en twee dienstknechten en één dienstmeid verhuisd naar Laren. Hier gaan zij wonen op de Scholte in buurtschap Exel waar nog een zoon en dochter worden geboren. Later wonen zij nog in boerderij Zaaltink in Zwiep en de Kleine Former in Ruurlo. Hier hebben zij de rest van hun leven gewoond en hun ongehuwde oudste zoon Gerrit Wolter en jongste dochter Bartha Aleida zijn er blijven wonen.

Op de foto's hiernaast zien wij v.l.n.r. de kinderen Gerrit Wolter, Jenneken Brouwer (1864) en Bartha Aleida Brouwer (1877) met haar Berend Bannink en zoon Evert Hendrik Bannink. Jenneken Brouwer was getrouwd met Gerrit Jan Seinhorst en woonde in Enschede. Gerrit Wolter was veearts in Ruurlo en maakte recepten voor dierziektes. Ook had de gave bepaalde kwalen van mensen te kunnen behandelen waarvoor hij regelmatig bezoek kreeg.

Jan Willem Roeterdink blijft op 't Gier wonen maar zijn bijna 70-jarige moeder Barta Roeterdink gaat op 30 juni 1868 op Grooterkamp wonen met de twee oudste kinderen van Jan Willem zijnde Albert Willem en Karolina Gerritdina die daar kunnen leren op een boerenbedrijf te runnen. Op een gegeven moment wordt toch besloten om een pachter de boerderij te laten bestieren en dat wordt Derk Jan Horstman uit Diepenveen die op 24 februari 1870 met zijn echtgenote Gerritje Scheuter naar Groterkamp komen. Het echtpaar komt van oorsprong uit de gemeente Gorssel, hij van Almen en zij van Eefde. Hun twee kinderen zijn geboren in Diepenveen. Het gezin woont acht jaar lang op de boerderij en vertrekt op februari 1878 weer naar Diepenveen.

De volgende pachters zijn Gijsbert Jan Willemsen en zijn tweede echtgenote Derkjen Gerrits, zij zijn afkomstig van 't Haijtinkhof in Gorssel. Een pachttermijn van acht jaar kan Gijsbert Jan helaas niet volbrengen, want hij overlijdt op 19 september 1884. Derkjen laat zich door grote tegenslag echter niet uit het veld slaan en blijft met haar dochter en stiefdochter tot februari 1888 op de boerderij wonen en voltooit daarmee tien jaar boeren op Grooterkamp. Heel bijzonder als je weet dat zij op 26 februari 1887 is getrouwd met Jan Willem Klein Winkel die op een boerderij in Zutphen zat, maar beiden bleven na hun huwelijk op hun eigen boerderij wonen totdat Derkjen dus in 1888 naar Zutphen verhuisde en bij haar tweede echtgenoot ging wonen.

 
De volgende pachter is Klaas Klijn Velderman die 12 jaar lang op Groterkamp zou wonen en dat met twee verschillende echtgenotes. Klaas zijn eerste echtgenote is Hendrika Jacoba Brinkman met wie hij op 5 mei 1887 in Diepenveen trouwde en zij gaan dan ook al op Grooterkamp wonen, terwijl Derkjen Gerrits er dus ook nog woonde. Uit het eerste huwelijk van Klaas worden zeven kinderen geboren waarvan op 20 januari 1896 die levenloos ter wereld komen en Hendrika Jacoba ook haar leven kosten, zij overlijdt een dag later. Klaas blijft achter met vier kinderen en hertrouwt op 12 december 1896 met Willemina Maria Smeenk en er worden nog eens twee kinderen geboren. Willemina Maria is op 6 juni 1896 al op Grooterkamp komen wonen waar zij eerst als dienstmeid werd aangenomen en later dus als wettige echtgenote. Op 8 maart 1899 verhuist Klaas met Willemina Maria en zes kinderen naar Deventer.
 
Het duurt twee maanden voordat de nieuwe pachters zich op Grooterkamp gaan vestigen. Dat zijn Engbert Jan Reilink en Gerritjen van Til die met drie kinderen afkomstig zijn van de Nieuwe Horst in Harfsen. De jongste twee kinderen zijn van het echtpaar samen en de oudste, dochter Dina, is een dochter van Engbert Jan zijn eerste echtgenote Willemina Fredrika Wolters. In 1901 krijgt de familie Reilink van doen met een andere verpachter als op 26 juni van dat jaar bouwplaats "Het Kamper" wordt verkocht door Albert Willem Roeterdink van 't Smeenk en de andere erven Roeterdink. Albert Willem is het kleinkind die in de periode 1868-1870 met zijn oma Bartha Roeterdink en zus Karolina Gerritdina op 't Groterkamp te Gorssel woonde. Nieuwe eigenaar van de boerderij is Bartholomeus Cuperus, lid van de Provinciale Staten van Gelderland, wonende te Zutphen. Hij koopt later ook het huis de Spitse en de daglonerswoning Klein Kamper welke hij laat afbreken en er een buitenverblijf ook genaamd Klein Kamper laat bouwen.

Reeds genoemde oudste dochter Dina trouwt op 6 mei 1905 met Jan Bertus Leunk van de Morrenhof die dan op Grooterkamp komt wonen. Jan Bertus zal de boerderij over gaan nemen en op 4 november 1905 verkoopt Engbert Jan Reilink aan zijn schoonzoon voor 2500 gulden de aan hem toebehorende roerende lichamelijke goederen zich bevindende op het erve het Kamper en voornamelijk bestaande in: zeven melkkoeien, vier kalveren, een paard, zes varkens, zestig kippen, landbouwwerktuigen, deelgereedschap, melkgereedschap, wagens, karren, hooi en stroo, ongedorschte rogge en haver, suikerwortelen, aardappelen en te veld staande vruchten, meubelen en huisraad. Engbert Jan is dan 63 jaar oud en gaat het rustiger aan doen.
Bartholomeus Cuperus
 

Uit het huwelijk van Jan Bertus en Dina worden negen kinderen geboren in de periode 1905-1918 waarvan wel drie levenloos. In die periode krijgt de boerderij weer een nieuwe eigenaar omdat Bartholomeus Cuperus in 1913 overlijdt en op 30 maart 1914 bij de verdeling van zijn omvangrijke boedel de boerderij wordt toebedeeld aan zijn dochter Bregitta Cuperus. Zij verkoopt deze op 22 februari 1915 aan pachter Jan Bertus Leunk, waarschijnlijk zal op deze datum ook de pachttermijn zijn verlopen. De bouwplaats het Kamper bestaat dan uit een huis met schuur, erf, bouwlanden, weilanden, akkerhout, heide en water. Jan Bertus koopt het geheel voor 14.500 gulden. Alleen de koepel die op het bouwland Grooterkamp met perceelnummer 474 staat, wordt niet verkocht. Dit is de koepel die tegenover Klein Kamper staat en bij het verhaal over Klein Kamper te zien is. Zij bedingt het recht van vrij uitzicht over dit bouwland en perceel 1088 en dat hierop nooit houtgewas, gebouwen of andere opstallen geplaatst mogen worden die het uitzicht zouden belemmeren. Tevens het recht van overpad over de weg naar den publieken zandweg indien de thans bestaande toegang tot de koepel op enige wijze wordt bemoeilijkt. Jan Bertus betaald 4.500 gulden in 1915 en voor de resterende 10.000 gulden gaat hij een hypotheek aan bij Bregitta

Op de foto hiernaast zien wij het echtpaar Leunk en vijf kinderen, dochter Gerritje overleed namelijk in 1925 op 11-jarige leeftijd. De kinderen op de foto zijn v.l.n.r. Wilhelmina, Engbert Jan, Jantje, Berendina en Harmken. Berendina was gehuwd met Albert Wilbrink, de laatste landbouwer op erve Reuvekamp.

Jan Bertus zijn schoonzuster Hendrika Voortman heeft ook nog een tijdje op de Grooterkamp gewoond, zij was ook afkomstig van de Morrenhof en woonde daar met haar echtgenoten Gerrit Jan Leunk en Jacob Jacobs. Als zij in 1924 hertrouwt met Gerrit Jan Kuit is zij van Grooterkamp vertrokken en elders in Gorssel gaan wonen.

 
Het is dochter Harmken die het bedrijf voortzet en dat doet zij samen met Gerrit Kloosterboer uit Epse met wie zij op 13 november 1942 trouwde. Het echtpaar krijgt twee dochters en blijft tot 1968 op de boerderij wonen en verhuizen dan naar een nieuw huis aan de Veldhofstraat. Bij de verhuizing gaat het kabinet niet mee en deze krijgt een nieuwe bestemming in de wachtruimte van dokter Dekker.

Nieuwe bewoners zijn
Hendrik Jan Dommerholt en Theresia Hendrika Johanna Nijland die uit Epse komen en daar hun boerenbedrijf hebben moeten opgeven voor de aanleg van de huidige A1. Het echtpaar heeft drie dochters. Hendrik Jan blijft tot 1995 actief als landbouwer en verkoopt daarna de boerderij waarmee een einde komt aan vele generaties landbouwers op Grooterkamp. Het echtpaar gaat wonen in de Koepel welke naast de boerderij aan de Kamperweg staat en waar eerder de theekoepel van de familie Cuperus stond.

De boerderij is afgebroken en zoveel mogelijk in dezelfde stijl weer opgebouwd met de originele stenen en gebinten.
 
1591-1603 Jan Reijnts en Derrisken Jansen Smeijnck Eerste hoofdbewoners van de boerderij van dit overzicht
1645-1651 Jan Albertz en Aeltien Stevens Geen familie van vorige hoofdbewoners
1651-1687 Gerrit Peters Asseler op Grooterkamp en Fenneken Jans Groot Bannink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1654-1666 Jacob Gerrits Groterkamp en Berentjen Wolters Jacob is de zoon van Gerrit en Fenneken
1666-1704< Willem, Marrie, Elsken en Gerrit Groterkamp Zij zijn de broers en zussen van Jacob
1694-1704 Gerrit Arentsen op Groterkamp en Berentjen Wendels op de Horst Gerrit is de kleinzoon van Gerrit en neefje van Willem, Marrie, Elsken en Gerrit
1704-1716 Jan Hendriks Groterkamp en Catharina Roveen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1716-1750 Hendrik Gierman-Camperman en Gerritjen Gerrits Alferdink Gerritjen is de dochter van Gerrit en Berentjen
1746-1754 Gerrit Hendriks Camperman en Janna Jansen Boevink Gerrit is de zoon van Hendrik en Gerritjen
1754-1762 Gerrit Hendriks Camperman en Janna Jansen Wegstapel Janna is de tweede echtgenote van Gerrit
1770-1780 Jacobus Brink en Johanna Willemsen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1780-1783 Jacobus Brink en Maria Gerrits Maria is de tweede echtgenote van Jacobus
1784-1838 Berend ten Velde en Maria Gerrits Berend is de tweede echtgenoot van Maria
1817-1829 Jacobus ten Velde en Johanna Wanderina Lankhorst Jacobus is de zoon van Berend en Maria
1831-1839 Everardus Wilhelmus Martens en Johanna Wanderina Lankhorst Everardus is de tweede echtgenoot van Johanna
1840-1842 Albert Nikkels en Jenneken van Hummel Geen familie van vorige hoofdbewoners
1843-1848 Evert Jan Eijerkamp en Jenneken van Hummel Evert Jan is de tweede echtgenoot van Jenneken
1849-1859 Jan Derk Wolterink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1859-1868 Evert Brouwer en Johanna Hendrika van der Meij Geen familie van vorige hoofdbewoner
1868-1870 Bartha Roeterdink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1870-1878 Derk Jan Horstman en Gerritjen Scheuter Geen familie van vorige hoofdbewoners
1878-1887 Gijsbert Jan Willemsen en Derkjen Gerrits Geen familie van vorige hoofdbewoners
1887-1896 Klaas Klijn Velderman en Hendrika Jacoba Brinkman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1896-1899 Klaas Klijn Velderman en Willemina Maria Smeenk Willemina Maria is de tweede echtgenote van Klaas
1899-1918 Engbert Jan Reilink en Gerritjen van Til Geen familie van vorige hoofdbewoners
1905-1966 Jan Bertus Leunk en Dina Reilink Dina is de dochter van Engbert Jan
1942-1968 Gerrit Kloosterboer en Harmken Leunk Harmken is de dochter van Jan Bertus en Dina
1968-1995 Hendrik Jan Dommerholt en Theresia Hendrika Johanna Nijland Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Spijker  
1750-1798 Marcel Hendrik van Buijnink en Arnolda Columba Sturman Eerste hoofdbewoners van het spijker van dit overzicht
1796-1798 Abraham Pierre de Braconier de Mortaigne en Arnolda Sophia Marcelina van Stuerman Arnolda Sophia Marcelina is een achternicht van Arnolda Columba
1815 Bernard Joost Lulofs Geen familie van vorige hoofdbewoners
1821 Harmanus Weenink Geen familie van vorige hoofdbewoner 
1823+1825 Peter Johannes Theodorus van Hamel Geen familie van vorige hoofdbewoner
     
  Huidig adres: Kamperweg 7 69>102>171>198>210>284>422>537
 
 
Kleinkamp
 

Hier bespreken wij de bewoning van de daglonerswoning Kleinkamp welke niet te verwarren is met Kleijnderkamp wat in een vroegere periode een andere naam voor Reuvekamp is geweest. Het lijkt erop dat de daglonerswoning pas na 1832 is gebouwd (staat niet op de kadastrale kaart van 1832, perceel 576 was toen allemaal heide in eigendom van Fredrik Christiaan Colenbrander junior) en dat de naam Kleinkamp is gebruikt omdat deze vlakbij de Groterkamp stond van dezelfde eigenaar en de naam Kleijnderkamp in de vergetelheid was geraakt. De daglonerswoning Kleinkamp zal waarschijnlijk in 1838 zijn gesticht en stond vlakbij Groterkamp en was ook in eigendom van Elizabeth Fischer van 't Eschede. Eerste bewoners Harmen Botterman en Geesken Boterman (weduwe van Hendrik Bomer) trouwden op 29 december 1837 en woonden waarschijnlijk eerst in de Eesterhoek op de Oude Vos of Dijkerhof (in ieder geval dichtbij Huize Eschede) waar hun dochter Janna waarschijnlijk in juli 1838 nog is geboren. Hun tweede dochter Hendrika Maria is in 1841 wel op Kleinkamp geboren, deze had toen huisnummer 68a. Op 26 december 1847 overlijdt Geesken Boterman en kort daarna overlijdt dochter Hendrika Maria op oudejaarsdag. Harmen hertrouwt op 21 april 1848 met Johanna Brokken en uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren waarvan de laatste op 17 december 1853 en Jan Derk Wolterink van 't Groterkamp is dan getuige bij de aangifte.

 

Vlak na het tweede huwelijk van Harmen wordt het daghuurdersplaatsje Kleinkamp geveild door de heer J. Sappius Graevenstein en vrouwe E. Fischer van huize Eschede. Op 24 mei 1848 wordt deze als perceel 2 van de veiling van Groterkamp te koop aangeboden en omschreven als een huis en pomp, met daarbij gelegen bouw en weideland, veldgrond en houtgewas, te zamen groot drie bunders negen roeden en vijf ellen. Kadastraal voorkomend in Sectie E nummers 1125 (huis en erf, groot vijf en zeventig ellen) en 1126 welke is onderverdeeld in veldgrond met dennen bezaaid (ca. 0,5 bunder), weide (ca. 1,1 bunder), bouwland (ca. 1,5 bunder) en een stukje singelberken. Harmen Boterman wordt genoemd als pachter en blijkt deze te hebben aangenomen tegen zes en dertig gulden in het jaar en in werkelijk gebruik en genot aanvaardbaar den twee en twintigsten februari achttien honderd negen en veertig. Het zelve geniet vrijdom van belasting, te weten het huis tot achttien honderd zestig en de grondstukken tot achttien honderd een en zestig. Maar Kleinkamp wordt niet verkocht, want deze is afgeteld tot op den inzetprijs van zeshonderd gulden en alzoo provisioneel bij den inzetter verbleven.

