Gorssel
Eesterhoek homepage
 
In de geschiedenis van de Eesterhoek komt vaak het dorp Gorssel ter sprake. Logisch natuurlijk, want het dorp ligt zeer nabij. Soms is het ook zo dat Eesterhoekers uit het dorp afkomstig zijn of er naartoe verhuizen. Veel oude boerderijen en huizen in het dorp zijn daardoor al genoemd op de website. Op deze pagina is hierover meer te lezen en zien wij in de diverse bewonersoverzichten veel Eesterhoekers terugkomen.
 
 
De kaart hierboven dateert van ongeveer 1786. De "weg tusschen Deventer en Zutphen" is de huidige Zutphenseweg. Ten zuiden daarvan (gezien op de kaart, in werkelijkheid ten westen) zien wij de boerderijen 't Gier en Bloedkamp welke als eerste op deze website aan bod kwamen. We steken bij 't Gier de weg over en beginnen linksonder de L van "GORSEL" aan onze dorpswandeling en maken een rondje met de kerkklok mee. De reis eindigt bij de Grootekamp en als er nog wat tijd over is, lopen we nog een stukje verder richting Eefde en daarna richting Joppe.
 
 
De prenten hiernaast laten in de verte de kerktoren van Gorssel zien en zijn getekend door Nicolaas Wicart in de periode 1770-1815 dus in dezelfde periode als de kaart hierboven. Het is mogelijk dat de tekeningen zijn gemaakt in de Eesterhoek.
 
 
 
Brinkerkamp
 
Ook wel Brinkerenkamp, Lueks en Leuks genoemd. Anno 1751 wonen hier de Smid en de Timmerman, er was dus sprake van dubbele bewoning. Dat hoeft niet te betekenen dat het één huis was, het waren waarschijnlijk meerdere kleine huisjes welke als "getimmer" aangeduid worden. Deze zijn dan met goedkeuring van de eigenaar van de grond (Marcel Hendrik van Buinink) door de smid en de timmerman gebouwd, de grond zal de naam Brinkerkamp hebben gehad en de huisjes kregen ook deze naam.

Mogelijk zijn deze al gebouwd in 1731: 23 April 1731 Verbant van Henrik Aloisius van Dorth.
Deze akte vermeld ” …. Een zesde part van Haitinkshof , een zesde part aan Reusink, een zesde part van het lant zo Henrik Gierman bouwt, als ook een zesde part in de stukken lants, zo den Custos Wolter Piekart en Lucas Wesselink bouwen…”.
 

Zie akte d.d. 6 april 1751 met omschrijvingen "Eigenaars Huijs, hof op Groterkamp, met het boerenhuijs, berg, schaapschot, schuure, met het geene daar bij is gehorende" en "Den Brinkerkamp daar den Smit en den Timmerman op woont". De smit is Albert en/of Jannes Braakman, de timmerman is waarschijnlijk Lukas Groot Wesselink die op 14 maart 1763 o.a. zijn timmergereedschappen afstaat aan Jan Teunissen Vroetman en Aaltjen Jansen Wesselink. Lukas en Geertjen hadden geen kinderen en mogelijk is Aaltjen een nichtje en is zij er al in 1755 met haar echtgenoot Jan Vroetman (ook timmerman) komen wonen en is de familie Braakman toen verhuisd naar Smid, een nieuw huis. Lukas is op 2 december 1763 overleden en de later ontstane boerderijnaam Lueks zal naar hem zijn vernoemd.


Peindinge akte: Den 22 Januari 1784, agtermiddag om 4 uuren deed de Volm. van de freulen Maria Catharina baronnesse van Dorth peindinge op en aan alle de gereede goederen, speciaal mede op en aan het getimmer of Huis, staende op den halven Brinkenkamp Willem Polman toestendig, onder Gorssel gelegen, ter consecutie eener somme per resto groot 101 glns. Bron, Scholtambt Zutphen, ORA 253, Gorssel dorp, folio 9.

 
1715-1755? Albert Braakman en Janna Janssen Eerste hoofdbewoners van dit overzicht, getrouwd in 1715 en mogelijk toen al wonende op Brinkerkamp
1748-1755? Jannes Alberts Braakman en Hendrina Velderman Jannes is de zoon van Albert en Janna
     
1720-1763 Lukas Groot Wesselink en Geertjen Hendriks Klein Bentink Eerste medebewoners van dit overzicht, getrouwd in 1718 en in 1720 aangenomen als lidmaten te Gorssel
1755- Jan Teunissen Vroetman en Aaltjen Jansen Wesselink Aaltjen is mogelijk een nichtje van Lukas
1772-1795 Willem Polman en Geertjen Vroetman Geertjen is de dochter van Jan en Aaltjen
1795-1800 Willem Rensink en Geertjen Vroetman Willem is de tweede echtgenoot van Geertjen, Geertjen is in 1800 overleden (Willem nog wel blijven wonen?)
1802-1835< Derk Jan Woertman en Aaltjen Polman Aaltjen is de dochter van Willem en Geertjen
1829<1831 Derk Velderman en Geertjen Woertman Geertjen is de dochter van Derk Jan en Aaltjen
     
  Huidig adres: Afgebroken  
     
 
 
Smid
 
Ook wel Smitshuis en Braakman genoemd. Hier is de smid Braakman komen wonen, mogelijk in 1755. In ieder geval na 1751 omdat de smid toen nog op Brinkerkamp woonde.

Den 4 Februari 1793. Albert Braakman en Elisabeth Slonninks kopen een stuk bouwland het Voelestuk genaamd, in het kerspel Gorssel.
4 December 1805. Albert Braakman koopt het bouwland Groote Brinkerkamp, met de daarbij behorende akkermaals heggen en brinkje, onder Gorssel.
23 Mei 1818. Jan Braakman koopt erve Klein Bentink in het dorp Gorssel. Hij is dan ijzersmid van beroep, in latere vermeldingen wordt hij meester-smid genoemd.
 

Gerrit Boschloo is geboren op 10 oktober 1887 op de Smid waar zijn ouders in 1882 zijn komen wonen.

Vanaf 6 juni 1887 dubbele bewoning door Lambertus van Heeckeren, gepensioneerd militair (Lambertus Baron van Heeckeren van Brandsenburg) en zijn echtgenote Jacomina Cornelia Sara Tissot van Patot.

Familie Boschloo
 
1755-1762 Albert Braakman en Janna Janssen Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1755-1783 Jannes Alberts Braakman en Hendrina ten Velde Jannes is de zoon van Albert en Janna
1780-1836 Albert Braakman en Elisabeth Slonnink Albert is de zoon van Jannes en Hendrina
1810-1873 Johannes Wilhelmus Braakman en Johanna ten Velde Johannes Wilhelmus is de zoon van Albert en Elisabeth
1873-1874 Antoni Martinus Braakman Antoni is de zoon van Johannes Wilhelmus en Johanna, ongehuwd
1874-1882 Hendrik Ziemelink en Willemina Lentink Geen familie van de vorige hoofdbewoner
1882-1932 Gerrit Boschloo en Gerritdina Ilbrink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1918-1947 Gerrit Boschloo en Wendelina Tuitert Gerrit is de zoon van Gerrit en Gerritdina
1927-1933 Johannes Wolter Rottink en Johanna Hekkert Pachters, dubbele bewoning
1933-1939 Familie Jansen  
1939-1976 Familie Pasman, twee generaties  
     
  Dubbele bewoning:  
1887 Lambertus van Heeckeren  
1892 Isaac Gerhardus van Sijthoff  
1894 Wilhelmina Louisa Groot Viertelhausen  
1897 Mannes Hietkamp en Arendina Waanderina Nijendijk Het echtpaar verhuist in 1898 of 1899 naar de overkant van de weg naar een nieuw huis
1904-1907 Jan Adam Zandleven en Janke Piebes Piebenga  
     
     
     
 
 
Klein Braakman
 
Albert Boterman en Jenneken verhuizen in 1899 naar 't Elf Uur waar ze waarschijnlijk kort hebben gewoond. Hetzelfde jaar wonen zij namelijk in het nieuwe huis Eesterzicht.
 
1887-1897 Albert Boterman en Johanna Alberta Noteboom Eerste hoofdbewoners, afkomstig van het boerderijtje bij de begraafplaats
1897-1899 Albert Boterman en Jenneken Slagman Jenneken is de tweede echtgenote van Albert
1899- Hendrika van Scheepen  
     
     
     
 
Veldwachter
 
  Gerrit Jan Schut en Mannes Hietkamp waren (gemeente) veldwachter van beroep.

Harmina Berendina verkoopt het huis op 14 juni 1898 aan Mannes Hietkamp.
 
1896-1899 Gerrit Jan Schut en Harmina Berendina ten Hake Eerste hoofdbewoners
1897 Mannes Hietkamp en Arendina Waanderina Nijendijk  
     
     
     
     
 
 
Bongert
 

Ook wel de (Buinincks) Kolk genoemd, niet te verwarren met de Dappers Kolck. Eigenaar was de familie van Buininck en in een magescheid van 1751 wordt genoemd "Den Colk, boomgaardt, groot twee en een half schepel gezaaij, tientvrij".

In Deventer/Diepenveen ook een Kolk in de Lage Wetering onder Colmschate welke ook wel de Bongert wordt genoemd. Toeval of verband?

Bij het daghuurdersplaatsje Kleinkamp, nabij de Groterkamp van de familie Buininck, was ook een weide met kolk. Nog verder uitzoeken of dit verband houdt!

Perceel 500 op kadastrale kaart 1832, betreft schuur en erf en het huis is dan dus al afgebroken. Eigenaar is de smit Jan Braakman. Ongeveer de plek van de latere brandweergarage. Huisnummer 29a anno 1863.

 
In 1863 wordt er op de open plek een nieuw huis gebouwd welke vanaf 24 november wordt bewoond door het echtpaar Gerrit Jan Eenink en Johanna Derkjen Sarink en hun drie dochters die daarvoor in een ander huis aan de huidige Hoofdstraat woonden. Grote kans dat Gerrit Jan heeft meegewerkt aan de bouw van het nieuwe huis aangezien hij metselaar van beroep is. Een huisnaam is onbekend en zal niet de Bongert zijn geweest, deze is alleen van toepassing op het huis welke er in de 18e eeuw stond.

In hun nieuwe huis worden twee zoons geboren: Gerrit in 1865 en Hendrik in 1868. Van Hendrik zien wij hiernaast een foto, hij was later getrouwd met zijn achternichtje Harmina Everdina Eenink en woonde met haar in Warnsveld. Dat is de plaats waarnaartoe de familie Eenink op 4 februari 1869 ook verhuisde. Ze waren op 30 juni 1868 al vertrokken van de Bongert en woonden in de tussen liggende periode nog in weer een ander huis aan de Hoofdstraat.

In de periode 1864-1867 was er sprake van dubbele bewoning als het echtpaar Gerrit Mensink en Johanna Kieftenbelt er ook woont. Dubbele bewoning blijft daarna bestaan en het huis krijgt in 1890 twee huisnummers: 4 en 5. Anno 1951 wordt dat Hoofdstraat 14 en 16.
Hendrik Eenink
 

Tot 1870 stond het hele huis leeg aangezien er in die tijd ook geen medebewoners waren. De nieuwe hoofdbewoners zijn Hendrik Klaster Booiman en Margje Brink die op 15 maart 1870 hun intrek nemen.

Op 8 november 1876 wordt het huis bewoond door Engbert Jan Muil en Harmina Schoolderman. Zoon Gerrit trouwt in 1899 met Johanna Voupel en komt er dan ook wonen, Harmina is in 1897 overleden. Op 14 maart 1900 verhuizen Engbert met Gerrit en Johanna naar de Prins.

Foto hiernaast is van Johan Wiltink.

 
1680- Wolter Hendriks op den Bongert en Marrie Gerrits Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1704-1750 Willem Wolters op den Bongert en Trijntjen Harms Ilbrink Willem is de zoon van Wolter en Marrie
1742 Wolter Hendriks op den Bongert en Geertjen Hendriks Letink Wolter is een neef van Willem en Trijntjen en kleinzoon van Wolter en Marrie
     
1863-1868 Gerrit Jan Eenink en Johanna Derkjen Sarink Eerste hoofdbewoners van het nieuwe pand met huisnummer 29a
1870-1876 Hendrik Klaster Booiman en Margje Brink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1876-1876 Garrit Hendrik Tichelman en Tonia ter Beek Geen familie van vorige hoofdbewoners
1876-1900 Engbert Jan Muil en Harmina Schoolderman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1899-1900 Gerrit Muil en Johanna Voupel Gerrit is de zoon van Engbert Jan en Harmina
1900-1939> Johan Wiltink en Jantjen ten Have Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Dubbele bewoning:  
1864-1867 Gerrit Mensink en Johanna Kieftenbelt  
1870    
     
  En ook nog extra dubbele bewoning:  
1866-1870 Albert Boterman en Gerharda Oplaat  
1876-1879 Jan Nijenhuis en Jenneken Poorterman  
1879 Garrit Jan Makkink en Willemken Ilbrink  
     
1893-1896 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Huisnummer 5a, later aangehecht bij nummer 5
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 16  
 
 
Wiltink
 
Het erf Wiltinck wordt reeds genoemd in 1382 met als waarschijnlijke bewoner Hasken Wiltinck. 06-08-1568: Missive van het Hof aan den Schout van Zutphen. Aan Jorien Wiltinck moet gelast worden ten behoeve van Herman Groll het goed Wiltinck onder Gorssel te ontruimen.
 

Hendrijk Roelofs Wiltink en Hendersken Gerrits op 't Have. Hendrijk en Hendersken woonden ook op 't Haar in Epse b.v. in 1699 maar woonden later weer op 't Wiltink. Hendrik woonde voor zijn trouwen al op Wiltink want wordt in een akte van 14-08-1689 al genoemd als Hendrick Roelofs,bouwman op Wiltinck in Gorssel. Na het overlijden van Hendrik woont Hendersken in Linde onder Vorden op boerderij Pelskamp. Waarschijnlijk heeft zij daarvoor ook nog op 't Ontijdink gewoond aangezien zij in 1725 genoemd wordt als "Hendersken ten Bosse wed. van Hendrik Wiltink". Hier woonde (eerder) ook haar zus Reijntjen die getrouwd was met Gerrit Claessen ten Bosch. Het is goed mogelijk dat Hendersken, mogelijk na het overlijden van Hendrik, heeft geruild met Albert Hendriks ten Busse en Hilleken Jansen die op 't Ontijdink woonden en omstreeks 1719 verhuisden naar 't Wiltink.

De laatste Wiltink op 't Wiltink is Albert Wiltink die er in 1756 is geboren. Hij trouwt op 15 juli 1781 met Jenneken Holterman uit Epse en er worden twee zoons geboren. Albert overlijdt op 14 oktober 1783, waarschijnlijk aan dysenterie waarvan dat jaar een epidemie heerste die in Gorssel meer levens eiste. Jenneken hertrouwt op 13 juni 1784 met Hendrik Stenvert en uit dit huwelijk worden zeven kinderen geboren. Jenneken en Hendrik kopen de boerderij op 30 juni 1790 van Albartus Theodorus Hartkamp.

Den 16 augustus 1790 ontvangen van Hendrik Stenvert en Jenneken Holtermans, echtelieden, onder Gorssel woonachtig, 120 guldens in voldoeninge van den 50en penning van het erve en goed Wiltink, bestaande in huijs, hof, bakhuijs, schuur, schaapschot, twee bergen, met den zoogenoemden Zandhof, bouw- en weijdelanden, opgaande boomen en akkermaals hout, alleenlijk een waare in de Gorsselsche Weerden uitgezonderd, tezamen onder Gorssel, buurschap Eschede gelegen. Aangekocht van den heer Albertus Theodorus Hartkamp, burgemeester der stad Deventer, voor 6000 guldens, op den 30 junij 1790.

