Gorssel
Eesterhoek homepage
 
In de geschiedenis van de Eesterhoek komt vaak het dorp Gorssel ter sprake. Logisch natuurlijk, want het dorp ligt zeer nabij. Soms is het ook zo dat Eesterhoekers uit het dorp afkomstig zijn of er naartoe verhuizen. Veel oude boerderijen en huizen in het dorp zijn daardoor al genoemd op de website. Op deze pagina is hierover meer te lezen en zien wij in de diverse bewonersoverzichten veel Eesterhoekers terugkomen.
 
 
De kaart hierboven dateert van ongeveer 1786. De "weg tusschen Deventer en Zutphen" is de huidige Zutphenseweg. Ten zuiden daarvan (gezien op de kaart, in werkelijkheid ten westen) zien wij de boerderijen 't Gier en Bloedkamp welke als eerste op deze website aan bod kwamen. We steken bij 't Gier de weg over en beginnen linksonder de L van "GORSEL" aan onze dorpswandeling en maken een rondje met de kerkklok mee. De reis eindigt bij de Grootekamp en als er nog wat tijd over is, lopen we nog een stukje verder richting Eefde en daarna richting Joppe.
 
 
De prenten hiernaast laten in de verte de kerktoren van Gorssel zien en zijn getekend door Nicolaas Wicart in de periode 1770-1815 dus in dezelfde periode als de kaart hierboven. Het is mogelijk dat de tekeningen zijn gemaakt in de Eesterhoek.
 
 
 
Brinkerkamp
 
Ook wel Brinkerenkamp, Lueks en Leuks genoemd. Anno 1751 wonen hier de Smid en de Timmerman, er was dus sprake van dubbele bewoning. Dat hoeft niet te betekenen dat het één huis was, het waren waarschijnlijk meerdere kleine huisjes welke als "getimmer" aangeduid worden. Deze zijn dan met goedkeuring van de eigenaar van de grond (Marcel Hendrik van Buinink) door de smid en de timmerman gebouwd, de grond zal de naam Brinkerkamp hebben gehad en de huisjes kregen ook deze naam.

 

Mogelijk zijn deze al gebouwd in 1731: 23 April 1731 Verbant van Henrik Aloisius van Dorth. Deze akte vermeld ” …. Een zesde part van Haitinkshof , een zesde part aan Reusink, een zesde part van het lant zo Henrik Gierman bouwt, als ook een zesde part in de stukken lants, zo den Custos Wolter Piekart en Lucas Wesselink bouwen…”.

Zie akte d.d. 6 april 1751 met omschrijvingen "Eigenaars Huijs, hof op Groterkamp, met het boerenhuijs, berg, schaapschot, schuure, met het geene daar bij is gehorende" en "Den Brinkerkamp daar den Smit en den Timmerman op woont". De smit is Albert en/of Jannes Braakman, de timmerman is waarschijnlijk Lukas Groot Wesselink die op 14 maart 1763 o.a. zijn timmergereedschappen afstaat aan Jan Teunissen Vroetman en Aaltjen Jansen Wesselink. Lukas en Geertjen hadden geen kinderen en mogelijk is Aaltjen een nichtje en is zij er al in 1755 met haar echtgenoot Jan Vroetman (ook timmerman) komen wonen en is de familie Braakman toen verhuisd naar Smid, een nieuw huis. Lukas is op 2 december 1763 overleden en de later ontstane boerderijnaam Lueks zal naar hem zijn vernoemd.

 

Peindinge akte: Den 22 Januari 1784, agtermiddag om 4 uuren deed de Volm. van de freulen Maria Catharina baronnesse van Dorth peindinge op en aan alle de gereede goederen, speciaal mede op en aan het getimmer of Huis, staende op den halven Brinkenkamp Willem Polman toestendig, onder Gorssel gelegen, ter consecutie eener somme per resto groot 101 glns. Bron, Scholtambt Zutphen, ORA 253, Gorssel dorp, folio 9.

Op de kadastrale kaart van 1832 wordt perceel 494 nog getekend als een huis, maar in het register wordt deze genoemd als bouwland met als eigenaar Jan Braakman. Vermoedelijk is het huis dus vlak voor 1832 afgebroken.

 
1715-1755? Albert Braakman en Janna Janssen Eerste hoofdbewoners van dit overzicht, getrouwd in 1715 en mogelijk toen al wonende op Brinkerkamp
1748-1755? Jannes Alberts Braakman en Hendrina Velderman Jannes is de zoon van Albert en Janna
     
1720-1763 Lukas Groot Wesselink en Geertjen Hendriks Klein Bentink Eerste medebewoners van dit overzicht, getrouwd in 1718 en in 1720 aangenomen als lidmaten te Gorssel
1755- Jan Teunissen Vroetman en Aaltjen Jansen Wesselink Aaltjen is mogelijk een nichtje van Lukas
1772-1795 Willem Polman en Geertjen Vroetman Geertjen is de dochter van Jan en Aaltjen
1795-1800 Willem Rensink en Geertjen Vroetman Willem is de tweede echtgenoot van Geertjen, Geertjen is in 1800 overleden (Willem nog wel blijven wonen?)
1802-1835< Derk Jan Woertman en Aaltjen Polman Aaltjen is de dochter van Willem en Geertjen
1829<1831 Derk Velderman en Geertjen Woertman Geertjen is de dochter van Derk Jan en Aaltjen
     
  Huidig adres: Afgebroken  
     
 
 
Zonnekamp
 

Jan Berend Antonij Warmelink koopt op 1 mei 1909 van Gerrit Boschloo van de Smid een perceel grond te Gorssel, sectie E nr. 3387. Hij laat hierop villa Zonnekamp bouwen en gaat er op 27 april 1910 wonen. Hij overlijdt op 2 september 1911 en zijn echtgenote Femia Johanna overlijdt op 5 april 1916. Zoon Gerrit Jan verkoopt op 3 maart 1917 villa "Zonnekamp" te Gorssel, sectie E nr. 3387 aan Armand Crommelin, landbouwer te Okkenbroek. Dochter Alberdina Johanna blijft er wonen tot 29 mei 1917 en verhuist dan naar Deventer.

Armand Crommelin is de echtgenoot van Clara Emilie Elma Töpffer die er gaat wonen. Armand zelf blijft in Okkenbroek wonen en trouwt op 19 juni 1917 met Elisabeth Bokemeijer?

Armand Crommelin verkoopt de Zonnekamp op 2 juli 1923 aan Jacob Berend ten Hove, fabrikant te Deventer.

 
1910-1916 Jan Berend Antonij Warmelink en Femia Johanna Erenst Eerste hoofdbewoners
1917-1923 Clara Emilie Elma Töpffer  
1923-1956 Jacob Berend ten Hove en Emma Alwine Auguste Blattner  
1969 W.F. van Limborch van der Meersch  
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 2  
 
 
Smit
 
Ook wel Smitshuis en Braakman genoemd. Hier is de smid Braakman komen wonen, mogelijk in 1755. In ieder geval na 1751 omdat de smid toen nog op Brinkerkamp woonde.

Den 4 Februari 1793. Albert Braakman en Elisabeth Slonninks kopen een stuk bouwland het Voelestuk genaamd, in het kerspel Gorssel.
4 December 1805. Albert Braakman koopt het bouwland Groote Brinkerkamp, met de daarbij behorende akkermaals heggen en brinkje, onder Gorssel.
23 Mei 1818. Jan Braakman koopt erve Klein Bentink in het dorp Gorssel. Hij is dan ijzersmid van beroep, in latere vermeldingen wordt hij meester-smid genoemd.
 

Gerrit Boschloo is geboren op 10 oktober 1887 op Braakman waar zijn ouders in 1882 zijn komen wonen. Hij is op 26 november 1926 overleden a.g.v. een val uit de hooiberg ongeveer zes weken daarvoor.

Vanaf 6 juni 1887 dubbele bewoning door Lambertus van Heeckeren, gepensioneerd militair (Lambertus Baron van Heeckeren van Brandsenburg) en zijn echtgenote Jacomina Cornelia Sara Tissot van Patot.

 
1755-1762 Albert Braakman en Janna Janssen Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1755-1783 Jannes Alberts Braakman en Hendrina ten Velde Jannes is de zoon van Albert en Janna
1780-1836 Albert Braakman en Elisabeth Slonnink Albert is de zoon van Jannes en Hendrina
1810-1873 Johannes Wilhelmus Braakman en Johanna ten Velde Johannes Wilhelmus is de zoon van Albert en Elisabeth
1873-1874 Antoni Martinus Braakman Antoni is de zoon van Johannes Wilhelmus en Johanna, ongehuwd
1874-1882 Hendrik Ziemelink en Willemina Lentink Geen familie van de vorige hoofdbewoner
1882-1927 Gerrit Boschloo en Gerritdina Ilbrink Geen familie van de vorige hoofdbewoners, Gerrit senior verhuist in 1927 naar Klein Braakman
1918-1927 Gerrit Boschloo en Wendelina Tuitert Gerrit is de zoon van Gerrit en Gerritdina, Wendelina verhuist in 1927 naar Klein Braakman
1927-1933 Johannes Wolter Rottink en Johanna Hekkert Pachters
1933-1939 Familie Jansen Jan Jansen, woonde eerder bij de kerk (links naast Elisabeth) en was toen melkboer
1939-1976 Familie Pasman, twee generaties (1952: G.J. Pasman) Mogelijk Gerrit Jan Pasman en Jenneken Klein Kranenbarg
     
  Dubbele bewoning:  
1887 Lambertus van Heeckeren  
1892 Isaac Gerhardus van Sijthoff  
1894-1895 Wilhelmina Louisa Groot Viertelhausen  
1897 Mannes Hietkamp en Arendina Waanderina Nijendijk Het echtpaar verhuist in 1898 of 1899 naar de overkant van de weg naar een nieuw huis
1901-1902 Leijntje Hogerszeil  
1903-1904 Lambertus Martinus Loep  
1904-1907 Jan Adam Zandleven en Janke Piebes Piebenga Kunstschilder
1908-1912 Anthonij Coert en Anna Cornelia de Jong Kunstschilder
  etc.  
1952 W. Bruil  
1961-1965 Gerrit Derk Jan Boschloo en Gerritjen Johanna van Heimenberg Gerrit Derk Jan is de zoon van Gerrit en Wendelina
1969 J. Bosman  
 
 
Klein Braakman
 

Albert Boterman en Jenneken verhuizen in 1899 naar 't Elf Uur waar ze waarschijnlijk kort hebben gewoond. Hetzelfde jaar wonen zij namelijk in het nieuwe huis Eesterzicht.

In 1927 komen er pachters op Groot Braakman en verhuist de familie Boschloo naar Klein Braakman.

Foto's hiernaast zijn van Johanna Willemina Boschloo en van Reindert Hendrik Braskamp en Gerritdina Johanna Boschloo.
 
1887-1897 Albert Boterman en Johanna Alberta Noteboom Eerste hoofdbewoners, afkomstig van het boerderijtje bij de begraafplaats
1897-1899 Albert Boterman en Jenneken Slagman Jenneken is de tweede echtgenote van Albert
1899-1900 Hendrika van Scheepen  
1908-1909 Wilhelm Machiel Kernitz en Peternella Johanna Mulder  
1910-1912 Onbewoond  
1912-1916 Cornelis Hermanus Pruijzers en Helena Adriana Molewijk Afkomstig van 't Elf Uur
1916-1919 Gerrit Woertman en Jansje Teunissen  
1920-1927 Derk Jan Hendrikus Hut en Gezina Frederika van Zuijlen  
1927-1932 Gerrit Boschloo Afkomstig van Groot Braakman
1927-1947 Wendelina Boschloo-Tuitert Wendelina is de schoondochter van Gerrit
1927-1972 Johanna Willemina Boschloo Johanna Willemina is de schoonzuster van Wendelina en dochter van Gerrit Boschloo
1951-2008 Reindert Hendrik Braskamp en Gerritdina Johanna Boschloo Gerritdina Johanna is het nichtje van Johanna Willemina Boschloo en dochter van Wendelina Tuitert
     
    49a>3>3>4>4>4>4> Hoofdstraat 8
 
 
Veldwachter
 
Het eerste huis aan de linkerkant van de bebouwde kom van Gorssel werd bewoond door veldwachters die vanuit hun onderkomen goed de vreemdelingen en eventueel gespuis in de gaten kon houden die over de rijksweg het dorp binnen traden. Omdat de eerste twee hoofdbewoners veldwachter van beroep waren, noemen wij het huis "Veldwachter" maar dat is dus een verzonnen naam. De woning is te zien op de foto hieronder, aan de linkerkant.
 

De eerste hoofdbewoner en veldwachter was Gerrit Jan Schut die er in mei 1896 kwam wonen met zijn echtgenote Harmina Berendina ten Hake en drie kinderen. Het echtpaar woonde daarvoor nog op Hofman waar ook meer veldwachters hebben gewoond. Gerrit Jan woonde maar kort in het nieuwe huis want hij overleed er op 29 september 1896. Harmina Berendina blijft er wonen maar verkoopt het huis op 14 juni 1898 aan Mannes Hietkamp. Op 28 januari 1899 hertrouwt Harmina met Gerrit Achterkamp en zij verhuist dan met haar kinderen naar Deventer.

Mannes Hietkamp woonde aan de overkant van de weg op Braakman en was dan al gemeenteveldwachter van beroep. Het is goed mogelijk dat hij aangesteld is als veldwachter na het overlijden van Gerrit Jan Schut. Op 2 januari 1897 trouwt hij met Arendina Waanderina Nijendijk en hij was eerder getrouwd met Gardina Johanna Lubberding en woonde met haar in Hengelo (Gld). Dat huwelijk bleef kinderloos, maar met Arendina krijgt hij twee zoons: Johan Christiaan en Gerrit. Wij zien de jongens op de foto hier rechtsonder samen met hun nichtje Melta ter Hogt uit Almen. Johan Christiaan is in 1897 geboren op Braakman en Gerrit in 1899 op Veldwachter.

 
Op de foto hieronder zien wij Mannes Hietkamp en Arendina Waanderina Nijendijk in de tuin van Veldwachter met in de achtergrond boerderij Braakman. Op de foto ernaast zien wij Mannes te midden van zes andere veldwachters, deze foto zal zijn genomen voor het gemeentehuis in Gorssel. En op de derde foto staan zijn twee kleindochters Dissy en Diny bij de zijkant van het huis.
 
 


Dissy is de dochter van Johan Christiaan die op 13 mei 1927 trouwde met Wilhelmina Brummelman en dan ook op Veldwachter komen wonen. Zij krijgen ook nog een zoon genaamd Jan. Johan Christiaan is geen veldwachter maar timmerman van beroep en werkt voor aannemer Tuitert. Dit bedrijf zal naast Veldwachter een nieuwe woning hebben gebouwd waar zoon Gerrit Hietkamp is komen wonen. Hij doet dat met zijn echtgenote Antonia Broekmaat en hier wordt dochter Diny geboren en ook zoon Albertus Hermannes. Gerrit Hietkamp was gemeentebode van beroep. De foto hiernaast is van het nieuwe huis samen met Gerrit en Antonia.



 

Arendina Waanderina Nijendijk is overleden op 11 juli 1934 en Mannes Hietkamp op 17 maart 1942. Nadien zal Jan Brummelman, de vader van Wilhelmina, ook op Veldwachter zijn komen wonen. Hij is er overleden op 10 december 1955.
1896-1899 Gerrit Jan Schut en Harmina Berendina ten Hake Eerste hoofdbewoners
1899-1942 Mannes Hietkamp en Arendina Waanderina Nijendijk Geen familie van vorige hoofdbewoners
1927-1969> Johan Christiaan Hietkamp en Wilhelmina Brummelman Johan Christiaan is de zoon van Mannes en Arendina Waanderina
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 1  
 
 
Woertman
 
 

Betreft woonhuis met winkel en slachtplaats te Gorssel, sectie E nr. 3657.

Ook broer en vader Hendrik Willem Woertman woonden hier, zij zijn afkomstig van de Zutphenseweg 18.

In 1920 woont er ook het echtpaar Lolke Dijkema en Petronella Egberts.

De slagerij kreeg in 1930 een apart huisnummer (8).

 
1919-1952> Gerrit Woertman en Jansje Teunissen Afkomstig van Klein Braakman
1926-1949? Hendrik Willem Woertman Hendrik Willem is de vader van Gerrit
     
     
     
    5a>6>6>7> Hoofdstraat 5
 
 
Café Schutte
 
  Later de Rode Stier.
 
1900-1913 Harmanus Schutte en Aaltjen Meijer Eerste hoofdbewoners
1900-1940 Harmanus Albertus Schutte en Johanna Gerritdina van Kempe Harmanus Albertus is de zoon van Harmanus en Aaltjen
1952 Hermina Gerritdina Schutte Hermina Gerritdina is de dochter van Harmanus Albertus en Johanna Gerritdina
1952 Derk Jan Oosterveld en Jenneke Verdonk Medebewoners
     
    4a>6>7>9 = Hoofdstraat 7 anno 1951
 
 
Leuvenink
 
 
Hendrik Pieter Leuvenink is timmerman van beroep. Hij heeft gewerkt in de werkplaats van Derk Jan Tuitert die achter zijn huis stond op huidig adres Nijenbeeksepad 3, hij was meesterknecht.
 
1920-1952> Hendrik Pieter Leuvenink en Hendrika Jacoba Ebrecht Eerste hoofdbewoners
1952 A.D.J. Hiddink en Jacoba Petronella Leuvenink Jacoba Petronella is de dochter van Hendrik Pieter en Hendrika Jacoba
     
     
    7a>10>10 = Nijenbeeksepad 1 anno 1951
 
 
Nieuwe Muil
 
Dit huisje heeft de naam Nieuwe Muil maar de naam "de Nye Muyl" prijkt pas ongeveer 70 jaar na de bouw aan de gevel als de familie Tuitert er komt wonen. Het is wel haast zeker dat het huisje is gebouwd door de eerste hoofdbewoner want Gerrit Jan Haarman was metselaar van beroep. Hij woonde met zijn echtgenote Johanna Hendrika Meijerink op de Eikeboom naast de Kleine Muil waar in die tijd nog de familie van Derk Jan Tuitert woonde. Mogelijk heeft hij van zijn oude buurman een stukje grond gekocht waarop het huis kon bouwen en heeft hij dat dan gedaan met Derk Jan Tuitert die timmerman van beroep was. Op 20 december 1900 verhuist het echtpaar met vier kinderen en schoonvader Antoni Meijerink van de Eikeboom naar de Nieuwe Muil.
 

In 1902 wordt dochter Hendrika geboren maar zij heeft maar vier dagen geleefd. Twee jaar later, op 2 oktober 1904, overlijdt ook Johanna Hendrika Meijerink. In de akte van nalatenschap staat het huis met kadastraal perceelnummer 3066 vermeld, zij waren dus zeker eigenaar. Haar vader Antonie Meijerink is op 27 oktober 1907 overleden en dan woont Gerrit Jan alleen met zijn vier kinderen.

Op 6 februari 1909 trouwt dochter Johanna Hendrika Haarman met Gerrit Jan Nijman en zij komen dan ook op het boerderijtje wonen. Dochter Gerritjen wordt op 28 april 1909 geboren. Juni 1910 verhuizen zij naar het boerderijtje bij de begraafplaats.

Het fraaie schilderijtje hiernaast is gemaakt door Teun Kroes uit Gorssel. In de achtergrond is de kerktoren te zien.

Op 15 juli 1911 hertrouwt Gerrit Jan Haarman met Gerritjen Nijemeisland, weduwe van Berend Jan Heijenk. Als alle kinderen zijn uitgevlogen wonen zij uiteindelijk maar met hun tweetjes in het huis. Gerrit Jan is nog steeds metselaar van beroep en begint in 1927 aan een grote klus als de kerk wordt verbouwd. Op bijgaande foto legt hij de "eerste steen" samen met dominee Joan Lodewijk Gerhard Gregory. Gerrit Jan Haarman overlijdt op 16 mei 1933 in Eefde, ze zijn tussen 1930 en 1933 verhuisd.

Nieuwe bewoners zijn Arend Bretveld en Hendrika Muijtstege die ook maar met zijn tweetjes zijn. Het echtpaar is afkomstig van de Bloemhof aan de Hoofdstraat en vele jaren later gaan zij terug naar de Hoofdstraat als zij gaan wonen op de Borkel. Op 23 juli 1969 vieren zij hun diamanten huwelijk en in een advertentie wordt dan de Borkel en het personeel bedankt. Vijf jaar later hebben zij zelfs hun 65-jarig huwelijk gevierd!
 

De buren van de familie Bretveld waren vanaf 1962 Hendrik Jan Tuitert en Eva Rediena Markerink waarvan hiernaast hun trouwfoto is te zien. Zij woonden eerder op het Nijenbeeksepad 2 en verbouwden in 1962 de timmerwerkplaats naast de Nieuwe Muil tot woning en bouwden achter de woning een nieuwe werkplaats. Hendrik Jan is de zoon van Derk Jan Tuitert en is in 1903 op de Kleine Muil geboren. Waarschijnlijk hebben zij in die tijd al het huisje van de familie Bretveld gekocht en zijn zij er pas gaan wonen toen de familie Bretveld besloten had om hun oude dag op de Borkel te gaan doorbrengen, waarbij opgemerkt dat Hendrika daar waarschijnlijk eerder is gaan wonen en dat Arend nog een tijdje alleen op de Nieuwe Muil heeft gewoond. Pas toen de familie Tuitert er kwam wonen, kreeg het huisje dus de naam de Nye Muyl.

Hendrik Jan Tuitert is op 8 januari 1990 overleden. Eva Rediena is toen nog vier jaar lang op de Nieuwe Muil blijven wonen en is in 1994 verhuisd naar de Borkel. Tegenwoordig woont haar dochter en diens echtgenoot in het huis en genieten zij van de wijde blik over de Eesterhoek.
 
1900-1904 Gerrit Jan Haarman en Johanna Hendrika Meijerink Eerste hoofdbewoners
1905-1933< Gerrit Jan Haarman en Gerritjen Nijemeisland Gerritjen is de tweede echtgenote van Gerrit Jan
1933-1969~ Arend Bretveld en Hendrika Muijtstege Geen familie van vorige hoofdbewoners
1969-1994 Hendrik Jan Tuitert en Eva Rediena Markerink Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Nijenbeeksepad 5  
 
 
Nijenbeeksepad Even
 
1915-1951 Jan Wichers en Jenneken Bruggeman Jan Wichers is metselaar van beroep
1952 Harmanus Wichers en Gerritje Mensink Harmanus is de zoon van Jan en Jenneken
  7a>9>14>14> Nijenbeeksepad 8 anno 1951  
     
1928-1940< Harmanus Wichers en Gerritje Mensink Harmanus Wichers is metselaar van beroep
  Onbekend  
1943-1952> Ds. J.H.C. Kamsteeg Hij kwam van de Pastorie, zal in 1943 zijn geweest toen hij was gestopt als dominee
  9a>13>13> Nijenbeeksepad 6 anno 1951, tegenwoordig Kerkstraat 8  
     
Op 5 november 1920 koopt Johannes Antoni Buitenhuis van Derk Jan Tuitert een een perceel bouwterrein te Gorssel, sectie E nr. 3074. Mogelijk is dat een gedeelte van de grasgrond die Derk Jan Tuitert in 1899 bij de veiling van 't Wiltink. Hier bouwt Johannes Antoni Nieuwenhuis een nieuw woon- en winkelhuis te Gorssel, sectie E nr. 3074. Hypotheek krijgt hij op 10 februari 1921 van Johan Wiltink. Waarschijnlijk krijgt dit huis het nummer 10 en in 1930 wordt dit nummer 15.

In 1940 krijgt het huis geen nieuw nummer meer omdat het omstreeks 1937 is afgebroken t.b.v. de aanleg van de rondweg. Derk Jan Tuitert ging wonen in het oude huis van de familie Buitenhuis, dat zal part of the deal zijn geweest?
     
1921-1940< Johannes Antoni Buitenhuis en Bertha Gerdina Brinkman Het echtpaar is afkomstig van Nijenbeeksepad 2 en verhuist in periode 1930-1940 naar Hoofdstraat 54.
  10>15>x  
     
1924-1929 Karel Johannes Nieuwenhuis en Hendrika Gerritdina Tuitert Eerste hoofdbewoners, verhuizen naar 13a>21>20 aan de Hoofdstraat 15
1930- Johannes Fredrik Timan en Geertje Kleine Vanaf 11 februari 1930
1952 H.W. Woertman en mej. M.H. Dijkstra  
  10a>16>15> Nijenbeeksepad 4 anno 1951  
 
     
Buitenlugt
 

De naam is een verzinsel en is gebaseerd op de namen van de twee hoofdbewoners die in 1909 worden geregistreerd. Het zijn die van Rudolf Lugt en Johannes Antonie Buitenhuis. Het huis is gebouwd in 1907 en vanaf 1921 woont hier de familie Tuitert van de Kleine Muil. Oorspronkelijk was het een voorhuis met een deel als achterhuis. Dat zal de werkplaats zijn geweest voor Lugt en Buitenhuis. Aan de kant van de Hoofdstraat was een grote voordeur en links daarvan waren kamers. Er liep een lange gang naar het achterhuis. Rechts van de gang was de slaapkamer van Derk Jan Tuitert en Janna Slagman.

 

Op 5 november 1920 koopt Johannes Antoni Buitenhuis van Derk Jan Tuitert een een perceel bouwterrein te Gorssel, sectie E nr. 3074. Hier bouwt hij een nieuw woon- en winkelhuis te Gorssel, sectie E nr. 3074. Hypotheek krijgt hij op 10 februari 1921 van Johan Wiltink. In de transactie zal zijn afgesproken dat de familie Tuitert in het oude huis van de familie Buitenhuis kan gaan wonen.

Derk Jan Tuitert had een werkplaats aan het Nijenbeeksepad, tegenwoordig dit het huis van Nijenbeeksepad 3. Hij werkte hier met Hendrik Pieter Leuvenink, Johan Christiaan Hietkamp en Steven Rouwendal (brroer van Johanna Hendrika) uit Colmschate.

Na het overlijden van Janna Slagman in 1949 is het huis gesplitst en zijn Hendrik Jan Tuitert en Eva Rediena Markerink in het achterste gedeelte gaan wonen welke in 1951 het adres Nijenbeeksepad 2 kreeg. Hun voordeur werd in 1949/1950 ook verplaatst naar de kant van het Nijenbeeksepad. Aan de voorkant gingen Henk Pasman en Tonnie Poesse (= Tonny Gerda de Goeijen?) wonen.

 
1907-1921 Rudolf Lugt Eerste hoofdbewoner
1907-1921 Johannes Antoni Buitenhuis en Bertha Gerdina Brinkman Eerste medebewoners en later hoofdbewoners
1921-1949 Derk Jan Tuitert en Janna Slagman Afkomstig van de Kleine Muil
1928-1934 Gerrit Tuitert en Johanna Hendrika Rouwendal Gerrit is de zoon van Derk Jan en Janna, afkomstig van Dwarshuis
1934-1970~ Hendrik Jan Tuitert en Eva Rediena Markerink Hendrik Jan is de broer van Gerrit
     
  Huidig adres: Nijenbeeksepad 2 en Hoofdstraat 9 4c>8>11>17>16 = Nijenbeeksepad 2 anno 1951, maar wordt Hoofdstraat 9 door dubbele bewoning? Daar woont in 1952 H. Pasman, klopt! Is in 1949 gesplitst.
 
 
Hoofdstraat 11
 
Dit zou hetzelfde huis zijn als "Dwarshuis". Mogelijk pas later dubbele bewoning en een huisnummer toen de familie Dikkers er is komen wonen. Eigenaren van het huis zijn Derk Jan Tuitert en Janna Slagman.
 
1916-1926 Willem Dikkers en Johanna Huusken Eerste hoofdbewoners
1926-1928 Hendrika van der Sijde  
1928-1928 Johanna Adriana Swartjes-Olree  
1929-1934 Hendrik Jan Tuitert en Eva Rediena Markerink Verhuizen naar Nijenbeeksepad 2
1934-1952> Antoon Marinus Broer en Johanna Berendina Bielderman  
    8a>12>18>17> Hoofdstraat 11 anno 1951
 
 
Dwarshuis
 

De naam is fictief. Mogelijk genaamd Boschzicht, dit is het huis welke Gerrit Willem Dommerholt op 12-09-1912 waarschijnlijk heeft gekocht, zie inventarisnummer 35, aktenummer 4090. Nog goed nakijken, deze naam is niet toepasselijk voor deze plek en heeft mogelijk betrekking op een huis in Joppe. En mogelijk betreft het hier een andere Gerrit Willem Dommerholt.

Tevens zouden Derk Jan Tuitert en Janna Slagman eigenaar zijn. Zij kochten bij de veiling van 't Wiltink een stuk weiland ten zuiden van 't Wiltink en dit kan goed het land zijn geweest waarop dit huis is gebouwd.

Op de foto hiernaast Gerrit Tuitert en Johanna Hendrika Rouwendal

 
 
1907-1912 Jan Albert Loman en Gerritdina Maria Peters Eerste hoofdbewoners, verhuizen in 1912 naar huisnummer G26 = boekhandel
1912-1914 Gerrit Willem Dommerholt en Gerritje Scholten  
1915-1925 Hendrik Jan Lubberding en Aartje Olthof  
1925-1928 Gerrit Tuitert en Johanna Hendrika Rouwendal  
1928-1934 Hubert Carol Otto Magel en Jijsina Maria Cornelia van Beek
 
1952 D.W. Beffers  
    4d>9>13>19>18> Hoofdstraat 13 anno 1951
 
Hier was later garagebedrijf Vennink gevestigd. Ook dit huis zou eigendom zijn geweest van Derk Jan Tuitert en Janna Slagman. De familie Nieuwenhuis had hier een kleermakerij en een fourniture zaak aan de voorzijde.
 
1929-1952> Karel Johannes Nieuwenhuis en Hendrika Gerritdina Tuitert Eerste hoofdbewoners
    13a>21>20> Hoofdstraat 15 anno 1951
 
 
Nijenhof
 
 
 
1906-1929 Jan Anthonie Kroef en Anna Elisabeth Jarman Eerste hoofdbewoners
1930- Hendrikus Johannes Schildwacht en Marijtje Wesselman Vanaf 18 februari 1930
1952 W.K.J. Geldmaker  
     
     
    4b>10>14>20>19> Hoofdstraat 10 anno 1951
 
 
Bongert
 

Ook wel de (Buinincks) Kolk genoemd, niet te verwarren met de Dappers Kolck. Eigenaar was de familie van Buininck en in een magescheid van 1751 wordt genoemd "Den Colk, boomgaardt, groot twee en een half schepel gezaaij, tientvrij".

In Deventer/Diepenveen ook een Kolk in de Lage Wetering onder Colmschate welke ook wel de Bongert wordt genoemd. Toeval of verband?

Bij het daghuurdersplaatsje Kleinkamp, nabij de Groterkamp van de familie Buininck, was ook een weide met kolk. Nog verder uitzoeken of dit verband houdt!

Perceel 500 op kadastrale kaart 1832, betreft schuur en erf en het huis is dan dus al afgebroken. Eigenaar is de smit Jan Braakman. Ongeveer de plek van de latere brandweergarage. Huisnummer 29a anno 1863.

 
Op 18 augustus 1863 koopt Gerrit Jan Eenink een stuk bouwland en hakhout aan de straat van Zutphen naar Deventer van de Hervormde Diaconie te Gorssel.
In 1863 wordt er op de open plek een nieuw huis gebouwd welke vanaf 24 november wordt bewoond door het echtpaar Gerrit Jan Eenink en Johanna Derkjen Sarink en hun drie dochters die daarvoor in een ander huis aan de huidige Hoofdstraat woonden. Grote kans dat Gerrit Jan heeft meegewerkt aan de bouw van het nieuwe huis aangezien hij metselaar van beroep is. Een huisnaam is onbekend en zal niet de Bongert zijn geweest, deze is alleen van toepassing op het huis welke er in de 18e eeuw stond.

In hun nieuwe huis worden twee zoons geboren: Gerrit in 1865 en Hendrik in 1868. Van Hendrik zien wij hiernaast een foto, hij was later getrouwd met zijn achternichtje Harmina Everdina Eenink en woonde met haar in Warnsveld. Dat is de plaats waarnaartoe de familie Eenink op 4 februari 1869 ook verhuisde. Ze waren op 30 juni 1868 al vertrokken van de Bongert en woonden in de tussen liggende periode nog in weer een ander huis aan de Hoofdstraat.

Reden voor de verhuizing was dat Gerrit Jan Eenink niet de rente betaalde over de hypotheek van 2100 gulden die hij aanging op 18 augustus 1863 Christiaan Marianus Hennij. Daardoor is hij genoodzaakt het het huis op 2 oktober 1866 aan hem te verkopen en hij zal tot 1868 gehuurd zijn blijven wonen. Op 2 februari 1870 verkoopt Christiaan Marianus Hennij het huis aan de predikant Adam Jan Philip Winold de Wilde voor 2100 gulden.

In de periode 1864-1867 was er sprake van dubbele bewoning als het echtpaar Gerrit Mensink en Johanna Kieftenbelt er ook woont. Dubbele bewoning blijft daarna bestaan en het huis krijgt in 1890 twee huisnummers: 4 en 5. Anno 1951 wordt dat Hoofdstraat 14 en 16.
Hendrik Eenink
 

Tot 1870 stond het hele huis leeg aangezien er in die tijd ook geen medebewoners waren. De nieuwe hoofdbewoners zijn Hendrik Klaster Booiman en Margje Brink die op 15 maart 1870 hun intrek nemen.

Op 8 november 1876 wordt het huis bewoond door Engbert Jan Muil en Harmina Schoolderman. Zoon Gerrit trouwt in 1899 met Johanna Voupel en komt er dan ook wonen, Harmina is in 1897 overleden. Op 14 maart 1900 verhuizen Engbert met Gerrit en Johanna naar de Prins.

Foto hiernaast is van Johan Wiltink.

 
1680- Wolter Hendriks op den Bongert en Marrie Gerrits Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1704-1750 Willem Wolters op den Bongert en Trijntjen Harms Ilbrink Willem is de zoon van Wolter en Marrie
1742 Wolter Hendriks op den Bongert en Geertjen Hendriks Letink Wolter is een neef van Willem en Trijntjen en kleinzoon van Wolter en Marrie
     
1863-1868 Gerrit Jan Eenink en Johanna Derkjen Sarink Eerste hoofdbewoners van het nieuwe pand met huisnummer 29a
1870-1876 Hendrik Klaster Booiman en Margje Brink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1876-1876 Garrit Hendrik Tichelman en Tonia ter Beek Geen familie van vorige hoofdbewoners
1876-1900 Engbert Jan Muil en Harmina Schoolderman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1899-1900 Gerrit Muil en Johanna Voupel Gerrit is de zoon van Engbert Jan en Harmina
1900-1939> Johan Wiltink en Jantjen ten Have Geen familie van vorige hoofdbewoners
1926 Hendrik Jan Wiltink en Harmina Christina Klein Nulend Hendrik Jan is een neefje van Johan Wiltink en Jantjen ten Have
1952 K. Brinkman Hoofdstraat 16
     
     
  Dubbele bewoning:  
1864-1867 Gerrit Mensink en Johanna Kieftenbelt  
1874-1876 Jan Nijenhuis en Jenneken Poorterman Verhuizen naar 48-3
1876-1888 Johannes Keetelaar en Margaretha Westrup  
1889-1890 Harmen Kromdijk en Geertje Kamphuis  
1891-1901 Willem Boeije en Pieternella Omon  
1902-1902 Gerrit Jacob Westerveld en Maria Jonker  
1903-1926 Zwier Vreeman en Trijntjen Venhuizen  
1926 Hendrik Jan Wiltink en Harmina Christina Klein Nulend Hendrik Jan is een neefje van Johan Wiltink en Jantjen ten Have
1952 Mej. J.H. van Maanen Hoofdstraat 14
     
  En ook nog extra dubbele bewoning:  
1866-1870 Albert Boterman en Gerharda Oplaat  
1876-1879 Jan Nijenhuis en Jenneken Poorterman Afkomstig van 48-2
1879 Garrit Jan Makkink en Willemken Ilbrink  
     
1893-1896 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Huisnummer 5a, later aangehecht bij nummer 5
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 16  
 
 
Wiltink
 
Het erf Wiltinck wordt reeds genoemd in 1382 met als waarschijnlijke bewoner Hasken Wiltinck. In de pondschatting van 1492 is ene Bernt de bouman. 149206-08-1568: Missive van het Hof aan den Schout van Zutphen. Aan Jorien Wiltinck moet gelast worden ten behoeve van Herman Groll het goed Wiltinck onder Gorssel te ontruimen.
 

Hendrijk Roelofs Wiltink en Hendersken Gerrits op 't Have. Hendrijk en Hendersken woonden ook op 't Haar in Epse b.v. in 1699 maar woonden later weer op 't Wiltink. Hendrik woonde voor zijn trouwen al op Wiltink want wordt in een akte van 14-08-1689 al genoemd als Hendrick Roelofs,bouwman op Wiltinck in Gorssel. Na het overlijden van Hendrik woont Hendersken in Linde onder Vorden op boerderij Pelskamp. Waarschijnlijk heeft zij daarvoor ook nog op 't Ontijdink gewoond aangezien zij in 1725 genoemd wordt als "Hendersken ten Bosse wed. van Hendrik Wiltink". Hier woonde (eerder) ook haar zus Reijntjen die getrouwd was met Gerrit Claessen ten Bosch. Het is goed mogelijk dat Hendersken, mogelijk na het overlijden van Hendrik, heeft geruild met Albert Hendriks ten Busse en Hilleken Jansen die op 't Ontijdink woonden en omstreeks 1719 verhuisden naar 't Wiltink.

De laatste Wiltink op 't Wiltink is Albert Wiltink die er in 1756 is geboren. Hij trouwt op 15 juli 1781 met Jenneken Holterman uit Epse en er worden twee zoons geboren. Albert overlijdt op 14 oktober 1783, waarschijnlijk aan dysenterie waarvan dat jaar een epidemie heerste die in Gorssel meer levens eiste. Jenneken hertrouwt op 13 juni 1784 met Hendrik Stenvert en uit dit huwelijk worden zeven kinderen geboren. Jenneken en Hendrik kopen de boerderij op 30 juni 1790 van Albartus Theodorus Hartkamp.

Den 16 augustus 1790 ontvangen van Hendrik Stenvert en Jenneken Holtermans, echtelieden, onder Gorssel woonachtig, 120 guldens in voldoeninge van den 50en penning van het erve en goed Wiltink, bestaande in huijs, hof, bakhuijs, schuur, schaapschot, twee bergen, met den zoogenoemden Zandhof, bouw- en weijdelanden, opgaande boomen en akkermaals hout, alleenlijk een waare in de Gorsselsche Weerden uitgezonderd, tezamen onder Gorssel, buurschap Eschede gelegen. Aangekocht van den heer Albertus Theodorus Hartkamp, burgemeester der stad Deventer, voor 6000 guldens, op den 30 junij 1790.

 
Hendrik wordt ook wel Wiltink genoemd. Hij is op 1 november 1834 overleden, eerder dat jaar vierde hij nog met Jenneken het 50-jarig huwelijksfeest. Jenneken Holterman bijft na het overlijden van Hendrik op 't Wiltink wonen met haar ongehuwde kinderen Albert, Jan Hendrik en Harmina. In 1837 overlijden in een tijdsbestek van twee maanden zowel Jenneken als haar beide zoons, waarvan zoon Albert als laatste op 23 juli 1837. Dochter Harmina gaat daarna wonen bij haar zus Hendrika op de Bloedkamp. Op 28 juli 1837, dus kort na het overlijden van Albert, trouwt Philippus Eggink met Aaltjen van Zeits, ze wonen dan nog beiden in Eefde. Ze zullen met het plannen van het huwelijk waarschijnlijk nog niet hebben bedacht op 't Wiltink te gaan wonen maar door de trieste gebeurtenissen op 't Wiltink dient zich de gelegenheid aan en komt het ervan. Van kinderen komt het niet en de hoop is in 1848 al helemaal opgegeven als Aaltjen toch nog zwanger raakt! Op 25 januari 1849 wordt dan dochter Wijsken Christina geboren. Zij is nog maar acht jaar oud als op 25 juni 1857 moeder Aaltjen overlijdt. Philippus hertrouwt op 23 juli 1858 met de 58-jarige Hendrica Boom, zelf weduwe van Albert Berenpas. Uit dat huwelijk heeft zij kinderen die allemaal al getrouwd zijn behalve jongste zoon Hendrik Jan Berenpas en hij wordt "gekoppeld" aan Wijsken Christina, ze trouwen op 13 juni 1867. Hendrik Jan kwam met zijn moeder mee naar Gorssel en woonde dus al op 't Wiltink. Er worden vijf kinderen geboren waarvan Hendrica Boom er maar één ziet, zij overlijdt namelijk op 1 januari 1870 en de andere vier kinderen zijn daarna geboren. Philippus Eggink heeft wel het geluk al zijn kleinkinderen te mogen meemaken, hij overlijdt op 18 juni 1886 op 80-jarige leeftijd. Later dat jaar, op 22 november 1886, leent Hendrik Jan Berenpas 10.000 gulden en verleent daarbij hypotheek op zijn huis en erf met tuin, bouwland, weiland, hakhout, dennenbosch, weg en heidegrond met een totale oppervlakte van 22 hectare. Hieruit blijkt dat 't Wiltink met alle bijbehorende gronden zeer groot was en dus een voorname boerderij moet zijn geweest.
 
Hendrik Jan Berenpas overlijdt op 23 oktober 1893. Datzelfde jaar is er een stuk bij het huis aangebouwd en is er ook een nieuw huisje achter Klein Bentink gebouwd, zie kaart hiernaast. De uitgebouwde boerderij Wiltink kreeg een grootte van 25x33 meter, daarvoor was deze al ongeveer 25x25 meter en het was dus van oudsher al een hele grote boerderij. De boerderij stond met het achterhuis richting de huidige Hoofdstraat en met het voorhuis richting de huidige Deventerweg. Het linkerhuis op de foto hierboven is niet boerderij Wiltink, maar waarschijnlijk het huis waar Herman Brinkman en Maria Willemina Koldewe hebben gewoond. Dat geldt ook voor het linkerhuis op de foto hieronder van 1896. Boerderij Wiltink bestond toen nog wel maar stond iets meer naar links. Wel is de inrit naar de boerderij zichtbaar, tegenover de plek waar de vrouw staat.

Herman Brinkman en Maria Willemina Koldewe trouwden op 8 december 1894 en gingen wonen op huisnummer 7. In die tijd had Wiltink nog huisnummer 6 en Klein Bentink huisnummer 8. Drie weken later wordt zoon Hendrik Jan geboren. Het gezin vertrekt op 1 april 1896 naar Deventer en werd het huis onbewoond. Het huisnummer ging later over naar pension Juliana welke waarschijnlijk in 1900 is gebouwd, voor een gedeelte op de plek waar 't Wiltink heeft gestaan.
 
Wijsken Christina blijft na het overlijden van haar man wonen op 't Wiltink maar verkoopt op 13 november 1899 de boerderij en landerijen en dan blijkt hoe groot 't Wiltink was: ruim 25 hectare! Het boerenhuis met schuur, boomgaard en grasgrond wordt voor 2840 gulden verkocht aan Gerrit Jan Wiltink van de Oude Pastorie in de Eesterhoek. Uitbedongen worden de houtloods, de slieten op balken en hilden, alsmede de karnmolen met toebehoren voor snij- en dorswerk, met recht deze af te breken en te vervoeren en in het algemeen de hekken met posten en eikwerk op alle percelen. Verder wordt o.a. verkocht bouwland op den kamp voor het huis, grasgrond aan den Rijksstraatweg naast het huisperceel gelegen, bouwland op den Kamp ten noorden en ten zuiden van den middenweg (het huidige Nijenbeeksepad), bouwland op den Kamp aan den Enkweg gelegen, bouwland op den Kerkenkamp aan den Groenenweg (ten noorden van 't Velderhof), bouwland de Driehoek aan den Enkweg, hooiland uiterwaard "het Weerdjen", weiland "de Kloot", bouwland en grasgrond "de hooge Kloot", wei- en hooiland "het Blok", bouwland "de Veldkamp" en diverse percelen heide. Alles behalve een stuk grasland welke aan de Rijksstraatweg naast het huisperceel wordt verkocht en de veiling levert bijna 33.000 gulden op.
 
Opvallend is dat enkele kopers later huizen bouwen aan de middenweg, dat zijn Derk Jan Tuitert van de Kleine Muil, Gerrit Jan Haarman van de Eikeboom en Hermannus Albertus Schutte die het café op de hoek van de Nijenbeekspad en Hoofdstraat had. De middenweg is de horizontale lijn op de kaart links hiernaast. Rechtsboven is de boerderij aangegeven, rechtsonder het huis van Mannes Hietkamp (huidige Hoofdstraat 1) en geheel links de Enkweg. Al deze grond behoorde tot het Wiltink, de grond ten zuiden is van 't Gier en het voetpad (verticaal in het midden) liep daar door en kwam uit bij de Enkweg ter hoogte van de molen in de Eesterhoek.

De hoogste bedragen worden bij de veiling geboden voor het Weerdjen (4180 gulden door Johan Wiltink dan nog wonende in Diepenveen), het Blok (4500 gulden door Harmen Christiaan Klein Nulend van de Kippe te Epse) en de Kloot (6500 gulden) door Carel Roeterdink van Groot Bentink die ook nog 1550 gulden betaalde voor bouwland op den Kerkenkamp.
 

Op 27 februari 1900 verhuist Wijsken met de dan nog drie inwonende kinderen Albert, Hendrika en Philippina en een dikke portemonnee naar Voorst. De boerderij wordt daarna afgebroken en er wordt in 1900 wat zuidelijker en dichter aan de huidige Hoofdstraat door Gerrit Jan Wiltink een nieuw huis gebouwd welke de naam Wiltinkhof krijgt en nog steeds heeft. Het nieuwe huisnummer G7 gaat over van 't Wiltink naar 't Wiltinkhof. Wijsken woont na haar vertrek uit Gorssel in Twello, Deventer en Laren. In Laren (Groot Dochteren) woont zij bij haar dochter Aaltje en schoonzoon Marten Braakman en op 28 februari 1927 komt zij met dit echtpaar en verdere familie terug naar Gorssel en gaat wonen aan de huidige Veerweg. Hier is zij op 9 januari 1930 overleden.

 
Waarschijnlijk is 't Wiltink al in 1900 is afgebroken, de boerderij staat er in ieder geval niet meer in 1901 volgens een kadastrale kaart waarop staat aangetekend dat de boerderij is gesloopt. Op de kaart is tevens te zien dat er op de noordwest hoek van de boerderij een nieuw schuurtje is gebouwd. Hiervoor zullen waarschijnlijk stenen en hout uit de oude boerderij zijn gebruikt waarvan het verbouwde gedeelte nog niet oud was. Dit schuurtje staat er anno 2018 nog zoals op de foto hiernaast is te zien.

 
........-1667 Jan Wiltink en Fije Roelofs Na het overlijden van Jan hertrouwt Fije met de koster Jan Beugel
1659-1689 Roelof Jansen Wiltink en Aaltjen Jansen Valcke Roelof is de zoon van Jan en Fije
1689-1719 Hendrijk Roelofs Wiltink en Hendersken Gerrits op 't Have Hendrik is de zoon van Roelof en Aaltjen
1719-1758 Albert Hendriks ten Busse en Hilleken Jansen Vaarneman Afkomstig van 't Ontijdink, verhuisd tussen 1717 en 1720
1747-1810 Hendrikus Jansen Leerink-Wiltink en Jenneken Wiltink Jenneken is de dochter van Albert en Hilleken
1781-1783 Albert Wiltink en Jenneken Holterman Albert is de zoon van Hendrikus en Jenneken
1784-1837 Hendrik Stenvert en Jenneken Holterman Hendrik is de tweede echtgenoot van Jenneken
1837-1857 Philippus Eggink en Aaltjen van Zeits Geen familie van vorige hoofdbewoners
1858-1886 Philippus Eggink en Hendrica Boom Hendrica is de tweede echtgenote van Philippus
1867-1900 Hendrik Jan Berenpas en Wijsken Christina Eggink Wijsken is de dochter van Philippus en Aaltjen en Hendrik Jan is de zoon van Hendrica en stiefzoon van Philippus
 
 
 
Wiltinkhof

 

Eerste hoofdbewoner van het Wiltinkhof is arts Frederik Pieter Schuitemaker die er op 28 december 1900 komt wonen. Albert Teela en Gerritje Boschloo hebben later op Wiltinkhof gewoond. Ze woonden aan de linkerkant. Meester van Riesen en later meester Geijtenbeek woonden aan de rechterzijde van het dubbel bewoonde huis. Het huis Wiltinkhof was eigendom van de kerk. Eerder was het huis eigendom van Johan Wiltink (van Bongert) die het in de periode 1925-1935 verhuurde aan de familie Smeenk die er woonde en een postkantoor had. Johan Wiltink was getrouwd met Jantje Wiltink en zij was de weduwe van Gerrit Jan Wiltink, zo werd Johan Wiltink eigenaar.
 
 
1900-1905 Frederik Pieter Schuitemaker en Christina Louisa Petronella van Dijk Arts. Geen familie van vorige hoofdbewoners. Afkomstig van huisnummer 19, vertrekt naar huisnummer 23 = Haijtinkhof.
1906-1923 Christiaan Johannes Koppen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1923-1925 Cornelis Hoorens van Heijningen en Maria Bouwmeester Cornelis is een neefje van Christiaan
1925-1935 Harmanus Smeenk en Gerritdina Brinkman Woonden met zekerheid op Wiltinkhof, niet Wiltink. Verhuisd in periode 1935 naar Hoofdstraat 59.
1936-1939 Pieter Herder en Weia Frederika Pottjegort Pieter is winkelier in huishoudelijke artikelen
1940-1948 Onbekend  
1948-1961 Albert Teela en Gerritje Boschloo Er woonde in 1952 ook een mej. G.J. Draaijer
1954-....... Bernardus Johannes Hulshof Is er gaan wonen tussen 1952 en 1956 en woonde later in de helft van de Peerdekate
 
 
Pension Juliana
 

Tussen de plek van de oude boerderij Wiltink en Klein Bentink wordt een nieuw huis gebouwd welke later pension Juliana wordt genoemd. Deze is in de jaren '50 eigendom van Dikkers. Op de foto hiernaast staat nog geschreven pension weduwe JHW Lübkemann-Maijwald. Huisnummer G14>18. Dit betreft Cornelia Maijwald geb. 04-12-1849 te Leerdam.

Eerste bewoners van Pension Juliana zijn Willem Gerhard Schut en Cornelia Vredeling, zij zijn afkomstig van Hofman welke dan zal zijn afgebroken en waarvoor Buitenzorg in de plaats zal zijn gekomen, deze lijkt qua bouw op pension Juliana. Waarschijnlijk is het huis dus in 1900 gebouwd en zijn er door afbraak van het oude Wiltink twee nieuwe huizen gebouwd in 1900. Vreemd genoeg wordt het huis niet op de kaart van 1902 aangegeven maar pas in 1906. Het kan dus zijn dat het huis toch wat later dan 1900 is gebouwd en dat de o.a. de familie Schut eerst nog in het huis hebben gewoond waar ook de familie Brinkman woonde.

Pension Juliana is in 1982 afgebroken en daarvoor in de plaats is een nieuwe dubbele woning gebouwd, iets verder naar de Hoofdstraat toe. Eigenlijk had het nieuwe huis op gelijke hoogte met het Wiltinkhof moeten komen te staan maar daar stak de toenmalige bewoner van 't Wiltinkhof een stokje voor (middels een slokje met de burgemeester) omdat hij bang was het uitzicht op de Hoofdstraat richting de Roskam te verliezen.
 
     
1900-1903 Willem Gerhard Schut en Cornelia Vredeling Afkomstig van Hofman en vertrokken op 29-04-1903
1903-1904 Geert Zandvoort en IJttje Tjerkstra Van 27-04-1903 tot 04-11-1904, vertrek naar Eefde
1904-1905 Frederik Kreunen en Sophia Versteeg Van 04-11-1904 tot 01-06-1905
1905-1915 Jan Hendrik Willem Lukkeman en Cornelia Maijwald Vanaf 26 juni 1905. Dochter Wilhelmina Sophia Johanna vertrekt in 1916
1916-1919 Jan Aibes van Kregten en Francisca Fransen  
1919-1920 Frans de Graaf en Anna Bijlsma  
1920-1955 Reint Willlem van Schooten en Janna Scheperboer  
1956-1961 Gerardus Hubertus van Issenhoven en Maria Berkenbosch Vertrekken naar Acaciaplein
1962-....... Familie de Voogd Laatste bewoners, hierna heeft het huis nog jaren leeggestaan voor afbraak in 1982
     
  Brinkman  
1894-1896 Herman Brinkman en Maria Willemina Koldewe Huisnummer 7. Dit huisnummer wordt in 1890 al als nieuw huisnummer genoemd en vermeld op het blad van dubbele bewoning van 't Elf Uur
     
  Huidig adres Wiltink: afgebroken, stond achter Hoofdstraat 21/23  
 
 
Klein Bentink
 
Deze boerderij wordt al in 1321 genoemd als "Erf Benting" en is daarmee de eerst vermelde boerderij van Gorssel welke toen nog als Gerslo en Gorstelo werd geschreven. Alleen 't Eschede werd al eerder genoemd (anno 1046 als 't Ascethe) maar was geen boerderij. Dat Bentink (Bentinck) al in 1321 werd genoemd, wil niet zeggen dat het de oudste boerderij van de marken Gorssel en Eschede was, maar de boerderij zal één van de oudsten zijn, zeker van de boerderijen die tegenwoordig nog bestaan. De boerderij zal ouder zijn dan Groot Bentink welke op de Boschterhoek pagina wordt beschreven. Vergelijk verhaal met die van de Kleine en Grote Muil dus. In de pondschatting van 1492 zien wij dat ene Johan Schaeldman de eigenaar was. De bouwman wordt niet bij naam genoemd maar wel dat hij pauper was.
 
Albert Neuteboom: in het laatst der maand maart van het jaar 1771 in Gorssel overleden, in leeven daglooner,gewoond hebbende op Klein Bentink in gezegde gemeente Gorssel, begraven op het kerkhof van Gorssel.

Het huis wordt anno 1818 bewoond (gehuurd) door Aaldert Hoefman & Janna Dijkerman en later door zoon Gerrit Hoefman en diens echtgenote Geertjen van Hummel. In het register van oorlogsschade van 1797-1798 over de periode 1794-1795 wordt hij Alert Hoekman of Klein Bentink genoemd.

Op 23 mei 1818 wordt het erve Klein Bentink voor 4560 gulden gekocht door Johannes Wilhelmus Braakman die zelf op de Smid woonde. Tot het erve Klein Bentink behoorde ook de Stalbrinkskamp "met den zesde waar in de Gorsselsche Marke en Weerden" welke werd gekocht door Arend Nikkels, bouwman op Haijtinkhof. In de hypotheekakte wordt het erve Klein Bentink beschreven als "daghuurders woning gequoteerd nummer 23, met twee landheerkamers, daar annex een schuur, twee hoven bij het huis, groot anderhalf schepel gezaaij, een kamp bouwland groot elf schepel gezaaij omgeven van een akkermaalsheg, belend oost aan voorschreven Stalbrinkskamp, zuid aan bouwland van Albert Braakman, west aan den Grotenweg, noord aan de Velderhofstraat, voorts nog twee en een vierde koeweide of negen tweeënvijftigste gedeelte van twee weiden den Hogenkluit en het Walleken op de Gorsselse weerden".

Op 10 augustus 1842 verkopen Jan Braakman en echtgenote Johanna ten Velde (Groterkamp) aan Gerrit Dikkers en zijn vrouw Johanna Noteboom en vertrekken Gerrit Hoefman en Geertjen van Hummel naar Laren. Nadien wordt het huis als bakkerij gebruikt en ook wel Dikkers genoemd. Op 28 maart 1883 schenken Gerrit en Johanna het huis en erf aan zoon Willem die net als zijn vader bakker van beroep is. Op 3 oktober 1916 bouwen ze een nieuw huis aan de Hoofdstraat en verhuizen daarnaar toe.
 
Willem Harms Dijkerman is de jongere broer van Aaltjen Harms Dijkerman. Zij was getrouwd met Garrit Willems en uit dit huwelijk worden in 1745 en 1747 twee kinderen geboren, aangenomen op Klein Bentink. Het echtpaar zal er tot zeker 1757 hebben gewoond omdat toen de vader van Garrit er overleed. Willems Harms Dijkerman trouwde in 1761 met Jenneken Klaphekke en zij zijn toen mogelijk al op Klein Bentink komen wonen en waarschijnlijk woonden de ouders Jenneken er toen ook, zij woonden eerder op Klaphekke. Andere mogelijkheid is dat Willem zijn zwager Garrit Willems opvolgde. Hieronder wordt aangegeven dat Willem van 1774 op Klein Bentink woonde, hij woonde namelijk in de periode circa 1766 tot 1774 op Brinkman in de Eesterhoek. Willem woonde later op de Grote Muil.
 