In 1857 wordt Kleinkamp opnieuw geveild en bestaat dan uit een huis, erf en pomp met perceelnummer 1125. Daarbij hoorde een stuk veldgrond, bouwland, een singel berken met beuken heisters en een weide met kolk met een gezamelijk oppervlak van ruim drie bunders. Perceelnummers daarvan zijn 1351, 1352, 1353 en 1355. Dit zijn nieuwe perceelnummers welke zullen zijn ontstaan uit perceel 1126 welke nog in de akte van 1848 wordt genoemd. Perceel 1352 is de weide met kolk. In de akte staat geschreven dat Harmen Boterman het geheel pacht voor 40 gulden per jaar (dat was in 1848 nog 36 gulden) en dat het pachtcontract eindigt op 22 februari 1859, op dezelfde dag als het pachtcontract van Jan Derk Wolterink.

Bijzonder gegeven is ook dat Elisabeth Fischer het heeft verkregen uit de nalatenschap van haar zoon Frederik Christiaan Colenbrander die op 20 februari 1839 al is overleden en toen moet het huisje dus al zal hebben bestaan. Wij stellen daarom dat het huisje dan al in 1838 zal zijn gebouwd en toen al door Harmen Botterman zal zijn bewoond. Koper van Kleinkamp is Hendrik Jan Wunderink die er 1170 gulden voor betaalt.

 
Harmen Botterman is nog tot na het eindigen van zijn pachtcontract op Kleinkamp blijven wonen want hij is er op 9 juni 1859 overleden. Na zijn overlijden verhuist Johanna Brokken naar de Bloedkamp waar zij bij de familie Lijzen gaat wonen. Hendrik Jan Wunderink gaat dan waarschijnlijk op Kleinkamp wonen en is dagloner van beroep. Hij trouwt op 1 februari 1861 met Wilhelmina Happé en een dag later werd hun eerste kind geboren! Uit het huwelijk worden daarna nog zes kinderen geboren, maar dan wel in de periode van 1863 tot 1878. Hendrik Jan overlijdt op 17 april 1887 op 50-jarige leeftijd en Wilhelmina blijft alleen achter met zoon Willem en jongste dochter Wilhelmina. In 1889 komt ongehuwde zoon Evert ook weer op Kleinkamp wonen maar hij overlijdt er op 18 maart 1891. Daarna wordt de boedel beschreven en worden de perceelnummers 1125, 1351, 1352, 1353 en 1355 van samen ruim drie hectare getaxeerd op 1228 gulden.
 
Wilhelmina Happé verhuist op 15 april 1909 met ongehuwde dochter Wilhelmina en diens in 1903 onecht geboren kleindochter Wilhelmina naar Eefde en het huis is daarna onbewoond. Ze hebben het daglonersplaatsje "Klein Kamper" op 17 februari 1909 laten veilen, deze bestaat dan uit een huis en erf met bouwland, weiland en dennenbosch. Het huisperceel met een gedeelte van het bouwland en weiland heeft kadastraal nummer E 1125 en is het eerste perceel van de veiling die in drie percelen wordt geveild.

Dit eerste perceel wordt verkocht aan Barholomeus Cuperus, eigenaar van Grooterkamp. Op 11 november 1910 koopt hij ook nog een perceel bouwland met perceelnummer E 3411 van Gerrit Slooff en zo had Bartholomeus een mooie lap grond tegenover boerderij Grooterkamp om een eigen huis op te bouwen, het daglonershuisje zal daarvoor inmiddels al hebben moeten wijken.
In het bevolkingsregister van de periode 1910-1921 staat het huis nog wel genoemd met huisnummer G208 en de vermelding onbewoond, dus zal het huis niet eerder dan in 1910 zijn afgebroken.

Het nieuwe huis zal zijn gebouwd in 1911 en dat wordt een landhuis c.q. buitenverblijf die weer de naam "Het Kleine Kamper" krijgt. Omdat het een buitenverblijf betreft zonder permanente bewoning, zal het nieuwe huis welke het huisnummer G208 krijgt nog steeds te boek staan als onbewoond. De familie Cuperus woont namelijk in Zutphen. Barthlomeus Cuperus overlijdt daar op 9 december 1913 waarna zijn tweede echtgenote Maria Elisabeth van Rhijn eigenaar wordt. Wij zien het echtpaar op de foto hiernaast.
 

Bregitta Cuperus, dochter van Bartholomeus uit diens eerste huwelijk met Dina Anthoinetta Tak, wordt in 1914 eigenaresse van het erve Grooterkamp en daarmee ook van een terrein met een koepel welke aan de overkant van de zandweg staat. Daarvan is bijgaande foto gemaakt en hierop herkennen wij Maria Elisabeth van Rhijn. De vrouw rechts van haar zal niet Bregitta Cuperus want die was 19 jaar jonger dan haar stiefmoeder en de vrouw rechts op de foto is eerder ouder als jonger dan Maria. Bregitta is wel op de foto hieronder te zien.

Op het kaartje hiernaast staan de Kleine Kamper en de Koepel aangegeven en ook boerderij Grooterkamp en de arbeiderswoning de Spitse.
 
Op 26 maart 1918 laten Maria Elisabeth van Rhijn en haar stiefdochter Brigitta Cuperus hun onroerend goed in Gorssel veilen. Het buitenverblijf "Het Kleine Kamper" te Gorssel betreft dan een huis met tuin, boomgaard, aanleg, boschgrond, bouwland (E 3411), weiland en heide (E 2126). Benevens een aangrenzend huis met erf en grond, dat is "de Spitse" welke is verhuurd aan de familie Slooff. Het landhuis Het Kleine Kamper heeft kadastraal perceelnummer E 3400 (huis en tuin) en het andere huis heeft perceelnummer E 3410 (huis en erf). Tevens wordt het terrein met de daarop staande koepel geveild, dit betreft kadastraal perceel E 3582. Er wordt geveild in vijf percelen zijnde 1. Bouwland en weiland E 3400, 2. Het landhuis "Het Kleine Kamper" met erf, tuin, boomgaard, aanleg, boschgrond, bouwland en weiland E 3400 + 3411, 3. Weiland en boschgrond E 3411, 4. Terrein met koepel E 3582, en 5. Huis en erf, E 3410 + hoek grond aan de overzijde van de weg = heide E 2126. De vijf percelen worden in massa voor 11.600 gulden verkocht aan Michiel Maximiliaan van Valkenburg te 's-Gravenhage.
 
Hij verkoopt deze op zijn beurt op 26 augustus 1920 aan Herman Willem Gansenkolk die het op 25 oktober 1920 met een mooie winst doorverkoopt aan huizen maatschappij Penates. Directeur daarvan is Jan Dijkstra en hij gaat er in 1921 wonen met zijn echtgenote Johanna Theodora de Raadt en er is dan weer sprake van normale permanente bewoning, zij wonen er twee jaar. Op 20 april 1923 wordt het Kleine Kamper verkocht aan Barthomeus Schuring. Hij en zijn echtgenote Anna Maria de Jong gaan daar dan ook wonen en doen dat tot 1930, waarbij opgemerkt dat Anna Maria er op 27 maart 1928 is overleden.

Op 9 mei 1930 komen Willem Gerrit Evert Valk en Okje Hoegsma op "Klein Kamper" wonen en in 1936 wonen zoon Gerard Bertus en schoondochter Louise Bekker voor een half jaar ook op dit adres. Beide echtparen komen vanuit het buitenland: het oudere echtpaar van Frankrijk en het jongere echtpaar van Nederlands Oost-Indië waar zij ook weer naar terugkeren. Op de foto hiernaast zien wij Okje Hoegsma met haar andere zoon Wim Valk, deze foto is waarschijnlijk al voor 1910 gemaakt.

Willem Gerrit Evert Valk was eerder broodbakker van beroep en uiteindelijk eigenaar van Valk's Brood en Beschuitbakkerij Alkmaar. Hij is op 10 december 1950 in Haarlem overleden maar woonde toen nog wel in Gorssel. Dat jaar keert zoon Gerard Bertus ook weer terug naar Gorssel en hij zal na het overlijden van zijn vader nog een tijdje bij zijn moeder op Klein Kamper zijn blijven wonen. In 1951 wordt ook een mej. M.C. Spapens op dit adres geregistreerd. Het is niet bekend wanneer de familie Valk is vertrokken uit Gorssel, wel dat Okje Hoegsma in 1967 te Ellecom is overleden.
 
Nog even terug naar de theekoepel op het heuveltje. De grond is oorspronkelijk een stuk bouwgrond van de familie Hassink van 't Reuvekamp en een gedeelte daarvan wordt op 30 oktober 1920 door Albert Haijtink van Klein Reuvekamp verkocht aan Johannes Christiaan Idenburg uit Ginneken, dit betreft perceel 3286. Bij de veiling van het Kleine Kamper op 24 augustus 1920 had hij ook al het terrein met de koepel gekocht van Michiel Maximiliaan van Valkenburg. Het terrein met de koepel had een recht van uitzicht over het daarvoor gelegen bouwland met kadastrale nummers 474 en 1088. Veel heeft hij niet van het uitzicht kunnen genieten want Johannes Christiaan Idenburg overlijdt vier maanden later op 24 augustus 1920. Zijn weduwe Catharina Elisabeth veilt de koepel op 5 april 1921 en koper is dan Cornelis Olden van de Spitse. Dochter van het echtpaar Idenburg is Magdalena Jacoba Idenburg en zij is getrouwd met Gerrit Jan Warmelink wiens ouders op de Zonnekamp hebben gewoond. Dit is één van de huizen welke vanuit de koepel toen nog te zien was.

Het theehuisje wordt in het huizenregister van 1921 nog koepel Idenburg (Ginneken) genoemd. Later wordt er op deze plek een huisje gebouwd door Sala en weer later bewoond door de familie Dommerholt van Grooterkamp en dit huisje stond bekend als de koepel. In 1951 woonde op deze plek mej. T. Visser en het adres was Kamperweg 5. De huisnummers waren daarvoor G209>283>421.
Op het Kleine Kamper woont anno 1969 H.A. Meuleman en in 1980 woont er tandarts T. Koopmans. De foto hiernaast is gemaakt in 1982, een oudere foto van het huis hebben wij helaas nog niet.
 
1838-1847 Harmen Botterman en Geesken Boterman Eerste hoofdbewoners
1848-1859 Harmen Botterman en Johanna Brokken Johanna is de tweede echtgenote van Harmen
1859-1909 Hendrik Jan Wunderink en Wilhelmina Happé Geen familie van vorige hoofdbewoners
1909-1921 Onbewoond c.q. geen permanente bewoning  
1921-1923 Jan Dijkstra en Johanna Theodora de Raadt Eerste permanente bewoners
1923-1930 Bartholomeus Schuring en Anna Maria de Jong Geen familie van vorige hoofdbewoners
1930-1967< Willem Gerrit Evert Valk en Okje Hoegsma Geen familie van vorige hoofdbewoners
1969 H.A. Meuleman Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Kamperweg 2 68a>101>170>197>208>281>420>534
 
 
De Spitse
 
Op 21 maart 1905 koopt Gerrit Slooff van Marten Nikkels een perceel grond met o.a. perceelnummer 2605 en waarschijnlijk ook de perceelnummers 2606 en 2126. Laatstgenoemde perceel lag in de punt van de hoek van de huidige Kamperweg en Lindeboomweg en was gescheiden van perceel 2606 door een paadje welke er nog lang heeft gelegen en het melkpad werd genoemd. Over het paadje werden de koeien van Groterkamp naar de overkant van de huidige Lindeboomweg gedreven. Het paadje kwam toen nog uit op perceel 573 waarop twee hooibergen van Marten Nikkels stonden. Dit perceel verkoopt Marten op 14 februari 1906 aan stiefzoon Cornelis Olden, hem komen wij straks ook nog tegen. Perceel 573 behoorde eerder tot Groterkamp en was toen al een berg en erf. Ook perceel 575, het oorspronkelijke perceelnummer waarop het huis is gebouwd, behoorde tot Groterkamp en was toen nog een dennenbos.
 
Het huis wordt vanaf 15 juni 1905 bewoond door twee echtparen. Dat zijn Cornelis Slooff en Sientje Olden (zus van Cornelis Olden en stiefdochter van Marten Nikkels) en de ouders van Cornelis: reeds genoemde Gerrit Slooff en Barbara Francisca Bertram. Het oudere echtpaar wordt genoemd als hoofdbewoners en zijn dan ook eigenaars. Cornelis en Sientjen waren op 28 januari 1905 getrouwd en woonden bij de ouders van Cornelis in Eefde aan de huidige Koffiestraat. Het samenwonen was echter van korte duur, want op 14 juli 1905 verhuist het echtpaar al naar de huidige Zutphenseweg 34 en blijft het oudere echtpaar samen in het nieuwe huis wonen.

Op 11 november 1910 verkoopt Gerrit Slooff voor 500 gulden aan Bartholomeus Cuperus uit Zutphen, eigenaar van Grooterkamp, een perceel grond met perceelnummer E 3411 welke zal zijn afgesplitst uit de gekochte gronden van 1905. Op 2 januari 1913 verkoopt Gerrit voor 1800 gulden ook het huis met grond aan Bartholomeus Cuperus. Het wordt niet in de akte beschreven, maar bij de veiling in 1918 van het landhuis het Kleine Kamper en het huis van de familie Slooff blijkt dat Gerrit en Barbara het huis levenslang mogen blijven huren voor 54 gulden per jaar en ze mogen er tot hulp in de huishouding een huishoudster in laten wonen. De huizen zijn dan eigendom van Maria Elisabeth van Rhijn, weduwe van de in 1913 overleden Bartholomeus Cuperus. Alles wordt in massa verkocht aan Michiel Maximiliaan van Valkenburg te 's-Gravenhage die dan dus ook de nieuwe eigenaar van de Spitse wordt.

Het huis heeft kadastraal nummer E 3410 en de hoek grond aan de overzijde van de weg is E 2126. Op het kaartje bij het verhaal van Kleine Kamper is dit hoekje grond goed te zien en zien wij dat de Spitse niet op dit hoekje grond is gebouwd maar aan de andere kant van de weg, zoals het hier ook staat omschreven. Op een latere kaart van 1933 en ook op de luchtfoto hiernaast is is te zien dat het huis wel op de hoek grond staat welke een stuk groter is geworden doordat het weggetje is verlegd. Op de foto is rechts de Kamperweg te zien en links de Lindeboomweg welke toen nog niet geasfalteerd was.
 
Gerrit Slooff overlijdt op 11 oktober 1919 en Barbara verhuist januari 1920 naar de "Haarkamp" waar dan Sientje Olden woont die inmiddels ook al weduwe is geworden, want Cornelis Slooff is al op 15 september 1908 op maar 39-jarige leeftijd overleden. Sientje is hertrouwd met Berend Jan Biezemaat, met hem kan kennis worden gemaakt in het verhaal hieronder. Barbara Francisca Bertram heeft ruim een jaar in hun huis gewoond, zij is overleden op 7 april 1921.