 
Hendrik Stenvert is op 1 november 1834 overleden, eerder dat jaar vierde hij nog met Jenneken het 50-jarig huwelijksfeest. Jenneken Holterman bijft na het overlijden van Hendrik op 't Wiltink wonen met haar ongehuwde kinderen Albert, Jan Hendrik en Harmina. In 1837 overlijden in een tijdsbestek van twee maanden zowel Jenneken als haar beide zoons, waarvan zoon Albert als laatste op 23 juli 1837. Dochter Harmina gaat daarna wonen bij haar zus Hendrika op de Bloedkamp. Op 28 juli 1837, dus kort na het overlijden van Albert, trouwt Philippus Eggink met Aaltjen van Zeits, ze wonen dan nog beiden in Eefde. Ze zullen met het plannen van het huwelijk waarschijnlijk nog niet hebben bedacht op 't Wiltink te gaan wonen maar door de trieste gebeurtenissen op 't Wiltink dient zich de gelegenheid aan en komt het ervan. Van kinderen komt het niet en de hoop is in 1848 al helemaal opgegeven als Aaltjen toch nog zwanger raakt! Op 25 januari 1849 wordt dan dochter Wijsken Christina geboren. Zij is nog maar acht jaar oud als op 25 juni 1857 moeder Aaltjen overlijdt. Philippus hertrouwt op 23 juli 1858 met de 58-jarige Hendrica Boom, zelf weduwe van Albert Berenpas. Uit dat huwelijk heeft zij kinderen die allemaal al getrouwd zijn behalve jongste zoon Hendrik Jan Berenpas en hij wordt "gekoppeld" aan Wijsken Christina, ze trouwen op 13 juni 1867. Hendrik Jan kwam met zijn moeder mee naar Gorssel en woonde dus al op 't Wiltink. Er worden vijf kinderen geboren waarvan Hendrica Boom er maar één ziet, zij overlijdt namelijk op 1 januari 1870 en de andere vier kinderen zijn daarna geboren. Philippus Eggink heeft wel het geluk al zijn kleinkinderen te mogen meemaken, hij overlijdt op 18 juni 1886 op 80-jarige leeftijd. Later dat jaar, op 22 november 1886, leent Hendrik Jan Berenpas 10.000 gulden en verleent daarbij hypotheek op zijn huis en erf met tuin, bouwland, weiland, hakhout, dennenbosch, weg en heidegrond met een totale oppervlakte van 22 hectare. Hieruit blijkt dat 't Wiltink met alle bijbehorende gronden zeer groot was en dus een voorname boerderij moet zijn geweest.
 
Hendrik Jan Berenpas overlijdt op 23 oktober 1893. Datzelfde jaar is er een stuk bij het huis aangebouwd en is er ook een nieuw huisje achter Klein Bentink gebouwd, zie kaart hiernaast. De uitgebouwde boerderij Wiltink kreeg een grootte van 25x33 meter, daarvoor was deze al ongeveer 25x25 meter en het was dus van oudsher al een hele grote boerderij. De boerderij stond met het achterhuis richting de huidige Hoofdstraat en met het voorhuis richting de huidige Deventerweg. Het linkerhuis op de foto hierboven is niet boerderij Wiltink, maar waarschijnlijk het huis waar Herman Brinkman en Maria Willemina Koldewe hebben gewoond. Dat geldt ook voor het linkerhuis op de foto hieronder van 1896. Boerderij Wiltink bestond toen nog wel maar stond iets meer naar links. Wel is de inrit naar de boerderij zichtbaar, tegenover de plek waar de vrouw staat.

Herman Brinkman en Maria Willemina Koldewe trouwden op 8 december 1894 en gingen wonen op huisnummer 7. In die tijd had Wiltink nog huisnummer 6 en Klein Bentink huisnummer 8. Drie weken later wordt zoon Hendrik Jan geboren. Het gezin vertrekt op 1 april 1896 naar Deventer en werd het huis onbewoond. Het huisnummer ging later over naar pension Juliana welke waarschijnlijk in 1900 is gebouwd, voor een gedeelte op de plek waar 't Wiltink heeft gestaan.
 
Wijsken Christina blijft na het overlijden van haar man wonen op 't Wiltink maar verkoopt op 13 november 1899 de boerderij en landerijen en dan blijkt hoe groot 't Wiltink was: ruim 25 hectare! Het boerenhuis met schuur, boomgaard en grasgrond wordt voor 2840 gulden verkocht aan Gerrit Jan Wiltink van de Oude Pastorie in de Eesterhoek. Uitbedongen worden de houtloods, de slieten op balken en hilden, alsmede de karnmolen met toebehoren voor snij- en dorswerk, met recht deze af te breken en te vervoeren en in het algemeen de hekken met posten en eikwerk op alle percelen. Verder wordt o.a. verkocht bouwland op den kamp voor het huis, grasgrond aan den Rijksstraatweg naast het huisperceel gelegen, bouwland op den Kamp ten noorden en ten zuiden van den middenweg (het huidige Nijenbeeksepad), bouwland op den Kamp aan den Enkweg gelegen, bouwland op den Kerkenkamp aan den Groenenweg (ten noorden van 't Velderhof), bouwland de Driehoek aan den Enkweg, hooiland uiterwaard "het Weerdjen", weiland "de Kloot", bouwland en grasgrond "de hooge Kloot", wei- en hooiland "het Blok", bouwland "de Veldkamp" en diverse percelen heide. Alles behalve een stuk grasland welke aan de Rijksstraatweg naast het huisperceel wordt verkocht en de veiling levert bijna 33.000 gulden op.
 
Opvallend is dat enkele kopers later huizen bouwen aan de middenweg, dat zijn Derk Jan Tuitert van de Kleine Muil, Gerrit Jan Haarman van de Eikeboom en Hermannus Albertus Schutte die het café op de hoek van de Nijenbeekspad en Hoofdstraat had. De middenweg is de horizontale lijn op de kaart links hiernaast. Rechtsboven is de boerderij aangegeven, rechtsonder het huis van Mannes Hietkamp (huidige Hoofdstraat 1) en geheel links de Enkweg. Al deze grond behoorde tot het Wiltink, de grond ten zuiden is van 't Gier en het voetpad (verticaal in het midden) liep daar door en kwam uit bij de Enkweg ter hoogte van de molen in de Eesterhoek.

De hoogste bedragen worden bij de veiling geboden voor het Weerdjen (4180 gulden door Johan Wiltink dan nog wonende in Diepenveen), het Blok (4500 gulden door Harmen Christiaan Klein Nulend van de Kippe te Epse) en de Kloot (6500 gulden) door Carel Roeterdink van Groot Bentink die ook nog 1550 gulden betaalde voor bouwland op den Kerkenkamp.
 

Op 27 februari 1900 verhuist Wijsken met de dan nog drie inwonende kinderen Albert, Hendrika en Philippina en een dikke portemonnee naar Voorst. De boerderij wordt daarna afgebroken en er wordt in 1900 wat zuidelijker en dichter aan de huidige Hoofdstraat door Gerrit Jan Wiltink een nieuw huis gebouwd welke de naam Wiltinkhof krijgt en nog steeds heeft. Het nieuwe huisnummer G7 gaat over van 't Wiltink naar 't Wiltinkhof. Wijsken woont na haar vertrek uit Gorssel in Twello, Deventer en Laren. In Laren (Groot Dochteren) woont zij bij haar dochter Aaltje en schoonzoon Marten Braakman en op 28 februari 1927 komt zij met dit echtpaar en verdere familie terug naar Gorssel en gaat wonen aan de huidige Veerweg. Hier is zij op 9 januari 1930 overleden.

 
Waarschijnlijk is 't Wiltink al in 1900 is afgebroken, de boerderij staat er in ieder geval niet meer in 1901 volgens een kadastrale kaart waarop staat aangetekend dat de boerderij is gesloopt. Op de kaart is tevens te zien dat er op de noordwest hoek van de boerderij een nieuw schuurtje is gebouwd. Hiervoor zullen waarschijnlijk stenen en hout uit de oude boerderij zijn gebruikt waarvan het verbouwde gedeelte nog niet oud was. Dit schuurtje staat er anno 2018 nog zoals op de foto hiernaast is te zien.

Eerste hoofdbewoner van het Wiltinkhof is arts Frederik Pieter Schuitemaker die er op 28 december 1900 komt wonen. Albert Teela en Gerritje Boschloo hebben later op Wiltinkhof gewoond. Ze woonden aan de linkerkant. Meester van Riesen en later meester Geijtenbeek woonden aan de rechterzijde van het dubbel bewoonde huis. Het huis Wiltinkhof was eigendom van de kerk. Eerder was het huis eigendom van Johan Wiltink (van Bongert) die het in de periode 1925-1935 verhuurde aan de familie Smeenk die er woonde en een postkantoor had. Johan Wiltink was getrouwd met Jantje Wiltink en zij was de weduwe van Gerrit Jan Wiltink, zo werd Johan Wiltink eigenaar.

 

Tussen de plek van de oude boerderij Wiltink en Klein Bentink wordt een nieuw huis gebouwd welke later pension Juliana wordt genoemd. Deze is in de jaren '50 eigendom van Dikkers. Op de foto hiernaast staat nog geschreven pension weduwe JHW Lübkemann-Maijwald. Huisnummer G14>18. Dit betreft Cornelia Maijwald geb. 04-12-1849 te Leerdam.

Eerste bewoners van Pension Juliana zijn Willem Gerhard Schut en Cornelia Vredeling, zij zijn afkomstig van Hofman welke dan zal zijn afgebroken en waarvoor Buitenzorg in de plaats zal zijn gekomen, deze lijkt qua bouw op pension Juliana. Waarschijnlijk is het huis dus in 1900 gebouwd en zijn er door afbraak van het oude Wiltink twee nieuwe huizen gebouwd in 1900. Vreemd genoeg wordt het huis niet op de kaart van 1902 aangegeven maar pas in 1906. Het kan dus zijn dat het huis toch wat later dan 1900 is gebouwd en dat de o.a. de familie Schut eerst nog in het huis hebben gewoond waar ook de familie Brinkman woonde.

Pension Juliana is in 1982 afgebroken en daarvoor in de plaats is een nieuwe dubbele woning gebouwd, iets verder naar de Hoofdstraat toe. Eigenlijk had het nieuwe huis op gelijke hoogte met het Wiltinkhof moeten komen te staan maar daar stak de toenmalige bewoner van 't Wiltinkhof een stokje voor (middels een slokje met de burgemeester) omdat hij bang was het uitzicht op de Hoofdstraat richting de Roskam te verliezen.
 
 
  Wiltink  
........-1667 Jan Wiltink en Fije Roelofs Na het overlijden van Jan hertrouwt Fije met de koster Jan Beugel
1659-1689 Roelof Jansen Wiltink en Aaltjen Jansen Valcke Roelof is de zoon van Jan en Fije
1689-1719 Hendrijk Roelofs Wiltink en Hendersken Gerrits op 't Have Hendrik is de zoon van Roelof en Aaltjen
1719-1758 Albert Hendriks ten Busse en Hilleken Jansen Vaarneman Afkomstig van 't Ontijdink, verhuisd tussen 1717 en 1720
1747-1810 Hendrikus Jansen Leerink-Wiltink en Jenneken Wiltink Jenneken is de dochter van Albert en Hilleken
1781-1783 Albert Wiltink en Jenneken Holterman Albert is de zoon van Hendrikus en Jenneken
1784-1837 Hendrik Stenvert en Jenneken Holterman Hendrik is de tweede echtgenoot van Jenneken
1837-1857 Philippus Eggink en Aaltjen van Zeits Geen familie van vorige hoofdbewoners
1858-1886 Philippus Eggink en Hendrica Boom Hendrica is de tweede echtgenote van Philippus
1867-1900 Hendrik Jan Berenpas en Wijsken Christina Eggink Wijsken is de dochter van Philippus en Aaltjen en Hendrik Jan is de zoon van Hendrica en stiefzoon van Philippus
     
  Wiltinkhof  
1900-1905 Frederik Pieter Schuitemaker en Christina Louisa Petronella van Dijk Arts. Geen familie van vorige hoofdbewoners. Afkomstig van huisnummer 19, vertrekt naar huisnummer 23 = Haijtinkhof.
1906-1923 Christiaan Johannes Koppen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1923-1925 Cornelis Hoorens van Heijningen en Maria Bouwmeester Cornelis is een neefje van Christiaan
1925-1935 Harmanus Smeenk en Gerritdina Brinkman Woonden met zekerheid op Wiltinkhof, niet Wiltink. Verhuisd in periode 1935 naar Hoofdstraat 59.
1936-1939 Pieter Herder en Weia Frederika Pottjegort Pieter is winkelier in huishoudelijke artikelen
1940-1948 Onbekend  
1948-1961 Albert Teela en Gerritje Boschloo Er woonde in 1952 ook een mej. G.J. Draaijer
1954-....... Bernardus Johannes Hulshof Is er gaan wonen tussen 1952 en 1956 en woonde later in de helft van de Peerdekate
     
  Pension Juliana  
1900-1903 Willem Gerhard Schut en Cornelia Vredeling Afkomstig van Hofman en vertrokken op 29-04-1903
1903-1904 Geert Zandvoort en IJttje Tjerkstra Van 27-04-1903 tot 04-11-1904, vertrek naar Eefde
1904-1905 Frederik Kreunen en Sophia Versteeg Van 04-11-1904 tot 01-06-1905
1905-1915 Jan Hendrik Willem Lukkeman en Cornelia Maijwald Vanaf 26 juni 1905. Dochter Wilhelmina Sophia Johanna vertrekt in 1916
1916-1919 Jan Aibes van Kregten en Francisca Fransen  
1919-1920 Frans de Graaf en Anna Bijlsma  
1920-1955 Reint Willlem van Schooten en Janna Scheperboer  
1956-1961 Gerardus Hubertus van Issenhoven en Maria Berkenbosch Vertrekken naar Acaciaplein
1962-....... Familie de Voogd Laatste bewoners, hierna heeft het huis nog jaren leeggestaan voor afbraak in 1982
     
  Brinkman  
1894-1896 Herman Brinkman en Maria Willemina Koldewe Huisnummer 7. Dit huisnummer wordt in 1890 al als nieuw huisnummer genoemd en vermeld op het blad van dubbele bewoning van 't Elf Uur
     
  Huidig adres Wiltink: afgebroken, stond achter Hoofdstraat 21/23  
 
 
Klein Bentink
 
Op 23 mei 1818 wordt het erve Klein Bentink voor 4560 gulden gekocht door Johannes Wilhelmus Braakman die zelf op de Smid woonde. Tot het erve Klein Bentink behoorde ook de Stalbrinkskamp "met den zesde waar in de Gorsselsche Marke en Weerden" welke werd gekocht door Arend Nikkels, bouwman op Haijtinkhof. In de hypotheekakte wordt het erve Klein Bentink beschreven als "daghuurders woning gequoteerd nummer 23, met twee landheerkamers, daar annex een schuur, twee hoven bij het huis, groot anderhalf schepel gezaaij, een kamp bouwland groot elf schepel gezaaij omgeven van een akkermaalsheg, belend oost aan voorschreven Stalbrinkskamp, zuid aan bouwland van Albert Braakman, west aan den Grotenweg, noord aan de Velderhofstraat, voorts nog twee en een vierde koeweide of negen tweeënvijftigste gedeelte van twee weiden den Hogenkluit en het Walleken op de Gorsselse weerden".
 
Albert Neuteboom: in het laatst der maand maart van het jaar 1771 in Gorssel overleden, in leeven daglooner,gewoond hebbende op Klein Bentink in gezegde gemeente Gorssel, begraven op het kerkhof van Gorssel.

Het huis wordt anno 1818 bewoond (gehuurd) door Aaldert Hoefman & Janna Dijkerman en later door zoon Gerrit Hoefman en diens echtgenote Geertjen van Hummel. Op 10 augustus 1842 verkopen Jan Braakman en echtgenote Johanna ten Velde (Groterkamp) aan Gerrit Dikkers en zijn vrouw Johanna Noteboom en vertrekken Gerrit Hoefman en Geertjen van Hummel naar Laren. Nadien wordt het huis als bakkerij gebruikt en ook wel Dikkers genoemd. Op 28 maart 1883 schenken Gerrit en Johanna het huis en erf aan zoon Willem die net als zijn vader bakker van beroep is. Op 3 oktober 1916 bouwen ze een nieuw huis aan de Hoofdstraat en verhuizen daarnaar toe.
 