Koopcontract d.d. 18-02-1916 tussen Willem Dikkers (broodbakker en winkelier) en Gerrit Johannes Dikkers: betreft een woonhuis met bakkerij en koffiehuis in het dorp Gorssel, sectie E nrs. 3545, 423 en 3526
 
1643-1667> Henderick Wessels op Kleine Bentinck en Anna Alberts Eerste hoofdbewoners van dit overzicht. Anna is zus van Lummeken Alberts die op Groot Bentink woonde.
1674 Henderick Wessels en Fenneken Jansen Bussink Fenneken is de tweede echtgenote van Henderick. Niet zeker of zij op Klein Bentink gewoond hebben, wellicht is Henderick na huwelijk verhuisd?
1678 Hendrik Willems Klein Bentink en Marrie Jansen Hendrik is afkomstig van de Peerdekate
1697    
1700-1724~ Jan Alberts van der Meij en Aeltjen Hendriks Klein Bentink Aeltjen is de dochter van Hendrik en Marrie
1724-....... Berent Hendriks Stegeman en Aeltjen Hendriks Klein Bentink Berent is de tweede echtgenoot van Aeltjen
1745-1760< Garrit Willems en Aaltjen Harms Dijkerman  
1757 Willem Garrits bij Klein Bentink 10-01-1757 overleden. Alias Willem Gerrits op den Veller te Apeldoorn. Vader van Garrit Willems.
1757-1771 Albert Neuteboom en Garritjen Hendriks Afkomstig van Dijkerhof
  Jan Derksen Reuvekamp en Willemken Willemsen Klaphekke Afkomstig van Klaphekke
1761-1766 Willem Harms Dijkerman en Jenneken Klaphekke (Bennink) Mogelijk hebben de ouders van Jenneken er eerst gewoond (zie hierboven) ze waren dan afkomstig van 't Klaphekke
1766-1774 ?  
1774-1790 Willem Harms Dijkerman en Jenneken Klaphekke (Bennink) Afkomstig van Brinkman
1789-1832 Aeldert Hoefman en Janna Dijkerman Janna is de dochter van Willem en Jenneken
1822-1842 Gerrit Hoefman en Geertjen van Hummel Gerrit is de zoon van Aeldert en Janna
1842-1903 Gerrit Dikkers en Johanna Noteboom Geen familie van vorige hoofdbewoners
1883-1916 Willem Dikkers en Johanna Huusken Willem is de zoon van Gerrit en Johanna
1916-....... Gerrit Johannes Dikkers en Wendelina Arendina te Winkel Gerrit Johannes is de zoon van Willem en Johanna, woonden later op Elisabeth?
1952 J. Dikkers = Johannes Dikkers?  
     
  Tevens bewoond door:  
     
1797-1803 Jan Tankink en Henders Plaggert  
1803-1823~ Hendrik Pellenbarg en Henders Plaggert Hendrik is de tweede echtgenoot van Henders, zij is op 07-08-1823 overleden op Klein Bentink
1825-1844 Gerrit Jan Zomerhuis en Johanna Willemsen  
1844<1851 Hendrikus Draaijer en Hendrika Klein Baltink Het echtpaar woont anno 1851 op den Oldenhof
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 25  
     
 
 
Kerkenstede
 

Wellicht is de kerkenstede afgebeeld in de PDF in mijn archief. Eerst zeker stellen dat dit de kerk van Gorssel is.

Onder 't Kercken guet behoort ook den Crommen Camp, zie verponding 1646.

12-07-1725: Erfkoop aan Jacob Hendriks of Kerkenmeijer en Aaltjen Berents zijn huisvr. 5/6 part uit het goed de Vosstede in Gorssel. Andere 1/6 part wordt gekocht (via de diaconie) van Harmen Wolters Beunk: SAZ 0338-236,17-7-1725
Arent Ilberink en Jan Roskam als opsieners van de diaconie van Gorssel
voor 300 gld voor de schulden van 5-10-1709 en 25-10-1721
ten laste van Harmen Boink en Fijtjen Roelofs hebbe verkregen op en aan 't goetjen de Vossstede en Vosstuck in Gorssel
verkocht aan Jacob Hendriksen Kerkmeijer

 
Deze foto is gemaakt nadat de kerk in 1928 is verbouwd. Op de foto staan 20 personen waaronder veel Eesterhoekers. Hieronder de namen van de personen waarvan de personen 1 t/m 12 staan en de personen 13 t/m 20 zitten.
1. Johannes Jacobus van Velden hoofd der school (Christelijk)
2. Johan Gerrit Boschloo landbouwer op ’t Dijker
3. Hendrik Jan Wiltink landbouwer op ’t Reins
4. Gerhard Johan Peters landbouwer op de Bloedkamp
5. Carel Roeterdink landbouwer en kassier op Ruimzicht
6. Hendrik Makkink landbouwer op ’t Wolferink
7. ?
8. ?
9. Johan Gerrit Jan Remmelink huisarts
10. Johan Daniël Christiaan Ras hoofd der school (Vullerschool)
11. Dirk Jan Stegink(?) landbouwer op ’t Nijveld in Epse
12. Pieter Smith koster en schoenmaker
13. Albert Boschloo landbouwer op ’t Boschloo
14. Willem Hendrik Makkink landbouwer op ’t Walle
15. Jan Albert Wichers timmerman
16. Gerrit Jan Tuitert landbouwer op ’t Nieuwe Klaphekke
17. Joan Lodewijk Gerhard Gregory dominee
18. Johan Willems landbouwer op de Prinsenhof
19. Derk Jan Steging(?) landbouwer op ’t Loo
20. Gerrit Tuitert landbouwer op de Grote Muil
 
1659 Gerrit aen de Kerke Gerrit Peters Groterkamp?
1659-1663> Willem op de Kerkenstede Wilm Berentsen (Kercken Meijer anno 1649)?
1666-1672 Jacob Gerrits Groterkamp>Kerckenstede en Beerentjen Wolters Afkomstig van Groterkamp, zoon van "Gerrit aen de Kerke"?
1672-1680 Jan Frederiks Berghege>Kerkenstede en Beerentjen Wolters Jan is de tweede echtgenoot van Beerentjen
1680>1713 Jan Frederiks Kerkenstede en Trijntjen Jans Trijntjen is de derde echtgenote van Jan
1702-....... Derk Henderiks Kerkenmeijer en Aaltjen Jansen Kerkenstede Aaltjen is de dochter van Jan en Trijntjen
     
 
Kerkplein
 

Het huis is eigendom van Gerrit ten Hoopen die ernaast op Elisabeth woont. Waarschijnlijk gekocht op 8 april 1914, zie akte van toewijzing van een winkelhuis. Op 1 november 1919 verkoopt hij woon- en winkelhuis in de kom van het dorp Gorssel, sectie E nr. 3543 aan kleermaker Karel Antonie Jansen.

Tussen het witte huis en Elisabeth stond nog een huis, lijkt meer een jaren '30 woning. Deze krijgt huisnummer 23, zie hieronder.

 

Op 2 oktober 1919 komen kleermaker Karel Antoni Jansen en zijn echtgenote Maria Derkje van Koningsveld in het huis wonen. Ze hebben twee kinderen en op 21 december 1919 wordt een derde kind geboren. Op 16 maart 1921 wordt zoon Marinus Albertus geboren maar hij overlijdt al op 3 april 1922. Karel en Marie zijn dan inmiddels al verhuisd naar een huis aan de Veldhofstraat waar Marie op 10 mei 1924 is overleden aan TBC. Fokje Schipper kwam daarna bij Karel als huishoudster werken en op 25 oktober 1924 hertrouwt Karel met haar! Op 16 maart 1926 verhuist het echtpaar met vier kinderen uit het eerste huwelijk naar Lochem, Fokje heeft dan nog geen kinderen. Later worden er nog wel acht kinderen geboren.

In 1921 heeft Karel Antoni Jansen het huis en winkel te Gorssel, sectie E nr. 3684, verkocht aan Pieter Smith. Op 6 juli 1921 is er een schuldbekentenis met hypotheek.

Op zondag 18 maart 1945 was er de grote luchtaanval gericht op de kerktoren. Hierbij werden de kerk, de pastorie en de huizen van Smit (schoenmaker), Jansen (melkboer) en Hietbrink (postbode) zwaar beschadigd.

 
  Nieuw huis met huisnummer 45a>10>12>17>21>28>x  
1883-1885 Elsken Reinira Schoenmaker Eerste hoofdbewoonster
1885-1886 Johan Bartelds en Carolina Sophia van der Beck  
1886 Andreas Wagho en Frederika Elisabeth Braakman  
  Peter Frans Misanas  
1893 Willem Bloemers  
1894-1905 Hendrik Jan Grooteboer en Berendina Oosterkamp Berendina is de zus van Gerrit Willem, ze zijn afkomstig van 't Dijkerhof
1905-1915 Hendrik Hulsegge en Hendrika Hutteman  
1915-1919 Heinrich Paul Dikkers en Johanna Magdalena Koersen Verhuisden naar G28 en ruilden met de volgende bewoners Jansen
1919-1921 Karel Antoni Jansen en Maria Derkje van Koningsveld Afkomstig van huisnummer G28 (overzijde Roskam)
1922-1927 Pieter Smith en Jeltje de Jong  
1927-1927 Gerrit Halfwerk en Elisabeth Visser Zus van Gradus Visser
1927-1930> Gerrit Jan Kuit en Elizabeth van der Molen  
.......-1945 Jansen Melkboer, woonde later op Braakman
     
  Huisnummer 45a2>9>11>18>22>29>27  
1883 Izaak Schreuder en Trijntje Talma Eerste medebewoners
1887-1913 Gerrit Willem Oosterkamp en Frederika Wilhelmina Pilgrim Afkomstig van de Eikeboom
1913-1914 Gezinus Nomden en Everdina Wilhelmina Gorseling Winkelier
1914-1915 Petrus Nicolaas Tonsbeek en Catharina Christina Johanna ten Cate Predikant, vertrokken 16 oktober 1915 naar Emmen
1916-1922 Hendrik van Velden en Catharina Henriette Elisabeth Siebert Evangelist, gekomen 4 mei 1916, afkomstig van Hummelo
1927-1945 Pieter Smith en Jeltje de Jong Afkomstig van de andere kant met huisnummer 21
     
 
     
1921-1925 Onbewoond Schuur
1925-1926 Willem Speek en Berta Noll Eerste hoofdbewoners
1926-1928 Jan Albert Loman en Gerritdina Maria Peters Afkomstig van de Kosterie, vertrekken naar dubbele bewoning Elisabeth?
1928-1930 Mechteld van de Ven  
1930-1931 Bernardus Hendrikus Rikkert en Maria Rijnders  
  Hietbrink?  
    23>30>28
 
 
Elisabeth
 
 
Bouwaanvraag d.d. 26 oktober 1927 door G.J. Dikkers voor het verbouwen van een woonhuis tot een dubbel woonhuis door het plaatsen van een trap en een afscheiding hiertegen. Gelegen aan de Rijksstraatweg, later Hoofdstraat 31 en 33.
 
1887-1896 Johan Willem Pfeijffers en Elisabeth Jacoba Douhet Eertse hoofdbewoners
1897- Gerrit ten Hoopen en Anna Gerarda Francisca Wilhelmina van Deun Geen familie van vorige hoofdbewoners, Gerrit woonde/werkte vanaf 1893 op de Roskam
1952 G.J. Dikkers = mogelijk Gerrit Johannes Dikkers van Klein Bentink  
     
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 31 2a>12>14>19>24>31>29
     
1928-........ Jan Albert Loman en Gerritdina Maria Peters Afkomstig van huisnummer 23
1952 G.J. Leuvenink en G. van Oosten  
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 33 24a>32>30
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Kosterie
 
Schoolmeester in 1640 is Jan Duim.

Verpondingskohier 1646: Dese plaatse gebruijck de Coster voor sijn dienst. Is in 1764 afgebrand waarmee registers van overlijden of begraven lijken verloren zijn gegaan. De koster was ook schoolmeester en de school was aan zijn huis gevestigd. Het schilderij hierboven dateert van ongeveer 1850 en de witte woning is de Kosterie annex school. Rechts staat de Roskam en links het erve Klein Bentink en de kerk.

Anno 1725, Den 6 Decemb. Is, ten overstaen van de Heeren Inspectoren Laur. Le Brun en Antonius Christiaens V.D.M. in Zutpheen en Warnsfeldt, met eenpaarige stemmen tot voorsanger en schoolmeester verkoosen Wolter Roelofs Pickardt.

Willem van der Meij wordt in 1792 benoemd als onderwijzer en krijgt in 1830 ontslag wegens doofheid, maar hij is dan ook al 68 jaar oud. Hij is op 25 juli 1835 overleden op het erve Olthof.
 
Op de kadastrale kaart van 1832 hebben de school en de kosterie twee aparte perceelnummers t.w. 401 en 406. De school zal op een gegeven moment zijn afgebroken en de kosterie is waarschijnlijk overgegaan in het pand waar later o.a. Van Kampen gevestigd was.
 
  Johan Beugel en Eva Lessenich Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1667- Johan Beugel en Fije Roelofs Fije is de tweede echtgenote van Jan, zij is afkomstig van 't Wiltink
1713 Jan Nest en Maria Beugels Maria is de dochter van Johan en Eva en wordt in 1713 geregistreerd aan de custos huijs
1725-1763 Wolter Roelofs Pickardt en Hendersken Wolters Beunk  
1763-1765 Jan Wolters Pickardt Jan is de zoon van Wolter en Hendersken
1766-1778 Hendrik Hendriks van Hummel en Hendrikjen Hendriks Balkenbroek Het echtpaar is afkomstig van Diepenveen (Linde)
1778-1789 Hendrik Hendriks van Hummel en Lubbertjen Harms van Essen Lubbertjen is de tweede echtgenote van Hendrik
1792-1834 Willem van der Meij en Antonetta Bemers  
1833-1876 Johannes Hubertus van Westendorp en Charlotta Gijsberdina Bessem Huisnummer 1 anno 1841 en 1866
1876-1885 Herman Johan Meuleman en Jenneken van der Meij Zij verhuizen in 1886 naar huisnummer 1a = Meesterswoning = Hoofdstraat 22 anno 1951 (dus aan de overkant van de weg)
1885-1889 Klaas Swart en Maria Judith Hubert  
1889-1931 Johanna Eliza van der Meij Weduwe van Jan Marten Scholten
1931-1966 Johannes van 't Hul en Hermina Catharina Nagtegaal Het echtpaar trouwde in 1931 en woonde eerst op huisnummer G74 (Hoofdstraat 40)
1966 Van Kampen  
  Hoofdstraat 37 anno 1951  
     
  Dubbele bewoning  
1888 Willem Mulder en Johanna Schiphorst  
1890 Frederik Pieter Schuitemaker en Christina Louise van Dijk  
1900-1911 Gerrit Cornelis Kapteijn en Louise Rosalie Heijse  
1911-1911 Berendina Holl-Arends  
1911-1912 Wilhelm Machiel Zernitz en Petronella Johanna Mulder  
1912-....... Jan Albert Loman en Gerritdina Maria Peters  
     
<1930 Jan Albert Loman en Gerritdina Maria Peters Huisnummer G24a>32>30
1938- Gerrit Willem Hendrik Jan Loman en Hendrika Hermina Kappert Gerrit Willem Hendrik Jan is de zoon van Jan Albert en Gerritdina Maria
 
 
School en meesterswoning
 
   
 
  Meesterswoning  
1886-1912 Herman Johan Meuleman en Jenneken van der Meij Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Kosterie
1912- Johan Daniël Christiaan Ras en Petronella Geertruida Engelina Riesebos  
     
     
  School  
1890 Levinus Ripping Eerste hoofdbewoners
1891 Willem Jacob van Campen  
1892-1897 Elisabeth Geesink Vertrekt mei 1897 naar nieuw huis aan de Nijverheidsstraat
1908-1909  Johannes Knottenbelt en Helena Aaltje Sophia Nieuwenhuizen Daarna onbewoond
1910-1912 Hendrika Giesbers Ook families Meijer en van Caubergh
1912 Herman Johan Meuleman en Jenneken van der Meij  
     
     
     
     
 
 
 
 
 
 
Nieuwe Pastorie
 
 

De foto hiernaast is gemaakt in de tuin bij de Nieuwe Pastorie waar veel dennenbomen stonden. In het midden zit dominee Thoden van Velzen met de kerkeraad waarvan helaas niet alle namen bekend zijn.

Zittend v.l.n.r. Onbekend (Oostenenk?), Albert Boschloo (Boschloo), Carel Roeterdink (Groot Bentink), Marten Tuitert (Grote Muil), dominee Thoden van Velzen, Nieuwenhuis?, Onbekend, Onbekend en Jan Wiltink (Reins).

Staan v.l.n.r. Jan Hendrik Nieuwenhuis (Klaphekke), Onbekend, Albert Willem Roeterdink (Smeenk), Steging(k)?, Hendrik Makkink (Wolferink), Jan Willem Boerstoel (Braamkolk), Onbekend, Onbekend en Antoni Boschloo (Dijker).

 
Hier zien wij dominee Joan Lodewijk Gerhard Gregory met zijn echtgenote Mary Gertrude Mackenzie en zijn twee oudste dochters. Zij woonden van 1926 tot 1930 op de Nieuwe Pastorie aan de Hoofdstraat in Gorssel, dit huis is ook op de foto te zien. De foto is aan de rechter zijkant van het huis gemaakt, dat is goed te zien op de foto erboven.
 
Op 18 maart 1945 wordt de pastorie door een bombardement totaal verwoest. De foto hiernaast laat niet de verwoesting zelf zien, maar nadat het pand al grotendeels gesloopt was. Er zijn diverse boeren geweest die hebben geholpen met het afvoeren van puin van de kerk en van de omliggende huizen. Het schuurtje op het erf van ’t Boschloo zou gebouwd zijn met schoon gebikte stenen van die huizen.

Dominee Schakel heeft toen met zijn gezin tijdelijk onderdak gevonden op 't Boschloo waar hij tot de bevrijding heeft gewoond. Ook de kerk was verwoest en de kerkdiensten werden in die tijd gehouden op de deel van boerderij Boschloo.
Op de foto hiernaast de nieuwe Nieuwe Pastorie welke na de oorlog werd herbouwd. Rechtsonder is de Bongerd te zien.
 
 
1842-1868 Joächimus Coops Afkomstig van de Oude Pastorie in de Eesterhoek
1869-1874 Adam Jan Philip Winold de Wilde en Christina Paulina Paré Huisnummer 2 anno 1866
1874-1882 Mattheus van Heijningen Nanninga en Grietje Keiser  
1883-1915 Hajo Uden Thoden van Velzen en Geertrui van Beijma Zie foto
1916-1926 Hendrik Ernst Beker en Everdina van Eldik  
1926-1930 Joan Lodewijk Gerhard Gregory en Mary Gertrude Mackenzie
 
1931-1943 Jan Hendrik Cornelis Kamsteeg en Hendrika van Hoeve  
1943-1967 Dirk Schakel en Anna Clasina Kok  
 
 
1913- Derk Jan Hietbrink en Bertha Johanna Fredrika Teunissen Eerste hoofdbewoners, afkomstig van 't Raland
     
     
     
     
  Hoofdstraat onbekend G20a>26
 
 
 
 
 
Roskam
 
De oorspronkelijke naam is waarschijnlijk Stalbrinck welke al in de pondschatting van 1494 wordt genoemd en in 1381 al bestond onder de naam Stalbrynck en in 1382 wordt daarbij de naam van Claes ten Stalbrinc genoemd. De huisnaam kan zijn ontstaan door de bijbehorende stal welke werd gebruikt voor het stallen van de paarden van de bezoekers die in de herberg verbleven. De stal die op de brink van het dorp stond ... Stalbrink dus. Een roskam werd gebruikt in de stal bij het "poetsen" van de paarden. In het verpondingskohier van 1646 wordt de naam Stalbrinck opnieuw genoemd en ontbreekt de naam Roskam waardoor het nog aannemelijker wordt dat hiermee de Roskam wordt bedoeld welke toen al zeker bestond. Bij de naam Stalbrink wordt dan 't Capittel geschreven en daarmee kan zijn bedoeld dat deze het voornaamste erve was in de marke Gorssel zoals 't Wolferink dat was in de marke Eschede. De Stalbrinkskamp was in 1845 een stuk bouwland van ruim drie hectaren met akkermaalshout met de perceelnummers E 504, 505 en 851, dat is tegenover de huidige school aan de Veldhofstraat, toen nog Velderhofsche straat genoemd. Deze behoorde toen tot 't Haijtinkhof maar komt weer in handen van de Roskam want Jan Willlem van der Meij koopt deze voor 2200 gulden. In 1869 verkoopt hij de Stalbrinkskamp voor 3000 gulden aan Jan Philip Winold de Wilde, predikant op de Nieuwe Pastorie.
 
Roskam oud

In 1632 dronken de markegenoten van de marke Gorssel namelijk een beker wijn bij "Hasken Franken in De Roskam" op het zojuist genomen besluit om de kerktoren ‘met tien voet’ te verhogen, zo blijkt uit een rekening van dat jaar. De vergaderingen van de marke Gorssel werden hier gehouden, soms gecombineerd met die van de marke Eschede die meestal op de Muil in de Eesterhoek vergaderde.

Op 17 april 1718 doet Jan Stevens Brink modo Roskam belijdenis. Dat is nog een naamsverband tussen Stalbrink en Roskam, hierna wordt eigenlijk alleen de naam Roskam nog maar gebruikt. De laatste keer dat het erve Stalbrink en de erfgenaam werd genoemd in het markeboek van Gorssel was in 1724. Zo rond 1720 heeft er dus een naamwijziging plaatsgevonden. Mogelijk heeft de toenmalige bewoner zich meer toegelegd op het ontvangen van passanten en was het nodig om beter zichtbaar te worden: Daar waar De Roskam uithangt.

Jan was getrouwd met Aaltjen Alberts Roeterdink en woonde eerst met haar op 't Roeterdink en omstreeks 1715 zullen zij zijn verhuisd naar de Roskam. Jan wordt ook wel Bleeckman en Franke genoemd.

Op 4 augustus 1731 trouwt zoon Willem met Willemken Gerrits Franken en de kans is groot dat de bruiloft in de Roskam werd gehouden zoals het later nog veel vaker in Gorssel zou gebeuren. Het stel woont eerst in de Roskam maar verhuist voor 1736 naar 't Olthof.

 
Op 24 augustus 1744 trouwt dochter Maria met Willem Jansen van der Meij die op 't Klein Bentink woonde. Vader Jan maakt dit keer het feest niet meer mee, hij is al voor 1737 overleden. Hij maakt dus ook niet meer mee dat uit dit huwelijk tien kleinkinderen zijn geboren. Op 23 oktober 1751 draagt Aaltjen de Roskam (het huis in Gorssel alwaar de Roskam uithangt) en een stuk land in den Gorsselsen Enk over aan Willem en Maria onder het beding dat zij "haar leven lang zouden verpleegen in kost, drank, klederen als anders, voorts na haar doot, laten toekomen een eerlijke begravenisse". Op 30 april 1755 staan hun namen vermeld in een hypotheekakte en stellen zij als onderpand hunne erve en goed de Roskam bestaande uit huis, schuur en hof.

Op 10 oktober 1791 wordt in een erfmagescheid akte de Roskam (huis en hof) nagelaten aan zoon Jan. In deze akte worden verder alleen nog de namen van de zonen Hendrik en Willem (later wonende op de Kosterie) genoemd. De andere zeven kinderen van Willem en Maria zijn dan al overleden, de meeste op zeer jonge leeftijd. Zoon Albert is nog wel 36 jaar oud geworden, hij overleed in 1783. Dat jaar overleed ook moeder Maria, mogelijk zijn zij beiden overleden aan dysentrie waarvan dat jaar een epidemie heerste en veel slachtoffers maakte in Gorssel, met name in het dorp. Op welke datum vader Jan is overleden is niet duidelijk maar dat is dus wel voor 10 oktober 1791 geweest.

Roskam nieuw


Jan Willem van der Meij 1808
Jenneken Wansink

Jan Willem, die meestal Jan wordt genoemd, trouwt op 13 november 1791 met Hendrika Hassink. Hij is de tweede generatie Van der Meij op de Roskam en er zouden er nog vier volgen.

Op de foto hiernaast zien wij hun zoon Jan Willem van der Meij en diens echtgenote Jenneken Wansink.

Vanaf hun huwelijk op 20 januari 1814 wonen ook Philippus Dommerholt en Maria van der Meij op de Roskam. Tussen 1831 en 1836 stichten zij een nieuw huis genaamd de Nieuwe Roskam.

 
1632 Hasken Franken in de Roskam  
  Bewoners Kerkenstede? Dat zijn mogelijk de bewoners van de Oude Pastorie
1715-1769< Jan Stevens Roskam en Aaltjen Alberts Roeterdink Het echtpaar is waarschijnlijk afkomstig van Roeterdink en woont later misschien op Frankenstede
1731-1736< Willem Jansen Roskam-Olthof en Willemken Gerrits Franken Willem is de zoon van Jan en Aaltjen
1744-1791 Willem Jansen van der Meij en Maria Jansen Franke Maria is de dochter van Jan en Aaltjen en zus van Willem
1791-1850 Jan Willem van der Meij en Hendrika Hassink Jan Willem is de zoon van Willem en Maria
1837-1893 Jan Willem van der Meij en Jenneken Wansink Jan Willem is de zoon van Jan Willem en Hendrika
1893-1930 Willem van der Meij en Jenneken Nuesink Willem is de zoon van Jan Willem en Jenneken en trouwde op 29-07-1897 met Jenneken
1929-1961 Jan Willem van der Meij en Hendrika Johanna Goldstein Jan Willem is de zoon van Willem en Jenneken
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 26  
     
 
Gemeentehuis
 

In bevolkingsregister staat Klaasje ingeschreven vanaf 24 maart 1912 maar is niet logisch in volgorde van de bladen, zal 1914 zijn.

De grond waarop het gemeentehuis werd gebouwd, behoorde tot de Roskam. Eigenaar en logementhouder Willem van der Meij schenkt de grond aan de gemeente Gorssel bij akte van 9 juli 1913 t.b.v. het te Gorssel te stichten gemeentehuis van de gemeente Gorssel. Betreft een terrein aan de Rijksstraatweg en aan den grintweg naar het station Gorssel, naast het hotel "de Roskam". Betreft perceel E3484 groot 16,7 aren afkomstig van de vervallen kadastrale nummers 3416 en 3417.

 
1914-1920 Klaasje Boersbroek-Keijzer Eerste hoofdbewoonster, afkomstig van oude gemeentehuis in Eefde
1914-....... Jansje Boersbroek Jansje is de dochter van Klaasje
     
     
     
 
 
Snijderij
 

Op 18 december 1889 koopt Willem Derk Jansen een stuk grond (waarschijnlijk perceel 408) van Jan Willem Nikkels van 't Haijtinkhof.

Willem Derk Jansen is daar begonnen als kleermaker samen met zijn zoon Karel Antoni. De winkel met stoffen was aan de voorkant en aan de achterkant was de kleermakerij.

Ook kleinzoon Karel Antoni was kleermaker, hij ging er wonen op 22 november 1916 met zijn echtgenote Maria Derkje van Koningsveld en werd hoofdbewoner toen zijn ouders in augustus 1917 verhuisden naar Epse.

Op 2 oktober 1919 verhuisden zij naar het huis bij de kerk (huisnummer G17) en ruilden zij van woonruimte met Heinrich Paul Dikkers en Johanna Margaretha Koersen.

 

In 1919 begon Heinrich Paul Dikkers een sigaren­winkeltje annex drogisterij aan de Hoofd­straat in Gorssel, met daarin een klein kappers­gedeelte. Zijn dochter trouwde met Willy Göbel, die de kapsalon in 1938 van zijn schoon­vader overnam. Willy’s zonen Paul en Will zetten rond 1972 op hun beurt de zaak voort. Bron: https://www.gorssel.nl/uitgelicht/36-uitgelicht/23240-by-artistique-haarmode

  
1890-1896 Willem Derk Jansen en Gerritjen Meijer Eerste hoofdbewoners
1890-1917 Karel Antoni Jansen en Derkjen van Baak Karel Antoni is de zoon van Willem Derk en Gerritjen
1916-1919 Karel Antoni Jansen en Maria Derkje van Koningsveld Karel Antoni is de zoon van Karel Antoni en Derkjen
1919-....... Heinrich Paul Dikkers en Johanna Margaretha Koersen Coiffeur, afkomstig van huisnummer G17.
1938-....... Heinrich Wilhelm Carl Göbel en Anna Wilhelmina Dikkers Anna Wilhelmina is de dochter van Heinrich Paul en Johanna Margaretha
     
     16a>21>28>37>52>49 > Hoofdstraat 41 anno 1951
  Dubbele bewoning  
1900-1912 Wilhelmina Louisa Frederika de Groot Viertelhausen Eerste medebewoonster
1913-1915 Heinrich Paul Dikkers Verhuist naar huisnummer G17
1915-1916 Adriana Julia Nakken Laatste medebewoonster, afkomstig van 't Wijkhuis
 
 
Hofman
 
Hofman is waarschijnlijk de boerderij links in de voorgrond op de foto hieronder en bestond uit twee woongedeelten voor en achter met twee verschillende kadastrale perceelnummers. Het huis wat ernaast staat zal ook tot het erve Hofman hebben behoord en mogelijk woonden hier de mensen van huisnummer 27-3 en 45-3 en deed deze na 1874/1876 alleen nog dienst als schuur. In de achtergrond is de Morrenhof te zien en op de voorgrond staat Gerritje Boschloo van ’t Braakman. In het register van oorlogsschade van 1797-1798 over de periode 1794-1795 wordt Hendrik van der Meij genoemd als Hendrik Hofman.
 

Op 21 mei 1811 wordt caterstede het Hofman bestaande uit een huis met nummer 19 en een stukje bouwland verkocht door Albert Jan Wiltink & Jenneken Nijhuis en Albert Jan zijn stiefvader Hendrik Stenvert & moeder Jenneken Holterman welke zij hadden verkregen uit de nalatenschap van Hendrik Dirk Wiltink (red. Hendrikus Jansen Wiltink) die op 10 januari 1810 was overleden. Koper is Hendrik van der Meij die 400 gulden (840 franken) voor Hofman betaalt.

Hier woonden anno 1815 de families Van der Meij en van Loo. Laatstgenoemde was schoenmaker. Gerrit Dijkerman en Aaltjen Klaphekke woonden er ook, zij zijn er overleden in resp. 1821 en 1824. Anno 1861 heeft het erve Hofman huisnummer 27 en wordt het door drie gezinnen bewoond. In 1866 wijzigt het huisnummer naar 45.

Kadastraal perceelnummer anno 1832 is 415 en als eigenaar wordt genoemd Derk Jan van der Meij, zoon van Hendrik van der Meij. In 1851 laat hij katerstede het Hofman veilen en blijkt dat hij dan voor 1/6 deel eigenaar is. De andere eigenaars (alle voor 1/6 deel) zijn zijn broers Jan Willem en Hendrik Willem van der Meij en de gebroeders Hendrik, Jan en Marten Holtslag uit Brummen. De gebroeders Holtslag zijn zoons van Jacob Holtslag, broer van Jenneken Holtslag. Op 12 mei 1851 wordt het Hofman geveild en verkocht voor 724 gulden aan Engbert Jan Dommerholt.

Katerstede het Hofman bestaat uit een huis en erf benevens een stukje bouwland of hof zijnde de kadastrale percelen 414 (tuin) en 415 (huis en erf).

 

In 1876 wordt het kadastrale perceel 415 gesplitst in twee woongedeelten 2291 (68ca) en 2292 (52ca). De bijbehorende tuin had perceelnummer 414 en gaat over in perceel 2293 en is 12,7 are groot. Dit zal iets te maken hebben met einde van bewoning huisnummer 45-3 en het huis zal toen zijn bewoond door de bewoners van huisnummers 45 en 45-2, nog uitzoeken.

Jan Hendrik Schutte en Maria Dommerholt woonden in op Hofman op huisnummer 45-2. Hier overlijden zij in resp. 1874 en 1871. In 1875 komen Lambertus Antonij Riesz en Cäcilia Adriana Leopoldina Abrahams in het gedeelte van deze woning wonen.

 

Jan Johannes Rensink en Henriëtta Johanna Catharina Bolderman zijn allebei in 1881 overleden: zij op 4 februari en hij op 12 oktober. Op huisnummer 45 wonen dan nog dochter Aleida Carolina Rensink en onderwijzeres Maria Janna Wilhelmina Bettinck die op 25 januari 1883 verhuist naar 't Hage. Jan en Henriëtta hadden drie dochters en zij verkochten het erve Hofman op 13 december 1881 aan Jan Willem Gerhardus Meerstadt uit Eefde die het erve in 1884 te Gorssel laat veilen. Deze bestaat dan uit twee huizen met tuin (kadastraal E 2291, 2292 en 2293) welke samen 14 aren goot waren. De veiling gaat in twee percelen: perceel 1 bestaat uit huis 2291 (het woongedeelte aan de kerkzijde) en het zuidelijke gedeelte van de tuin en is samen ongeveer 11 aren groot. Perceel bestaat uit huis 2292 (het woongedeelte aan de straatzijde) en het noordelijke gedeelte van de tuin. Perceel 1 heeft het recht van uitweg naar de straat en perceel 2 heeft het recht van uitweg naar de waterput die achter in de tuin staat. Bewoner Lambertus Antonij Riesz koopt perceel 1 voor 1500 gulden en kan dus mooi in zijn eigen huis blijven wonen. Perceel 2 wordt gekocht door Hendrik Jan Berenpas van 't Wiltink. In 1886 transporteert Lambertus Antonij Riesz het huis aan Derk Jan Woertman van de Kapelle aan de huidige Joppelaan en gaat bij hem in de straat wonen in een nieuw huis met huisnummer 12a. Waarschijnlijk koopt Hendrik Jan Berenpas vervolgens het huis en kan daardoor het bij hem inwonende echtpaar Willem Boeije en Pieternella Omon op Hofman gaan wonen en de plek innemen van de familie Riesz.

Wat opvalt is dat veel bewoners van Hofman verhuizen naar de Joppelaan.

 
  Huisnummer 19>27>45>19>25>afgebroken  
1780-1798 Hendrik Berentsen van der Meij en Willemina Jansen Klaphekke Aangenomen dat Hendrik tijdens zijn eerste huwelijk ook op Hofman woonde, Hendrik Hofman anno 1784
1799-1837 Hendrik Berentsen van der Meij en Jenneken Holtslag Jenneken is de tweede echtgenote van Hendrik
1820-1824 Derk Jan van der Meij en Aaltjen Frederika Westerhuis Derk Jan is de zoon van Hendrik en Willemina
1825-1851 Derk Jan van der Meij en Hermina Boom In 1851 woonachtig op huisnummer 11a samen met zoon Jan Albert van der Meij, tolgaarder (die later naar 11c verhuist)
1851-1852 Harmen Kolkman en Willemina van der Meij Harmen is in 1852 overleden op huisnummer 8c2 = Hoofdstraat
1852-1881 Jan Johannes Rensink en Henriëtta Johanna Catharina Bolderman Winkelier
1890-1890 Margaretha Döderlein De Win geb. Poland  
1890-1893 Carel August Constantinus Scheffel en Hendrina Kamphorst  
1893-1895 Hendrik Osheer en Hermanna Flim  
1895-1900 Willem Gerhard Schut en Cornelia Vredeling Het echtpaar verhuist op 28 december 1900 naar Pension Juliana aan de Hoofdstraat
     
  Huisnummer "19-2">27-2>45-2>18>24>30>38>53>51>Groeneweg 3 Buitenzorg  
1811-1815 Harmanus Fredrik van Loo en Catharina van Eksteen Zij komen uit Zutphen en verkopen op 28-06-1811 een huis en stal aldaar
1814-1818~ Antonij van Loo en Johanna Tolhuis Antonij is de zoon van Harmanus en Catharina. Schoenmaker. Registratie OA 1814 (Jenneken Holtslag) en PO 1815.
1818-1824 Garrit Harms Dijkerman en Aaltjen Jansen Klaphekke Aaltjen is de schoonzus van Hendrik van der Meij. Registraties in 1821 (OA+PO) en 1824 (OA)
.......-1874 Jan Hendrik Schutte en Maria Dommerholt Het echtpaar woont anno 1839 nog in Deventer. Registratie in Gorssel pas vanaf BR 1861.
1875-1886 Lambertus Antonij Riesz en Cäcilia Adriana Leopoldina Abrahams Zij komen op 30 april 1875 vanuit Brummen en "verhuizen" op 12 mei 1875 van huisnummer 45 naar 45-2 (zal foutief op nummer 45 zijn ingeschreven) 
1886-1891 Willem Boeije en Pieternella Omon Rijksveldwachter. Het echtpaar woonde eerst tijdelijk in op 't Wiltink vanaf 2 maart 1886 en vanaf september 1886 op Hofman.
1891-1894 Frans Lenselink en Garritjen Bruggink Schilder 
1894-1896 Gerrit Jan Schut en Harmina Berendina ten Hake Veldwachter, verhuist naar "Veldwachter" aan de Hoofdstraat
1896-1898 Henriëtte Wilhelmina Beijerinck  
1898-1900 Gerarda Hendrina de Kruijff Woonden eerder aan de overkant in een huis bij de Oldenhof wat na 1898 de schuur van de Oldenhof werd
1900-1901 Christiaan Hendrik Hammes Kunstschilder. Woont er van 15 mei 1900 tot 21 juni 1901, zal laatste bewoner van Hofman zijn geweest. Maar hij maakte in die periode ook een lange reis door Spanje.
1901-1903 Dirk Nicolaas Woldringh en Elizabeth Johanna de Bruijn Wijnhandelaar. Vanaf 18 juni 1901, waarschijnlijk eerste bewoners van het nieuwe huis Buitenzorg of toch niet, zie onder!
1903-1906 Jan Anthonie Kroef en Anna Elisabeth Jarman  
1906-1935 Hendrik Jan Ezerman en Kato Wiltink  
1922-1974 Herman Gerrit Egbert Dijkerman en Tonia Berendina Bokhorst Herman Gerrit Egbert is een neefje van Hendrik Jan en Kato
     
  Huisnummer 27-3>45-3>vervallen  
1861-1863 Dirk Lamers en Pieternella Catharina Rotteveel  
1863-1864 Gerrit Esmeijer en Mechelina Johanna Helmink Rijksveldwachter, maar eerder nog schoenmaker van beroep.
1864-1865 Christiaan Gosewinkel en Quirina Johanna Stoel  
1865-1865 Ferdinand IJske  
1866-1868 Reinier Wolfskeel en Johanna Catharina Bolderman Gehuwd in 1867, Johanna Catharina woonde eerst alleen en is een nichtje van Henrietta Johanna Catharina Bolderman
1870-1872 Hendrika Buitenweerd Weduwe van Jan Willem van der Meij
1872-1874 Maria Elisabeth Lankkamp - de Jong  
     
 
 
Buitenzorg
 
Bewoond door Hendrik Jan Ezerman en Kato Wiltink die op 1 december 1900 de eerste steen legde. Dit nog goed uitzoeken, volgens kadastrale kaarten pas 1903 en toen pas Hofman afgebroken!

Zij woonden bij de school in Epse (waar Hendrik Jan hoofdonderwijzer was) en verhuisden pas in 1906 naar Gorssel.
 
     
 
 
Morrenhof
 
Ook wel 't Norden, de Nordenstede, Morrenstede, Mordenhof/Morderhof, de Morre en Peuse genoemd. Mogelijk was Egbert Morre daarvan eigenaar. Hij wordt in 1673 genoemd met echtgenote Anna Judith van Tellichuysen hun tiende gedeelte van 't Gier verkopen. In 1624 wordt de boerderij nog gekocht door Gerrit Alberts op Smeenk en zijn huisvrouw Mechtelt Haskes en als zij elkaar in 1625 begiftigen wordt melding gemaakt van "een hofstede eertijds de Morrenhoff geheten".

Henderick Janss op 't Norden en Harmken Gerraets Groot Loeinck zijn de eerste hoofdbewoners die we gevonden hebben. Harmken is geboren in Harfsen op Groot Leunk (Loeinck) en woonde voor haar huwelijk waarschijnlijk op de Grote Muil bij haar broer Gerrit. Andere broer Jan woonde op de Borghte en zus Fenneken op 't Smeenk dus allemaal mooi in de buurt. Harmke haar oorspronkelijke achternaam was dus eigenlijk Leunk en bijzonder is dat we aan het einde van de bewonersgeschiedenis van de boerderij opnieuw een Harmke Leuk hebben! Haar komen we straks tegen, eerst nemen wij afscheid van Harmken die omstreeks 1661 zal zijn overleden. In 1662 hertrouwt Hendrerick met Lijsabet wiens achternaam wij niet kennen maar haar patroniem zou Lubberts kunnen zijn.
 

Lidmaten 1713: Garrijt Janssen en Aaltjen, ehel. + Jan Garrijts en Geesken, eheluijd. beijde op den Morrenhof

In 1744 is er sprake van dubbele bewoning als ook een andere Hendrik Jansen "van den Morderhoff" met zijn echtgenote Harmken Jansen op de boerderij woont. Dubbele bewoning is er vaker voorgekomen waarbij de bouman (landbouwer) de hoofdbewoner lijkt te zijn en de kleermaker de medebewoner.

Oktober 1747 is een rampmaand voor de bewoners Morrenhof. Op 10 oktober overlijdt Geesken Hendriks Steege dan genoemd Geesken Morrenhof. Ze wordt begraven op 13 oktober maar dezelfde dag overlijdt haar 10-jarige kleinzoon Garrit die gelijk met zijn oma begraven wordt. En dan overlijdt de volgende dag kleindochter Aaltjen, zij wordt maar 5 jaar oud. Het lijkt erop dat er een ongeluk moet zijn gebeurd op de boerderij, misschien is er brand geweest?

Opdragt d.d. 9 mei 1769: Hendrik Hueterman en consorten, erfgenamen van Jan Garrits op den Morrenhof, verkopen aan Hendrik Berends en Geertjen Alberts een stuk land den Morrenhof genaamd, gelegen bij de Gorsselse kerk, met deszelfs getimmer

 

Op 17 mei 1797 verkoopt Stijntjen Klein Muijlen een hutte benevens een stukje bouwland aan Hendrik Wiltink.

Op 27 februari 1811 wordt de boerderij verkocht door Albert Jan Wiltink & Jenneken Nijhuis en Albert Jan zijn stiefvader Hendrik Stenvert & moeder Jenneken Holterman welke zij hadden verkregen uit de nalatenschap van Hendrik Dirk Wiltink (red. Hendrikus Jansen Wiltink) die op 10 januari 1810 was overleden. Kopers zijn Garrit Jan Lenderink en Christina Hekkers die 400 gulden (840 franken) voor erve het Morrenhoff betalen.

Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk. Het echtpaar woont er tot 1932 en verhuist dan naar de Buitenkamp. Inwonend op de Morrenhof is dan ook de familie Derksen die eerder op de Duizend Vreezen woonde. Zij verhuizen op 19 oktober 1932 naar Voorst.
 
 
1652-1662 Henderick Janss op 't Norden en Harmken Gerraets Groot Loeinck Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1662-1687 Henderick Janss op 't Norden en Lijsabet Lijsabet is de tweede echtgenote van Henderick  
1688-1689 Jan Willems Perecate op Morrenhof en Enneken Gerrits Klaphekke Geen familie van vorige bewoners
1690-1693 Berent Hendericks bouman op ’t Norden en Gerritjen Jacobs Geen familie van vorige bewoners
1694-1695 Bartelt Hendericks bouwman op 't Norden en Egbertjen Tonnis Geen familie van vorige bewoners
1696-1700 Garrit Jansen en Gijsberta Hermsen Geen familie van vorige bewoners, afkomstig van Haijtinkhof
1700-1713> Garrit Jansen en Aaltjen Berents Geen familie van vorige bewoners
1705-1769< Jan Garrits Morrenhof en Geesken Hendriks Steege Jan is de zoon van Garrit en Gijsberta
1735-1753 Hendrik Jansen Morrenhof en Geertjen Alberts Sonnenberg Hendrik is de zoon van Jan en Geesken
1753-1780~ Hendrik Berents Smeenk en Geertjen Alberts Sonnenberg Hendrik is de tweede echtgenoot van Geertjen en was al haar zwager
1774-1777 Roelof Hendriks Peusse-Morrenhof en Garritjen Hendriks Morrenhof Garritjen is de dochter van Hendrik en Geertjen
1778-1796 Roelof Hendriks Morrenhof en Christina Vroetman Christina is de tweede echtgenote van Roelof
1797-1824 Garrit Jan Klein Lenderink en Christina Vroetman Garrit Jan is de tweede echtgenoot van Christina
1821-1831 Harmanus Peuse en Zwaantjen Maatman Harmanus is de zoon van Roelof en Christina
1832-1879 Gerrit Jan Leunk en Hendrika Elisabeth Peuse Hendrika Elisabeth is de dochter van Harmanus en Zwaantjen
1860-1905 Harmen Leunk en Jantje Tuitert Harmen is de zoon van Gerrit Jan en Hendrika Elisabeth
1894-1908 Gerrit Jan Leunk en Hendrika Voortman Gerrit Jan is de zoon van Harmen en Jantje
1909-1932 Jacob Jacobs en Hendrika Voortman Jacob is de tweede echtgenoot van Hendrika (Hendrika verhuist naar Groterkamp)
1918-1932 Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk Harmke is de dochter van Gerrit Jan en Hendrika (het echtpaar verhuist naar Buitenkamp/Westhoeve)
1932-1952 Anton Broijl en Alberdina Hendrika ter Welle Geen familie van vorige hoofdbewoners
1952-1963 Berend van den Vlekkert en Betsy Toorneman Berend is de zoon van Arend en Harmke
1963-1979 Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk Arend en Harmke zijn de ouders van Berend en waren eerdere hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Groeneweg 4  
 
 
Nieuw Morrenhof
 
Dit huis staat in Gorssel vooral bekend onder de naam Nijhuis maar wij noemen het huis Nieuw Morrenhof. Dit omdat de naam Nijhuis ook, en al eerder ,gebruikt werd voor een boerderij op de Eesterbrink maar vooral omdat de huisnaam Nieuw Morrenhof authentieker is dan Nijhuis. Ook de naam Straalman werd al eerder genoemd, straks zal duidelijk worden waarom. Het huis is afgescheiden van de Morrenhof en werd daarom Nieuw Morrenhof genoemd. Op de Morrenhof was sprake van dubbele bewoning van een landbouwer en een kleermaker en het nieuwe huis zal voor de kleermaker zijn gebouwd waarvan er later meerdere hebben gewoond. De eerste bekende hoofdbewoners zijn Willem Greeve en Francina Baantjen die er vanaf circa 1785 hebben gewoond. Zij zijn de ouders van Teuntjen Greeve, de bekend vroedvrouw van Gorssel die op 't Dorrewold woonde. Zij is in 1784 nog in Wilp geboren en haar zus Anna is in 1787 in Gorssel geboren. Niet bekend is of Willem kleermaker van beroep was, maar wel is bekend dat ook Francina vroedvrouw van beroep was.
 
Waarschijnlijk wordt het huis vanaf 1790 dubbel bewoond en komt ook Hendrik Jan Straalman in het huis wonen, hij wordt op 2 april 1790 als lidmaat aangenomen in de nabijgelegen kerk. Hij trouwt op 13 november 1796 in diezelfde kerk met Geesken Moespot en er worden vier kinderen uit het huwelijk geboren. Het beroep van Hendrik Jan is ook niet bekend maar grote kans dat hij kleermaker is geweest, dat was zijn zoon Harmanus namelijk later ook. Mogelijk was hij in de leer bij Willem Greeve ervan uitgaande dat ook hij kleermaker was. Willem Greeve is overleden voor 1805. Hendrik Jan Straalman is op 14 februari 1807 overleden en zijn kinderen waren allemaal nog erg jong en konden hem niet opvolgen. Maar neef Gerrit Straalman is ouder en kan dat wel. Hij komt in 1805 in Gorssel wonen en is dan 21 jaar oud.

Het huis kreeg huisnummer 21. Op 21 mei 1811 wordt het erf en huis met nummer 21 met een klein hoekje hofgrond of bouwland verkocht door Albert Jan Wiltink & Jenneken Nijhuis en door Albert Jan zijn stiefvader Hendrik Stenvert & moeder Jenneken Holterman welke zij hadden verkregen uit de nalatenschap van Hendrik Dirk Wiltink (waarschijnlijk Hendrikus Jansen Wiltink die op 10 januari 1810 was overleden). Op 17 mei 1797 kocht deze Hendrik Wiltink een "hutte benevens een stukje bouwland" van Stijntjen Klein Muijlen (Christina Vroetman, weduwe van Roelof Peusse) die op de Morrenhof woonde en het heeft er alle schijn van dat deze hut de oorspronkelijk behuizing was van Nieuw Morrenhof en dus het huis was welke in 1811 werd verkocht. Bij het voldoen van den 40e penning op 24 april 1797 wordt deze genoemd als "den hof of land voor het huijs, groot ongeveer een half mudde gezaeij, onder Gorssel bij de kerk, tusschen de landerijen van koper gelegen".

Garrit Straalman is in 1811 de koper en betaalt 300 guldens (630 franken) voor het huis. Op dezelfde dag verkopen de verkopers katerstede Hofman aan Hendrik van der Meij en eerder dat jaar verkochten zij ook het erve Morrenhof aan Stijntjen en haar nieuwe echtgenoot Garrit Jan Klein Lenderink die tot die tijd de boerderij hadden gepacht. De put bij dit erve mag ook worden gebruikt door Garrit Straalman, zo wordt bepaald in de verkoopakte.
 
Garrit Straalman trouwt op 12 april 1813 met Jenneken Boerstoel. Het echtpaar krijgt drie kinderen: twee jongens en één meisje. De jongens overlijden in hun eerste levensjaar en het huis wordt dan Nieuw Morrenhof (1815) en Straalman (1822) genoemd. Ook Francina Baantjen overlijdt in 1815 op Nieuw Morrenhof. Dochter Fredrika trouwt op 20 maart 1835 met Hendrik Brummelman die in 1831 al op Nieuw Morrenhof woonde en werkte als kleermakersgezel. Waarschijnlijk is hij de opvolger van Geerlig Kieve waarvan wij aannemen dat hij ook voor Gerrit Straalman werkte, maar hij woonde er niet want hij is in 1830 op Ruimzigt overleden. Maar hij kan daar natuurlijk ook voor zijn overlijden verpleegd zijn er daarvoor wel op Nieuw Morrenhof hebben gewoond. Eerder woonde nog wel Hendrikus Brilman als kleermakersgezel op Nieuw Morrenhof dus het lijkt wel de gewoonte dat de kleermakersgezel in huis c.q. hetzelfde erf woonde. In 1835 worden er vijf personen op het adres geregistreerd, dat zijn Gerrit & Jenneken Straalman, Hendrik & Fredrika Brummelman en waarschijnlijk ene G. Bruyns die in 1836 wordt geregistreerd. En dan wordt er in 1835 ook nog één rund boven de twee jaar geregistreerd!

Hendrik Brummelman is de zoon van Willem Brummelman en Derkjen Vroetman en zij is verre familie van Christina Vroetman van de Morre. Tevens hebben zijn ouders ook op de Vroet in Warken gewoond en waarschijnliijk is hij er zelf geboren. In 1836 wordt er uit het huwelijk van Hendrik en Fredrika een meisje levenloos geboren en wordt er in de overlijdensakte voor het eerst gesproken over 't Nijhuis. Volgens een publicatie van de Elf Marken in Ons Markenboek zou rond 1850 een nieuwe boerderij zijn gebouwd maar het vermoeden bestaat dat het nieuwe huis is gebouwd ten tijde van het huwelijk van Hendrik en Frederika en daarom vanaf toen over 't Nijhuis (oftewel het nieuwe huis) werd gesproken.
 
In de genoemde publicatie vinden wij de volgende informatie: De nieuwe katerstede Nijhuis is een krukboerderij, ook wel T-boerderij genoemd. Bij deze boerderij is nog veel terug te vinden van hoe het vroeger was met o.a. een ouderwetse voordeur, raampartijen, estrikvloeren en de planken zolders met daaronder de balken. In de kamer bevindt zich een prachtige betegelde schouw, met haardplaat en gemarmerde houten schouwlijst. Ook is nog duidelijk te zien waar vroeger de bedsteden zijn geweest. Behalve de voordeur is er aan de rechterkant ook een deur voor toegang tot de tweede woonruimte, met in deze kamer een eenvoudige schouw. Aan deze kant is vroeger een aanbouw gemaakt om meer woonruimte te krijgen. Bij de boerderij hoort een klein gebouwtje welke aan de Kerkstraat stond en op dezelfde plek is herbouwd. Het lijkt een bakhuis maar zal zijn gebruikt als woon- en slaapruimte alhoewel er geen rookkanaal aanwezig was. Later is het gebouwtje gebruikt als opslagruimte en waarschijnlijk is er ook voedsel in bewaard. Aan de linkerkant van de boerderij, enigzins naar voren, heeft vroeger een schuur gestaan waarin een kleermakerij werd uitgeoefend.

Eveneens aan de linkerkant stond het "huusken" (plee) welke mogelijk bestemd was voor het personeel van de kleermakerij waarbij wij nog de namen Ordelman en Jansen tegenkomen. Mogelijk bestond het schuurtje toen nog niet of werd deze toch niet als woon- en slaapruimte gebruikt. Het huisje staat er anno 2020 in ieder geval nog wel, zie bijgaande foto.
 
Op 13 januari 1839 wordt dochter Willemina Johanna geboren, maar het jaar erop overlijdt Fredrika Straalman op 19 april 1840, zij wordt maar 23 jaar oud. Hendrik hertrouwt op 29 oktober 1841 met Geertruid Ilbrink uit Eefde en uit dit huwelijk worden zeven kinderen geboren in de periode 1842-1864 die gelukkig allemaal in leven blijven. Jenneken Boerstoel maakt maar de geboorte van twee van deze kinderen mee, zij is overleden op 22 februari 1845. Gerrit Straalman maakt alleen de geboorte van het laatste kind niet mee, hij is overleden op 15 november 1863.

Op 25 september 1868 koopt Hendrik een huis en erf met bouwland aan de Hoofdstraat van schilder Jan Karel van der Heijden en 11 februari 1869 verhuist de familie Brummelman naar dit adres. Op 23 februari 1871 trouwt dochter Jacoba Henrika met Arnoldus Enzerink die ook schilder van beroep is en zij gaan dan ook in dit huis aan de Hoofdstraat wonen. Later zou in dit huis de kledingzaak van Hekkelman gevestigd zijn. Hendrik Brummelman en Geertrui Ilbrink gaan weer terug naar 't Nijhuis waar in de tussentijd Jan Willem Eekhuis en Antjen Hekkert gewoond hebben, zij woonden er van 12 maart 1869 tot 17 januari 1871 met dochter Geertje en zoon Harmen die er op 2 juli 1870 geboren is. Jan Willem is de kleinzoon van Jan Strookappe die na zijn huwelijk als Eekhuis door het leven ging. Antjen Hekkert is de schoonzus van Antoni Ilbrink die weer een neef van Geertrui Ilbrink is, zodoende zal de familie Eekhuis uit Voorst in Gorssel op 't Nijhuis zijn terechtgekomen.
 
Op 26 mei 1883 trouwt Johan Brummelman, enige zoon van Hendrik, met Johanna Ilbrink van 't Hekkert, zij is een achternichtje van Geertruid. Op 17 december 1883 is dochter Geertruida geboren, maar zij werd maar vijf jaar oud en zij was het enige kind. Hendrik Brummelman is overleden op 24 december 1888 en 1890 wonen alleen Johan, Johanna en (schoon)moeder Geertrui nog maar op 't Nijhuis.

Rond dat jaar is er brand geweest in het achterhuis. Na de brand is het huis weer opgebouwd en meteen met één gebint ingekort. Toen is in de achtergevel boven de achterdeur een sluitsteen aangebracht met de initialen JBM en JIB van Johan Brummelman en Johanna Ilbrink.
 
In 1899 komen ook Arend Johannes Gerrit Berend Nikkels en Garritjen Woessink met zoon en dochter op 't Nijhuis wonen en is er na vele jaren weer sprake van dubbele bewoning. Zij gaan wonen op huisnummer 21 en Johan en Johanna "verhuizen" naar het nieuwe huisnummer 21a. In 1900 worden dit resp. de huisnummers 27 en 26 en dat zijn weer resp. de rechterkant en linkerkant van het voorhuis. De familie Nikkels wonen er maar twee jaar en vertrekken mei 1901 weer naar Eefde waar zij ook vandaan kwamen. Arend Nikkels was geen kleermaker van beroep en verdiende zijn brood als arbeider. Johan en Johanna wonen dan weer alleen op 't Nijhuis maar in 1910 komen er weer andere mensen wonen en dit keer is het wel weer een kleermaker. Derk Jan Wunderink is zijn naam en hij is getrouwd met Christina Gerdina Hietbrink van het eerder genoemde Dorrewold. Het echtpaar kwam van 't Alink aan de Hoofdstraat. Op 't Nijhuis worden drie kinderen geboren waarvan er twee op jonge leeftijd zijn overleden, alleen jongste zoon Derk Jan redde het.
 