Nieuwe bewoners van de Spitse zijn Cornelis Olden en zijn moeder Gerritjen Schepers, weduwe van Marten Nikkels. Zij zijn afkomstig van Nikkelsberg welke Cornelis op 2 januari 1920 heeft verkocht. Later dat jaar komt ook Barbara Francisca Grada Slooff in het huis wonen. Zij is de 14-jarige dochter van Cornelis Slooff en Sientje Olden en gaat dus wonen bij haar oma en oom. Op 26 augustus 1920 verkoopt Michiel Maximiliaan van Valkenburg het huis en de koepel aan de overkant van de weg aan Johannes Christiaan Idenburg uit Ginneken. Die overlijdt op 24 december van hetzelfde jaar en zijn weduwe Catharina Elisabeth Ypelaar veilt op 5 april 1921 het huis en de koepel en Cornelis slaat zijn slag en koopt beide voor 4.260 gulden. Zo werd hij eigenaar en hoefde hij niet meer 2,75 gulden aan huur in de week te betalen! Van Cornelis is bekend dat hij heel intelligent was, hij kende alle latijnse namen van de bloemen! Ook had hij de gave om waterputten te vinden met zijn wiggelroede. Zo gauw hij er weer één gevonden had, begon hij helemaal te trillen met zijn wiggelroede en kon er weer een pomp worden geslagen.
 
Op de foto hiernaast zien wij Gerrit Slooff en Barbara Francisca Bertram met hun kleindochter Barbara Francisca Grada Slooff. Gerrit heeft gevochten in de Atjehoorlog en dankt hieraan de onderscheidingen die hij op zijn borst draagt. En een pensioen die hij elk jaar mocht ophalen in Amsterdam, een reis die hij dan samen maakte met zijn kleindochter Barbara.
Het huis was van oorsprong al ingericht op dubbele bewoning en doordat Gerritjen met haar zoon en kleindochter wel in één woongedeelte konden wonen, was er ook plek voor anderen. Zo woonde er in 1920 ook de 62-jarige Gerrit Willem Meerman en hij is er tot zijn overlijden in 1936 blijven wonen. Ook wordt er onderdak verleend aan Jenneken Slagman die na het overlijden van haar echtgenoot Albert Boterman in diverse huizen in Gorssel heeft gewoond. Voor haar zal het echtpaar Derk Jan van Vorden en Johanna Hendrika Berfelo er hebben gewoond die in 1923 trouwden en hier een prima starterswoning hadden gevonden.
 


In 1930 komt Garrit Jan Oortgiesen in het huis wonen. Hij is in 1925 samen met zijn moeder van Vorden naar Harfsen verhuisd en zal daarna ook nog met haar in Eefde en Gorssel hebben gewoond. Als zij in 1930 verhuisd naar Zutphen wordt hij ingeschreven in het dienstbodenregister op het huisnummer van de Spitse. Of hij daar Barbara Slooff heeft leren kennen of haar al kende is even de vraag, maar zeker is dat het stel het onder één dak wel goed met elkaar kan vinden en dat resulteert in een huwelijk op
28 maart 1931. Een huisje voor hunzelf vinden zij een nog beter idee en zij bouwen er één aan de Lindeboomweg 2 waar zij in 1932 gaan wonen samen met de inmiddels geboren zoon Cor. Broer Gerhard woont hier ook, eerder (vanaf 1931) woonde en werkte hij nog op 't Boschloo. Op 7 augustus 1937 trouwt hij met Gerritje Johanna Wilhelmina Biezemaat en gaat dan wonen op de Spitse bij zijn oom Cornelis Olden.

Op de foto hiernaast zien wij de hooibergen van Nikkels die aan de overkant van de weg stonden.
 
Op 10 mei 1941 vraagt Gerhard een bouwvergunning aan voor het bouwen van een schuurtje op zijn kadastraal perceel E 3789 aan de Klein Kamperweg, hij is dus eigenaar van het huis. De zandweg heette kennelijk toen nog Klein Kamperweg terwijl de huidige geasfalteerde Kamperweg al wel Kamperweg werd genoemd.

In 1949 wordt het woonhuis verbouwd tot een dubbele woning. Dat was het al, want op de begane grond waren twee keukens, drie slaapkamers en één woonkamer. Maar na de verbouwing waren er op de begane grond twee woonkamers, twee keukens en twee bijkeukens. De slaapkamers verhuisden naar boven en het werden er vier, bereikbaar via twee aparte trappen en overlopen. Ten minste, dat staat op de tekening maar de plannen zijn waarschijnlijk gewijzigd want vanuit de begane grond bleef men tegen het dakbeschot aan kijken. De enige ingang naar een stukje zolder was er via een luik van buitenaf. Het is wel goed mogelijk dat het bakhuis geschikt is gemaakt voor dubbele bewoning want daar zat een keukentje in.

Mogelijk is toen Zwier Vreeman hier komen wonen, hij wordt in 1951 geregistreerd (Z. Vreeman) op nieuw huisnummer G538a welke dan wijzigt naar Kamperweg 6 waarmee het huis ook voor het eerst twee huisnummers kreeg. Waarschijnlijk betreft dit het echtpaar Zwier Vreeman en Trijntje Venhuizen die later aan de Rietdekkerweg 9 wonen waar Trijntje op 12 november 1960 is overleden. Ook hebben zoon en schoondochter Thomas Vreeman en Klara Wilhelmine Oberste op de Spitse gewoond. Na het overlijden van Zwier Vreeman in 1964 zal dit echtpaar weer aan de Rietdekkerweg 9 zijn komen wonen. want anno 1969 is er geen registratie meer van Kamperweg 6 en wordt alleen G. Oortgiesen op Kamperweg 4 geregistreerd. Tussen vader en zoon Vreeman woonde er ook nog het echtpaar Heinrich Peppelenbos en Jenneken Jansen waarvan bekend is dat zij er in 1956 woonden.

Gerhard Oortgiesen is er tot zijn overlijden op 30 april 1982 blijven wonen. Gerritje Johanna Wilhelmina Biezemaat was al op 1 juni 1977 overleden.
 
Zoon Berend Jan en zijn echtgenote Betsy komen in 1982 in het huis wonen, de foto hiernaast is dat jaar gemaakt vanaf de Lindeboomweg. Zij laten het huis dan verbouwen, de foto links is gemaakt na de verbouwing. Op het huis prijkt dan ook pas de naam de Spitse wat geen authentieke naam is, maar een bedenksel van Jan in 1982 omdat het huis op een spitsvormig perceel grond is gelegen.

Het echtpaar woont er tot 1996 en verkoopt dan het huis welke door de nieuwe eigenaar afgebroken. De foto rechts is gemaakt in 1996 en is dus het laatste wat wij kunnen laten zien van de Spitse, deze foto is gemaakt vanaf de zandweg Kamperweg.
 
1906-1920 Gerrit Slooff en Barbara Francisca Bertram Eerste hoofdbewoners
1920-1935 Gerritjen Schepers Gerritjen is de moeder van Sientje Olden, de schoondochter van Gerrit en Barbara
1920-1949~ Cornelis Olden Cornelis is de zoon van Gerritjen Schepers
1925-1932 Garrit Jan Oortgiesen en Barbara Francisca Grada Slooff Barbara Francisca Grada is de dochter van Cornelis Slooff en Sientje Olden
1937-1982 Gerhard Oortgiesen en Gerritje Johanna Wilhelmina Biezemaat Gerhard is de broer van Garrit Jan
     
  Dubbele bewoning:  
1920-1936 Gerrit Willem Meerman Eerste medebewoner
1923-1924~ Derk Jan van Vorden en Johanna Hendrika Berfelo Geen familie van vorige medebewoner
1924-1925~ Jenneken Boterman-Slagman Geen familie van vorige medebewoners
1930-1932 Garrit Jan Oortgiesen en Barbara Francisca Grada Slooff Barbara Francisca Grada is de dochter van Cornelis Slooff en Sientje Olden
1949-1958~ Zwier Vreeman en Trijntje Venhuizen Geen familie van vorige medebewoners
1958-1964~ Thomas Vreeman en Klara Wilhelmine Oberste Thomas is de zoon van Zwier en Trijntjen
     
  Huidig adres: Kamperweg 4  
 
 
Haarkamp
 

Zoals te doen gebruikelijk krijgt elk huis op deze website een naam om de herkenbaarheid te vergroten. Vaak zijn dit authentieke namen die al eeuwen oud zijn, maar soms zijn er geen namen of zijn deze uit overlevering niet bekend en bedenkt de auteur van deze website zelf een naam welke toepasselijk zou kunnen zijn. Omdat wij nu al richting 't Haar gaan en de naam Haarkamp nog niet is vergeven, krijgt het boerderijtje vooralsnog deze naam.

 

Het huis is gebouwd op een stuk grond wat in 1832 nog een groot stuk heide was met kadastraal nummer E576 welke toen eigendom was van Frederik Christiaan Colenbrander van 't Eschede. In 1889 was dat perceel E1355 en dat was toen grond welke bij 't Kleinkamp behoorde. Op 1 juni 1910 krijgt Berend Jan Biezemaat een hypotheek op (een gedeelte van) dit stuk grond waardoor hij er huis op kan laten bouwen, maar het is waarschijnlijk dat het huis er toen al gestaan heeft. Want Berend Jan trouwde op al op 7 mei 1910 met Sientje Olden en zal met haar in dit huis zijn gaan wonen, er is namelijk geen registratie dat hij eerst nog in Sientje haar ouderlijk huis de Nikkelsberg heeft gewoond. In 1916 koopt hij er nog een perceel weiland (E1232) bij, dat zal hij hebben gekocht van Cornelis Olden en zal aan de overkant van de weg zijn gelegen. Hierdoor kan hij in 1917 nog een hypotheek aanvragen op dit perceel weiland te Gorssel en het huis met erf en bouwland (E3401). Berend Jan was landbouwer, maar werkte ook als los arbeider.

Ondertussen zijn er al vier kinderen in het huis geboren, eerst drie meisjes en daarna nog een jongen. Alleen het meisje welke is geboren in 1912 redt het niet, zij is in 1913 overleden. Op 7 april 1921 is er opnieuw een sterfgeval te betreuren als Barbara Francisca Bertram hier overlijdt, zij was er in 1920 komen wonen en was afkomstig van de Spitse.

In het huis woont ook Jannes Groot Velderman, hij wordt genoemd als landbouwer in de periode dat Berend Jan Biezemaat wordt genoemd als los arbeider, de nieuwe benaming van een dagloner. Maar dan wel rustig aan, want hij was al op leeftijd en is op 16 maart 1929 op 82-jarige leeftijd overleden. Van Berend Jan is bekend dat het een harde werker was dus zal Jannes het vast niet te druk hebben gehad.


 
Op de familiefoto hiernaast zien wij in het midden Berend Jan Biezemaat en Sientje Olden en v.l.n.r. de kinderen Gerritje, Marinus en Riek. Geheel rechts zit Barbara, dochter van Sientje uit haar eerste huwelijk met Cornelis Slooff. Barbara is in 1920 op de Spitse gaan wonen toen haar oma Bertram daarvan kwam, zij ging er wonen bij haar oma Gerritjen Schepers en oom Cornelis Olden.

In 1937 trouwt oudste dochter Gerritje Johanna Wilhelmina met Gerhard Oortgiesen en zij gaan dan op de Spitse wonen. Zo zijn alleen jongste dochter Johanna Hendrika en zoon Marinus nog in huis. De familie verhuist in 1938 naar een nieuw huis met huisnummer G422a, dat is de huidige Lindeboomweg 1. Daar is dochter Johanna Hendrika ook blijven wonen nadat zij in 1942 trouwde met Gerrit Hendrik Hoetink.
 

Stiefdochter Barbara Francisca Grada Slooff trouwde in 1931 met Garrit Jan Oortgiesen (broer van zojuist genoemde Gerhard Oortgiesen) en verhuisde in 1932 naar een nieuw huis welke werd gebouwd tussen de Spitse en de Haarkamp, het huidige adres is Lindeboomweg 2. De foto's hieronder zijn voor en achter dit huis gemaakt. In het gezelschap achter het huis herkennen wij in het midden Cornelis Olden met de pet op. Hij werd ook wel "de man van 12 uur" genoemd omdat hij vaak laat op de avond langskwam voor een praatje. Op de foto rechts hierboven zien wij Barbara staan met dochter Sini en bij de oprit van het huis staat Garrit Jan, wel goed kijken. Op de andere foto zien wij Sientje Olden met haar kleinkinderen Cor, Sini en Gerrie (van Barbara) en Tonnie (stiefdochter van Johanna Hendrika). De familie Oortgiesen woonde er tot 1965. Ten slotte zien wij hieronder twee beschilderingen op een melkbus gemaakt door de heer Seebus uit Gorssel. Deze zijn van het voorhuis en het achterhuis met Garrit Jan Oortgiesen.

 

 

Terug naar de Haarkamp. Nieuwe bewoners zijn Jakobus Johannes Hendrikus Roording en Maria Josephine Boerkamp die op 24 juni 1938 in Steenderen zijn getrouwd en direct daarna in Gorssel zijn komen wonen. Kobus en Marie hadden veel kippen die in een grote ren liepen tussen de huizen van Lindeboomweg 2 en 4. De eieren van de kippen werden verkocht. Het echtpaar had vijf kinderen: twee zoons en drie dochters.

 
1910-1938 Berend Jan Biezemaat en Sientje Olden Eerste hoofdbewoners
1938-1969> Jakobus Johannes Hendrikus Roording en Maria Josephine Boerkamp  
1969 A.J.M. Roording Waarschijnlijk Tone, de zoon van Kobus en Marie
1980 Hendrik Jan Wichers en Theodora Johanna Hekkelman  
    G207a>280>419>532> Lindeboomweg 4 anno 1951
 
 
Vanaf de Lindeboomweg loopt een zandweg naar de Grote Haar die we maar al te graag nemen, we willen immers zo snel mogelijk bij het volgende huis met verhalen zien te komen. Als kind fietste ik ook wel eens over deze zandweg op weg naar de Boskoele. Tegenwoordig kan dit niet meer, want het terrein van de Grote Haar is afgezet met hekken. De zandweg heette de Haarweg en deze naam staat ook vermeld op de ansichtkaart hiernaast. Waarschijnlijk is deze foto op het terrein van de Grote Haar gemaakt, maar het kan ook op een andere plek zijn geweest want de Haarweg liep door aan de andere kant van de Lindeboomweg naar de Amelterweg en komt uiteindelijk uit op de huidige Eikeboomlaan waarna hij zijn weg vervolgt het huize Joppe. Tevens werd het pad gebruikt als kerkpad naar de RK kerk in Joppe. De reden daarvan wordt duidelijk in het verhaal van de Grote Haar dus laten we daar nu maar snel naartoe gaan!
 
 
Groote Haar
 
De Groote Haar wordt ook wel de Haar, Klein Joppe en Klein Eschede genoemd. Van bijgaande tekening wordt verondersteld dat deze van 't Eschede zou zijn maar daar bestaan toch nog wel twijfels over. De tekening is namelijk gemaakt door Wijnand Klinkhamer, broer van Sibout Christiaan Klinkhamer. Wellicht is er verwarring ontstaan door de namen Eschede en Klein Eschede. De Haar was eigendom van de eigenaars van 't Joppe.
 

Op 4 maart 1843 wordt Machtilda Cornelia Susanna Nijenhuis op den Huize de Haar geboren als dochter van Jan Willem Nijenhuis en Hanna Elisabeth Ovink die later op Ravensweerd woonden. Het echtpaar woonde na hun huwelijk in bij de familie Geselschap. Dat zijn Jan Abraham Geselschap en zijn zoon en schoondochter Jan Peter Lodewijk Albert Geselschap en Catharina Wilhelmina Louise Geselschap. Jan Abraham was al 7 augustus 1841 overleden. Zijn zoon was ridder der militaire Willems orde en rijksontvanger van de gemeente Gorssel. In 1840 wordt er een tweeling geboren en in 1842 nog een dochter. In 1846 wordt er een zoon geboren maar woont het echtpaar al niet meer op de Groote Haar, ze zijn verhuisd naar Veelzigt in Eefde. Later wonen zij in Warnsveld alwaar hij als gemeenteontvanger aan het werk ging.