Willem Harms Dijkerman is de jongere broer van Aaltjen Harms Dijkerman. Zij was getrouwd met Garrit Willems en uit dit huwelijk worden in 1745 en 1747 twee kinderen geboren, aangenomen op Klein Bentink. Het echtpaar zal er tot zeker 1757 hebben gewoond omdat toen de vader van Garrit er overleed. Willems Harms Dijkerman trouwde in 1761 met Jenneken Klaphekke en zij zijn toen mogelijk al op Klein Bentink komen wonen en waarschijnlijk woonden de ouders Jenneken er toen ook, zij woonden eerder op Klaphekke. Andere mogelijkheid is dat Willem zijn zwager Garrit Willems opvolgde. Hieronder wordt aangegeven dat Willem van 1774 op Klein Bentink woonde, hij woonde namelijk in de periode circa 1766 tot 1774 op Brinkman in de Eesterhoek. Willem woonde later op de Grote Muil.
 
1643-1667> Henderick Wessels op Kleine Bentinck en Anna Alberts Eerste hoofdbewoners van dit overzicht. Anna is zus van Lummeken Alberts die op Groot Bentink woonde.
1674 Henderick Wessels en Fenneken Jansen Bussink Fenneken is de tweede echtgenote van Henderick. Niet zeker of zij op Klein Bentink gewoond hebben, wellicht is Henderick na huwelijk verhuisd?
1678 Hendrik Willems Klein Bentink en Marrie Jansen Hendrik is afkomstig van de Peerdekate
1697    
1700-1724~ Jan Alberts van der Meij en Aeltjen Hendriks Klein Bentink Aeltjen is de dochter van Hendrik en Marrie
1745-1760< Garrit Willems en Aaltjen Harms Dijkerman  
1757 Willem Garrits bij Klein Bentink 10-01-1757 overleden. Alias Willem Gerrits op den Veller te Apeldoorn. Vader van Garrit Willems.
1757-1771 Albert Neuteboom en Garritjen Hendriks Afkomstig van Dijkerhof
  Jan Derksen Reuvekamp en Willemken Willemsen Klaphekke Afkomstig van Klaphekke
1761-1766 Willem Harms Dijkerman en Jenneken Klaphekke (Bennink) Mogelijk hebben de ouders van Jenneken er eerst gewoond (zie hierboven) ze waren dan afkomstig van 't Klaphekke
1766-1774 ?  
1774-1790 Willem Harms Dijkerman en Jenneken Klaphekke (Bennink) Afkomstig van Brinkman
1789-1832 Aeldert Hoefman en Janna Dijkerman Janna is de dochter van Willem en Jenneken
1822-1842 Gerrit Hoefman en Geertjen van Hummel Gerrit is de zoon van Aeldert en Janna
1842-1903 Gerrit Dikkers en Johanna Noteboom Geen familie van vorige hoofdbewoners
1883-1916 Willem Dikkers en Johanna Huusken Willem is de zoon van Gerrit en Johanna
1916-....... Gerrit Johannes Dikkers en Wendelina Arendina te Winkel Gerrit Johannes is de zoon van Willem en Johanna
     
  Tevens bewoond door:  
     
1797-1803 Jan Tankink en Henders Plaggert  
1803-1823~ Hendrik Pellenbarg en Henders Plaggert Hendrik is de tweede echtgenoot van Henders, zij is op 07-08-1823 overleden op Klein Bentink
1825-1844 Gerrit Jan Zomerhuis en Johanna Willemsen  
1844<1851 Hendrikus Draaijer en Hendrika Klein Baltink Het echtpaar woont anno 1851 op den Oldenhof
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 25  
     
 
 
Kerkenstede
 

Wellicht is de kerkenstede afgebeeld in de PDF in mijn archief. Eerst zeker stellen dat dit de kerk van Gorssel is.

12-07-1725: Erfkoop aan Jacob Hendriks of Kerkenmeijer en Aaltjen Berents zijn huisvr. 5/6 part uit het goed de Vosstede in Gorssel. Andere 1/6 part wordt gekocht (via de diaconie) van Harmen Wolters Beunk: SAZ 0338-236,17-7-1725
Arent Ilberink en Jan Roskam als opsieners van de diaconie van Gorssel
voor 300 gld voor de schulden van 5-10-1709 en 25-10-1721
ten laste van Harmen Boink en Fijtjen Roelofs hebbe verkregen op en aan 't goetjen de Vossstede en Vosstuck in Gorssel
verkocht aan Jacob Hendriksen Kerkmeijer

 
Deze foto is gemaakt nadat de kerk in 1928 is verbouwd. Op de foto staan 20 personen waaronder veel Eesterhoekers. Hieronder de namen van de personen waarvan de personen 1 t/m 12 staan en de personen 13 t/m 20 zitten.
1. Johannes Jacobus van Velden hoofd der school (Christelijk)
2. Johan Gerrit Boschloo landbouwer op ’t Dijker
3. Hendrik Jan Wiltink landbouwer op ’t Reins
4. Gerhard Johan Peters landbouwer op de Bloedkamp
5. Carel Roeterdink landbouwer en kassier op Ruimzicht
6. Hendrik Makkink landbouwer op ’t Wolferink
7. ?
8. ?
9. Johan Gerrit Jan Remmelink huisarts
10. Johan Daniël Christiaan Ras hoofd der school (Vullerschool)
11. Dirk Jan Stegink(?) landbouwer op ’t Nijveld in Epse
12. Pieter Smith koster en schoenmaker
13. Albert Boschloo landbouwer op ’t Boschloo
14. Willem Hendrik Makkink landbouwer op ’t Walle
15. Jan Albert Wichers timmerman
16. Gerrit Jan Tuitert landbouwer op ’t Nieuwe Klaphekke
17. Joan Lodewijk Gerhard Gregory dominee
18. Johan Willems landbouwer op de Prinsenhof
19. Derk Jan Steging(?) landbouwer op ’t Loo
20. Gerrit Tuitert landbouwer op de Grote Muil
 
1659 Gerrit aen de Kerke Gerrit Peters Groterkamp?
1659-1663> Willem op de Kerkenstede Wilm Berentsen (Kercken Meijer anno 1649)?
1666-1672 Jacob Gerrits Groterkamp>Kerckenstede en Beerentjen Wolters Afkomstig van Groterkamp, zoon van "Gerrit aen de Kerke"?
1672-1680 Jan Frederiks Berghege>Kerkenstede en Beerentjen Wolters Jan is de tweede echtgenoot van Beerentjen
1680>1713 Jan Frederiks Kerkenstede en Trijntjen Jans Trijntjen is de derde echtgenote van Jan
1702-....... Derk Henderiks Kerkenmeijer en Aaltjen Jansen Kerkenstede Aaltjen is de dochter van Jan en Trijntjen
     
 
Kerkplein
 
 
 
 
 
  Nieuw huis met huisnummer 45a>10>12>17>21>28>x  
1883-1885 Elsken Reinira Schoenmaker Eerste hoofdbewoonster
1885-1886 Johan Bartelds en Carolina Sophia van der Beck  
1886 Andreas Wagho en Frederika Elisabeth Braakman  
  Peter Frans Misanas  
1893 Willem Bloemers  
1894 Hendrik Jan Grooteboer en Berendina Oosterkamp Berendina is de zus van Gerrit Willem, ze zijn afkomstig van 't Dijkerhof
     
1905-1915 Hendrik Hulsegge en Hendrika Hutteman  
1915-1919 Heinrich Paul Dikkers en Johanna Magdalena Koersen Verhuisden naar G28 en ruilden met de volgende bewoners Jansen
1919-1924 Karel Antoni Jansen en Maria Derkje van Koningsveld Afkomstig van huisnummer G28 (overzijde Roskam)
1924-....... Karel Antoni Jansen en Fokje Schipper  
  P. Smith  
  G. Halfwerk  
  G.J. Kuit  
     
     
  Huisnummer 45a2>9>11>18>22>29>27  
1883 Izaak Schreuder en Trijntje Talma Eerste medebewoners
1887 Gerrit Willem Oosterkamp en Frederika Wilhelmina Pilgrim Afkomstig van de Eikeboom
     
1921 H. van Velden  
  P. Smith  
     
     
     
 
 
Elisabeth
 
   
 
1887-1896 Johan Willem Pfeijffers en Elisabeth Jacoba Douhet Eertse hoofdbewoners
1897- Gerrit ten Hoopen en Anna Gerarda Francisca Wilhelmina van Deun Anna Gerarda Francisca Wilhelmina is de dochter van Franciscus van Deun en Willemina van der Meij
  Hoofdstraat 31 anno 1951 = Elisabeth  
     
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 31 2a>12>14>19>24>31>29
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Kosterie
 
Schoolmeester in 1640 is Jan Duim.

Verpondingskohier 1646: Dese plaatse gebruijck de Coster voor sijn dienst. Is in 1764 afgebrand waarmee registers van overlijden of begraven lijken verloren zijn gegaan. De koster was ook schoolmeester en de school was aan zijn huis gevestigd. Het schilderij hierboven dateert van ongeveer 1850 en de witte woning is de Kosterie annex school. Rechts staat de Roskam en links het erve Klein Bentink en de kerk.

Anno 1725, Den 6 Decemb. Is, ten overstaen van de Heeren Inspectoren Laur. Le Brun en Antonius Christiaens V.D.M. in Zutpheen en Warnsfeldt, met eenpaarige stemmen tot voorsanger en schoolmeester verkoosen Wolter Roelofs Pickardt.

Willem van der Meij wordt in 1792 benoemd als onderwijzer en krijgt in 1830 ontslag wegens doofheid, maar hij is dan ook al 68 jaar oud. Hij is op 25 juli 1835 overleden op het erve Olthof.
 
Op de kadastrale kaart van 1832 hebben de school en de kosterie twee aparte perceelnummers t.w. 401 en 406. De school zal op een gegeven moment zijn afgebroken en de kosterie is waarschijnlijk overgegaan in het pand waar later o.a. Van Kampen gevestigd was.
 
  Johan Beugel en Eva Lessenich Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1667- Johan Beugel en Fije Roelofs Fije is de tweede echtgenote van Jan, zij is afkomstig van 't Wiltink
1713 Jan Nest en Maria Beugels Maria is de dochter van Johan en Eva en wordt in 1713 geregistreerd aan de custos huijs
1725-1763 Wolter Roelofs Pickardt en Hendersken Wolters Beunk  
1763-1765 Jan Wolters Pickardt Jan is de zoon van Wolter en Hendersken
1766-1778 Hendrik Hendriks van Hummel en Hendrikjen Hendriks Balkenbroek Het echtpaar is afkomstig van Diepenveen (Linde)
1778-1789 Hendrik Hendriks van Hummel en Lubbertjen Harms van Essen Lubbertjen is de tweede echtgenote van Hendrik
1792-1834 Willem van der Meij en Antonetta Bemers  
1833-1876 Johannes Hubertus van Westendorp en Charlotta Gijsberdina Bessem Huisnummer 1 anno 1841 en 1866
1876-1885 Herman Johan Meuleman en Jenneken van der Meij Zij verhuizen in 1886 naar huisnummer 1a = Meesterswoning = Hoofdstraat 22 anno 1951 (dus aan de overkant van de weg)
1885-1889 Klaas Swart en Maria Judith Hubert  
1889-1931 Johanna Eliza van der Meij Weduwe van Jan Marten Scholten
1931-1966 Johannes van 't Hul en Hermina Catharina Nagtegaal Het echtpaar trouwde in 1931 en woonde eerst op huisnummer G74 (Hoofdstraat 40)
1966 Van Kampen  
  Hoofdstraat 37 anno 1951  
     
  Dubbele bewoning  
1888 Willem Mulder en Johanna Schiphorst  
1890 Johanna Eliza van der Meij Weduwe van Jan Marten Scholten
     
     
     
     
 
 
School en meesterswoning
 
   
 
  Meesterswoning  
1886 Herman Johan Meuleman en Jenneken van der Meij Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Kosterie
     
  School  
1890 Levinus Ripping Eerste hoofdbewoners
1891 Willem Jacob van Campen  
1892-1897 Elisabeth Geesink Vertrekt mei 1897 naar nieuw huis aan de Nijverheidsstraat
     
     
     
 
 
 
 
 
 
Nieuwe Pastorie
 
 

De foto hiernaast is gemaakt in de tuin bij de Nieuwe Pastorie waar veel dennenbomen stonden. In het midden zit dominee Thoden van Velzen met de kerkeraad waarvan helaas niet alle namen bekend zijn.

Zittend v.l.n.r. Onbekend (Oostenenk?), Albert Boschloo (Boschloo), Carel Roeterdink (Groot Bentink), Marten Tuitert (Grote Muil), dominee Thoden van Velzen, Nieuwenhuis?, Onbekend, Onbekend en Jan Wiltink (Reins).

Staan v.l.n.r. Jan Hendrik Nieuwenhuis (Klaphekke), Onbekend, Albert Willem Roeterdink (Smeenk), Steging(k)?, Hendrik Makkink (Wolferink), Jan Willem Boerstoel (Braamkolk), Onbekend, Onbekend en Antoni Boschloo (Dijker).

 
1842-1868 Joächimus Coops Afkomstig van de Oude Pastorie in de Eesterhoek
1869-1874 Adam Jan Philip Winold de Wilde en Christina Paulina Paré Huisnummer 2 anno 1866
1874-1882 Mattheus van Heijningen Nanninga en Grietje Keiser  
1883-1915 Hajo Uden Thoden van Velzen en Geertrui van Beijma Zie foto
1916-1926 Hendrik Ernst Beker en Everdina van Eldik  
1926-1930 Joan Lodewijk Gerhard Gregory en Mary Gertrude Mackenzie
 
1931-1943 Jan Hendrik Cornelis Kamsteeg en Hendrika van Hoeve  
1943-1967 D. Schakel  
 
 
Roskam
 
De oorspronkelijke naam is waarschijnlijk Stalbrinck welke al in de pondschatting van 1494 wordt genoemd en in 1381 al bestond onder de naam Stalbrynck en in 1382 wordt daarbij de naam van Claes ten Stalbrinc genoemd. De huisnaam kan zijn ontstaan door de bijbehorende stal welke werd gebruikt voor het stallen van de paarden van de bezoekers die in de herberg verbleven. De stal die op de brink van het dorp stond ... Stalbrink dus. Een roskam werd gebruikt in de stal bij het "poetsen" van de paarden. In het verpondingskohier van 1646 wordt de naam Stalbrinck opnieuw genoemd en ontbreekt de naam Roskam waardoor het nog aannemelijker wordt dat hiermee de Roskam wordt bedoeld welke toen al zeker bestond. Bij de naam Stalbrink wordt dan 't Capittel geschreven en daarmee kan zijn bedoeld dat deze het voornaamste erve was in de marke Gorssel zoals 't Wolferink dat was in de marke Eschede.
 
Roskam oud

In 1632 dronken de markegenoten van de marke Gorssel namelijk een beker wijn bij "Hasken Franken in De Roskam" op het zojuist genomen besluit om de kerktoren ‘met tien voet’ te verhogen, zo blijkt uit een rekening van dat jaar. De vergaderingen van de marke Gorssel werden hier gehouden, soms gecombineerd met die van de marke Eschede die meestal op de Muil in de Eesterhoek vergaderde.

Op 17 april 1718 doet Jan Stevens Brink modo Roskam belijdenis. Dat is nog een naamsverband tussen Stalbrink en Roskam, hierna wordt eigenlijk alleen de naam Roskam nog maar gebruikt. De laatste keer dat het erve Stalbrink en de erfgenaam werd genoemd in het markeboek van Gorssel was in 1724. Zo rond 1720 heeft er dus een naamwijziging plaatsgevonden. Mogelijk heeft de toenmalige bewoner zich meer toegelegd op het ontvangen van passanten en was het nodig om beter zichtbaar te worden: Daar waar De Roskam uithangt.

Jan was getrouwd met Aaltjen Alberts Roeterdink en woonde eerst met haar op 't Roeterdink en omstreeks 1715 zullen zij zijn verhuisd naar de Roskam. Jan wordt ook wel Bleeckman en Franke genoemd.

Op 4 augustus 1731 trouwt zoon Willem met Willemken Gerrits Franken en de kans is groot dat de bruiloft in de Roskam werd gehouden zoals het later nog veel vaker in Gorssel zou gebeuren. Het stel woont eerst in de Roskam maar verhuist voor 1736 naar 't Olthof.