Omstreeks 1927 heeft er een deling van het perceel plaatsgevonden en heeft de familie Wunderink een nieuwe woning laten bouwen, links van de boerderij (vanaf de weg gezien) en zijn daar gaan wonen. Op de foto hierboven is dit huis ook te zien. De rechterkant van het voorhuis van 't Nijhuis wordt daarna bewoond door Fredrik Jan Eggink en zijn echtgenote Gerritjen Mulder en hun twee kinderen. Fredrik Jan Eggink was grondwerker en later tramwegarbeider van beroep. Weer later was hij broodbezorger bij broodbakker Stoelhorst en daarnaast had hij nog een agentschap voor de verkoop van veevoeders. Hij verkocht deze vanaf 't Nijhuis vanuit de ruimte in het achterhuis met het raampje welke op de ansichtkaart hiernaast is te zien. Hierop zien wij Fredrik Jan naast de boerderij staan. Gerritjen Mulder is op 8 november 1978 overleden en in 1979 is de boerderij door de familie Eggink verkocht.

Meer foto's zijn er helaas niet van de families Eggink, Wunderink en Nikkels maar deze zijn uiteraard van harte welkom!
Wel zijn er foto's van Johan Brummelman en Johanna Ilbrink die tot hun overlijden op 't Nijhuis gewoond. Johan is op 3 mei 1936 op 86-jarige leeftijd overleden en hij heeft er zijn hele leven gewoond behalve dan die paar jaar dat hij met zijn ouders aan de Hoofdstraat woonde. Johanna Ilbrink is op 9 februari 1952 overleden en werd 91 jaar oud, zij woonde bijna 69 jaar lang op 't Nijhuis.
 
1785-1815 Willem Greeve en Francina Baantjen Eerste bekende hoofdbewoners
1796-1824 Hendrik Jan Straalman en Geesken Moespot Geen familie van vorige hoofdbewoners
1805-1863 Gerrit Straalman en Jenneken Boerstoel Gerrit is de neef van Hendrik Jan
1835-1840 Hendrik Brummelman en Fredrika Straalman Fredrika is de dochter van Gerrit en Jenneken
1841-1869 Hendrik Brummelman en Geertrui Ilbrink Geertrui is de tweede echtgenote van Hendrik
1869-1871 Jan Willem Eekhuis en Antjen Hekkert Verre familie van de vorige hoofdbewoners
1871-1895 Hendrik Brummelman en Geertrui Ilbrink Verre familie van de vorige hoofdbewoners
1883-1952 Johan Brummelman en Johanna Ilbrink Johan is de zoon van Hendrik en Geertrui
1899-1901 Arend Johannes Gerrit Berend Nikkels en Garritjen Woessink Medebewoners
1910-1926 Derk Jan Wunderink en Christina Gerdina Hietbrink Geen familie van de vorige medebewoners
1927-1928 Derk Jan Wunderink en Aaltjen de Kogel Aaltjen is de tweede echtgenote van Derk Jan
1928-1979 Fredrik Jan Eggink en Gerritjen Mulder Geen familie van de vorige bewoners
     
  Huidig adres: Groeneweg 19  
 
 
Buitenkamp
 

Eerste bewoners zijn Jan Karel Tuitert en Gerritdina Susanna Nikkels die van 't Haijtinkhof afkomstig zijn en op 16 januari 1905 op de nieuwe boerderij komen wonen. Ook Derk Willem Tuitert, vrijgezelle broer van Jan Karel, komt mee. Er waren geen kinderen.

De broers woonden met hun ouders tot februari 1895 op Buitenkamp in Epse waar ze allebei ook zijn geboren, vandaar dat hun nieuwe boerderij in Gorssel ook de naam Buitenkamp kreeg. Later wordt de boerderij echter ook Westhoeve genoemd. In 1930 verhuizen de gebroeders met Gerritdina naar de Joppelaan waar Jan Karel overlijdt op 3 mei 1931.

Eén jaar en één dag eerder, op 2 mei 1930, stappen Gerrit Willem Dijkerman en Bertha Johanna Aalpol in het huwelijksbootje. Gerrit Willem gaat dan werken als zetbaas op Buitenkamp. Niet helemaal duidelijk is wie de eigenaar is, maar waarschijnlijk is dat Hendrik Jan Ezerman van Buitenzorg die de broer van de oma van Gerrit Willem is. Maar er wordt ook gesteld dat de familie Tuitert van de Nieuwe Klaphekke de eigenaars zouden zijn. Lang betaalt Gerrit Willem in ieder geval geen pacht want na een paar jaar verhuist hij naar het boerderijtje Veldzicht in Joppe waar hij zelfstandig kan boeren wat hij veel liever doet. Op de Dijkerman pagina is te lezen hoe het Gerrit en Bertha daar verder vergaat en zijn veel foto's van dit echtpaar en hun kinderen te zien.

 
Nieuwe hoofdbewoners zijn Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk die van de Morrenhof komen en hun foto is bij het verhaal van deze boerderij te vinden. Het echtpaar woonde er van 1932 tot 1963. In die tijd stelden zij de deel van de Buitenkamp beschikbaar voor repetities van de Gorsselse boerendansers. Meerdere kinderen met partners van het echtpaar waren lid van deze vereniging zowel voor als na de oorlog. De foto hiernaast is waarschijnlijk gemaakt tijdens een repetitie net na de oorlog.

In die tijd had de boerderij huisnummer G57 welke in 1951 wijzigde naar Groeneweg 6. Tegenwoordig is de boerderij gelegen aan de Westronde.

 
De foto is gemaakt bij het achterhuis van de boerderij van Arend van den Vlekkert n.a.v. een uitwisseling met een Engelse dansgroep die op bezoek was bij de Gorsselsche boerendansers omstreeks 1934. De dansleider was Hendrik Jan de Rooij, hij staat tweede van links. Verder staan op de foto Riek van den Vlekkert (dochter van Arend en Harmke, vijfde van links) en Martietje Kuit (zevende van links). Aan de rechterkant zien wij de eerste dame zittend vanaf rechts is Jo van Vorden en tweede heer van rechts onder is Gerrit Golstein. Het kleine jongetje ertussen is Jan Willem van der Meij, zoon van Jan Willem van der Meij en Hendrika Johanna Goldstein van de Roskam.
 
1905-1930 Jan Karel Tuitert en Gerritdina Susanna Nikkels Afkomstig van Haijtinkhof
1930-1932 Gerrit Willem Dijkerman en Bertha Johanna Aalpol Geen familie van vorige hoofdbewoners
1932-1963 Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk Afkomstig van Morrenhof en vertrekt daar ook weer naartoe
     
  Huidig adres: Westronde 12  
 
 
Tuinmanswoning Oldenhof
 
  Hier wonen de tuinmannen van den Oldenhof
 
1904-1905 Cornelis Peet en Hendrika Goorman Eerste hoofdbewoners
1905- Lammert Kromdijk en Hendrikje Willemina Janssen  
1912 Jan Morre en Anna Grada Bruijl  
1918 Johannes Brinkman en Teuntje Renes Woont later op Bolle
1920 Egbert Piest en Geesje Schoemaker  
    30a>35>44>60>59 > Groeneweg 8 anno 1951, tegenwoordig Westronde
 
 
Haijtinkhof
 
De Haytinkhof was eigendom van Jan van Hattinge, een rijke koopman uit Amsterdam. Hij koopt deze voor zijn dochter Jenneken Jans die trouwde met Peter Francken. Jan was getrouwd met Magdalena Mildring en Maria Becker en nog voor het 2e huwelijk met Maria in 1636 verkregen zijn vijf kinderen al hun erfdeel waarmee de Haytinkhof eigendom werd van Jenneken. Mogelijk wordt het huis in de pondschatting van 1492 al genoemd als Hadekinck (met bouman Gadert die pauper is) en in 1494 als Heyinck. In 1646 wordt een St. Annen Stede genoemd, dit zou ook het Haijtinkhof kunnen zijn welke niet met deze naam wordt genoemd.
 

18.04.1686 Den 18 april - Lucas Berents en Eva Hendericks inwoonder bij den Snijder hare tweelingen GARRIT en BERENT laeten doopen. Compatres pater infantum, Gerrit Janssen, Willemken Hendericks. Dus dubbele bewoning. In 1688 trouwen en Tonis en Geesken en gaan we ervan uit dat Gerrit en Gijsberta toen nog niet naar de Morrenhof zijn vertrokken en dat Lucas en Eva plaats hebben moeten maken voor Tonis en Geesken.

In voorjaar 1762 overlijden Wilent, zijn echtgenote Jenneken en dochter Janna.

Den 4 meij 1790 ontvangen van Harmen Smeink en Jenneken Janssen Scholten, echtelieden te Gorssel woonagtig, 47 guldens in voldoeninge van den 50en penning van den katersteede Haijtinkhof, met het tiendje en smalle stukje in den enk, alsmede zes achtste whaare in den Gorsselsche Weerden, tezamen onder Gorssel gelegen. Aangekogt van den predikant Henricus van Wijhe en Cornelia Hartkamp, echtelieden, te Wilp woonachtig voor 2350 guldens, op den 12 februarij 1790.

Den 26 meij 1790 ontvangen van Arend Nikkels te Gorssel woonachtig, 27 guldens in voldoeninge van den 50en penning van den katersteede Haaijtinkhof genaamd, bestaande alsnu in huijs en hof, groot ongeveer vier schepels gezaaij, met een stuk land in den Gorsselschen Enck, het Smalle Stuk genoemd, benevens een tiendjen op den Kerkenkamp, en een vierendeel waar in de Gorsselsche Weerden, te zamen onder Gorssel geleegen. Aangekogt van Harmen Smeink en Jenneken Janssen, echtelieden, voor 1350 guldens, op den 21 februarij 1790.

 

Willem Bartels op Haijtinkhof woont anno 1803 nog op Haijtinkhof volgens Markeboek Gorssel. Zijn broer Hendrik woonde op 't Ontijdink.

Arend Nikkels koopt op 23 mei 1818 de bouwland Stalbrinkskamp "met den zesde waar in de Gorsselsche Marke en Weerden" welke toebehoorde aan het erve Klein Bentink. Dit land was gelegen oost aan bouwland van de erve Reuvekamp, zuid aan een akkermaalsbos van de erve Groterkamp, west aan den kamp van Klein Bentink en noord aan de Velderhofstraat.

Betreft perceel 340 (huis en erf) en kadastraal register van 1832 met eigenaar Arend Nikkels. Huisnummer 4 anno 1866. Op 9 januari 1872 verhuurd Jan Willen Nikkels het Erve "Haijtinkhof" onder Gorssel aan Gies Jan Willemsen. Jan Willem was eigenaar van het Haijtinkhof en ook van het Elf Uur.

Februari 1895 krijgt Haijtinkhof een nieuwe hoofdbewoner met Derk Jan Tuitert, weduwnaar van Willemina Nikkels dochter van Arend Nikkels en Gerritjen Brinkman. Derk Jan en Willemina woonde na hun huwelijk in 1854 waarschijnlijk ook al een paar jaar op Haijtinkhof en woonde daarna op Buitenkamp in Epse waar Willemina in 1892 is overleden. Derk Jan komt met zijn zoons Derk Willem en Jan Karel en diens echtgenote Gerritdina Susanna Nikkels, dochter van Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert. Derk Jan overlijdt op 21 oktober 1898 en zijn twee zoons en schoondochter verhuizen op 16 januari 1905 naar een nieuwe boerderij in Gorssel die ook de naam Buitenkamp krijgt.
 
1640- Peter Goossen Francken en Jenneken Jansen van Hattinge Mogelijk woonde het echtpaar (ook) op Franckenplaats
1678-1696 Gerrit Jansen op den Haijkinckhoff en Gijsberta Hermsen Gerrit is de broer van Jenneken, hij woont later op Morrenhof en woonde eerder op de Kolck
1688-1744 Tonis (Antonius) Peters op den Haijkinck hof en Geesken Berents Holterman Tonis is de zoon van Peter en Jenneken en neef van Gerrit
1729-1762 Wilent Garrijts en Jenneken Tonis op den Haijtinkhof Jenneken is de dochter van Tonis en Geesken
1756-1762 Willem Bartels Hiddink op Haijtinkhof en Janna Wilens Haijtinkhof Janna is de dochter van Wilent en Jenneken
1762-1775 Willem Bartels Hiddink op Haijtinkhof en Willemina Hendriks Horsman Willemina is de tweede echtgenote van Willem
1775-1803> Willem Bartels Hiddink op Haijtinkhof en Jenneken Hendriks Brinkhuis Jenneken is de derde echtgenote van Willem, mogelijk verhuisd naar Achterkamp?
1787-1807 Arend Nikkels en Gesina Smeenk  
1808-1829 Arend Nikkels en Willemina Laarhuis Willemina is de tweede echtgenote van Arend
1829-1844 Arend Nikkels en Gerritjen Brinkman Gerritjen is de derde echtgenote van Arend
1845-1861> Lammert Tuitert en Gerritjen Brinkman Lammert is de tweede echtgenoot van Gerritjen
1868-1872 Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert Afkomstig van Elf Uur, vertrekt naar Elf Uur
1872-1878 Gijsbert Jan Willemsen en Derkjen Gerrits Vertrekt naar Grooterkamp
1878-1895 Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert Afkomstig van Elf Uur, Jan Willem vertrekt wederom naar Elf Uur (nieuw huisnummer 75)
1895-1905 Jan Karel Tuitert en Gerritdina Susanna Nikkels Gerritdina Susanna is de dochter van Jan Willem en Marianna
1905-1919 Frederik Pieter Schuitemaker en Christina Louisa Petronella van Dijk Afkomstig van 't Wiltinkhof.
1919-....... Frederik Pieter Schuitemaker en Jacqueline Catharina Georgette Pfeiffer Jacqueline Catharina Georgette is de tweede echtgenote van Frederik Pieter
  Huidig adres: Hoofdstraat 43  
 
 
 
Elshof
 

Den 10 october 1791 ontvangen van Willem van der Meij, te Gorssel woonachtig, 20 guldens in voldoeninge van den 50en penning van een huis en verder getimmerte, hof en land daar bij behoorende, den Oldenhof genaamd, onder dezen schoutampt in het dorp Gorssel gelegen. Aangekocht van Jan van der Meij, insgelijks aldaar woonachtig, voor 1000 guldens, op den 1 october 1791.

Arend Zandscholten. In het register van oorlogsschade van 1797-1798 over de periode 1794-1795 wordt hij genoemd als Arent Santscholte.

Ook wel Oldenhof genoemd. Op kaart hiernaast van 1807 genoemd als d'Oudenhof.

Betreft perceel 341 (huis en erf) in het kadastrale register van 1832 met eigenaar Arend Scholten. Het Olthof betreft perceel 344 met eigenaar Willem van der Meij.


Afgebrand tijdens de kermisviering in 1861. Ook
Haijtinkhof brandde toen af, maar werd herbouwd. Zie ook OMB 2019-2. Jan Hendrik Draaijer woonde na zijn huwelijk op Klumper op de Eesterbrink.

 

In het bevolkingsregister van 1861 blijft de pagina van nummer 4 zonder bewoners maar er staat ook niet geschreven dat het huis afgebroken is. Wel staat het nieuwe huisnummer 5 van 1866 genoteerd dus er moet nog iets hebben gestaan. Bijzonder is dat op een nieuwe pagina in het register huisnummer 4 wel wordt genoemd. Deze werd toen van 22 juli 1863 tot 5 december 1865 bewoond door Jan van Drie en Johanna van der Ham. Jan was tuinman van beroep en werkte mogelijk op de Oldenhof.

In het bevolkingsregister wordt op 25 februari 1871 huisnummer 5 weer opgevoerd. Het betreft het huis welke na 1898 dienst doet als de schuur van Oldenhof.

 
     
     
1790-1840 Arend Zandscholten en Kunneken van Hummel  
1838-1847 Jan Zandscholten en Geertjen Hendriksen Jan is de zoon van Arend en Kunneken
1848 Hendrikus Draaijer en Hendrika Klein Baltink Afkomstig van Klein Bentink
1848 Jan Hendrik Draaijer Jan Hendrik is de broer van Hendrikus en woonde er waarschijnlijk ook al in 1848
1850 Harmen Kolkman en Willemina van der Meij Huisnummer 4-2 (dubbele bewoning)
1863-1865 Jan van Drie en Johanna van der Ham  
  Huisnummer 5 anno 1866, maar geen bewoning  
     
1871-1879 Hendrika Beumer en haar dochter Janna Schutte Afkomstig van de Nieuwe Roskam in Epse
1881-1881 Johannes van Maurik en Geertje de Lang  
1886-1887 Peter Arend Kreder en Antje Zwart Afkomstig van Loobult
1888 Carel Jansen van Donzelaar en Geurtje van Eldik Afkomstig van 't Elf Uur
1890 Egbert Kroeze  
1898-1898 Gerarda Hendrina de Kruijff  
  Einde bewoning, wordt schuur van de Oldenhof  
 
 
Oldenhof
 

Ook wel Olthof genoemd. Den 27 maart 1790 ontvangen van Jan van der Meij, binnen dezen schoutampt woonachtig, 19 guldens in voldoeninge van den 100sten penning van een katersteede den Oldenhof geheeten, bestaande in huijs, hof en verder getimmerte, onder dezen schoutampt in het dorp Gorssel gelegen, aan Anthonij Olthoff, pro se en als weduwnaar, ervuiter en boedelhouder van zijne huijsvrouw toebehoord hebbende, door den gevolmachtigden van Gerhardus Westenberg, med. facult. professor te Deventer, en ehevrouw F.C. Dapper, nae erholden landrechtelijk verwin gerichtlijk verkogt voor 1900 guldens op den 26 februarij 1790.

Den 10 october 1791 ontvangen van Willem van der Meij, te Gorssel woonachtig, 20 guldens in voldoeninge van den 50en penning van een huis en verder getimmerte, hof en land daar bij behoorende, den Oldenhof genaamd, onder dezen schoutampt in het dorp Gorssel gelegen. Aangekocht van Jan van der Meij, insgelijks aldaar woonachtig, voor 1000 guldens, op den 1 october 1791.

Willem van der Meij was onderwijzer te Gorssel (benoeming in 1792) en trouwde op 22 juni 1793 met Antonetta Bemers en woonde met haar op de Kosterie. Hij zal niet op Olthof hebben gewoond en zal deze hebben verpacht. Dat zou kunnen zijn geweest aan Albert Rensink en Maria Bosman die op 29 april 1792 zijn getrouwd. Het verklaart ook de verwarring van de namen Rensink en Olthof?

Kadastrale atlas 1832: perceelnummer 344 met eigenaar Willem van der Meij.

Op 22 september 1853 branden het woonhuis en de bakkerij af, evenals de hooiberg en de schuur waarin enkele duizenden ponden eek waren opgeslagen. Jan Willem van der Meij en zijn zoon Willem komen daarbij om het leven. Waarschijnlijk is Hendrika Buitenweerd in de Roskam gaan wonen maar niet bekend is voor hoelang. Zij woont volgens het bevolkingsregister anno 1861 op de Groote Haar bij de familie Klinkhamer.

Na de brand zal er een grote villa op het terrein zijn gebouwd en worden bewoond door Willem Rein Schummelketel die op de Roskam woonde en op 29 december 1854 trouwde met Catharina Johanna de Neijn van Hoogwerff. Op 23 november 1853 sluit Willem Rein een pachtcontract met Albert van der Meij waarmee hij waarschijnlijk de grond ging pachten. Op 14 mei 1854 koopt hij een stuk bouwland te Gorssel en mogelijk betreft dit hetzelfde perceel, waarschijnlijk zal dit de grond zijn waarop hij de villa liet bouwen.

Op 3 maart 1854 richt hij samen met Albert van der Meij en vele andere (voorname) eigenaren een naamloze vennootschap op, dat zijn Hester van Calker, Antoni Brants, Albert Roeterdink, Gerrit Roeterdink, Johan Anton de Keller, Jacobus Sappius Gravestein, Antonus Kloosterboer, Manus Pasman, Engbert Jan Dommerholt, Gerrit Dikkers, Gerrit Koersen, Arend Kornegoor, Jan Willem van der Meij, Joachemus Coops, Klaas Buitendorf, Jan Braakman, Laurens Kleijn en Johan Anthon de Keller.

Op 14 april 1859 verkoopt Willem Rein het huis "Mariënlust" met erf, schuur en tuin te Gorssel aan Jacobus Theodorus Johannes van Rhijn en daags tevoren houdt hij een erfhuisverkoping.
Op 26 augustus 1859 overdracht tussen Hendrikus Draaijer en Jacobus Theodorus Johannes van Rhijn. Betreft het erf waarvan het huis is afgebrand met bouwland aan de straatweg te Gorssel.

Op 23 oktober 1865 wordt den Oldenhof verkocht en omschreven als "een voor weinig jaren geheel nieuw gebouwd heerenhuis, bevattende negen kamers, een warande, keuken, kelder, zolder, koetshuis met stalling, een bloemenkas, tuinmanswoning met koestal, afgesloten moestuin en een terrein van vermaak. Het terrein was 1 bunder, 24 roeden en 40 ellen groot en werd aangeboden voor 5.555 guldens. Bron: Den Oldenhof - Gorssel van Willem de Rode en akte d.d. 09-10-1865: betreft "Het Oldenhof" bestaande uit herenhuis met koetshuis en stalling, tuinmanswoning, bouw- en weidegrond in het dorp Gorssel (ingesloten bij akte nr. 3784). Maar betreft een bedankte veiling.

Op 2 februari 1866 overdracht aan Gerrit Reijns Jans Beerta van het buitengoed "Den Oldenhof" bestaande uit een herenhuis met koetshuis en stalling, bloemenkas en tuinmanswoning in het dorp Gorssel.

Op 28 april 1884 verkoopt Gijsbert Jacques Dijkman buitengoed "De Oldenhof" te Gorssel aan Andries de Meeter, directeur van de Nederlandsche Mettray. Hij kocht deze op 29 oktober 1877 van Loeka Hulshof en op 10 mei 1878 gaat hij er met zijn echtgenote Charlotta van Everdingen wonen. Loeka verhuist naar de Roskam en overlijdt daar niet veel later op 1 september 1878.

Schuldbekentenis d.d. 01-10-1815 van Frederik Pieter Schuitemaker aan Jeanne Louise Cornelie Scholl van Egmond, betreft gebouwen en gronden van "Den Oldenhof ", "Veldzicht " en "Haitinkhof" te Gorssel, sectie E nrs. 2879, 3209, 2962, 3210 en 1811. Jeanne Louise Cornelie Scholl van Egmond verhuist november 1915 naar een nieuw huis aan de huidige Zutphenseweg 20 en woont daar samen met Alida de Munnink. De Oldenhof dient vanaf dan niet meer als woonhuis maar alleen als zenuwlijdersgesticht. Nieuwe eigenaar Frederik Pieter Schuitemaker woont op 't Haijtinkhof en blijft daar wonen.

 
     
1725 Jan Jansen op Olthof Momber over Juda Jansen Klein Hulse
1736-1752 Willem Jansen Olthof en Willemken Gerrits Franken Het echtpaar is afkomstig van de Roskam
1753- Jan Hendriksen en Willemken Gerrits Franken Jan is de tweede echtgenoot van Willemken
1771-1790 Antonij Willems Olthof en Gerritjen Barvelink Antonij is de zoon van Willem en Willemken
1792-....... Albert Everts Rensink en Maria Berents Bosman ???  
1806-1809< Jan Willem Olthof en Jenneken Reuvekamp Jan Willem is de zoon van Antonij en Gerritjen, niet zeker of hij er woonde
1815 Jan Brinkman en Gerritjen Wiltink Getrouwd 13-10-1805, het echtpaar woont later op Bijgeval
1821 Jan Lucas Willemsen en Willemina van der Meij Broodbakker, Willemina is dochter van eigenaar Willem van der Meij
1837-1853 Jan Willem van der Meij en Hendrika Buitenweerd Jan Willem is de broer van Willemina
1846-1849 Harmen Kolkman en Willemina van der Meij  
1854-1859 Willem Rein Schummelketel en Catharina Johanna de Neijn van Hoogwerff Eerste bewoners van het nieuwe herenhuis
1859-1866 Jacobus Theodorus Johannes van Rhijn en Philippina van Kampen Huisnummer 6 anno 1866
1866-1878 Gerrit Rijnd Jan Beerta en Loeka Hulshof  
1878-1884 Gijsbert Jacob Dijkman en Charlotta van Everdingen  
1884-1891 Andries de Meeter en Dorothea Hendrica de Meijer  
1892-1915 Jeanne Louise Cornelie Scholl van Egmond Ziekenverpleegster en later directrice sanatorium zenuwlijderessen
     
     
     
 
Musica
 
1884-1895 Jan van der Meij en Johanna Gerharda Wansink Eerste hoofdbewoners
1895-1925 Jan van der Meij en Johanna Willemina Palsenberg Johanna Willemina is de tweede echtgenote van Jan
1921-....... Willemina Schoemaker Huishoudster van Jan van der Meij, later gehuwd met Petrus Johannes Plant
.......-1943 Petrus Johannes Plant en Maria Gerritdina van Brakel Samen met mej. A.W. Ingenegeren anno 1952
1943-1969> Petrus Johannes Plant en Willemina Schoemaker Samen met J.H.A. Welsenaar anno 1969
     
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 30  
 
 
Nieuwe Roskam
 

Zal zijn gesticht tussen 1831 en 1836. Volgens OMB 2014-1/19 omstreeks 1836. Zeker na 1832 omdat het huis niet op de kadastrale kaart staat. Eerste bewoners zijn Philippus Dommerholt en Maria van der Meij die eerder op de Roskam woonden. Een aantal jaren daarna is er een gedeelte bij aangebouwd zodat zijn oudste zoon Zwier, inmiddels weduwnaar, met zijn twee kinderen daar ook kon wonen. Zij verkopen Weltevreden op 13-01-1848 aan Albert van der Meij. Betreft 2 huizen (waarschijnlijk door de dubbele bewoning) en diverse gronden.

In 1836 liet Philippus Dommerholt, toen zestig jaar, nieuwbouw verrichten op een stukje grond dat kadastraal bekend stond als sectie C, nr. 371. Het was eigendom van de kerk in Gorssel. De familie Ph. Dommerholt was ook de eerste bewoner van het nieuwe huis, dat de naam kreeg De Nieuwe Roskam. Om onbekende redenen werd het ook wel Weltevreden genoemd. De naam De Nieuwe Roskam was niet zomaar gekozen; vanaf 1836- 1840 was het pand zonder nummer. Van 1840 - 1870 had het pand De Nieuwe Roskam huisnummer 6. Bron: OMB 2006-4.

Frans Lenselink was schilder van beroep en woonde van 11 juli 1898 tot 8 juli 1899 niet in Gorssel, maar zat gevangen in Arnhem.

 
  Ook wel genaamd Weltevreden.
 
     
1836 Philippus Dommerholt en Maria van der Meij Huisnummer 6 anno 1841
1851 Coenraad van der Linden en Antje Geertruij Brants  
1861 Anne Catharinus Philippus van Vierssen en Antje Walburg Huisnummer 8 anno 1866
1870-1872 Marinus Westveer  
1872-1884 Jan van der Meij en Johanna Gerharda Wansink  
1884 Vele anderen  
1894-1919 Frans Lenselink en Garritjen Bruggink Afkomstig van Hofman
1919-....... Johannes van Loenen en Emma Janssen Loodgieter, afkomstig van G47 waar Theodoor Lenselink, zoon van Frans, gaat wonen
     
  Dubbele bewoning, huisnummer 8-2  
1870 Jan van den Vlekkert en Christina Herms  
  etc. Na 1889 onbewoond
1890-1892 Coendert Eskes  
1892-1893 Pieter Jacobus de Bruin  
1894-1895 Harmen Jan Klooster en Derkje Weekholt Vertrekt naar Klein Reuvekamp
1895-1897 Albert Gerhard Dolleman en Janna Langenkamp  
1900 Bartjen van den Heuvel  
1904-1904 Frederik Kreunen en Sophia Versteeg Vertrekt naar pension Juliana
1905-1906 Anna Catharina van Brakel  
1906-1907 Jan Albert Loman en Gerritdina Maria Peters  
1907-1909 Franciscus Hendricus Antonius Scholten Afkomstig van Hoofdstraat 44
1909-1910 Antonius Scholten en Alberdina Geertruida Overgoor Antonius en Alberdina Geertruida zijn de ouders van Franciscus Hendricus Antonius
1911-....... Harmen van Loenen en Grada Antonia Jebbink Afkomstig van Puntenburg
     
     
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 34  
 
 
Schilder
 
Het huis is gebouwd tussen 1856 en 1859. In 1856 woont Evert Jan van der Heijden namelijk nog op huisnummer 8c (Scholten).

Op 29 oktober 1836 verkoopt Evert Jan aan broer Jan Karel van der Huijden een huis en erf met bouwland in de kom van het dorp Gorssel. Jan Karel laat deze veilen in 1867 en het huis wordt dan waarschijnlijk niet verkocht aan Abraham van den Bovenkamp en/of Derk Tuitert. Op 25 september 1868 wordt er namelijk opnieuw geveild en is de koper Hendrik Brummelman die wij in 1869 zien als nieuwe bewoner. Een huisnaam is niet bekend en de werktitel Schilder is afgeleid van het beroep van de gebroeders van der Heijden die huisschilder waren. Later is er de kledingzaak van Hekkelman gevestigd.

 
1859 Evert Jan van der Heijden en Jenneken Albers Eerste hoofdbewoners
  Jan Karel van der Heijden en Harmina Willemsen Jan Karel is de broer van Evert Jan
1869-1871 Hendrik Brummelman en Geertruid Ilbrink Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van Nijhuis
1871-1929 Arnoldus Enzerink en Jacoba Henrika Brummelman Jacoba Henrika is de dochter van Hendrik en Geertruid
1912-1952> Gerrit Johan Enzerink en Jenneken Fransen Gerrit Johan is de zoon van Arnoldus en Jacoba Henrika
     
  5a>7>28>35>43>54 ........... Hoofdstraat 47  
 
 
Enzerink
 
  Verfwinkel
 
1916 Arnoldus Enzerink en Hendrika Ilbrink Eerste hoofdbewoners
     
     
     
     
 
 
Smedeij
 
Akte 03-10-1862: Familie van der Meij verkoopt aan Johan Bernard Liefferink: huis en erf met tuin en bouwland aan de weg van Zutphen naar Deventer, gemeente Gorssel

10-10-1884: Jan Willem van der Meij (kastelein) verkoopt aan Martinus Brinkman (smid) voor 1000 gulden twee huizen en erven (E2284+2285) met daarbij gelegen perceel bouwland (E1865). Jan Willem had dit verkegen op 26-09-1867 bij akte van toewijzing. Gekocht van Johan Bernard Liefferink: huis en tuin en bouwland onder Gorssel. In april was ook al een eerste veiling maar toen nog niet verkocht.

De smederij kreeg in 1910 huisnummer 42. In september 1912 ontstond tijdelijk huisnummer 42a bewoond door Albert Reugebrink en Fredrika Pieternella Webbink. Vooralsnog aangenomen dat dit een dubbele bewoning van de smederij is geweest.
 
1849-1866 Johan Bernard Liefferink en Willemina Antonia Greevink  
1867- Derk Jan Braakhekke en Hendrika Blaauwhand  
1868 Gerrit de Graaf en Johanna Wildeboer  
1874-1913 Martinus Brinkman en Janna van Ark  
1899-1913 Gerrit Jan Brinkman en Johanna Alberdina Boterman Gerrit Jan is de zoon van Martinus en Janna
1913- Gerrit Jan Leuvenink en Hendrika Berendina Mensink  
  6a>9>Hoofdstraat 36 6a>9>27>34>42>52
     
  Dubbele bewoning:  
1849 Hendrik Willem Dommerholt en Hendrika Stoelhorst Woonden er met zekerheid in 1851, op huisnummer 6a2
1865 Marinus Jochem Sjaak en Gerritjen Beeks  
  Gerrit Jan Eenink en Johanna Derkjen Sarink  
1869-1870 Joseph Gosschalk Stern  
1870 Garrit Jan Wonnink en Anna Muller  
.......-1884 Hendrik van Loo en Therèse Elisabeth Lücke  
1912-1913 Albert Reugebrink en Fredrika Pieternella Webbink Huisnummer 42a
 
 
Slagerij Hoofdstraat
 
Op 2 april 1910 koopt Antonius Scholten een perceel grond gelegen te Gorssel van Martinus Brinkman van de Smederij. Antonius woont dan nog in op de Nieuwe Roskam, hij koopt dus grond van zijn buurman. De grond is gelegen aan de linkerzijde van de Smederij en Antonius laat hier een nieuw huis met slagerij bouwen en start hier een varkensslagerij. Antonius is getrouwd met Elberta Geertruida Maria Overgoor en zij hebben twee kinderen, zoon Frans en dochter Annie. Dochter Annie woont nog bij haar ouders en zij verhuizen in oktober 1910 naar het nieuwe huis. Zoon Frans is al getrouwd en woont in Zutphen waar de familie Scholten eerder woonde. Overigens woonde hij voor zijn ouders in de periode 1907-1909 op de Nieuwe Roskam, zijn ouders namen zijn plek in. Frans was toen al slager van beroep.

Antonius overlijdt op 12 juni 1919 en Elberta gaat door met de slagerij als winkelierster van vleeschwaren. In 1921 neemt zoon Frans de slagerij over en hij verhuist op 19 april 1921 met zijn echtgenote Allegonda Theodora Maria Gruijters naar Gorssel. Het echtpaar heeft geen kinderen. Frans rijdt als eerste persoon in Gorssel met een T-Ford. Hij overlijdt in 1956 en zijn echtgenote het jaar erop, zij wonen dan in Wehl. Hier zijn zij in 1956 naartoe verhuisd.

Omdat er geen kinderen waren, erfde een zoon van Annie de slagerij die hij in 1957 voor 23.000 gulden verkocht aan knecht Hendrik Willem Woertman. Deze naam is vele jaren verbonden geweest aan de winkel.

Tegenwoordig is hier gildeslager Rodenburg gevestigd.
 
1910-1921 Antonius Scholten en Elberta Geertruida Maria Overgoor Eerste hoofdbewoners
1921-1956 Franciscus Hendrikus Antonius Scholten en Allegonda Theodora Maria Gruijters Franciscus Hendrikus Antonius is de zoon van Antonius en Elberta Geertruida Maria
1957-........ Hendrik Willem Woertman en Grietje Kempink Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 38 Huisnummer G43a>56>73>73
 
 
Hoofdstraat 40
 
1918-........ Johannes Brinkman en Teuntje Renes Eerste hoofdbewoners
     
     
     
  Huidig adres: Afgebroken, stond op plek Hoofdstraat 40 Huisnummer 57 anno 1921
 
 
Hoofdstraat 42
 
1914-1915 Hendrik Hulsegge en Hendrika Hutteman Eerste hoofdbewoners
1915-1916 Johanna Kempink  
1916-1920 Adriana Julia Nakken  
1920 Albertus Hasselaar en Louisa Barendina Huijgen  
     
     
    Huisnummer G44a>58
 
 
 
Hoofdstraat 44
 
   
 
1897- Gerrit Snellenberg en Gerritdina Harmina Scholten Eerste hoofdbewoners
1898-1899 Herman Brinkman en Maria Willemina Koldewe  
1899 Lammert Jan Kamphuis en Johanna Kronenberg  
1901-1907 Willem Tijsse Klasen en Maria Weeren  
1907-1907 Franciscus Hendricus Antonius Scholten Vertrekt naar de Nieuwe Roskam
1907-1917 Hendrikus Willem Denekamp en Lammerdina de Weerd  
1917-1919 Johannes van Loenen en Emma Janssen Verhuizen naar de Nieuwe Roskam
1919-....... Theodoor Lenselink en Jenneken Hietbrink  
     
     
    29b>39>47>60>77>82> Hoofdstraat 44 anno 1951.
 
Stoelhorst en dokter Gooszen
 

Hendrik Willem Dommerhold en Hendrika Stoelhorst wonen tot 1890 op huisnummer 10>31 en in het bevolkingsregister van 1890 ineens op huisnummer 31a. Het lijkt erop dat de a erachter is gezet toen zij in een nieuw huis zijn gaan wonen en dat is dan de bakkerij op de plek waar later de Rabobank stond. Huisnummer 31a wordt in 1900 nummer 40. Op huisnummer 31 wordt op blad 220 Karel Jansen van Donselaar ingeschreven. Er staat geen jaartal bij maar zal 1896 zijn geweest. Mogelijk is de bakkerij dus in 1896 gebouwd. Op de kaart van 1889 staat de bakkerij nog niet aangegeven, wel een pand iets verder van de Hoofdstraat ongeveer op de plek van het oude postkantoor. Huisnummer 31 wijzigt in 40. Mogelijk is dit het huis van Bolle, deze staat al wel op de kaart van 1889.

Hendrik Willem verkoopt aan Gerrit Willem op 31-05-1895: huis te Gorssel, sectie E nrs. 2719-2720. Dat is het huis van de Rabobank. Perceel Bolle was 2749.


Van mei 1918 tot januari 1919 wonen bakker Hendrik Mensink en zijn echtgenote Henders van Swieten op nieuw huisnummer G42a. Daarna komt dit huisnummer alweer te vervallen.

 
1865-....... Hendrik Willem Dommerhold en Hendrika Stoelhorst Eerste hoofdbewoners
.......-1934 Gerrit Willem Dommerholt en Willemina Klaasen  
1915-....... Hendrik Stoelhorst en Hendrika Johanna Dommerholt Hendrika Johanna is de dochter van Gerrit Willem en Willemina
1947-....... Gerrit Willem Stoelhorst en Aaltje Kalfsterman Gerrit Willem is de zoon van Hendrik en Hendrika Johanna
     
    Huisnummer 10 anno 1865/1866 > Hoofdstraat 48 anno 1951
     
1896-1900 Karel Jansen van Donzelaar en Geurtje van Eldik Huisnummer 31>41. Afkomstig van 't Nieuwe Moldershuus.
1900-1907 Willem Wunderink en Aaltje Heuvelink  
1908- Frederik Palsenbarg en Aaltje de Groot  
     
     
     
     
     
    10>31>41>49>64> Dokter Gooszen
 
 
Rensink
 
Renssinck wordt genoemd in de pondschatting van 1494 met eigenaar Wichmar ten Walle die ook eigenaar was van de gelijknamige boerderij 't Walle maar wel woonde op 't Renssinck. Het is niet de eerste vermelding van de boerderij want in 1382 wordt al een Wernken Rensinc genoemd. In een rekening van 1382 wordt de naam van Wichgert ten Punte genoemd en mogelijk heeft hij al iets te maken met boerderij Rensink. In de pondschatting van 1492 wordt namelijk geen Rensink genoemd maar wel 't goet ten Putte waarvan Albert van 't Eschede dan eigenaar is. In het Markeboek van Gorssel staat op 7 juni 1549 geschreven "Dat andere hek bij het klaphekke zullen bewaken Ten Bussche, Ffrancken, Stalbrinck, Ten Walle, Haykynck, Roterdinck en Putte een ieder naar zijn waar".
 
Rensink boerderij ook wel Olthof genaamd

Op 4 juni 1627 verkopen Sander Jacobsen en zijn huisvrouw Truijde Rensinck 't goet Rensinck aan Gerrit Alberts op Smeijnck in Gorssel en Hermantien Lubberts. Verpondingskohier 1646: Rensinck, eigenaar Gerrit Alberts.

Rudolph Jan Staring, I.U.D. een gemachtigt Stadhouder en Rigter van den HoogWlgeboren Gestrengen Heer Wilem Hendrik Vrijheer van Rouwenoirt enz., Scholtis binnen en buiten Zutphen, oorkondt dat Aaltjen Lentink, Jan Nellink en zijn vrouw Anna Willemina Lentink, en Aalbert Lentink en zijn vrouw Geesken van Dijk overdragen aan Mr. Hendrik Frederik Brouwer, Burgemeester der Stad Deventer en zijn vrouw Harmanna van Suchtelen het erf en goed Rensink, gelegen in Gorssel en een vierde part van een whare in de Gorsselsche Waerden., 1770 november10.


Genoemde Lentink personen zijn achterkleinkinderen van Gerrit Alberts ten Bosch wiens derde echtgenote is geweest Evertien Rensink. Dit echtpaar woonde op 't Smeenk in Gorssel. De genoemde achterkleinkinderen zijn de kinderen van Lambert Alberts Lentink. De naam Lambert komt mogelijk van Lambert Lambertsen en hij is dan waarschijnlijk de vader geweest van Evertien. Evertien trouwde omstreeks 1640 en zal toen op 't Smeenk zijn gaan wonen. Mogelijk was zij nog het enige kind van Lambert en is het huis na zijn dood in/voor 1644 verpacht aan Tonnis Tansen Rensinck etc.

Bij graafwerkzaamheden bij een verkocht huis aan de Bongerd omstreeks 2017 zijn ze op resten van een put gestuit. Huisnummer 8 anno 1841.

 
.......-1627 Sander Jacobsen en Truijde Hermans Rensinck  
.......-1644 Lambert Lambertsen op Rensinck en Jacoba Jansen Jacoba hertrouwt op 10-03-1644 met Arent Henrijcks uit Brummen
.......-1650 Tonnis Jansen Rensinck en ........................ Bouman op 't goet Rensinck, mogelijk is Tonnis een broer van Jacoba?
1650-1670 Tonnis Jansen Rensinck en Essele Goossens Francken Essele is de tweede echtgenote van Tonnis
1670-1677 Thonnis Arents Bentinck>Rensinck en Essele Goossens Francken Thonnis is de tweede echtgenoot van Essele  
1677-1686 Thonnis Arents Rensinck en Garbrecht Hendericks Garbrecht is de tweede echtgenote van Thonnis
1686-....... Thonnis Arents Rensinck en Mechtelt Janssen Mechtelt is de derde echtgenote van Thonnis
1703>1713 Harmen Willems Velderman>Renssink en Mechtelt Janssen Harmen is de tweede echtgenoot van Mechtelt
1720 Jan Thonissen Rensink en Mechtelt Lubberts Meijer Jan is de zoon van Thonnis en Mechtelt
1742 Evert Willems in 't Loo>Rensink en Teuntjen Jansen Rensink Teuntjen is de dochter van Jan en Mechtelt
1781-1837 Jan Everts Rensink en Judith Harms van Essen Jan is de zoon van Evert en Teuntjen
1820-1865 Gerrit Jan Rensink en Jannetjen Huurnink Gerrit Jan is de zoon van Jan en Judith
1856-1887 Johannes Rensink en Lammerdina Ilbrink Johannes is de zoon van Gerrit Jan en Jannetjen
1878-1931 Hendrikus Wiltink en Johanna Jacoba Rensink Johanna Jacoba is de dochter van Johannes en Lammerdina
1935-...... Hein Wiltink en Geertruida Kloosterboer Hein is de zoon van Hendrikus en Johanna Jacoba
     
 
 
Werkplaats Plekkenpol
 
  Willem Smorenburg en Bernard Demming waren jachtopzieners van beroep.

Afgebroken voor 1940, het laatste huisnummer 80 is van 1930.
 
1897-1898 Willem Smorenburg en Albert Veenhof Eerste hoofdbewoners
1898-1901 Bernard Demming en Dirkje Wilhelmina Schot  
1901-1903 Lammert Jan Kamphuis en Johanna Kronenberg Afkomstig van Hoofdstraat 44
1903-1903 Gerrit Christiaan Enneman en Hendrika Harmina Esselink  
1905-1906 Dirk Hilllebrad de Bruyn en Fijtje Jenné  
1906-1907 Hendrik Stoel en Hendrikje Dijkstra  
1907-1914 Wijbe Lenstra en Aaltje van der Meer  
1915-1917 Willem Buitenhuis en Barta Runs  
1918-1918 Jan Willem Bussink en Jenneken Doornink  
1918-1919 Evert Jan van Koningsveld en Elisabeth de Kaste  
     
     
    29a>38>46>62>80
 
 
 
 
 
 
Bloemenkamp
 

Akte van toewijzing 28 april 1860: De Bloemenkamp" bestaande uit huis en erf met bouwland in de gemeente Gorssel. Waarschijnlijk waren Hendrik Buitenwerff en Hester van Calker de eigenaren. Hester wordt op 3 maart 1854 genoemd in een akte van oprichting van een naamloze vennootschap.

In 1861 bewoond door Jan Antonij Hendrik Gooszen en Sara Klinkhamer. Zij waren tevens eigenaar van de Groote Haar (Klein Eschede) en de Kleine Haar.

6b>11>Hoofdstraat 50 (Bloemenkamp)

Akte van inzate 07-09-1885: verkoop van het buitengoed voorheen "De Bloemenkamp" thans "Zeldenrust" aan de straatweg te Gorssel door Hendrik Kleijn.

 
     
     
.........1874 Jan Antonij Hendrik Gooszen en Sara Klinkhamer Het echtpaar verhuist op 31 oktober 1874 naar Hattem
1875-1886 Hendrik Kleijn en Christoffine Margrietta Nieuwenhuis Het echtpaar verhuist op 1 april 1875 van Zutphen naar de Bloemenkamp
1885-1894 Bernardus Adrianus Johannes Arentsen Hij verhuist naar het andere gedeelte met huisnummer 33
     
     
  Dubbele bewoning  
1875-1876 Derk Jan Hietbrink en Gerritje Wolfskeel  
1876-1885 Hendrik Gerrit Wittenberg en Berendina Greutink Ze vertrekken naar Bloemhof
1885-1887 Antonie Hietbrink en Bartjen Veldink  
1886-1890 Johannes Engelinus Cornelius Stapel  
1891-1894 Bernardus Adrianus Johannes Arentsen  
     
 
Bijgeval
 
Ook wel de Woert en Bloemkamp genoemd.
 

In peinding akte d.d. 01-05-1798 wordt geschreven "Garrit Woertman aan den Dijk te Gorssel" waar het echtpaar dus gewoond zal hebben. Dat is mogelijk Braamkolk, maar kan ook Bijgeval zijn want deze lag ook aan de dijk, zie kaart 1807.

Volgens OMB 2014-1/18 kocht Philippus Dommerholt omstreeks 1833 het boerderijtje Bijgeval, gelegen aan de Molenweg met grond aan beide zijden van een dijk en een stuk heidgrond van 1,5 hectare.

Huisnummer 10 anno 1841. Op 6 juni 1865 verhuist Gerritjen Wiltink met het gezin van haar zoon Hendrik en schoondochter Willemken naar de Oude Fokke en wordt Bijgeval niet meer bewoond, waarschijnlijk dat jaar afgebroken. Krijgt in 1866 geen nieuw huisnummer.

Het huis stond ter hoogte van de huidige Lindelaan.

 
     
1774-1775 Garrit Garrits Woertman en Hendrina Janssen Boevink Markeboek Gorssel 17-11-1774, het land Bijgeval voor twee jaar verpacht aan Gerrit Woertman en zijn vrouw
1775-1792 Garrit Garrits Woertman en Garritjen Swiersen Dalewijks Garritjen is de tweede echtgenote van Garrit
1792-1803 Garrit Garrits Woertman en Jenneken Bannink Jenneken is de derde echtgenote van Garrit
1803- Garrit Lenderink en Jenneken Bannink  
.......-1820 Philippus Jansen Schutte en Maria Arends Bolman  
1816-1865 Jan Brinkman en Gerritjen Wiltink Schoenmakers, afkomstig van Olthof
1832-1865 Hendrik Brinkman en Willemken Ilbrink Hendrik is de zoon van Jan en Gerritjen
 
 
76a>111>123 = Molenweg 10 anno 1951 (later gewijzigd naar nummer 14)
     
1929-........ Hendrik Jan Goorman en Hendrika Johanna Dommerholt Hendrika Johanna is de dochter van Jan en Hendrika Reindina
     
 
Bloemhof
 
Het nieuwe huis wordt Bloemhof genoemd. In 1836 wordt deze naam reeds genoemd in een akte van Philippus Dommerholt i.v.m. een hypotheek groot f 1000.- op een NIEUW te bouwen huis op een stuk land genaamd den Bloemhof - met een kolk. Mogelijk is dit het huis met later adres Deventerweg 4. Het land is mogelijk het perceel 667 op de kaart van 1807.
 
Het is waarschijnlijk op de foto het huisje rechts van de weg, maar dat ook huisnummer 9b zijn van de familie Dommerholt, zie verhaal Bijgeval. Aan de linkerkant zien wij Huize Nooitgedacht (huisnummer 8a anno 1861) en daarachter in de verte het huis waar de eerste boerenleenbank (huisnummer 8b anno 1861) zich vestigde, dit is tegenwoordig het eerste huis aan de rechterkant als je van Epse kant de Hoofdstraat inrijdt.
 
Koopcontract d.d. 21-09-1860: helft van een huis en erf met bouwland, akkermaalsheggen, heidegrond en waterhoek aan de straatweg van Zutphen naar Deventer in de gemeente Gorssel
1848-1868 Philippus Dommerholt en Maria van der Meij  
1856-1871 Zwier Dommerholt Hij woonde anno 1851 nog bij Derk Hummelman op "Alink"
1863-1871 Philippus Martinus Dommerholt en Johanna Willemina Hekkelman  
1872-1876 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen  
1876-1881 Gerrit Hendrik Tichelman en Tonia ter Steege  
1881-1885 Garrit Jan Wonnink en Anna Muller  
1885-1886 Berend Jan Lucas  
1885-1899 Hendrik Gerrit Wittenberg en Berendina Greutink  
1900-1916 Karel Schepers en Hendrika Maria Albertha Weultjes  
1917-1933~ Arend Bretveld en Hendrika Muijtstege Het echtpaar vertrekt naar de Nieuwe Muil
193..-1952> Derk Jan Hietbrink en Bertha Johanna Fredrika Teunissen  
 
  Dubbele bewoning met huisnummer 9b-2>19-2  
1870 Berend Hendrik Kamperman en Janna Starink  
     
  Dubbele bewoning met huisnummer 19-3  
1876 Hendrik Jan Grooteboer en Berendina Oosterkamp  
     
     
  Afgebroken, later adres was Deventerweg 4 Huisnummer 9b>19>40>49>58>73>90>99
 
 
Nooitgedagt
 

Huisnummer 8a anno 1846. Dan bewoond door Gerrit Jan Zomerhuis en Johanna Willemsen die waarschijnlijk tot 1844 op Klein Bentink woonden.

Op 25 september 1855 overlijdt Philippus Reuvekamp op huisnummer 8a, hij is de zoon van Albertus Jacobus Reuvekamp en Johanna Gosina Dijkerman.

In 1856 is de hoofdbewoner Albertus Jacobus Reuvekamp en de medebewoner Harmanus Dolleman.

Het huis was eigendom van Gert Woertman de slager van het begin van de Hoofdstraat. Hij verhuurde deze aan o.a. de familie Nagtegaal die er van 1946 tot 1972 woonde.

Huize Nooitgedagt is in 1987 afgebrand.

   
 
  Gerrit Jan Zomerhuis en Johanna Willemsen  
1854-1858~ Albertus Jacobus Reuvekamp en Johanna Gosina Dijkerman  
.......-1878 Arie Neau en Maria Catharina Corbach  
1879-1879 Franciscus van Deun en Willemina van der Meij Geen familie van vorige hoofdbewoners
1880-1884 Hendrik Gerrit Hendriks  
1885-1906 Arie Coenraad Bellaart en Anna Elizabeth Lehmann  
1906-1915 Grietje de Jong  
1916-....... Maria Johanna Dolman-Hendriksen  
     
  Dubbele bewoning:  
1856 Harmanus Dolleman  
1901-1903 Johannes van Vorden  
1901-1906 Gerrit van Vorden en Hendrika Harmina Kapers Gerrit is de zoon van Johannes
1906-....... Anna Elisabeth Lehmann Afkomstig van de andere kant van Nooitgedagt
     
     
1946-1972 Herman Nagtegaal en Janna Woertman  
     
     
 
1889
1936
 
 
Geerdes
 

De eerste boerenleenbank van Gorssel. Huidig adres Hoofdstraat 73. Huisnummer 8b anno 1846. Dan bewoond door J.H. Geerdes, H. Brinkerhof en dubbele bewoning door G.J. Scholten.

Akte 23-09-1857: betreft huis en erf met fruitbomen en bouwland aan de straatweg van Deventer naar Zutphen. Andere geregistreerde in de akte is Gerrit Brouwer.

Jan Hendrik en Willem Geerdes waren timmerman van beroep, Willem wordt later ook geregistreerd als landbouwer.

Hendrika is agente van de middenstandsbank en Willemina Gerdina is landbouwster.

 
1843-1887 Jan Hendrik Geerdes en Hendrika Sieberink Eerste hoofdbewoners
1874-1929 Willem Geerdes en Gardina Schoemaker Willem is de zoon van Jan Hendrik en Hendrika
1884-....... Hendrika en Willemina Gerdina Geerdes Ongehuwde dochters van Willem en Gardina
     
  Dubbele bewoning:  
1868-....... Gerrit Willem Peters en Geertjen Pekkeriet Afkomstig van Scholten
     
 
 
Scholten
 
Huisnummer 8c anno 1846. Akte 04-02-1852 van overdracht van huis en erf in de gemeente Gorssel door Gerrit Alink en echtgenote Maria Harmsen aan schooonzoon Derk Hummelman.
Hypotheek 04-08-1855 op huis en erf met hof aan de straatweg te Gorssel verleend door Gerrit Brouwer aan Derk Hummelman en echtgenote Philippina Johanna Catharina Alink.
Veiling 1867: huis en erf met bouwland onder Gorssel. Derk Hummelman verkoopt aan Gerrit Jan Scholten.
Verkoop 22-05-1879 door Gerrit Jan Scholten aan Albert Jan Scholten van vastgoed te Gorssel sectie E nrs. 2281 enz.
Op 13-08-1919 wordt huis met erf en bouwland te Gorssel, sectie E nrs. 2281-2283 en 2808 verkocht door Albert Jan Scholten en Alberta Johanna Ribbink aan Hendrik Scholten en Aaltje Pen. Het huis is afgebroken voor de aanleg van de rondweg.
 
1846 Gerrit Alink en Derk Hummelman Vader en schoonzoon, trouwde in 1845 met dochter Philippina Johanna Catharina
1851 Gerrit Alink en Bernardus Willemsen Vader en schoonzoon, trouwde in 1849 met dochter Jannetjen
1856 Evert Jan van der Heijden en Jenneken Albers Gerrit Alink woonde er ook nog maar wordt niet genoemd in personele omslag, hij overleed er op 27-12-1858
1857-1861 Derk Hummelman en Janna Toewater Woont anno 1859 op huisnummer 8c2, hoofdbewoner niet genoemd in personele omslag (E.J. van der Heijden woont in 1859 op huisnummer 5a)
1862-1863 Derk Hummelman en Aaltjen Kornegoor Aaltjen is de derde echtgenote van Derk
1864-1866 Derk Hummelman en Berentjen Dijkman Berentjen is de vierde echtgenote van Derk
1866-1867 Philip Schutte en Gerrigjen Bonhof Afkomstig van Klumper
1867-1868 Gerrit Willem Peters en Geertjen Pekkeriet Afkomstig van Dommerholt
1868-1886 Gerrit Jan Scholten en Teuntjen Rietman Afkomstig van huisnummer 8b2, ze ruilen met Gerrit Willem Peters en Geertjen Pekkeriet
1875-1939> Albert Jan Scholten en Alberta Johanna Ribbink Albert Jan is de zoon van Gerrit Jan en Teuntjen
1918-1926~ Hendrik Scholten en Aaltje Pen Hendrik is de zoon van Albert Jan en Alberta Johanna, ze verhuizen tussen 1922 en 1930 naar de Molenweg
     
  Dubbele bewoning:  
1858-1864 Joseph Gosschalk Stern en Gerarda Johanna van Borgen Huisnummer 8c2>16-2>37
1864 Hendrik Jan Zandscholten en Tibke Margarethe Pape  
1868 Joseph Gosschalk Stern en Gerarda Johanna van Borgen  
1869 Hendrik Jan Zandscholten en Tibke Margarethe Pape  
1870-1875 Wilhelmus Lemmen en Elisabeth Helena Mertens  
1875 Maria Petronella van Laar, weduwe van Jan Haneveld  
1879 Willem Goldsmit en Johanna Schaap  
1882 Gerrit Willem ten Hake en Gesina Berendina Vonk  
1887-1887 Jan Willem Holmer Vertrekt naar 't Elf Uuur
.......-1899 Fenneken Mensink Zij verhuist op 06-11-1899 naar Lochem, daarna tijdelijk onbewoond.
1900-1902 Johannes Theodorus Winterink en Gerritdina Johanna Wunderink  
1903-1906 Johannes Theodorus Winterink en Aaltje Olden Aaltje is de tweede echtgenote van Johannes Theodorus
1906-1913 Hendrika Bollen-Meijer Laatste medebewoonster
     
     
 
 
 
Alink
 
Er is geen huisnaam bekend maar wel dat het huis huisnummer 9 kreeg anno 1841 en toen bewoond was door de familie Alink. De huisnaam Halfweg duikt wel op, maar de naam Halfweg werd (ook) gebruikt voor Ravennest. In 1832 had het huis nog geen kadastraal perceel, Ravennest had dat wel. Zit hier een verband? Woonde Gerrit Alink dan eerst op Ravennest aan de postweg en daarna aan de straatweg? Dan is hij voor 1841 verhuisd.
 