In 1854 komen Sibout Christiaan Klinkhamer en Martina Aletta Smeer en hun dochter Sara op de Groote Haar wonen. Sibout was daarvoor predikant te Wijngaarden, maar stopte met dit beroep en ging rentenieren in Gorssel. Hij werd er ook lid van de gemeenteraad en later ook wethouder.

In 1863 wordt landgoed het Joppe geveild en perceel 51 van deze veiling is het landgoed de Haar of Klein Joppe genaamd bestaande in heerenhuis met twee schuren en verder getimmerten voorts wandelingen met opgaand hout, tuin, bos, bouw- en weidelanden doorsneden met de Flierderbeek. Betreft kadastrale percelen 582, 583, 586, 1747 t/m 1750 en 1826 t/m 1833 en samen groot ruim 14 bunders. De kadastrale percelen 1747 t/m 1749 zijn verpacht aan Sibout Christiaan Klinkhamer met recht van wandelen tot 1 mei 1864. Sibout mijnt voor 9.400 gulden maar het perceel wordt uiteindelijk in massa met vele andere percelen verkocht voor ruim 165.000 gulden aan de gebroeders Van Hövell van Westervlier en Weezeveld.

 

Martina Aletta Smeer is op 27 april 1864 overleden op de Groote Haar. Op hare stellige begeerte wordt het rouwgewaad alleen gedragen door Sibout en zijn kinderen, zo staat te lezen in de rouwadvertentie. Sibout gaat in 1865 bij zijn dochter Sara en schoonzoon Jan Antonij Hendrik Gooszen wonen op de Bloemenkamp in het dorp Gorssel. De Groote Haar is daarna onbewoond en zal in 1867 zijn afgebroken. De stenen worden gebruikt voor de bouw van de Rooms-Katholieke pastorie in Joppe. Uit overlevering is bekend dat er gangen onder de grond zouden lopen en daarbij werd gesteld dat het huis een soort van fort zijn geweest, maar lijkt een niet erg aannemelijk verhaal. Uiteindelijk woont Sibout bij de familie Schut op de Kleine Haar welke hij later wel heeft kunnen kopen.

1 september 1864, akte van verpachting van percelen bouwland op de bouwkamp "de Haar" bij de Kappersbrug te Gorssel door Gustaaf Frederik Willem van Neukirchen genaamd Nijvenheim. In 1865 zal er op het terrein van de Groote Kamp een nieuwe boerderij zijn gebouwd.

 

Boerderij "de Haar" wordt in 1929 verbouwd door toenmalige eigenaar Clemens Ernest Alexander van Hövell van Westervlier en Weezeveld die zelf in Roermond woonde. Waarschijnlijk heeft hij deze in 1917 verkregen uit de nalatenschap van zijn moeder die op het Huize Joppe woonde waar Clemens zelf ook is geboren. Zijn ouders waren ook eigenaar van boerderij 't Gier en verpachten deze aan katholieke mensen, dat was met boerderij 't Haar niet anders.

Architect van de verbouwde boerderij is Bernard Johan Woertman en zijn vader Teunis Woertman was de uitvoerder. Vergunning werd aangevraagd op 3 oktober 1928 en vermoedelijke opleverdatum was april 1929.

Er stond een schuur bij de boerderij met aan de voor- en achterzijde grote deuren. Hier is in de oorlog een V1 doorheen gekomen en is een paar meter na de schuur blijven liggen maar gelukkig niet ontploft. De schade bleef dus beperkt tot kapotte deuren.

 
Op de luchtfoto hiernaast herkennen wij de Deventerweg die dwars door het beeld loopt. Rechts zien wij de Grote Haar met de Haarweg en de Flierderbeek. Links van de weg zien wij o.a. de Kleine Haar, het Beijerinks bos, de kolk achter het bos en de begraafplaats.
 
In 1954 laat Albertus Wilhelmus Hakvoort een kippenhok bouwen. Bijzonder is dat volgens de vergunning hij eigenaar zou zijn van het perceel E 3985 waarop het kippenhok gebouwd is. De familie Hakvoort heeft er tot midden jaren '60 gewoond. In die tijd was Elisabeth Ernestine Marie (roepnaam Bep) van Hövell van Westervlier en Weezeveld eigenaar van de Haar. Zij is de dochter van Clemens Ernest Alexander van Hövell van Westervlier en Weezeveld die eigenaar van de Haar was en zij is getrouwd met Alexander Joan Ernest Egon Canisius van der Heijden van Doornenburg.
 
Het echtpaar woont anno 1969 in Denekamp alwaar Alexander burgermeester is. Met het pensioen in zicht wil het echtpaar op landgoed de Haar gaan wonen welke perceelnummer E 5069 heeft. In 1969 doet Bep een bouwaanvraag voor het bouwen van een nieuw landhuis en krijgt zij de reactie van de gemeente dat een bouwvergunning alleen kan worden verleend als de agrarische bedrijfsruimte gehandhaafd blijft en het bestaande voorhuis van de boerderij wordt afgebroken zodat deze geen woonbestemming meer hooft.

Voor deze verbouwing moet dan eveneens een bouwvergunning worden aangevraagd en dit werk zal gereed moeten zijn alvorens de bouwvergunning voor een nieuw en losstaand woonhuis kan worden verleend. Kennelijk is er ook nog een bouwvergunning aangevraagd voor het bouwen van een tweede landhuis nabij de Lindeboomweg maar daarvan is het niet gekomen.
 
Vervolgens zal in 1970 het voorhuis van de boerderij zijn afgebroken en het nieuwe landhuis zijn gebouwd. Het nieuwe huis is, gezien vanaf de Deventerweg, rechts van de verbouwde boerderij en andere schuren gebouwd die zijn blijven staan. In 1969 werden bijgaande foto's gemaakt van de boerderij en bijbehorende schuren, kippenhok en bakhuis. Erg duidelijk zijn de foto's niet maar we krijgen wel een beeld van de oude boerderij.
 
 
Alexander Joan Ernest Egon Canisius van der Heijden van Doornenburg is overleden op 13 juni 1973 en in de jaren '70 zal het nieuwe huis zijn toen verkocht aan de familie Visser. Bep woont vanaf 1988 op de Bloemenkamp flat in Gorssel en zal in de tussentijd nog ergens anders hebben gewoond. Zij is op 6 december 1999 overleden te Zwolle.
 
 
1839-1846< Jan Peter Lodewijk Albert Geselschap en Catharina Wilhelmina Louise Geselschap Eerste hoofdbewoners
1851 H.A. Witheur?  
1854-1865 Sibout Christiaan Klinkhamer en Martina Aletta Smeer  
     
  Bewoners van de boerderij:  
1865-1894 Martinus de Haan en Johanna Wools Eerste hoofdbewoners
1874-1899 Gerrit Jan Jaspers Foks en Gerritdina de Haan Gerritdina is de dochter van Martinus en Johanna
1899-1955 Hendrikus Johannes Hakvoort en Geertruida Gerardina Bloemen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1951 Albertus Wilhelmus Hakvoort en Annie Aarnink Albertus Wilhelmus is de zoon van Hendrikus Johannes en Geertruida Gerardina
     
  Huidig adres: Afgebroken, stond op plek huidig adres Zutphenseweg 11  
     
 
 
Zonnehoeve
 

17-04-1920: Arendina te Vaanholt koopt van Hendrik Jan Heijnen een betreft een perceel heide, sectie E nr. 3666
01-10-1923: Arendina te Vaanholt verkoopt aan Louis Albers een villa met garage en bouwland te Gorssel, sectie E nr. 3666

Ouders van Louis woonden van 1885 tot 1892 op 't Spijk in Eefde. Louis en Jenneken zijn neef en nicht van elkaar.

In 1931 wonen hier ook Jan Willem Lucas de Booij en Johanna Albers, dochter van Louis en Jenneken.

 
1920-1923 Arendina te Vaanholt Weduwe van Gerrit Jan Clant
1923-1940 Louis Albers en Jenneken Croockewit  
1951 J.H.M. Visser  
1953 Johanna Gerharda Carmiggelt  Afkomstig van de Zonneheuvel, weduwe van Johan Gerrit Jan Remmelink
1969 V.J.A. Poulie Wilkens  
     
  Huidig adres: Zutphenseweg 13 G207b>269>401>508
 
 
Nieuw Bosser
 
De naam Nieuw Bosser is niet van toepassing op het oudste huis van dit verhaal. Dit huis werd namelijk al in 1858 gebouwd en een naam wordt er verder niet aan gegeven. Een huisnummer wel en dat was 65a. Het zal een eenvoudig onderkomen zijn geweest welke wel onderdak gaf aan twee families en in de bewonersgeschiedenis hieronder staan dus overzichten van hoofdbewoners en medebewoners. Op de kaart hieronder van 1890 staan twee huisjes aangegeven en zal er dus een tweede huisje zijn begebouwd op hetzelfde erf, ergens in de periode 1867-1890. Deze huisjes stonden ongeveer t.h.v. de huidige tennisbaan. De uiteindelijke boerderij Nieuw Bosser (die nog steeds bestaat) staat aangegeven op de kaart van 1910 en staat dichterbij de huidige Zutpenseweg. Dit huis is gebouwd in 1901 en het tweede oude huisje zal in 1909 zijn afgebroken.
 
1867
1890
1910
 
De eerste hoofdbewoners zijn Jan Willem Wentink en Egberdina Johanna Beltman. Egberdina is de dochter van Jenneken Poorterman en stiefdochter Jan Nijenhuis die op de Galette wonen. We pakken de bewonersgeschiedenis op bij Jan Groot Wesseldijk en Everdina Slijkhuis die op 1 april 1897 vanuit Warnsveld komen met hun nog ongehuwde dochter Gerritje. Jan overlijdt op 21 augustus 1900 en als dochter Gerritje op 8 december 1900 trouwt met Harmen Nijenhuis verhuist Everdina met het jonge stel naar Eefde. Het huisje (we gaan uit van twee huisjes op het erf) zal daarna zijn afgebroken en de stenen zullen waarschijnlijk zijn gebruikt voor de bouw van een nieuwe woning die dichterbij de huidige Zutphenseweg wordt gebouwd.
 

Dit is het huis welke de naam Nieuw Bosser krijgt. De nieuwe bewoners zijn Hendrik Onstenk en Aaltjen Fredrika Kolkman die afkomstig zijn van 't Dijkerhof maar eerder (als laatste bewoners) op 't Bosser hebben gewoond en daarvan de naam hebben meegenomen. Er was sprake dat de stenen van 't Bosser (of zelfs 't Ontijdink) zijn gebruikt voor Nieuw Bosser maar dat is niet logisch aangezien 't Bosser reeds in 1885 is afgebroken en de stenen waarschijnlijk zijn gebruikt voor de bouw van Veldkamp die ook aan de Markeweg stond en ook Klein Bosser zou zijn genoemd.

Het toeval wil dat de eerste bewoners van Veldkamp daarvoor ook op 't Dijkerhof woonden en eerder nog medebewoners zijn geweest van "Nieuw Bosser". Het zijn Jan Willem Pekkeriet en Everdina Zandscholten die in het bewonersoverzicht hieronder worden genoemd.

In ieder geval zijn er oude stenen gebruikt bij de bouw van Nieuw Bosser en deze zaten in het achterhuis, deze stenen waren duidelijk ouder dan die van het voorhuis. Het huis is eigendom van de familie Makkink van 't Wolferink die ook eigenaar was van 't Dijkerhof. Het is niet duidelijk wanneer de familie Makkink eigenaar is geworden, maar mogelijk was dat met een onderhandse akte van 1892 welke wordt vermeld in een boedelscheiding van 1921. Het is wel aannemelijk dat zij eigenaar waren voor 1901 toen de familie Onstenk er kwam wonen en dat de familie Makkink ervoor gezorgd heeft dat de familie Onstenk een nieuw onderkomen kreeg toen 't Dijkerhof werd afgebroken. Mogelijk was de grond al veel langer eigendom van de familie Makkink en hebben zij er het nieuwe huis op laten bouwen.

 
Hendrik Onstenk en Aaltjen Fredrika Kolkman zijn dus de eerste bewoners van het nieuwe huis. Hun foto's zijn te zien bij het verhaal over 't Dijkerhof waar ze waarschijnlijk moesten verhuizen omdat deze afgebroken werd. Hendrik overlijdt op 15 maart 1909 en van het overlijden wordt aangifte gedaan door naaste buurman Engbert Jan Poorterman.

Zoon Karel, losarbeider van beroep, trouwt op 20 mei 1911 met Jenneken Aleida Reugebrink. Een foto van Karel was al te zien bij het verhaal over 't Bosser en hiernaast zien wij de foto van Jenneken. Daarnaast nog een foto van het echtpaar op wat hogere leeftijd. De kinderen zijn dan al geboren, vijf in getal. Oudste zoon Gerrit Jan wordt al in 1910 voor het huwelijk geboren in Eefde waar Jenneken met haar ouders woonde en komt pas in 1920 op Nieuw Bosser wonen. Op 19 maart 1932 trouwt hij met Janna Leusveld en zij wonen dan eerst kort op Nieuw Bosser en verhuizen in 1935 naar de Wolzak in Eefde. Zus Aaltje Frederika trouwt ook in 1932, op 19 november, met Klaas Goverts en ook zij wonen op Nieuw Bosser. Zij wonen daarna ook nog in een noodwoning aan de Kwekerijweg en in Eefde maar komen uiteindelijk toch weer op Nieuw Bosser wonen waar Aaltje Frederika Kolkman ondertussen op 7 mei 1936 is overleden. Klaas overlijdt twee jaar later als hij de bomen met gif aan het spuiten was en de tank op zijn rug ontploft.
 
Aaltje Frederika hertrouwt later met Gerrit Hendrik Nijveld en en ook Jan Willem Onstenk (broer van Gerrit Jan en Aaltje Frederika) heeft nog met zijn echtgenote Hermina Johanna Beffers op Nieuw Bosser gewoond en woonde later op de Kleine Muil. Gerit Hendrik Nijveld heeft het achterhuis verbouwd en daar hebben Gert en Alie van 1965 tot begin jaren tachtig gewoond. Later heeft hun zoon Gertie nog de schuur verbouwd tot huiskamer en keuken en woonde daar van 1967 tot 1971. Karel Onstenk is overleden op 19 oktober 1963 en Jenneken Aleida heeft nog tot 1973 in het voorhuis gewoond samen met haar broer Hendrik (Henne) en verhuisden daarna samen naar Eefde. Jenneken had ook een kostganger in huis, Egbert Willem Scholten, hij is in 1967 overleden.
 
1858-1866 Jan Willem Wentink en Egberdina Johanna Beltman Egberdina woonde met haar ouders op de Galette
1866-1887 Harmen Meijer en Willemina Bielderman Afkomstig van de Kleine Muil
1887-1894 Albert Voskamp en Gerritje Heuvelink Afkomstig van de Nieuwe Vos
1895-1897 Gerrit Jan van der Gronden en Hermina Gerdina Hogeweij Geen familie van vorige hoofdbewoners
1897-1900 Jan Groot Wesseldijk en Everdina Slijkhuis Everdina is de dochter van Marten Slijkhuis en Hermina Holland
1901-1936 Hendrik Onstenk en Aaltjen Fredrika Kolkman Afkomstig van Dijkerhof
1911-1973 Karel Onstenk en Jenneken Aleida Reugebrink Karel is de zoon van Hendrik en Aaltjen Fredrika
1932-1935 Gerrit Jan Onstenk en Janna Leusveld Gerrit Jan is de zoon van Karel en Jenneken Aleida
1935-1938 Klaas Goverts en Aaltje Frederika Onstenk Aaltje Frederika is de dochter van Karel en Jenneken Aleida
1943-1947 Jan Willem Onstenk en Hermina Johanna Beffers Jan Willem is de zoon van Karel en Jenneken Aleida
1965-1980~ Gerrit Hendrik Nijveld en Aaltje Frederika Onstenk Gerrit Hendrik is de tweede echtgenoot van Aaltje Frederika
 
Hieronder een overzicht van de bewoners van oorspronkelijk huisnummer 65a2 (de 2 staat voor dubbele bewoning). Dit huisnummer wijzigde in 1866 naar 95-2 en bij de huisnummering van 1890 verdwijnt het tweetje en wordt het huisnummer 163. Dit is een extra aanwijzing dat er toen twee verschillende huisjes waren, het andere huisnummer was in die tijd 162. Oorspronkelijke medebewoners zijn Albert Jan Leusink en Jenneken Beekman die van 't Dommerholt afkomstig zijn.