 
Op 24 augustus 1744 trouwt dochter Maria met Willem Jansen van der Meij die op 't Klein Bentink woonde. Vader Jan maakt dit keer het feest niet meer mee, hij is al voor 1737 overleden. Hij maakt dus ook niet meer mee dat uit dit huwelijk tien kleinkinderen zijn geboren. Op 23 oktober 1751 draagt Aaltjen de Roskam (het huis in Gorssel alwaar de Roskam uithangt) en een stuk land in den Gorsselsen Enk over aan Willem en Maria onder het beding dat zij "haar leven lang zouden verpleegen in kost, drank, klederen als anders, voorts na haar doot, laten toekomen een eerlijke begravenisse". Op 30 april 1755 staan hun namen vermeld in een hypotheekakte en stellen zij als onderpand hunne erve en goed de Roskam bestaande uit huis, schuur en hof.

Op 10 oktober 1791 wordt in een erfmagescheid akte de Roskam (huis en hof) nagelaten aan zoon Jan. In deze akte worden verder alleen nog de namen van de zonen Hendrik en Willem (later wonende op de Kosterie) genoemd. De andere zeven kinderen van Willem en Maria zijn dan al overleden, de meeste op zeer jonge leeftijd. Zoon Albert is nog wel 36 jaar oud geworden, hij overleed in 1783. Dat jaar overleed ook moeder Maria, mogelijk zijn zij beiden overleden aan dysentrie waarvan dat jaar een epidemie heerste en veel slachtoffers maakte in Gorssel, met name in het dorp. Op welke datum vader Jan is overleden is niet duidelijk maar dat is dus wel voor 10 oktober 1791 geweest.

Roskam nieuw


Jan Willem van der Meij 1808
Jenneken Wansink

Jan Willem, die meestal Jan wordt genoemd, trouwt op 13 november 1791 met Hendrika Hassink. Hij is de tweede generatie Van der Meij op de Roskam en er zouden er nog vier volgen.

Op de foto hiernaast zien wij hun zoon Jan Willem van der Meij en diens echtgenote Jenneken Wansink.

Vanaf hun huwelijk op 20 januari 1814 wonen ook Philippus Dommerholt en Maria van der Meij op de Roskam. Tussen 1831 en 1836 stichten zij een nieuw huis genaamd de Nieuwe Roskam.

 
1632 Hasken Franken in de Roskam  
     
1715-1769< Jan Stevens Roskam en Aaltjen Alberts Roeterdink Het echtpaar is waarschijnlijk afkomstig van Roeterdink en woont later misschien op Frankenstede
1731-1736< Willem Jansen Roskam en Willemken Gerrits Franken Willem is de zoon van Jan en Aaltjen
1744-1791 Willem Jansen van der Meij en Maria Jansen Franke Maria is de dochter van Jan en Aaltjen en zus van Willem
1791-1850 Jan Willem van der Meij en Hendrika Hassink Jan Willem is de zoon van Willem en Maria
1837-1893 Jan Willem van der Meij en Jenneken Wansink Jan Willem is de zoon van Jan Willem en Hendrika
1893-1930 Willem van der Meij en Jenneken Nuesink Willem is de zoon van Jan Willem en Jenneken en trouwde op 29-07-1897 met Jenneken
1929-1961 Jan Willem van der Meij en Hendrika Johanna Goldstein Jan Willem is de zoon van Willem en Jenneken
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 26  
     
     
 

Op 18 december 1889 koopt Willem Derk Jansen een stuk grond (waarschijnlijk perceel 408) van Jan Willem Nikkels van 't Haijtinkhof.

Willem Derk Jansen is daar begonnen als kleermaker samen met zijn zoon Karel Antoni. De winkel met stoffen was aan de voorkant en aan de achterkant was de kleermakerij.

Ook kleinzoon Karel Antoni was kleermaker, hij ging er wonen op 22 november 1916 met zijn echtgenote Maria Derkje van Koningsveld en werd hoofdbewoner toen zijn ouders in augustus 1917 verhuisden naar Epse.

Op 2 oktober 1919 verhuisden zij naar het huis bij de kerk (huisnummer G17) en ruilden zij van woonruimte met Heinrich Paul Dikkers en Johanna Margaretha Koersen.

     
  Roskam overzijde  
1890-1896 Willem Derk Jansen en Gerritjen Meijer Eerste hoofdbewoners
1890-1917 Karel Antoni Jansen en Derkjen van Baak Karel Antoni is de zoon van Willem Derk en Gerritjen
1916-1919 Karel Antoni Jansen en Maria Derkje van Koningsveld Karel Antoni is de zoon van Karel Antoni en Derkjen
1919-....... Heinrich Paul Dikkers en Johanna Margaretha Koersen Coiffeur, afkomstig van huisnummer G17.
     
    16a>21>28>37>52>49 > Hoofdstraat 41 anno 1951
 
 
Hofman
 
Hofman is waarschijnlijk de boerderij links in de voorgrond op de foto hieronder en bestond uit twee woongedeelten voor en achter met twee verschillende kadastrale perceelnummers. Het huis wat ernaast staat zal ook tot het erve Hofman hebben behoord en mogelijk woonden hier de mensen van huisnummer 27-3 en 45-3 en deed deze na 1874/1876 alleen nog dienst als schuur. In de achtergrond is de Morrenhof te zien en op de voorgrond staat Gerritje Boschloo van ’t Braakman.
 

Hier woonden anno 1815 de families Van der Meij en van Loo. Laatstgenoemde was schoenmaker. Gerrit Dijkerman en Aaltjen Klaphekke woonden er ook, zij zijn er overleden in resp. 1821 en 1824. Anno 1861 heeft het erve Hofman huisnummer 27 en wordt het door drie gezinnen bewoond. In 1866 wijzigt het huisnummer naar 45.

Kadastraal perceelnummer anno 1832 is 415. Deze wordt in 1876 gesplitst in twee woongedeelten 2291 (68ca) en 2292 (52ca). De bijbehorende tuin had perceelnummer 414 en gaat over in perceel 2293 en is 12,7 are groot. Dit zal iets te maken hebben met einde van bewoning huisnummer 45-3 en het huis zal toen zijn bewoond door de bewoners van huisnummers 45 en 45-2, nog uitzoeken.

Jan Hendrik Schutte en Maria Dommerholt woonden in op Hofman op huisnummer 45-2. Hier overlijden zij in resp. 1874 en 1871. In 1875 komen Lambertus Antonij Riesz en Cäcilia Adriana Leopoldina Abrahams in het gedeelte van deze woning wonen.

 

Jan Johannes Rensink en Henriëtta Johanna Catharina Bolderman zijn allebei in 1881 overleden: zij op 4 februari en hij op 12 oktober. Op huisnummer 45 wonen dan nog dochter Aleida Carolina Rensink en onderwijzeres Maria Janna Wilhelmina Bettinck die op 25 januari 1883 verhuist naar 't Hage. Jan en Henriëtta hadden drie dochters en zij verkochten het erve Hofman op 13 december 1881 aan Jan Willem Gerhardus Meerstadt uit Eefde die het erve in 1884 te Gorssel laat veilen. Deze bestaat dan uit twee huizen met tuin (kadastraal E 2291, 2292 en 2293) welke samen 14 aren goot waren. De veiling gaat in twee percelen: perceel 1 bestaat uit huis 2291 (het woongedeelte aan de kerkzijde) en het zuidelijke gedeelte van de tuin en is samen ongeveer 11 aren groot. Perceel bestaat uit huis 2292 (het woongedeelte aan de straatzijde) en het noordelijke gedeelte van de tuin. Perceel 1 heeft het recht van uitweg naar de straat en perceel 2 heeft het recht van uitweg naar de waterput die achter in de tuin staat. Bewoner Lambertus Antonij Riesz koopt perceel 1 voor 1500 gulden en kan dus mooi in zijn eigen huis blijven wonen. Perceel 2 wordt gekocht door Hendrik Jan Berenpas van 't Wiltink. In 1886 transporteert Lambertus Antonij Riesz het huis aan Derk Jan Woertman van de Kapelle aan de huidige Joppelaan en gaat bij hem in de straat wonen in een nieuw huis met huisnummer 12a. Waarschijnlijk koopt Hendrik Jan Berenpas vervolgens het huis en kan daardoor het bij hem inwonende echtpaar Willem Boeije en Pieternella Omon op Hofman gaan wonen en de plek innemen van de familie Riesz.

Wat opvalt is dat veel bewoners van Hofman verhuizen naar de Joppelaan.

 
  Huisnummer 19>27>45>19>25>afgebroken  
1780-1798 Hendrik Berentsen van der Meij en Willemina Jansen Klaphekke Aangenomen dat Hendrik tijdens zijn eerste huwelijk ook op Hofman woonde, Hendrik Hofman anno 1784
1799-1837 Hendrik Berentsen van der Meij en Jenneken Holtslag Jenneken is de tweede echtgenote van Hendrik
1820-1824 Derk Jan van der Meij en Aaltjen Frederika Westerhuis Derk Jan is de zoon van Hendrik en Willemina
1825-1851 Derk Jan van der Meij en Hermina Boom In 1851 woonachtig op huisnummer 11a samen met zoon Jan Albert van der Meij, tolgaarder (die later naar 11c verhuist)
1851-1852 Harmen Kolkman en Willemina van der Meij Harmen is in 1852 overleden op huisnummer 8c2 = Hoofdstraat
1852-1881 Jan Johannes Rensink en Henriëtta Johanna Catharina Bolderman Winkelier
1890-1890 Margaretha Döderlein De Win geb. Poland  
1890-1893 Carel August Constantinus Scheffel en Hendrina Kamphorst  
1893-1895 Hendrik Osheer en Hermanna Flim  
1895-1900 Willem Gerhard Schut en Cornelia Vredeling Het echtpaar verhuist op 28 december 1900 naar Pension Juliana aan de Hoofdstraat
     
  Huisnummer "19-2">27-2>45-2>18>24>30>38>53>51>Groeneweg 3 Buitenzorg  
1811-1815 Harmanus Fredrik van Loo en Catharina van Eksteen Zij komen uit Zutphen en verkopen op 28-06-1811 een huis en stal aldaar
1814-1818~ Antonij van Loo en Johanna Tolhuis Antonij is de zoon van Harmanus en Catharina. Schoenmaker. Registratie OA 1814 (Jenneken Holtslag) en PO 1815.
1818-1824 Garrit Harms Dijkerman en Aaltjen Jansen Klaphekke Aaltjen is de schoonzus van Hendrik van der Meij. Registraties in 1821 (OA+PO) en 1824 (OA)
.......-1874 Jan Hendrik Schutte en Maria Dommerholt Het echtpaar woont anno 1839 nog in Deventer. Registratie in Gorssel pas vanaf BR 1861.
1875-1886 Lambertus Antonij Riesz en Cäcilia Adriana Leopoldina Abrahams Zij komen op 30 april 1875 vanuit Brummen en "verhuizen" op 12 mei 1875 van huisnummer 45 naar 45-2 (zal foutief op nummer 45 zijn ingeschreven) 
1886-1891 Willem Boeije en Pieternella Omon Rijksveldwachter. Het echtpaar woonde eerst tijdelijk in op 't Wiltink vanaf 2 maart 1886 en vanaf september 1886 op Hofman.
1891-1894 Frans Lenselink en Garritjen Bruggink Schilder 
1894-1896 Gerrit Jan Schut en Harmina Berendina ten Hake Veldwachter
1896-1898 Henriëtte Wilhelmina Beijerink  
1898-1900 Gerarda Hendrina de Kruijff Woonden eerder aan de overkant in een huis bij de Oldenhof wat na 1898 de schuur van de Oldenhof werd
1900-1901 Christiaan Hendrik Hammes Kunstschilder. Woont er van 15 mei 1900 tot 21 juni 1901, zal laatste bewoner van Hofman zijn geweest. Maar hij maakte in die periode ook een lange reis door Spanje.
1901-1903 Dirk Nicolaas Woldringh en Elizabeth Johanna de Bruijn Wijnhandelaar. Vanaf 18 juni 1901, waarschijnlijk eerste bewoners van het nieuwe huis Buitenzorg of toch niet, zie onder!
1903-1906 Jan Anthonie Kroef en Anna Elisabeth Jarman  
1906-1935 Hendrik Jan Ezerman en Kato Wiltink  
1922-1974 Herman Gerrit Egbert Dijkerman en Tonia Berendina Bokhorst Herman Gerrit Egbert is een neefje van Hendrik Jan en Kato
     
  Huisnummer 27-3>45-3>vervallen  
1861-1863 Dirk Lamers en Pieternella Catharina Rotteveel  
1863-1864 Gerrit Esmeijer en Mechelina Johanna Helmink Rijksveldwachter, maar eerder nog schoenmaker van beroep.
1864-1865 Christiaan Gosewinkel en Quirina Johanna Stoel  
1865-1865 Ferdinand IJske  
1866-1868 Reinier Wolfskeel en Johanna Catharina Bolderman Gehuwd in 1867, Johanna Catharina woonde eerst alleen en is een nichtje van Henrietta Johanna Catharina Bolderman
1870-1872 Hendrika Buitenweerd Weduwe van Jan Willem van der Meij
1872-1874 Maria Elisabeth Lankkamp - de Jong  
     
 
 
Buitenzorg
 
Bewoond door Hendrik Jan Ezerman en Kato Wiltink die op 1 december 1900 de eerste steen legde. Dit nog goed uitzoeken, volgens kadastrale kaarten pas 1903 en toen pas Hofman afgebroken!

Zij woonden bij de school in Epse (waar Hendrik Jan hoofdonderwijzer was) en verhuisden pas in 1906 naar Gorssel.
 
     
 
 
Nijhuis
 
Ook wel Nieuw Morrenhof genoemd. Straalman, Brummelman en Wunderink waren kleermakers. Op de Morre woonde eerder ook een kleermaker (snijder).
 

Zie ook artikel Ons Markenboek 2006. Volgens dat artikel bewoning voor 1750, dat nog verder uitzoeken.

Willem Greeve en Francina Baantjen woonden er vanaf circa 1785. Zij zijn de ouders van Teuntjen Greeve, de vroedvrouw van Gorssel. Zij is in 1784 nog in Wilp geboren en haar zus Anna is in 1787 in Gorssel geboren. In 1788 doet Antonij Olthof peindinge op Willem Greve.

De katerstede Nijhuis is een krukboerderij, ook wel T-boerderij genoemd. Bij de boerderij hoort een klein gebouwtje welke aan de Kerkstraat stond en op dezelfde plek is herbouwd. Het lijkt een bakhuis maar zal zijn gebruikt als woon- en slaapruimte alhoewel er geen rookkanaal aanwezig was. Later is het gebouwtje gebruikt als opslagruimte en waarschijnlijk is er ook voedsel in bewaard.

Aan de linkerkant van de boerderij, enigzins naar voren, heeft vroeger een schuur gestaan waarin een kleermakerij werd uitgeoefend. Eveneens aan de linkerkant stond het "huusken" (plee) welke mogelijk bestemd was voor het personeel van de kleermakerij. Gerrit Straalman was kleermaker en Geerlig Kieve was waarschijnlijk één van zijn kleermakersgezellen. Geerlig overlijdt in 1830 op Ruimzigt en woonde dus niet op 't Nijhuis. Mogelijk bestond het schuurtje toen nog niet of werd deze toch niet als woon- en slaapruimte gebruikt.

Volgens de kadastrale atlas van 1832 was Gerrit Straalman eigenaar van de boerderij. In 1835 bestond het gezin uit vijf personen en één rund boven de twee jaar.

 

Rond 1850 is de oude woning vervangen door de huidige woning, is dat 1845 geweest? Bij deze boerderij is nog veel terug te vinden van hoe het vroeger was met o.a. een ouderwetse voordeur, raampartijen, estrikvloeren en de planken zolders met daaronder de balken. In de kamer bevindt zich een prachtige betegelde schouw, met haardplaat en gemarmerde houten schouwlijst. Ook is nog duidelijk te zien waar vroeger de bedsteden zijn geweest. Behalve de voordeur is er aan de rechterkant ook een deur voor toegang tot de tweede woonruimte, met in deze kamer een eenvoudige schouw. Aan deze kant is vroeger een aanbouw gemaakt om meer woonruimte te krijgen.