Op 4 februari 1852 verkoopt Gerrit Alink huis en erf aan Derk Hummelman. Derk neemt op 4 augustus 1855 hypotheek op betreft huis en erf met hof aan de straatweg te Gorssel. Is dit huisnummer 9 of 8c?

Gerrit Jan Eenink komt op 21 april 1857 vanuit Warnsveld en trouwt op 10 juli 1858 met Johanna Derkjen Sarink.
Akte van toewijzing d.d. 07-10-1857 van Gerrit Brouwer aan Gerrit Jan Eenink: betreft huis en erf met fruitbomen en bouwland aan de straatweg van Deventer en Zutphen

Op 27-11-1862 verkoopt hij een huis en erf met bouwland aan de Straatweg van Zutphen naar Deventer, gemeente Gorssel aan Abraham van den Bovenkamp. Akte nog te bekijken.

Huis van de familie Withagen, afgebroken voor aanleg rondweg (in 1937?). Uit een koopcontract van 04-01-1921 wordt beschreven een betreft een dubbel woonhuis aan de Rijksstraatweg te Gorssel, sectie E nr. 3460. Wolter Withagen koopt deze dan van Gerrit Jan Kuit. Gerrit Jan heeft er gewoond vanaf 1912 en ook zijn zoon Hein en schoondochter Geertruida woonden er van 1916 tot 1918.

 
 
.......-1842 Gerrit Alink en Maria Harmsen Eerste hoofdbewoners, woonden in 1823 nog op Olthof en daarna waarschijnlijk op Ravennest (Halfweg)
1842-1846 Jan ter Maat en Hendrika Johanna Holmer  
1847-1856 Derk Hummelman en Philippina Johanna Catharina Alink Na overlijden Philippina gaat Derk op huisnummer 8c wonen
1857-1863 Gerrit Jan Eenink en Johanna Derkjen Sarink  
1864-1868 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen  
1868-1869 Hermanus Bosch en Johanna Aleida Maria Theresia Baudet Het echtpaar is afkomstig van de Oude Pastorie
1870-1883 Wilhelmus Lemmen en Hendrika Willemina Grieving Hendrika Willemina is overleden op 31 juli 1878
1883-1910 Wilhelmus Lemmen en Gerritdina van den Belt Gerritdina is de tweede echtgenote van Wilhelmus
1912-1921 Gerrit Jan Kuit en Maria Schutte  
1921 Wolter Withagen en Johanna Paulina Smeenk Het echtpaar verhuist in de periode 1930-1940 naar de Veerweg, huis toen afgebroken of nog andere bewoners?
     
     
  Dubbele bewoning:  
1870-1900 Hendrik Jan Zandscholten en Tibke Margaretha Pape  
1900-1902 Berend Schepers en Derkjen Rouwenhorst  
1902-1902 Hendrik Antonius van der Zeeuw en Anna Schouten  
1903-1910 Derk Jan Wunderink en Christina Gerdina Hietbrink Vertrekt naar Nijhuis
1916-1918 Hein Kuit en Geertruida van der Heijden Hein is de zoon van Gerrit Jan Kuit en Maria Schutte
1918-1922 Karel Antoni Jansen en Derkje van Baak Huisnummer G57>71
 
Deventerweg 2
 
  Vanaf 1920 wonen hier ook Gerard de Weerd en Lammerdina Struikenkamp, de ouders van Lammerdina.
 
1917 Hendrikus Willem Denekamp en Lammerdina de Weerd Eerste hoofdbewoners
     
     
     
     
 
 
Hemstra
 

Dit huis is gesticht in 1862 door Abraham van den Bovenkamp en Maria Bouman die afkomstig zijn van de Grote Muil en daarvoor op de Oude Pastorie in de Eesterhoek woonden. Op 21 september 1861 koopt Abraham van Zwier Dommerholt een stuk heidegrond tussen de straatweg van Zutphen naar Deventer en de grindweg van Gorssel naar Bathmen in de gemeente Gorssel.

Het huis dankt zijn naam aan Jan Hemstra die op 5 april 1872 op het huis kwam wonen echter wordt de naam later foutief met dubbel e geschreven. Jan is weduwnaar van Oetske Johans van Abbema en hertrouwt op 8 mei 1872 met Cornelia Josina Everdina Scholten en zij komt dan ook in Gorssel wonen. Op 06-02-1873 akte van overdracht van huis en erf met bouwland onder Gorssel tussen Zwier Dommerholt en Jan Heemstra.

Op 1 oktober 1880 verkoopt Jan het huis aan Hermanus Ziemelink en op 14 oktober verhuizen Jan en Cornelia naar Eelde.

Later had dokter Upmeijer hier zijn praktijk. De ingang en de apotheek waren toen aan de Molenweg. Weer later had hij zijn praktijk aan de Hoofdstraat.

 
1862-1869 Abraham van den Bovenkamp en Maria Bouman Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Grote Muil
1870-1872 Anthonij Johannes Swaving en Gerardina Anna Hendrica du Bon Brooks Het echtpaar verhuist naar Ontijdink
1872-1880 Jan Hemstra en Cornelia Josina Everdina Scholten  
1881-1894 Hermanus Ziemelink en Jenneken Roeterdink Afkomstig van Klaphekke
1898-1903 Carolina Wijtman Afkomstig van Ruimzicht, volgens BR al in 1892 maar zonder Gerrit Lugt?
1898-1907 Rudolf Lugt Rudolf is de zoon van Carolina, volgens BR al in 1892
1908-1912 Jan Willem Wesseldijk en Jenneken Lamberts  
1912-1916 Anthonij Coert en Annie Cornelia de Jong  
1916-1917 Hajo Uden Thoden van Velzen Voormalig dominee van Gorssel in periode 1882-1915
1918-1936 Johan Jacob Lambertus Vlaanderen en Eva Titia van Gelder  
1936-....... Berend Hendrik Upmeijer en Gerardina Geertruida Reina van Dee  
     
  Dubbele bewoning:  
1862-1862 Moses Marchand en Vrouwtje Slager  
1869-1869 Hermanus Bosch en Johanna Aleida Maria Theresia Baudet Hermanus is de broer van Jacoba Frederika die anno 1859 op Klein Bentink woonde
     
     
Onbekend Mogelijk dubbele bewoning  
1908- Cornelis Hermanus Pruijsers en Helena Adriana Molewijk Afkomstig van 't Elf Uur
     
    G51a>101>vervallen
 
Elfuur
 

Huisnummer 9a anno 1846. Het huis wordt dan bewoond door Hendrik Willem Dommerhold(t) en Fredrika Scholten die er in 1851 ook nog wonen. In 1856 woont er Hermanus Theodorus Graeuwert, een neefje van de familie Dommerholt die is vertrokken naar het boerderijtje aan de huidige Kozakkenweg met huisnummer 12a.

Akte 19-05-1904: betreft provisionele verkoop erve "Haitinkhof" te Gorssel, sectie E nrs. 1 enz. en "Elf Uur" te Gorssel ,sectie E nrs. 1329 enz. en bouwland (zie ook akte nr. 2191) na overlijden van Jan Willem Nikkels.
Zoon Arend Jan Nikkels verkoopt op 22-05-1918 het huis "Elf Uur" te Gorssel en het huis erachter, sectie E nrs. 1374 en 3464 (zie ingesloten akte nr. 1129) aan Hendrikus Kuiper.

Hein Kuit is horlogemaker van beroep en koopt op 12 december 1923 een perceel bouwterrein nabij de Roskam van Willem van der Meij. Hij bouwt hier in 1924 een woon- en winkelhuis waar hij horloges verkoopt.

 
Augustus 1919 komen horlogemaker Hein Kuit en zijn echtgenote Geertruida van der Heijden op 't Elf Uur. Het echtpaar was afkomstig van Eefde waar ze een jaar hebben gewoond, tot april 1918 woonden zij op 't Alink in Gorssel welke toen eigendom was van Hein zijn ouders. Het echtpaar had al een zoontje en op 6 mei 1920 wordt dochter Maria Geertruida geboren. Voor Geertruida van der Heijden helaas wel met fatale gevolgen, zij is op 29 juni 1920 overleden. Op de foto hiernaast zien wij daarom alleen maar Hein met zijn dochter.

Hein hertrouwt op 16 april 1921 met Cornelia Boerke die net als zijn eerste vrouw uit Amsterdam afkomstig is. Uit dit huwelijk worden geen kinderen meer geboren. Op 12 december 1923 koopt hij een perceel bouwterrein van Willem van der Meij van de Roskam en bouwt hier een winkelhuis waar hij uurwerken verkocht, hier zijn zij in 1924 komen wonen. Deze krijgt later het adres Joppelaan 2 en de winkel wordt later voortgezet door de familie Braskamp. Dit huis is in de jaren '80 afgebroken t.b.v. de uitbouw van het gemeentehuis. Op de foto rechts Hein en Cornelia in de tijd dat zij aan de Joppelaan woonden.
 
    Huisnummer 9a en later huisnummer 18>74>afgebroken>onbewoond>96>104>152
1856 Hermanus Theodorus Graeuwert  
1858-1868 Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert  
1868-1869 Martinus Eskes en Jacoba Maria Olijslager  
1869-1872 Derk Jan Braakhekke en Hendrika Blaauwhand Vertrekt naar Ravensweerd
1872-1878 Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert  
1878-1880 Harmanus Toorneman en Aaltje Klijn Velderman  
1880-1883 Gerrit Willem Groot Velderman en Derkjen Schoemaker  
1883-1887 Garritjen Tikink  
1887- Jan Willem Holmer Afkomstig van Scholten in het dorp
1892-1894 Johannes Bruggeman en Hendrika Holmer Hendrika is de dochter van Jan Willem
1894-1897 Gerrit Jan Blankena en Lammerdina Jonkman  
  Albert Boterman en Jenneken Slagman  
1906-1919 Arend Jan Nikkels Afkomstig van huisnummer 95, andere kant van Elf Uur
1919-1919 Jan Christoffel Breukelman en Anna Gesina Geerdink  
1919-1920 Hein Kuit en Geertruida van der Heijden Geen familie van vorige bewoners
1921-1924 Hein Kuit en Cornelia Boerke Cornelia is de tweede echtgenote van Hein
1929-1929 Dirk Tulp en Jacoba Poller  
  Etc.  
1935 Hendrik Oosterveld en Johanna Alberta Koldeweij  
     
     
     
  Dubbele bewoning:  
1870 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen Huisnummer 18-2 anno 1870
1875 Alexander Jochems en Geesken Groot Enzerink  
1882-1887 Gerrit Meijer en Jacobje Brouwer  
1887-1889 Carel Jansen van Donzelaar en Geurtje van Eldik  
1888-1890 Margaretha Heetelaar Margaretha wordt geroyeerd in de volkstelling van 1890
1892-1895 Karel Jansen van Donzelaar en Geurtje van Eldik  
1895-1906 Jan Willem Nikkels en Arend Jan Nikkels Jan Willem is overleden op 13-02-1904, zoon Arend Jan verhuist in 1906 van huisnummer 95 naar 96
1906-1908 Cornelis Hermanus Pruijsers en Helena Adriana Molewijk  
1908-1910 Christiaan Johan Willem Grentzebach en Fietje Martens  
1910-1912 Cornelis Hermanus Pruijsers en Helena Adriana Molewijk Vertrekken naar Klein Braakman
1912-1919 Arie Hagendoorn en Paulina van Roozendaal Vertrekken naar G116a
1919-1920 Hendrik Mensink en Henders van Swieten  
1920-....... Johanna Judith Verschoor-Vissers  
     
     
     
    Huisnummer 75>95>103
 
 
Veerweg 2
 
  Vanaf juni 1914 tot september 1918 woont hier ook Jan Lodewijk Weijenberg met zijn zoontje
 
 
1913-1915 Piet van Loenen en Gerritje Johanna Eshuis Eerste hoofdbewoners
1915-1916 Alfred Hugo Rappard en Susanna Berendina Zwepink  
1916-1917 Anthonie van Est en Gijsbertha Johanna van Hameren  
1917-1921 Theodorus Johannes Hieltjes en Johanna Theodora Zwarts  
1921 Gerrit Willem Hietkamp en Johanna Brummelman  
     
     
     
 
 
 
 
 
Deventerweg 37
 
  Mogelijk huidig adres Deventerweg 37 en 39. Op nummer 39 staat geschreven "de Koekoek".
 
1912-1915 Gerrit Jacob Johannes Lammers en Johanna Kuiper Eerste hoofdbewoners
1915-1915 Hendrik George Rienstra en Elisabeth Magdalena de Knegt  
1915 Jan Christoffel Breukelman en Anna Gesina Geerdink  
1919 Arend Jan Nikkels en Hendrika Johanna Deetman  
     
     
     
 
 
Deventerweg onbekend
 
1912-1914 Jan Lodewijk Weijenberg en Maria Willemina Klein Klouwenberg Eerste hoofdbewoners
1914- Lodewijk Fredrik Klein Horstman en Hendrika Floors  
     
     
     
 
 
 
 
 
Ruimzicht
 
Van april 1891 tot april 1892 wonen Gerrit Lugt en Carolina Wijtman in Barneveld en past Karssien Heres Brouwer op het huis. Neeltje en Bartje van den Heuvel zijn ongehuwde zusters en wonen samen op Ruimzicht. Op 20 oktober 1923 overlijdt Bartje en op 5 maart 1924 verkoopt Neeltje het huis aan Carel Roeterdink. Het betreft een dubbel woonhuis en zo kan Neeltje er blijven wonen tot haar overlijden in 1929.
 

Carel Roeterdink en Martina Schaap verhuisden in 1924 van Groot Bentink naar Ruimzicht, omdat zoon Willem het bedrijf overnam en in dat jaar ging trouwen. Hun kinderen Willemina Judeken, Martina Hendrika, Johanna Willemina en Hendrik Carel verhuisden mee. Op Ruimzicht was in die tijd een boerenbedrijf gevestigd. Het land dat erbij hoorde lag waar nu de Parallelweg loopt. De koeien die daar liepen, vooral jongvee, werden niet bij Ruimzicht gestald maar bij boerderij ’t Boschtert, die ook eigendom was van Carel Roeterdink. Daar had Carel ook melkvee en Carel leverde op een gegeven moment meer melk aan de melkfabriek dan zoon Willem op Groot Bentink!

Op Ruimzicht was ook de Boerenleenbank gevestigd. Oorspronkelijk was die ondergebracht bij de gezusters Geerdes aan de Hoofdstraat, maar die kregen onenigheid met het bestuur, waar Carel waarschijnlijk ook in zat, en toen heeft hij de bank over laten brengen naar Ruimzicht. Zijn dochter Willemien werk kassier tot haar huwelijk in 1928 en daarna werd zijn dochter Anne kassier.

Martina Schaap is op 31 mei 1937 overleden. In 1942 verkocht Carel het huis Ruimzicht (aan een mevrouw van de Heuvel) en verhuisden ze naar Lucretia, Deventerweg 15. Hun kinderen Martina Hendrika en Johanna Willemina verhuisden mee, de anderen waren inmiddels getrouwd. Johanna Willemina trouwt op 10 september 1942 met Gerrit Boschloo en gaat op diens boerderij 't Boschloo wonen.

Later was garage Kluin er gevestigd en weer later een busbedrijf en tot 2018 was wijnkoperij Klosters in dit huis gevestigd.

 

Het huis Lucretia is vernoemd naar Gerritjen Lucretia Roeterdink, zus van Carel. Zij was getrouwd met Gerhardus Schieven en woonde met hem op boerderij 't Have in Leesten. Gerhardus is overleden in 1927 en op 15 juli 1933 verhuist Gerritjen Lucretia naar Gorssel en gaat daar dan bij haar broer Carel wonen, eerst op Ruimzicht en later op Lucretia. Carel is op 2 mei 1944 overleden en Gerritjen Lucretia op 25 februari 1951. Martina Hendrika Roeterdink, dochter van Carel, bleef toen in het huis Lucretia wonen.

 
1887-1888 Johan Sebastiaan Lehmann Eerste hoofdbewoner
1888-1898 Gerrit Lugt en Carolina Wijtman  
1898-1903 Hendrik van Eck en Clazina de Ven Afkomstig van Ravensweerd
1898-1929 Neeltje en Bartje van den Heuvel Neeltje en Bartje zijn nichtjes van Hendrik
1924-1942 Carel Roeterdink en Martina Schaap Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Deventerweg 14  
     
........-....... Derk Jan van Vorden en Fredrika Dommerholt Eerste hoofdbewoners, afkomstig van boerderijtje Ravensweerd
     
1937- Philippus Wichers en Hermina Meijer  
     
  Huidig adres: Deventerweg 16 73a>97>106>148>253>329
 
Huisnummer 147 anno 1921 is de werkplaats van A. van Vorden welke voor 1930 komt te vervallen.

Het kaartje hiernaast dateert van 1901. Rechts aan de kruising ligt Ruimzicht, ten noorden daarvan Deventerweg 16 en ten oosten daarvan Parallelweg 1.
 
Tramzicht
 
 
Het huis is afgebroken voor 1936 toen er ten oosten van het huis een nieuw dubbel woonhuis met smederij werd gebouwd. Aan de kant van de huidige Parallelweg woonde Berta Garssen, onderwijzeres op de Christelijke basisschool.

 
1889-1901 Johannes van Vorden en Teuntjen Braakhekke Eerste hoofdbewoners
1892-1901 Gerrit van Vorden en Hendrika Harmina Kapers Gerrit is de zoon van Johannes en Teuntjen
1901-1902 Jan Kleine en Jannetjen Wolters  
1902-1906 Hendrik Tuller en Maria Oosterveld  
1906-1921 Gerrit Jan Dikkeboer en Hendrika Gerdina Boterman Verhuizen naar Eesterzicht en later naar Ketenbosweg
1921-1925 Antonius Johannes Aa en Antonia Francisca Weultjes Afkomstig van Huis in 't Veld op de Eesterbrink
1925-1936< Derk Jan van Vorden en Fredrika Dommerholt Derk Jan is de zoon van Johannes en Teuntjen en is afkomstig van Velderhof
     
  Huidig adres: Afgebroken, stond tussen huidige Elfuursweg 1 en 3 Huisnummer 72>93>99>145>250
 
 
Elfuursweg
 
  Op dit blad wordt oorspronkelijk huisnummer G65a vermeld, maar verderop het blad wordt huisnummer 99a genoemd welke in 1921 wijzigt naar 138.
 
1911 Gerrit Jan Noteboom en Willemina Tijssen Eerste hoofdbewoners
1913-1914 Gerrit Willem Boterman en Gerritjen Willemina Hietkamp  
1914-....... Gerritdina van Hummel geb. Schutte  
     
     
     
     
 
Paddestoel
 
1920- Martina Diederika Wittop Koning Eerste hoofdbewoonster
     
     
     
     
 
 
Schutte
 

11b >28 > 71 > 92 > 98 > 143 > 239 > 300 > Ketenbosweg 4. In 1851 bestond huisnummer 11a en in 1856 bestond ook huisnummer 11c, in de tussentijd moet 11b dus zijn ontstaan. Jan Willem Schutte woonde anno 1851 nog in op Dorrewold = huisnummer 12-2. Daarvoor woonde hij nog op Zandscholten. Huisnummer 11c is waarschijnlijk gesticht in 1853 dus gaan we ervan uit dat 11b in 1852 is gesticht. Dat jaar wordt een levenloos kind geboren en in de akte lijkt 11b te staan geschreven, nog eens goed nakijken. Het echtpaar is tussen 11-10-1846 en 10-09-1848 in Gorssel komen wonen, maar woonde eerst op de Eesterbrink (zie geboorteakten Jan Hendrik en Johanna Willemina)

Gerrit Jan Nijenhuis hertrouwde na het overlijden van Hermina Alberta Schutte in 1958 met Gerritdina Hekkelman, weduwe van Albert ten Have, en woonde met haar op de Keihave.

 
     
1852-1911 Jan Willem Schutte en Hendrika Johanna Groot Wesseldijk Eerste hoofdbewoners, afkomstig van Dorrewold
1902- Hendrikus Schutte en Aaltje Kerkdijk Hendrikus is de zoon van Jan Willem en Hendrika Johanna
1918- Gerrit Jan Nijenhuis en Hermina Alberta Schutte Hermina Alberta is de dochter van Hendrikus en Aaltje
     
 
Schonewille
 

Dit is de boerderij van de familie Schonewille aan de Ketenbosweg. De foto is gemaakt aan de Cederlaan welke in 1972 is aangelegd. Links is boerderij Dorrewold te zien.

Het huis is niet zo oud, het eerste huisnummer 143b dateert van de periode 1921-1930.

Gerritdina Johanna Slettenhaar overlijdt op 8 juni 1935 en Gerrit Jan Scheuter verhuist op 13 augustus 1938 naar Deventer.

 
1923-1938 Gerrit Jan Scheuter en Gerritdina Johanna Slettenhaar Eerste hoofdbewoners
1929-1938< Albert Jan Scheuter en Maria Wijnbergen Albert Jan is de zoon van Gerrit Jan en Gerritdina Johanna
1938- Pieter Schonewille en Geertje Strijker Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  143b>240>301> Ketenbosweg 7 anno 1951  
     
     
 

Gerrit Jan Dikkeboer en Hendrika Gerdina Boterman zullen hier waarschijnlijk in 1922 of 1923 zijn komen wonen. Ze zijn afkomstig van Eesterzicht.

Gerrit Jan koopt op 14 april 1921 een perceel heidegrond te Gorssel, sectie E nr. 3593 van Lambertus Klein Ovink.

Familie Dikkeboer vertrekt naar de Beukenlaan en het huis wordt daarna alleen bewoond door de familie Nikkels die ruilde met de medebewoners van het huis. Dat was de familie Koldewee (Herman en Riek), eerder was de familie van G.J. Dijkerman medebewoner. De familie Nikkels maakte er één huis van met huisnummer 5. Na het overlijden van Albert Nikkels in 1972 heeft Geesje er nog een aantal jaren gewoond en is toen verhuisd naar de Mezenstraat.

 

Op de foto hiernaast zijn Gerrit Jan Dikkeboer en Hendrika Gerdina Boterman 25 jaar getrouwd. Verder zien wij:

Achterste rij in het midden :Albertus Dikkeboer
Achterste rij rechts Jenneken Dikkeboer
Achterste rij links Harmina Dikkeboer
rechts naast opoe :Hendrik Jan Dikkeboer
rechts naast opoe : Albertha Dikkeboer
links van opa Gerrit Jan Dikkeboer
links van opa Hendrika Gerdina Dikkeboer
tussen opa en opoe: Hermanna Dikkeboer
voor opa: Johanna Dikkeboer

 
1921-1955~ Gerrit Jan Dikkeboer en Hendrika Gerdina Boterman Eerste hoofdbewoners
1955-1975~ Albert Nikkels en Geesje Ossel Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  G143a>241>302 = Ketenbosweg 5 anno 1951  
 
 
Dorrewold
 
De eerste gegevens over deze boerderij komen wij tegen op de pre kadastrale kaart van 1818 van het 1e blad van sectie E en dat betreft het dorp Gorssel ten noorden van de huidige Gorsselse Enkweg en Kamperweg. Van dit blad bestaan twee exemplaren waarvan de eerste nog wat wijzigingen kende. Dat is bijvoorbeeld het geval bij deze boerderij welke oorspronkelijk in een wat grotere vorm was ingetekend aan de Dommmerholtseweg en uiteindelijk in een wat kleinere vorm aan de huidige Ketenbosweg is gebouwd. Deze kaart toont aan dat het boerderijtje in 1818 is gebouwd.
 

Eerste hoofdbewoner is Harmen Wilgenhof die tot 1818 gepacht op boerderij Hoekman woonde en werkte als dagloner. Bij de geboorte van dochter Jenneken op 31 maart 1818 blijkt hij ineens veldwachter van beroep te zijn. Kennelijk heeft Harmen het gehad met het boerenwerk en dat verklaart ook de gewijzigde bouwplannen. Echtgenote Antonia Greeve is ook niet van het boerenwerk en verdient haar geld als vroedvrouw van de gemeente, zij heeft vele kinderen in Gorssel geholpen ter wereld te komen. Zelf kreeg het echtpaar acht kinderen waarvan er vijf zijn geboren op Hoekman en drie op Dorrewold. Het echtpaar was oorspronkelijk geen eigenaar van de boerderij en de grond eromheen, dat waren de geërfden van de Marke Gorssel.

Hamen overlijdt op 21 augustus 1831 in Gorssel maar niet op Dorrewold maar op 't Walle waar een jaar eerder ook zoon Hendrikus is overleden, dat is wel bijzonder. Antonia blijft op Dorrewold wonen tot haar overlijden in 1865, zij heeft er dus lange tijd gewoond. Hierdoor staat de boerderij ook wel bekend onder de naam "Vroedvrouw". Antonia trouwt niet opnieuw en woont er met haar kinderen. Dochter Jenneken blijft het langst in huis en blijft er ook wonen als zij op 10 september 1847 trouwt met Lammert Hendrik Meijer. Op 14 november 1847 wordt dochter Gerritjen geboren "ten huize van hare moeder op nummer 12 in Gorssel". Er worden daarna nog drie kinderen op Dorrewold geboren en de kans is groot dat moeder Antonia geholpen heeft met de bevallingen. Overigens was de moeder van Antonia vroeger ook vroedvrouw van beroep, zij woonde op Nijhuis (Nieuw Morrenhof). Het beroep zat dus in de familie.

Waarschijnlijk in 1858 verhuizen Lammert Hendrik en Antonia naar Harfsen. Antonia blijft wel wonen op Dorrewold, maar gaat aan de andere kant van het huis wonen in het gedeelte waar in de periode omstreeks 1851 nog Jan Willem Schutte en Hendrika Johanna Groot Wesseldijk hebben gewoond, het huis had toen dus een dubbele bewoning.

 

Dat is vanaf 1858 weer het geval want dagloner Gerrit Jan Wolters en zijn echtgenote Egberdina Grooteboer komen dan als hoofdbewoners op Dorrewold wonen, ze woonden daarvoor in Epse. Het echtpaar heeft drie zoons en op Dorrewold komen er nog twee dochters bij. Op 30 juni 1865 kopen zij een boerderijtje in Epse van de erven Nijbroek aan de huidige Kletterstraat en gaan daar dan wonen. Op 5 oktober 1865 is het dan de beurt aan Jan Willem Schoolderman en Gerritje Dikkeboer maar ze wonen er maar een jaar, maar dat jaar wordt wel een zoon Teunis geboren. Teuntjen Greeve was overigens 25 maart 1865 overleden en haar plek Reinder Bartelds en Harmina van der Wal die iets meer dan een jaar op Dorrewold en in die periode ook ouders werden van een zoon.

Op 20 augustus 1866 worden Gerrit Bartelink en Derkjen Muileman de nieuwe hoofdbewoners alhoewel hun stief(schoon)moeder als Jenneken Draaijer als hoofdbewoonster wordt ingeschreven. De familie is wederom afkomstig van Epse en Gerrit is wegwerker van beroep. Uiteindelijk bestaan het gezin uit acht personen waarvan vijf kinderen waarvan er helaas één jong overlijdt en dan is er ook nog een kind levenloos geboren. Op 31 mei 1867 komt ook Fenneken Muilerman, de zus van Derkjen, op Dorrewold wonen samen met haar echtgenoot Mannes Hietbrink en twee kinderen. Ze gaan aan de andere kant van het huis wonen waar ze de plek innemen van de vertrokken familie Bartelds. Fenneken en Mannes zijn afkomstig van 't Loobosch die al uitbreid staat beschreven op de Boschterhoek pagina van deze website. Fenneken overlijdt in 1875 en Mannes hertrouwt in 1876 met Christina Hermina Jacobs en uit dit huwelijk worden nog drie kinderen geboren. In februari 1881 verhuist de familie Bartelink weer terug naar Epse (het blijft een heen en weer gaan van de Dorrewold bewoners naar die plaats) en de lege plek wordt dan twee jaar niet opgevuld waardoor Manus Hietbrink feitelijk de nieuwe hoofdbewoner wordt. Maar op 30 april 1883 wordt hij weer officieel medebewoner als het kersverse echtpaar Hendrik Willem Stegeman en Aaltje Tuller hun intrek nemen in het hoofdgedeelte van het huis. Zoals eerder hoofdbewoners was Hendrik Willem ook dagloner van beroep. Het echtpaar blijft zes jaar lang wonen op Dorrewold en verhuist dan naar ... Epse dus ja.

 


Maart 1889 komt de familie Lubberding wonen op 't Dorrewold. Het betreft Hendrika Johanna Pelgrum, weduwe van Johan Lubbering van 't Lubberdink te Almen, met haar drie jongste kinderen en haar broer Berend Pelgrum. Broer en zus worden geregistreerd als landbouwers maar later toch weer als dagloner net als medebewoner Mannes Hietbrink. Eén van de kinderen van Hendrika Johanna die op 't Dorrewold komt wonen is Johan Hendrikus Lubberding. Hij trouwt op 2 juni 1900 met Gerritdina Jonkman en zij komt dan ook op 't Dorrewold wonen en er worden een zoon en dochter uit het huwelijk geboren. Johan Hendrikus werkte als paardeknecht/voerman bij Rijkswaterstaat om straatklinkers te vervoeren van een steenfabriek aan de IJssel voor de aanleg van de weg Deventer-Zutphen. En toen de weg klaar was kreeg hij een baan aangeboden als politie agent waar hij het uiteindelijk bracht tot hoofdagent. Op 3 december 1904 verhuist Johan Hendrikus naar Deventer en de hele familie gaat met hem mee. In 1898 trouwde een zus van Johan Hendrikus genaamd Johanna, die overigens niet op 't Dorrewold heeft gewoond. Zij trouwde met Harmen Jan Bartelink die in 1872 op 't Dorrewold is geboren en zo ontstond toch nog een relatie tussen de twee families die op de Dorrewold hebben gewoond.

Na het vertrek van de familie Lubberding is er weer ruimte voor starters uit Epse. Gerrit Dommerholt en Gerritdina Antonia Klijn Velderman trouwen op 7 januari 1905 en gaan op 't Dorrewold wonen en werken, want Gerrit gaat aan de slag als landbouwer. In 1906 wordt zoon Willem geboren maar later dat jaar, op 1 december, vertrekt het echtpaar alweer, terug naar Epse.

Voordat we de volgende hoofdbewoners introduceren, kijken we nog even vlug naar de andere kant van de boerderij waar Mannes Hietbrink nog steeds woont. In 1908 verhuist hij naar de Oude Fokke en maakt zo plaats voor zijn zoon Albertus Philippus die in 1907 was getrouwd met Jantje Bosma en ook op 't Dorrewold woonde. In 1909 wordt een dochter geboren en in 1910 verhuizen zij naar 't Armenhuis in Gorssel en hiermee eindigt de dubbele bewoning van 't Dorrewold.

 
De dubbele bewoning betrof waarschijnlijk een klein huisje op het erf van Dorrewold, de hoofdbewoners en medebewoners woonden dus niet onder één dak. De kaartjes hiernaast dateren van 1899 (links) en 1911 (rechts). Op het kaartje van 1899 is duidelijk het aparte huisje te zien. Op de kaart van 1911 is te zien dat dit huisje is verdwenen maar ook dat boerderij Dorrewold is verplaatst richting Schutte. Dit verklaart meteen waarom de foto's van de boerderij hierboven verschillen, het zijn immers twee verschillende boerderijtjes. De bovenste foto dateert van circa 1900 en is dus nog van de oude woning.
 
Terug naar de hoofdbewoners. Op 5 januari 1907 komen Johannes Hendrikus Roeterdink en Harmina Henriëtta Tuitert op 't Dorrewold wonen. Zij waren getrouwd op 7 april 1906 en zijn toen gaan wonen bij de ouders van Harmina in Epse. In die plaats zullen zij elkaar ook hebben leren kennen want Johannes woonde en werkte voor zijn huwelijk op Klein Nulend in Epse. Ze wonen eerst gepacht op 't Dorrewold en kopen het huis op 21 september 1907 van Herman Theodoor Wilgenhof, kleinzoon van Harmen Wilgenhof en Antonia Greeve. Tot die tijd was de boerderij dus nog eigendom van de familie Wilgenhof en alle vorige bewoners zullen dus het huis hebben gepacht c.q. gehuurd. Vader van Herman Theodoor is Berend Wilgenhof die tuinman van beroep was. Nicht van Herman Theodoor is Aaltjen Wilgenhof en zij is getrouwd met Hendrik Tuitert, oudste broer van Harmina Henriëtta en zo zal het er wel van gekomen zijn dat de boerderij uiteindelijk verkocht is aan Johannes en Harmina. Het echtpaar krijgt vier kinderen, twee meisjes en daarna twee jongens waarvan de jongste in 1913 maar kort heeft geleefd. Johannes werkt als landbouwer en overlijdt op 16 juli 1918 en wordt maar 41 jaar oud. Hiernaast is een foto van hem op jongere leeftijd te zien en daarnaast een foto van Harmina Henriëtta op latere leeftijd.
 
Zo blijft Harmina met drie kinderen alleen over op de boerderij. Oudste dochter Johanna Maria blijft ongehuwd en op 16 november 1940 trouwt zoon Gerrit Hendrik Roeterdink met Maria Berendina Horstman en hij werkt dan als landbouwer op Dorrewold. Op 12 juni 1948 trouwt jongste dochter Wendelina met Hendrik Hissink en zij gaan dan op Dorrewold wonen, uit dit huwelijk wordt één zoon geboren. Gerrit Hendrik Roeterdink gaat aan de Veerweg wonen en wordt dan tuinman van beroep. Hendrik Hissink zet de boerderij voort en verbouwt er graan, voederbieten, knollen en ook aardappels voor eigen gebruik. Verder scharrelen er zo'n 300 kippen bij de boerderij en lopen er varkens en acht koeien. Er werd ook een schuur gebouwd voor een paard maar die kwam er niet, maar geen nood, voor het zware werk werd er in de buurt goed samengewerkt met de families Stormink van 't Schurink, de Winter van 't Breger en Bruggeman van de Dommerholtsweg die een paard had en later een tractor waarmee het werk nog makkelijker gedaan kon worden.
 
 

Op de linkerfoto hierboven zien wij Harmina Henriëtta Tuitert met haar drie kinderen. Op de middelste foto samen met dochter Wendelina, schoonzoon Hendrik Hissink en kleinzoon Han Roeterdink en op de rechterfoto met kleinzoon Jan Hissink die zij maar kort heeft gekend want Harmina Henriëtta overlijdt op 4 mei 1950 op 't Dorrewold. Jan is enig kind van Hendrik en Wendelina en heeft nog tot 2011 op 't Dorrewold gewoond met echtgenote Nieneke. Vader Hendrik is in 1985 op 't Dorrewold overleden en moeder Wendelina Roeterdink verhuisde in 1996 naar een verzorgingstehuis.

 
1818-1858 Harmen Wilgenhof en Antonia Greeve Eerste hoofdbewoners
1847-1858 Lammert Meijer en Jenneken Wilgenhof Jenneken is de dochter van Harmen en Antonia
1858-1865 Gerrit Jan Wolters en Egberdina Grooteboer Geen familie van vorige hoofdbewoners
1865-1866 Jan Willem Schoolderman en Gerritje Dikkeboer Geen familie van vorige hoofdbewoners
1866-1881 Gerrit Bartelink en Derkjen Muileman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1883-1889 Hendrik Willem Stegeman en Aaltje Tuller Geen familie van vorige hoofdbewoners
1889-1904 Hendrika Johanna Lubberding-Pelgrum Geen familie van vorige hoofdbewoners
1900-1904 Johan Hendrikus Lubberding en Gerritdina Jonkman Johan Hendrikus is de zoon van Hendrika Johanna
1905-1906 Gerrit Dommerholt en Gerritdina Antonia Klijn Velderman Het echtpaar verhuist naar Epse
1907-1950 Johannes Hendrikus Roeterdink en Harmina Henriëtta Tuitert Geen familie van vorige hoofdbewoners
1940-1948 Gerrit Hendrik Roeterdink en Maria Berendina Horstman Gerrit Hendrik is de zoon van Johannes Hendrikus en Harmina Henriëtta
1948-1996 Hendrik Hissink en Wendelina Roeterdink Wendelina is de dochter van Johannes Hendrikus en Harmina Henriëtta
     
  Dubbele bewoning  
1829-1831 Jan Leemkuil en Willemina Hullekes Mogelijke eerste medebewoners
1851-1852 Jan Willem Schutte en Hendrika Johanna Groot Wesseldijk Geen familie van vorige medebewoners, afkomstig van Zandscholten
1858-1865 Antonia Greeve Geen familie van vorige medebewoners, zij was eerdere hoofdbewoonster
1865-1867 Reinder Bartelds en Harmina van der Wal Geen familie van vorige medebewoner
1867-1876 Manus Hietbrink en Fenneken Muileman Afkomstig van Loobosch, Fenneken is de zus van Derkjen Muileman
1876-1908 Manus Hietbrink en Christina Hermina Jacobs Christina Hermina is de tweede echtgenote van Manus
1907-1910 Albertus Philippus Hietbrink en Jantje Bosma Albertus Philippus is de zoon van Manus en Christina Hermina
     
  Huidig adres: Ketenbosweg 14 (was 6 anno 1951)  
 
 
Boterman
 

Op 8 juli 1924 wordt het plaatsje "Boterman" te Gorssel, sectie E 3093, verkocht door Johanna Barmentloo van 't Dommerholt aan Gerrit Hendrik Goorman.

Ketenbosweg 17, afgebroken in 2016. Adres anno 1951 is waarschijnlijk Ketenbosweg 9 (huisnummer 89a anno 1900).

Onderstaande bewoners zijn de bewoners van huisnummer 89a en bewoning vanaf 1900.

 
1900-1913 Gerrit Willem Boterman en Gerritjen Willemina Hietkamp Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Eikeboom
1913 Hermanus Broer en Jenneken Rietman  
1924 Gerrit Hendrik Goorman en Fredrika Johanna Jeurlink  
     
  89a>96>141>237>298> Ketenbosweg 9  
 
 
Bruggeman
 
Op 28 september 1889 trouwt Roelof Bruggeman van 't Weiland met Gerritje Bussink die in die tijd als dienstmeid op Groot Bentink werkt en van oorsprong van Klein Bussink in Epse afkomstig is. Ze gaan wonen in een huisje op de grens van Gorssel en Epse aan de huidige Dommerholtsweg. Op 10 december 1889 wordt zoon Teunis geboren en zijn Berend Pelgrum van Dorrewold en Gerrit Johan Dommerholt van In de Bosch getuigen bij de aangifte, waarschijnlijk als naaste buurmannen.
 
Twee dagen later koopt Roelof een stuk heidegrond van Hendrik Jan Berenpas van 't Wiltink. Onduidelijk is waar dit stuk land lag en waarvoor Roelof deze grond ging gebruiken. Roelof is dagloner van beroep en zal waarschijnlijk de grond gebruikt hebben om te verbouwen maar kan er ook een huisje op hebben gebouwd. Wij nemen aan dat de familie Bruggeman op de plek is gaan wonen die op het kaartje hiernaast geel is gemarkeerd, dus vlakblij In de Bosch. Bijzonder is wel dat dit een kaart van 1911 is en dat op de kaart ervoor deze grond nog bos is. Maar dit soort kaarten blijken niet altijd goed bijgewerkt en er is geen enkele andere bewoning aangegeven terwijl het wel zeker is dat de familie Bruggeman in deze buurt moet hebben gewoond.

Er werden uit het huwelijk van Roelof en Gerritje tien kinderen geboren waarvan de helft op jonge leeftijd zijn overleden. In oktober 1903 overleden twee kinderen binnen negen dagen tijd, dat was een zware tijd voor de familie. Ook oudste zoon Teunis wordt niet oud, hij overlijdt op 16 juni 1908 op 18-jarige leeftijd en zo valt de beoogde opvolger weg.


 
Op 31 augustus 1918 koopt Roelof een perceel heide met opslag, sectie E nr. 3214. Deze was eerder dat jaar nog een perceel heide met dennen en kan dus niet het perceel met het huis in het gele stipje van de kaart van 1911 zijn. Deze verkoopt hij op 11 oktober 1923 aan zijn schoonzoon Gerhardus Maalderink (gehuwd met dochter Hermina Bruggeman) als een perceel bouwland met daarop staande huis te Gorssel, hij heeft er dus een huis op laten bouwen. Dit betreft zeer waarschijnlijk een huis aan de huidige Elfuursweg waar de familie Maalderink in 1923 zal zijn gaan wonen. Tot die tijd woonden zij in het huis van de familie Bruggeman aan de Dommerholtsweg, zij verhuisden op 17 mei 1921 van Hengelo (Gld) naar Gorssel. Ze staan dan op dezelfde kaart van het bevolkingsregister ingeschreven maar waarschijnlijk is de familie Bruggeman in 1921 al verhuisd en heeft mogelijk toen plaats gemaakt voor de familie Maalderink.

Op 19 augustus 1920 koopt Roelof namelijk een perceel bosgrond (perceel A 534) aan de overkant van de Dommerholtsweg wat toen nog onder Epse viel, hij koopt deze van Bertus Makkink van 't Dijkerhof. Hier heeft de familie Bruggeman een nieuw huis gebouwd. Eigenlijk stopt hier het verhaal omdat wij niet huizen in Epse bespreken, maar voor de familie Bruggeman maken wij graag een uitzondering. Het huis in Gorssel verdwijnt van de kaart en dat is zeker!
 
Op 7 januari 1922 trouwt zoon Reinier met Everdina Willemina ter Mate uit Voorst. Reinier is niet de oudste zoon maar wel de eerste die in het huwelijksbootje stapt van de jongens. Op 24 mei 1922 wordt zoon Dirk Willem geboren en daarna nog twee dochters en vier zoons, in die volgorde. De initialen van Dirk Willem staan gemarkeerd in de muursteen met de datum 15-08-1926. Dat is bijzonder omdat een dergelijke steen werd gebruikt als "eerste steen" en wij er vanuit gaan dat deze al in 1921 is gelegd. Mogelijk was er geen steen en werd deze in 1926 bij het 5-jarig jubileum alsnog gelegd? Aannemelijk is dat het huis voor 1926 al wel was gebouwd, want in 1923 wordt Roelof Bruggeman al genoemd als landbouwer te Epse.

Overigens woont ook het meisje Alberta Harmina Wuestman in het huis, zij is een nichtje van Roelof en Gerritje en dochter van Harmina Bruggeman (zus van Roelof) die in 1914 is overleden. Helaas gaat het met Alberta Harmina ook niet zo goed, zij overlijdt op 16 juli 1924 en wordt maar 14 jaar oud.
 

Roelof en Gerritje maken de geboortes van al hun kleinkinderen in het huis in Gorssel mee. Gerritje is overleden op 13 juli 1941 op 77-jarige leeftijd en Roelof wordt 82 jaar oud, hij overlijdt op 4 juli 1947. In Gorssel wordt hij genoemd als dagloner en arbeider en in Epse werd hij op latere leeftijd nog landbouwer en hebben zijn zoon en kleinzoon dit werk voortgezet. Er werden schuren aan de overkant van de weg gebouwd vlak naast de plek waar het oude huisje heeft gestaan en zo was de familie ook nog werkzaam in Gorssel. In 1967 verhuizen Reinier en Everdina naar de Punte aan de Elfuursweg.

Opvolger is zoon Rinus die in 1967 trouwde met Hanny Buitenkamp. Ze kregen een zoon en een dochter en boerden verder op de boerderij die ondertussen weer onder Gorssel viel. Rinus is overleden op 6 augustus 1997 en Hanny verhuisde in 1999 en verkocht de grond aan de gemeente Gorssel die deze ging gebruiken voor bouw van woningen aan de Dorrewold en de Bosch, vernoemd naar de andere boerderijen die in deze buurt staan. Boerderij Dorrewold hebben we net besproken en we gaan nu naar boerderij de Bosch!

 
1889-1947 Roelof Bruggeman en Gerritje Bussink Eerste hoofdbewoners
1921-1923 Gerhardus Maalderink en Hermina Bruggeman Hermina is de dochter van Roelof en Gerritje
1922-1983 Reinier Bruggeman en Everdina Willemina ter Mate Reinier is de zoon van Roelof en Gerritje
1967-1999 Reinier Bruggeman en Harmke Buitenkamp Reinier is de zoon van Reinier en Everdina Willemina
     
  Huidig adres: Dommerholtsweg 9  
 
 
De Bosch
 
Dit boerderijtje is omstreeks 1855 gebouwd in een toen nog bosrijk gebied aan de huidige Kozakkenweg, in die tijd kreeg de boerderij nog huisnummer 12a. De stichters zijn Hendrik Willem Dommerholt en Fredrika Scholten die daarvoor nog op 't Elf Uur woonden welke zij ook hebben laten bouwen. Daar nog weer voor woonde het echtpaar op katerstede Hietbrink in Eefde, maar van oorsprong komen zij uit Gorssel. Hendrik Willem komt van 't Dommerholt en Fredrika van 't Boschtert. Het echtpaar heeft elf kinderen waarvan er drie op jonge leeftijd zijn overleden.
 

Het boerderijtje werd gebouwd op een open gedeelte, welke was omringd door bomen, in een terrein van ruim 2,37 hectare waarvan Hendrik Willem eigenaar was. Dit terrein bestond uit vrij laaggelegen heide- en bosgrond waarvan een gedeelte reeds in cultuur was gebracht. Samen met zijn zonen en anderen bracht hij meer grond in cultuur. Hendrik Willem overlijdt op 14 januari 1863 en zoon Gerhard Johan, die dan 23 jaar oud is, neemt de werkzaamheden op de boerderij over maar werkt ook als dagloner, wat zijn vader ook deed.

Oudste zoon Hendrik woont er werkt dan nog als dienstknecht op 't Boschloo en woont na zijn trouwen op de Brink en 't Loobosch in de Eesterhoek. Nadat zijn echtgenote Tonia Fredika Altena in 1872 overlijdt, verhuist hij met zijn drie kinderen naar het boerderijtje van zijn moeder en broer die dan nog vrijgezel is. Gerhard Johan trouwt pas op 46-jarige leeftijd op 22 mei 1886 met de 24-jarige Jenneken Schoemaker uit Epse. Zij wordt dan de enige vrouw des huizes want Fredrika Scholten is in 1884 overleden. Met de geboorte van twee dochters komt daar verandering in en er worden daarna ook nog vier zonen geboren.

Gerhard Johan zijn roepnaam is Gerrit maar hij stond bekend als "Gait uut de Bosch". Alle grond rondom de boerderij was inmiddels in cultuur gebracht en zodoende stond de boerderij niet meer "in" de bos maar "uit" de bos en vandaar de bijnaam. De boerderij werd door Gerrit ook uitgebreid met drie meter aan het achterhuis om meer vee te kunnen houden. Op het erf kwamen er twee eenroedige bergen bij, plus een kippenhok en een wagenloods.

 

Het is oudste zoon Gerrit Hendrik die de boerderij voortzet en ook hij stond bekend als "Gait uut de Bosch". Hij trouwde op 20 december 1919 met Johanna Willemina Meerman. Niet lang daarna overlijdt vader Gait senior op 14 maart 1920, zijn oom Hendrik was in 1905 al overleden. Uit het huwelijk met Johanna Willemina worden drie kinderen geboren en ontstond een nieuwe generatie Dommerhold op de boerderij. De boerderij wordt ook uitgebreid grond aan de overkant van de Dommerholtsweg. Dit bleek noodzakelijk doordat de grond rondom de boerderij lager lag en bij de overstromingen van 1920 en 1929 onder water kwam te staan waardoor het vee tijdelijk bij de buren op stal moest worden gezet. Op de nieuwe grond bouwde Gerrit een stal voor de melkkoeien en jongvee, een paardenstal en een nieuw kippenhok.

Op de foto hiernaast staat Gerrit tweede van rechts. Geheel rechts staat zijn broer Jan en geheel links zijn jongste broer Hendrik Willem, zij woonden ook op de boerderij. De familie Dommerhold haalde van ongeveer 1920 tot 1950 het huisvuil op in Gorssel en Joppe voor 1,75 gulden per gezin per maand, de gemeente voerde die taak toen nog niet uit. Ook werden schillen en ander keukenafval meegenomen. Deze werden gekookt in een grote fornuispot en werden gebruikt als varkensvoer. De fornuispot stond in een nieuw bakhuis welke aan de boerderij werd gebouwd. De varkenshouderij was ook een belangrijke bron van inkomsten voor de familie Dommerhold.

 
1855-1884 Hendrik Willem Dommerholt en Fredrika Scholten Eerste hoofdbewoners
1864-1928 Gerhard Johan Dommerhold en Jenneken Schoemaker Gerhard Johan is de zoon van Hendrik Willem en Fredrika
1919-1972 Gerrit Hendrik Dommerhold en Johanna Willemina Meerman Gerrit Hendrik is de zoon van Gerhard Johan en Jenneken
 
 
De Dekker
 
Dit plaatsje is gesticht door Philippus Dommerholt die eigenaar was van de molen. Er werd nabij de molen een kamp afgezet (zie perceel 74 op onderstaande kaart van 1818) welke de naam Molenkamp kreeg, deze naam werd ook wel gebruikt voor het huis welke op dit kamp werd gebouwd. Maar het huis is vooral bekend onder de naam de Dekker en deze is afgeleid van het beroep van de latere hoofdbewoners. De eerst bekende hoofdbewoners zijn Philippus Velderman en Gerritjen Smeenk. Zij trouwden op 19 augustus 1825 en Philippus werkte toen nog als boerenknecht. Het echtpaar had al een dochter genaamd Berendina die op 29 april 1825 onecht is geboren in het ouderlijk huis van Gerritjen, dat is de Kleine Kap op de Eesterbrink. Philippus is afkomstig van 't Velderhof. Het is niet zeker of het echtpaar al in 1825 op de Molenkamp zijn gaan wonen, maar in het bewonersoverzicht hieronder gaan wij daar wel vanuit. Philippus legt zich toe op het dekken van rieten daken en is al rietdekker van beroep als zoon Jan in 1827 wordt geboren. En zo komt het huis dus aan zijn naam als ook de huidige Rietdekkerweg en Dekkershof waar het huis heeft gestaan.
 

Volgens OMB 2014-1/17 was voor 1820 Philippus Dommerholt al eigenaar van het boerderijtje De Dekker. Hij heeft deze later verkocht aan Philippus Velderman. Op de pre kadastrale kaart van 1818 staat het huis er nog niet, wel is er een kamp (perceel 74) ingetekend waarop het huis kort daarna kan zijn gebouwd.

Ook wel Dekkershof. Huisnummer 11 anno 1841. Hier woonde de rietdekker. Jan Velderman en zoon Philippus waren echter landbouwer van beroep.

Johanna van der Meij is een kleindochter van Jan Velderman en Garritjen Noteboom. Zij is geboren in 1887 en woonde vanaf haar tweede levensjaar bij haar opa en oma op de Dekker, haar ouders woonden aan de Joppelaan. Zij trouwde op 26 juni 1908 met Carel Emil Rappard en woonde met hem het eerste huwelijksjaar op de Dekker. Zij is te zien op foto 28 in het boekje "Gorssel in oude ansichten deel 1" samen met haar tante Garritjen Velderman en nichtje Johanna Woertman.

Huisnummer anno 1921 is G136 en hoofdbewoner is dan Philippus Velderman. Huisnummer 137 wordt ook de Dekker genoemd en wordt bewoond door H. Heuvelink (ook H.J. Klooster en E.J. Wolters) zie register huisnummering 1921-1930.

Huisnummer anno 1940 is G153 en wijzigt in 1951 naar Molenweg 51. Bewoner anno 1952 is W. Wichers.

 
Op 23 april 1887 wordt Johanna van der Meij op de Dekker geboren. Zij is te zien op foto 28 van Gorssel in Oude ansichten deel 1. Op deze foto ook haar tante Garritjen Velderman en Johanna Woertman van de Kapelle.
Het kaartje hiernaast dateert van 1818, de Dekker bestond toen nog niet. Wel is kavel 74 ingetekend waarop later de Dekker is gebouwd. Links (nummer 64) is de molen te zien en perceel 74 werd ook wel de Molenkamp genoemd waardoor de Dekker ook wel Molenkamp werd genoemd.
 
De man die op de foto staat is waarschijnlijk Philippus Velderman junior.
 
1825-1871 Philippus Velderman en Gerritjen Smeenk Eerste hoofdbewoners, gehuwd 19-08-1825 te Gorssel
1856-1904 Jan Velderman en Garritjen Noteboom Jan is de zoon van Philippus en Gerritjen
1857-1939 Philippus en Garritjen Velderman Philippus en Garritjen zijn kinderen van Jan en Garritjen en zijn beiden ongehuwd.
1939< Jan Albert Bussink Geen familie van vorige hoofdbewoners, trouwde later met Derkjen Nijkamp uit Harfsen
1952 Willem Wichers Ook afkomstig uit Harfsen? Deze familie is omstreeks 1957 vertrokken waarna het pand is gesloopt.
     
     
  Dubbele bewoning 60a>93>137>134>154?
1909 Marinus Heuvelink en Gerritdina Willemina Dommerholt Eerste medebewoners
     
     
 
Noorse Huis
 
Susanna Maria Büchner-Berns woonde eerst bij de familie Rappard d.w.z. op hetzelfde blad van het bevolkingsregister ingeschreven. Maar de familie Rappard woonde op huisnummer G91 en Susanna op huisnummer G91a, dat zal dus het Noorsche Huis zijn geweest. Zie ook http://www.noorschehuis.nl/Het_Noorsche_Huis/Welkom.html

Op huisnummer 91b wonen vanaf 1916 Alfred Hugo Rappard en Susanna Berendina Zwepink.
 
1914-1915 Susanna Maria Büchner-Berns Eerste hoofdbewoonster
1914-...... Maria Büchner Maria is de stiefdochter van Susanna Maria
     
1916 Alfred Hugo Rappard en Susanna Berendina Zwepink Eerste hoofdbewoners van huisnummer 91b
     
 
 
De Hoop
 
Volgens een tekening van Nicolaas Wicart gemaakt in de periode 1770-1815 moet er in Gorssel al een molen hebben gestaan, niet ver van de kerk. Over een molen is echter in akten van die tijd niets terug te vinden.

In 1821 slaan
kastelein Philippus Swiers Dommerholt van de Roskam en broodbakker Jan Lucas Willemsen van Olthof de handen ineen en bouwen een korenmolen aan de huidige Molenweg. Toen de molen nog maar net klaar en in gebruik was, sloeg het noodlot toe en brandde de molen af. De druiven werden nog zuurder toen bleek dat de verzekering de schade niet wilde betalen. De molen was wel voor verzekering opgegeven, maar de polis was nog niet ontvangen. De heren Dommerholt en Willemsen herbouwden echter het jaar erop de molen en deden daarvoor een beroep op Koning Willem I die uiteindelijk 1/8 deel (zijnde 310 gulden) van de wederopbouwkosten betaalde. De molen zal in 1822 zijn herbouwd en de bouw zal zeker in 1824 zijn voltooid omdat volgens een akte van dat jaar de heren dan eigenaar zijn van de "nieuw opgetimmerde" molen de Hoop te Gorssel.
 
In 1839 verkopen Jan Lucas Willemsen en zijn echtgenote Willemina van der Meij hun erfrechten aan Albert van der Meij. Drie jaar later, op 29 januari 1842, verkopen Philippus Dommerholt en zijn echtgenote Maria van der Meij hun helft ook aan Albert van der Meij die daarmee helemaal eigenaar was geworden van de windkorenmolen "de Hoop" in Gorssel. Albert woonde zelf in Doesburg en is de broer van Willemina en is de neef van Maria en is getrouwd met haar zuster Aaltjen. Hun enige dochtertje Aaltje is daar in 1841 geboren en overlijdt op 16 januari 1842 op Olthof in Gorssel. Jan Lucas Willemsen woont daar dan niet meer, hij woont dan op de Nieuwe Roskam (Weltevreden) waar ook Philippus Dommerholt woont, hij is daarvan de eigenaar. Dit huis wordt in 1848 ook verkocht aan Albert.