Gerrit Jan Dollen en Willemken Kloppers wonen er in de periode van 1894 tot 1902. Het echtpaar is afkomstig uit Eefde en heeft daar op verschillende adressen aan de huidige Scheuterdijk en Jodendijk gewoond. Het echtpaar heeft twee dochters, twee meisjes die in 1885 in Harfsen zijn geboren waar het echtpaar eerder woonde. December 1902 verhuist het echtpaar met dochter Hendrika Johanna naar de huidige Mettrayweg in Eefde waar Willemken op 4 april 1914 overlijdt. Gerrit Jan gaat daarna bij dochter Johanna Gezina en schoonzoon Berend Jan Heijnen op de Domme Aanleg wonen, niet ver van de Markeweg. Hier is Gerrit Jan op 3 april 1916 overleden. De foto hiernaast is van Gerrit Jan en Willemken wiens broer Karel zwager was van Hendrik Jan Strokappe uit Harfsen.

Engbert Jan Poorterman koopt op 9 september 1909 een huis op de Eesterbrink van Evert Jan Wassink.
 
1858-1865 Albert Jan Leusink en Jenneken Beekman Eerste medebewoners
1865-1874 Willem Boterman en Geertjen Poorterman  
1874-1875 Jan Willem Pekkeriet en Everdina Zandscholten Het echtpaar verhuist naar 't Dijkerhof
1877-1894 Jan Kiezel en Johanna Nieuwenhuis  
1894-1902 Gerrit Jan Dollen en Willemken Kloppers Willemken is een nichtje van Hendrik Onstenk
1902-1909 Engbert Jan Poorterman en Harmina Gerritdina Harmsen  
     
  Huidig adres: Markeweg 4  
 
 
Markzicht
 
Eerste bewoners van dit huis met huisnummer G270a zijn Johannes Hendrik Sneep en Garritjen Kok die eerder op de Brink op de Eesterbrink woonden. Dit boerderijtje was eigendom van de familie Makkink van 't Wolferink en zij hebben waarschijnlijk het huis Markzicht laten bouwen en waren dan dus eigenaar. Dat waren zij ook van Nieuw Bosser en Klein Bosser (Veldkamp) aan de huidige Markeweg. Waarschijnlijk waren zij al eigenaar van de grond die tussen deze twee boerderijtjes lag.
 
Galette
 

Ook wel Ruimzigt (Ruimzicht) genoemd. Eigenaar 1832 is de weduwe van Willem Jan Laroy van de Grote Muil.

Anno 1836 staan er twee personen genoemd in het register van de personele omslag die in een ongenummerd pand wonen. Onder "id" staan aanhalingstekens, het lijkt erop dat deze twee personen samen in één ongenummerd pand wonen. Deze personen zijn Antonij Velhorst & H. Jansen.

In 1840 overlijdt op Ruimzigt Karel Zandscholten en in 1841 Henders Brinkman.

 

Over Hendrik Jan van der Meij en Barta Johanna Klein Baltink staat geschreven op de Van der Meij pagina: Hun acht kinderen worden geboren op boerderij de Galette in Gorssel waar Hendrik Jan, net als zijn vader, werkzaam was als landbouwer. Deze boerderij was door Hendrik Willem van der Meij in november 1873 gekocht van Jan Nijenhuis. Het huwelijk van Hendrik Jan was aanstaande en er was voor Hendrik Jan een boerderij nodig om op te boeren en te wonen natuurlijk. Hendrik Willem had de centen ervoor niet in een ouwe sok en sluit er in 1874 wel een hypotheek voor af.

Op 25 mei 1879 koopt Hendrik Jan voor 2000 gulden de boerderij van zijn vader. Deze wordt dan omschreven als het daghuurdersplaatsje "Ruimzicht of de Galette" met een totale grootte van bijna één hectare. Deze bestond uit een huis met erf, weide, bouwland en heide en was gelegen aan de straatweg bij het dorp Gorssel. Dit is nabij de huidige locatie van de Galette aan de Flierderweg, maar dan nog aan de huidige Zutphenseweg, halverwege de Flierderweg en Markeweg, links van de plek van het huidige huis de Nieuwe Galette. Hiernaast een kaartje anno 1911, de huidige Galette is gemarkeerd met een blauwe stip en bestond toen dus nog niet.

De perceelnummers in de akte van 1879 zijn 2316, 2315, 592 en 1616 tesamen bijna één hectare en daarbij nog het zuidelijke gedeelte van 1617 ter grootte van twee hectare dus de totale grootte was bijna drie hectare. In 1832 had het huis en erf nog perceelnummer 593 en was perceel 592 het bouwland, zie hieronder. Eigenaar in 1832 was Willem Jan Larooij die ook eigenaar van de Grote Muil. Larooij is een Franse achternaam en dit verklaart mogelijk de Franse huisnaam Galette welke een soort cake is. De Galette was en is dicht gelegen bij de Quatre Bras, weer zo'n Franse naam. De naam Galette zal echter waarschijnlijk zijn afgeleid van de tandmeester Antoine Francois Gallette die op 7 januari 1825 te Gorssel trouwde met Wilhelmine Louise von Leschen. Zij is een zus van Karel Willem August von Leschen die een schoonzoon is van Willem Jan Larooij en op de Kleine Muil woonde. Lang zal de familie Gallette niet op de Galette hebben gewoond, zij woonden voornamelijk in Zutphen. Hun eerste kind wordt op 11 maart 1825 geboren op 't Walle waar de ouders van Wilhelmine woonden.

De foto links is een foto van de oude Galette en de afbeelding rechts is een schilderij van dezelfde foto. Op de foto is de straatweg duidelijk zichtbaar en tussen de bomen en de boerderij liep de tramlijn. De man op de foto is Hendrik Jan van der Meij junior. Op 4 juni 1879, tien dagen na de aankoop van de Galette, verkoopt Hendrik Willem via een veiling in de Roskam de "Kleine Galette" welke wel aan de Flierderweg lag. Deze bestaat uit een huis en erf, bouwland, heide en dennen en was samen 1,6 hectare groot. Ook deze erve was door Hendrik Willem in 1873 gekocht, waarschijnlijk tegelijkertijd met de Galette en ook van Jan Nijenhuis. Het stukje heide (perceel 549) lag bij het boerderijtje de Prins welke aan de Flierderweg is gelegen, maar de Kleine Galette is zeer waarschijnlijk het huidige middelste boerderijtje tegenover zwembad de Boskoele aan de Lindeboomweg waarvan het perceel grenst aan de Prins. Het geheel wordt gemijnd voor 750 gulden door zoon Hendrik Jan, maar hij wordt niet de koper, dit is waarschijnlijk de notaris, Hendrik Kleijn. Deze verkoopt namelijk de Kleine Galette op 2 februari 1885 aan Jan Hendrik Braakhekke. Mogelijk is dit Hendrik Willem zijn schoonzoon Jan Hendrik Braakhekke die met Aaltjen Frederika van der Meij was getrouwd.

 

De Galette zelf stond in een leegte, een lager gelegen gebied. Als de IJssel hoog stond, trad de nabij gelegen beek ook uit haar oevers en stond de Galette en de beesten van de boerderij met hun poten in het water. Het was een oude boerderij en uiteindelijk in zeer slechte staat mede door de natte omstandigheden. Je kon er haast door de muren heenkijken, maar de familie bleef er wonen en repareerde de boerderij zo goed als ze konden zodat ze er konden blijven wonen.

Het is dan ook begrijpelijk dat in 1930 de familie van der Meij verhuisde naar een nieuwe boerderij aan de Flierderweg die ook de naam Galette kreeg. De foto hiernaast is van deze Galette boerderij. De uitrit van de oude Galette was aan de Flierderweg en op deze plek is de nieuwe boerderij gebouwd.

Na vertrek familie van der Meij komt de familie Hekkelman er wonen. Ze ruilen van huis met de familie Hekkelman en gaan wonen aan de Joppelaan 24 waar Johan Hekkelman woonde, hij is overleden op 5 december 1978. Weer later woont er de familie Samberg.

Op de plek van de oude Galette is in 1934 een nieuwe burgerwoning gebouwd door rietdekker Jan Hendrik Braakhekke die eerder aan de overkant van de weg woonde iets meer in de richting van Gorssel..

 
     
1831 Antoine Francois Gallette en Wilhelmine Louise von Leschen Eerste hoofdbewoners
1840-1841 Gerrit Jan Duistermaat en Maria Arends Huisnummer 65
.......-1846 Hendrik Beltman en Jenneken Poorterman  
1847-1874 Jan Nijenhuis en Jenneken Poorterman Jan is de tweede echtgenoot van Jenneken
1874-1924 Hendrik Jan van der Meij en Barta Johanna Klein Baltink Geen familie van vorige bewoners
1911-1963~ Hendrik Jan van der Meij en Leida Muil Hendrik Jan is de zoon van Hendrik Jan en Barta Johanna
1934-1978 Hendrik Jan van der Meij en Aaltje Oplaat Hendrik Jan is de zoon van Hendrik Jan en Leida
  Gert Hekkelman en zoon  
     
  Huidig adres: Flierderweg 1 65>94>157>189>198>271>411>521
     
  Dubbele bewoning: 94-2  
1841 Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink Medebewoners op huisnummer 65-2, waarschijnlijk al in 1839 komen wonen, afkomstig van 't Ravennest.
.......-1848 Julie August Timan en Harmken Meijer Vertrekken naar de Prins
1849- Klaas Westerveld en Johanna Margaretha Kluppel  
1853-1870 Wilhelmus Lemmen en Elisabeth Helena Mertens  
1870-1876 Johannes Esselink en Regina Wichgers  
1876-1881 Teunis Jansen en Hendrica te Scheggert  
1882-....... Hendrikus Groenouwe en Harmina Nijkamp Afkomstig van Loobult
1889-1904 Bernardus Evers Woont later op 't Dijkerhof
     
  Extra bewoning: 94-3  
1862-1870 Berendina ten Voorde - Fokkink Huisnummer 65-3>94-3
1870-1870 Gerritdina Hendrika ten Voorde Gerritdina is de dochter van Berendina
     
 
 
Lytsheim
 
  Gebouwd in 1907. Het huisnummer G190 wordt overgenomen van de dubbele bewoning van de Galette welke in 1904 was beëindigd na het vertrek van Bernardus Evers.

Afgebroken in 2019 t.b.v. verbreding van de Zutphenseweg.
 
1907-1911 Lomme Pijlgroms en Jacoba Flink Eerste hoofdbewoners
1912-1913 Bartholomeus Schuring en Anna Maria de Jong  
1915-1919 Johannes Pieter Adrianus Schmidt en Louise Cailotte Anne van Geen Afkomstig van de Smid
1919-...... Johannes Jacobus Theodorus Evers  
     
 
 
 
Flierderkamp
 

Berend Braakhekke koopt op 1 december 1905 grond van broer en zus Gerrit Hendrik Ilbrink en Frederika Ilbrink. Was waarschijnlijk perceel 594 anno 1832, nakijken wie daarvan toen de eigenaar was.

Vanaf 6 maart 1906 woont het echtpaar in een nieuw huis met huisnummer 205a. Ze zijn afkomstig uit Eefde en hebben eerder ook nog op de Prins, 't Loo en de Grote Kap gewoond.

Ze gaan er wonen samen met zoon Berend en schoondochter Johanna Hietbrink die op 2 juni 1906 zijn getrouwd.

Op 17 augustus 1911 koopt Berend Braakhekke een perceel grond te Gorssel, sectie E nrs. 2357, 2358 en 3434, van Hendrik Jan van der Meij. Op 2 februari 1920 verkoopt hij perceel 2363 aan Jan Albert Willem Kolkman die er waarschijnlijk een koepel en tuin van maakt en deze op 1 augustus 1921 verkoopt aan Mechteld Stegeman.

In februari 1940 is Berend Braakhekke overleden en vrij snel daarna zoon Herman en zijn echtgenote Jantjen Muil op de Flierderkamp gaan wonen, in goed overleg met zussen en broer. Want de vier nog ongetrouwden, vonden dat hun ‘oldershuus’ moest blijven.

 
1906-1931 Hendrik Braakhekke en Hendrika Bannink Eerste hoofdbewoners
1906-1940 Berend Braakhekke en Johanna Hietbrink Berend is de zoon van Hendrik en Hendrika 
1934-....... Herman Braakhekke en Jantjen Muil Herman is de zoon van Berend en Johanna 
     
  Huidig adres: Flierderweg 3 205a>220>273>412>522
 
 
Boskoele
 

Op de grens van zwembad de Boskoele en de parkeerplaats stond vroeger een daglonershuisje welke wij daarom de naam Boskoele hebben gegeven, het is geen naam van oudsher. Deze naam is niet bekend en lange tijd was het überhaupt niet bekend dat hier een huisje heeft gestaan. Zo zag Herman Braakhekke van de Flierderkamp bij het ploegen op deze plek stukken steen naar boven komen maar had hij geen idee dat deze afkomstig waren van een huisje wat er vroeger had gestaan. Veel zal het niet hebben voorgesteld en het huisje heeft er ook maar 23 jaar gestaan.

 
Het huisje zal zijn gebouwd in 1854 en de eerste bewoners waren Teunis Hagens en Willemina van der Meij die eerder op de Stiele woonden. Dat huis was echter eigendom van Gerrit Jan van der Meij, broer van Willemina. Hij zal voor zijn huwelijk op het ouderlijk huis de Braamkolk hebben gewoond maar zal na zijn huwelijk op 22 september 1854 met Lammerdina Klein Nulent op de Stiele zijn gaan wonen waarna Teunis en Willemina plaats moesten maken. Het huis kreeg huisnummer 70f en die van de Stiele was 70c. In 1866 kreeg het huis huisnummer 112 en dat van de Prins was huisnummer 113. Dat is vreemd omdat tussen de Boskoele en de Prins nog de Stiele (109), Bannink (110) en de Kleine Galette (111) waren gelegen. Normaal gesproken zit er een geografisch logische volgorde in de huisnummers maar dat lijkt in 1866 in deze omgeving even niet goed te zijn gegaan.

Teunis en Willemina hadden vier kinderen, hun vijfde kind werd op 19 juni 1854 nog levenloos geboren op de Stiele. Op 3 mei 1856 wordt dochter Willemina nog geboren. Teunis was klompenmaker van beroep en is op 24 februari 1862 overleden. Aangifte daarvan wordt gedaan door naaste buren Jan Willem Wentink en Albert Jan Leusink van Nieuw Bosser. Willemina hertrouwt op 24 januari 1863 met Hendrik Jan Broer, weduwnaar van Johanna Spanheim die dan op de Boskoele komt wonen. Op 24 oktober 1865 gaan zij inwonen op Bannink bij zus Willemken van der Meij en zwager Egbert Bannink. Kennelijk was de krappe dubbele bewoning beter dan hun eigen onderkomen wat waarschijnlijk niet meer dan een hut zal zijn geweest.