Rond 1890 is er brand geweest in het achterhuis. Na de brand is het huis weer opgebouwd en meteen met één gebint ingekort. Toen is in de achtergevel boven de achterdeur een sluitsteen aangebracht met de initialen JBM en JIB van Johan Brummelma en Johanna Ilbrink.
Dit klopt waarschijnlijk niet helemaal. In 1899 of 1900 gaan Johan Brummelman en Johanna Ilbrink wonen in een nieuw huis met huisnummer 21a>26. Mogelijk betreft het hier geen nieuw huis maar een nieuw huisnummer i.v.m. dubbele bewoning die pas toen is ontstaan, eerder heb ik deze ook niet gevonden in het bevolkingsregister. Op het oude huisnummer 21>27 gaan Arend Johannes Gerrit Berend Nikkels en Garritjen Woessink wonen. Brummelman woonde aan de linkerkant van de boerderij en Nikkels aan de rechterkant. De familie Wunderink woonde ook aan de rechterkant van de boerderij volgens het artikel van Ons Markenboek.

Johan Brummelman:
Verhuist in 1899 van huisnummer 21 naar 21a. Op 21 komt dan de familie Nikkels wonen die in 1901 vertrekken en dan is dit nummer vervallen (onbewoond).
Verhuist in 1910 van huisnummer 31 naar 31a. Op 31 komt dan de familie Wunderink wonen.

Omstreeks 1927 heeft er een deling van het perceel plaatsgevonden en heeft de familie Wunderink een nieuwe woning laten bouwen, links van de boerderij (vanaf de weg gezien) en zijn daar gaan wonen. De rechterkant van het voorhuis van de boerderij wordt daarna bewoond door de familie Eggink. Fredrik Jan Eggink was grondwerker en later tramwegarbeider van beroep. Weer later was hij broodbezorger bij broodbakker Stoelhorst en daarnaast had hij nog een agentschap voor de verkoop van veevoeders. Gerritjen Mulder is op 8 november 1978 overleden en in 1979 is de boerderij door de familie Eggink verkocht.

 
     
     
.......-1815 Willem Greeve en Francina Baantjen Francina is er overleden op 21-01-1815
1813-1863 Gerrit Straalman en Jenneken Boerstoel  
1835-1840 Hendrik Brummelman en Fredrika Straalman Fredrika is de dochter van Gerrit en Jenneken
1841-1869 Hendrik Brummelman en Geertrui Ilbrink Geertrui is de tweede echtgenote van Hendrik; zij vertrekken naar Hoofdstraat 47 (Hekkelman~)
1869-1871 Jan Willem Eekhuis en Antjen Hekkert  
1871-1895 Hendrik Brummelman en Geertrui Ilbrink Komen terug van Hoofdstraat 47
1883-1910 Johan Brummelman en Johanna Ilbrink Johan is de zoon van Hendrik en Geertrui, ze verhuizen van huisnummer 21>27 naar 21a>26 is het nieuwe Nijhuis
1899-1901 Arend Johannes Gerrit Berend Nikkels en Garritjen Woessink Het echtpaar woont kort in het oude Nijhuis, daarvoor en daarna wonen zij in Eefde
1910-1926 Derk Jan Wunderink en Christina Gerdina Hietbrink  
1927-1928 Derk Jan Wunderink en Aaltjen de Kogel Aaltjen is de tweede echtgenote van Derk Jan, verhuist naar Groeneweg 7
1928-1979 Fredrik Jan Eggink en Gerritjen Mulder  
     
  Huidig adres: Groeneweg 19  
 
Oorspronkelijke en hoofdbewoning (voorhuis links)
25>43>21 >27>31a>39>55>54 vanaf 1910 Johan Brummelman
 
Bijbewoning (voorhuis rechts)
xx>xx>21a>26> 31>40>56>55 vanaf 1910 Derk Jan Wunderink
 
 
Buitenkamp
 

Eerste bewoners zijn Jan Karel Tuitert en Gerritdina Susanna Nikkels die van 't Haijtinkhof afkomstig zijn en op 16 januari 1905 op de nieuwe boerderij komen wonen. Ook Derk Willem Tuitert, vrijgezelle broer van Jan Karel, komt mee. Er waren geen kinderen.

De broers woonden met hun ouders tot februari 1895 op Buitenkamp in Epse waar ze allebei ook zijn geboren, vandaar dat hun nieuwe boerderij in Gorssel ook de naam Buitenkamp kreeg. Later wordt de boerderij echter ook Westhoeve genoemd. In 1930 verhuizen de gebroeders met Gerritdina naar de Joppelaan waar Jan Karel overlijdt op 3 mei 1931.

Eén jaar en één dag eerder, op 2 mei 1930, stappen Gerrit Willem Dijkerman en Bertha Johanna Aalpol in het huwelijksbootje. Gerrit Willem gaat dan werken als zetbaas op Buitenkamp. Niet helemaal duidelijk is wie de eigenaar is, maar waarschijnlijk is dat Hendrik Jan Ezerman van Buitenzorg die de broer van de oma van Gerrit Willem is. Maar er wordt ook gesteld dat de familie Tuitert van de Nieuwe Klaphekke de eigenaars zouden zijn. Lang betaalt Gerrit Willem in ieder geval geen pacht want na een paar jaar verhuist hij naar het boerderijtje Veldzicht in Joppe waar hij zelfstandig kan boeren wat hij veel liever doet. Op de Dijkerman pagina is te lezen hoe het Gerrit en Bertha daar verder vergaat en zijn veel foto's van dit echtpaar en hun kinderen te zien.

 
Nieuwe hoofdbewoners zijn Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk die van de Morrenhof komen en hun foto is bij het verhaal van deze boerderij te vinden. Het echtpaar woonde er van 1932 tot 1963. In die tijd stelden zij de deel van de Buitenkamp beschikbaar voor repetities van de Gorsselse boerendansers. Meerdere kinderen met partners van het echtpaar waren lid van deze vereniging zowel voor als na de oorlog. De foto hiernaast is waarschijnlijk gemaakt tijdens een repetitie net na de oorlog.

In die tijd had de boerderij huisnummer G57 welke in 1951 wijzigde naar Groeneweg 6. Tegenwoordig is de boerderij gelegen aan de Westronde.

 
1905-1930 Jan Karel Tuitert en Gerritdina Susanna Nikkels Afkomstig van Haijtinkhof
1930-1932 Gerrit Willem Dijkerman en Bertha Johanna Aalpol Geen familie van vorige hoofdbewoners
1932-1963 Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk Afkomstig van Morrenhof en vertrekt daar ook weer naartoe
     
  Huidig adres: Westronde 12  
 
 
Morrenhof
 

Ook wel 't Norden, de Nordenstede, Morrenstede, Mordenhof/Morderhof, de Morre en Peuse genoemd. Mogelijk was Egbert Morre daarvan eigenaar. Hij wordt in 1673 genoemd met echtgenote Anna Judith van Tellichuysen hun tiende gedeelte van 't Gier verkopen. In 1624 wordt de boerderij nog gekocht door Gerrit Alberts op Smeenk en zijn huisvrouw Mechtelt Haskes en als zij elkaar in 1625 begiftigen wordt melding gemaakt van "een hofstede eertijds de Morrenhoff geheten".

Henderick Janss op 't Norden en Harmken Gerraets Groot Loeinck zijn de eerste hoofdbewoners die we gevonden hebben. Harmken is geboren in Harfsen op Groot Leunk (Loeinck) en woonde voor haar huwelijk waarschijnlijk op de Grote Muil bij haar broer Gerrit. Andere broer Jan woonde op de Borghte en zus Fenneken op 't Smeenk dus allemaal mooi in de buurt. Harmke haar oorspronkelijke achternaam was dus eigenlijk Leunk en bijzonder is dat we aan het einde van de bewonersgeschiedenis van de boerderij opnieuw een Harmke Leuk hebben! Haar komen we straks tegen, eerst nemen wij afscheid van Harmken die omstreeks 1661 zal zijn overleden. In 1662 hertrouwt Hendrerick met Lijsabet wiens achternaam wij niet kennen maar haar patroniem zou Lubberts kunnen zijn.

   
 

Lidmaten 1713: Garrijt Janssen en Aaltjen, ehel. + Jan Garrijts en Geesken, eheluijd. beijde op den Morrenhof

In 1744 is er sprake van dubbele bewoning als ook een andere Hendrik Jansen "van den Morderhoff" met zijn echtgenote Harmken Jansen op de boerderij woont. Dubbele bewoning is er vaker voorgekomen waarbij de bouman (landbouwer) de hoofdbewoner lijkt te zijn en de kleermaker de medebewoner.

Oktober 1747 is een rampmaand voor de bewoners Morrenhof. Op 10 oktober overlijdt Geesken Hendriks Steege dan genoemd Geesken Morrenhof. Ze wordt begraven op 13 oktober maar dezelfde dag overlijdt haar 10-jarige kleinzoon Garrit die gelijk met zijn oma begraven wordt. En dan overlijdt de volgende dag kleindochter Aaltjen, zij wordt maar 5 jaar oud. Het lijkt erop dat er een ongeluk moet zijn gebeurd op de boerderij, misschien is er brand geweest?

Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk. Het echtpaar woont er tot 1932 en verhuist dan naar de Buitenkamp. Inwonend op de Morrenhof is dan ook de familie Derksen die eerder op de Duizend Vreezen woonde. Zij verhuizen op 19 oktober 1932 naar Voorst.
 
1652-1662 Henderick Janss op 't Norden en Harmken Gerraets Groot Loeinck Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1662-1687 Henderick Janss op 't Norden en Lijsabet Lijsabet is de tweede echtgenote van Henderick  
1688-1689 Jan Willems Perecate op Morrenhof en Enneken Gerrits Klaphekke Geen familie van vorige bewoners
1690-1693 Berent Hendericks bouman op ’t Norden en Gerritjen Jacobs Geen familie van vorige bewoners
1694-1695 Bartelt Hendericks bouwman op 't Norden en Egbertjen Tonnis Geen familie van vorige bewoners
1696-1700 Garrit Jansen en Gijsberta Hermsen Geen familie van vorige bewoners, afkomstig van Haijtinkhof
1700-1713> Garrit Jansen en Aaltjen Berents Geen familie van vorige bewoners
1705-1769< Jan Garrits Morrenhof en Geesken Hendriks Steege Jan is de zoon van Garrit en Gijsberta
1735-1753 Hendrik Jansen Morrenhof en Geertjen Alberts Sonnenberg Hendrik is de zoon van Jan en Geesken
1753-1780~ Hendrik Berents Smeenk en Geertjen Alberts Sonnenberg Hendrik is de tweede echtgenoot van Geertjen en was al haar zwager
1774-1777 Roelof Hendriks Peusse-Morrenhof en Garritjen Hendriks Morrenhof Garritjen is de dochter van Hendrik en Geertjen
1778-1796 Roelof Hendriks Morrenhof en Christina Vroetman Christina is de tweede echtgenote van Roelof
1797-1824 Garrit Jan Klein Lenderink en Christina Vroetman Garrit Jan is de tweede echtgenoot van Christina
1821-1831 Harmanus Peuse en Zwaantjen Maatman Harmanus is de zoon van Roelof en Christina
1832-1879 Gerrit Jan Leunk en Hendrika Elisabeth Peuse Hendrika Elisabeth is de dochter van Harmanus en Zwaantjen
1860-1905 Harmen Leunk en Jantje Tuitert Harmen is de zoon van Gerrit Jan en Hendrika Elisabeth
1894-1908 Gerrit Jan Leunk en Hendrika Voortman Gerrit Jan is de zoon van Harmen en Jantje
1909-1932 Jacob Jacobs en Hendrika Voortman Jacob is de tweede echtgenoot van Hendrika (Hendrika verhuist naar Groterkamp)
1918-1932 Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk Harmke is de dochter van Gerrit Jan en Hendrika (het echtpaar verhuist naar Buitenkamp/Westhoeve)
1932-1952 Anton Broijl en Alberdina Hendrika ter Welle Geen familie van vorige hoofdbewoners
1952-1963 Berend van den Vlekkert en Betsy Toorneman Berend is de zoon van Arend en Harmke
1963-1979 Arend van den Vlekkert en Harmke Leunk Arend en Harmke zijn de ouders van Berend en waren eerdere hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Groeneweg 4  
 
 
Haijtinkhof
 
De Haytinkhof was eigendom van Jan van Hattinge, een rijke koopman uit Amsterdam. Hij koopt deze voor zijn dochter Jenneken Jans die trouwde met Peter Francken. Jan was getrouwd met Magdalena Mildring en Maria Becker en nog voor het 2e huwelijk met Maria in 1636 verkregen zijn vijf kinderen al hun erfdeel waarmee de Haytinkhof eigendom werd van Jenneken.
 

18.04.1686 Den 18 april - Lucas Berents en Eva Hendericks inwoonder bij den Snijder hare tweelingen GARRIT en BERENT laeten doopen. Compatres pater infantum, Gerrit Janssen, Willemken Hendericks. Dus dubbele bewoning. In 1688 trouwen en Tonis en Geesken en gaan we ervan uit dat Gerrit en Gijsberta toen nog niet naar de Morrenhof zijn vertrokken en dat Lucas en Eva plaats hebben moeten maken voor Tonis en Geesken.

In voorjaar 1762 overlijden Wilent, zijn echtgenote Jenneken en dochter Janna.

Den 4 meij 1790 ontvangen van Harmen Smeink en Jenneken Janssen Scholten, echtelieden te Gorssel woonagtig, 47 guldens in voldoeninge van den 50en penning van den katersteede Haijtinkhof, met het tiendje en smalle stukje in den enk, alsmede zes achtste whaare in den Gorsselsche Weerden, tezamen onder Gorssel gelegen. Aangekogt van den predikant Henricus van Wijhe en Cornelia Hartkamp, echtelieden, te Wilp woonachtig voor 2350 guldens, op den 12 februarij 1790.

Den 26 meij 1790 ontvangen van Arend Nikkels te Gorssel woonachtig, 27 guldens in voldoeninge van den 50en penning van den katersteede Haaijtinkhof genaamd, bestaande alsnu in huijs en hof, groot ongeveer vier schepels gezaaij, met een stuk land in den Gorsselschen Enck, het Smalle Stuk genoemd, benevens een tiendjen op den Kerkenkamp, en een vierendeel waar in de Gorsselsche Weerden, te zamen onder Gorssel geleegen. Aangekogt van Harmen Smeink en Jenneken Janssen, echtelieden, voor 1350 guldens, op den 21 februarij 1790.

 

Willem Bartels op Haijtinkhof woont anno 1803 nog op Haijtinkhof volgens Markeboek Gorssel. Zijn broer Hendrik woonde op 't Ontijdink.

Arend Nikkels koopt op 23 mei 1818 de bouwland Stalbrinkskamp "met den zesde waar in de Gorsselsche Marke en Weerden" welke toebehoorde aan het erve Klein Bentink. Dit land was gelegen oost aan bouwland van de erve Reuvekamp, zuid aan een akkermaalsbos van de erve Groterkamp, west aan den kamp van Klein Bentink en noord aan de Velderhofstraat.

Betreft perceel 340 (huis en erf) en kadastraal register van 1832 met eigenaar Arend Nikkels. Huisnummer 4 anno 1866. Op 9 januari 1872 verhuurd Jan Willen Nikkels het Erve "Haijtinkhof" onder Gorssel aan Gies Jan Willemsen. Jan Willem was eigenaar van het Haijtinkhof en ook van het Elf Uur.

Februari 1895 krijgt Haijtinkhof een nieuwe hoofdbewoner met Derk Jan Tuitert, weduwnaar van Willemina Nikkels dochter van Arend Nikkels en Gerritjen Brinkman. Derk Jan en Willemina woonde na hun huwelijk in 1854 waarschijnlijk ook al een paar jaar op Haijtinkhof en woonde daarna op Buitenkamp in Epse waar Willemina in 1892 is overleden. Derk Jan komt met zijn zoons Derk Willem en Jan Karel en diens echtgenote Gerritdina Susanna Nikkels, dochter van Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert. Derk Jan overlijdt op 21 oktober 1898 en zijn twee zoons en schoondochter verhuizen op 16 januari 1905 naar een nieuwe boerderij in Gorssel die ook de naam Buitenkamp krijgt.
 