In 1852 werd de Molenweg opnieuw aangelegd en verhard. De molen kwam hierdoor aan de andere kant van de weg te liggen.
Er stond eerst geen huis bij de molen. De dichtstbij staande huizen waren Bijgeval en de Dekker waarvan Philippus Dommerholt ook eigenaar was. Daar woonden de schoenmaker en rietdekker en zij konden de molen dus niet draaiende houden. De jonge molenaar Laurens Hartgerink kon dat wel en trouwde in 1844 met Gardina Lijzen uit Harfsen. Er wordt een nieuw huis vlakbij de molen gebouwd waar het echtpaar gaat wonen en waar drie kinderen worden geboren. Het huis krijgt nummer 10a en wordt het Olde Moldershuus genoemd. Als in 1853 "eene voor 2 jaren geheel nieuw gebouwde wind-korenmolen" met daarbij staand woonhuis in Harfsen te koop wordt aangeboden, slaat Laurens zijn slag. Zo vertrekt hij in 1853 naar Harfsen.

Nieuwe molenaar is Harmen Jan Rensink die dat jaar de werkzaamheden overneemt en waarschijnlijk in het muldershuis gaat wonen. Hij is een geboren Gorsselnaar en afkomstig van het erve Rensink. Op 14 december 1855 trouwt hij met Geesken Groot Enzerink en ze krijgen drie kinderen. Op 1 maart 1857 koopt Harmen Jan Rensink de korenmolen met woning van Albert van der Meij. Harmen Jan overlijdt op 9 november 1870 en Geesken hertrouwt in 1874 met Alexander Jochems, maar hij is geen echte molenaar. In 1875 verhuist het echtpaar dan ook naar elders in Gorssel en treedt oudste zoon Gerrit Jan Johannes, dan nog geen 19 jaar oud, in de voetsporen van zijn vader. Op 1 mei 1879 trouwt hij met Alberdina Vorink uit Epse en er worden uit dit huwelijk zes kinderen geboren.


 
Ruim 20 jaar lang oefent Gerrit Jan Johannes het beroep van molenaar uit. Op 27 november 1896 verkoopt hij de windmolen aan Berend Jan Lammers. Het huis verkoopt hij niet, daar blijft hij wonen tot 1903 alhoewel hij in 1901 en 1902 ook in Diepenveen met twee kinderen heeft gewoond toen hij daar eigenaar was van de Rander molen. Berendina en de andere kinderen woonden die tijd in Gorssel. In 1903 verhuizen Gerrit en Alberdina naar Epse waar ze molen aldaar gaan runnen. De kinderen Frederik Lambert, Geesken en Gerrit Johannes Albertus blijven in Gorssel wonen. Anno 1910 wordt Alberdina Vorink in het bevolkingsregister weer genoemd als hoofdbewoonster van het Olde Moldershuus maar ze overlijdt op 16 januari 1911 te Epse en in de overlijdensakte wordt geschreven dat ze daar ook woonde.
 
Op 11 oktober 1913 komen er nieuwe bewoners, het zijn Frederik Dolman en Maria Johanna Hendriksen en hun kinderen. Frederik overlijdt op 14 december 1915 en Maria verhuist februari 1916 naar de Hoofdstraat. Het huis staat dan leeg en is nog eigendom van de familie Rensink. Geesken Rensink (dochter van Gerrit en Alberdina) trekt er op 20 september 1916 in samen met echtgenoot Roelof Arnold Bloos maar verhuist op 11 mei 1917 alweer naar Neede waar ze ook vandaan kwamen. Dan is het Willemina Rensink, die op 10 oktober 1918 trouwde met eierhandelaar Martinus Smit, die in het huis komt wonen. Er worden uit dit huwelijk vijf kinderen geboren. Het echtpaar woont er bijna 20 jaar, op 9 september 1936 verhuizen zij naar Voorst. Het huis blijft dan alleen nog bewoond door Frederik Lambert Rensink, broer van Willemina, die er al vanaf januari 1919 woonde en er tot oktober 1913 ook is blijven wonen. Hij was ongehuwd en bakker van beroep. Anno 1952 woont hij er nog steeds en wordt hij er geregistreerd met F. Bols. Het huisnummmer was in 1951 gewijzigd van G163 naar Molenweg 20.
 
1844-1853 Laurens Hartgerink en Gardina Lijzen Eerste hoofdbewoners van het olde moldershuus
1853-1874 Harmen Jan Rensink en Geesken Groot Enzerink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1874-1875 Alexander Jochems en Geesken Groot Enzerink Alexander is de tweede echtgenoot van Geesken
1856-1911 Gerrit Jan Johannes Rensink en Alberdina Vorink Gerrit Jan Johannes is de zoon van Harmen Jan en Geesken
1913-1916 Frederik Dolman en Maria Johanna Hendriksen Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1916-1917 Roelof Arnold Bloos en Geesken Rensink Geesken is de dochter van Gerrit Jan Johannes en Alberdina
1918-1936 Martinus Smit en Willemina Rensink Willemina is de dochter van Gerrit Jan Johannes en Alberdina en zus van Geesken
1919-1952> Frederik Lambert Rensink Frederik Lambert is de zoon van Gerrit Jan Johannes en Alberdina en broer van Willemina en Geesken
 
We gaan terug in de tijd en naar de overkant van de weg! Berend Jan Lammers gaat wonen in een nieuw huis welke in 1895 dichtbij de molen is gebouwd en als eerste bewoners Karel Jansen van Donzelaar en zijn echtgenote Geurtje van Eldik heeft die afkomstig zijn van 't Elf Uur. Berend Jan was in 1895 getrouwd met Hendrika Garssen en woonde met haar in Warnsveld en Eefde. Op 10 november 1896 gaan zij in het nieuwe huis molen bij de molen wonen. Hendrika woont er nog geen twee jaar, zij overlijdt er op 10 september 1898 en laat drie jonge kinderen na. Berend hertrouwt in 1899 met Alberta Rondeel en uit dit huwelijk worden in 1900 en 1904 nog twee kinderen geboren. Op 19 maart 1904 wordt de windkorenmolen met stoommeelfabriek geveild en gekocht door mej. Hermanna ten Harmsen te Deventer. Op 3 juni 1904 verhuist de familie Lammers naar Deventer.
 

Nieuwe hoofdbewoner en eigenaar is Gerrit Willem Dommerholt, een bekende naam! Hij is geen nakomeling van Philippus Swiers Dommerholt maar wel molenaar van beroep. Gerrit Willem was in 1901 getrouwd met Gerritje Scholten van boerderij Brinkman in de Eesterhoek en woonde tot 1904 in Harfsen en later Epe waar oudste dochter Frederika is geboren. In Gorssel worden nog twee zonen geboren waarvan de jongste maar vier dagen heeft geleefd. Gerrit Willem Dommerholt verkoopt op 1 juni 1912 windkorenmolen de Hoop aan Antonie Jansen en de familie Dommerholt verhuist naar de Hoofdstraat.

Antonie Jansen is molenaar van beroep en trouwde op 10 mei 1912 met Grietje van den Brink, beide zijn afkomstig van Warnsveld. Het jonge echtpaar krijgt zes kinderen. Bijgaande foto is in gemaakt in het voorjaar van 1918 en Grietje van den Brink staat in het midden met zoon Gerrit Antonie Jansen op de arm. Naast haar staan drie kinderen en nummer vijf zit nog in de buik. Links staat een dienstbode en Antonie Jansen is niet te zien, hij is dan ook de maker van de foto.

Op de foto is ook de molen en de nieuwe molenaarswoning te zien met daarnaast het magazijn. De molen is dan al geen eigendom meer van de familie Jansen die de molen in 1917 voor 20.000 gulden verkocht aan de Coöperatieve Aankoop Vereniging (C.A.V.) Gorssel welke dat jaar was opgericht. De C.A.V. kocht ook de molen in de Eesterhoek van Bernard Kreeftenberg voor 15.000 gulden en voor de molen in Epse werd 20.000 gulden betaald aan Gerrit Jan Johannes Rensink die eerder op het oude muldershuis woonde en eigenaar was van de molen in Gorssel. Bernard Kreeftenberg kreeg het minste geld voor zijn molen maar werd wel gekozen tot eerste directeur van de C.A.V. en ging vanaf 1922 wonen in een nieuwe directeurswoning op de hoek Molenweg/Nijverheidsstraat waarvoor in 1921 opdracht gegeven werd voor de bouw. Op 12 maart 1921 verhuisde de familie Jansen naar Wijhe en in 1923 verhuisden zij naar Markelo.

Albertus Anthonij Meijer werd de nieuwe molenaar op de Hoop en ging in het muldershuis wonen. Zijn echtgenote is Aaltje Boskamp en ze zijn afkomstig van Olst maar zijn beiden wel in de gemeente Gorssel geboren en hebben daar tijdens hun huwelijk ook nog gewoond. Het echtpaar had drie kinderen waarvan er twee ook in het nieuwe muldershuis komen wonen.

Deze twee kinderen zijn te zien op de foto's hiernaast. Dochter Hermina staat voor het huis en zoon Dirk Jan staat met zijn echtgenote Aleida Johanna Fransen staat in het plantsoen bij het monument op de plek waar de molen heeft gestaan. De foto moet zijn gemaakt voor 1936 omdat dat jaar de molenaarswoning is afgebroken. De familie Meijer verhuisde toen naar een nieuw huis aan de huidige Nijverheidsstraat.
 
1895-1896 Karel Jansen van Donselaar en Gerritje van Eldik Eerste hoofdbewoners van het nieuwe moldershuus
1896-1898 Berend Jan Lammers en Hendrika Garssen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1899-1904 Berend Jan Lammers en Alberta Rondeel Alberta is de tweede echtgenote van Berend Jan
1904-1912 Gerrit Willem Dommerholt en Gerritje Scholten Geen familie van vorige hoofdbewoners
1912-1921 Antonie Jansen en Grietje van den Brink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1921-1936 Albertus Antonie Meijer en Aaltje Boskamp Geen familie van vorige hoofdbewoners
 
De molen was al in 1920 onttakeld en in 1924 gesloopt wat leidde tot het volgende commentaar in de krant op 24 mei 1924: "Daar gaat Hollands trots! De molens verdwijnen, de een na den ander! Nu wordt weer de mooie molen te Gorssel, ondanks protesten, gesloopt" In het huizenregister van 1921 kreeg de Windmolen Coöperatie nog huisnummer 90.

De nieuwe molenaarswoning werd gesloopt om ruimte te maken voor de nieuwbouw van de C.A.V. De nieuwbouw bestond uit molenaarswoning, kantoor, silo's voor opslag van granen en magazijn voor opslag van grondstoffen in zakken en gereed product. Verder een garage voor de vrachtwagen en een aantal loodsen. Het magazijn, gebouwd in 1919, en de loods voor meststoffen etc. kon blijven staan. In 1955 was er weer een grote uitbreiding van zowel de silo als het magazijn en bijgebouwen. Laatste uitbreiding was omstreeks 1962 en betrof de bouw van een grote stalen silo voor de opslag van losse grondstoffen en verhoging van het silocomplex (gebouwd in 1955) met drie meter. In 1980 werd het hele complex gesloopt. De gevelsteen in de voorgevel van C.A.V. Gorssel is bewaard gebleven en zit nu in de gevel van het magazijn bij de molen in de Eesterhoek, zie foto hiernaast.
 
De informatie over het C.A.V. alsmede enkele gegevens over de molen zijn afkomstig van Ap ten Have die vanaf 1950 als assistent directeur voor de C.A.V. heeft gewerkt.
 
In de nieuwe molenaarswoning van de C.A.V. woonde tot 1958 Jan Antonie ten Have en zijn echtgenote Lamberdina Dijkerman. In 1958 verhuisden zij naar de directeurswoning welke was verbouwd tot een huis met dubbele bewoning. Zij woonden aan de rechterzijde, Ap ten Have (geen familie overigens) woonde aan de linkerzijde. In de nieuwe molenaarswoning woonden later nog de families Kraaijenbrink, Korenblik en uiteindelijk de Goeije. Die familie woonde later ook in de directeurswoning welke eerder werd bewoond door de heer Kraaijenbrink, directeur van de C.A.V. Hij woonde er tot 1958 en verhuisde toen naar de Nijverheidsstraat.
 
 
Molenweg 43
 
Antonij Johan Lammers (senior) is smid van beroep. Anno 1921 is het huisnummer 88 en in het huizenregister van dat jaar worden ook de nummers 87 en 89 geregistreerd. Nummer 87 als Werkplaats Lammers Jr. en nummer 89 als Werkplaats Lammers Sr. Later (voor 1930) woont hier A.F.G. Bechtle en anno 1951 woont hier H.W. Dommerholt.

 
1886-1939> Antonij Johan Lammers en Naatje Nikkels Eerste hoofdbewoners
1951 A. Holmer  
     
     
    20b>46>58>68>88>126>144> Molenweg 43
 
Molenweg Jansen
 
Het huis is voor de oorlog afgebroken. Heeft gestaan tussen Molenweg 18 en 39 en mogelijk op de plek van Molenweg 16. Betreft perceel E 2618.

Willem Derk Jansen is kleermaker en later doodgraver van beroep. Ook zoon Karel Antoni Jansen gaat er wonen en trouwt op 13 november 1886 met Derkje van Baak. In 1890 verhuizen zij naar de Hoofdstraat en na hun vertrek wonen diverse families in dit huis. Op 10 april 1893 is er ook sprake van een provisionele verkoop van huis Molenweg sectie E 2618 aan Gerrit Willem Oosterkamp maar waarschijnlijk is deze koop niet doorgegaan. Op 1 juli 1902 verkoopt (Karel?) Antonie Jansen het huis aan Reinier Wolfskeel die er dan gaat wonen met zijn echtgenote Johanna Cathariba Bolderman. Op 5 juni 1925 wordt perceel E 2618 genoemd in een schuldbekentenis met hypotheek op naam van Antonij Johan Lammers en beschreven als een huis met werkplaats en garage aan de Molenweg te Gorssel, maar waarschijnlijk betreft dit het huis aan de overzijde van de weg (op de hoek van de huidige Rietdekkerweg) van perceelnummer 2619, dit nog nakijken in de akte zelf.

Huisnummer 87 anno 1921 is de werkplaats van A.J. Lammers junior. Het huisnummer 142 van het woonhuis gaat in 1951 over naar Molenweg 16 wat wordt gecorrigeerd naar 18. Op nummer 16 woonde G. Koopman.
 
1886-1890 Willem Derk Jansen en Gerritje Meijer Eerste hoofdbewoners, afkomstig van boerderijtje bij de begraafplaats.
  Diverse huurders  
1902-1910 Reinier Wolfskeel en Johanna Catharina Bolderman  
1907-1910 Berend van Wezel en Hendrika Bloemendal  
1911-1929 Frans Tromp en Rieka Stempher  
1929-....... Jacoba Tromp Jacoba is de dochter van Frans en Rieka. Na vertrek familie Tromp tussen 1930 en 1940 afgebroken of nog nieuwe bewoners.
     
  Afgebroken voor 1940 20c>45>57>67>85>123>x
     
1911-1911 Aaltjen Aazink Waarschijnlijk eerste medebewoonster
1912-1912 Wilhelm Machiel Zernitz en Petronella Johanna Mulder  
1912-....... Petrus Johannes Plant en Maria Gerritdina van Brakel  
1916-1951> Antonij Johan Lammers en Jantje Veldink  
    67a>86>124>142 > Molenweg 18 anno 1951 ???
 
Op apart blad 274 worden op 10 juli 1911 op huisnummer 67a ook ingeschreven Alber Brugge en Gerrit Jan van Dijk. Beide zijn winkelbediende van beroep. Ze worden later dat jaar weer uitgeschreven.
 
 
 
 
 
 
Peters
 
Akte 15-12-1873: betreft bouwland te Gorssel met hypotheek, verkoop van Gerrit Hendrik Nikkels aan Gerrit de Graaf. Heeft hier mogelijk niets mee te maken.
 
1870-1875 Gerrit de Graaf en Johanna Wildeboer Afkomstig van huisnummer 9 , ze vertrekken op 14 mei 1875 naar Zutphen
1877-1907 Gerrit Willem Peters en Geertjen Pekkeriet  
1877-1881 Gerrit Steven Peters en Grietjen Pekkeriet Gerrit Steven is de zoon van Gerrit Willem en Geertjen
1882-1915 Gerrit Steven Peters en Antonia Wassink Antonia is de tweede echtgenote van Gerrit Steven
1916-1927 Dirk Jan Bolink en Antonia Wassink Dirk Jan is de tweede echtgenoot van Antonia
1928-1933 Willem Adriaan Jansen en Maria Catharina Willems  
1933-1951> Gerrit Steven Peters en Neeltje de Koning Gerrit Steven is de zoon van Gerrit Steven en Antonia
     
    9a>44>56>66>84>121>139> Molenweg 37
 
 
 
 
Molenweg 14
 
Jan Lenselink (schilder van beroep) koopt op 10 juni 1920 van Derk Jan Hekkert (fotograaf te Deventer) een huis met erf en grond aan de Molenweg te Gorssel, sectie E nr. 2852.

Huisnummer 83a anno 1921 = werkplaats J. Lenselink.

Op de foto zien wij waarschijnlijk van links naar rechts:
Tuinhek van de familie van Vorden
Woning familie Stormink
Woning familie Hazewinkel
Molen
Woning en schuur Antonij Johan Lammers junior
Woning familie Lenselink
 
1895-1898 Arend Jan Groot Bluemink en Engberdina Klein Nulent Eerste hoofdbewoners, verhuizen naar de Domme Aanleg
1898-1907 Jacobus Wilhelmus de Heer en Willemina Nengerman  
1906-1907 Jan Minne Wagenaar en Johanna Imegonda Fikke  
1907-1908 Johan Christiaan Bedeker  
1907-1911 Wilhelmus Johan Christiaan Beker Wilhelmus Johan Christiaan is de zoon van Johan Christiaan
1912-1914 Hendrik Ilbrink en Harmina Welbergen Geen familie van vorige hoofdbewoner
1912-1918 Arend Welbergen en Diena Goldenbeld Arend en Diena zijn de ouders van Harmina
1918-1918 Hendrik Klein Haar en Tonia Fredrika Stormink  
1918-1920 Derk Jan Hekkert en Gerritdina Alferink  
1920-1951> Jan Lenselink en Wesselina Egberdina Mulder  
    44a>55>65>83>119>137> Molenweg 14 anno 1951
 
 
Hazewinkel
 

Waarschijnlijk is dit ook een huis met dubbele bewoning en is deze te zien op de foto hierboven aan de linkerkant in de verte.

Hendrika Schutte overlijdt op 25 januari 1921 op huisnummer G82. Harmen en zoon Herman worden dan bijgeschreven op het blad van zoon Harmanus die van huisnummer G81 naar G82 verhuisde. Feitelijk blijven zijn vader en broer dus op hetzelfde huisnummer wonen en komt Hermanus en zijn gezin er bij in wonen. Gerrit Willem Wolters en Johanna Harmina Hazewinkel stonden niet meer ingeschreven op dit huisnummer en zullen in 1921 zijn verhuisd naar de arbeiderswoningen aan de Veldhofstraat.

Harmanus Hazewinkel en Johanna Cornelia Berends verhuizen naar G74c>100>108 = Deventerweg 19 anno 1951. In datzelfde jaar zal toen zijn broer Albert Jan er zijn komen wonen.

In 1969 worden er geen bewoners geregistreerd op huisnummers 29 en 31. Op nummer 27 woonde A. Groot Bleumink en op nummer 33 B. Boterman. Op nummer 29 woonde later de familie van een dochter van Hendrik Jan Kappert en Jenneken Schierboom en zij verhuisden in 1967/1968 naar de Vinkenstraat omdat toen het huis werd afgebroken. Betreft Henriëtte Kappert en Joop Soer.

Op de foto hiernaast zien wij Hendrik Jan Kappert en Jenneken Schierboom met hun twee jongste dochters Jaantje en Hendriëtte.


 
1894-1922 Harmen Hazewinkel en Hendrika Schutte Afkomstig van 't Ravennest
1917-1921 Gerrit Willem Wolters en Johanna Harmina Hazewinkel Johanna Harmina is de dochter van Harmen en Hendrika
1922-...... Harmanus Hazewinkel en Johanna Cornelia Berends Harmanus is de zoon van Harmen en Hendrika
.......-1951> Albert Jan Hazewinkel en Tonia Teela Albert Jan is de broer van Harmanus en zoon van Harmen
1969 Onbewoond, indien huisnummer  
    43a>54>64>82>118>134> Molenweg 31 anno 1951, mogelijk huisnummer 43 anno 1969
     
1920-1922 Harmanus Hazewinkel en Johanna Cornelia Berends Harmanus is de zoon van Harmen en Hendrika
1922-1923 Jan Scholten en Jantje Beuzekamp Samen met (schoon)vader Jan Albert Beuzekamp, verhuizen naar Veldhofstraat
1923-1925 Johan Smallegoor en Gerritje Fredriks  
1925- Johan Klein Velderman en Janna Groot Bluemink Afkomstig van Armenhuis
1929~ Aleida Huurneman Weduwe van Berend Oortgiesen, echtgenote van Derk Beeftink
1930-1939< Antoon Groot Bleumink en Maria Johanna Jansen  
<1939-1963 Hendrik Jan Kappert en Jenneken Schierboom  
1969 Onbewoond  
    64a>81>117>133 = Molenweg 29 anno 1951, mogelijk huisnummer 41 anno 1969
 
 
 
 
Stormink
 
Egbert Stormink zal dit huis hebben gebouwd. Hij woont er vanaf 14 maart 1906 en doet op 3 april 1906 een schuldbekentenis met hypotheek. Egbert is afkomstig van Nieuw Walle en heeft daarvoor nog op 't Walle gewoond.
 

Familie Stormink. Derkjen Dina Brummelman is overleden op 28 december 1931 en aangifte werd gedaan door Gerrit van Vorden en Willem Adriaan Jansen. Daarom aangenomen nog woonachtig op Molenweg 19-21 maar kan ook Hemstra zijn geweest.

Zijn Molenweg 19 en 21 dubbele bewoning? In de periode 1921-1939 worden namelijk de huisnummers (79 en 80) omgewisseld.

Albertus Theodorus Stormink en Everdina Johanna Massink en (schoon)moeder Derkjen Dina Brummelman gezinskaart 1921-1939:

G80>79>80>116: Molenweg tot 1930
G74d>102>110 = dubbele bewoning Hemstra vanaf 1930
Ditzelfde deed zoon
Egbert Stormink en schoondochter Willemina Rietman die op 102 hebben gewoond, maar later Molenweg 23 (1951 met C. van Des)


 
1906-1931 Egbert Stormink en Derkjen Dina Brummelman Eerste hoofdbewoners, afkomstig van Nieuw Walle
1906-....... Albertus Theodorus Stormink en Everdina Johanna Massink Albertus Theodorus is de zoon van Egbert en Derkjen Dina
1923-1926 Jan Albert Heuvelman en Alberdina Johanna Berkenbosch Huisnummer 80 
1926-1928 Willem Adriaan Jansen en Maria Catharina Willems Huisnummer 79. Het echtpaar verhuist naar Molenweg 37
1929-....... Egbert Stormink en Willemina Rietman Huisnummer 80>116. Het echtpaar woont later in de periode 1930-1939 aan de Molenweg 23 (nieuw huis)
1951 A.J. Roessink  
1969 G.J. Kromdijk + J.B. Nijweide  
    53b>63>80>116>129> Molenweg 21 anno 1951, later waarschijnlijk huisnummer 29
     
1906-1908 Wilhelm Machiel Zernitz en Peternella Johanna Mulder Eerste medebewoners, verhuizen in 1908 naar Klein Braakman
1910-1912 Berendina Henderina Vosdingh  
1913-1922 Johanna de Wit Verhuist 08-02-1922 naar Olst
1925-1927 Hendrika Hulsegge-Hutteman Huisnummer 79. Tijdelijk komen wonen na overlijden van haar man Hendrik Hulsegge
1928- Aalbert Jan Sprengeman en Aaltjen Stormink Huisnummer 79>115
1951+1969 Hendrik Klein Haar en Tonia Fredrika Stormink  
    53a>62>79>115>128> Molenweg 19 anno 1951, later waarschijnlijk huisnummer 27
 
 
Van Vorden
 
In 1941 werd het bestaande woonhuis verbouwd tot een dubbele arbeiderswoning. De tekening hiernaast laat het voorhuis van het bestaande woonhuis zien.
 
1906-1940 Gerrit van Vorden en Hendrika Harmina Kapers Afkomstig van Nooitgedagt
1951 G. Winterink Mogelijk Gerrit Winterink geb. 11-01-1909 
1969 Johannes Hendrikus Dommerholt en Eva Hendrika Broer  
    53c>61>78>114>127> Molenweg 15 anno 1951/1969, huidig adres Molenweg 23
1951 H.B. Bussink  
1969 Alie 127a>Molenweg 17 anno 1951/1969, huidig adres Molenweg 25
 
 
Molenweg 12
 
1870 Zwier Dommerholt en Janna ter Maat Eerste hoofdbewoners, afkomstig van 9b?
     
     
1871-1874 Zwier Dommerholt Afkomstig van huisnummer 19 = Deventerweg 4
1871-1895 Philippus Martinus Dommerholt en Johanna Willemina Hekkelman Philippus Martinus is de zoon van Zwier
1894-1957 Manus Elibertus Dommerholt en Teuntjen Klein Kranenberg Manus Elibertus is de zoon van Philippus Martinus en Johanna Willemina
1933-1957 Willem Dommerholt en Hendrika Mensink Willem is de zoon van Manus Elibertus en Teuntjen
1957-...... K.H. Bötzel Hij verbouwt in 1960 de groentewinkel
    20a>43>52>60>77>113>125> Molenweg 12 anno 1951, later Molenweg 16
     
1957-........ Willem Dommerholt en Hendrika Mensink  
1969+1980 Manus Elibertus Dommerholt Bertus is de broer van Willem
    Molenweg 12a, later Molenweg 20
 
 
Nieuw Bijgeval
 

Op het nieuwe blad in het bevolkingsregister staat Philippus Martinus Dommerholt op huisnummer G67b gaat wonen, dat is de omgeving van de Dommerholtsweg. Maar dat huisnummer wordt doorgestreept en gewijzigd naar huisnummer G43b en op het blad wordt aangetekend dat huisnummer G67b onbewoond is.

Het boerderijtje stond tussen huidige Molenweg 14 (van Henk Goorman) en de Esdoornlaan, aan de waterdijk in de buurt van de kolk.

Jan Dommerholt en Hendrika Reindina Haverkamp : Het echtpaar woont vanaf 28 april 1908 in Gorssel op huisnummer G53>59>76>112>124 = Molenweg 8 anno 1951 = "Nieuw Bijgeval". Hier woonde tot 1901 de vader van Jan. Het boerderijtje stond tussen huidige Molenweg 14 (van Henk Goorman) en de Esdoornlaan, aan de waterdijk in de buurt van de kolk.

De deel is oud en zou al van ongeveer 1880 zijn. Het huis zou er in 1921 zijn gebouwd.


 
       
1895-1901 Philippus Martinus Dommerholt Eerste hoofdbewoner, eerste vermelding is huisnummer 67b maar doorgehaald met opmerking "onbewoond"
1902-1904 Philippus Dommerholt en Johanna Stevendina Veerman Philippus is de zoon van Philippus Martinus
1904-1905 Hendrik Hulshegge en Hendrika Hutterman Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van Ravensweerd
1906-1908 Hermanus Marinus Schotgerrits en Joanna Maria Krieger  
1908-1951> Jan Dommerholt en Hendrika Reindina Haverkamp Jan is de zoon van Philippus Martinus
     
    43b>53>59>76>112>124 = Molenweg 8 en 10 anno 1951, later nummer 14
 
 
Winterink
 

Johannes Theodorus Winterink was schoenmaker van beroep. In 1928 zijn Johannes Theodorus en Aaltjen 25 jaar getrouwd en in de advertentie staat te lezen dat zij op adres Molenweg G100 wonen! Na 1930 woont Aaltje op huisnummer G153>181 = Nijverheidstraat 2. Zij woont hier nog anno 1952 samen met de familie G.F. Wolters en is overleden in 1958.

Hiernaast was later de schoenenzaak van J.N. Veenstra gevestigd, huisnummer was 2a anno 1969. Deze werd in 1955 gebouwd.

De foto hiernaast is niet het oude huis van de familie Winterink en Wolters, want deze stond tussen de huizen van Stormink en Veenstra. Dit is het huis waar in 1969 mevrouw L. Jager Lankhorst-Preusterink woonde.

Nadat de familie Wolters is vertrokken naar Eefde heeft het huis lange tijd leeg gestaan en is later afgebroken.
In 1969 bestaat huisnummer 4 nog maar wordt het huis niet bewoond.
Op deze plaats bouwde de voormalige Woningbouwvereniging Gorssel een nieuw pand als kantoor.

 
1906-1958 Johannes Theodorus Winterink en Aaltjen Olden Eerste hoofdbewoners
1938-1958< Marten Winterink en Johanna Poterman Marten is de zoon van Johannes Theodorus en Aaltjen, verhuisd voor 1958 naar Deventer, hij woonde in 1951 op nummer 4 (linkerkant huis)
    61b>71>100>154>180
     
1929-1930 Hendrik Oudbier en Johanna Willemina Gerritsen Eerste medebewoners
1930-....... Anton Lambertus van Gorssel en Maria Gerritdina Palsenberg  
.......-1969< Fredrik Gerrit Wolters en Aaltje Winterink Aaltje is de dochter van Johannes Theodorus en Aaltjen en anno 1951 woont haar moeder bij haar in op nummer 2 (rechterkant huis)
    100>153>181
  Huidig adres: Afgebroken, stond op plek huidig adres Nijverheidstraat 6  
 
 
Wichers aannemer
 
 
 
1904-1964 Jan Albert Wichers en Johanna Pelgrum Eerste hoofdbewoners, Jan Albert is de broer van Jan
.......-1969> Hermanus Wichers en Maria Zweverink Hermanus is de zoon van Jan Albert en Johanna
     
    61a>72>101>155>184> Nijverheidstraat 11 anno 1951
 
 
 
 
 
Wichers
 

Jan Albert Wichers is timmerman. Op 13-02-1929 akte van schuldbekentenis met hypotheek aan Hendrik Willem Woertman, betreft huis met erf en bouwland te Gorssel, sectie E nr. 3189

 

In het huis van de Boer heeft ook de familie Kroes een tijd gewoond.

 
1899-1915 Jan Wichers en Jenneken Bruggeman Eerste hoofdbewoners, vertrekken naar Nijenbeeksepad
1915-1927 Hendrik Hulsegge en Hendrika Hutteman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1927-1939< Jan van der Tuin en Alberdina Venema Het echtpaar verhuist naar G147>174 = Joppelaan 13 anno 1951 
1952 H. Klein Hulse  
1969 P. de Boer  
    46a-c>63>74>103>157>186> Nijverheidstraat 7 anno 1951
     
1899 Onbewoond  
1900-1926 Gerharda Hendrina de Kruijff  
1921-1928 Anna Geertrui Tromp  
1928-1929 Willem Jacobus Jonkers  
1929-1956 Hendrika Johanna van Wegel (wed. G.D. Hulsbergen)  
1932-1969> Gerrit Jan Leuvenink en Barta Hulsbergen  
    x>62>73>102>156>185> Nijverheidstraat 9 anno 1951
     
1913-1914 Gerrit Willem Wolters en Johanna Harmina Hazewinkel 102a>x
1915-1916 Gerrit Jan te Loo en Reintjen Aalbers  
1916-1918 Johan Krijt en Hendrika Johanna Wesselina Dekker Het echtpaar woont later op 't Dijkerhof
 
 
Gebouw voor Christelijke Belangen
 
Het oorspronkelijke deel, naar een ontwerp van aannemer Wichers, is in 1923 gebouwd, als extra ruimte voor de naast­gelegen christelijke school en voor verenigingen met christelijke grondslag (o.a. de zondag­school en de Christelijke Jongemannen Vereni­ging). Vanaf 1940 was ook de Vrouwen Arbeidsschool (’Naai­school’) er gevestigd, die in 1952 verhuisde naar een nieuw gebouw aan de Beukenlaan. Die christelijke school, met meesters­­woning, is van 1913 (een ontwerp van gemeente­architect A.J. Jansen) en kennen we nu als het pand van Kreeftenberg-Susskind. Bron:
 
Op deze foto zien wij elf jongens van de Christelijke Jongemannen Vereni­ging uit Gorssel met hun begeleiders Albert Klein Hulze en Hendrikus Makkink. Hun ontmoetingen vonden plaats in het Gebouw voor Christelijke Belangen welke naast de oude school (Kreeftenberg) stond. De jongens op de foto zullen zijn geboren rond 1900, we herkennen o.a. de gebroeders Hendrik (1901) en Bernard (1899) Boerstoel van de Braamkolk en Hendrik Willem Roeterdink (1899) van 't Smeenk.
 
 
Kreeftenberg
 
   
 
1897-1902 Elisabeth Gesink Eerste hoofdbewoonster, afkomstig van huis bij de school aan de Hoofdstraat
1897-1912 Catharina Bear  
1913 Johannes Jacobus van Velden en Hendrika Dorothea Heusinkveld  
     
     
    47c>64
 
 
Laanzicht
 
1903-1914 Lambertus Martinus Loep en Johanna Arnolda Speijers Afkomstig van Braakman
1915-1916 Coenraad Selser en Geertruida Clara Renkema  
1916-1917 Wilhelmus Johannes Everardus Linnebank en Dirkje Elisabeth de Hoog  
1917 Frans Lenselink en Garritjen Bruggink  
     
  Huidig adres: Joppelaan 3 65a>77>106
 
 
Sonnevanck
 
  Akte van verkoop d.d. 03-12-1910 tussen Willem van Derk Meij en Johannes Derk Franse: betreft perceel grond gelegen te Gorssel
Akte van transport d.d. 28-04-1919 tussen Johannes Derk Franse en Jan Jansen, betreft villa "Sonnevanck" te Gorssel
 
1912-1912 Johannes Derk Franse en Eleanora Jacqueline Feun  
1912-1916~ Siena Maria Mees  
1916-1919 Eva Johanna Prins-Jordens  
1919 Jan Jansen en Maria Jacoba Snel  
     
 
De Hoek
 

Eerste hoofdbewoners zijn bakker Albert Gerhard Dolleman en zijn echtgenote Janna Langenkamp. Zij woonden daarvoor op huisnummer G58 aan de Stationslaan.

Op 3 oktober 1894 koop/verkoopt aan/van Manus Elibertus Dommerholt een huis te Gorssel, sectie E nr. 2913. Betreft mogelijk verkoop van Albert aan Manus van huis G43 aan de Molenweg.

Op 1 april 1910 koopt Zwier Dommerholt het huis en erf te Gorssel van Hendrik Rothman. Het geld daarvoor leent hij van Hendrik Makkink van 't Wolferink.

 
Albert Jager Lankhorst vestigt zich hier op 15 mei 1934 en is afkomstig van Deventer. Later dat jaar komt ook zijn zuster Hermina Johanna hier wonen.

Huisnummer 47a>66>78>99>152>179> Joppelaan 5
 
1894-1895 Albert Gerhard Dolleman en Janna Langenkamp  
1895-1910 Hendrik Rothman en Maria Aleida Koerselman Verhuizen mei 1910 naar de Eesterbrink
1910-1934 Zwier Dommerholt en Johanna Antonia Hengeveld  
1934-....... Albert Jager Lankhorst  
     
 
 
Puntenburg
 
 

Nog goed nakijken, qua huisnummering zou dit pand aan de Hoofdstraat moeten hebben gestaan tussen de Schilder (later Hekkelman) en Rensink.

In 1921 wijzigt huisnummer oorspronkelijk van 44 naar 57 maar dat wordt doorgehaald en gewijzigd naar 108. Huisnummer 57 wordt toegewezen aan een nieuw pand aan de Hoofdstraat welke wordt bewoond door Johannes Brinkman. Betreft Hoofdstraat 40 anno 1951.

 
1888-1891 Carel Frans van Middeldijk en Hendrika Pieternella de Haan Eerste hoofdbewoners
1892-1906 Dirk van Driesum en Grietje de Jong Grietje verhuist naar Nooitgedacht na overlijden van Dirk
1906-1910 Leonard Wesselink en Gerharda Alberdina Dijkerman  
1910-1910 Frans Johannes Goedhart en Catharina Gerarda Loep  
1910-1910 Jan Christiaan van Leeuwen en Lucia Gijsberta Aalbers  
1910-1911 Harmen van Loenen en Grada Antonia Jebbink Het echtpaar verhuist naar de Nieuwe Roskam
1911-1914 Elisabeth Pijpers - van de Voort  
1914-1915 Gesinus Nomden en Everdina Wilhelmina Gorseling  
1915-....... Gerrit Johan Brinkman en Aartje Fidder Afkomstig van huisnummer G241
1920-....... Pieter Smith en Jeltje de Jong  
     
    13a>29>36>44>108>163>193
 
 
 
 
 
Kapelle
 
De Kapelle is vernoemd naar het graf van de familie Van der Capellen welke vlakbij heeft gelegen. Deze lag op perceel E397 van de kadastrale kaart van 1832.

Verwoesting van de begraafplaats van de familie van der Capellen op 7 augustus 1788
 
 

Huisnummer 7 welke wijzigt naar huisnummer 12 in 1866. Geen registratie kadastrale atlas 1832.

Waarschijnlijk is de Kapelle gebouwd ter vervanging van het erve Lueks. Deze boerderij is nog wel te zien op de kadastrale atlas van 1832 en is dan bewoond door Derk Jan Woertman en Aaltjen Polman. Het huis zal dan zijn gebouwd en 1832 en 1835, op 26 september van dat jaar overlijdt Derk Jan Woertman op de Kapelle.

Op de Kapelle woonde in de periode circa 1847-1852 ook de familie Stegeman en dus was er sprake van dubbele bewoning. De familie zal er rond 1846 komen wonen. Het betreft het echtpaar Jan Willem Stegeman en Hendrika Bouwmeester en hun zoon Lammert Stegeman en schoondochter Aaltjen Veldkamp. Beide echtparen komen van de Eesterbrink, senior van Klumper en junior van de Nieuwe Vos. Jan Willem Stegeman overlijdt op 11-09-1847 en Hendrika Bouwmeester op 07-11-1852. Omstreeks 1856 verhuist Lammert en zijn gezin naar Vledder en komt Jan Schutte weer op de Kapelle wonen.

Op de foto hiernaast de oude Kapelle met Johanna Mulder en kleindochter Johanna Woertman. Het huis wordt ook wel Oude Kapel genoemd.

Teunis Woertman was metselaar en aannemer van beroep. Hij had vier zoons waarvan er drie ook metselaar waren. Alleen zoon Bernard Johan was timmerman van beroep. Samen bouwden zij een nieuw huis in 1934.

 
1832-1835 Derk Jan Woertman en Aaltjen Polman Eerste hoofdbewoners, afkomstig van het erve Lueks.
1835-1843 Hendrik Willem Woertman en Hendrika van der Haar Hendrik Willem is de zoon van Derk Jan en Aaltjen
1844-1882 Hendrik Willem Woertman en Hendrika Groot Ilsink Hendrika is de tweede echtgenote van Hendrik Willem
1860-1911 Derk Jan Woertman en Johanna Mulder Derk Jan is de zoon van Hendrik Willem en Hendrika (van der Haar)
1893-1937 Teunis Woertman en Berendina Johanna Velderman Teunis is de zoon van Derk Jan en Johanna
1934-....... Bernard Johan Woertman en Cornelia Magdalena van 't Zelfde Bernard Johan is de zoon van Teunis en Berendina Johanna
     
  Dubbele bewoning:  
1841 Jan Schutte en Willemken Scholten  
1870 Bernardus Willemsen en Jannetjen Alink  
     
 
 
Gulden Roede
 
1919 Louise Henriëtte van Hasselt Eerste hoofdbewoonster, weduwe van E.F. Kollmann
     
     
     
    G78a>98
 
 
Welgelegen
 
   
 
1901-1921 Willem Boeije en Pieternella Omon Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Hoofdstraat
1921 Albert Jan Ilsink en Hendrika van de Graaf  
     
     
     
     
 
 
Joppelaan 20
 
   
 
1886-1904 Lambertus Anthonij Riesz  
1905- Catharina Margaretha Visser-Kunst  
     
     
    12a>48>68>81>111>169>200 > Joppelaan 20 anno 1951
 
 
Rustoord
 
Op blad 6 van het BR 1883-1890 van huisnummer 5>22 (Oldenhof schuur) wordt geschreven dat huisnummer 22a onbewoond is.
 
1879-1892 Herman Otto Zelle en Maria Anna Sijbillla Schlicht Eerste hoofdbewoners, zij woonden eerst in op 't Haijtinkhof.
1890-1892 Carel Jansen van Donselaar en Geurtje van Eldik  
1892-1896 Johannes Christiaan Hiskemuller en Maria Anna Jacoba Reijnders  
1896-1897 Michael Antonius van Hulzen en Maria Agnes Helena Petronalla Bam  
1897-1901 Louis Henrig Ferdinand Röntgen en Christina Maria van Wijngaard  
1901-1906 Theodorus Maria van Rooijen  
1906-1915 Onbewoond, mogelijk afgebroken en ander huis?  
1915 Jan Lenselink en Wesselina Egberdina Mulder  
1920 Herman Otto van der Hoek en Trijntje Tromp  
    22a>49>69>82>112>170>201> Joppelaan 22 anno 1951
 
 
Grindweg
 

Dit huis zal hebben gestaan op de hoek van de Joppelaan en Molenweg waar later het huis van slager Roelofs is gebouwd. Moet een groot huis zijn geweest want b.v. in 1870 zijn er vier woongedeelten met huisnummers 22, 22-2, 22-3 en 22-4. Tot 1866 was het huisnummer 10b etc.

 

Het zal zijn gebouwd in 1856 want dat jaar koopt Arend Johannes van der Veen een stuk heidegrond en op 4 februari 1856 krijgt hij daarvoor een hypotheek van Antoni Brants van 't Joppe. Op 26-11-1856 een akte van inzate met Engbert Jan Dommerholt betreffende betreft een huis aan de grintweg van Gorssel naar Bathmen en op 10-12-1856 wordt er bedankt voor de veiling. Op 13-11-1861 opnieuw akte van inzate met Gerrit Willem Schepers van een huis aan de grindweg tussen Gorssel en Bathmen. Op 27-11-1861 toewijzing waarin ook Antoni Brants wordt genoemd.

Arend Johannes van der Veen is weduwnaar van Catrina Johanna Liefferink en dat is de zus van Johan Bernard Liefferink, smid te Gorssel.

Het is waarschijnlijk het huis links op de foto. Rechts is het Noorsche huis te zien welke in 1913 is gebouwd. In de achtergrond is het oude Muldershuis te zien.

 
1856 Arend Johannes van der Veen  
  Georg Heiderich  
1861 Maria Gesina Maas  
  Jan Harmen Brilman  
1859-1866 Berend Jan Tichelman  
  Arend Jan Groot Bluemink 22-4>52
1870 Joseph Gosschalk Stern 22-2
1867-1905 Philip Schutte en Gerrigien Bonhof 22-3>53>72
1879-1902 Janna Schutte 22>51; zij is ongehuwd en de zus van Philip
1879-1883 Harmen Hekkert en Johanna Everdina Udink 22-2>50
1887-1897 Anna Wonnink-Muller  
1899-1901 Gerritje Mensink-Zwiers 52>71
1902-1910 Gerrit Jan Bruggeman en Gerritdina Johanna Schutte Gerritdina Johanna is de dochter van Philip Schutte, hij woont vanaf 1903 bij ze in
1902-1903 Hendrikus Dollenkamp en Grada Johanna Kummeling Opvolgers van Janna Schutte
1903-1905 Gerrit Jan Bannink en Philippina Sewarte  
1905-1919 Gerrit Hendrik Slettenhaar en Aaltjen Baankreits  
1903-....... Jaantje ter Harmsel-Dommerholt G72>85
1910-1911 Arend Jan Pekkeriet en Antonia Dekker G84
1911-....... Wilhelmus Lemmen en Gerritdina van der Belt G84
1919-....... Wolter Bartelink en Gerritdina Lemmen G84
     
     
     
 
 
Oosterveld
 
  Betreft huis van nummer 11 Gorssel Oude Ansichten deel 2
 
1899-1901 Albert Broer en Hendrika Gerdina Schepers Afkomstig van Scholtenhof
1902 Fredrik Oosterveld en Maria Geertruida Scheuter Geen familie van vorige hoofdbewoners, het echtpaar woont op huisnummer G74>87>129>190>221
1921-1952> Hendrik Braakhekke en Willemina Gerdina Pasman Het echtpaar woont op huisnummer G128>189>220 (was voorheen 55a>73>86, maar nog goed uitzoeken, zie hieronder hetzelfde huisnummer!)
1952 Hendrik Jan Braakhekke en Johanna Willemina Beunk Hendrik Jan is de zoon van Hendrik en Willemina Gerdina
     
     
 
 
Joppelaan 21
 
  Nieuw huis. Het echtpaar woonde vanaf 1893 ook al in een nieuw huis. Gerrit Jan was dan ook metselaar van beroep.

Of is dit Kamperweg 18? In 1921 kreeg het huis in eerste instantie huisnummer 97 en dat werd gewijzigd naar 128.

Op hetzelfde blad staat een aantekening met huisnummer 97 en G. Jansen. Dat is Gradus Jansen die later op de Duizend Vreezen woonde.

Huisnummer 88>127 was koepel van de Vegte en lijkt pas bewoond vanaf 1917. Nog verder uitzoeken.
 
1896-1900 Gerrrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Eerste hoofdbewoners
1901-1921 Harmen Jan Klooster en Derkje Weekholt  
1921 Hendrik Braakhekke en Willemina Gerdina Pasman Huisnummer 128
1921 Gradus Jansen Huisnummer 97
     
    55a>73>86>97>145>170> Joppelaan 21 anno 1951
    55a>73>86>128>189>220 > Kamperweg 18 anno 1951
 
 
 
Dolleman
 

Waarschijnlijk gelegen tussen hoek van de grindweg met de molenweg en het tolhuis. Oorspronkelijk huisnummer was 10c>23. Gesticht omstreeks 1857. Harmanus is gemeente veldwachter en woonde misschien daarom wel dichtbij Derk Jan van der Meij. Het adres anno 1951 is Joppelaan 33. Op de kaart van 1889 is het huis gelegen tussen de de kruising met de Molenweg en het tolhuisje.

De dubbele bewoning vervalt in 1901 (huisnummer 76) en 1902 (huisnummer 77) als de familie Rappard er komt wonen.

Op 22 december 1914 mogelijk weer dubbele bewoning op huisnummer 91a door Susanna Maria Berns, weduwe van Willem Frederik Buchner en eerder weduwe van Cornelie C. van der Heijden. Maar kan ook het Noorse Huis zijn, volgens huisnummering van de Elf Marken.

 
1857-1899 Harmanus Dolleman en Johanna Aleida Noteboom Eerste hoofdbewoners
1900-1901 Jacob van den Berg  
1901-1921 Gustaaf Adolph Rappard en Emilie Catharine Johanna Frederieke Gertrude Theissen  
  Friedrich Wilhelm Rappard  
     
.......-1930 Alfred Hugo Rappard en Susanna Berendina Zwepink  
1922- Andries Zwepink en Jansje Brands Andries is de vader van Susanna Berendina
     
  10c>23>56>75>91>134>194>227> Joppelaan 33 anno 1951  
     
     
  Medebewoners 8c2-2>23-2>57>77  
.......-1864 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen  
     
1879-1880 Berend Spenkelink en Hendrika Klaazes Afkomstig van 't Bosser
1881-...... Cornelis van Scherpenzeel en Frederika Janna Petronella Baartman  
     
     
  Huisnummer 23-3>58>76  
1885-1886 Albert Gerhard Dolleman en Gerritjen de Weerd Albert Gerhard is de zoon van Harmanus en Johanna Aleida
1887-1894 Albert Gerhard Dolleman en Janna Langenkamp Janna is de tweede echtgenote van Albert Gerhard
1894-1894 Willem Bloemers en Maria Catharina Tieman  
1894-1901 Gerarda Hager Einde dubbele bewoning, zij gaat aan de overkant bij de familie van der Meij inwonen
     
     
1921 Harmanus Wilhelmus Dolleman en Arendina Johanna Spijker Eerste hoofdbewoners
     
    G135>193>226 = Joppelaan 31 anno 1951 (naast Nelly 135a>192>225)
 
 
Ruysch
 
   
 
1917 Johan Willem van Wilpe en Louisa Maria Catharina van Ommen Eerste hoofdbewoners
     
     
     
     
 
 
Tolhuisje
 
Eerste hoofdbewoner is Jan Albert van der Meij. Hij trouwde op 4 mei 1853 met Aaltjen Bieleman en is dan nog dagloner van beroep en dat was hij ook nog bij de geboorte van zoon Derk Herman in 1854. Mogelijk hebben zij eerst nog bij de ouders van Jan Albert gewoond maar in 1856 staan zij in ieder geval geregistreerd op huisnummer 11c van het tolhuisje. Daar zullen zij dan in 1855 al hebben gewoond want bij de geboorte van dochter Gerritjen op 26-12-1855 is Jan Albert tolgaarder van beroep.
 
 
 
1855 Jan Albert van der Meij en Aaltjen Bieleman  
1865-1872 Jan Hoefman en Jenneken de Graaf  
1872-1888 Gerrit Muil en Lena van der Meij  
1888-1890 Gerrit Spenkelink en Johanna Aleida Muil Johanna Aleida is de dochter van Gerrit en Lena
1890-....... Willem Spijker en Jenneken Goldenbeld  
     
     
 
 
Van der Meij
 

Huisnummer 11a. Derk Jan van der Meij en Hermina Boom stichten dit huis tussen 1846 en 1851. Zoon Jan Albert woont bij hun maar woont anno 1856 op huisnummer 11c oftewel het tolhuisje aan de overkant van de weg. Zie ook het bewonersoverzicht hieronder.

Eerder woonde Derk Jan op Hofman. Hij is veldwachter van beroep en kon op deze nieuwe plek beter in de gaten houden welk gespuis er het dorp in kwam.

Akte obligatie met hypotheek d.d. 07-11-1842: Filippus Johannes Weenink aan Derk Jan van der Meij en Hermina Boom.
Zie ook verband met Klein Reuvekamp en Johanna van der Meij.

Op 12 mei 1851 verkoopt Derk Jan van der Meij katerstede het Hofman waar hij eerder woonde. Personele omslag is van 11 mei 1851 en toen woonde Kolkman al op Hofman.

Vanaf 11 juni 1901 is er tijdelijk sprake van dubbele bewoning als Gerarda Hager in komt wonen bij de familie van der Meij. Zij zal hebben moeten vertrekken van Dolleman waar zij ook inwoonde toen de familie Rappard er kwam wonen.

 
1851-1875 Derk Jan van der Meij en Hermina Boom Eerste hoofdbewoners
1861-1894 Teunis van der Meij en Geertruida Mulder Teunis is de zoon van Derk Jan en Hermina
1887-1941 Derk Jan van der Meij en Johanna Velderman Derk Jan is de zoon van Teunis en Geertruida
1904-1980 Philippus van der Meij Philippus is de zoon van Derk Jan en Johanna
     
1853 Jan Albert van der Meij en Aaltjen Bieleman  
1865-1872 Jan Hoefman en Jenneken de Graaf  
1872 Gerrit Muil en Lena van der Meij  
  Gerrit Spenkelink en Johanna Aleida Muil Johanna Aleida is de dochter van Gerrit en Lena
     
  Huidig adres, afgebroken maar herbouwd op Joppelaan ...  
 
 
Enterman
 

Egbert Enterman, woonde eerder op de Prins, daar woonde hij nog in 1859. Verhuizing tussen 1859 en 1861, stel 1860. Het is het huis rechts op de kaart ongeveer halverwege Gorssel en Joppe aan de huidige Joppelaan, toen nog de Grintweg van Gorssel naar Bathmen.

Huisnummer 11d>27>67

In de periode 1893-1894 wonen hier ook Gerrit Leunk en Jaantje Beumer.

Frederika Trekop overlijdt op 16 december 1936. Aangifte wordt gedaan door buurman Derk Jan van der Meij die op huisnummer 210>247 woont, dat is Joppelaan 51 anno 1952. Hij woont daar dan samen met zijn schoonzoon Engbert Jan Veldink en ieders echtgenotes Johanna Tuller en Johanna van der Meij.

Egbert Aijtink is op 10 mei 1950 overleden, hij woonde toen in Almen.

   
Enterman zal ongeveer op de plek hebben gestaan van de huidige Joppelaan 53. Als in 1936 hoofdbewoonster Frederika Aijtink-Trekop overlijdt doet buurman Derk Jan van der Meij daarvan aangifte. Hij woont dan in het huis van huidige Joppelaan 51. In de bouwdossiers vind ik voor Joppelaan 53 een registratie d.d. 19-09-1949 van het verbouwen van een woonhuis en op 24-01-1950 van het oprichten van een huis. Het lijkt erop dat het plan was om “Enterman” te verbouwen maar dat dit geen haalbare kaart bleek en dat ze toen maar een nieuw huis hebben gebouwd. De familie Aijtink woonde daar toen al niet meer en in 1952 wordt de naam P.J. van Kol geregistreerd.
 
1860-1861 Egbert Enterman en Willempje Knippenberg Eerste hoofdbewoners
1862-1892 Egbert Enterman en Clazina Venneman Clazina is de tweede echtgenote van Egbert
1892-1896 Gerrit Jan Bolink en Aaltje Reuvekamp  
1896-1950< Egbert Aijtink en Frederika Trekop  
1952 P.J. van Kol  
    11d>27>67>85>236>306>211>248 = Joppelaan 53 anno 1951
  Dubbele bewoning  
1870-1871 Hubertus Josephus Cornelus Verleg en Wilhelmina Melgert  
1901-1901 Jan Willem Schierboom en Gerritjen Maatman Eerste hoofdbewoners van huisnummer 86, mogelijk ook dubbele bewoning Enterman?
1901-1908 Frederik Maatman en Alberdina Nijman Frederik en Alberdina zijn de ouders van Gerritjen
1915-1916 Derk Jan Aijtink en Marie de Greeff Derk Jan is de zoon van Egbert en Frederika
1916-1917 Hendrika Aleida van der Meij Weduwe van Johannes van Druten
    11d2>27-2 en later 86>237>307
     
1900-1913 Johannes Wilhelm Janssen Eerste hoofdbewoner van huisnummer 87
1903-1914 Dionisius Theodorus Janssen Dionisius Theodorus is de zoon van Johannes Wilhelm
1915-1917 Hendrik Wissink en Johanna Christina Willemsen  
1917-....... Hendrika Aleida van der Meij Afkomstig van huisnummer 237, zij woont samen met haar broer Gerrit Berend die afkomstig is van de Stiele
  A.J. Aijtink  
  H. Hietbrink  
1926-1930 Albert Broijl en Hendrika Willemina Jansen  
    87>238>308>212>249 = Joppelaan 55 anno 1951
     
  Nieuw huisnummer 67a: Nikkelsbergweg of Marsweg ??? Werktitel Nales
 
Huisnummer 67a wordt gewijzigd in 62 en er wordt genoteerd dat huisnummer 67a onbewoond is. Familie Scholten woonde in 1897 in ieder geval nog op huisnummer 67a bij het overlijden van dochter Gerritje Klazina. Aangifte wordt dan gedaan door Toon Heijenk (40jr) van de Berghaar uit Eefde. Bij het overlijden van zoon Klaas wordt aangifte gedaan door Gerrit Brinkman (76jr) en Gerrit Hendrik Brinkman (46jr). Gerrit Hendrik woont in Joppe en Gerrit Brinkman in Eefde op Nuizink.




     
1889-1891 Eduard Coenraad Nales Eerste hoofdbewoner
1891-1891 Theodorus van Poorten en Adriana Gerritsen  
1892-1902 Harmanus Scholten en Tonia Enterman Zij verhuizen in 1902 naar dubbele bewoning van Nikkelsberg
1902-1907 Onbewoond?  
     
    67a>>62>81>217
     
 
 
Wunderink
 
  Op 10 september 1907 koopt Willem Wunderink een perceel bouwland van Philippus Velderman.
 
1907-1960? Willem Wunderink en Aaltje Heuvelink Opgeslagen in map Klein Reuvekamp, dit nog goed vermelden op de website
.......-....... Willem Wunderink en Gerritdina Johanna Derks Willem is de zoon van Willem en Aaltje
1969 T.Q. Dekker  
  Huidig adres: Nikkelsbergweg 4 anno 1951, huidig 3 67a>62>81>217
 
 
Nikkelsberg
 
De naam Nikkelsberg is verzonnen en niet gebaseerd op de eerste bewoner maar op een latere bewoner en het feit dat de straat Nikkelsbergweg is gaan heten. De bergen waren van Nikkels en vandaar de naam Nikkelsberg. Nog even uitzoeken, dacht dat de bergen bij boerderij Reuvekamp hoorden. De bergen van Nikkels stonden mogelijk aan de Lindeboomweg?
 