Op het kaartje hiernaast is de Markeweg met een grijze streep doorgetrokken naar de Lindeboomweg, dat was vroeger het geval.
 
Het huisje staat dan een jaar leeg, wil er dan niemand meer wonen? Jawel, dagloner Jan Kiezel die dan nog inwoont op de daglonerswoning Klein Reuvekamp, ziet dat wel zitten. Samen met zijn echtgenote Johanna Nieuwenhuis en drie kinderen gaat hij op 3 juli 1866 op de Boskoele wonen. Er worden nog twee kinderen geboren waardoor de familie Kiezel uiteindelijk met zeven personen in het huisje wonen. Waarschijnlijk was het huisje uiteindelijk in zo'n slechte staat dat het niet meer verantwoord was om er met zoveel mensen in te wonen. Het bijgedeelte van Nieuw Bosser stond al een tijdje leeg en uiteindelijk hebben Jan en Johanna besloten om daar te gaan wonen, ze zijn er op 16 januari 1877 naartoe verhuisd. Waarschijnlijk zal zoon Christiaan ziek zijn geweest en was het beter als hij daar zou zijn. Helaas mocht het niet baten, Christiaan is op 21 januari 1877 overleden en werd maar 16 jaar oud. Eerder woonde en werkte hij ook nog als dienstknecht op 't Sweersink in de Eesterhoek.

Mogelijk is het huisje na het vertrek van de familie Kiezel in 1877 afgebroken maar het betreffende huisnummer 112 duikt in 1889 ineens weer op in het bevolkingsregister en op dit huisnummer worden dan Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte ingeschreven. Dat zal maar van korte duur zijn geweest want in 1890 staan zij al ingeschreven als medebewoners van de Stiele en de Boskoele is op de kadastrale kaart van 1889 al verdwenen. De kaartjes hieronder zijn van 1867 (links) en 1890 (rechts). Linksonder het kaartje van 1867 is de Boskoele aangegeven en op het kaartje van 1890 is deze verdwenen. Het boerderijtje zal hebben gestaan rechts op de foto met zwembad, op de grens van de zonneweide. Deze foto is in 1987 gemaakt door Ab Hakeboom en het auteursrecht berust bij Wegener, voor gebruik is eenmalig toestemming verleend.
 
 
1854-1862 Teunis Hagens en Willemina van der Meij Eerste hoofdbewoners
1863-1865 Hendrik Jan Broer en Willemina van der Meij Hendrik Jan is de tweede echtgenoot van Willemina
1866-1877 Jan Kiezel en Johanna Nieuwenhuis Geen familie van vorige hoofdbewoners
1889-1889 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidg adres: afgebroken, stond tegenover Flierderweg 18  
 
 
Lindeboom
 
De Lindeboom dankt zijn naam aan een grote lindeboom die voor het huis stond en er nog steeds staat. De boom zal er al hebben gestaan toen het boerderijtje werd gebouwd welke het huisnummer 70d kreeg. Dat zal zijn geweest omstreeks 1853, want de Stiele met huisnummer 70c werd in 1851 gebouwd en de Boskoele met het huisnummer 70f zal in 1854 zijn gebouwd. We gaan ervan uit dat de Lindeboom en de Kleine Galette (welke huisnummer 70e kreeg) in dezelfde periode zijn gebouwd.
 
Eerste bewoners zijn dagloner Egbert Bannink en Willemken van der Meij die van de Braamkolk afkomstig zijn en daar in 1851 nog woonden. Op 5 januari 1853 wordt hun zoon Albert Jan geboren en getuigen bij de aangifte zijn Jan Willem Tuitert van 't Tjoonk en Egbert Enterman van 't Marsveld en dat doet vermoeden dat het echtpaar dan nog in de buurt van Joppe hebben gewoond, maar omdat Egbert Enterman in 1854 op de Prins woonde gaan we ervan uit dat zij hem daarvan al gekend hebben en al op de Lindeboom woonden.

Albert Jan was het derde kind van Egbert en Willemken en in 1857 wordt hun vierde kind Hendrik geboren hij leeft maar twee maanden. Egbert Enterman doet aangifte van het overlijden van en dan wordt voor het eerst het huisnummer 70d genoemd. In het register van personele omslag van 1856 wordt alleen het huisnummer 70c van de Stiele genoemd, alleen diens bewoner Gerrit Jan van der Meij (broer van Willemken) verdiende kennelijk genoeg om belasting te "mogen" betalen, in de andere huisjes was het armoe troef. Bij Gerrit Jan in huis woonde zus Alberdina van der Meij en daar woonde eerder andere zus Willemina van der Meij die in 1854 op de Boskoele is gaan wonen. Je kunt wel zeggen dat deze omgeving een Van der Meij enclave was met een broer en drie zussen die kort bij elkander woonden en straks komen wij jongste zus Lena ook nog tegen. Zij zijn de kinderen van Gerrit Berend van der Meij en Aleijda Smeenk die op de Braamkolk woonden en eigenaar waren van de Stiele welke al eerste huis van de enclave was gesticht.
Op de Lindeboom worden nog eens drie kinderen geboren, de laatste in 1865. Dat jaar komt ook zojuist genoemde Lena van der Meij op de Lindeboom wonen samen met haar echtgenoot Gerrit Muil en hun dochter Johanna Aleida, zo ontstaat er een dubbele bewoning zoals dat ook het geval is op de Kleine Galette en de Stiele. Lena woont er maar kort en verhuist op 12 december 1865 naar een het nieuwe daglonershuisje Spoorpad in Joppe, vlakbij het ouderlijke huis de Vossebelt van Gerrit Muil. Dan komt zus Willemina er wonen met haar echtgenoot Hendrik Jan Broer, zij komen van de Boskoele. Zij verhuizen in 1866 naar Eefde waarmee de dubbele bewoning voor nu even ophoudt te bestaan.

Ondertussen is Egbert Bannink niet alleen bewoner maar ook eigenaar geworden van de daghuurdersplaats. Bij de veiling in 1863 van Huize Joppe en alle behorende boerderijen en gronden blijkt deze ook bij Huize Joppe te behoren. Het betreft perceel 81 van de veiling en de daghuurdersplaats wordt beschreven als erf, bouwland, weiland en dennenbosch welke tot 22 februari 1876 is verpacht aan Egbert Bannink. Betreft de kadastrale percelen 1587 t/m 1590 van ruim een bunder gelegen tussen den Kamperweg en de Flierderbeek. Het huis zelf wordt niet geveild, want alle gebouwen op het erf zijn door Egbert gebouwd en behoren hem toe. Uiteraard slaat Egbert dan zijn slag en voor 130 gulden koopt hij alle gronden.

 
Bijgaande kaart is weliswaar van 1911 maar daarop staat het huisje bij naam aangegeven en zijn ook de gronden goed herkenbaar. Tevens zijn de huidige Lindeboomweg (voorheen Kamperweg genaamd) en de kronkelende Flierderbeek goed te zien.

Op 11 oktober 1875 laat Egbert de daghuurdersplaats zelf veilen maar het bod is te laag en hij bedankt. Egbert en Willemien wonen dan al niet meer op de Lindeboom, zij zijn op 10 februari 1873 al verhuisd naar Eefde. Dat is wel bijzonder want zij hebben toen de Lindeboom niet kunnen verpachten en pas twee jaar later komen er nieuwe pachters en bewoners. Dat zijn Hendrik Jan Boterman en Jenneken Slagman die dan net zijn getrouwd en woonruimte nodig hadden. Maar lang hebben zij er niet gewoond, op 1 december verkassen ze alweer naar 't Ravennest en het geeft wel aan dat de Lindeboom niet zo'n geweldig onderkomen moet zijn geweest. Op 22 januari 1876 komen er wel weer snel nieuwe bewoners, dat zijn Johannes Esselink en Regina Wichgers die inwonen op de Galette en op de Lindeboom iets voor hunzelf hebben. Maar Johannes heeft er niet lang van kunnen genieten, hij is op 12 juni 1876 overleden. Regina hertrouwt op 26 april 1877 met Hermannus Schotman en op de Lindeboom wordt dat jaar nog een dochter geboren. Op 9 maart 1878 verhuizen zij naar Zutphen samen met de vier kinderen uit Regina haar eerste huwelijk. Nieuwe bewoners worden Antonij Schotgerrits en Hendrika Johanna Fluit. Wat opvalt is dat de hoofdbewoners Johannes, Hermannus en Antonij allemaal Rooms-Katholiek zijn en daar blijkt nog de invloed van huize Joppe een rol te hebben gespeeld. Hermannus zal Antonij hebben getipt, ze komen allebei uit Raalte en zullen elkaar wel hebben gekend.
 
Egbert Bannink en Willemken van der Meij zijn in 1876 verhuisd van Eefde naar Zutphen en aldaar is Egbert overleden op 1 november 1877. Op 18 maart 1882 ontvangt Willemken van der Meij een lastgeving en moet zij de Lindeboom opnieuw laten veilen en nu echt verkopen. Het zijn de erven Bannink die de daghuurdersplaats bestaande uit huis en erf, bouwland, weiland en dennenbosch gaan verkopen. Het geheel wordt ingezet op 1500 gulden en pas op 500 gulden gemijnd. Koper is Daniel Jacob Rudolph Brants bij wie Egbert nog een obligatie met hypotheek had lopen en de erven kunnen deze op 1 mei 1882 aflossen.
Op 3 juni 1884 verkoopt Daniel Jacob Rudolph Brants het daglonersplaatsje met 200 gulden winst door aan Egbert Enzerink van 't Have uit Eefde. Overigens is de naam Lindeboom tot nu toe nog in geen enkele akte genoemd maar het toeval wil wel dat Egbert reeds eigenaar is van het daglonersplaatsje de Lindeboom in Eefde welke hij op 18 juli 1884 verkoopt aan Lambertus Hendrikus Willemsen. Mogelijk heeft hij toen bedacht zijn nieuwe bezit in Gorssel ook maar de naam de Lindeboom te geven. November 1884 verhuizen Antonij Schotgerrits en Hendrika Johanna Fluit naar het erve Luttelerveen in Harfsen.
 

De nieuwe bewoners komen van oorsprong uit Harfsen, dat zijn Hendrik Willem de Groot en Christoffelina Viel. Ze zijn er niet geboren maar zijn er na hun huwelijk gaan wonen bij de moeder van Christoffelina die in het boerderijtje woonde welke later de naam "Tempelman" zou krijgen. Moeder van Christoffelina is Zwenneken Klein Nengerman die op 31 december 1882 is overleden en haar naaste buurman Jan Strookappe deed daarvan aangifte. Even een bruggetje naar de familie Strookappe waarvan wij de naam straks nog een keer zullen horen!

Hendrik Willem en Christoffelina hebben vijf kinderen waarvan de oudste is geboren in Harfsen en de anderen in Eefde waar het echtpaar vanaf 1873 op twee adressen heeft gewoond. Op het eerste adres werden zij opgevolgd door kinderen (eerst Gerritjen en later Gerrit Jan) van Egbert Bannink en op het tweede adres volgden zij Willemina van der Meij en Hendrik Jan Broer op die eerder nog op de Lindeboom inwoonden. Het is wel duidelijk dat het echtpaar de Groot bekend was met echtpaar Bannink.

Ondanks dat het gezin uit zeven personen bestaat, blijkt de Lindeboom toch nog groot genoeg voor een dubbele bewoning want in 1885 komt dagloner Berend Scholten ook op de Lindeboom wonen. Hij is dan net weduwnaar van Berendina Dakhorst met wie hij drie kleine kinderen heeft maar zij komen niet mee, kennelijk was daar dan weer niet ruimte genoeg voor. Met Berendina woonde Berend eerder nog op de Steege in de Eesterhoek en later op Gotink in Eefde. Op 15 mei 1888 gaat hij wonen en werken op de Smit in Gorssel en dan komt het echtpaar Reinirus Johannes Branderhout en Berendina Weeverink in het dubbele woongedeelte wonen. Na het overlijden van Berendina Weeverink op 24 mei 1907 hertrouwt Reinirus Johannes Branderhout op 23 november van hetzelfde jaar met Hendrika Maria Hutten (dat jaar weduwe geworden van Antoni Wichers) en gaat bij haar in Harfsen wonen.

 
Jan Hendrik Meijerink en Aleijda ter Maat zijn de volgende medebewoners. Zij zijn zijn afkomstig van Eefde van het inmiddels verdwenen plaatsje de Broer welke tussen de huidige Lindeboomweg en Flierderweg zal hebben gelegen. Beide wegen lopen door naar Eefde en vandaar dat wij daar deze straatnamen ook tegenkomen. Het echtpaar heeft een zoon en dochter die ook Aleijda heet. Zij trouwt op 30 mei 1925 met Derk Jan Brokken en zij wonen dan kort op de Lindeboom. Omstreeks 1926 zijn beide echtparen verhuist naar Eefde waar zij eerst hebben gewoond in de omgeving van de Teenkweg en later samen in hebben gewoond op boerderij Gotink. Met hun vertrek eindigt de dubbele bewoning van de Lindeboom. Op de foto's hiernaast zien wij Derk Jan Brokken en Aleijda Meijerink op latere leeftijd.
 
Terug naar de familie de Groot en weer even terug in de tijd. Hendrikus is dagloner van beroep en later arbeider, er zal maar sprake zijn van kleinschalige landbouw op de Lindeboom. Hendrikus Hermanus Reugebrink en Johanna Hendrika de Groot wonen al de tijd gepacht. Op 8 mei 1909 krijgen ze te maken met een andere eigenaar als Egbert Enserink het huis en erf met bouwland voor 1700 gulden verkoopt aan Hendrik Makkink en Karolina Willemina Wiltink van 't Wolferink. De vier oudste kinderen zijn inmiddels getrouwd en uitgevlogen, alleen jongste dochter Johanna Hendrika de Groot woont nog thuis. Zij trouwt op 16 april 1910 met Hendrikus Hermanus Reugebrink en hij komt dan op de Lindeboom wonen. De opvolging is daarmee geregeld en dat is mooi op tijd want het jaar erop overlijdt Hendrik Willem op 12 december en Christoffelina overlijdt niet veel later op 30 april 1912. Het echtpaar heeft nog de geboorte van twee kleinkinderen kunnen meemaken en uit het huwelijk van Hendrikus en Johanna worden daarna nog vier kinderen geboren. Van de zes kinderen overlijden er drie in hun eerste levensjaar zodat het gezin Reugebrink uiteindelijk uit vijf personen bestaat.
 

Op 23 februari 1921 overlijdt Karolina Willemina Makkink-Wiltink en daarna vindt er een boedelscheiding plaats waarbij de Lindeboom ook wordt verdeeld. Deze bestaat dan nog steeds uit de kadastrale percelen 1587 t/m 1590 en daarbij perceel 3331 van ruim een hectare bestaande uit 3/5 bos en 2/5 bouwgrond. Het geheel gaat naar dochter Willemina Johanna Makkink en haar echtgenoot Gerrit Boschloo van 't Boschloo. Op 2 november 1925 verkopen zij alle percelen voor 5500 gulden aan de 23-jarige rietdekker Jan Hendrik Braakhekke, zoon van Evert Jan Braakhekke van de Kleine Galette. Er wordt gesproken over een dubbel woonhuis welke is verhuurd, wij weten dat de huurders dus de families Reugebink en Meijerink waren. De familie Meijerink is kort daarna vertrokken, maar de familie Reugebrink bleef. Wel logisch want Jan Hendrik Braakhekke en Johanna Hendrika de Groot zijn familie, Johanna Hendrika is namelijk de tante van Jan Hendrik, hij is de zoon van Sina Hendrika de Groot. Als hij het jaar erop trouwt met Derkjen Enderink gaat hij niet met haar op de Lindeboom wonen, maar in de woning van rietdekker Woertman aan de Zutphenseweg.