1640- Peter Goossen Francken en Jenneken Jansen van Hattinge Mogelijk woonde het echtpaar (ook) op Franckenplaats
1678-1696 Gerrit Jansen op den Haijkinckhoff en Gijsberta Hermsen Gerrit is de broer van Jenneken, hij woont later op Morrenhof en woonde eerder op de Kolck
1688-1744 Tonis (Antonius) Peters op den Haijkinck hof en Geesken Berents Holterman Tonis is de zoon van Peter en Jenneken en neef van Gerrit
1729-1762 Wilent Garrijts en Jenneken Tonis op den Haijtinkhof Jenneken is de dochter van Tonis en Geesken
1756-1762 Willem Bartels Hiddink op Haijtinkhof en Janna Wilens Haijtinkhof Janna is de dochter van Wilent en Jenneken
1762-1775 Willem Bartels Hiddink op Haijtinkhof en Willemina Hendriks Horsman Willemina is de tweede echtgenote van Willem
1775-1803> Willem Bartels Hiddink op Haijtinkhof en Jenneken Hendriks Brinkhuis Jenneken is de derde echtgenote van Willem, mogelijk verhuisd naar Achterkamp?
1808-1829 Arend Nikkels en Willemina Laarhuis Willemina is de tweede echtgenote van Arend, wellicht woonde hij er ook met eerste echtgenote Gesina Smeenk? 
1829-1844 Arend Nikkels en Gerritjen Brinkman Gerritjen is de derde echtgenote van Arend
1845-1861> Lammert Tuitert en Gerritjen Brinkman Lammert is de tweede echtgenoot van Gerritjen
1868-1872 Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert Afkomstig van Elf Uur, vertrekt naar Elf Uur
1872-1878 Gijsbert Jan Willemsen en Derkjen Gerrits Vertrekt naar Grooterkamp
1878-1895 Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert Afkomstig van Elf Uur, Jan Willem vertrekt wederom naar Elf Uur (nieuw huisnummer 75)
1895-1905 Jan Karel Tuitert en Gerritdina Susanna Nikkels Gerritdina Susanna is de dochter van Jan Willem en Marianna
1905-1919 Frederik Pieter Schuitemaker en Christina Louisa Petronella van Dijk Afkomstig van 't Wiltinkhof.
1919- Frederik Pieter Schuitemaker en Jacqueline Catharina Georgette Pfeiffer Jacqueline Catharina Georgette is de tweede echtgenote van Frederik Pieter
  Huidig adres: Hoofdstraat 43  
 
 
 
Elshof
 

Den 10 october 1791 ontvangen van Willem van der Meij, te Gorssel woonachtig, 20 guldens in voldoeninge van den 50en penning van een huis en verder getimmerte, hof en land daar bij behoorende, den Oldenhof genaamd, onder dezen schoutampt in het dorp Gorssel gelegen. Aangekocht van Jan van der Meij, insgelijks aldaar woonachtig, voor 1000 guldens, op den 1 october 1791.

Ook wel Oldenhof genoemd. Op kaart hiernaast van 1807 genoemd als d'Oudenhof.

Betreft perceel 341 (huis en erf) in het kadastrale register van 1832 met eigenaar Arend Scholten. Het Olthof betreft perceel 344 met eigenaar Willem van der Meij.


Afgebrand tijdens de kermisviering in 1861. Ook
Haijtinkhof brandde toen af, maar werd herbouwd. Jan Hendrik Draaijer woonde na zijn huwelijk op Klumper op de Eesterbrink.

 

In het bevolkingsregister van 1861 blijft de pagina van nummer 4 zonder bewoners maar er staat ook niet geschreven dat het huis afgebroken is. Wel staat het nieuwe huisnummer 5 van 1866 genoteerd dus er moet nog iets hebben gestaan. Bijzonder is dat op een nieuwe pagina in het register huisnummer 4 wel wordt genoemd. Deze werd toen van 22 juli 1863 tot 5 december 1865 bewoond door Jan van Drie en Johanna van der Ham. Jan was tuinman van beroep en werkte mogelijk op de Oldenhof.

In het bevolkingsregister wordt op 25 februari 1871 huisnummer 5 weer opgevoerd. Het betreft het huis welke na 1898 dienst doet als de schuur van Oldenhof.

 
     
     
1790-1840 Arend Zandscholten en Kunneken van Hummel  
1838-1847 Jan Zandscholten en Geertjen Hendriksen Jan is de zoon van Arend en Kunneken
1848 Hendrikus Draaijer en Hendrika Klein Baltink Afkomstig van Klein Bentink
1848 Jan Hendrik Draaijer Jan Hendrik is de broer van Hendrikus en woonde er waarschijnlijk ook al in 1848
1850 Harmen Kolkman en Willemina van der Meij Huisnummer 4-2 (dubbele bewoning)
1863-1865 Jan van Drie en Johanna van der Ham  
  Huisnummer 5 anno 1866, maar geen bewoning  
     
1871-1879 Hendrika Beumer en haar dochter Janna Schutte Afkomstig van de Nieuwe Roskam in Epse
1881-1881 Johannes van Maurik en Geertje de Lang  
1886-1887 Peter Arend Kreder en Antje Zwart Afkomstig van Loobult
1888 Carel Jansen van Donzelaar en Geurtje van Eldik Afkomstig van 't Elf Uur
1890 Egbert Kroeze  
1898-1898 Gerarda Hendrina de Kruijff  
  Einde bewoning, wordt schuur van de Oldenhof  
 
 
Oldenhof
 

Ook wel Olthof genoemd. Den 27 maart 1790 ontvangen van Jan van der Meij, binnen dezen schoutampt woonachtig, 19 guldens in voldoeninge van den 100sten penning van een katersteede den Oldenhof geheeten, bestaande in huijs, hof en verder getimmerte, onder dezen schoutampt in het dorp Gorssel gelegen, aan Anthonij Olthoff, pro se en als weduwnaar, ervuiter en boedelhouder van zijne huijsvrouw toebehoord hebbende, door den gevolmachtigden van Gerhardus Westenberg, med. facult. professor te Deventer, en ehevrouw F.C. Dapper, nae erholden landrechtelijk verwin gerichtlijk verkogt voor 1900 guldens op den 26 februarij 1790.

Den 10 october 1791 ontvangen van Willem van der Meij, te Gorssel woonachtig, 20 guldens in voldoeninge van den 50en penning van een huis en verder getimmerte, hof en land daar bij behoorende, den Oldenhof genaamd, onder dezen schoutampt in het dorp Gorssel gelegen. Aangekocht van Jan van der Meij, insgelijks aldaar woonachtig, voor 1000 guldens, op den 1 october 1791.

Kadastrale atlas 1832: perceelnummer 344 met eigenaar Willem van der Meij.

Op 22 september 1853 branden het woonhuis en de bakkerij af, evenals de hooiberg en de schuur waarin enkele duizenden ponden eek waren opgeslagen. Jan Willem van der Meij en zijn zoon Willem komen daarbij om het leven. Waarschijnlijk is Hendrika Buitenweerd in de Roskam gaan wonen maar niet bekend is voor hoelang. Zij woont volgens het bevolkingsregister anno 1861 op de Groote Haar bij de familie Klinkhamer.

Na de brand zal er een grote villa op het terrein zijn gebouwd en worden bewoond door Willem Rein Schummelketel die op de Roskam woonde en op 29 december 1854 trouwde met Catharina Johanna de Neijn van Hoogwerff. Op 23 november 1853 sluit Willem Rein een pachtcontract met Albert van der Meij waarmee hij waarschijnlijk de grond ging pachten. Op 14 mei 1854 koopt hij een stuk bouwland te Gorssel en mogelijk betreft dit hetzelfde perceel, waarschijnlijk zal dit de grond zijn waarop hij de villa liet bouwen.

Op 3 maart 1854 richt hij samen met Albert van der Meij en vele andere (voorname) eigenaren een naamloze vennootschap op, dat zijn Hester van Calker, Antoni Brants, Albert Roeterdink, Gerrit Roeterdink, Johan Anton de Keller, Jacobus Sappius Gravestein, Antonus Kloosterboer, Manus Pasman, Engbert Jan Dommerholt, Gerrit Dikkers, Gerrit Koersen, Arend Kornegoor, Jan Willem van der Meij, Joachemus Coops, Klaas Buitendorf, Jan Braakman, Laurens Kleijn en Johan Anthon de Keller.

Op 14 april 1859 verkoopt Willem Rein het huis "Mariënlust" met erf, schuur en tuin te Gorssel aan Jacobus Theodorus Johannes van Rhijn en daags tevoren houdt hij een erfhuisverkoping.
Op 26 augustus 1859 overdracht tussen Hendrikus Draaijer en Jacobus Theodorus Johannes van Rhijn. Betreft het erf waarvan het huis is afgebrand met bouwland aan de straatweg te Gorssel.

Op 23 oktober 1865 wordt den Oldenhof verkocht en omschreven als "een voor weinig jaren geheel nieuw gebouwd heerenhuis, bevattende negen kamers, een warande, keuken, kelder, zolder, koetshuis met stalling, een bloemenkas, tuinmanswoning met koestal, afgesloten moestuin en een terrein van vermaak. Het terrein was 1 bunder, 24 roeden en 40 ellen groot en werd aangeboden voor 5.555 guldens. Bron: Den Oldenhof - Gorssel van Willem de Rode en akte d.d. 09-10-1865: betreft "Het Oldenhof" bestaande uit herenhuis met koetshuis en stalling, tuinmanswoning, bouw- en weidegrond in het dorp Gorssel (ingesloten bij akte nr. 3784). Maar betreft een bedankte veiling.

Op 2 februari 1866 overdracht aan Gerrit Reijns Jans Beerta van het buitengoed "Den Oldenhof" bestaande uit een herenhuis met koetshuis en stalling, bloemenkas en tuinmanswoning in het dorp Gorssel.

Op 28 april 1884 verkoopt Gijsbert Jacques Dijkman buitengoed "De Oldenhof" te Gorssel aan Andries de Meeter, directeur van de Nederlandsche Mettray. Hij kocht deze op 29 oktober 1877 van Loeka Hulshof en op 10 mei 1878 gaat hij er met zijn echtgenote Charlotta van Everdingen wonen. Loeka verhuist naar de Roskam en overlijdt daar niet veel later op 1 september 1878.

Schuldbekentenis d.d. 01-10-1815 van Frederik Pieter Schuitemaker aan Jeanne Louise Cornelie Scholl van Egmond, betreft gebouwen en gronden van "Den Oldenhof ", "Veldzicht " en "Haitinkhof" te Gorssel, sectie E nrs. 2879, 3209, 2962, 3210 en 1811. Jeanne Louise Cornelie Scholl van Egmond verhuist november 1915 naar een nieuw huis aan de huidige Zutphenseweg 20 en woont daar samen met Alida de Munnink. De Oldenhof dient vanaf dan niet meer als woonhuis maar alleen als zenuwlijdersgesticht. Nieuwe eigenaar Frederik Pieter Schuitemaker woont op 't Haijtinkhof en blijft daar wonen.

 
     
1725 Jan Jansen op Olthof Momber over Juda Jansen Klein Hulse
1736 Willem Jansen Olthof en Willemken Gerrits Franken Het echtpaar is afkomstig van de Roskam
  Jan Hendriksen en Willemken Gerrits Franken Jan is de tweede echtgenoot van Willemken
1771-...... Antonij Willems Olthof en Gerritjen Barvelink Antonij is de zoon van Willem en Willemken
1806-1809< Jan Willem Olthof en Jenneken Reuvekamp Jan Willem is de zoon van Antonij en Gerritjen, niet zeker of hij er woonde
1815 Jan Brinkman en Gerritjen Wiltink Getrouwd 13-10-1805, het echtpaar woont later op Bijgeval
1821 Jan Lucas Willemsen en Willemina van der Meij Broodbakker
1837-1853 Jan Willem van der Meij en Hendrika Buitenweerd Jan Willem is de broer van Willemina
1846-1849 Harmen Kolkman en Willemina van der Meij  
1854-1859 Willem Rein Schummelketel en Catharina Johanna de Neijn van Hoogwerff Eerste bewoners van het nieuwe herenhuis
1859-1866 Jacobus Theodorus Johannes van Rhijn en Philippina van Kampen Huisnummer 6 anno 1866
1866-1878 Gerrit Rijnd Jan Beerta en Loeka Hulshof  
1878-1884 Gijsbert Jacob Dijkman en Charlotta van Everdingen  
1884-1891 Andries de Meeter en Dorothea Hendrica de Meijer  
1892-1915 Jeanne Louise Cornelie Scholl van Egmond Ziekenverpleegster en later directrice sanatorium zenuwlijderessen
     
     
     
 
Musica
 
1884 Jan van der Meij en Johanna Gerharda Wansink Eerste hoofdbewoners
     
1921 J. van der Meij  
  W. Schoemaker  
     
 
Nieuwe Roskam
 

Zal zijn gesticht tussen 1831 en 1836. Volgens OMB 2014-1/19 omstreeks 1836. Zeker na 1832 omdat het huis niet op de kadastrale kaart staat. Eerste bewoners zijn Philippus Dommerholt en Maria van der Meij die eerder op de Roskam woonden. Een aantal jaren daarna is er een gedeelte bij aangebouwd zodat zijn oudste zoon Zwier, inmiddels weduwnaar, met zijn twee kinderen daar ook kon wonen. Zij verkopen Weltevreden op 13-01-1848 aan Albert van der Meij. Betreft 2 huizen (waarschijnlijk door de dubbele bewoning) en diverse gronden.

In 1836 liet Philippus Dommerholt, toen zestig jaar, nieuwbouw verrichten op een stukje grond dat kadastraal bekend stond als sectie C, nr. 371. Het was eigendom van de kerk in Gorssel. De familie Ph. Dommerholt was ook de eerste bewoner van het nieuwe huis, dat de naam kreeg De Nieuwe Roskam. Om onbekende redenen werd het ook wel Weltevreden genoemd. De naam De Nieuwe Roskam was niet zomaar gekozen; vanaf 1836- 1840 was het pand zonder nummer. Van 1840 - 1870 had het pand De Nieuwe Roskam huisnummer 6. Bron: OMB 2006-4.

Frans Lenselink was schilder van beroep en woonde van 11 juli 1898 tot 8 juli 1899 niet in Gorssel, maar zat gevangen in Arnhem.

 
  Ook wel genaamd Weltevreden.
 
     
1836 Philippus Dommerholt en Maria van der Meij Huisnummer 6 anno 1841
1851 Coenraad van der Linden en Antje Geertruij Brants  
1861 Anne Catharinus Philippus van Vierssen en Antje Walburg Huisnummer 8 anno 1866
1870-1872 Marinus Westveer  
1872-1884 Jan van der Meij en Johanna Gerharda Wansink  
1884 Vele anderen  
1894 Frans Lenselink en Garritjen Bruggink Afkomstig van Hofman
1921 J. van Loenen  
  Dubbele bewoning, huisnummer 8-2  
1870 Jan van den Vlekkert en Christina Herms  
  etc. Na 1889 onbewoond
1890-1892 Coendert Eskes  
1892-1893 Pieter Jacobus de Bruin  
1894-1895 Harmen Jan Klooster en Derkje Weekholt Vertrekt naar Klein Reuvekamp
1895-1897 Albert Gerhard Dolleman en Janna Langenkamp  
     
     
  Huidig adres: Hoofdstraat 34  
 
 
Schilder
 
Het huis is gebouwd tussen 1856 en 1859. In 1856 woont Evert Jan van der Heijden namelijk nog op huisnummer 8c (Scholten).

Op 29 oktober 1836 verkoopt Evert Jan aan broer Jan Karel van der Huijden een huis en erf met bouwland in de kom van het dorp Gorssel. Jan Karel laat deze veilen in 1867 en het huis wordt dan waarschijnlijk niet verkocht aan Abraham van den Bovenkamp en/of Derk Tuitert. In 1868 wordt er namelijk opnieuw geveild en is de koper Hendrik Brummelman die wij in 1869 zien als nieuwe bewoner. Een huisnaam is niet bekend en de werktitel Schilder is afgeleid van het beroep van de gebroeders van der Heijden die huisschilder waren. Later is er de kledingzaak van Hekkelman gevestigd.