Alle huizen aan de Veldhofstraat rechts van de Nikkelsbergweg zijn gebouwd op perceel 529 anno 1832 en dat was een dennenbos van Reinierus Wilhelmus van Middachten. In de jaren '50 van de 19e eeuw wordt hier een huisje gebouwd en in 1856 wonen hier rietdekker Hendrikus Schutte en zijn echtgenote Fredrika Maria Palsenberg die eerder nog inwoonden op 't Ravennest. Het huis kreeg het huisnummer 69a. De naam Schutte is al vergeven aan het boerderijtje aan de Ketenbosweg welke vanaf circa 1852 is bewoond door de familie Schutte. Maar dit boerderijtje zal in deze periode ook zijn gebouwd aangezien Hendrikus Schutte eerder op 't Ravennest en de nieuwe bewoners er zeker in 1852 hebben gewoond.
 

 

Het kaartje hiernaast dateert van circa 1901, de tijd dat de familie Nikkels er kwam wonen. Het huis is waarschijnlijk het huis in het middelste gele vlakje en deze staat op perceel 527 anno 1832 en dat was heidegrond van de geërfden van Gorssel. Ten noorden ervan ligt Klein Reuvekamp (niet het gele vlakje, maar links daarvan, kaart nog aanpassen) en ten zuiden boerderij Reuvekamp. Perceel 528 was berg en erg van Manus Hassink van 't Reuvekamp.

Marten was eigenaar van het huis van 69b en koopt op 5 december 1901 het huis 69a van Hermanus Schutte. Harmanus en Aaltjen waren op 19 december 1900 al verhuisd naar de Hoofdstraat naar het huis waar later het café van Schutte was.

Gerritjen Schepers verhuist januari 1920 met zoon Cornelis naar huisnummer G211 = Kamperweg 4 anno 1951.

 

Op 2 januari 1920 verkoopt Cornelis Olden (zoon van Gerritjen Schepers) aan Frederik van Overbeek twee huizen met schuur, bouw- en weiland te Gorssel, sectie E nrs. 3183, 3468, 2414 en 3393. Cornelis had deze op 14-02-1906 gekocht van zijn stiefvader Marten Nikkels. Betreft o.a. ook grondperceel E 573. Dit betreft het perceel waar eerder waarschijnlijk de hooibergen van Grooterkamp stonden. Mogelijk zijn dit de hooibergen van de ansichtkaart en stonden de hooibergen van Nikkels dus op deze plek ??? En zijn dit dus niet de hooibergen van 't Reuvekamp die op deze foto staan?

Na de verkoop verhuizen zijn Cornelis en zijn moeder Gerritjen Schepers naar de Kamperweg 4. Sientje verhuist al in 1910 naar G207a = Lindeboomweg 4. Hendrik Olden woonde (d.w.z. ambtshalve ingeschreven) vanaf 12 juni 1917 met Willemina Hukker ook op de boerderij. Verhuist naar G219, oktober 1917.

Van 25 maart tot 31 augustus 1926 wonen ook Johannes Veenhuis en Geertruida Slootman op huisnummer G286. Zij komen van Diepenveen en vertrekken naar Bathmen.

In 1950 wordt het woonhuis verbouwd voor de heer B. (Albertus?) van Overbeek en in 1955 wordt het achterhuis uitgebouwd.

Op de bouwtekening van 1950 staat later aangetekend dat het huis op 3 oktober 1998 is uitgebrand.

De boerderij is ook bewoond geweest door de familie Revenberg.

 
 
1852-1890 Hendrikus Schutte en Fredrika Maria Palsenberg Eerste hoofdbewoners
1864-1900 Harmanus Schutte en Aaltjen Meijer Harmanus is de zoon van Hendrikus en Fredrika Maria
1898-1900 Harmanus Albertus Schutte en Johanna Gerritdina van Kempe Harmanus Albertus is de zoon van Harmanus en Aaltjen
1900-1901 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Janna is een achternicht van Harmanus
1901-1920 Marten Nikkels en Gerritjen Schepers Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van Klein Reuvekamp
1908-1910 Sientje Slooff-Olden Sientje is de dochter van Gerritjen en stiefdochter van Marten, zij verhuist in 19110 naar Lindeboomweg 4
1920-1951> Frederik van Overbeek en Maria Rensen Frederik is overleden op 22-01-1960 in Zutphen maar woonde mogelijk nog in Gorssel
     
  Huidig adres: Afgebroken, nieuwbouw Kwekerijweg 1 69a > 104 > 173 > 200 > 218 > 286 > 428 > 555 > Kwekerijweg 5
     
1902 Harmanus Scholten en Tonia Enterman Eerste medebewoners of woonden zij in het andere huis? Verhuizen naar G190
1917-1923 Hendrik Olden en Willemina Hukker Verhuizen naar huisnummer 289b = Nikkelsbergweg 5
1923-1925 Antonie Johannes Andries Remelink en Antonia Gerritsen  
1926-1927 Richardus Johannes van Bootsveld en Johanna Maria Otten  
1927-1929 Hendrikus Johannes Tiggelhoven en Maria Dijk  
1929-1929 Bernardina Anna Antonia Regeling Zij woont later met haar man Gerhardus Verwerda op Veldhofstraat 13
1929-1931 Gradus Visser en Paulina Bouland Vertrekken naar 't Loobosch
1931-....... Onbekend  
    200a>219>287>429
 
 
Olden
 
Wij noemen dit huis naar de familienaam van de eerste hoofdbewoner, Hendrik Olden. Hij is in 1872 geboren in Harfsen in het huisje achter het Erve Strookappe. Hij trouwt met een Duitse genaamd Willemina Hukker en woont na zijn huwelijk in Duitsland waar hij in de kolenmijnen werkt. Drie dochters worden uit het huwelijk geboren en het gezin komt in 1917 naar Gorssel waar zij gaan wonen op de Nikkelsberg bij Hendrik zijn moeder Gerritjen Schepers. In 1920 verhuist zijn moeder van de boerderij en komt de familie van Overbeek er wonen. Maar door de bestaande dubbele bewoning van de de boerderij kan Hendrik er wel blijven wonen. Wel keert hij tijdelijk alleen terug naar Duitsland, waarschijnlijk om daar toch weer te gaan werken en geld te verdienen.
 
In 1921 koopt hij daarmee een perceel bouwland van Karel Antonie Jansen en in 1923 bouwt hij een eigen huis, maar dat wel met een hypotheek o.v.v. een nieuw gebouwd woonhuis met erf en grond aan de Veldhofstraat te Gorssel, sectie E nr. 3778. Het huis wordt gebouwd aan de huidige Nikkelsbergweg niet ver de Nikkelsberg. Hendrik zijn beroep is losarbeider maar hij zal ook bij huis land hebben verbouwd en vee hebben gehouden. Op de foto hier midden onder zien wij dan ook Willemina Hukker samen met Gerritdina Maria Broer van Scholtenhof koeien aan het melken. Ook is bekend dat om het huis schapen liepen en op de deel stonden en dat er bij het huis een moestuin was. Op de foto rechts is Hendrik Olden zelf te zien.
 
Op 19 maart 1931 trouwt dochter Gertrud met Jan Willem Leuvenink en zij komen dan ook hier wonen. Later verhuizen zij naar het ouderlijk huis van Jan Willem, de Bakkerij op de Eesterbrink. Hendrik Olden gaat er ook wonen, waarschijnlijk kort na het overlijden van Willemina Hukker op 2 november 1942. Hij is er overleden op 10 november 1951.

Op de linkerfoto zien wij nogmaals het echtpaar Olden en rechts het echtpaar Leuvenink.
 
Het huis wordt door Jan Willem Leuvenink verkocht aan de familie Wenneker en dat zou al in 1943 kunnen zijn geweest. De familie Wenneker is er echter niet meteen gaan wonen, in 1952 wordt H.W. Heijink geregistreerd op het toenmalige huisnummer G557 welke dan wijzigt naar Nikkkelsbergweg 3. De familie Wenneker zou er in de periode 1958-1973 hebben gewoond, maar de familienaam Heutink wordt ook nog genoemd. Mogelijk kloppen beide namen niet en moet dit Wentink zijn, want deze familie zou het boerderijtje mei 1974 hebben verkocht aan de familie Koning, aldus deze familie. De familie Koning laat het huis verbouwen en komt er wonen in 1978, zij woonden daarvoor in Warnsveld. In 1981 ontstaat spontaan de huisnaam "Blunderkamp" als dochter van eigenaar Jan Koning aan haar vader vraagt: "hoeveel blunder heeft dit land?". Het huis is nooit aangesloten op de waterleiding en zo drinken de bewoners anno 2020 nog steeds eigen (bron) water.
 
1923-1943 Hendrik Olden en Willemina Hukker Eerste hoofdbewoners
1952 H.W. Heijink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1958-1973 Familie J. Wenneker (of Wentink?)  
1978-....... Familie J. Koning  
     
  Huidig adres: Nikkelsbergweg 5  
     
 

Kadastraal perceel 3777. Op 29 april 1921 koopt kleermaker Karel Antoni Jansen een bouwterrein te Gorssel, sectie E nr. 3703 van Jan Hendrik Nieuwenhuis.

Familie Jansen verkoopt het huis aan familie Knol en die vestigt er een bloemisterij.

Waarschijnlijk in 1952 nog Nikkelsbergweg 1

     
1921-1926 Karel Antoni Jansen en Maria Derkje van Koningsveld Eerste hoofdbewoners en tevens eigenaar
  A. Groot Bluemink 289a
  J.A. Heuvelman  
1926 Jan de Bruin en Janna Anthonetta van Oers  
1930-........ Herman Schepers en Frederika Boerstoel Het echtpaar verhuist in periode 1930-1939 naar de Marsweg in Eefde
  K.A. Jansen Verhuist naar Floralia
1952 L. van der Tuin, J. Smit, E.J. Penning Nikkelsbergweg 1
1969 H. Knol, mevr. J. Knol-Schans Zij wonen met zekerheid op Nikkelsbergweg 4, aldus Mannie.
  Familie Knol Koopt het huis van K.A. Jansen
     
  Huidig adres: Nikkelsbergweg 4 289a>432>558
 
 
Klein Reuvekamp
 

In dit verhaal bespreken wij boerderij Klein Reuvekamp en ook de daglonerswoning die eerder op deze plek heeft gestaan. De naam Klein Reuvekamp is alleen van toepassing op de boerderij die in 1902 is gebouwd door de familie Hassink van 't Reuvekamp. De naam werd dus niet gebruikt voor de daglonerswoning en deze was ook geen eigendom van de familie Hassink. Maar het huisnummer gaat wel over van de daglonerswoning naar de nieuwe boerderij en zodoende bespreken wij deze woning in hetzelfde overzicht.

 

De oorsprong van de bewoning op deze plek dateert van 1855. Op 8 januari van dat jaar kopen Harmanus Janzen en zijn echtgenote Johanna van der Meij een stuk heidegrond bij het dorp Gorssel van Jenneken Sophia Gijse, weduwe van Filippus Johannes Weenink. Zij doen dit met hypotheek van de koopprijs. Harmanus en Johanna wonen dan nog in Eefde, de plaats waar Jenneken Sophia Gijse veel grond bezit. Johanna is de dochter van Derk Jan van der Meij en Hermina Boom en zij komt dichtbij haar ouders te wonen als zij op het stuk heidegrond een daglonerswoning bouwen. Harmanus zal waarschijnlijk zelf het huisje hebben gebouwd, hij was namelijk metselaar van beroep. Het echtpaar heeft twee kinderen en in Gorssel worden nog vier kinderen geboren.

Op 29 mei 1867 wordt het huisje geveild en beschreven als een een daghuurdersplaatsje aan de Holtweg in Gorssel met kadastrale nummers E 1848 t/m 1851. De Holtweg was op de pre-kadastrale kaart van 1818 de weg die wat zuidelijker liep dan de huidige Molenweg maar kan in de tussentijd zijn doorgetrokken naar de weg van Gorssel naar Harfsen welke in het verlengde van de Veldhofstraat liep. Op 12 juni wordt het huisje verkocht aan Gerrit Hendrik Kelderman die er echter niet gaat wonen en het verhuurd aan slachter Joseph Gosschalk Stern en zijn echtgenote Johanna Gerarda van Borgen die daarvoor nog aan de huidige Hoofdstraat woonden.

De kaart hiernaast dateert van 1890 en de kaart daarnaast is van 1911, op deze kaarten is goed te zien waar de woning van Nikkels en de latere boerderij staan. De oude woning stond iets meer naar rechts en dichter aan de weg.

 

Op 6 augustus 1868 verkoopt Gerrit Hendrik Kelderman met hypotheek het daghuurdersplaatsje aan de Holtweg te Gorssel en bouwland, dennenbos en twee zaadbergen te Gorssel. Koper is Marten Nikkels uit Warsveld die op 14 december van dat jaar zijn meubilaire en roerende goederen verkoopt en op 2 januari 1869 verhuist naar Gorssel. Marten is van oorsprong een Gorsselnaar, hij is in 1834 geboren op 't Haijtinkhof. Marten is getrouwd met Dersken Groot Enzerink en ze hebben één zoon genaamd Arend Johannes Gerrit Berend. Marten is landbouwer van beroep en maakt een boerderij van het daglonersplaatsje. In het bevolkingsregister van 1883 staat hij echter wel weer ingeschreven als dagloner en zal de akkerbouw niet op grote schaal zijn doorgevoerd. Dersken overlijdt op 17 december 1887 en Marten is daarna helemaal alleen in het huis want zoon Arend woont en werkt dan op 't Reuvekamp. Mei 1888 gaat Arend wonen en werken op 't Uterink in Eefde (waar hij al eerder dienstknecht was) en werkt daar samen met dienstmeid Garritjen Woessink. De samenwerking bevalt zo goed dat ze besluiten te trouwen en zo krijgt Marten Nikkels vanaf 2 februari 1889 gezelschap van zijn zoon en schoondochter. Later dat jaar wordt ook kleindochter Derkjen geboren maar zij heeft maar één maand mogen leven. In 1891 is het echtpaar verhuisd naar Eefde naar de huidige Reeverdijk en later woont het echtpaar nog op de Kleine Flierse in Eefde en de Jufferkamp in Harfsen.

Marten blijft gelukkig niet weer alleen want hij hertrouwt op 22 augustus 1891 met Gerritjen Schepers, weduwe van Jan Willem Olden. Met hem woonde zij in het huisje schuinachter Erve Strookappe in Harfsen. Op 6 juni 1893 verkoopt Marten Nikkels dit huis aan Jan Strookappe die het dan laat afbreken en de grond gebruikt als bouwgrond. Jan woonde niet op het Erve Strookappe, daar woonde zijn oom Hendrik Jan. Afijn, Gerritje komt in Gorssel wonen haar dochter Sientje, zoon Cornelis en moeder Aaltjen Korenblek en later woont zoon Hendrik er ook. Op 5 december 1901 koopt Marten Nikkels het huis van Harmanus Schutte en gaat daar dan wonen. Een verkoopakte van het huisje van de familie Nikkels is niet gevonden, mogelijk was het niet veel meer dan een bouwval en zeker is dat het huisje na het vertrek van de familie Nikkels is afgebroken. Overigens was het toch nog wel een redelijk groot huis want er was lange tijd sprake van dubbele bewoning. In diverse perioden van 1857 tot 1898 werd het huis mede bewoond door de families Kiezel, Boterman, Bollen en Klooster, zie het bewonersoverzicht hieronder.

 

Op het perceel van de daglonerswoning wordt in 1902 de nieuwe boerderij Klein Reuvekamp gebouwd. Op 5 september 1902 trouwt Johanna Hassink, dochter van Willem Hassink en Janna Dijkman van boerderij Reuvekamp, met Albert Haijtink van het Bouwhuis uit Almen. Bij dit huwelijk is het Erve Reuvekamp verdeeld tussen Hendrik Richard Johannes Hassink (die op Reuvekamp bleef wonen) en Albert Haijtink. Uiteraard wordt Albert landbouwer en tevens wordt hij vader van vier kinderen.

Op de foto rechts zien wij Johanna Hassink op latere leeftijd. Van Albert is er helaas geen foto. Op 5 april 1945, tijdens hevige gevechten tussen de Canadezen en de Duitsers, slaat het noodlot toe als hij wordt getroffen door een granaatscherf en overlijdt. Hij wilde de dieren gaan voeren en liep net met een emmer in zijn hand voor de schuur. De granaat treft ook de lindeboom rechts voor het huis welke doormidden splijt.

 
Zoon Jan neemt de boerderij over van zijn vader. Hij was al op 13 september 1935 getrouwd met Gerritdina Hietland en ook dit echtpaar kreeg vier kinderen. Na vele jaren van arbeid besluit Jan in de jaren '70 te stoppen met werken en eindigen de boerenactiviteiten op Klein Reuvekamp. Alle gereedschappen e.d. die niet meer nodig zijn op de boerderij worden dan geveild onder grote publieke belangstelling zoals op de foto hieronder is te zien. Jan en Gerritdina blijven wel wonen op de boerderij en Jan overlijdt er op 2 november 1976. Gerritdina blijft na zijn overlijden nog steeds op de boerderij wonen met haar enige dochter. Wanneer zij trouwt en uit huis gaat, verhuist ook Gerritdina en gaat wonen op de Borkel. In de jaren '80 is er brand geweest in de boerderij waarna deze is afgebroken en er opnieuw is gebouwd.
 
 
1855-1867 Harmanus Janzen en Johanna van der Meij Eerste hoofdbewoners
1867-1869 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen Geen familie van vorige bewoners
1869-1891 Marten Nikkels en Dersken Groot Enzerink Geen familie van vorige bewoners
1891-1901 Marten Nikkels en Gerritjen Schepers Gerritjen is de tweede echtgenote van Marten
1902-1945 Albert Haijtink en Johanna Hassink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1935-1985~ Jan Haijtink en Gerritdina Hietland Jan is de zoon van Albert en Johanna
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 36  

De oorspronkelijke daglonerswoning was dus wel groot genoeg voor twee gezinnen want dagloner Jan Kiezel woonde er ook vanaf 20 november 1857 en vanaf 1861 ook zijn echtgenote Johanna Nieuwenhuis met wie hij op 18 april van dat jaar trouwde. In 1866 wordt hun plek ingenomen door Gerrit Hendrik Boterman en Aaltjen Witten die er twee jaar woonden.

In 1870 komen dan Jannes Bollen en Hendrika Meijer ook in de daglonerswoning wonen en zij doen dat voor een lange tijd. Ook toen Marten Nikkels weduwnaar werd in 1887 woonden zij in het huis en zo was Marten toch niet alleen. In 1892 verhuist het echtpaar naar het boerderijtje Wassink op de Eesterbrink.

De laatste medebewoners zijn Harmen Jan Klooster en Derkje Weekholt die er in mei 1895 zijn komen wonen. Het echtpaar heeft dan vijf kinderen en op 23 juni 1895 komt daar nog een zesde bij. Harmen Jan is arbeider van beroep en is later koopman in koffie en thee, op de foto hiernaast houdt hij de handelswaren in zijn handen. Op 6 januari 1898 verhuist de familie naar Harfsen en daarmee eindigt de dubbele bewoning van het huis.

1857-1866 Jan Kiezel en Johanna Nieuwenhuis Eerste medebewoners
1866-1868 Gerrit Hendrik Boterman en Aaltjen Witten Geen familie van vorige medebewoners
1870-1892 Jannes Bollen en Hendrika Meijer Geen familie van vorige medebewoners
1895-1898 Harmen Jan Klooster en Derkje Weekholt Geen familie van vorige medebewoners
     
 
Draaijer
 

Akte d.d. 26-08-1859 tussen Hendrikus Draaijer en Jacobus Theodorus Johannes van Rhijn betreffende het erf waarvan het huis is afgebrand met bouwland aan de straatweg te Gorssel, dat zal Olthof zijn. Mogelijk woonde Hendrikus Draaijer er en heeft hij toen het nieuwe huis aan de huidige Veldhofstraat gebouwd.

Hendrik Udink woonde en werkte op 't Reuvekamp en 't Raland en voor zijn huwelijk in Eefde.

Gerrit Jan Udink is op 25 juli 1951 overleden en woonde toen op huisnummer 560. Op huisnummer 560a woonde zijn zoon Hermannes Hendrikus Udink, dat werd Veldhofstraat 40 in 1951.

Ook Albert Wunderink en Aaltje Hobrink woonden hier. Zie foto van Albert bij verhaal Eikeboom.

 
 
1859-1860 Hendrikus Draaijer en Hendrika Klein Baltink Eerste hoofdbewoners
1860-1916 Hendrikus Draaijer en Janna Hagens Janna is de tweede echtgenote van Hendrikus
1889-1892 Hendrik Udink en Gerritje Draaijer Gerritje is de dochter van Hendrikus en Janna
1892-1947 Hendrik Udink en Hendrika Henriëtta Draaijer Hendrika Hendriëtte is de tweede echtgenote van Hendrik en een halfzus van Gerritje
1921-1951 Gerrit Jan Udink en Hendrika Maria Koldeweij Gerrit Jan is de zoon van Hendrik en Hendrika Henriëtta
     
     
  Dubbele bewoning  
1859-1871 Hendrik Jan Wunderink en Johanna Geltink Aangenomen in hetzelfde jaar komen wonen
1874-1879 Harmen Hekkert en Johanna Everdina Udink Geen familie van vorige medebewoners
1888-1890 Joannes Duijsterburg en Hendrika Sanders Geen familie van vorige medebewoners
     
    69c > 106 > 63 > 82 > 214 > 290 > 434 > 560 > Veldhofstraat 38
 
 
Scholtenplaats
 
Het huis heeft het huisnummer 70a en is gebouwd voor 1856. Dat jaar wordt namelijk huisnummer 70c geregistreerd in het register van de personele omslag en dat betekent automatisch dat de huisnummers 70a en 70b ook moeten hebben bestaan. Op huisnummer 70b woonde Jan Willem Zandscholten die er op 19 maart 1853 al woonde. We gaan er daarom vanuit dat ook het huisje van Albert Zandscholten ook al in of voor 1853 is gebouwd. De naam Scholtenplaats is fictief en gebaseerd op de naam Scholtenhof van de buren en het feit dat het een daglonersplaats was. In deze periode werden meer daglonersplaatsen gesticht, er zal veel werk zijn geweest voor de dagloners.
 

Albert Zandscholten en Jenneken Slagman waren in 1841 al getrouwd en woonden al die tijd al in Gorssel, waarschijnlijk ergens aan de huidige Hoofdstraat. Hier worden drie kinderen geboren en het vierde kind (zoon Albert Jan) wordt op 7 maart 1854 geboren. Getuigen bij de aangifte zijn dan Hendrik Nieuwenhuis en Hendrik Willem Woertman van de Kapelle. Dat zegt niet veel, bij de aangifte van geboorten zijn vaak vrienden of kennissen getuigen, dat is anders bij de aangiften van overlijden welke door buren werd gedaan. Albert Zandscholten is op 6 januari 1858 overleden en van zijn overlijden wordt aangifte gedaan door de buurmannen Jan Willem Zandscholten en Hendrikus Schutte. Albert is 52 jaar oud geworden en is geboren op de Steege in de Eesterhoek.

Jenneken Slagman blijft alleen achter met vier kinderen. Zij hertrouwt op 8 juni 1860 met Hendrik Voortman. Hendrik was eerder getrouwd met Maria Franke van wij hij op 12 oktober 1859 was gescheiden. Zij woonden toen al lange tijd niet meer samen, Hendrik werkte in de periode 1857-1859 als dienstknecht bij twee (van oorsprong Gorsselse) families Dommerhold te Lage Weteringen en woonde en werkte in 1851 al bij de familie Roeterdink op 't Klaphekke waar hij tot 1857 vertoefde en waar hij ook al voor zijn huwelijk heeft gewerkt. Hendrik Voortman kwam op 17 juni 1859 van Diepenveen naar Gorssel en ging toen mogelijk al bij Jenneken wonen. Jenneken was toen in verwachting en de kans is aanwezig dat Hendrik de vader is, want als het kind (zoon Hendrik Jan) op 7 november 1859 wordt geboren, is hij getuige bij de aangifte. Echter wordt het kind niet erkend bij het huwelijk en was Hendrik dan dus toch niet de vader. Zo gaat Hendrik Jan als Slagman door het leven. Hij verliest zijn moeder al snel, want op 17 oktober 1860 komt Jenneken te overlijden en is het Hendrik die er alleen voor staat.

 

Hendrik hertrouwt op 20 april 1861 met Janna Nijkamp die dan uit Diepenveen komt, hij zal haar van daar nog kennen. Maar kan ook zijn dat ze elkaar in Gorssel ontmoet hebben want Janna komt van boerderij Nieuw Roeterdink. Hendrik en Janna krijgen samen geen kinderen maar zorgen voor de jongste kinderen Jantjen, Albert Jan en Hendrik Jan van Jenneken Slagman. Uiteindelijk vliegen alle kinderen uit, behalve Hendrik Jan. Hij trouwt op 9 juli 1881 met Hendrika Mechtelina Rugenbrink en zij komt dan ook op Scholtenplaats wonen. Op 14 januari 1882 wordt een zoon geboren waarvan de bevalling Hendrika noodlottig wordt, zij overlijdt de volgende dag. Zoon Hendrikus Johannes overlijdt hetzelfde jaar op 8 augustus. Hendrik Jan is dan alweer opnieuw getrouwd, hij hertrouwt al op 1 april 1882 met Hendrika Gerritdina Wassink uit Harfsen en uit dit huwelijk worden drie dochters geboren. Maar ook Hendrika Gerritdina wordt niet oud, zij overlijdt op 25 februari 1891 op 37-jarige leeftijd. Nog geen drie maande later, op 23 mei 1891, hertrouwt Hendrik Jan met Derkjen Beldman en uit dit huwelijk wordt op 1 oktober 1892 nog een zoon geboren. Maar Hendrik Jan maakt dit niet meer mee, hij is op 26 maart 1892 overleden. Dit jaar blijkt een rampjaar want ook Hendrik Voortman en Janna Nijkamp overlijden in 1892, beiden in maart. Derkjen bevalt in oktober niet in Gorssel maar in Harfsen en van de geboorte wordt aangifte gedaan door Gerrit Jan Zandscholten, haar zwager en oudste zoon van Albert Zandscholten en Jenneken Slagman. Het kind genaamd Hendrik Jan overlijdt in 1894 en wordt nog geen twee jaar oud. Als alle kinderen uit huis zijn en Hendrika helemaal alleen op Scholtenplaats woont, komt de ongehuwde Gerrit Jan Zandscholten haar gezelschap houden en komt weer in zijn ouderlijk huis wonen. Hij overlijdt op 16 januari 1925 en weer is Derkjen alleen, maar woont nog wel een tijd samen met Gerrit Hendrik Slettenhaar, weduwnaar van Aaltjen Baankreits. Uiteindelijk woont Derkjen alleen en zij is op 6 maart 1935 gestorven in Zutphen maar was toen nog wel woonachtig in Gorssel.

Het huisje wordt daarna bewoond door Jan Nijveld en Gerritje Westerveld die van de Duizend Vreezen afkomstig zijn. Het echtpaar heeft geen kinderen, maar Gerritje heeft wel kinderen uit haar eerste huwelijk met Derk Jan Bakker maar die wonen dan allang niet meer thuis. Er is geen relatie bekend met de oud-bewoners van Scholtenplaats maar Gerritje Westerveld is de dochter van Klaas Westerveld die in 1850 getuige was bij de aangifte van de geboorte van Jantjen Zandscholten, dochter van Albert Zandscholten en Jenneken Slagman. Toeval of geen toeval? Zij is op 15 februari 1956 overleden te Apeldoorn en Jan is daarna hertrouwd met Gerritje Fredriks, weduwe van Johan Smallegoor. Zij kennen elkaar van de Duizend Vreezen, zij woonden daar ooit samen in het gebouw met vijf huisjes. De Scholtenplaats was eigendom van de kerk en Jan Nijveld leefde van de diaconie. Hij stond ook bekend als "de zwarte kraai" en "kuttel Jan" omdat hij voor een bijverdienste de paardenstront van de straat haalde. Na de familie Nijveld woonde er broer en zus Copijn die eerder nog in Amerika hebben gewoond.

 
1853-1858 Albert Zandscholten en Jenneken Slagman Eerste hoofdbewoners
1859-1860 Hendrik Voortman en Jenneken Slagman Hendrik is de tweede echtgenoot van Jenneken
1860-1892 Hendrik Voortman en Janna Nijkamp Janna is de tweede echtgenote van Hendrik
1881-1882 Hendrik Jan Slagman en Hendrika Mechtelina Rugenbrink Hendrik Jan is de zoon van Jenneken Slagman
1882-1891 Hendrik Jan Slagman en Hendrika Gerritdina Wassink Hendrika Gerritdina is de tweede echtgenote van Hendrik Jan
1892-1935 Hendrik Jan Slagman en Derkjen Beldman Derkjen is de derde echtgenote van Hendrik Jan
1935-1956 Jan Nijveld en Gerritje Westerveld Geen familie van vorige hoofdbewoners
1956-1962~ Jan Nijveld en Gerritje Fredriks Gerritje is de tweede echtgenote van Jan
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 42  
 
 
Scholtenhof
 
Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink zijn de bij de start van het bevolkingsregister anno 1861 de hoofdbewoners en zij wonen er waarschijnlijk al vanaf 1854 ervan uitgaande dat hun huisje gelijk met die van de andere familie Zandscholten is gebouwd. Op 12 juli 1854 koopt Willem Karsenberg een onbekend goed en mogelijk betreft het de grond waarop de Scholtenhof is gebouwd, straks wordt duidelijk wat Willem hiermee te maken heeft. Jan Willem Zandscholten is een neef van Albert Zandscholten en waarschijnlijk hebben zij de handen ineen geslagen en tegelijkertijd het gebied ontgonnen en de huisjes gebouwd. Albert bouwt de zijne kort aan de weg en Jan Willem de zijne wat verder van de weg, aan het einde van het ontgonnen perceel. Het huisje zal ook wat eenvoudiger zijn geweest dan die van Albert en uit overlevering is bekend dat het zelfs een plaggenhut is geweest! Jan Willem en Janna waren al getrouwd sinds 1827 en woonden in Gorssel op 't Ravennest, de Galette en de Nieuwe Roskam. Allemaal huizen met stenen muren en het is dus wel wat lastig te begrijpen dat het echtpaar in een plaggenhut is gaan wonen, maar het is überhaupt voor ons moderne mensen moeilijk te begrijpen hoe de mensen van vroeger zo konden leven.
 
In het huis woonden ook dochter Aaltjen Zandscholten en haar onechte dochter Everdina die op 19 maart 1853 is geboren in het huis van haar grootouders met huisnummer 70b en dat is het nummer van de Scholtenhof in die tijd, het huis is dus nog zeker een jaar ouder dan zojuist nog gesteld. Jan Willem overlijdt op 21 mei 1862 en Janna op 2 maart 1869 waarna het huisje onbewoond is.

Dan komt Willem Karssenberg weer in beeld. Zijn dochter Maria trouwt op 28 oktober 1869 met de dagloner Gerrit Hendrik Broer en ze moeten natuurlijk ergens wonen en dat doen zij op de Scholtenhof. In het huisje worden zes kinderen geboren in de periode 1870-1880. Maar al op 11 december 1869 krijst er een baby in huis, het is de in Wierden onecht geboren dochter Gerritdina van broer Hendrik en toekomstige schoonzus Geertrui Dakhorst.
Op 17 november 1878 koopt Gerrit Hendrik Broer van zijn schoonvader het huis met erf en een perceel bouwland voor 500 gulden welke hij bij de koop betaalt. Gerrit Hendrik spaart daarna verder en koopt op 6 september 1879 een stuk dennenbos naast hun perceel van Marc Willem du Tour van Bellinchave en ontgint deze naar bouwland. Maar ja, dat huis, daar moet ook wat mee. In 1882 is het dan zover: Gerrit Hendrik en Maria bouwen een nieuw huis aan de weg. Groter en van steen en met een sluitsteen boven de achterdeur waarop hun initialen en het jaar 1882 staat vermeld. In het nieuwe huis worden nog een zoon en dochter geboren.
 

Gerrit Hendrik Broer is geboren in Harfsen en woonde voor zijn huwelijk bij zijn ouders op de Eesterbrink op de Loobult, daarvoor heeft hij nog wel op diverse boerderijen in Gorssel, Harfsen en Epse gewerkt. In de laatste plaats zal hij Maria hebben ontmoet en op alle boerderijen deed hij ervaring op met het werken op de boerderij wat hem later goed van pas kwam en hij werd later dan ook landbouwer op de Scholtenhof.

De nieuwe boerderij van de familie Broer is groter dan die van de buren op Scholtenplaats en het is mooi om te zien dat de ongehuwde Gerrit Jan Zandscholten in 1889 als kostganger op de Scholtenhof kan komen wonen. En zo komt er dus weer een Zandscholten op de Scholtenhof te wonen! Gerrit Hendrik zal hebben geleerd goed voor zijn naaste te zorgen, van hem is bekend dat hij veel in de bijbel las.

Op de foto hiernaast zien wij Gerrit Hendrik Broer en Maria Karssenberg en op de foto rechts zitten zij tweede en derde van rechts. Wie de andere personen zijn in niet bekend, mogelijk is het familie van Maria's kant. Het is ook mogelijk dat de Gerritdina van 1869 op de foto is te zien, zij trouwde met Hendrik Braakhekke en woonde op de Nieuwe Vos. Het is een uniek plaatje die ons een kijkje in de keuken van de boerderij geeft!

 

Het linker kaartje hiernaast dateert van 1878 en het is duidelijk te zien dat het twee verschillende huizen zijn. Het oorspronkelijke huis met perceelnummer 2144 stond verder van de weg en op het kaartje van 1878 is goed te zien dat deze op hetzelfde kamp stond als het huisje van in die tijd de familie Voortman. Op het kaartje van 1913 is te zien dat achter het nieuwe huis (met perceelnummer 2734) nu een weiland is en dat van het dennenbos een bouwland is gemaakt en er een weggetje is aangelegd. Op de plek van de oorspronkelijke plaggenhut stond later de hooiberg van de nieuwe boerderij. Op het jaar 1913 komen wij zo terug als we weer wat verder in de tijd zijn.
 
Op 25 mei 1895 trouwt oudste zoon Albert Broer met Hendrika Gerdina Schepers en zij gaan dan ook samen op Scholtenhof wonen. Later dat jaar wordt hun dochter Maria Hendrika geboren en in 1898 zoon Gerrit Herman. In 1899 verhuizen zij naar een nieuw huis aan de huidige Kamperweg waar vanaf 1902 de familie Oosterveld woonde. Later wonen zij in Zutphen en Oberhausen en juli 1916 keren zij terug naar Gorssel en wonen dan weer een jaar in op de Scholtenhof. In het bevolkingsregister van 1900 zien wij dat Gerrit Hendrik zijn beroep voerman is geworden. Hij zal vast nog wel hebben gewerkt op de boerderij maar verdient zijn kost kennelijk ook elders. Ook zijn gelijknamige zoon Gerrit Hendrik was is die tijd voerman van beroep en vertrekt in 1903 naar Zwolle waar hij werkt als rangeerder bij de staatsspoorwegen. Jongste zoon Hermanus trouwt op 23 december 1911 met Jenneken Rietman en zij wonen een half jaar in bij de ouders van Hermanus.
 
Op 25 maart 1913 verkoopt Gerrit Hendrik Broer het bouwplaatsje "Schaltenhof" aan Evert Marinus Stormink, de echtgenoot van jongste dochter Gerritdina Maria Broer. De Scholtenhof (want zo hoor je het te schrijven) is dan bijna één hectare groot en bestaat uit huis, schuren en erf met bouwland en weiland en wordt verkocht met al de zich bij gemeld huis bevindende roerende lichamelijke goederen voornamelijk bestaande in vee en kippen, hooi, aardappelen en het gewas op het land. Maar ook enig landbouw, melk en deelgereedschap en meubilair als kabinet, tafels, stoelen, lampen, schilderijen, koper, glas, tin en aardewerk. De koopprijs bedraagt 2800 gulden en Evert Marinus leent daarvoor 800 gulden van Willem Nikkels en voor de overige 2000 gulden verbindt hij zich om levenslang voor zijn schoonouders te zorgen. Dat deed hij nog 7 jaar voor zijn schoonmoeder en 14 jaar voor zijn schoonvader die resp. op 27 juli 1920 en 24 september 1927 zijn overleden.

Het echtpaar woont in 1913 nog op Voskamp op de Eesterbrink en verhuist op 13 oktober van dat jaar met twee kinderen naar de Scholtenhof. Naast landbouwer was Evert Marinus ook houtzager van beroep. Er worden nog vier kinderen op de boerderij geboren. Op de foto links zien wij Gerritdina Maria Broer met de kinderen Evert Marinus en Gerritdina Maria en op de foto rechts zien wij Evert Marinus (in het midden van de foto) met links oudste zoon Hendrik Theodorus.
 
In het bevolkingsregister van 1921 staat Evert Marinus als landarbeider geregistreerd. Zoon Evert Marinus trouwt op 20 augustus 1949 met Tonia Willemina Slettenhaar uit Harfsen en zij gaan ook op Scholtenhof wonen. Er was dus dan weer sprake van dubbele bewoning en het huis kreeg in 1951 bij de onnummering van huisnummers dan ook twee adressen: Veldhofstraat 44 en 46. Evert Marinus was postbode van beroep. Evert en Mine woonden tot 1977 op Scholtenhof en verhuisden toen naar de Haerkamp. Dat was een jaar na het overlijden van hun (schoon) vader die op 2 december 1976 is overleden. Gerritdina Maria Broer was al op 5 januari 1960 overleden. Met Evert Marinus heeft zij op 12 december 1958 nog wel het 50-jarig huwelijk op Scholtenhof mogen vieren, de foto links onder is deze dag gemaakt. Verder zien wij Evert Marinus junior als postbode en Mine Slettenhaar mocht ook even de pet op voor de foto!
 
 
     
1853-1869 Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink Eerste hoofdbewoners
1869-1927 Gerrit Hendrik Broer en Maria Karssenberg Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1913-1976 Evert Marinus Stormink en Gerritdina Maria Broer Gerritdina Maria is de dochter van Gerrit Hendrik en Maria
1949-1977 Evert Marinus Stormink en Tonia Willemina Slettenhaar Evert Marinus is de zoon van Evert Marinus en Gerritdina Maria
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 44-46  
 
 
Amelte
 
  De villa werd in 1915 gebouwd door architect
Van Erven Dorens uit Hilversum
 
1919-......... Herman Johan Hofstede en Johanna Maria  
     
     
  Egbertus is op 4 april 1945 overleden door bombardement in Gorssel, ook dochter Garritdina Jeannette is daarbij omgekomen.
     
1916-.......... Egbertus Wiemerink en Trijntje Wijnstra Eerste hoofdbewoners
  Jan Derk van Koningsveld en Renneke Albertine Wiemerink Renneke Albertine is de dochter van Egbertus en Trijntje
     
     
  G216a>293>437>548 = Kwekerijweg 4 anno 1951.  
 
 
Krakesteijn
 
 
Constance Charlotte Marie Fundter de Bauchène verkoopt op 1 mei 1919 villa "Krakesteijn" te Gorssel, sectie E nr. 3604 aan Sippe Visser en Wijtske Breeuwsma

Op de hoek Kamperweg-Veldhofstraat stond tot 1945 villa Krakestein, dooreen bomaanval in 1945 verwoest. Inmiddels zijn de zandwegen verhard en zijn er nieuwe huizen voor in de plaats gekomen. De laatste bewoner, de heer Mazel, werd op 24 september 1944 door de Duitsers gefusilleerd met zes andere inwoners, in verband met het gepleegde verzet.
Bron: Gorssel in Oude Ansichten deel 1
 
1916-1919 Constance Charlotte Marie Fundter de Bauchène Eerste hoofdbewoonster
1919 Sippe Visser en Wijtske Breeuwsma  
     
     
     
    87a>119
 
 
Veldhofstraat arbeiderswoningen
 
De foto hiernaast dateert van 1980. Betreft fotonummer SZU002018992 van het Regionaal Archief Zutphen.
 
1919- Izaak Terpstra en Trientje Papken G87b>120
1919- Jan Willem Bussink en Gerritjen Timmerije G87c>121, verhuizen in 1921 naar huisnummer 116
1919 Jan van der Tuin en Alberdina Venema G87d>122
1919 Hendrik Mensink en Henders van Swieten G87g>123, afkomstig van 't Elf Uur
1919 Evert Jan van Koningsveld en Elisabeth de Kaste G87e>124
1919 Derk Jan Schoemaker en Lamberta Geertruida Broer G87h>125>181>212> Veldhofstraat 27 anno 1951.
1920 Gerrit Jan Peters en Apolonia Johanna Alders  
1919 Gerrit Eggink en Theodora Lankkamp G87f>126
     
     
     
     
 
Veldhofstraat oneven
 
Eerste registratie in huizenregister van 1921 maar waarschijnlijk al wel eerste bewoning najaar van 1920 en verzuimd daarvoor nog nieuwe pagina's aan te maken in het bevolkingsregister.
 
1921-1921 Pieter Smith en Jeltje de Jong 113>177>208> Veldhofstraat 5
1921-1925 Jan Hendrik Vreeman en Anna de Jager Het echtpaar trouwt op 11-11-1921 en verhuist op 14-10-1925 naar Den Haag.
1925-1952> Antonie Johannes Andries Remelink en Antonia Gerritsen  
1969-1980 G. Koopman Geregistreerd in 1969 en 1980
     
1921-1922 Jozef Verheij en Rika Nab 114>176>207> Veldhofstraat 7
1922-1928 Gerrit Wijnen en Hermina Hanekamp Afkomstig van Epse
1928-1930> Gerrit Jan Roessink en Egberdina Willems Afkomstig van 't Velderhof, woont later (voor 1940) op huisnummer G231>292
1952 Egbert Jan Roessink en Hermina van de Kamp Egbert Jan is de zoon van Gerrit Jan en Egberdina
1969-1980 W. Wunderink Geregistreerd in 1969 en 1980
     
1920-1926 Hendrik Teela en Johanna Jacoba van 't Hul 115, het echtpaar trouwde op 30 oktober 1920
1925-1929 Pieter van der Vaart en Willemina Tent 175>206> Veldhofstraat 9
1929-1929 Willem Lammert Poterman en Hendrika Johanna Evers Mogelijk woont Willem Lammert er al vanaf 1924
1929-1929 Klaas Gerrit van Vals en Rosalie Disterbroth  
1929-1932~ Albert Huetink en Gerritje Smallegoor  
1952-1980 B. Witteveen Geregistreerd in 1952, 1969 en 1980
     
1921-1952> Jan Willem Bussink en Gerritjen Timmerije 116>174>205> Veldhofstraat 11, afkomstig van arbeiderswoning G121
1969-1980> Jan Willem Bussink en Maartje Slom Jan Willem is de zoon van Jan Willem en Gerritjen
     
1921 Garrit Onstenk en Geeske Voskamp 117>173>204> Velfhofstraat 13
  Arend Vreeman en Naatje Doornink  
  Johan Frederik Weggelaar en Cornelia Geertruij Huisman  
  Albertus Slont en Frederika Hartsuiker  
1929-1930 Gerhardus Verwerda en Bernardina Anna Antonia Regeling Afkomstig van dubbele bewoning Nikkelsberg
  Hendrik Oudbier  
1952 Petrus Johannes Bechtel en Johanna Groot Bluemink  
1969-1980 Wilhelmina Gerdina Nijenhuis-Boterman Samen met haar broer Albertus Christiaan Boterman, daarvoor met echtgenoot Jan Willem Nijenhuis
     
1921 Lolke Dijkema en Petronella Egberts 118>172>203> Veldhofstraat 15
<1928-1952> Jan Scholten en Jantje Beuzekamp Samen met vader Jan Albert Beuzekamp die er op 14-01-1928 is overleden
1969 D.J. Nijhof In 1980 geen registratie meer op dit huisnummer
 
 
Noodwoningen Kwekerijweg
 

Petrus Johannes Bechtel en Johanna Groot Bluemink woonden eerst op G285c en later op G285a. In de tussentijd hebben zij gewoond in het boerderijtje bij de begraafplaats.

Oorspronkelijk bestond dit uit drie huisjes maar daar werden er twee van gemaakt toen de familie Onstenk er met een groot gezin kwam wonen.

Waarschijnlijk afgebroken in 1968, adressen Kwekerijweg 1 en 3 worden niet meer genoemd in adresoverzicht van januari 1969.

 
1921-..... Hendrik Jan Kappert en Jenneken Schierboom G285a>425>552
1926 Petrus Johannes Bechtel en Johanna Groot Bluemink Hij is getuige bij aangifte overlijden Hendrika Nijman in 1926
1948-1968 Gerrit Jan Onstenk en Janna Leusveld  
     
1921 Gerrit Jan Pinkert en Christina Bouman G285b>426>554
.......-1960 Johan Albertus Scholten en Anna Bunk  
1960-1968 Jo Smit en Jaantje Onstenk Jaantje is de dochter van Gerrit Jan Onstenk en Janna Leusveld
     
1921 Johannes Marinus Braakhekke en Bertha Dijkman G285c>427>x
  Petrus Johannes Bechtel en Johanna Groot Bluemink  
1926-....... Gerrit Nijman en Hendrika Hoog Stoevenbelt Dochter Hendrika geboren in Gorssel
1952 Onbewoond  
 
 
Hogekamp
 
Deze boerderij werd in 1908 gebouwd op een wat hoger gelegen kamp bouwland en werd daarom de Hogekamp genoemd. Op dit stuk bouwland en aan de overzijde van de weg werd voornamelijk rogge verbouwd waardoor de boerderij ook wel 't Roaland wordt genoemd. Maar omdat deze naam al vergeven is aan een boerderijtje in de Eesterhoek houden we het hierbij op de Hogekamp welke naam ook in lijn ligt met de naam van boerderijen in de buurt zoals Reuvekamp en Grooterkamp.
 

 


Dat zijn ook namen van huidige nieuwbouwwijken in Gorssel welke achter de boerderij zijn gebouwd. Eerder werd al een nieuwbouwwijk in de buurt van de voormalige manege gebouwd. Hierdoor ligt de boerderij tegenwoordig omsloten door vele huizen in het midden van het dorp, maar in 1908 was de situatie nog geheel anders zoals op bijgaand kaartje is te zien. De boerderij is daarin geel gearceerd. Het bouwland aan de overzijde van de weg werd gepacht van de familie Van der Meij van de Roskam. Op een gegeven moment wilden zij dit stuk grond gebruiken voor het dresseren van paarden en werd de pacht opgezegd.

 

 
Eerste bewoners van de boerderij zijn Hendrikus Wiltink en Hendrina ten Have. Hendrikus is afkomstig van Rensink (Olthof) en Hendrina komt van de Drie Kieften uit Joppe en ze trouwden op 2 mei 1908. Uit dit huwelijk wordt op 12 mei 1912 zoon Hendrikus Marten geboren die op 25 oktober 1940 trouwt met Harmina Nieuwenhuis uit Diepenveen. Haar moeder is Willemina Johanna Wiltink die oorspronkelijk van 't Reins afkomstig is. Hendrik Marten zijn roepnaam is Hein en hij was ook wel bekend als "Hein van de Kamp". In die tijd werd er schijnbaar niet meer gesproken over Hogekamp en bij de huidige bewoners is deze naam zelfs niet bekend. Uit het huwelijk van Hein en Harmina wordt ook weer één kind geboren op de Kamp en dit keer is het een meisje genaamd Dinie. Geen grote gezinnen dus op de boerderij waardoor er ruimte over was voor bestedelingen zoals Hendrikus Pikkerij en diens broer Lodewijk Johannes die ook een tijdje op de boerderij woonden.
 
 
De boerderij is gelegen naast de touwslagerij en Hein keek daar het vak af en schafte hemzelf ook een klein machientje aan waarmee hij uit de touwtjes om de stro- en hooibalen zelf dikkere touwen maakte. Een andere bezigheid was dat hij elke zaterdag de zandweg, want dat was de Veldhofstraat nog in die tijd, veegde. Hein was, net als zijn vader, landbouwer van beroep. Naast de rogge verbouwde hij o.a. ook aardappels, haver en voederbieten. Ook werden er koeien gehouden, op een gegeven moment zelfs 15 stuks. Deze graasden niet bij de boerderij, daarvoor was daar niet genoeg weide. De koeien stonden daarom in Joppe en verhuisden in de loop van het jaar naar de uiterwaarden van de Eesterhoek waar ze in de wei van andere familie Wiltink konden staan nabij het Dappersgat. De verhuizing was vaak nog een hele operatie en niet altijd zonder gevaar, zo is Harmina daarbij een keer lelijk gevallen toen de koeien het op een lopen zette.
 
 
De echtelieden Wiltink woonden tot hun overlijden op de boerderij. Dochter Dinie trouwde in 1971 met Wim Mogezomp en deze familienaam is sinds deze tijd verbonden aan de boerderij. Op de foto hierboven zien wij haar met moeder Harmina de melkbussen schoonmaken, dat moest natuurlijk ook op de boerderij gebeuren! Op de andere foto is Hein Wiltink aan het ploegen op het land aan de andere kant van de weg, uiterst rechts is een stuk van de boerderij te zien. Op de foto zijn de woningen te zien die na de Tweede Wereld Oorlog zijn gebouwd en inmiddels alweer zijn afgebroken. Verder was er nog toen nog niets, behalve heel in de verte boerderij Reuvekamp die ook niet meer bestaat. Op de oude kaart is deze boerderij rechtsonder aangegeven en rechtsboven Nieuw Reuvekamp. De families die er woonden, waren de "naaste" buren van de familie Wiltink en zo klopten zij bij elkaar aan voor hulp en gezelligheid. Hoog tijd dat we daarom nu een bezoek gaan brengen aan de bewoners van de eeuwenoude boerderij Reuvekamp!
 
1908-1951 Hendrikus Wiltink en Hendrina ten Have Eerste hoofdbewoners
1940-1989 Hendrikus Marten Wiltink en Harmina Nieuwenhuis Hendrikus Marten is de zoon van Hendrikus en Hendrina
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 12  
 
Het is bijna niet te zien, maar op de foto van de ploegende Hein Wiltink bij het verhaal van Hoogkamp is de eeuwenoude boerderij Reuvekamp te zien waar we nu een bezoek gaan brengen. We lopen daartoe langs de markante hooibergen van deze boerderij welke regelmatig gefotografeerd om gebruikt te worden als ansichtkaart.
 
Reuvekamp
 
Aan de oostkant van Gorssel stonden al heel lang geleden twee boerderijen eenzaam aan de rand van de Gorsselse Heide gelegen aan de Zomerweg, het zijn de boerderijen Grooterkamp en Kleinderkamp. Boerderij Grooterkamp komt hierna aan bod, nu is het eerst de beurt aan boerderij Kleinderkamp welke ook wel het Kleinder en Kleijne Kamp genoemd. Mogelijk wordt de boerderij in de pondschatting van 1494 al genoemd als Hinkamp met als eigenaar Harmen Bueninck te Zutphen die ook als eigenaar wordt genoemd van Grote Hankamp zijnde Grooterkamp.
 
We nemen een flinke stap in de tijd en komen halverwege de 17e eeuw uit bij Jan Gerritsen Kleijnderkamp die in 1655 ook wordt genoemd als "Jan Wolveringh bouman op Reuvecamp". Jan is blijkbaar afkomstig van 't Wolferink (hij is de zoon van Gerrit Wolferinck) en de boerderij wordt nu ook genoemd als Reuvekamp. Hij is getrouwd met Aaltjen en ze krijgen zeker vier kinderen waaronder zoon Gerrit.

Deze trouwt in 1667 met Jenneken Hendericks Veltkamp uit Lochem en ook uit dit huwelijk worden vier kinderen geboren. Gerrit wordt ook Rovecamp en Kleijnderkamp genoemd en het is duidelijk dat de boerderij in die tijd nog steeds bekend stond onder twee namen. Het echtpaar is lang bij elkaar want in 1713 worden "Gerrijt Janssen en Jenneken Hendrijks, ehel. op Kleinderkamp" geregistreerd als lidmaten en zijn zij al 46 jaar getrouwd.

Ook worden in het lidmatenregister van 1713
Derk Janssen en Aaltjen Garrijts genoemd, en aangetekend wordt dat beide echtparen op Kleinderkamp wonen. Aaltjen is de jongste dochter van Gerrit en Jenneken en zij trouwde in 1697 al met Derk Brinkhuis uit Holten die in Gorssel kwam wonen. In een akte van 1701 wordt hij genoemd als "Derck Jansen Brinckhuis op den Reuvencamp". Uit dit huwelijk worden negen kinderen geboren en ook dit huwelijk mocht lang duren, want als Derk op 20 maart 1744 overlijdt zijn ook zij 46 jaar getrouwd.
 
Voor de opvolging is inmiddels gezorgd want dochter Fenneken trouwde in 1731 met Garrit Gosens van boerderij Braamkolk uit de Eesterhoek. Pas na vijf jaar huwelijk wordt er uit dit huwelijk een zoon geboren en daar bleef het ook bij, kinderen krijgen was in die tijd natuurlijk ook nog geen vanzelfsprekendheid. Zoon Gosen wordt op 24 juni 1736 gedoopt en trouwt op 19 juni 1768 met Geertjen Philips Roeterdink die van de gelijknamige boerderij uit Gorssel afkomstig is. Er worden weer eens vier kinderen op de boerderij geboren maar de geboorte van de jongste dochter op 21 januari 1774 maakt Gosen niet meer mee, hij is dan al overleden. Dochter wordt uiteraard naar haar overleden vader vernoemd en krijgt de naam Gosina, we komen haar straks weer tegen.
 

Geertjen moet op zoek naar een nieuwe echtgenoot en vindt hem snel. Ze hertrouwt zij al op 17 april 1774 met Albert Jansen van 't Klaphekke van de gelijknamige boerderij. Deze boerderij was eigendom van Hendricus Wilhelmus Hartkamp en diens broer Johannes Egbertus Hartkamp was eigenaar van 't Reuvekamp. Kennelijk hebben zij e.e.a. geregeld, het was natuurlijk belangrijk dat er weer snel een nieuwe bouwman op de boerderij kwam. De beide broers verkregen de boerderijen in 1760 uit de nalatenschap van hun Henricus Hartkamp die de oorspronkelijke eigenaar van beide boerderijen was en nog vele meer in Gorssel. In zijn tijd trouwde overigens Jan Derksen Reuvekamp (zoon van Derk en Aaltjen en broer van Fenneken) in op 't Klaphekke, vast niet toevallig.

 
Afijn, Albert is de nieuwe pachter van 't Reuvekamp (en gaat ook Reuvekamp heten) en wordt op de boerderij vader van drie kinderen en zo werd Geertjen de moeder van zeven. Haar oudste dochter Gerritjen trouwt in op boerderij Bloedkamp en de reeds eerder genoemde Gosina is degene die op de boerderij blijft wonen. Zij trouwt op 12 april 1795 met Jan Dijkerman van de Grote Muil. Hij is de kleinzoon van de zojuist genoemde Jan Derksen Reuvekamp op Klaphekke, zijn ouders zijn Garrit Dijkerman en Aaltjen Klaphekke. Uit het huwelijk van Jan en Gosina worden acht kinderen geboren, maar niet allemaal op 't Reuvekamp.

Wat is het geval: in 1809 verkopen de kinderen van Johannes Egbertus Hartkamp (die later eigenaar werd) en diens echtgenote Cornelia Lydia Verbeek voor 7800 gulden het erve en goed het Reuvekamp genaamd, in het kerspel Gorssel, onder het Nederkwatier van Zutphen gelegen, bestaande in een huis gemerkt oud nr. 28, nieuw nr. 28 met de verdere getimmerten en het daar bij gehorende hof, bouw en weide land, met alle hout gewasen daarbij staande. Bijzonder is de vermelding van oud en nieuw nummer 28, het lijkt erop dat er in die tijd een andere boerderij is gebouwd. De oude boerderij stond mogelijk aan de overkant van de weg bij de steltenberg welke volgens de latere kadastrale atlas genoemd als een perceel met berg en erf. Op een kaart van 1807 (zie hieronder) staat de boerderij echter al wel aangegeven op de latere plek en staat er niets aangegeven op de plek van de steltenberg. dat blijft dus wat onduidelijk.
 
Duidelijk is in ieder geval wel dat de boerderij wordt verkocht aan Jan "Maddies" (Smoddies) en Teuntje Littink die op boerderij 't Hassink in Epse wonen en willen verhuizen naar boerderij Reuvekamp. Dit betekent dat de pachters Jan en Gosina de boerderij moeten verlaten, maar ze kunnen wel gaan wonen op boerderij 't Hassink. Ze verhuizen met hun zes kinderen en ook de ouders van Jan en de moeder van Gosina gaan op 't Hassink wonen. Albert, de stiefvader van Gosina, is voor maart 1806 al op 't Reuvekamp overleden. Jan en Teuntjen gaan als nieuwe eigenaar op 't Reuvekamp wonen en zijn de eerste bekende eigenaars die er ook wonen, alle reeds genoemde hoofdbewoners zullen de boerderij hebben gepacht.
 