Johanna Hendrika de Groot overlijdt op 9 april 1931. Hendrikus Hermanus verhuist begin 1933 naar een nieuw huis aan de Flierderweg welke in 1932 is gebouwd. De eigenaar is Johannes Hendrikus Zwierink uit Harfsen en het betreft een arbeiderswoning voor de vereniging uitsluitend werkzaam ter bevordering van de verkrijging van onroerend goed voor landarbeiders uit Gorssel. Hendrikus gaat hier wonen met zijn drie kinderen en zijn nieuwe echtgenote Hendrika Willemina Johanna Heijink, weduwe van Harmen Jan Willem Eijerkamp, met wie hij op 14 januari 1933 is getrouwd. Op de foto hiernaast zien wij Hendrikus met zijn tweede echtgenote met wie hij dus niet op de Lindeboom heeft gewoond.

 

Onduidelijk is wie er in 1933 zijn komen wonen, daar doen we nog even onderzoek naar. Wel weten we dat in 1939 Jan Nijkamp en Dina Enderink er zijn komen wonen met hun vier dochters. Het echtpaar komt uit Harfsen waar zij op het erve Dijkman tegenover het erve Strookappe hebben gewoond. Dina poetste wel eens de klompen van de kinders van Strookappe, zo hielp zij haar overbuurvrouw Heintje in het nog veel grotere gezin van Strookappe. Dina is de jongere zus van Derkjen Enderink en zo komt er weer familie van eigenaar Jan Hendrik Braakhekke op de Lindeboom wonen die de boerderij aan Jan en Dina heeft verkocht.

Op 30 januari 1939 dient Jan Nijkamp een aanvraag in voor het bouwen van een kippenhok op het hem toebehorende kadastrale perceel 1587 t/m 1590 aan den Zandweg in Gorssel, hij woont dan nog in Harfsen. Op 24 maart 1939 wil hij ook nog een schuurtje laten bouwen, hij woont dan al op de Lindeboom. Beide opstallen worden gebouwd door Antoon Enderink, broer van Dina en Derkjen. Het schuurtje is te zien op een foto eerder in dit verhaal. De familie Nijkamp runt een kleinschalig boerenbedrijf. Grootvader Johan Nijkamp verhuist van Dijkman naar Lindeboom en is er op 26 november 1940 overleden.

Op de foto's hiernaast zien wij Jan en Dina op een bankje zitten en op de andere foto zien wij hun vier dochters Dirkje, Dieneke, Johanna en Jotje.

Om gezondheidsredenen van Jan hebben Jan en Dina Nijkamp waarschijnlijk in 1962 de boerderij verkocht en zijn zij gaan wonen in een aanleunwoning van de Borkel in Gorssel. Op 10 september 1962 doet mevr. E.H. van der Spek - van Heulekom uit Bussum een bouwaanvraag voor het verbouwen van het boerderijtje op perceel 1590 aan de Lindeboomweg 3 te Gorssel. In 1981 bouwaanvraag paardenstal door Schermer. Onduidelijk is of dit nu voor de Lindeboomweg 3 of 5 is.

 
1853-1873 Egbert Bannink en Willemken van der Meij Eerste hoofdbewoners
1875-1875 Hendrik Jan Boterman en Jenneken Slagman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1876-1876 Johannes Esselink en Regina Wichgers Geen familie van vorige hoofdbewoners
1877-1878 Hermannus Schotman en Regina Wichgers Hermannus is de tweede echtgenoot van Regina
1878-1884 Antonij Schotgerrits en Hendrika Johanna Fluit Geen familie van vorige hoofdbewoners
1884-1912 Hendrik Willem de Groot en Christoffelina Viel Geen familie van vorige hoofdbewoners
1910-1933 Hendrikus Hermanus Reugebrink en Johanna Hendrika de Groot Johanna Hendrika is de dochter van Hendrik Willem en Christoffelina
1933-1938 Onbekend  
1939-1962 Jan Nijkamp en Dina Enderink Het echtpaar was afkomstig van Dijkman in Harfsen
1969 Mej. E.M.C. van der Spek Zij doet in 1962 al een bouwaanvraag voor het verbouwen van de boerderij
1980 Mw. P.M. Durivou, dhr. W. Schermer  
    70d>110>174>202>224>278>418>531 = Lindeboomweg 3
  Dubbele bewoning:  
1865-1865 Gerrit Muil en Lena van der Meij Lena is de jongste zus van Willemken
1865-1866 Hendrik Jan Broer en Willemina van der Meij Willemina is de zus van Willemken en Lena
1885-1888 Berend Scholten Geen familie van vorige medebewoners
1888-1907 Reinirus Johannes Branderhout en Berendina Weeverink Geen familie van vorige medebewoner
1908-1926~ Jan Hendrik Meijerink en Aleijda ter Maat Het echtpaar verhuist tussen 1921 en 1930 naar Eefde
1925-1926~ Derk Jan Brokken en Aleijda Meijerink Aleijda is de dochter van Jan Hendrik en Aleijda
     
  Huidig adres: Lindeboomweg 3 70d2>110-2>175>201>225>279
 
 
Kleine Galette
 

Huisnummer 70e. Moet zijn gebouwd tussen 1851 (70c Stiele) en 1854 (70f Boskoele).

Op 4 juni 1879, tien dagen na de aankoop van de Galette, verkoopt Hendrik Willem via een veiling in de Roskam de "Kleine Galette" welke wel aan de Flierderweg lag. Deze bestaat uit een huis en erf, bouwland, heide en dennen en was samen 1,6 hectare groot. Ook deze erve was door Hendrik Willem in 1873 gekocht, waarschijnlijk tegelijkertijd met de Galette en ook van Jan Nijenhuis. Het stukje heide (perceel 549) lag bij het boerderijtje de Prins welke aan de Flierderweg is gelegen, maar de Kleine Galette is zeer waarschijnlijk het huidige middelste boerderijtje tegenover zwembad de Boskoele aan de Lindeboomweg waarvan het perceel grenst aan de Prins. Het geheel wordt gemijnd voor 750 gulden door zoon Hendrik Jan, maar hij wordt niet de koper, dit is waarschijnlijk de notaris, Hendrik Kleijn. Deze verkoopt namelijk de Kleine Galette op 2 februari 1885 aan Jan Hendrik Braakhekke, schoonzoon van Hendrik Willem van der Meij en in die tijd bewoner van de Klein Galette.

De pasteltekeningen van de boerderij zijn gemaakt door Sylvia van Berkel. Voor meer tekeningen en schilderijen van haar zie deze website.

 

 

Johanna Hagens overlijdt op 30 oktober 1875. Harmen gaat daarna bij buurman Gerrit Jan van der Meij wonen en november 1876 verhuist hij naar 't Velderhof.

Akte 02-02-1885: het daghuurdersplaatsje "de kleine Galette", bestaande uit een huis en erf, bouwland en heidegrond en dennen, in de Gemeente Gorssel, sectie E, nrs. 2356, 549, 1580, 1581, 1582, 1583 en 1584.

Anno 1952 wonen hier W. Beltman, H. Braakhekke, wed. E.J. Braakhekke en Willem Schermer.

1981: bouwaanvraag paardenstal, Schermer.

 

 

 
1859-1870 Arend Leusink en Grada Bouwmeester Waarschijnlijk de eerste hoofdbewoners
1871-1875 Albertus de Haan en Hendrika IJsseldijk Geen familie van vorige hoofdbewoners
1875-1914 Jan Hendrik Braakhekke en Aaltjen Frederika van der Meij Geen familie van vorige hoofdbewoners
1901-1952 Evert Jan Braakhekke en Sina Hendrika de Groot Evert Jan is de zoon van Jan Hendrik en Aaltjen Frederika
1922-1952> Willem Beltman en Christoffelina Braakhekke Christoffelina is de dochter van Evert Jan en Sina Hendrika
1952 Willem Schermer en Sina Hendrika Beltman Sina Hendrika is de dochter van Willem en Christoffelina
1980 L.W. Bieringa?  
    70e>111>176>203>223>276>417>530
     
  Dubbele bewoning  
1861-1875 Harmen Mensink en Johanna Hagens  
1876-1894 Egbert Roelof Poorterman en Jenneken Beltman  
  Huidig adres: Lindeboomweg 5 70e2>111-2>177
 
 
Stiele
 

Op 10 januari 1851 koopt Gerrit Berend van der Meij van de Braamkolk een stuk heidegrond met perceel nummer E547 van Albert Eggink van 't Boonk en hij laat hier een huis op bouwen. Bij de bouw zijn stielen gebruikt, dat zijn rechtopstaande zware kolommen hout (stijlen) waarop de dakconstructie leunt. Dit hout komt van zware bomen die waarschijnlijk wel in de omgeving hebben gestaan. En zo zal het boerderijtje aan de naam de Stiele zijn gekomen.

Gerrit Berend van der Meij en zijn echtgenote Aleijda Smeenk wonen op de Braamkolk en blijven daar wonen. Het huisje krijgt huisnummer 70c en wordt bewoond door hun dochter Willemina van der Meij en haar echtgenote Teunis Hagens die afkomstig zijn van de Kleine Kap waarvan Gerrit Berend van der Meij eerder ook eigenaar was. Ook dochter Alberdina en haar echtgenoot Lambert Berentzen gaan er wonen, zij zijn afkomstig van katerstede Nijland. Dit echtpaar gaat wonen in het gedeelte met huisnummer 70c2.

Gerrit Berend overlijdt op 15 janari 1854 en bij de boedelscheiding worden als onroerende goederen genoemd een huis en erf (perceel E1383) en een stuk heide (perceel E1384) met een getaxeerde waarde van 300 gulden. Hun enige volwassen zoon Gerrit Jan krijgt de onroerende (en ook de roerende) goederen toebedeeld en hij betaalt zijn vijf zusters elk hun deel van 29 gulden en 75 cent. Dat zijn naast Willemina de gezusters Alberdina (e.v. Lambartus Berends), Jenneken (e.v. Jan Leunk), Willemken (e.v. Egbert Bannink) en de ongehuwde en nog minderjarige Helena. Gerrit Jan zelf is ook nog ongehuwd en woont nog bij zijn ouders op de Braamkolk en op 19 juni 1854 blijken Teunis en Willemina nog op huisnummer 70c te wonen als er een levenloos kind wordt geboren. Een drama voor het echtpaar die gelukkig wel al ouders waren van vier gezonde kinderen. Wat dat aangaat was het leven voor Alberdina en Lambert nog veel zwaarder, zij kregen acht kinderen waarvan er zes levenloos werden geboren en de andere twee maar resp. drie en acht dagen hebben geleefd.

Op 22 september 1854 trouwt Gerrit Jan van der Meij met Lammerdina Klein Nulent en gaat hij met zijn kersverse echtgenote en moeder Aleijda Smeenk in het hoofdgedeelte van de Stiele wonen. Willlemina en Teunis moeten dus plaats maken en bouwen een huisje welke bij zwembad de Boskoele heeft gestaan. Op 31 augustus 1854 leent Gerrit Jan geld van Philippus Velderman met als hypotheek een huis en erf met bijgelegen gronden te Gorssel. Op 11 september 1854 verkoopt hij bijen, waarschijnlijk moesten die het huis uit van Lammerdina en was dat één van de "huwelijkse voorwaarden".

 

Gerrit Jan was dagloner van beroep en Lammerdina was bij haar trouwen dienstmeid, ze heeft nog op 't Walle gewerkt. Op de Stiele worden vier kinderen geboren waarvan één levenloos en een ander heeft maar vier weken geleefd. Bleven zoon Gerrit Berend en dochter Hendrika Aleida en natuurlijk (schoon)moeder en oma Aleijda Smeenk die op 17 december 1874 op 83-jarige leeftijd overlijdt.

In 1887 krijgt het boerderijtje weer een dubbele bewoning als Albert Sluiter en Hendrika Johanna Hagens bij de familie van der Meij komen wonen. Waarschijnlijk in 1889 bouwen zij zelf een "huisje in 't veld" op de Eesterbink en gaan daar dan wonen. Nieuwe medebewoners zijn Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte die op 11 mei 1889 zijn getrouwd en mogelijk nog kort in de bouwval van de Boskoele hebben gewoond.

In 1890 vind de hernummering plaats en krijgen zij huisnummer 178 en wordt het huisnummer van de familie van der Meij 179. Op basis daarvan woonde Groot Bluemink in het linkergedeelte van het huis en de familie van der Meij in het rechtergedeelte. Op 29 mei 1890 komt ook Hendrika Diekerman, echtgenote van Hendrikus Groenouwe, bij de familie Groot Bluemink wonen. Bijzonder, want zij was op 29 mei met Hendrikus getrouwd maar hij kwam er niet wonen. Hendrikus woonde eerder met Harmina Nijkamp op de Galette. In 1893 zou de familie Groot Bluemink volgens het bevolkingsregister zijn verhuisd maar bij het overlijden van hun zoontje Gerrit Jan op 18 februari 1896 wordt melding gemaakt dat zijn ouders wonen op huisnummer 179 oftewel de Stiele.

 

 
Op 31 oktober 1891 verkoopt Gerrit Jan van der Meij de Stiele (sectie E nrs. 2628, 2619, 1578 met grond) aan Gerardus Jolink, ook wel Gradus Joling. Daarbij zal bij bedongen zijn dat Gerrit Jan van der Meij er met zijn vrouw en zoon wel kon blijven wonen, zij zullen toen zijn gaan huren. In 1893 vertrekt de familie Groot Bluemink naar een nieuw huis in Gorssel en daarna komen klompenmaker Bernardus Antonius Branderhorst en Berendina Johanna Gerarda Weverink in het huis wonen. Evenals Gerardus Jolink zijn deze mensen rooms-katholiek en Gerardus zal de mensen mogelijk op basis van hun geloof hebben uitverkoren om op de Stiele te komen wonen. In het bevolkingsregister wordt foutief de naam van Johanna Hendrika Berendina Weverink geb. 24-03-1870 vermeld, dat is de zus van Berendina. Foutjes slopen regelmatig in dit register. In 1900 worden de huisnummers verwisseld en in 1910 nog eens, dit lijkt ook een administratieve dwaling te zijn. Wij gaan ervan uit dat de familie van der Meij gewoon in hun eigen gedeelte is blijven wonen. Lammerdina Klein Nulent is daar dan op 16 januari 1905 overleden en Gerrit Jan op 2 maart 1906, hij werd 76 jaar oud. De ongehuwde zoon Gerrit Berend bleef na het overlijden van zijn ouders op de Stiele wonen.

Bij de familie Branderhorst werd in 1903 dochter Grada Hermina Maria geboren, meer kinderen waren er niet. Op 5 september 1917 koopt Bernardus Antonius Branderhorst de Stiele (huis met erf en bouwland te Gorssel, sectie E nrs. 2628 en 2629) van Gradus Hendrikus Jacobus Joling. Hiermee komt ook het recht van woning voor Gerrit Berend van der Meij te vervallen en hij verhuist in oktober 1917 noodgedwongen naar Joppe en gaat daar bij zijn zus Hendrika Aleida wonen die inmiddels weduwe is van Johannes van Druten. Enigzins noodgedwongen vertrekt de familie Branderhorst waarschijnlijk in 1926 ook van de Stiele door wat problemen in de buurt. Dat jaar trouwt dochter Grada Hermina Maria met Wilhelmus Hermanus Marsman en gaat op zijn ouderlijk huis in Epse wonen en daar gaan Bernardus Antonius en Berendina Johanna ook wonen. Op de foto hiernaast is rechts waarschijnlijk Bernardus Antonius Branderhorst te zien, links zien wij de bekende Gorsselnaar Gradus Jansen.
 