 
1859 Evert Jan van der Heijden en Jenneken Albers Eerste hoofdbewoners
  Jan Karel van der Heijden en Harmina Willemsen Jan Karel is de broer van Evert Jan
1869-1871 Hendrik Brummelman en Geertruid Ilbrink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1871 Arnoldus Enzerink en Jacoba Henrika Brummelman Jacoba Henrika is de dochter van Hendrik en Geertruid
  etc.  
     
  5a>7>28>35 ........... Hoofdstraat 47  
 
 
Smederij
 
 
 
  Johan Bernard Liefferink en Willemina Antonia Greevink  
  Derk Jan Braakhekke en Hendrika Blaauwhand  
1868 Gerrit de Graaf en Johanna Wildeboer  
1874-......... Martinus Brinkman en Janna van Ark  
1899- Gerrit Jan Brinkman en Johanna Alberdina Boterman Gerrit Jan is de zoon van Martinus en Janna
  6a>9>Hoofdstraat 36 (waarschijnlijk vanaf 1848),  
     
  Dubbele bewoning:  
  Hendrik Willem Dommerholt  
  Sjaak  
  Eernink  
1869-1870 Joseph Gosschalk Stern  
1870 Garrit Jan Wonnink en Anna Muller  
.......-1884 Hendrik van Loo en Therèse Elisabeth Lücke  
     
 
 
Hoofdstraat 44
 
   
 
1897- Gerrit Snellenberg en Gerritdina Harmina Scholten Eerste hoofdbewoners
1898-1899 Herman Brinkman en Maria Willemina Koldewe  
1899 Lammert Jan Kamphuis en Johanna Kronenberg  
     
     
     
     
     
 
Stoelhorst en dokter Gooszen
 

Hendrik Willem Dommerhold en Hendrika Stoelhorst wonen tot 1890 op huisnummer 10>31 en in het bevolkingsregister van 1890 ineens op huisnummer 31a. Het lijkt erop dat de a erachter is gezet toen zij in een nieuw huis zijn gaan wonen en dat is dan de bakkerij op de plek waar later de Rabobank stond. Huisnummer 31a wordt in 1900 nummer 40. Op huisnummer 31 wordt op blad 220 Karel Jansen van Donselaar ingeschreven. Er staat geen jaartal bij maar zal 1896 zijn geweest. Mogelijk is de bakkerij dus in 1896 gebouwd. Op de kaart van 1889 staat de bakkerij nog niet aangegeven, wel een pand iets verder van de Hoofdstraat ongeveer op de plek van het oude postkantoor. Huisnummer 31 wijzigt in 40. Mogelijk is dit het huis van Bolle, deze staat al wel op de kaart van 1889.

Hendrik Willem verkoopt aan Gerrit Willem op 31-05-1895: huis te Gorssel, sectie E nrs. 2719-2720. Dat is het huis van de Rabobank. Perceel Bolle was 2749.

 
1865-....... Hendrik Willem Dommerhold en Hendrika Stoelhorst Eerste hoofdbewoners
.......-1934 Gerrit Willem Dommerholt en Willemina Klaasen  
1915-....... Hendrik Stoelhorst en Hendrika Johanna Dommerholt Hendrika Johanna is de dochter van Gerrit Willem en Willemina
1947-....... Gerrit Willem Stoelhorst en Aaltje Kalfsterman Gerrit Willem is de zoon van Hendrik en Hendrika Johanna
     
    Huisnummer 10 anno 1865/1866 > Hoofdstraat 48 anno 1951
     
1896- Karel Jansen van Donzelaar en Geurtje van Eldik Huisnummer 31>41. Afkomstig van 't Nieuwe Moldershuus.
     
 
 
Rensink
 
Renssinck wordt genoemd in de pondschatting van 1494 met eigenaar Wichmar ten Walle die ook eigenaar was van de gelijknamige boerderij 't Walle maar wel woonde op 't Renssinck. Het is niet de eerste vermelding van de boerderij want in 1382 wordt al een Wernken Rensinc genoemd.
 
Rensink boerderij ook wel Olthof genaamd

Op 4 juni 1627 verkopen Sander Jacobsen en zijn huisvrouw Truijde Rensinck 't goet Rensinck aan Gerrit Alberts op Smeijnck in Gorssel en Hermantien Lubberts. Verpondingskohier 1646: Rensinck, eigenaar Gerrit Alberts.

Rudolph Jan Staring, I.U.D. een gemachtigt Stadhouder en Rigter van den HoogWlgeboren Gestrengen Heer Wilem Hendrik Vrijheer van Rouwenoirt enz., Scholtis binnen en buiten Zutphen, oorkondt dat Aaltjen Lentink, Jan Nellink en zijn vrouw Anna Willemina Lentink, en Aalbert Lentink en zijn vrouw Geesken van Dijk overdragen aan Mr. Hendrik Frederik Brouwer, Burgemeester der Stad Deventer en zijn vrouw Harmanna van Suchtelen het erf en goed Rensink, gelegen in Gorssel en een vierde part van een whare in de Gorsselsche Waerden., 1770 november10.


Genoemde Lentink personen zijn achterkleinkinderen van Gerrit Alberts ten Bosch wiens derde echtgenote is geweest Evertien Rensink. Dit echtpaar woonde op 't Smeenk in Gorssel. De genoemde achterkleinkinderen zijn de kinderen van Lambert Alberts Lentink. De naam Lambert komt mogelijk van Lambert Lambertsen en hij is dan waarschijnlijk de vader geweest van Evertien. Evertien trouwde omstreeks 1640 en zal toen op 't Smeenk zijn gaan wonen. Mogelijk was zij nog het enige kind van Lambert en is het huis na zijn dood in/voor 1644 verpacht aan Tonnis Tansen Rensinck etc.

Bij graafwerkzaamheden bij een verkocht huis aan de Bongerd omstreeks 2017 zijn ze op resten van een put gestuit. Huisnummer 8 anno 1841.

 
.......-1627 Sander Jacobsen en Truijde Hermans Rensinck  
.......-1644 Lambert Lambertsen op Rensinck en Jacoba Jansen Jacoba hertrouwt op 10-03-1644 met Arent Henrijcks uit Brummen
.......-1650 Tonnis Jansen Rensinck en ........................ Bouman op 't goet Rensinck, mogelijk is Tonnis een broer van Jacoba?
1650-1670 Tonnis Jansen Rensinck en Essele Goossens Francken Essele is de tweede echtgenote van Tonnis
1670-1677 Thonnis Arents Bentinck>Rensinck en Essele Goossens Francken Thonnis is de tweede echtgenoot van Essele  
1677-1686 Thonnis Arents Rensinck en Garbrecht Hendericks Garbrecht is de tweede echtgenote van Thonnis
1686-....... Thonnis Arents Rensinck en Mechtelt Janssen Mechtelt is de derde echtgenote van Thonnis
1703>1713 Harmen Willems Velderman>Renssink en Mechtelt Janssen Harmen is de tweede echtgenoot van Mechtelt
1720 Jan Thonissen Rensink en Mechtelt Lubberts Meijer Jan is de zoon van Thonnis en Mechtelt
1742 Evert Willems in 't Loo>Rensink en Teuntjen Jansen Rensink Teuntjen is de dochter van Jan en Mechtelt
1781-1837 Jan Everts Rensink en Judith Harms van Essen Jan is de zoon van Evert en Teuntjen
1820-1865 Gerrit Jan Rensink en Jannetjen Huurnink Gerrit Jan is de zoon van Jan en Judith
1856-1887 Johannes Rensink en Lammerdina Ilbrink Johannes is de zoon van Gerrit Jan en Jannetjen
1878-1931 Hendrikus Wiltink en Johanna Jacoba Rensink Johanna Jacoba is de dochter van Johannes en Lammerdina
1935-...... Hein Wiltink en Geertruida Kloosterboer Hein is de zoon van Hendrikus en Johanna Jacoba
     
 
 
Werkplaats Plekkenpol
 
  Willem Smorenburg en Bernard Demming waren jachtopzieners van beroep.
 
1897-1898 Willem Smorenburg en Albert Veenhof Eerste hoofdbewoners
1898 Bernard Demming en Dirkje Wilhelmina Schot  
     
     
     
     
 
 
 
 
 
 
Bloemenkamp
 

In 1861 bewoond door Jan Antonij Hendrik Gooszen en Sara Klinkhamer. Zij waren tevens eigenaar van de Groote Haar (Klein Eschede) en de Kleine Haar.

6b>11>Hoofdstraat 50 (Bloemenkamp)

Akte van inzate 07-09-1885: verkoop van het buitengoed voorheen "De Bloemenkamp" thans "Zeldenrust" aan de straatweg te Gorssel door Hendrik Kleijn.

 
     
     
.........1874 Jan Antonij Hendrik Gooszen en Sara Klinkhamer Het echtpaar verhuist op 31 oktober 1874 naar Hattem
1875-1886 Hendrik Kleijn en Christoffine Margrietta Nieuwenhuis Het echtpaar verhuist op 1 april 1875 van Zutphen naar de Bloemenkamp
1885-1894 Bernardus Adrianus Johannes Arentsen Hij verhuist naar het andere gedeelte met huisnummer 33
     
     
  Dubbele bewoning  
1875-1876 Derk Jan Hietbrink en Gerritje Wolfskeel  
1876-1885 Hendrik Gerrit Wittenberg en Berendina Greutink Ze vertrekken naar Bloemhof
1885-1887 Antonie Hietbrink en Bartjen Veldink  
1886-1890 Johannes Engelinus Cornelius Stapel  
1891-1894 Bernardus Adrianus Johannes Arentsen  
     
 
Bijgeval
 
Ook wel de Woert en Bloemkamp genoemd.
 

In peinding akte d.d. 01-05-1798 wordt geschreven "Garrit Woertman aan den Dijk te Gorssel" waar het echtpaar dus gewoond zal hebben. Dat is mogelijk Braamkolk, maar kan ook Bijgeval zijn want deze lag ook aan de dijk, zie kaart 1807.

Volgens OMB 2014-1/18 kocht Philippus Dommerholt omstreeks 1833 het boerderijtje Bijgeval, gelegen aan de Molenweg met grond aan beide zijden van een dijk en een stuk heidgrond van 1,5 hectare.

Huisnummer 10 anno 1841. Op 6 juni 1865 verhuist Gerritjen Wiltink met het gezin van haar zoon Hendrik en schoondochter Willemken naar de Oude Fokke en wordt Bijgeval niet meer bewoond, waarschijnlijk dat jaar afgebroken. Krijgt in 1866 geen nieuw huisnummer.

 

 
     
1774-1775 Garrit Garrits Woertman en Hendrina Janssen Boevink Markeboek Gorssel 17-11-1774, het land Bijgeval voor twee jaar verpacht aan Gerrit Woertman en zijn vrouw
1775-1792 Garrit Garrits Woertman en Garritjen Swiersen Dalewijks Garritjen is de tweede echtgenote van Garrit
1792-1803 Garrit Garrits Woertman en Jenneken Bannink Jenneken is de derde echtgenote van Garrit
1803- Garrit Lenderink en Jenneken Bannink  
.......-1820 Philippus Jansen Schutte en Maria Arends Bolman  
1816-1865 Jan Brinkman en Gerritjen Wiltink Schoenmakers, afkomstig van Olthof
1832-1865 Hendrik Brinkman en Willemken Ilbrink Hendrik is de zoon van Jan en Gerritjen
 
Huisnummer G76a
76a>111>123 = Molenweg 10 anno 1951 (later gewijzigd naar nummer 14)
     
1929-........ Hendrik Jan Goorman en Hendrika Johanna Dommerholt Hendrika Johanna is de dochter van Jan en Hendrika Reindina
     
 
Bloemhof
 
Het nieuwe huis wordt Bloemhof genoemd. In 1836 wordt deze naam reeds genoemd in een akte van Philippus Dommerholt i.v.m. een hypotheek groot f 1000.- op een NIEUW te bouwen huis op een stuk land genaamd den Bloemhof - met een kolk. Mogelijk is dit het huis met later adres Deventerweg 4. Het land is mogelijk het perceel 667 op de kaart van 1807.
 
Het is waarschijnlijk op de foto het huisje rechts van de weg, maar dat ook huisnummer 9b zijn van de familie Dommerholt, zie verhaal Bijgeval. Aan de linkerkant zien wij Huize Nooitgedacht (huisnummer 8a anno 1861) en daarachter in de verte het huis waar de eerste boerenleenbank (huisnummer 8b anno 1861) zich vestigde, dit is tegenwoordig het eerste huis aan de rechterkant als je van Epse kant de Hoofdstraat inrijdt.
 


Koopcontract d.d. 21-09-1860: helft van een huis en erf met bouwland, akkermaalsheggen, heidegrond en waterhoek aan de straatweg van Zutphen naar Deventer in de gemeente Gorssel
  Huisnummer 9b>19 Geen huisnaam bekend, later adres Deventerweg 4
1848-1868 Philippus Dommerholt en Maria van der Meij  
1856-1871 Zwier Dommerholt Hij woonde anno 1851 nog bij Derk Hummelman op "Alink"
1863-1871 Philippus Martinus Dommerholt en Johanna Willemina Hekkelman  
1872-1876 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen  
1876-1881 Gerrit Hendrik Tichelman en Tonia ter Steege  
1881-1885 Garrit Jan Wonnink en Anna Muller  
1885-1886 Berend Jan Lucas  
1885-1899 Hendrik Gerrit Wittenberg en Berendina Greutink  
1900-1916 Karel Schepers en Hendrika Maria Albertha Weultjes  
1917-1930> Arend Bretveld en Hendrika Muijtstege  
193..-1952> Derk Jan Hietbrink en Bertha Johanna Fredrika Teunissen  
 
  Dubbele bewoning met huisnummer 9b-2>19-2  
1870 Berend Hendrik Kamperman en Janna Starink  
     
  Dubbele bewoning met huisnummer 19-3  
1876 Hendrik Jan Grooteboer en Berendina Oosterkamp  
     
     
     
     
     
     
     
     
     
  Huisnummer 43b 43b>53>59>76>112>124 = Molenweg 8 anno 1951
     
1895-1901 Philippus Martinus Dommerholt Eerste hoofdbewoner, eerste vermelding is huisnummer 67b maar doorgehaald met opmerking "onbewoond"
1902-1904 Philippus Dommerholt en Johanna Stevendina Veerman Philippus is de zoon van Philippus Martinus
1904-1905 Hendrik Hulshegge en Hendrika Hutterman Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van Ravensweerd
1906-1908 Hermanus Marinus Schotgerrits en Joanna Maria Krieger  
1908-1939> Jan Dommerholt en Hendrika Reindina Haverkamp Jan is de zoon van Philippus Martinus
     
 
Nooitgedagt
 

Huisnummer 8a anno 1846. Dan bewoond door Gerrit Jan Zomerhuis en Johanna Willemsen die waarschijnlijk tot 1844 op Klein Bentink woonden.

Op 25 september 1855 overlijdt Philippus Reuvekamp op huisnummer 8a, hij is de zoon van Albertus Jacobus Reuvekamp en Johanna Gosina Dijkerman.

In 1856 is de hoofdbewoner Albertus Jacobus Reuvekamp en de medebewoner Harmanus Dolleman.

Huize Nooitgedagt is in 1987 afgebrand.

Het huis was eigendom van Gert Woertman de slager van het begin van de Hoofdstraat. Hij verhuurde deze aan o.a. de familie Nagtegaal die er van 1946 tot 1972 woonde.

   
 
  Gerrit Jan Zomerhuis en Johanna Willemsen  
1854-1858~ Albertus Jacobus Reuvekamp en Johanna Gosina Dijkerman  
.......-1878 Arie Neau en Maria Catharina Corbach  
1879-1879 Franciscus van Deun en Willemina van der Meij Geen familie van vorige hoofdbewoners
1880-1884 Hendrik Gerrit Hendriks  
1885- Arie Coenraad Bellaart en Anna Elizabeth Lehmann  
  etc.  
     