Jan Smoddies is afkomstig van boerderij Smoddies uit Lettele maar woonde na zijn huwelijk in 1789 met zijn eerste echtgenote Maria Driessen Hassink op de boerderij bij 't Hassink in Epse en werd nadien Hassink zoals dat in die tijd nog gebruikelijk was. In 1809 was de situatie met de komst van Napoleon wat veranderd en was het niet meer de bedoeling dat de achternaam zomaar gewijzigd werd als men op een andere boerderij kwam te wonen. In Gorssel wordt Jan dus geen Reuvekamp genoemd maar is het gewoon Jan Hassink op Reuvekamp. Hij kwam in 1809 met Teuntjen (met wie hij trouwde in 1791) en zes kinderen naar de boerderij, er worden op 't Reuvekamp geen kinderen meer geboren. Jan Hassink is op 5 juni 1825 overleden en Teuntjen zal in of kort na 1826 zijn verhuisd naar het erve Zwavink in Eefde waar haar jongste dochter Hermeijna was ingetrouwd met Jacobus Zwavink.

Oudste zoon Mannes had inmiddels het stokje al overgenomen. Hij was in 1821 getrouwd met Teuntjen Vrolijk van boerderij Scheperboer uit Loo, zij wordt daarom ook wel Scheperboer genoemd. Er worden vijf kinderen waarvan er één in 1829 jong overlijdt. Teuntjen overlijdt op 18 september 1835 en Mannes hertrouwt met op 25 november 1836 met Derkjen Waaijenberg uit Brummen en ze krijgen samen nog een dochter. In die tijd was boerderij het Reuvekamp, bestaande uit een groot aantal percelen, bijna 20 hectare groot, een aanzienlijke boerderij dus. Het was toen hoofdzakelijk een akkerbouwbedrijf en er was veel werk te doen. Daarvoor had Mannes veel dienstknechten maar ook zijn jongere broers Gerrit, Albert en Garrit Jan wonen en werken door de tijd heen op de boerderij.

 

In de eerste helft van de 19e eeuw liet de familie Hassink een nieuwe boerderij bouwen. Het was een grote statige T-boerderij van ongeveer 18 meter breed en 25 meter lang. Hierin was ook een aantal bedsteden en boven was er een meiden- en een knechtenkamer. Er zat nog een mooie ouderwetse schouw in en ook een ingemetselde oven met een metalen deur, hierin is meer dan 100 jaar lang brood gebakken. In het achterhuis was aan de ene kant stalruimte voor koeien en aan de andere kant een paar varkenshokken en drie paardenstallen.

Daarnaast een lange en brede schuur met zowel aan de voorkant als de achterkant twee grote dubbele deuren waar men wel twee wagens, geladen met hooi of graan, naar binnen kon rijden. In deze schuur was stalruimte voor jongvee, een paar varkenshokken en een afgetimmerde ruimte voor de koets. De koets werd gebruikt om mee naar de kerk of op visite te gaan, maar ook bij het trouwen en begrafenis. Vele jaren later, toen de koets versleten was, werd deze ruimte gebruikt voor de berging van werktuigen en machines. Dan was er nog een afgetimmerde ruimte waar o.a. een fornuispot in stond voor o.a. het koken van de aardappels om aan de varkens te voeren en het opkoken van wasgoed.

Verder waren er nog een paar kippenhokken en wat zaad- en hooibergen, zoals ook op de luchtfoto is te zien. Deze beschrijving is overgenomen van het artikel "Boerderij Reuvekamp" geschreven door Ap ten Have in Ons Markenboek.

 
Even tussendoor: op 25 september 1855 overlijdt Philippus Reuvekamp op Nooitgedacht, hij is de zoon van Albertus Jacobus Reuvekamp en Johanna Gosina Dijkerman. Dit echtpaar woont later op Reuvekamp in Epse welke zij hebben gesticht. Albertus Jacobus is de kleinzoon van Albert Reuvekamp & Geertjen Roeterdink en Johanna Gosina is de kleindochter van Jan Dijkerman & Gosina Reuvekamp. Hun beide grootouders waren dus hoofdbewoners van 't Reuvekamp en ze waren ook nog familie van elkaar. Maar zo kwam de huisnaam Reuvekamp ook in Epse terecht.
 

Terug naar de familie Hassink. Opvolging komt uit de volgende generatie, de derde al. Het is zoon Willem die het boerenbedrijf voortzet en doet dat ook met twee echtgenotes. Hij trouwt op 9 juni 1866 met Rika Johanna Barmentloo uit Brummen en hertrouwt na haar overlijden in 1871 op 24 juli 1873 met Janna Dijkman uit Laren. Uit het eerste huwelijk worden vier kinderen geboren, maar het is er maar één die oud wordt. Ook het uit huwelijk met Janna worden vier kinderen geboren en gelukkig gaat het met drie van hen goed. Maar als op 22 augustus 1887 een dochter levenloos ter wereld komt is ook nu weer het verdriet groot en was er een gedrukte stemming in huis, er mocht niet meer gelachen worden in het gezin. Later dat jaar wordt er nog een kind geboren, het betreft een dochter van Mina Tonia Derkje (uit het eerste huwelijk van Willem) maar het kind wordt onecht geboren, iets waar men in die tijd ook niet erg vrolijk van werd.

In 1900 sluiten Willem en Janna een contract met hun twee oudste kinderen, zoon Hendrik Richard Johannes en dochter Johanna. Ze verbonden zich behulpzaam te zijn in de uitoefening van hun ouders boerenbedrijf en alle werkzaamheden te verrichten welke gewoonlijk door een dienstbode worden gedaan. Hiervoor kregen zij per jaar 80 guldens betaald plus kost en inwoning.

Op 3 januari 1902 overlijdt Willem en later dat jaar vertrekt dochter Johanna van de boerderij als ze trouwt met Albert Haijtink en op boerderij Klein Reuvekamp gaat wonen, zie elders op deze pagina. Bij het huwelijk van Johanna is het erve Reuvekamp verdeeld tussen haar en Hendrik Richard Johannes.

 

Op 7 mei 1904 trouwt Hendrik Richard Johannes met Geertjen Boschloo van 't Dijker. Uit dit huwelijk worden wederom vier kinderen geboren waarvan de jongste twee een tweeling was waarvan het jongetje genaamd Willem maar 19 dagen geleefd heeft. Op de foto hiernaast zien wij het echtpaar en de foto daarnaast is van Derkjen Hassink, de jongste dochter van Willem en Janna die in 1908 trouwde met Jan Nieuwenhuis en toen in Eefde ging wonen.

Hendrik was van de vierde en laatste generatie Hassink op 't Reuvekamp. De familie Hassink stond bekend als vooruitstrevende boeren die het bedrijf goed runden. Oorspronkelijk was het, zoals vermeld, hoofdzakelijk een akkerbouwbedrijf, maar later werd het een gemengd bedrijf met koeien, varkens en kippen. In 1928 besluiten Hendrik en Geertjen het rustiger aan te gaan doen en een nieuwe kleinere boerderij te bouwen welke de naam Nieuw Reuvekamp krijgt.

Boerderij Reuvekamp wordt in 1928 met ongeveer 9 hectare grond verpacht aan Gerrit Cornelis Wilbrink en Hendrika Memelink. Het jaar 1928 is niet zeker omdat volgens het bevolkingsregister de familie Wilbrink in 1930 nog op "Massink" in Harfsen woonde. Gerrit Wilbrink heeft zich op Reuvekamp snel aangepast en het bedrijf met succes voortgezet. Oudste zoon Albert trouwde in 1948 met buurmeisje van Berendina Leunk van 't Grooterkamp. Vanaf 1952 stond het pachtcontract op hun naam en hebben zij het bedrijf voortgezet. Voor meer informatie zie het artikel in OMB, foto's van beide echtparen nog achteraan gaan.

 

Op de luchtfoto hiernaast is boerderij Nieuw Reuvekamp te zien, hier heeft Hendrik Hassink nog een aantal jaren geboerd. Op hun oude dag zijn Hendrik en Geertjen nog jarenlang verzorgd door hun ongetrouwde dochter Gerritdina Hassink. Geertjen is er in 1967 overleden en Hendrik is in 1969 in Twello overleden waar hij nog woonde bij zijn zoon Anton. In 1971 trouwt Gerritdina alsnog op 54-jarige leeftijd met weduwnaar Hermanus Jansen van de Piepenbelt te Eefde die toen bij haar op Nieuw Reuvekamp kwam wonen. Het huidige adres is Kamperweg 3.

De gemeente Gorssel was in de jaren '70 op zoek naar grond voor nieuwbouw en de grond van boerderij Reuvekamp was gelegen aan de rand van het dorp en dus erg geschikt. Boerderij Reuvekamp was oud en moest eigenlijk totaal vernieuwd worden en de familie Hassink wilde wel meewerken aan dit plan. Pachter Ab Wilbrink, wiens pachtcontract op 22 februari 1976 eindigde, werd een baan aangeboden bij de gemeente en mocht zolang op de boerderij blijven wonen. In 1979 verhuisde de familie Wilbrink naar de inmiddels gebouwde woonwijk Smitskamp.

In de lente van 1979 wordt de oude, te renoveren, boerderij Reuvekamp met schuur en bijbehorende grond van ca. 3,5 hectare door de gemeente aangeboden voor verkoop. De boerderij wordt niet verkocht en de gemeente laat deze in december 1979 afbreken. Begin jaren '80 wordt vervolgens woonwijk Reuevekamp gebouwd. De boerderij stond ongeveer op de plek van huidig adres Reuvekamp 2.

 
1655 Jan Gerritsen Kleijnderkamp en Aaltien Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1667-1717> Gerrit Jansen Kleijnderkamp en Jenneken Hendericks Veltkamp Gerrit is de zoon van Jan en Aaltien
1697-1762 Derck Jansen Brinkhuis>Reuvekamp en Aeltjen Gerrits Kleijnderkamp Aeltjen is de dochter van Gerrit en Jenneken
1731-1768> Garrit Gosens Braamkolk>Reuvekamp en Fenneken Derks Reuvekamp Fenneken is de dochter van Derck en Aeltjen
1768-1774 Gosen Garrits Reuvekamp en Geertjen Philips Roeterdink Gosen is de zoon van Garrit en Fenneken
1774-1809 Albert Jansen Klaphekke>Reuvekamp en Geertjen Philips Roeterdink Albert is de tweede echtgenoot van Geertjen
1795-1809 Jan Dijkerman en Gosina Reuvekamp Gosina is de dochter van Gosen en Geertjen
1809-1826 Jan Hassink (Smoddies) en Teuntjen Littink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1821-1835 Mannes Hassink en Teuntjen Vrolijk (Scheperboer) Mannes is de zoon van Jan en Teuntjen
1836-1877 Mannes Hassink en Derkjen Waaijenberg Derkjen is de tweede echtgenote van Mannes
1866-1871 Willem Hassink en Rika Johanna Barmentloo Willem is de zoon van Mannes en Teuntjen
1873-1931 Willem Hassink en Janna Dijkman Janna is de tweede echtgenote van Willem
1904-1928 Hendrik Richard Johannes Hassink en Geertjen Boschloo Hendrik is de zoon van Willem en Janna
1928-....... Gerrit Cornelis Wilbrink en Hendrika Memelink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1948-1979 Albert Wilbrink en Berendina Leunk Albert is de zoon van Gerrit en Hendrika
     
  Huidig adres: Afgebroken in 1979, adres was Kamperweg 9  
 
Kaart 1807
 
 
Grooterkamp
 
Werd anno 1274 en 1462 nog Harzecamp genoemd. “Harzecamp gelegen met allen syden end eynden an der heyden” (1274). Gelegen kerspel Gorsloe, buertschap Eschede. Later ook wel Kamperman genoemd. Pondschatting 1494 Grote Hankamp en mogelijk genoemd in de pondschatting van 1492 als "Herkamp" met ene Johan als bouman. En in 1382 wordt genoemd een "Mens ten Kampe" in den kerspel van Goirslo.
 

Vanaf 1651 zijn Gerrit Peters en Fenneken Jans de bewoners op Grooterkamp, zij zijn afkomstig van 't Asseler in Harfsen. Het echtpaar heeft acht kinderen waarvan er vier (allemaal zoons) trouwden en vier waarschijnlijk ongehuwd bleven. De zoons die trouwden zijn Jacob (eerst Grooterkamp, later Kerkenstede), Derk (Groot Bannink), Arent (Dommerholt) en Jan (Holterman). De vier andere kinderen Willem, Marrie, Elsken en Gerrit bleven op de bouwerij wonen. Zij hadden deze gekocht van hun broers Arend en Derk en de kinderen van de inmiddels overleden Jacob en Jan. Dat zal ongeveer in 1685 zijn geweest.

Zoon Jacob woonde eerst op Groterkamp en vanaf circa 1666 op de Kerckenstede. Hier woonde waarschijnlijk zijn vader Gerrit al in 1659 ervan uitgaande dat hij "Gerrit aen de Kerke" is.

In 1705 transporteert Jacob de Buininck erve Groterkamp aan zijn zoon Herman de Buininck. Op 27 augustus 1731 donateert Margaretha Maria Knoppert, weduwe van Herman de Buininck, de erve Groterkamp aan haar vijf kinderen w.o. Marcel Hendrik en Cecilia Elisabetf. Deze legateert op 2 februari 1749 aan haar broeder Marcel Hendrik van Buinink al haar inboedel en geraakheid des huizes zo alhier op Groterkamp.

Grooterkamp bestond uit een boerderij en herenhuis welke het spijker werd genoemd. Hier woonde de eigenaar, al dan niet permanent. Rond 1770 woont hier de eigenaresse Arnolda Columba van Stuurman. Met de jaarwisseling krijgt zij een brief en op de voorkant van de envelop staat geschreven "residerend op Groterkamp". De brief werd afgegeven op de Roskam welke dus ook min of meer als postkantoor diende.

Uit een magescheid van 1751 blijkt dat het Erve Groterkamp bestaat uit het eigenaars huijs, hof op Groterkamp, met het boerenhuijs, berg, schaapschot en schuure. En heel veel grond, daar passen heel wat wijken Grooterkamp op!

 
In de geschiedenis van Groterkamp is er strijd om de erfenis, de reden de Freules hebben de gelofte van armoede afgelegd. Drie freules van Buininck beginnen (bouwen) Abdij Schledenhorst in Rees Duitsland. Het bestaat niet meer, er staat alleen nog een kapelletje langs de weg. En dan hoef je geen geld meer te erven, redeneert de familie Buininck, maar de freules winnen deze strijd. Groterkamp, het bezit het is kort na het overlijden van vader Buininck in twee bezittingen verdeeld. Na het overlijden van Arnolda Columba de Küttschreutter douairière van Buinink, geboren Stuerman ging haar helft van dit bezit naar de heer Abraham Pierre de Braconier en zijn vrouw Arnolda Josepha Marcelina barones van Stuerman. Jacobus ten Velde koop de erve Groterkamp van de bovenstaande personen. Jacobus ten Velde heeft dan nooit meer dan een onafgedeelde helft in en aan Groterkamp en Kijvenkamp (Reuvekamp) bezeten. Na het overlijden van Jacobus ten Velde hertrouwd Janna Lankhorst met Evert Martens. Die verkopen hun helft van Groterkamp aan Frederik Christiaan Colenbrander. Deze had toen de andere heft al in zijn bezit.“Dat alzo de comparanten (Evert Martens en Janna Lankhorst) zijn eigenaren voor de onafgedeelde helft van de meergedachte erve, met alle aan en onderhorigheden; eigenaar van de onafgedeelde wederhelft zijnde de heer Frederik Christiaan Colenbrander koopman wonende hier ter stede”. Bron: E-mail Albert 14-02-216.
 

Dit is het eigenaars huis ook wel het spijker genaamd. Tekening is van 1720.

In het register van oorlogsschade van 1797-1798 over de periode 1794-1795 wordt genoemd Berend Kamperman, dat is Berend ten Velde.

Op 20 mei 1798 wordt op Grooterkamp een zoon geboren van Abraham Pierre de Braconier de Mortaigne en Arnolda Sophia (Josepha) Marcelina Sturman die familie zal zijn geweest van Arnolda Columba die toen waarschijnlijk nog op het herenhuis woonde. Zij is op 5 januari 1811 in Kampen overleden en het echtpaar de Braconier woonde daar toen ook.

In 1815 is Berend ten Velde de hoofdbewoner van de boerderij en wordt ook Bernard Joost Lulofs geregistreerd in de hoofden van huisgezinnen in de gemeente Gorssel. Hij zal in het herenhuis hebben gewoond en is ontvanger van de gemeente Gorssel en zal waarschijnlijk de meeste tijd in Zutphen hebben gewoond waar hij op 9 oktober 1815 ook is overleden. Zijn vader is Hendrik Jan Lulofs die ook ontvanger der convoijen en licenten van beroep was en tevens eigenaar van boerderij de Grote Muil.

In 1835 wordt het erve Groterkamp verkocht door Everardus Wilhelmus Martens en Johanna Wanderina Lankhorst aan Frederik Christiaan Colenbrander die een jaar later overlijdt. Zijn gelijknamige kleinzoon Frederik Christiaan Colenbrander erft de boerderij op 31 januari 1839 maar overlijdt kort daarna op 20 februari 1839 waarna het erve Groterkamp via boedelscheiding overgaat naar zijn moeder Elizabeth Fischer die op den Huize Eschede woont. Een jaar later trouwt zij met Jacobus Sappius Graevestein.

 
Veiling 1848: Het erve en goed Groterkamp, bestaande in huis, schuur, bakhuis, welwaterspomp en twee zaadbergen met boomgaard, bouwland, weidegrond en dennenbosch te zamen groot 27 bunders. Bouwland den Grootenkamp was zes bunders groot. Het erve en goed Eijkerkamp was verpacht aan Evert Jan Eijerkamp voor 653 gulden per jaar en aanvaardbaar per 22 februari 1849.

24-05-1848: Verkoop door Heer Jacobus Sappius Graevenstein gepensioneerd Majoor der Infanterie en deszelfs ten dezen door hem geadsisteerde en geauthoriseerde Echtgenoote vrouwe Elisabeth Fischer te zamen wonende op den Huise Eschede onder Gorssel.
Perceel 1: Het Erve en goed Groterkamp, bestaande in huis, schuur, bakhuis, welwaterpomp en twee zaadbergen met boomgaard, bouwland, weidegrond en dennenbosch, te zamen groot zeven te twintig Bunders, acht en zeventig roeden en twintig ellen, kadastraal voorkomende in Sectie E numeris 1089. Bouwmanswoning met achterhuis, schuur, twee zaadbergen, bakhuis en pomp ter grootte van vier en dertig roeden twintig ellen.
474. Bouwland, den Grooterkamp, groot zes bunders een en veertig roerden zeventig ellen.
475. Boomgaard, groot vijf roeden dertig ellen.
478. Tuin, groot achttien roeden.
479. Weiland, groot achttien roeden vijftig ellen.
480. Dito, groot een bunder, een roede zestig ellen.
523. Bouwland, den Nieuwenkamp, groot vijf en zeventig roeden vijftig ellen.
568 gedeeltelijk en 572 geheel, Dennenbosch, groot zes bunder drie en tachtig roeden en veertig ellen.
568. gedeeltelijk, Weiland, den Lagenkamp, groot een bunder vier roeden zeventig ellen.
569. Weiland den Lagenkamp, groot vijftien roeden tachtig ellen.
570. Idem, idem, groot een bunder tien roeden twintig ellen.
574. Idem, idem, groot drie en twintig roeden zeventig ellen.
573. Berg en erf, groot acht roeden tien ellen.
849. Hakhout, groot een en twintig roeden tachtig ellen.
1060. Heide, Plaggenblok, groot acht bunder een en dertig roeden zestig ellen.
1088. Boomgaard, groot twee en twintig roeden tachtig ellen.
575. geheel en 1126 gedeeltelijk Dennenbosch, groot een en zestig roeden dertig ellen.
Dit perceel is verpacht aan Evert Jan Eijerkamp voor zeshonderd drie en vijftig gulden in het jaar en is in werkelijk gebruik en genot aanvaardbaar den twee en twintigste februari achttien honderd negen en veertig voorbehoudens nogtans het regt van den vertrekkenden bouwman om twee derde gedeelte van het gepachte bouwland toe te zaaijen en daarvan te genieten drie vijfde en door den op komenden bouwman te doen genieten twee vijfde.
Dit en het volgende perceel is aan de Vrouwe Comparante opgekomen uit de nalatenschap van haren zoon wijlen den Heer Frederik Christiaan Colenbrander, Gerardus Johanneszoon, in leven Landeigenaar, gewoond hebbende en den twintigsten februari achttien honderd negen en dertig op den Huize Eschede voornoemd overleden, wiens eenige erfgename zij geweest is, krachtens des zelfs testament den zestiende Augustus achttien honderd drie en dertig voor wijlen den te Zutphen geresideerd hebbende Heer notaris Mr. Jacob Joan Schluiter en getuigen gepasseerd behoorlijk geregistreerd, terwijl die goederen aan wijlen gezegden Heer Colenbrander zijn toegedeeld bij acte van scheiding over de nalatenschappen zijner grootouders wijlen de echtelieden den Heer Frederik Christiaan Colenbrander senior en vrouwe Maria Wissink, den een en dertigsten Januari achttien honderd negen en dertig, voor den te Zutphen residerende Heer Notaris Herman Francois Lulofs en getuigen gepasseerd, behoorlijk geregistreerd en overgeschreven ten kantore van hypotheken te Zutphen den vijftienden februari volgende deel 4 nummer 67.

Perceel 1 wordt gemijnd op 7.110 gulden door Antonij Wiltink van 't Dijkerhof maar wordt voor bedankt.
 
In 1857 laten zij het erve en goed Groterkamp opnieuw veilen. Het geheel is groot 27 bunders en 80 roeden en op het erf staat de bouwmanswoning met achterhuis, schuur, twee zaadbergen, bakhuis en pomp.


De boerderij wordt verkocht aan Gerrit Brouwer. Tevens worden het daghuurdersplaatsje Kleinkamp en de katerstede Veldscholten verkocht.

Pachter in 1857 is
Jan Derk Wolterink wiens contract op 22 februari 1859 verloopt, hij betaalt 490 gulden per jaar.
 
 
1591-1603 Jan Reijnts en Derrisken Jansen Smeijnck Stiefvader en moeder van Gerrit Smeijnck, zij verhuizen naar 't Smeenk na waarschijnlijk 12 jaar pacht
1645-1651 Jan Albertz en Aeltien Stevens Jan Albertz bouman op Groterkamp
1651-1659 Gerrit Peters Asseler op Grooterkamp en Fenneken Jans Groot Bannink Vertrekken met zoon Jacob naar de Kerckenstede
1654-1666 Jacob Gerrits Groterkamp en Berentjen Wolters Jacob is de zoon van Gerrit en Fenneken
1666-....... Willem, Marrie, Elsken en Gerrit Groterkamp Zij zijn de broers en zussen van Jacob
1694-1704 Gerrit Arentsen Alferdink op Groterkamp en Berentjen Wendels op de Horst Gerrit is de kleinzoon van Gerrit
  Onbekend, mogelijk nog Willem, Marrie, Elsken en Gerrit Groterkamp?  
1716-1750 Hendrik Gierman-Camperman en Gerritjen Gerrits Alferdink Gerritjen is de dochter van Gerrit en Berentjen
1746-1754 Gerrit Hendriks Camperman en Janna Jansen Boevink Gerrit is de zoon van Hendrik en Gerritjen
1754-1762 Gerrit Hendriks Camperman en Janna Jansen Wegstapel Het echtpaar verhuist in 1762 naar erve Hakkert te Dijkerhoek
1750-1771> Marcel Hendrik van Buijnink en Arnolda Columba Sturman Eigenaar
1770-1780 Jacobus Brink en Johanna Willemsen Pachter
1780-1783 Jacobus Brink en Maria Gerrits Maria is de tweede echtgenote van Jacobus
1784-1838 Berend ten Velde en Maria Gerrits Berend is de tweede echtgenoot van Maria
1817-1829 Jacobus ten Velde en Johanna Wanderina Lankhorst Jacobus is de zoon van Berend en Maria, hij koopt Groterkamp in 1819 (daarvoor pacht)
1831-1840 Everardus Wilhelmus Martens en Johanna Wanderina Lankhorst Everardus is de tweede echtgenoot van Johanna, hij verkoopt Groterkamp in 1835
1840-1842 Albert Nikkels en Jenneken van Hummel  
1843-1848 Evert Jan Eijerkamp en Jenneken van Hummel Evert Jan is de tweede echtgenoot van Jenneken
1849-1859 Jan Derk Wolterink  
1859-1868 Evert Brouwer en Johanna Hendrika van der Meij  
1868-1870 Bartha Roeterdink met kleinkinderen  
1870-1878 Derk Jan Horstman en Gerritje Scheuter  
1878-1887 Gijsbert Jan Willemsen en Derkjen Gerrits  
1887-1894 Klaas Klijn Velderman en Hendrika Jacoba Brinkman  
1896-1899 Klaas Klijn Velderman en Willemina Maria Smeenk Willemina Maria is de tweede echtgenote van Klaas
1899-1918 Engbert Jan Reilink en Gerritjen van Til  
1905-1966 Jan Bertus Leunk en Dina Reilink Dina is de dochter van Engbert Jan
1942-....... Gerrit Kloosterboer en Harmken Leunk Harmken is de dochter van Jan Bertus en Dina
1970-1995 Hendrik Jan Dommerholt en Trees Nijland Geen familie van vorige hoofdbewoners
 
 
Kamperweg 4
 
  Het echtpaar woont vanaf 15 juni 1905 in Gorssel op huisnummer G198a>211 = Kamperweg 4 anno 1951.
Zal mogelijk zijn gebouwd op perceel grond te Gorssel, sectie E nrs. 2605 enz. Deze koopt Gerrit op 21 maart 1905 van Marten Nikkels.

Op 14 februari 1906
 
1906-1919 Gerrit Slooff en Barbara Francisca Bertram Eerste hoofdbewoners
1920- Gerritjen Schepers Gerritjen is de moeder van Sientje Olden, de schoondochter van Gerrit en Barbara
  G.W. Meerman  
1923 Derk Jan van Vorden en Johanna Hendrika Berfelo  
     
    Huisnummer 211>282
 
 
Kleinkamp
 

Hier bespreken wij de bewoning van de daglonerswoning Kleinkamp welke niet te verwarren is met Kleijnderkamp wat in een vroegere periode een andere naam voor Reuvekamp is geweest. Het lijkt erop dat de daglonerswoning pas na 1832 is gebouwd (staat niet op de kadastrale kaart van 1832, perceel 576 was toen allemaal heide in eigendom van Fredrik Christiaan Colenbrander junior) en dat de naam Kleinkamp is gebruikt omdat deze vlakbij de Groterkamp stond van dezelfde eigenaar en de naam Kleijnderkamp in de vergetelheid was geraakt. De daglonerswoning Kleinkamp zal rond 1840 zijn gesticht en stond vlakbij Groterkamp en was ook in eigendom van Elizabeth Fischer van 't Eschede. Eerste bewoners Harmen Botterman en Geesken Boterman (weduwe van Hendrik Bomer) trouwden op 29 december 1837 en woonden waarschijnlijk eerst in de Eesterhoek op de Oude Vos of Dijkerhof (in ieder geval dichtbij Huize Eschede) waar hun dochter Janna in 1838 is geboren. Hun tweede dochter Hendrika Maria is in 1841 op Kleinkamp geboren, deze had toen huisnummer 68a. Op 26 december 1847 overlijdt Geesken Boterman en kort daarna overlijdt dochter Hendrika Maria op oudejaarsdag. Harmen hertrouwt op 21 april 1848 met Johanna Brokken en uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren waarvan de laatste op 17 december 1853 en Jan Derk Wolterink van 't Groterkamp is dan getuige bij de aangifte.

 
Veiling 24-05-1848 perceel 2 (perceel 1 is Groterkamp): Het daghuurdersplaatsje Kleinkamp, bestaande in huis en pomp, met daarbij gelegen bouw en weideland, veldgrond en houtgewas, te zamen groot drie bunders negen roeden en vijf ellen, kadastraal voorkomende in Sectie E numeris
1125, Huis en Erf, Kleinkamp groot vijf en zeventig ellen,
1126. gedeeltelijk veldgrond met dennen bezaaid, groot acht en veertig roeden vijftig ellen.
1126. gedeeltelijk weide, groot een bunder een roede zeventig ellen.
1126. gedeeltelijk bouwland, groot een bunder drie en vijftig roeden veertig ellen.
1126. gedeeltelijk Cingelberken, groot vier roeden zeventig ellen.
Dit perceel is in pacht bij Harmen Boterman tegen zes en dertig gulden in het jaar en in werkelijk gebruik en genot aanvaardbaar den twee en twintigsten februari achttien honderd negen en veertig. Het zelve geniet vrijdom van belasting, te weten het huis tot achttien honderd zestig en de grondstukken tot achttien honderd een en zestig.
Verkopers zijn Heer J. Sappius Graevenstein en vrouwe E. Fischer op den huize Eschede. Het tweede perceel op eene hoogere som zijnde voorgehangen is afgeteld tot op den inzetprijs van zeshonderd gulden en alzoo provisioneel bij den inzetter verbleven.

Het daghuurdersplaatsje wordt samen met Groterkamp in 1848 en later 1857 geveild en bestaat dan uit een huis, erf en pomp met perceelnummer 1125. Daarbij hoorde een stuk veldgrond, bouwland, een singel berken met beuken heisters en een weide met kolk met een gezamelijk oppervlak van ruim drie bunders. Perceelnummers daarvan zijn 1351, 1352, 1353 en 1355. Dit zijn nieuwe perceelnummers welke zijn ontstaan na 1832 en zullen zijn ontstaan uit perceel 1126 welke nog in de akte van 1848 wordt genoemd. Perceel 1352 is de weide met kolk.In de akte staat geschreven dat Harmen Boterman het geheel pacht voor 40 gulden per jaar (dat was in 1848 nog 36 gulden) en dat het pachtcontract eindigt op 22 februari 1859, op dezelfde dag als het pachtcontract van Jan Derk Wolterink. Bijzonder gegeven is ook dat Elisabeth Fischer het heeft verkregen uit de nalatenschap van haar zoon Frederik Christiaan Colenbrander die op 20 februari 1839 al is overleden en toen moet het huisje dus al zal hebben bestaan. Koper van Kleinkamp is Hendrik Jan Wunderink die er 1170 gulden voor betaalt.

Huisnummer 68a, vanaf 1866 huisnummer 101.

In 1861 wonen er Hendrik Jan Wunderink en diens echtgenote Wilhelmina Happé. Zij trouwden op 1 februari 1861 en een dag later werd hun eerste kind geboren! Wilhelmina Happé verhuist op 15 april 1909 met dochter Wilhelmina en kleindochter Wilhelmina naar Eefde en het huis is daarna onbewoond en zal zijn afgebroken.

Akte d.d. 07-03-1918: betreft een perceel weiland nabij "De Kleine Kamper " te Gorssel, sectie E nr. 3399. Verkoop waarschijnlijk door Frans Lenselink aan Gerrit Jan Klein Velderman.

In 1921 wordt op het perceel van Kleinkamp een nieuw huis gebouwd. Eerste bewoners zijn Jan Dijkstra en Johanna Theodora de Raadt die van 1921 tot 1923 wonen. Daarna zijn het Bartholomeus Schuring en Anna Maria de Jong die in het nieuwe huis komen wonen. Op 9 mei 1930 komen Willem Gerrit Evert Valk en Okje Hoegsma er wonen en in 1936 wonen zoon Gerard Bertus en schoondochter Louise Bekker voor een half haar ook op dit adres. In 1952 zal zoon Gerard Bertus er weer wonen samen met zijn moeder, Willem Gerrit Evert is in 1950 overleden. Er wordt in 1952 ook een mej. M.C. Spapens geregistreerd.

Aan de overzijde van de weg wordt in 1921 een theekoepel gebouwd op een heuveltje. De grond is oorspronkelijk een stuk bouwgrond van de familie Hassink van 't Reuvekamp en een gedeelte daarvan wordt op 30 oktober 1920 door Albert Haijtink van Klein Reuvekamp verkocht aan Johannes Christiaan Idenburg. Betreft perceel 3286 welke zal zijn afgesplitst van perceel 472 of 473 welke in 1832 nog in eigendom waren van Mannes Hassink. Op de weg zien wij een jongen met ezel staan, maar niet duidelijk is wie deze jongen is, mogelijk een Leunk van Groterkamp? Het theehuisje wordt koepel Idenburg (Ginneken) genoemd. Later wordt er op deze plek een huisje gebouwd door de familie Dommerholt van Groterkamp en dit huisje stond bekend als de koepel.
1840-1847 Harmen Botterman en Geesken Boterman Eerste hoofdbewoners
1848-1859 Harmen Botterman en Johanna Brokken Johanna is de tweede echtgenote van Harmen
1859-1909 Hendrik Jan Wunderink en Wilhelmina Happé  
     
1921-1923 Jan Dijkstra en Johanna Theodora de Raadt  
1923-1930 Bartholomeus Schuring en Anna Maria de Jong  
1930-1952> Willem Gerrit Evert Valk en Okje Hoegsma Het echtpaar is afkomstig uit Frankrijk
     
  Huidig adres: Afgebroken, overgegaan naar Kamperweg 2  
 
 
Lindeboomweg 4
 
1910-........ Berend Jan Biezemaat en Sientje Olden Eerste hoofdbewoners
     
     
     
    G207a>280
 
 
 
 
 
 
 
Groote Haar
 

De Groote Haar wordt ook wel de Haar, Klein Joppe en Klein Eschede genoemd. Van bijgaande tekening wordt verondersteld dat deze van 't Eschede zou zijn maar daar bestaan toch nog wel twijfels over. De tekening is namelijk gemaakt door Wijnand Klinkhamer, broer van Sibout Christiaan Klinkhamer. Wellicht is er verwarring ontstaan door de namen Eschede en Klein Eschede.

Op 4 maart 1843 wordt Machtilda Cornelia Susanna Nijenhuis op den Huize de Haar geboren als dochter van Jan Willem Nijenhuis en Hanna Elisabeth Ovink die later op Ravensweerd woonden.

Martina Aletta Smeer is op 27 april 1864 overleden op de Groote Haar. Sibout gaat daarna bij zijn dochter Sara en schoonzoon Jan Antonij Hendrik Gooszen wonen op de Bloemenkamp in het dorp Gorssel. De Groote Haar is daarna onbewoond en waarschijnlijk in 1866 afgebroken. Uiteindelijk woont Sibout bij de familie Schut op de Kleine Haar.

1 september 1864, akte van verpachting van percelen bouwland op de bouwkamp "de Haar" bij de Kappersbrug te Gorssel door Gustaaf Frederik Willem van Neukirchen genaamd Nijvenheim.

Er wordt een nieuwe boerderij gebouwd.

 

Boerderij "de Haar" wordt in 1929 verbouwd door toenmalige eigenaar Clemens Ernest Alexander van Hövell van Westervlier en Weezeveld die zelf in Roermond woonde. Waarschijnlijk heeft hij deze in 1917 verkregen uit de nalatenschap van zijn moeder die op het Huize Joppe woonde waar Clemens zelf ook is geboren. Zijn ouders waren ook eigenaar van boerderij 't Gier en verpachten deze aan katholieke mensen, dat was met boerderij 't Haar niet anders.


Architect van de verbouwde boerderij is Bernard Johan Woertman en zijn vader Teunis Woertman was de uitvoerder. Vergunning werd aangevraagd op 3 oktober 1928 en vermoedelijke opleverdatum was april 1929.

 
 
1839-1846< Jan Peter Lodewijk Albert Geselschap en Catharina Wilhelmina Louise Geselschap Eerste hoofdbewoners
1851 H.A. Witheur?  
1854-1865 Sibout Christiaan Klinkhamer en Martina Aletta Smeer  
     
  Bewoners van de boerderij:  
1865-1894 Martinus de Haan en Johanna Wools Eerste hoofdbewoners
1874-1899 Gerrit Jan Jaspers Foks en Gerritdina de Haan Gerritdina is de dochter van Martinus en Johanna
1899-1955 Hendrikus Johannes Hakvoort en Geertruida Gerardina Bloemen Geen familie van vorige hoofdbewoners
  Albertus Wilhelmus Hakvoort en Annie Aarnink Albertus Wilhelmus is de zoon van Hendrikus Johannes en Geertruida Gerardina
     
  Huidig adres: Afgebroken, stond op plek huidig adres Zutphenseweg 11  
     
 
 
Zonnehoeve
 
17-04-1920: Arendina te Vaanholt koopt van Hendrik Jan Heijnen een betreft een perceel heide, sectie E nr. 3666
01-10-1923: Arendina te Vaanholt verkoopt aan Louis Albers een villa met garage en bouwland te Gorssel, sectie E nr. 3666

Ouders van Louis woonden van 1885 tot 1892 op 't Spijk in Eefde. Louis en Jenneken zijn neef en nicht van elkaar.
 
1920-1923 Arendina te Vaanholt Weduwe van Gerrit Jan Clant
1923-1940 Louis Albers en Jenneken Croockewit  
1952 J.H.M. Visser  
1969 V.J.A. Poulie Wilkens  
     
  Huidig adres: Zutphenseweg 13 G207b>269>401>508
 
 
Nieuw Bosser
 
De naam Nieuw Bosser is niet van toepassing op het oudste huis van dit verhaal. Dit huis werd namelijk al in 1858 gebouwd en een naam wordt er verder niet aan gegeven. Een huisnummer wel en dat was 65a. Het zal een eenvoudig onderkomen zijn geweest welke wel onderdak gaf aan twee families en in de bewonersgeschiedenis hieronder staan dus overzichten van hoofdbewoners en medebewoners. Op de kaart hieronder van 1890 staan twee huisjes aangegeven en zal er dus een tweede huisje zijn begebouwd op hetzelfde erf, ergens in de periode 1867-1890. Deze huisjes stonden ongeveer t.h.v. de huidige tennisbaan. De uiteindelijke boerderij Nieuw Bosser (die nog steeds bestaat) staat aangegeven op de kaart van 1910 en staat dichterbij de huidige Zutpenseweg. Dit huis is gebouwd in 1901 en het tweede oude huisje zal in 1909 zijn afgebroken.
 
1867
1890
1910
 
De eerste hoofdbewoners zijn Jan Willem Wentink en Egberdina Johanna Beltman. Egberdina is de dochter van Jenneken Poorterman en stiefdochter Jan Nijenhuis die op de Galette wonen. We pakken de bewonersgeschiedenis op bij Jan Groot Wesseldijk en Everdina Slijkhuis die op 1 april 1897 vanuit Warnsveld komen met hun nog ongehuwde dochter Gerritje. Jan overlijdt op 21 augustus 1900 en als dochter Gerritje op 8 december 1900 trouwt met Harmen Nijenhuis verhuist Everdina met het jonge stel naar Eefde. Het huisje (we gaan uit van twee huisjes op het erf) zal daarna zijn afgebroken en de stenen zullen waarschijnlijk zijn gebruikt voor de bouw van een nieuwe woning die dichterbij de huidige Zutphenseweg wordt gebouwd.
 
Dit is het huis welke de naam Nieuw Bosser krijgt. De nieuwe bewoners zijn Hendrik Onstenk en Aaltjen Fredrika Kolkman die afkomstig zijn van 't Dijkerhof maar eerder (als laatste bewoners) op 't Bosser hebben gewoond en daarvan de naam hebben meegenomen. Er was sprake dat de stenen van 't Bosser (of zelfs 't Ontijdink) zijn gebruikt voor Nieuw Bosser maar dat is niet logisch aangezien 't Bosser reeds in 1885 is afgebroken en de stenen waarschijnlijk zijn gebruikt voor de bouw van Veldkamp die ook aan de Markeweg stond en ook Klein Bosser zou zijn genoemd.

Het toeval wil dat de eerste bewoners van Veldkamp daarvoor ook op 't Dijkerhof woonden en eerder nog medebewoners zijn geweest van "Nieuw Bosser". Het zijn Jan Willem Pekkeriet en Everdina Zandscholten die in het bewonersoverzicht hieronder worden genoemd.

In ieder geval zijn er oude stenen gebruikt bij de bouw van Nieuw Bosser en deze zaten in het achterhuis, deze stenen waren duidelijk ouder dan die van het voorhuis. Het huis is eigendom van de familie Makkink van 't Wolferink die ook eigenaar was van 't Dijkerhof.
 
Hendrik Onstenk en Aaltjen Fredrika Kolkman zijn dus de eerste bewoners van het nieuwe huis. Hun foto's zijn te zien bij het verhaal over 't Dijkerhof waar ze waarschijnlijk moesten verhuizen omdat deze afgebroken werd. Hendrik overlijdt op 15 maart 1909 en van het overlijden wordt aangifte gedaan door naaste buurman Engbert Jan Poorterman.

Zoon Karel, losarbeider van beroep, trouwt op 20 mei 1911 met Jenneken Aleida Reugebrink. Een foto van Karel was al te zien bij het verhaal over 't Bosser en hiernaast zien wij de foto van Jenneken. Daarnaast nog een foto van het echtpaar op wat hogere leeftijd. De kinderen zijn dan al geboren, vijf in getal. Oudste zoon Gerrit Jan wordt al in 1910 voor het huwelijk geboren in Eefde waar Jenneken met haar ouders woonde en komt pas in 1920 op Nieuw Bosser wonen. Op 19 maart 1932 trouwt hij met Janna Leusveld en zij wonen dan eerst kort op Nieuw Bosser en verhuizen in 1935 naar de Wolzak in Eefde. Zus Aaltje Frederika trouwt ook in 1932, op 19 november, met Klaas Goverts en ook zij wonen op Nieuw Bosser. Zij wonen daarna ook nog in een noodwoning aan de Kwekerijweg en in Eefde maar komen uiteindelijk toch weer op Nieuw Bosser wonen waar Aaltje Frederika Kolkman ondertussen op 7 mei 1936 is overleden. Klaas overlijdt twee jaar later als hij de bomen met gif aan het spuiten was en de tank op zijn rug ontploft.
 
Aaltje Frederika hertrouwt later met Gerrit Hendrik Nijveld en en ook Jan Willem Onstenk (broer van Gerrit Jan en Aaltje Frederika) heeft nog met zijn echtgenote Hermina Johanna Beffers op Nieuw Bosser gewoond en woonde later op de Kleine Muil. Gerit Hendrik Nijveld heeft het achterhuis verbouwd en daar hebben Gert en Alie van 1965 tot begin jaren tachtig gewoond. Later heeft hun zoon Gertie nog de schuur verbouwd tot huiskamer en keuken en woonde daar van 1967 tot 1971. Karel Onstenk is overleden op 19 oktober 1963 en Jenneken Aleida heeft nog tot 1973 in het voorhuis gewoond samen met haar broer Hendrik (Henne) en verhuisden daarna samen naar Eefde. Jenneken had ook een kostganger in huis, Egbert Willem Scholten, hij is in 1967 overleden.
 
1858-1866 Jan Willem Wentink en Egberdina Johanna Beltman Egberdina woonde met haar ouders op de Galette
1866-1887 Harmen Meijer en Willemina Bielderman Afkomstig van de Kleine Muil
1887-1894 Albert Voskamp en Gerritje Heuvelink Afkomstig van de Nieuwe Vos
1895-1897 Gerrit Jan van der Gronden en Hermina Gerdina Hogeweij Geen familie van vorige hoofdbewoners
1897-1900 Jan Groot Wesseldijk en Everdina Slijkhuis Everdina is de dochter van Marten Slijkhuis en Hermina Holland
1901-1936 Hendrik Onstenk en Aaltjen Fredrika Kolkman Afkomstig van Dijkerhof
1911-1973 Karel Onstenk en Jenneken Aleida Reugebrink Karel is de zoon van Hendrik en Aaltjen Fredrika
1932-1935 Gerrit Jan Onstenk en Janna Leusveld Gerrit Jan is de zoon van Karel en Jenneken Aleida
1935-1938 Klaas Goverts en Aaltje Frederika Onstenk Aaltje Frederika is de dochter van Karel en Jenneken Aleida
1943-1947 Jan Willem Onstenk en Hermina Johanna Beffers Jan Willem is de zoon van Karel en Jenneken Aleida
1965-1980~ Gerrit Hendrik Nijveld en Aaltje Frederika Onstenk Gerrit Hendrik is de tweede echtgenoot van Aaltje Frederika
 
Hieronder een overzicht van de bewoners van oorspronkelijk huisnummer 65a2 (de 2 staat voor dubbele bewoning). Dit huisnummer wijzigde in 1866 naar 95-2 en bij de huisnummering van 1890 verdwijnt het tweetje en wordt het huisnummer 163. Dit is een extra aanwijzing dat er toen twee verschillende huisjes waren, het andere huisnummer was in die tijd 162. Oorspronkelijke medebewoners zijn Albert Jan Leusink en Jenneken Beekman die van 't Dommerholt afkomstig zijn.

Gerrit Jan Dollen en Willemken Kloppers wonen er in de periode van 1894 tot 1902. Het echtpaar is afkomstig uit Eefde en heeft daar op verschillende adressen aan de huidige Scheuterdijk en Jodendijk gewoond. Het echtpaar heeft twee dochters, twee meisjes die in 1885 in Harfsen zijn geboren waar het echtpaar eerder woonde. December 1902 verhuist het echtpaar met dochter Hendrika Johanna naar de huidige Mettrayweg in Eefde waar Willemken op 4 april 1914 overlijdt. Gerrit Jan gaat daarna bij dochter Johanna Gezina en schoonzoon Berend Jan Heijnen op de Domme Aanleg wonen, niet ver van de Markeweg. Hier is Gerrit Jan op 3 april 1916 overleden. De foto hiernaast is van Gerrit Jan en Willemken wiens broer Karel zwager was van Hendrik Jan Strokappe uit Harfsen.

Engbert Jan Poorterman koopt op 9 september 1909 een huis op de Eesterbrink van Evert Jan Wassink.
 
1858-1865 Albert Jan Leusink en Jenneken Beekman Eerste medebewoners
1865-1874 Willem Boterman en Geertjen Poorterman  
1874-1875 Jan Willem Pekkeriet en Everdina Zandscholten Het echtpaar verhuist naar 't Dijkerhof
1877-1894 Jan Kiezel en Johanna Nieuwenhuis  
1894-1902 Gerrit Jan Dollen en Willemken Kloppers Willemken is een nichtje van Hendrik Onstenk
1902-1909 Engbert Jan Poorterman en Harmina Gerritdina Harmsen  
     
  Huidig adres: Markeweg 4  
 
Galette
 

Ook wel Ruimzigt (Ruimzicht) genoemd. Eigenaar 1832 is de weduwe van Willem Jan Laroy van de Grote Muil.

Anno 1836 staan er twee personen genoemd in het register van de personele omslag die in een ongenummerd pand wonen. Onder "id" staan aanhalingstekens, het lijkt erop dat deze twee personen samen in één ongenummerd pand wonen. Deze personen zijn Antonij Velhorst & H. Jansen.

In 1840 overlijdt op Ruimzigt Karel Zandscholten en in 1841 Henders Brinkman.

 

Over Hendrik Jan van der Meij en Barta Johanna Klein Baltink staat geschreven op de Van der Meij pagina: Hun acht kinderen worden geboren op boerderij de Galette in Gorssel waar Hendrik Jan, net als zijn vader, werkzaam was als landbouwer. Deze boerderij was door Hendrik Willem van der Meij in november 1873 gekocht van Jan Nijenhuis. Het huwelijk van Hendrik Jan was aanstaande en er was voor Hendrik Jan een boerderij nodig om op te boeren en te wonen natuurlijk. Hendrik Willem had de centen ervoor niet in een ouwe sok en sluit er in 1874 wel een hypotheek voor af.

Op 25 mei 1879 koopt Hendrik Jan voor 2000 gulden de boerderij van zijn vader. Deze wordt dan omschreven als het daghuurdersplaatsje "Ruimzicht of de Galette" met een totale grootte van bijna één hectare. Deze bestond uit een huis met erf, weide, bouwland en heide en was gelegen aan de straatweg bij het dorp Gorssel. Dit is nabij de huidige locatie van de Galette aan de Flierderweg, maar dan nog aan de huidige Zutphenseweg, halverwege de Flierderweg en Markeweg, links van de plek van het huidige huis de Nieuwe Galette. Hiernaast een kaartje anno 1911, de huidige Galette is gemarkeerd met een blauwe stip en bestond toen dus nog niet.

De perceelnummers in de akte van 1879 zijn 2316, 2315, 592 en 1616 tesamen bijna één hectare en daarbij nog het zuidelijke gedeelte van 1617 ter grootte van twee hectare dus de totale grootte was bijna drie hectare. In 1832 had het huis en erf nog perceelnummer 593 en was perceel 592 het bouwland, zie hieronder. Eigenaar in 1832 was Willem Jan Larooij die ook eigenaar van de Grote Muil. Larooij is een Franse achternaam en dit verklaart mogelijk de Franse huisnaam Galette welke een soort cake is. De Galette was en is dicht gelegen bij de Quatre Bras, weer zo'n Franse naam. De naam Galette zal echter waarschijnlijk zijn afgeleid van de tandmeester Antoine Francois Gallette die op 7 januari 1825 te Gorssel trouwde met Wilhelmine Louise von Leschen. Zij is een zus van Karel Willem August von Leschen die een schoonzoon is van Willem Jan Larooij en op de Kleine Muil woonde. Lang zal de familie Gallette niet op de Galette hebben gewoond, zij woonden voornamelijk in Zutphen. Hun eerste kind wordt op 11 maart 1825 geboren op 't Walle waar de ouders van Wilhelmine woonden.

De foto links is een foto van de oude Galette en de afbeelding rechts is een schilderij van dezelfde foto. Op de foto is de straatweg duidelijk zichtbaar en tussen de bomen en de boerderij liep de tramlijn. De man op de foto is Hendrik Jan van der Meij junior. Op 4 juni 1879, tien dagen na de aankoop van de Galette, verkoopt Hendrik Willem via een veiling in de Roskam de "Kleine Galette" welke wel aan de Flierderweg lag. Deze bestaat uit een huis en erf, bouwland, heide en dennen en was samen 1,6 hectare groot. Ook deze erve was door Hendrik Willem in 1873 gekocht, waarschijnlijk tegelijkertijd met de Galette en ook van Jan Nijenhuis. Het stukje heide (perceel 549) lag bij het boerderijtje de Prins welke aan de Flierderweg is gelegen, maar de Kleine Galette is zeer waarschijnlijk het huidige middelste boerderijtje tegenover zwembad de Boskoele aan de Lindeboomweg waarvan het perceel grenst aan de Prins. Het geheel wordt gemijnd voor 750 gulden door zoon Hendrik Jan, maar hij wordt niet de koper, dit is waarschijnlijk de notaris, Hendrik Kleijn. Deze verkoopt namelijk de Kleine Galette op 2 februari 1885 aan Jan Hendrik Braakhekke. Mogelijk is dit Hendrik Willem zijn schoonzoon Jan Hendrik Braakhekke die met Aaltjen Frederika van der Meij was getrouwd.

 

De Galette zelf stond in een leegte, een lager gelegen gebied. Als de IJssel hoog stond, trad de nabij gelegen beek ook uit haar oevers en stond de Galette en de beesten van de boerderij met hun poten in het water. Het was een oude boerderij en uiteindelijk in zeer slechte staat mede door de natte omstandigheden. Je kon er haast door de muren heenkijken, maar de familie bleef er wonen en repareerde de boerderij zo goed als ze konden zodat ze er konden blijven wonen.

Het is dan ook begrijpelijk dat in 1930 de familie van der Meij verhuisde naar een nieuwe boerderij aan de Flierderweg die ook de naam Galette kreeg. De foto hiernaast is van deze Galette boerderij. De uitrit van de oude Galette was aan de Flierderweg en op deze plek is de nieuwe Galette gebouwd.

Na vertrek familie van der Meij komt de familie Hekkelman er wonen. Ze ruilen van huis met de familie Hekkelman en gaan wonen aan de Joppelaan 24 waar Johan Hekkelman woonde, hij is overleden op 5 december 1978. Weer later woont er de familie Samberg.

 
     
1831 Antoine Francois Gallette en Wilhelmine Louise von Leschen Eerste hoofdbewoners
1840-1841 Gerrit Jan Duistermaat en Maria Arends Huisnummer 65
.......-1846 Hendrik Beltman en Jenneken Poorterman  
1847-1874 Jan Nijenhuis en Jenneken Poorterman Jan is de tweede echtgenoot van Jenneken
1874-1924 Hendrik Jan van der Meij en Barta Johanna Klein Baltink Geen familie van vorige bewoners
1911-1963~ Hendrik Jan van der Meij en Leida Muil Hendrik Jan is de zoon van Hendrik Jan en Barta Johanna
1934-1978 Hendrik Jan van der Meij en Aaltje Oplaat Hendrik Jan is de zoon van Hendrik Jan en Leida
  Gert Hekkelman en zoon  
     
  Huidig adres: Flierderweg 1 65>94>157>189>198>271>411>521
     
  Dubbele bewoning: 94-2  
1841 Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink Medebewoners op huisnummer 65-2, waarschijnlijk al in 1839 komen wonen, afkomstig van 't Ravennest.
.......-1848 Julie August Timan en Harmken Meijer  
1849- Klaas Westerveld en Johanna Margaretha Kluppel  
1853-1870 Wilhelmus Lemmen en Elisabeth Helena Mertens  
1870-1876 Johannes Esselink en Regina Wichgers  
1876-1881 Teunis Jansen en Hendrica te Scheggert  
1882-....... Hendrikus Groenouwe en Harmina Nijkamp Afkomstig van Loobult
1889-1904 Bernardus Evers Woont later op 't Dijkerhof
     
  Extra bewoning: 94-3  
1862-1870 Berendina ten Voorde - Fokkink Huisnummer 65-3>94-3
1870-1870 Gerritdina Hendrika ten Voorde Gerritdina is de dochter van Berendina
     
 
 
Lytsheim
 
  Gebouwd in 1907. Het huisnummer G190 wordt overgenomen van de dubbele bewoning van de Galette welke in 1904 was beëindigd na het vertrek van Bernardus Evers.

Afgebroken in 2019 t.b.v. verbreding van de Zutphenseweg.
 
1907-1911 Lomme Pijlgroms en Jacoba Flink Eerste hoofdbewoners
1912-1913 Bartholomeus Schuring en Anna Maria de Jong  
1915-1919 Johannes Pieter Adrianus Schmidt en Louise Cailotte Anne van Geen  
1919-...... Johannes Jacobus Theodorus Evers  
     
 
 
 
Flierderkamp
 

Berend Braakhekke koopt op 1 december 1905 grond van broer en zus Gerrit Hendrik Ilbrink en Frederika Ilbrink. Was waarschijnlijk perceel 594 anno 1832, nakijken wie daarvan toen de eigenaar was.

Vanaf 6 maart 1906 woont het echtpaar in een nieuw huis met huisnummer 205a. Ze zijn afkomstig uit Eefde en hebben eerder ook nog op de Prins, 't Loo en de Grote Kap gewoond.

Ze gaan er wonen samen met zoon Berend en schoondochter Johanna Hietbrink die op 2 juni 1906 zijn getrouwd.

Op 17 augustus 1911 koopt Berend Braakhekke een perceel grond te Gorssel, sectie E nrs. 2357, 2358 en 3434, van Hendrik Jan van der Meij. Op 2 februari 1920 verkoopt hij perceel 2363 aan Jan Albert Willem Kolkman die er waarschijnlijk een koepel en tuin van maakt en deze op 1 augustus 1921 verkoopt aan Mechteld Stegeman.

In februari 1940 is Berend Braakhekke overleden en vrij snel daarna zoon Herman en zijn echtgenote Jantjen Muil op de Flierderkamp gaan wonen, in goed overleg met zussen en broer. Want de vier nog ongetrouwden, vonden dat hun ‘oldershuus’ moest blijven.

 
1906-1931 Hendrik Braakhekke en Hendrika Bannink Eerste hoofdbewoners
1906-1940 Berend Braakhekke en Johanna Hietbrink Berend is de zoon van Hendrik en Hendrika 
1934-....... Herman Braakhekke en Jantjen Muil Herman is de zoon van Berend en Johanna 
     
  Huidig adres: Flierderweg 3 205a>220>273>412>522
 
 
Boskoele
 

Op de grens van zwembad de Boskoele en de parkeerplaats stond vroeger een daglonershuisje welke wij daarom de naam Boskoele hebben gegeven, het is geen naam van oudsher. Deze naam is niet bekend en lange tijd was het überhaupt niet bekend dat hier een huisje heeft gestaan. Zo zag Herman Braakhekke van de Flierderkamp bij het ploegen op deze plek stukken steen naar boven komen maar had hij geen idee dat deze afkomstig waren van een huisje wat er vroeger had gestaan. Veel zal het niet hebben voorgesteld en het huisje heeft er ook maar 23 jaar gestaan.