In het bewonersoverzicht hieronder wordt de familie Branderhorst genoemd onder de medebewoners, maar zij werden na het vertrek van Gerrit Berend van der Meij de hoofdbewoners en waren dat feitelijk al voor zijn vertrek en misschien al voor het overlijden van Gerrit Jan van der Meij.

 
Hierna komen landarbeider Hendrik Willem Oldenmenger en zijn echtgenote Derkjen Goorman op de Stiele wonen, zij zijn afkomstig van Broer op de Eesterbrink. Hendrik Willem heeft ook als dagloner gewerkt op 't Spijk in Eefde. Het echtpaar heeft een zoon en een dochter. Dochter (Johanna Hendrika) Anna trouwt in 1948 met Hendrik Jan Nijenhuis en zij komen dan ook in het huis wonen. Derkjen Goorman woont er dan al niet meer, zij is op 6 mei 1944 overleden. Er werd kleinschalig wat verbouwd en er was één koe met wie Anna hiernaast op de foto staat. Rechts in de achtergrond staat de Kleine Galette.

Hendrik Jan is geboren op 't Veldzicht in Joppe waar later de familie Dijkerman woonde. Hij werkte als bakker en deed dat waarschijnlijk ook voor Brinkman in Joppe. In 1955 vertrekken Hendrik Jan Nijenhuis en Johanna Hendrika Oldenmenger met Hendrik Willem Oldenmenger naar Deventer en Hendrik Jan gaat er werken voor de IJsseldal melkfabriek.

Op de foto's links hiernaast zien wij Hendrik Willem Oldenmenger en Derkjen Goorman. Links hieronder het echtpaar met hun kinderen Anna en Antoni en rechts hieronder Anna met haar echtgenoot Henk. Op de middelste foto de twee kinderen van dit echtpaar.
 
In 1955 komt de familie A.J. Schuurman hier wonen, zij woonden daarvoor aan de Jodendijk in Eefde. Waarschijnlijk betreft dit het echtpaar Arend Jan Schuurman en Alijda Lena van der Heide. Zij verbouwen het boerderijtje voor bewoning van één gezin. Rond 1980 is het boerderijtje geveild en in 1983 zal het huis zijn verbouwd door de familie K.A. van de Wel die hiervoor in 1982 een bouwaanvraag deed. Zij zullen waarschijnlijk het boerderijtje, wat toen al een woonhuis was, hebben gekocht op de veiling.
 
 
1851-1854 Teunis Hagens en Willemina van der Meij Eerste hoofdbewoners
1854-1906 Gerrit Jan van der Meij en Lammerdina Klein Nulent Gerrit Jan is de broer van Willemina
1906-1917 Gerrit Berend van der Meij Gerrit Berend is de zoon van Gerrit Jan en Lammerdina 
     
1851-1860 Lambert Berentzen en Alberdina van der Meij Eerste medebewoners en later hoofdbewoners
1887-1890 Albert Sluiter en Hendrika Johanna Hagens Geen familie van vorige medebewoners
1890-1893 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Geen familie van vorige medebewoners
1893-1926 Bernardus Antonius Branderhorst en Berendina Johanna Gerarda Weverink Geen familie van vorige medebewoners
1927-1955 Hendrik Willem Oldenmenger en Derkjen Goorman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1948-1955 Hendrik Jan Nijenhuis en Johanna Hendrika Oldenmenger Johanna Hendrika is de dochter van Hendrik Willem en Derkjen
1955-1980~ Arend Jan Schuurman en Alijda Lena van der Heide  
     
  Huidig adres: Flierderweg 7  
 
 
Prins
 
De eerste bekende hoofdbewoners van de Prins zijn Harmen Meijer en Hendrika Knopers die in 1790 in Holten zijn getrouwd, de woonplaats van Hendrika. Harmen is afkomstig van Gorssel en is geboren op Bartels Hofstede en is de achterkleinzoon van Jan Prins en mogelijk komt het boerderijtje daarom aan haar naam. Het eerste kind van Harmen en Hendrika wordt in 1790 nog in Holten geboren, maar hun tweede kind (zoon Derk) wordt in 1792 in Gorssel geboren en we nemen aan dat dit op de Prins is gebeurd en stellen dus dat de Prins in 1791 is gesticht. Maar we moeten er wel bij vermelden dat hiervoor geen bewijs is.
 

Zeker is het wel dat uit het huwelijk van Harmen en Hendrika nog vier kinderen in Gorssel worden geboren. Daarvan is het zojuiste genoemde zoon Derk die op de Prins blijft wonen en werkt als dagloner. Hij trouwt op 24 juli 1817 met Gardina Bluemink en uit hun huwelijk worden acht kinderen geboren waarvan de laatste in 1830. Een jaar later overlijdt Derk, hij wordt maar 39 jaar oud. Gardina blijft op de Prins wonen samen met haar schoonvader Harmen, haar schoonmoeder Hendrika Knopers was al in 1821 overleden. Volgens het kadastrale register van 1832 is de woning eigendom van de geërfdens van Eschede en de familie Meijer zal het boerderijtje dus hebben gepacht.

Op 19 februari 1836 hertrouwt Gardina met Klaas Dijkink die een jaar eerder weduwnaar was geworden van Harmina Schuitert en met haar op de Oude Vos woonde. Klaas en Gardina gaan op de Prins wonen en in 1837 wordt daar zoon Derk Jan geboren en wordt Klaas voor het eerst vader. Bij de verdeling van de marke Eschede bij akte van 7 juni 1843 wordt uit het zogenaamde Exercitie-veld een perceel bouwland en huisplaats met kadastrale nummers geheel 550 t/m 552 en gedeeltelijk 546 verkocht aan Klaas Dijkink en wordt vermeld dat hij reeds eigenaar was van het hierop staande huis. Hij krijgt ook wat heide geschonken uit den Eschedeër Brink.

Omstreeks 1845 wonen ook Harmen Mensink (ook afkomstig van Bartels Hofstede) en Johanna Hagens in het boerderijtje en is er sprake van dubbele bewoning. Harmen Meijer woont er dan ook nog, hij is op 30 januari 1848 op de Prins overleden.

 
Hetzelfde jaar op 23 november verkopen Klaas en Gardina het plaatsje "de Prins" of "Prinsenplaats" aan (stief)dochter Harmken Meijer en haar echtgenote Julie August Timan en zij verhuizen dan van de Galette naar de Prins. Julie August is echter schoenmaker van beroep en zal niet zoveel op het land hebben gewerkt dan zijn voorgangers. Klaas kon ook niet lang meer meewerken want hij is op 24 december 1850 overleden en Gardina overleed al twee maanden eerder.

Harmken en Julie August hebben al twee kinderen en op de Prins worden er nog eens drie geboren waarvan de laatste op 17 januari 1854. Later dat jaar zal het gezin zijn verhuisd naar Markelo en wordt de Prins verpacht aan Egbert Enterman en Willempje Knippenberg die afkomstig zijn van 't Marsveld te Joppe. In 1861 sticht dit echtpaar hun eigen boerderijtje halverwege Gorssel en Joppe, zie Enterman eerder op deze pagina.
 
De volgende pachters zijn dagloner Harmen Nijenhuis en zijn echtgenote Hendrika Holmer uit Harfsen en zij vinden op de Prins hun plekkie. Het pachtcontract wordt dan ook omgezet in een koopcontract en op 10 oktober 1863 vindt de overdracht plaats van "De Prinsenplaats" bestaande uit huis en erf, bouw- , weide- en heidegrond te Gorssel welke tot die tijd nog eigendom was van de familie Timan. De familie Nijenhuis gaat op 1 maart 1864 nog een hypotheek aan en dan wordt er gesproken over "de Prinsenhof". Deze naam zou later gegeven worden aan een boerderij welke naast het inmiddels verdwenen Bartels Hofstede werd gebouwd.

Harmen en Hendrika hebben twee kinderen en op de Prins worden nog zeven kinderen geboren waarvan wel één levenloos en een zoontje genaamd Garrit die in 1873 maar zes dagen heeft geleefd. Op 1 maart 1881 vind er een veiling plaats van o.a. dennen en die liggen dan op het erf van den "Ouden Prins". Het echtpaar blijft hun hele verdere leven op de Prins wonen welke voor Harmen eindigt op 29 oktober 1893 en voor Hendrika op 14 april 1895.

In de tussentijd trouwt zoon Hendrik Jan op 1 september 1894 met Gerritjen Braamkolk en hij gaat dan verder als landbouwer op de Prins. Maar hij zou het er niet zo lang volhouden als zijn ouders en in 1898 besluit het echtpaar bouwplaats "De Prins" te veilen en met hun twee dochters te verhuizen naar Eefde. Wel bijzonder als je weet dat hij in 1892 de boerderij nog heeft laten herbouwen, oorspronkelijk stond de "oude" Prins iets ten zuid westen (links voor) de huidige woning.
 
Hoogste bieder op de veiling is Engbert Jan Muil uit Gorssel met een bod van 1800 gulden. Hij blijft er per ongeluk ‘aan hangen’, maar als 63-jarige weduwnaar ziet Engbert Jan het niet zitten alleen op de Prins te gaan boeren en vraagt (met enige dwang) zijn zoon Gerrit en Johanna Voupel (die elkaar op 28 januari 1899 het ja-woord zouden geven) er met hem te gaan wonen en het is ook zoon Gerrit die het boerderijtje op zijn naam krijgt. Het is pas maart 1900 als de familie Muil op de Prins komt wonen, zij woonden zolang nog op de Bongerd in Gorssel waar de familie al vanaf 1876 woonde. In de tussentijd wonen Hendrik Braakhekke en Hendrika Bannink op de Prins, dat echtpaar woonde eerder op boerderij 't Loo in de Eesterhoek. Na hun vertrek van de Prins woont het echtpaar Braakhekke in Eefde om in 1906 terug te komen naar de huidige Flierderweg en er de Flierderkamp te stichten.

En zo gebeurde het dat de Prins vanaf 1900 bewoond werd door de mensen op de foto hiernaast: Engbert Jan, Gerrit & Johanna en hun zeven dochters Muil die in de periode van 1899 tot 1912 werden geboren. Het was met zeven meiden best een drukte op de Prins, maar hun grootvader Engbert Jan tolereerde geen uitbundige uitingen van vrolijkheid. Werd met de harde klep van de pet op de rand van de tafel geslagen dan hielden de kinderen zich gedeisd om escalatie te voorkomen. Gerrit moest dagelijks verantwoording afleggen voor de gang van zaken op de boerderij, ook toen zijn vader aan het eind van diens leven permanent het bed moest houden. Kwam Gerrit na het werk binnen dan hanteerde hij de klep van de pet, sloeg ermee op de rand van de bedstee, ten teken dat er eerst met hem moest worden gesproken. Heel enthousiast was Gerrit niet, het boerenwerk was niet echt zijn ding.
 
De boerderij leverde ook nog eens niet genoeg op om het gezin te onderhouden en Gerrit nam daarom een bijbaantje als orgeltrapper in de kerk waarmee hij van zijn hobby zijn werk kon maken, hij was namelijk een liefhebber van muziek. Thuis een instrument spelen was helaas financieel niet haalbaar. Een andere passie van hem zijn paarden, maar tot zijn spijt had hij er zelf geen één. De omvang van zijn eigen boerenbedoening was niet groot genoeg om elke dag met een paard bezig te zijn, laat staan er zelf één te bezitten. De liefde voor paarden en muziek heeft zich verder ontwikkeld bij zijn kinderen en kleinkinderen. Vader en zoon Muil overlijden beiden in 1923: Engbert Jan op 23 juni en Gerrit op 17 november, een dag nadat hij met zijn oudste dochter Harmina en aanstaande schoonzoon Johan Hekkelman had afgesproken om de boerderij over te nemen.
 

Na het overlijden van Gerrit werd Jo Hekkelman eigenaar van de boerderij en op 22 maart 1924 stapt hij samen met Mina Muil in het huwelijksbootje. Daarmee namen zij een zware taak op zich, omdat de zorg voor Johanna Voupel en haar minderjarige kinderen volledig op hun schouders terecht kwam. Uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren: twee jongens in 1925 en 1926 en nog een dochter in 1934. Deze dochter staat nog niet op de foto hiernaast die omstreeks 1930 is gemaakt. Wel zien wij v.l.n.r. Jo Hekkelman, Johanna Voupel, Mijnie Hekkelman (nichtje van Jo die op de Nieuwe Kap woonde) en Mina Muil. Vooraan staan de jongens Hennie en Gerrit Hekkelman.

Jo werkte als landbouwer op de Prins en was veehandelaar. In 1951 verhuizen Jo en Mina samen met Johanna Voupel en hun dochter naar de Marsweg. Het boerenbedrijf wordt overgenomen door zoon Gerrit die op 6 oktober van dat jaar trouwde met Frederika Alberta Sletterink. Gerrit werkte er dus verder als landbouwer maar was net als zijn vader ook veehandelaar van beroep. Uit het huwelijk van Gerrit en Frederika Alberta worden twee jongens en een meisje geboren.

In 1959 wordt de boerderij verkocht aan de heer en mevrouw Hendriks. Hij was longarts in Rotterdam en zij werkte jarenlang als paardendresseur in het circus. Op de Prins begonnen zij een manegebedrijf en de heer Hendriks exploiteerde jarenlang, vanaf 1960, in maatschap een melkveebedrijf met Gerrit Hekkelman. Later kwam daar ook Jan van der Meij van de Galette nog bij (1964-1971). Gerrit Hekkelman ging zelf in 1959 met vrouw en kinderen aan de Markeweg wonen.

Enkele gedeelten uit dit verhaal over de Prins zijn overgenomen uit het familieboek "De Muiltjes van De Prins".

 
Vanaf circa 1965 tot 1970 vond de opleiding voor rijinstructeurs en pikeurs van de FNRS onderdak op De Prins. Op het hoogtepunt stonden er 70 rijpaarden in de stallen. Omstreeks 1970 verhuisde het opleidingscentrum naar Deurne in Noord Brabant. In 1985 is het manegebedrijf gestaakt en werd ‘de rijbak’ de thuisbasis van Rijvereniging en ponyclub Semper Fidelis, totdat rond het jaar 2000 nieuwe hallen werden gebouwd.
 
1791-1848 Harmen Meijer en Hendrika Knopers Eerste hoofdbewoners
1817-1836 Derk Meijer en Gardina Bluemink Derk is de zoon van Harmen en Hendrika
1836-1850 Klaas Dijkink en Gardina Bluemink Klaas is de tweede echtgenoot van Gardina
1848-1854 Julie August Timan en Harmken Meijer Harmken is de dochter van Derk en Gardina
1854-1861 Egbert Enterman en Willempje Knippenberg Geen familie van vorige hoofdbewoners
1861-1895 Harmen Nijenhuis en Hendrika Holmer Geen familie van vorige hoofdbewoners
1894-1899 Hendrik Jan Nijenhuis en Gerritjen Braamkolk Hendrik Jan is de zoon van Harmen en Hendrika
1899-1900 Hendrik Braakhekke en Hendrika Bannink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1900-1951 Gerrit Muil en Johanna Voupel Geen familie van vorige hoofdbewoners
1924-1951 Johan Hekkelman en Harmina Muil Harmina is de dochter van Gerrit en Johanna
1951-1959 Gerrit Hekkelman en Frederika Alberta Sletterink Gerrit is de zoon van Johan en Harmina
     
  Huidig adres: Flierderweg 11  
 
Iets voorbij de Prins loopt de Amelterweg en die loopt helemaal door tot aan Joppe. Wij nodigen jou van harte uit deze weg te behandelen en de geschiedenis van Joppe verder te lezen op de Joppe pagina!
 
© 2010-2024 Erwin Strookappe