 
Het huisje zal zijn gebouwd in 1854 en de eerste bewoners waren Teunis Hagens en Willemina van der Meij die eerder op de Stiele woonden. Dat huis was echter eigendom van Gerrit Jan van der Meij, broer van Willemina. Hij zal voor zijn huwelijk op het ouderlijk huis de Braamkolk hebben gewoond maar zal na zijn huwelijk op 22 september 1854 met Lammerdina Klein Nulent op de Stiele zijn gaan wonen waarna Teunis en Willemina plaats moesten maken. Het huis kreeg huisnummer 70f en die van de Stiele was 70c. In 1866 kreeg het huis huisnummer 112 en dat van de Prins was huisnummer 113. Dat is vreemd omdat tussen de Boskoele en de Prins nog de Stiele (109), Bannink (110) en de Kleine Galette (111) waren gelegen. Normaal gesproken zit er een geografisch logische volgorde in de huisnummers maar dat lijkt in 1866 in deze omgeving even niet goed te zijn gegaan.

Teunis en Willemina hadden vier kinderen, hun vijfde kind werd op 19 juni 1854 nog levenloos geboren op de Stiele. Op 3 mei 1856 wordt dochter Willemina nog geboren. Teunis was klompenmaker van beroep en is op 24 februari 1862 overleden. Aangifte daarvan wordt gedaan door naaste buren Jan Willem Wentink en Albert Jan Leusink van Nieuw Bosser. Willemina hertrouwt op 24 januari 1863 met Hendrik Jan Broer, weduwnaar van Johanna Spanheim die dan op de Boskoele komt wonen. Op 24 oktober 1865 gaan zij inwonen op Bannink bij zus Willemken van der Meij en zwager Egbert Bannink. Kennelijk was de krappe dubbele bewoning beter dan hun eigen onderkomen wat waarschijnlijk niet meer dan een hut zal zijn geweest.

Op het kaartje hiernaast is de Markeweg met een grijze streep doorgetrokken naar de Lindeboomweg, dat was vroeger het geval.
 
Het huisje staat dan een jaar leeg, wil er dan niemand meer wonen? Jawel, dagloner Jan Kiezel die dan nog inwoont op de daglonerswoning Klein Reuvekamp, ziet dat wel zitten. Samen met zijn echtgenote Johanna Nieuwenhuis en drie kinderen gaat hij op 3 juli 1866 op de Boskoele wonen. Er worden nog twee kinderen geboren waardoor de familie Kiezel uiteindelijk met zeven personen in het huisje wonen. Waarschijnlijk was het huisje uiteindelijk in zo'n slechte staat dat het niet meer verantwoord was om er met zoveel mensen in te wonen. Het bijgedeelte van Nieuw Bosser stond al een tijdje leeg en uiteindelijk hebben Jan en Johanna besloten om daar te gaan wonen, ze zijn er op 16 januari 1877 naartoe verhuisd. Waarschijnlijk zal zoon Christiaan ziek zijn geweest en was het beter als hij daar zou zijn. Helaas mocht het niet baten, Christiaan is op 21 januari 1877 overleden en werd maar 16 jaar oud. Eerder woonde en werkte hij ook nog als dienstknecht op 't Sweersink in de Eesterhoek.

Mogelijk is het huisje na het vertrek van de familie Kiezel in 1877 afgebroken maar het betreffende huisnummer 112 duikt in 1889 ineens weer op in het bevolkingsregister en op dit huisnummer worden dan Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte ingeschreven. Dat zal maar van korte duur zijn geweest want in 1890 staan zij al ingeschreven als medebewoners van de Stiele en de Boskoele is op de kadastrale kaart van 1889 al verdwenen. De kaartjes hieronder zijn van 1867 (links) en 1890 (rechts). Linksonder het kaartje van 1867 is de Boskoele aangegeven en op het kaartje van 1890 is deze verdwenen. Het boerderijtje zal hebben gestaan rechts op de foto met zwembad, op de grens van de zonneweide. Deze foto is in 1987 gemaakt door Ab Hakeboom en het auteursrecht berust bij Wegener, voor gebruik is eenmalig toestemming verleend.
 
 
1854-1862 Teunis Hagens en Willemina van der Meij Eerste hoofdbewoners
1863-1865 Hendrik Jan Broer en Willemina van der Meij Hendrik Jan is de tweede echtgenoot van Willemina
1866-1877 Jan Kiezel en Johanna Nieuwenhuis Geen familie van vorige hoofdbewoners
1889-1889 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidg adres: afgebroken, stond tegenover Flierderweg 18  
 
 
Lindeboom
 
Idyllisch gelegen boerderij. Huisnummer 70d. Moet zijn gebouwd tussen 1851 (70c Stiele) en 1854 (70f Boskoele).

Op 5 januari 1853 wordt zoon Albert Jan Bannink geboren. Getuigen zijn Jan Willem Tuitert (Tjoonk) en Egbert Enterman (Marsveld, later de Prins). Egbert Enterman doet in 1857 aangifte van het overlijden van Hendrik Bannink (zoon van Egbert en Willemken) en dan wordt het huisnummer 70d genoemd en aangenomen mag worden dat zij daar in 1852 ook al woonden.


Akte d.d. 27-09-1875: betreft eerste veiling van onroerend goed. Tevens akte nr. 5417; betreft een daghuurdersplaats tussen de Kamperweg en de Flierderbeek onder Gorssel. Op 11-10-1875 tweede veiling, doch bedankt. In 1882 wordt er opnieuw geveild.

Op een kaart van 1911 wordt het huis De Lindeboom genoemd.

Johanna Hendrika de Groot overlijdt op 9 april 1931. Hendrikus Hermanus hertrouwt met Hendrika Willemina Johanna Heijink, weduwe van Harmen Jan Willem Eijerkamp. Het echtpaar gaat wonen in het huis van Hendrikus Hermanus zijnde of G418 of G414b>524 (Flierderweg 15 anno 1951) waar Hendrikus later woonde. In ieder geval woonde Hendrikus Hermanus Reugebrink voor 1939 op het laatste adres. Mogelijk verhuisde hij toen de familie Nijkamp er kwam wonen, hier maar vanuit gaan. Dat jaar zijn er bouwaanvragen voor het oprichten van een schuurtje en een kippenhok.

 

 
1852-1873 Egbert Bannink en Willemken van der Meij Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Braamkolk
1875-1875 Hendrik Jan Boterman en Jenneken Slagman Het echtpaar verhuist eind 1875 naar Ravennest
1876-1876 Johannes Esselink en Regina Wichgers  
1877-1878 Hermannus Schotman en Regina Wichgers Hermannus is de tweede echtgenoot van Regina
1878-1884 Antonij Schotgerrits en Hendrika Johanna Fluit  
1884-1912 Hendrik Willem de Groot en Christoffelina Viel  
1910-1939 Hendrikus Hermanus Reugebrink en Johanna Hendrika de Groot Johanna Hendrika is de dochter van Hendrik Willem en Christoffelina
1939-1952> Jan Nijkamp en Dina Enderink Het echtpaar was afkomstig van Dijkman in Harfsen, tegenover het erve Strookappe
    70d>110>174>202>224>278>418>531 = Lindeboomweg 3
  Dubbele bewoning:  
1865-1865 Gerrit Muil en Lena van der Meij Lena is de jongste zus van Willemken
1865- Hendrik Jan Broer en Willemina van der Meij Willemina is de zus van Willemken en Lena, afkomstig van de Boskoele
1885 Berend Scholten Woonde eerder op de Stege
1888-1907 Reinirus Johannes Branderhout en Berendina Weeverink  
1908-1926~ Jan Hendrik Meijerink en Aleijda ter Maat Het echtpaar verhuist tussen 1921 en 1930 naar Eefde
1925-1926~ Derk Jan Brokken en Aleijda Meijerink Aleijda is de dochter van Jan Hendrik en Aleijda
  Daarna geen dubbele bewoning meer  
    70d2>110-2>175>201>225>279
 
 
Kleine Galette
 

Huisnummer 70e. Moet zijn gebouwd tussen 1851 (70c Stiele) en 1854 (70f Boskoele).

Op 4 juni 1879, tien dagen na de aankoop van de Galette, verkoopt Hendrik Willem via een veiling in de Roskam de "Kleine Galette" welke wel aan de Flierderweg lag. Deze bestaat uit een huis en erf, bouwland, heide en dennen en was samen 1,6 hectare groot. Ook deze erve was door Hendrik Willem in 1873 gekocht, waarschijnlijk tegelijkertijd met de Galette en ook van Jan Nijenhuis. Het stukje heide (perceel 549) lag bij het boerderijtje de Prins welke aan de Flierderweg is gelegen, maar de Kleine Galette is zeer waarschijnlijk het huidige middelste boerderijtje tegenover zwembad de Boskoele aan de Lindeboomweg waarvan het perceel grenst aan de Prins. Het geheel wordt gemijnd voor 750 gulden door zoon Hendrik Jan, maar hij wordt niet de koper, dit is waarschijnlijk de notaris, Hendrik Kleijn. Deze verkoopt namelijk de Kleine Galette op 2 februari 1885 aan Jan Hendrik Braakhekke, schoonzoon van Hendrik Willem van der Meij en in die tijd bewoner van de Klein Galette.

De pasteltekeningen van de boerderij zijn gemaakt door Sylvia van Berkel. Voor meer tekeningen en schilderijen van haar zie deze website.

 

 

Johanna Hagens overlijdt op 30 oktober 1875. Harmen gaat daarna bij buurman Gerrit Jan van der Meij wonen en november 1876 verhuist hij naar 't Velderhof.

Akte 02-02-1885: het daghuurdersplaatsje "de kleine Galette", bestaande uit een huis en erf, bouwland en heidegrond en dennen, in de Gemeente Gorssel, sectie E, nrs. 2356, 549, 1580, 1581, 1582, 1583 en 1584.

Anno 1952 wonen hier W. Beltman, H. Braakhekke, wed. E.J. Braakhekke en Willem Schermer.

 

 

 
1859-1870 Arend Leusink en Grada Bouwmeester Waarschijnlijk de eerste hoofdbewoners
1871-1875 Albertus de Haan en Hendrika IJsseldijk Geen familie van vorige hoofdbewoners
1875-1914 Jan Hendrik Braakhekke en Aaltjen Frederika van der Meij Geen familie van vorige hoofdbewoners
1901-1952 Evert Jan Braakhekke en Sina Hendrika de Groot Evert Jan is de zoon van Jan Hendrik en Aaltjen Frederika
1922-1952> Willem Beltman en Christoffelina Braakhekke Christoffelina is de dochter van Evert Jan en Sina Hendrika
1952 Willem Schermer en Sina Hendrika Beltman Sina Hendrika is de dochter van Willem en Christoffelina
    70e>111>176>203>223>276>417>530
     
  Dubbele bewoning  
1861-1875 Harmen Mensink en Johanna Hagens  
1876-1894 Egbert Roelof Poorterman en Jenneken Beltman  
  Huidig adres: Lindeboomweg 5 70e2>111-2>177
 
 
Stiele
 

Op 10 januari 1851 koopt Gerrit Berend van der Meij van de Braamkolk een stuk heidegrond met perceel nummer E547 van Albert Eggink van 't Boonk en hij laat hier een huis op bouwen. Bij de bouw zijn stielen gebruikt, dat zijn rechtopstaande zware kolommen hout (stijlen) waarop de dakconstructie leunt. Dit hout komt van zware bomen die waarschijnlijk wel in de omgeving hebben gestaan. En zo zal het boerderijtje aan de naam de Stiele zijn gekomen.

Gerrit Berend van der Meij en zijn echtgenote Aleijda Smeenk wonen op de Braamkolk en blijven daar wonen. Het huisje krijgt huisnummer 70c en wordt bewoond door hun dochter Willemina van der Meij en haar echtgenote Teunis Hagens die afkomstig zijn van de Kleine Kap waarvan Gerrit Berend van der Meij eerder ook eigenaar was. Ook dochter Alberdina en haar echtgenoot Lambert Berentzen gaan er wonen, zij zijn afkomstig van katerstede Nijland. Dit echtpaar gaat wonen in het gedeelte met huisnummer 70c2.

Gerrit Berend overlijdt op 15 janari 1854 en bij de boedelscheiding worden als onroerende goederen genoemd een huis en erf (perceel E1383) en een stuk heide (perceel E1384) met een getaxeerde waarde van 300 gulden. Hun enige volwassen zoon Gerrit Jan krijgt de onroerende (en ook de roerende) goederen toebedeeld en hij betaalt zijn vijf zusters elk hun deel van 29 gulden en 75 cent. Dat zijn naast Willemina de gezusters Alberdina (e.v. Lambartus Berends), Jenneken (e.v. Jan Leunk), Willemken (e.v. Egbert Bannink) en de ongehuwde en nog minderjarige Helena. Gerrit Jan zelf is ook nog ongehuwd en woont nog bij zijn ouders op de Braamkolk en op 19 juni 1854 blijken Teunis en Willemina nog op huisnummer 70c te wonen als er een levenloos kind wordt geboren. Een drama voor het echtpaar die gelukkig wel al ouders waren van vier gezonde kinderen. Wat dat aangaat was het leven voor Alberdina en Lambert nog veel zwaarder, zij kregen acht kinderen waarvan er zes levenloos werden geboren en de andere twee maar resp. drie en acht dagen hebben geleefd.

Op 22 september 1854 trouwt Gerrit Jan van der Meij met Lammerdina Klein Nulent en gaat hij met zijn kersverse echtgenote en moeder Aleijda Smeenk in het hoofdgedeelte van de Stiele wonen. Willlemina en Teunis moeten dus plaats maken en bouwen een huisje welke bij zwembad de Boskoele heeft gestaan. Op 31 augustus 1854 leent Gerrit Jan geld van Philippus Velderman met als hypotheek een huis en erf met bijgelegen gronden te Gorssel. Op 11 september 1854 verkoopt hij bijen, waarschijnlijk moesten die het huis uit van Lammerdina en was dat één van de "huwelijkse voorwaarden".

 

Gerrit Jan was dagloner van beroep en Lammerdina was bij haar trouwen dienstmeid, ze heeft nog op 't Walle gewerkt. Op de Stiele worden vier kinderen geboren waarvan één levenloos en een ander heeft maar vier weken geleefd. Bleven zoon Gerrit Berend en dochter Hendrika Aleida en natuurlijk (schoon)moeder en oma Aleijda Smeenk die op 17 december 1874 op 83-jarige leeftijd overlijdt.

In 1887 krijgt het boerderijtje weer een dubbele bewoning als Albert Sluiter en Hendrika Johanna Hagens bij de familie van der Meij komen wonen. Waarschijnlijk in 1889 bouwen zij zelf een "huisje in 't veld" op de Eesterbink en gaan daar dan wonen.
Nieuwe medebewoners zijn Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte die op 11 mei 1889 zijn getrouwd en mogelijk nog kort in de bouwval van de Boskoele hebben gewoond.

In 1890 vind de hernummering plaats en krijgen zij huisnummer 178 en wordt het huisnummer van de familie van der Meij 179. Op basis daarvan woonde Groot Bluemink in het linkergedeelte van het huis en de familie van der Meij in het rechtergedeelte. Op 29 mei 1890 komt ook Hendrika Diekerman, echtgenote van Hendrikus Groenouwe, bij de familie Groot Bluemink wonen. Bijzonder, want zij was op 29 mei met Hendrikus getrouwd maar hij kwam er niet wonen. Hendrikus woonde eerder met Harmina Nijkamp op de Galette.

 

 

Op 31 oktober 1891 verkoopt Gerrit Jan van der Meij de Stiele (sectie E nrs. 2628, 2619, 1578 met grond) aan Gerardus Jolink, ook wel Gradus Joling. Daarbij zal bij bedongen zijn dat Gerrit Jan van der Meij er met zijn vrouw en zoon wel kon blijven wonen, zij zullen toen zijn gaan huren. In 1893 vertrekt de familie Groot Bluemink naar een nieuw huis in Gorssel en daarna komen klompenmaker Bernardus Antonius Branderhorst en Berendina Johanna Gerarda Weverink in het huis wonen. Evenals Gerardus Jolink zijn deze mensen rooms-katholiek en Gerardus zal de mensen mogelijk op basis van hun geloof hebben uitverkoren om op de Stiele te komen wonen. In het bevolkingsregister wordt foutief de naam van Johanna Hendrika Berendina Weverink geb. 24-03-1870 vermeld, dat is de zus van Berendina. Foutjes slopen regelmatig in dit register. In 1900 worden de huisnummers verwisseld en in 1910 nog eens, dit lijkt ook een administratieve dwaling te zijn. Wij gaan ervan uit dat de familie van der Meij gewoon in hun eigen gedeelte is blijven wonen. Lammerdina Klein Nulent is daar dan op 16 januari 1905 overleden en Gerrit Jan op 2 maart 1906, hij werd 76 jaar oud. De ongehuwde zoon Gerrit Berend bleef na het overlijden van zijn ouders op de Stiele wonen.

Bij de familie Branderhorst werd in 1903 dochter Grada Hermina Maria geboren, meer kinderen waren er niet. Op 5 september 1917 koopt Bernardus Antonius Branderhorst de Stiele (huis met erf en bouwland te Gorssel, sectie E nrs. 2628 en 2629) van Gradus Hendrikus Jacobus Joling. Hiermee komt ook het recht van woning voor Gerrit Berend van der Meij te vervallen en hij verhuist in oktober 1917 noodgedwongen naar Joppe en gaat daar bij zijn zus Hendrika Aleida wonen die inmiddels weduwe is van Johannes van Druten. Enigzins noodgedwongen vertrekt de familie Branderhorst waarschijnlijk in 1926 ook van de Stiele door wat problemen in de buurt. Dat jaar trouwt dochter Grada Hermina Maria met Wilhelmus Hermanus Marsman en gaat op zijn ouderlijk huis in Epse wonen en daar gaan Bernardus Antonius en Berendina Johanna ook wonen. In het bewonersoverzicht hieronder wordt de familie Branderhorst genoemd onder de medebewoners, maar zij werden na het vertrek van Gerrit Berend van der Meij de hoofdbewoners en waren dat feitelijk al voor zijn vertrek en misschien al voor het overlijden van Gerrit Jan van der Meij.

 
Hierna komen landarbeider Hendrik Willem Oldenmenger en zijn echtgenote Derkjen Goorman op de Stiele wonen, zij zijn afkomstig van Broer op de Eesterbrink. Het echtpaar heeft een zoon en een dochter. Dochter (Johanna Hendrika) Anna trouwt in 1948 met Hendrik Jan Nijenhuis en zij komen dan ook in het huis wonen. Derkjen Goorman woont er dan al niet meer, zij is op 6 mei 1944 overleden.

In 1955 vertrekken Hendrik Jan Nijenhuis en Johanna Hendrika Oldenmenger met Hendrik Willem Oldenmenger naar Deventer en komt de familie Schuurman hier wonen. Later woonde er de familie van de Wel. Rond 1980 is het boerderijtje geveild.

Op de foto's hiernaast zien wij Hendrik Willem Oldenmenger en Derkjen Goorman. Links hieronder het echtpaar met hun kinderen Anna en Antoni en rechts hieronder Anna met haar echtgenoot Henk. Op de middelste foto de twee kinderen van dit echtpaar.
 
 
 
1851-1854 Teunis Hagens en Willemina van der Meij Eerste hoofdbewoners
1854-1906 Gerrit Jan van der Meij en Lammerdina Klein Nulent Gerrit Jan is de broer van Willemina
1906-1917 Gerrit Berend van der Meij Gerrit Berend is de zoon van Gerrit Jan en Lammerdina 
     
1851-1860 Lambert Berentzen en Alberdina van der Meij Eerste medebewoners en later hoofdbewoners
1887-1890 Albert Sluiter en Hendrika Johanna Hagens Geen familie van vorige medebewoners
1890-1893 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Geen familie van vorige medebewoners
1893-1926 Bernardus Antonius Branderhorst en Berendina Johanna Gerarda Weverink Geen familie van vorige medebewoners
1927-1955 Hendrik Willem Oldenmenger en Derkjen Goorman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1948-1955 Hendrik Jan Nijenhuis en Johanna Hendrika Oldenmenger Johanna Hendrika is de dochter van Hendrik Willem en Derkjen
     
  Huidig adres: Flierderweg 7  
 
 
Prins
 

Harmen Meijer is geboren op Bartels Hofstede en is de kleinzoon van Jan Prins. In 1832 is de woning nog eigendom van de geërfdens van Eschede.

Huisnummer 71 anno 1841. In 1845 wonen hier ook Harmen Mensink (afkomstig van Bartels Hofstede) en Johanna Hagens.

Koopakte d.d. 23-11-1848: betreft het plaatsje "de Prins" of "Prinsenplaats" onder Gorssel. Klaas en Gardina verkopen aan Julie August en Harmken

Overdragct 10-10-1863: betreft "De Prinsenplaats" bestaande uit huis en erf, bouw- , weide- en heidegrond te Gorssel verkocht aan Harmen Nijenhuis. Julie August en Harmken wonen dan al een aantal jaren in Markelo.

Ook wel Prinsenhof genoemd, zie hypotheek d.d. 01-03-1864 betreft "de Prinsenhof" bestaande uit huis en erf, bouw- en heidegrond te Gorssel op naam van Harmen Nijenhuis en Hendrika Holmer.

 
1791-1848 Harmen Meijer en Hendrika Knopers Eerste hoofdbewoners
1817-1836 Derk Meijer en Gardina Bluemink Derk is de zoon van Harmen en Hendrika
1836-1850 Klaas Dijkink en Gardina Bluemink Klaas is de tweede echtgenoot van Gardina
1848-1854 Julie August Timan en Harmken Meijer Harmken is de dochter van Derk en Gardina
1854-1860 Egbert Enterman en Willempje Knippenberg Verhuist naar huisnummer 11d = Joppelaan
1860-1895 Harmen Nijenhuis en Hendrika Holmer Geen familie van vorige hoofdbewoners
1894-1899 Hendrik Jan Nijenhuis en Gerritjen Braamkolk Hendrik Jan is de zoon van Harmen en Hendrika
1899-1900 Hendrik Braakhekke en Hendrika Bannink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1900-1955 Gerrit Muil en Johanna Voupel Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van de Bongerd
1924-....... Johan Hekkelman en Harmina Muil Harmina is de dochter van Gerrit en Johanna
1951-....... Gerrit Hekkelman en Frederika Alberta Sletterink Gerrit is de zoon van Johan en Harmina
     
  Huidig adres: Flierderweg 11 71>113>180>206>226>277>415>527
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hierna gaat het richting Joppe met o.a. Joppe kasteel, het erve Job (Nijland), Ruimzigt, Vossenbelt, Vuurslag/Nieuwkamp, Achterkamp, Voortman etc.
 
Huisnummering 1815, 1841 en 1866 gesorteerd op nummering 1841
 
               
  1815 1841 1866 1890   1952 hoofdbewoner  
               
Groterkamp 27 69 102        
Reuvekamp 28 70 103        
Prins 32 71 113 180 Flierderweg 11    
Wachtpost 23 x 71a 114 181 Amelterweg 10 Jansen Vreling  
Joppe kasteel 31 72 115 194 Joppelaan 66 Wed. von Heijden  
Joppe tuinman   73 116 188 Joppelaan 71 Verholt 116 wordt nieuwe huisnummer van 73 maar betreft een ander huis namelijk RK pastorie i.p.v. tuinmanswoning van kasteel Joppe
Braakman     116a 187 Afgebroken   vanaf 1870
Joppe bouwman   74 117 193 Eikeboomlaan 2 Haarman  
Ruimzigt > Uithoek 29 75 118 191 Eikeboomlaan 6 Jansen Na 1841 andere locatie en genaamd Uithoek?
      118-2 192 Eikeboomlaan 4 Geurtsen  
Eikeboom x x 118a 189 Joppelaan 64 Van der Meulen  
Tuinman Kersten x x 118b 195 Afgebroken    
  x x 118c 185 Joppelaan 58 Huis in 't Veld vanaf 1881
Tol?     118c2 186 ?    
Stationschef x 75b 119 182 Spoorpad 2 Hamer  
Kruidenier       x Joppelaan 54 Brinkman  
Bosrestaurant x x 119a 183 Joppelaan 56 Sotthewes vanaf 1883
Spoorwachter x 75a 120 184 Joppelaan 69 Van Enck  
Vossenbeld x 76 121 197 Middenbospad 2 Veldink  
Spoorpad x 76a 122 196 Spoorpad 7 Jansen  
Teunissen x 77 123 198 Joppelaan 79 Teunissen  
Achterkamp 30 78 124 199 Schapendijk 1 Kleinwolt  
               
               
 
 
 
 
 
 
Kasteel Joppe
 

HUIS 'T JOPPE [Jobster, Nieulant, Jobstede, Nijelanden] De eerste bronnen van 't Joppe gaan terug tot in 1565, toen Lubbert van Cuenre 'die Nijelanden', natte heidegronden, onder Gorssel liet ontginnen. Eind 17e eeuw liet luitenant Willem van Sughtelen een ringsloot aanleggen, die nog grotendeels bestaat. De voorganger van het rond 1740 gebouwde landhuis was waarschijnlijk niet meer dan een boerderij. Het 18e-eeuwse landhuis werd gebouwd in opdracht van de Deventer burgemeesterfamilie Van Markel, die het landgoed via vererving hadden gekregen. De Hottingerkaart (1783) toont het landhuis aan het eind van een lange oprijlaan. Direct achter het landhuis lagen moes- of siertuinen in een eenvoudig sterpatroon. Rond 1800 werd een deel van de bestaande geometrische aanleg vervangen door een vroeg-landschappelijke aanleg met slingerpaden, waarbij de gracht een meer natuurlijke verloop kreeg. In 1828 kocht de Amsterdamse natuurkundige dr. Antoni Brants (1805-1862) het landgoed, schoonzoon van A.C.W. Staring (van de Wildenborch). Het gehele park werd veranderd in landschapsstijl. In 1853 liet Brants de rechter zijvleugel verlengen en vermoedelijk is toen ook de koepelkamer aan de achterzijde aangebouwd. Brants was drie maal getrouwd en had twaalf kinderen, van wie er nog tien in leven waren. Dit gaf zoveel complicaties bij de erfenis, dat men het goed opnieuw verkocht heeft aan de familie Van Hövell tot Westerflier. Frans Ernst Alexander van Hövell tot Westerflier woonde hier met zijn vrouw R. Boreel de Mauregnault; hun alliantiewapens staan in de gevel. Tevens liet hij de oude bouwhuizen vervangen door nieuwe bijgebouwen en liet hij bij het landhuis de rooms-katholieke kerk bouwen (zodat hij niet naar Zutphen ter kerk hoefde). Rond 1880 werd een berceau, een tunnel van haagbeuken, aangeplant. In het parkbos liggen onder meer een koepel, waaronder zich een ijskelder bevindt, en een sterrenbos. De huidige eigenaren zijn de erven van Lidia Félicie Marie jonkvrouwe van Heyden, kleindochter van F.E.A. van Hövell tot Westerflier.

Frans leefde van het bestieren van zijn landgoed. Hij stond bekend als een echte buitenman die, in tegenstelling tot zijn vrouw, het liefst op zijn landgoed was met zijn Schotse collie. Net als zijn broers was Frans ook zeer betrokken bij geloof, kerk en maatschappij. Hij was kerkmeester en ontving ook het achtpuntige kruis, bij besluit van 15 november 1911, waarna hij zich ridder mocht noemen in de orde van de Heilige Gregorius. In hetzelfde jaar overleed zijn vrouw Raphaëla. Frans bleef alleen op 't Joppe achter. Toen zijn gezondheid verder achteruit ging werd hij thuis verpleegd door een paar nonnen, tot aan zijn dood in 1926. Lidia F.M. de Maes Janssens, jonkvrouwe von Heijden, kleindochter van baron Frans, was de laatste bewoners. Zij overleed in 2011.Bron: 150 jaar kerk in Joppe van Froukje Holtrop.

In het register van oorlogsschade van 1797-1798 over de periode 1794-1795 wordt genoemd de burgeresse van Heeckeren geb, Bouwer.

23 october 1798 - Van A.H. van Markel Bouwer, woonende te Deventer, ƒ 19-17-08 in voldoeninge van den 40en penning van het zesde perceel van het goed Eschede, bestaande in een stuk hooijland met de daarom staande hegge, onder het schoutampt Zutphen, bij het erve Joppe kennelijk gesitueerd. Aangekogt van als vooren voor ƒ 785-00-00, voorts 10 guldens hooggeld, te zaamen ƒ 795-00-00, den 25 september 1798

1863: Omschrijving van het landgoed Het Joppe, bestaande in heerenhuis en bijbehoorende gebouwen, wandelingen met opgaand hout en waterpartijen, benevens de daarbij behoorende boerenerven Joppe, het Esterholt, Marsveld, den Uithoek, het Gier en de Naar [...] alsmede het buitengoed De Haar of Klein Joppe.

 

 

 
1797 Anna Aleida Bouwer Register oorlogsschade
1815 Arnold Hendriks van Markel Brouwer en Sophia Adriana Everdiena van Heeckeren tot Walien Register personele omslag
  Antonie Brants en Carolina Sophia Staring  
  Antonie Brants en Adelaida Rudolphine Clignett  
1861 Antonie Brants en Elisabeth Mechteld Jordens  
1866- Frans Ernst Alexander Hövell van Westervlier en Weezeveld en Raphaëla Maria Alexandra Anthonia Johanna Baptista Wilhelma Boreel de Mauregnault  
     
     
     
    72>115>194>221>264>346>490>602
 
Tuinmanswoning Joppe
 
Deze wordt op een gegeven moment afgebroken en het huisnummer gaat dan over naar de woning van de pastoor.
 
     
     
.........-1864 Hendrik van Ee en Harmina Willemsen  
  Huisnummer van tuinmanswoning naar pastorie?  
1868-1873 Mattheus Antonius van Crimpen Pastoor
  Etc.  
     
     
    73>116>188>216>259
     
Braakman Joppe
 
1870-1907 Antoni Martinus Braakman Afkomstig van de Smid uit Gorssel
1870-1908 Berendina Alberta Klein Heerenbrink Nicht van Antoni Martinus. Verkoop d.d. 17-10-1908, betreft huis te Gorssel, sectie E nrs. 3323 enz. Zij vertrekt op 8 december 1908 naar Voorst
1910 Gerrit Derkes Afkomstig van Diepenveen op 08-02-1910 samen met twee zussen
     
    116a>187>215>258>338/339>X>X > Joppelaan in de buurt van de Eikeboom
     
1919-...... Antonius Verhoeks en Martha Hendrika Jacoba de Rooij Eerste medebewoners (wonen van 25-10-1920 tot 28-02-1921 wel even in Zutphen)
1920-...... Bernardus Johannes Lensen en Ernestina Catharine Schmerfeld Wonen er vanaf 18-11-1920
     
     
     
     
 
 
Bouwmanswoning Joppe
 

Ook wel genaamd 't Job of de Bouwhof Joppe. Deze behoorde tot het Huis Joppe. In het verpondingskohier van 1646 wordt gesproken over "dat Nieuwe Landt" met als eigenaar de weduwe Cremers en hierbij wordt ook gesproken over een hof, dit betreft de boerderij bij 't Joppe. Er was ook "dat Nieuwe Landt" met eigenaar Bartelt Henrix en dit betreft mogelijk een stuk land waarop later 't Nijland aan de Eefdese Enkweg is geboekt. Maar het land zou ook wel eens in Joppe hebben gelegen want daar komt de naam Barthold Hendrijck ook voor, zie huwelijk Gorssel d.d. 19-04-1647 Albert Bartols, sohne van Bartold Hendrijck ende Hijlleke Keijlers(?) jonge dochter van zall. Keyl(?) Nijlands. Barthold woonde waarschijnlijk op Bartels Hofstede in Gorssel.

In de DTB boeken wordt al in 1623 melding gemaakt van ene Henrick Jans op 't Nijlant tot Gorssel en dat moet de boerderij van Cremers zijn geweest. Deze vermelding betreft een ondertrouw in Almen. Omdat later (omstreeks 1700) bij 't Nijland ook melding wordt gemaakt van "vulgo 't Job" blijkt dat de oude boerderij Nijland in Joppe heeft gestaan.

Mogelijk hebben Jan Willems Nijland en Geertjen Jansen Vunderink eerst op den Dam in Eefde zijn blijven wonen en voor 1645 (doop 26-01-1645 Jan op 't Jobs goet ende (onleesbaar) eheluyden haere ...) zijn verhuisd naar Nijland in Gorssel oftewel ’t Job bij huize Joppe. In beide gevallen een bouwhuis bij een kasteel.

Op 16 maart 1662 trouwt Mechtelt Jansen, dochter van Jan Niulant hier woonachtich, met Jan Engberts Steinfurt. In een akte van 1665 vinden wij de persoon Jan Willem(s) op 't Nijland die dan als momboir wordt aangesteld. Dit gaat waarschijnlijk over 't Nijland op 't Job. Het kind waarover Jan als momboir wordt aangesteld betreft Aloff Hendriks van 't Boschtert.

0338-272,30-4-1686
Alof ten Busse dat wijl. sijn vader Henrick Wijgerts,14-12-1665 na afsterven sijn moeder Jenneken Alofs mombers waren Claes ten Busse en Jan Willemsen op 't Nijlant

 

Op 21 maart 1814 overlijdt de 12-jarige Gerrit Jan Tuitert op het Joppe in het dorp Gorssel. Hij is de zoon van Jenneken Oostenenk en de inmddels overleden Teunis Tuitert. Jenneken is hertrouwd met diens broer Jan Tuitert en is volgens de akte "doende boerderij". Getuigen bij de aangifte zijn de geburen Gerrit Botterman (42jr) en Jan Ilbrink (28jr).

Mannes ten Have en Janna Klein Velde wonen op 't Have in Oxe en verhuizen omstreeks 1827 naar kasteel Joppe te Gorssel. Volgens het kadastrale register zijn zij in 1832 (1831) hoofdbewoners van perceel B352 en de eigenaar is Anthony Brants die ook de eigenaar is van Huis Joppe (B330, waar hij woont) en van de tuinmanswoning (B325) welke wordt bewoond door J. van Deursen en welke in 1862 is afgebrand.

In 1836 zijn zij volgens het register van personele omslag verhuisd naar de nieuwe bouwmanswoning nabij het kasteel.

Akte 10-05-1844: Mannes ten Have x Janna Klein Velde (overleden) schenkt deel van inboedel aan zoon Albert t.g.v. zijn huwelijk met Willemina Hendrika Tuitert. Voorwaarden en verpleging. In huis is ook een ziekelijke dochter Aaltjen ten Have. Het echtpaar is eigenaar van de Drie Kievietten en heeft daar ook gewoond. Zij hebben deze in 1845 opnieuw gebouwd. Mannes is in 1865 overleden in de bouwmanswoning bij kasteel ’t Joppe.

Albert ten Have en Willemina Hendrika Tuitert en later gehuwd met Hendrika Nijkamp. Albert woont met zijn beide echtgenotes op de bouwmanswoning bij kasteel ’t Joppe. Willemina Hendrika en Albert zijn daar overleden resp. in 1860 en 1882. Hendrika verhuist in 1883 naar Laren (Verwolde) en overlijdt daar in 1887.

 

Het letterdoek hiernaast is omstreeks 1857 gemaakt door Jantjen Tuitert, jongste zus van Willemina Hendrika Tuitert. Haar initialen staan in de door twee engeltjes gedragen krans van bloemen in het midden bovenaan op het doek, de gebruikelijke plek waar de maakster haar initialen borduurde. Jantjen deed op 't Smeenk in de Eesterhoek, het ouderlijk huis van de gezusters Tuitert. We zien naast de initialen van Albert en Willemina Hendrika ook de initialen van haar ouders Marten Tuitert en Jenneken Roeterdink en die van haar schoonouders Mannes ten Have en Janna te Velde. En die van de vijf kinderen die er toen waren: Mannes, Marten, Jan Albert, Johan en Jantjen. Alleen de initialen van zoon Willem ontbreken, hij is in 1859 geboren en het doek hing toen al aan de muur in de bouwmanswoning!

De oorspronkelijke bouwmanswoning is afgebroken en op de fundering is een nieuwe woning gebouwd.

Grada Hendrika Derkes is de zus van Johanna Hendrika Derkes die op 't Gier in de Eesterhoek woonde.

 
1623 Henrick Jans opt Nijlant tot Gorssel [en] Mechtelt Gerrits, van Lintvelt Ondertrouw 11-05-1623 Almen, getrouwd in Gorssel
1645-1686> Jan Willems op Niulandt en Geertjen Jansen Vunderink Bij huwelijk Jan op den Dam in Eefde
1668-1674 Lubbert Hendericksen Niulandt en Marritjen Jans Marritjen is de dochter van Jan, Lubbert komt van Beunk uit Epse
1674-....... Warner Jansen op Niulandt en Marritjen Jans Warner is de tweede echtgenoot van Marritjen, Warner komt van Bussink uit Epse
1689-1690~ Henderick Hendericks op 't Job en Henders Garrits  
1690 Arent Frericks op ’t Niulandt en Egbertjen Tonnissen  
1692-1707 Berend Janssen op 't Niuland en Jenneken Janss Registratie 1700: op Niuland vulgo 't Job !!! Berent komt van Franckenstede. Zij wonen (later) waarschijnlijk in Joppe!
1707-1713> Garrijt Berents Hiddink en Jenneken Janss Garrijt is de tweede echtgenoot van Jenneken
1728-1735 Jan Reijnts Groot Mensink en Maria Berents Nijland Maria is de dochter van Berend en Jenneken, het echtpaar verhuist naar Klein Nagelvoort in Verwolde
     
     
1836-1865 Mannes ten Have en Janna Klein Velde  
1844-1863 Albert ten Have en Willemina Hendrika Tuitert Albert is de zoon van Mannes en Janna
1863-1883 Albert ten Have en Hendrika Nijkamp Hendrika is de tweede echtgenote van Albert
1883-1926 Johannes Haarman en Willemina Rouwelaar Geen familie van vorige hoofdbewoners
1919-1952> Johannes Haarman en Grada Hendrika Derkes Johannes is de zoon van Johannes en Willemina
     
  Huidig adres: Eikeboomlaan 2, maar afgebroken 74>117>193>220>263>345>489>601
 
 
Uithoek
 

In 1841 gebeurt er wat bijzonders bij 't Ruim. Het huis krijgt huisnummer 75 terwijl Achterkamp huisnummer 78 krijgt. Daar tussen zitten de huisnummers 76 van Vossenbeld en 77 van "Teunissen". Dat is niet logisch als het huis op dezelfde plek staat en het huis zal dus zijn verplaatst. Tevens zien wij dat jaar een nieuwe hoofdbewoner zijnde Jan Geurken die werkbaas op 't Joppe is. Waarschijnlijk is voor hem een nieuwe woning gebouwd aan de huidige Eikenboomlaan. De namen Ruim en Ruimzigt worden niet meer gebruikt in de overlijdensakten en nu komt de naam Uithoek voor b.v. bij het overlijden van Mannus Wesseldijk in 1843. Jan Geurken en Mannus Wesseldijk worden in 1841 op huisnummer 75 ingeschreven, maar Mannus wel op 75-2 dus als medebewoner.

Op 8 augustus 1843 overlijdt Mannus Wesseldijk op katerstede de Uithoek. Aangenomen dat Aaltjen Bussink daarna is verhuisd. Zij is in 1882 overleden op Hoekman en woonde van 1858 tot 1879 op 't Dijkerhof. Daarvoor woonde zij een jaar in Warnsveld bij dochter Harmina en schoonzoon Albert Wessels waar zij op 1 mei 1857 is komen wonen. Zij was afkomstig van Gorssel

Jan Geurken trouwde op 24 november 1838 met Teuntjen Bannink en ze gaan eerst in Harfsen wonen waar op 8 april 1839 dochter Willemina is geboren. Getuige bij de geboorte aangifte is de 30-jarige dagloner Jan Strookappe die op de Kleine Koekkoek woonde, waarschijnlijk woonden Jan en Teuntjen daar in de buurt en dus al niet ver van Joppe.

In de periode 1844-1852> wonen ook Mannes Scheuter en Maria Geurken (zus van Jan) in op Ruimzigt die toen huisnummer 75 had en Mannes en Maria woonden op huisnummer 75-2. Jan Geurken was werkbaas op het Joppe. Jan en Maria waren de kinderen van Hendrik Jan Geurken en Willemina Holtmark. Bij het overlijden van Maria in 1877 wordt haar moeder Willemina Strokappe genoemd. Mannes en Maria verhuisden in 1866 naar Loo samen met Aaltjen Hoefman die trouwde met neef Willem Scheuter.

Overleden op de Uithoek: Mannes Wesseldijk in 1843, NN Scheuter in 1847 en Johanna Willemina Scheuter in 1852.

Huizenregister 1921: Huisnummer 344: Uithoek = bewoond door Wed. J.Th. Jansen = Eikeboomlaan 6 anno 1951

 
     
1841-1880 Jan Geurken en Teuntjen Bannink Eerste hoofdbewoners
1880-1942 Johannes Theodorus Jansen en Everdina Willemina Mulder Werkbaas.
1952 Albertus Johannes Jansen Albertus Johannes is de zoon van Johannes Theodorus en Everdina Willemina, hij is landbouwer van beroep
     
1841-1843 Mannus Wesseldijk en Aaltjen Bussink Eerste medebewoners, afkomstig van 't Ruim
1844-1866 Mannes Scheuter en Maria Geurken Maria is de zus van Jan
1866-1866 Nicolaas Hieronimus Peters en Johanna Hoogenbosch Opzichter
1868-1869 Bernardus Slot Gaat wonen op huisnummer 118a = de Eikeboom
1872 Johannes Kersten en Catharina Hendrika Garderen Gaat wonen op huisnummer 118b = Joppelaan
1877 Anna Maria Kreinen en August Keyser Afkomstig van het huis van de wisselwachter
1894-1918 Lieuwe van der Meulen en Sjieuwke Tjebbes Witteveen  
1919 Hendrika Berendina Hakvoort  
     
     
  Huidig adres: Eikeboomlaan 6 75>118>191>218>262>344>488>600> Eikeboomlaan 6 anno 1951
 
 
Eikeboomlaan 3
 
Hier woonde ook Johanna ten Velde, zij is overleden op 26 juni 1938. Indien hiervan een foto dan deze doorsturen naar Albert Elbertse.
 
1915-....... Johannes Albertus Jansen en Geertruida Wilhelmina Maria Jans Eerste hoofdbewoners, Johannes is afkomstig van de Uithoek
     
     
  Dubbele bewoning:  
1917-1917 Johan Maas en Cornelia Lamberta Gerth Eerste medebewoners
1920-1921 Petrus Anthonius Hermanus Hoppe  
     
    260a>341+342
 
 
 
Eikeboom
 
   
 
1869-1886 Bernardus Slot en Louisa Bonnenberg Eerste hoofdbewoners
1886- Lieuwe van der Meulen en Johanna Everdina Hendrika Overvelde  
     
     
1922-1925 Derk Johan Vleming en Johanna Maria Cornelia van Dam Het echtpaar verhuist naar Tjemara aan de Joppelaan
     
     
     
     
    118a>189>217>260>340>485>597> Joppelaan 64 anno 1951
 
 
Kersten
 
1872-1901 Johannes Kersten en Catharina Hendrika Gardingen Eerste hoofdbewoners, Johannes is tuinman van beroep
1901-1912 Johannes Grotenbreg en Catharina Drost  
1912-1921 Johannis Bon en Petronella Westerveld  
1921 Theodorus Antonius Seebus en Theodora Wilhelmina Verhoeven  
     
     
    118b>195>222>265>347>491>X > geen adres 1951 (tussen Joppelaan 78 en 91)
 
 
 
 
Tolhuis
 

Het huis erna is de Wingerd (RK Parochiehuis) en had dubbele bewoning, voor en achterzijde. In 1952 woonden hier E.A. v.d. Kamp en J.W. Vroom. Later woonden hier Verholt en Weultjes. Ook Herman Huis in 't Veld heeft er gewoond, aan de voorzijde waar later Verholt woonde.

In het tolhuis woonde vanaf 1934 ook een familie Huis in 't Veld. Ze zijn afkomstig van Hellendoorn. Zoon Hein bleef er wonen.

Hendrik Jan Heetbrink en Elisabeth Nijman wonen er vanaf 21 augustus 1919. Hendrik Jan is overleden op 22 maart 1924 maar het echtpaar is dan inmiddels al verhuisd naar Harfsen. Opvolgers zijn Wilhelmus Uiterweerd en Johanna Schuurman, ze ruilen van huis! Waarschijnlijk hebben zij geruild in 1923, op 2 februari van dat jaar wordt er namelijk een akte van roijement opgemaakt tussen Wilhelmus Uiterweerd en Antonia Schuurman.

 

Op 8 oktober 1887 trouwt Gerrit Jan Draaijer met Johanna Aleida Dolleman en zij gaan dan op het tolhuis wonen. Gerrit Jan is rietdekker van beroep, het vak zal hij hebben geleerd van zijn oom Jan Velderman bij wie hij op de Dekker in het dorp Gorssel opgroeide. Hier zal hij al zijn gaan wonen in november 1853 en hij was toen nog maar twee jaar oud. Hij woonde bij zijn ouders in Exel en in het bevolkingsregister wordt genoteerd dat hij tijdelijk te Gorssel gaat wonen, maar hij wordt niet meer opnieuw ingeschreven op het adres in Exel. Zijn opa Philippus Velderman woonde toen ook nog op de Dekker en van hem kan hij als klein jongetje het vak ook al hebben afgekeken, zijn opa overleed in december 1857. Zijn vader Berend Jan Draaijer was overigens tolgaarder van beroep, toeval of niet.

Op 11 december 1887 wordt uit het prille huwelijk met Johanna Aleida dochter Berendina Johanna geboren. Juni 1889 verhuist hij met vrouw en dochter naar Epse waar in 1892 nog een dochter wordt geboren.

 
1881-1883 Gerrit Hendrik Brinkman en Johanna Jacoba Dikkers Eerste hoofdbewoners, zij verhuizen in 1883 naar 119a
1883-1887 Alexander Jochems en Geesken Groot Enzerink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1887-1889 Gerrit Jan Draaijer en Johanna Aleida Dolleman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1889-1895 Maria Wichink - Huis in 't Veld Geen familie van vorige hoofdbewoners
1895-1930 Hendrikus Wichink Hendrikus is de zoon van Maria
1906-1934 Gradus Wichink en Antonia Schuurman Gradus is de broer van Hendrikus, afkomstig van de Huurne in Harfsen
1934-1952 Johannes Gerhardus Huis in 't Veld en Willemina Gerritdina Schuurman Willemina Gerritdina is een nichtje van Antonia
     
    118c>185>213>256>336>482>594> Joppelaan 58 anno 1951
     
1883-1896 Gerrit Willem Groot Velderman en Derkjen Schoemaker Huisnummer 118c2. Tolgaarder, wordt in register 1883-1890 op huisnummer 118c2>186 geregistreerd = huisnummer 595 volgens overzicht, maar daarna geen adres
1896-1905 Willem Braakhekke en Hendrika Jansen Afkomstig van een huis aan de huidige Lochemseweg
1905-1919 Hendrik Jan Grooteboer en Berendina Oosterkamp Verhuizen naar Ravennest
1919-1923 Hendrik Jan Heetbrink en Elisabeth Nijman Hendrik Jan is overleden op 22-03-1924 in Harfsen, daarna Elisabeth verhuisd G147>181?
1923-1939> Wilhelmus Uiterweerd en Johanna Schuurman Johanna is de zus van Antonia Schuurman
1934-1941 Antonia Wichink-Schuurman Afkomstig van huisnummer 482, andere kant
  Waarschijnlijk daarna geen dubbele bewoning meer  
    118c2>186>214>257>337>483>595> Geen adres
 
 
Station
 
 
 
1865-1866 Johannes van Eck en Johanna Scheuer Stationschef
1866-1867 Jacobus Snoek en Winnigje Ros Stationschef
1867-1867 Coenraad Albertus van Valkenburg en Cornelia Johanna de Rou(?) Stationschef
1867-1874 Richard Cornelis Schooleman en Wilhelmina Grave Haltechef
1874-1875 Willem Reinier van Buggem en Johanna Maria Willemsen Stationschef
1875-1878 Charles Francois Larméné en Josephine Louise Beltjens Stationschef
1878-1900 Abraham van Leeuwen en Derkje Gerritsen Stationschef
1900-1902 Albertus Lansain en Clara Henriëtte Stationschef
1902-1920 Gerrit Jan Schipper en Hermina Hendrika van Dijk Stationschef
1920-....... Pieter Beintema en Hinderika Bouwman Stationschef
     
     
     
     
1950 Waalboer  
1952 G. Hamer  
     
    75b>119>182>208>254>328>472>574> Spoorpad 2 anno 1951
 
 
Wachtpost 23
 
Hier woont de wisselwachter c.q. seinwachter.
 
1865-1867 Gerardus Johannes Martinus Souwerbren en Reintje Haarbrink
Eerste hoofdbewoners
1867-1868 Andries Gradus Velthuijsen en Antonia Beuse Geen familie van vorige hoofdbewoners, ze wonen later op spoorwachter
1868-1877 Anna Maria Kreinen en August Keyser August is de zoon van Anna Maria en is wisselwachter van beroep
1877 Hendrik Carel Noorman en Cornelia Wilhelmina Koebergen Spoorbeambte
1878-1879 Hendrik Jan Ruempol en Maria Susanna Barink Seinwachter, het echtpaar vertrekt in 1879 naar het huis van de spoorwegwachter
1879-1889 Jan Willem Jansen en Grietje Stoelhorst Seinwachter
1890-1893 Jan Hendrik ten Brinke en Hendrika Aleida Dommerholt Wisselwachter
1896-1897 Machiel de Vries en Aaltje Riphagen Telegrafist
1897-1899 Jacobus Lambert Buitenhuis en Janke Jans van der Meulen Spoorbeambte
1899-1911 Hendrik Jan Anneveldink en Gerritjen Bouwhuis Spoorwegarbeider
1911-1924 Adrianus Tromp en Aaltje Buskes Ploegbaas
1924-1952> Willem Jansen Vreling en Mecheldina Wessels Spoorwegarbeider
1956-1963~ Herman Voskamp en Anneken Onstenk  
    71a>114>181>207>227>296>441>571> Amelterweg 10
 
          
Wachtpost 24
 

Jan is wegwerker op den (stations?) overweg en seinwachter. Andries en Willem zijn spoorwegwachter van beroep.

 

 
 
1865-1868 Jan Schoolderman en Gerritje Assink Eerste hoofdbewoners
1868-1870 Andries Gradus Velthuijsen en Antonia Beuse Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van wisselwachter
1870-1874 Willem Stoelhorst en Berendina Hendrika Jansen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1874-1878 Willem Stoelhorst en Maria Huisken Maria is de tweede echtgenote van Willem
1879-1888 Hendrik Jan Ruempol en Maria Suzanna Barink  
1889-1896 Jan Willem Jansen en Grietje Stoelhorst  
1896-1898 Johan Abraham van Huizum en Hillechien Lugt  
1899-1916 Johannes van Druten en Hendrika Aleida van der Meij  
1916-1926 Derk Jan Palsenberg en Hendrika Maria Schoemaker  
1926-1932 Hendrik Albertus Palsenberg en Johanna Broekmaat Hendrik Albertus is de broer van Derk Jan
1952 Weduwe H. van Enck en G.J. van Enck Waarschijnlijk Mathilda Feith en zoon Gerrit Jan van Enck
     
    75a>120>184>210>255>329>473>577> Joppelaan 69 anno 1951.
 
 
Stationskoffiehuis
 

Op 31 augustus 1882 koopt Gerrit Hendrik Brinkman een perceel bouwland te Gorssel van Harmanus Revelman en op 12 augustus 1883 krijgt hij hypotheek op een huis en erf onder Gorssel van Theodorus Johan Daniëls.

Koopcontract d.d. 6 mei 1920: betreft koffiehuis met woonhuis, erf en weiland te Gorssel (Joppe), sectie E nrs. 3314, 3315 en 3302. Verkoop door Gerrit Hendrik Brinkman en Johanna Jacoba Dikkers aan Willem Frederik Dikkers (monteur te Gorssel) en mogelijk Jan Brinkman (bakker te Joppe) die ook in de akte wordt genoemd. Willem Frederik Dikkers verkrijgt hiervoor hypotheek van Reint Willem van Schooten en Janna Scheperboer.

Tegenwoordig is hier het Bosrestaurant gevestigd

 

 
1883-1938 Gerrit Hendrik Brinkman en Johanna Jacoba Dikkers Eerste hoofdbewoners, afkomstig van het Tolhuis
1920- Willem Frederik Dikkers en Johanna Brinkman Johanna is de dochter van Gerrit Hendrik en Johanna Jacoba
1952 E. Sotthewes  
1954~ Hendrik Jan Dijkerman en Maria Emma Henriëtta Schmitz Afkomstig van de Smid in Epse
1969 P. Twijnstra en mej. A. Floors  
  Geke Stormink en ............ 119a>183>209>253>327>471>575> Joppelaan 56 anno 1951, later Joppelaan 100
     
1890 Georg Karl Scheid Huisnummer 183a
  Vervallen periode 1890-1899 Waarschijnlijk dubbele bewoning
     
     
1920-1969> Jan Brinkman en Johanna Woertman Eerste hoofdbewoners van de bakkerij, kruidenier en later ook postagentschap
1946-....... Gerrit Hendrik Brinkman en Willemina Henrieta Nossent Gerrit Hendrik is de zoon van Jan en Johanna
     
    326>470>576> Joppelaan 54 anno 1951, later Joppelaan 98
 
Onbekend
 
 
Zij kopen op 27-10-1916 van Karel Frederik Bloemers een huis met erf aan de Stationsweg te Gorssel, sectie E nr. 3578. Karel Frederik had dit perceel als heide gekocht op 18 december 1915 van Willem Geerdes en heeft er dus in 1916 een huis op laten bouwen. Het schilderwerk zal hij zelf hebben gedaan want hij was schilder van beroep.
 
1916 Cornelis Hermanus Pruijsers en Helena Adriana Molewijk Eerste hoofdbewoners
     
     
     
    238b>310
 
 
Huis te Werken
 
  Hij koopt op 2 december 1904 een perceel heidegond te Gorssel, sectie C nr. 2239 van Egbert Enserink.
In 1909 koopt hij een huis in Eefde en gaat daar dan wonen.
 
1904- Coenraad Selser en Geertruida Clara Reukema Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Oude Pastorie
1907-1917 Marie Arianus van Niekerken en Adriana Maria van Niekerken Broer en zus
     
     
     
    210d>239>312
 
 
Mon Désir
 
  Later ook wel Vredeheim, Huize Ine en Onze Haven genoemd. Na het overlijden van Catharina Lucreatia Portegies wonen er nog haar dochters Maria en Johanna Margaretha Boele van Hensbroek.

Op 01-11-1917 verkopen de gezusters Boele van Hensbroek villa "Mon Désir" met koepel te Gorssel, sectie E nr. 3126 aan Egbert Tünschel
Hij verkoopt de villa op 16 april 1920 aan Hendrik Johannes Bernardus Riemer.
 
1902-1906 Catharina Lucretia Portegies Eerste hoofdbewoonster, weduwe van Pieter Boele van Hensbroek
1902-1918 Maria en Johanna Margaretha Boele van Hensbroek Maria en Johanna Margaretha zijn de dochters van Catharina Lucretia
1912-1913 Jan Matthijs Noordwijn en Sara Jacoba de Chaufepié  
1918-1920 Egbertus Wilhelm Tünschel en Sophie Schmitz Geen familie van vorige hoofdbewoners
  H. Riemer  
  H.J. ten Bokkel Huinink  
  Johannes Ignatius Gerhardus Maria Hoffschulte  
  Wed. G.J. Veltkamp  
  J.D. Veltkamp  
1930- Jacob Adrianus van Kooten en Anna Maria Petronella Visser  
1951 Mej. C. van Wijlen  
     
    210a>240>313>218>264
     
1902-1912 Frederika Janna Petronella Baartman Weduwe van Cornelis van Scherpenzeel, woonde op Dolleman in Gorssel
1912-1915 Gerrit Johan Brinkman en Aartje Fidder Vertrekken naar Puntenburg
1916-1916 Karel Jacobus Huzink en Johanna Cornelia Reinders  
1916-1917 Gerrit Jan Aaldering en Hendrika Johanna van Druten  
1917 Gerrit Dikkers en Anna Berenbrock  
    210b>241>314 = waarschijnlijk dubbele bewoning
     
     
 
Heidekamp Koepel Frankfort 315
     
     
Houthuus Koepel Hordijk, later Beekman 316
     
     
     
     
     
Hermine    
     
  Op de kaart hieronder staat Hermine waarschijnlijk onderaan aangegeven bij de vijfsprong van de huidige Huzarenlaan, Elfuursweg en
     
1910-....... Harmina Catharina van Eldik Opgeslagen onder Mon Désir