     
1946-1972 Herman Nagtegaal en Janna Woertman  
     
     
 
1889
1936
 
 
Geerdes
 

De eerste boerenleenbank van Gorssel. Huidig adres Hoofdstraat 73. Huisnummer 8b anno 1846. Dan bewoond door J.H. Geerdes, H. Brinkerhof en dubbele bewoning door G.J. Scholten.

Akte 23-09-1857: betreft huis en erf met fruitbomen en bouwland aan de straatweg van Deventer naar Zutphen. Andere geregistreerde in de akte is Gerrit Brouwer.

Jan Hendrik en Willem Geerdes waren timmerman van beroep, Willem wordt later ook geregistreerd als landbouwer.

Hendrika is agente van de middenstandsbank en Willemina Gerdina is landbouwster.

 
1843-1887 Jan Hendrik Geerdes en Hendrika Sieberink Eerste hoofdbewoners
1874-1929 Willem Geerdes en Gardina Schoemaker Willem is de zoon van Jan Hendrik en Hendrika
1884-....... Hendrika en Willemina Gerdina Geerdes Ongehuwde dochters van Willem en Gardina
     
  Dubbele bewoning:  
1868-....... Gerrit Willem Peters en Geertjen Pekkeriet Afkomstig van Scholten
     
 
 
Scholten
 
Huisnummer 8c anno 1846. Akte 04-02-1852 van overdracht van huis en erf in de gemeente Gorssel door Gerrit Alink en echtgenote Maria Harmsen aan schooonzoon Derk Hummelman.
Hypotheek 04-08-1855 op huis en erf met hof aan de straatweg te Gorssel verleend door Gerrit Brouwer aan Derk Hummelman en echtgenote Philippina Johanna Catharina Alink.
Veiling 1867: huis en erf met bouwland onder Gorssel. Derk Hummelman verkoopt aan Gerrit Jan Scholten.
Verkoop 22-05-1879 door Gerrit Jan Scholten aan Albert Jan Scholten van vastgoed te Gorssel sectie E nrs. 2281 enz.
Op 13-08-1919 wordt huis met erf en bouwland te Gorssel, sectie E nrs. 2281-2283 en 2808 verkocht door Albert Jan Scholten en Alberta Johanna Ribbink aan Hendrik Scholten en Aaltje Pen. Het huis is afgebroken voor de aanleg van de rondweg.
 
1846 Gerrit Alink en Derk Hummelman Vader en schoonzoon, trouwde in 1845 met dochter Philippina Johanna Catharina
1851 Gerrit Alink en Bernardus Willemsen Vader en schoonzoon, trouwde in 1849 met dochter Jannetjen
1856 Evert Jan van der Heijden en Jenneken Albers Gerrit Alink woonde er ook nog maar wordt niet genoemd in personele omslag, hij overleed er op 27-12-1858
1857-1861 Derk Hummelman en Janna Toewater Woont anno 1859 op huisnummer 8c2, hoofdbewoner niet genoemd in personele omslag (E.J. van der Heijden woont in 1859 op huisnummer 5a)
1862-1863 Derk Hummelman en Aaltjen Kornegoor Aaltjen is de derde echtgenote van Derk
1864-1866 Derk Hummelman en Berentjen Dijkman Berentjen is de vierde echtgenote van Derk
1866-1867 Philip Schutte en Gerrigjen Bonhof Afkomstig van Klumper
1867-1868 Gerrit Willem Peters en Geertjen Pekkeriet Afkomstig van Dommerholt
1868-1886 Gerrit Jan Scholten en Teuntjen Rietman Afkomstig van huisnummer 8b2, ze ruilen met Gerrit Willem Peters en Geertjen Pekkeriet
1875-1939> Albert Jan Scholten en Alberta Johanna Ribbink Albert Jan is de zoon van Gerrit Jan en Teuntjen
1918-1926~ Hendrik Scholten en Aaltje Pen Hendrik is de zoon van Albert Jan en Alberta Johanna, ze verhuizen tussen 1922 en 1930 naar de Molenweg
     
  Dubbele bewoning:  
1858-1864 Joseph Gosschalk Stern en Gerarda Johanna van Borgen Huisnummer 8c2>16-2>37
1864 Hendrik Jan Zandscholten en Tibke Margarethe Pape  
1868 Joseph Gosschalk Stern en Gerarda Johanna van Borgen  
1869 Hendrik Jan Zandscholten en Tibke Margarethe Pape  
1870-1875 Wilhelmus Lemmen en Elisabeth Helena Mertens  
1875 Maria Petronella van Laar, weduwe van Jan Haneveld  
1879 Willem Goldsmit en Johanna Schaap  
1882 Gerrit Willem ten Hake en Gesina Berendina Vonk  
1887-1887 Jan Willem Holmer Vertrekt naar 't Elf Uuur
.......-1899 Fenneken Mensink Zij verhuist op 06-11-1899 naar Lochem, daarna onbewoond.
     
     
 
 
 
Alink
 
Er is geen huisnaam bekend maar wel dat het huis huisnummer 9 kreeg anno 1841 en toen bewoond was door de familie Alink. De huisnaam Halfweg duikt wel op, maar de naam Halfweg werd (ook) gebruikt voor Ravennest. In 1832 had het huis nog geen kadastraal perceel, Ravennest had dat wel. Zit hier een verband? Woonde Gerrit Alink dan eerst op Ravennest aan de postweg en daarna aan de straatweg? Dan is hij voor 1841 verhuisd.
 



Op 4 februari 1852 verkoopt Gerrit Alink huis en erf aan Derk Hummelman. Derk neemt op 4 augustus 1855 hypotheek op betreft huis en erf met hof aan de straatweg te Gorssel. Is dit huisnummer 9 of 8c?

Gerrit Jan Eenink komt op 21 april 1857 vanuit Warnsveld en trouwt op 10 juli 1858 met Johanna Derkjen Sarink.

Huis van de familie Withagen, afgebroken voor aanleg rondweg (in 1936?). Uit een koopcontract van 04-01-1921 wordt beschreven een betreft een dubbel woonhuis aan de Rijksstraatweg te Gorssel, sectie E nr. 3460. Wolter Withagen koopt deze dan van Gerrit Jan Kuit.

 
 
.......-1842 Gerrit Alink en Maria Harmsen Eerste hoofdbewoners, woonden in 1823 nog op Olthof en daarna waarschijnlijk op Ravennest (Halfweg)
1842-1846 Jan ter Maat en Hendrika Johanna Holmer  
1847-1856 Derk Hummelman en Philippina Johanna Catharina Alink Na overlijden Philippina gaat Derk op huisnummer 8c wonen
1857-1863 Gerrit Jan Eenink en Johanna Derkjen Sarink  
1864-1868 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen  
1868-1869 Hermanus Bosch en Johanna Aleida Maria Theresia Baudet Het echtpaar is afkomstig van de Oude Pastorie
1870-1883 Wilhelmus Lemmen en Hendrika Willemina Grieving Hendrika Willemina is overleden op 31 juli 1878
1883-1910 Wilhelmus Lemmen en Gerritdina van den Belt Gerritdina is de tweede echtgenote van Wilhelmus
1912-1921 Gerrit Jan Kuit en Maria Schutte  
1921 Wolter Withagen en Johanna Paulina Smeenk Het echtpaar verhuist in de periode 1930-1940 naar de Veerweg, huis toen afgebroken of nog andere bewoners?
     
     
  Dubbele bewoning:  
1870 Hendrik Jan Zandscholten en Tibke Margaretha Pape  
     
.......-1910 Derk Jan Wunderink en Christina Gerdina Hietbrink Vertrekt naar Nijhuis
1916 Hein Kuit en Geertruida van der Heiden Hein is de zoon van Gerrit Jan Kuit en Maria Schutte
1918<1930 Karel Antoni Jansen en Derkje van Baak Huisnummer G57>71
 
 
 
Hemstra
 

Dit huis is gesticht in 1862 door Abraham van den Bovenkamp en Maria Bouman die afkomstig zijn van de Grote Muil en daarvoor op de Oude Pastorie in de Eesterhoek woonden. Op 21 september 1861 koopt Abraham van Zwier Dommerholt een stuk heidegrond tussen de straatweg van Zutphen naar Deventer en de grindweg van Gorssel naar Bathmen in de gemeente Gorssel.

Het huis dankt zijn naam aan Jan Hemstra die op 5 april 1872 op het huis kwam wonen echter wordt de naam later foutief met dubbel e geschreven. Jan is weduwnaar van Oetske Johans van Abbema en hertrouwt op 8 mei 1872 met Cornelia Josina Everdina Scholten en zij komt dan ook in Gorssel wonen. Op 06-02-1873 akte van overdracht van huis en erf met bouwland onder Gorssel tussen Zwier Dommerholt en Jan Heemstra.

Op 1 oktober 1880 verkoopt Jan het huis aan Hermanus Ziemelink en op 14 oktober verhuizen Jan en Cornelia naar Eelde.

Later had dokter Upmeijer hier zijn praktijk. De ingang en de apotheek waren toen aan de Molenweg. Weer later had hij zijn praktijk aan de Hoofdstraat.

 
1862-1869 Abraham van den Bovenkamp en Maria Bouman Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Grote Muil
1870-1872 Anthonij Johannes Swaving en Gerardina Anna Hendrica du Bon Brooks Het echtpaar verhuist naar Ontijdink
1872-1880 Jan Hemstra en Cornelia Josina Everdina Scholten  
1881-1894 Hermanus Ziemelink en Jenneken Roeterdink Afkomstig van Klaphekke
1898-1903 Carolina Wijtman Afkomstig van Ruimzicht, volgens BR al in 1892 maar zonder Gerrit Lugt?
1898-1907 Rudolf Lugt Rudolf is de zoon van Carolina, volgens BR al in 1892
1908-1912 Jan Willem Wesseldijk en Jenneken Lamberts  
1912-1916 Anthonij Coert en Annie Cornelia de Jong  
1916-1917 Hajo Uden Thoden van Velzen Voormalig dominee van Gorssel in periode 1882-1915
1918-1936 Johan Jacob Lambertus Vlaanderen en Eva Titia van Gelder  
1936-....... Berend Hendrik Upmeijer en Gerardina Geertruida Reina van Dee  
     
  Dubbele bewoning:  
1862-1862 Moses Marchand en Vrouwtje Slager  
1869-1869 Hermanus Bosch en Johanna Aleida Maria Theresia Baudet Hermanus is de broer van Jacoba Frederika die anno 1859 op Klein Bentink woonde
     
     
     
 
Elfuur
 

Huisnummer 9a anno 1846. Het huis wordt dan bewoond door Hendrik Willem Dommerhold(t) en Fredrika Scholten die er in 1851 ook nog wonen. In 1856 woont er Hermanus Theodorus Graeuwert, een neefje van de familie Dommerholt die is vertrokken naar het boerderijtje aan de huidige Kozakkenweg met huisnummer 12a.

Akte 19-05-1904: betreft provisionele verkoop erve "Haitinkhof" te Gorssel, sectie E nrs. 1 enz. en "Elf Uur" te Gorssel ,sectie E nrs. 1329 enz. en bouwland (zie ook akte nr. 2191) na overlijden van Jan Willem Nikkels.
Zoon Arend Jan Nikkels verkoopt op 22-05-1918 het huis "Elf Uur" te Gorssel en het huis erachter, sectie E nrs. 1374 en 3464 (zie ingesloten akte nr. 1129) aan Hendrikus Kuiper.

 
    Huisnummer 9a en later huisnummer 18>74>afgebroken>onbewoond>96>104>152
1856 Hermanus Theodorus Graeuwert  
1858-1868 Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert  
1868-1869 Martinus Eskes en Jacoba Maria Olijslager  
1869-1872 Derk Jan Braakhekke en Hendrika Blaauwhand Vertrekt naar Bartels Hofstede
1872-1878 Jan Willem Nikkels en Marianna Graeuwert  
1878-1880 Harmanus Toorneman en Aaltje Klijn Velderman  
1880-1883 Gerrit Willem Groot Velderman en Derkjen Schoemaker  
1883-1887 Garritjen Tikink  
1887- Jan Willem Holmer Afkomstig van Scholten in het dorp
1892-1894 Johannes Bruggeman en Hendrika Holmer Hendrika is de dochter van Jan Willem
1894-1897 Gerrit Jan Blankena en Lammerdina Jonkman  
  Albert Boterman en Jenneken Slagman  
1906- Arend Jan Nikkels Afkomstig van huisnummer 95
1919-1919 Jan Christoffel Breukelman en Anna Gesina Geerdink  
1919-1920 Hein Kuit en Geertruida van der Heijden  
1921- Hein Kuit en Cornelia Boerke Cornelia is de tweede echtgenote van Hein
  etc.  
1935 Hendrik Oosterveld en Johanna Alberta Koldeweij  
    Huisnummer 75>95>103
     
     
  Dubbele bewoning:  
1870 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen Huisnummer 18-2 anno 1870
1875 Alexander Jochems en Geesken Groot Enzerink  
1882-1887 Gerrit Meijer en Jacobje Brouwer  
1887-1889 Carel Jansen van Donzelaar en Geurtje van Eldik  
1888-1890 Margaretha Heetelaar Margaretha wordt geroyeerd in de volkstelling van 1890
1892-1895 Karel Jansen van Donzelaar en Geurtje van Eldik  
1895-1906 Jan Willem Nikkels en Arend Jan Nikkels Jan Willem is overleden op 13-02-1904, zoon Arend Jan verhuist in 1906 van huisnummer 95 naar 96
1906- Cornelis Hermanus Pruijsers en Helena Adriana Molewijk  
  etc.  
     
     
     
 
Ruimzicht
 
Van april 1891 tot april 1892 wonen Gerrit Lugt en Carolina Wijtman in Barneveld en past Karssien Heres Brouwer op het huis. Neeltje en Bartje van den Heuvel zijn ongehuwde zusters en wonen samen op Ruimzicht. Op 20 oktober 1923 overlijdt Bartje en op 5 maart 1924 verkoopt Neeltje het huis aan Carel Roeterdink. Het betreft een dubbel woonhuis en zo kan Neeltje er blijven wonen tot haar overlijden in 1929.
 

Carel Roeterdink en Martina Schaap verhuisden in 1924 van Groot Bentink naar Ruimzicht, omdat zoon Willem het bedrijf overnam en in dat jaar ging trouwen. Hun kinderen Willemina Judeken, Martina Hendrika, Johanna Willemina en Hendrik Carel verhuisden mee. Op Ruimzicht was in die tijd een boerenbedrijf gevestigd. Het land dat erbij hoorde lag waar nu de Parallelweg loopt. De koeien die daar liepen, vooral jongvee, werden niet bij Ruimzicht gestald maar bij boerderij ’t Boschtert, die ook eigendom was van Carel Roeterdink. Daar had Carel ook melkvee en Carel leverde op een gegeven moment meer melk aan de melkfabriek dan zoon Willem op Groot Bentink!

Op Ruimzicht was ook de Boerenleenbank gevestigd. Oorspronkelijk was die ondergebracht bij de gezusters Geerdes aan de Hoofdstraat, maar die kregen onenigheid met het bestuur, waar Carel waarschijnlijk ook in zat, en toen heeft hij de bank over laten brengen naar Ruimzicht. Zijn dochter Willemien werk kassier tot haar huwelijk in 1928 en daarna werd zijn dochter Anne kassier.

Martina Schaap is op 31 mei 1937 overleden. In 1942 verkocht Carel het huis Ruimzicht (aan een mevrouw van de Heuvel) en verhuisden ze naar Lucretia, Deventerweg 15. Hun kinderen Martina Hendrika en Johanna Willemina verhuisden mee, de anderen waren inmiddels getrouwd. Johanna Willemina trouwt op 10 september 1942 met Gerrit Boschloo en gaat op diens boerderij 't Boschloo wonen.

Later was garage Kluin er gevestigd en weer later een busbedrijf en tot 2018 was wijnkoperij Klosters in dit huis gevestigd.

 

Het huis Lucretia is vernoemd naar Gerritjen Lucretia Roeterdink, zus van Carel. Zij was getrouwd met Gerhardus Schieven en woonde met hem op boerderij 't Have in Leesten. Gerhardus is overleden in 1927 en op 15 juli 1933 verhuist Gerritjen Lucretia naar Gorssel en gaat daar dan bij haar broer Carel wonen, eerst op Ruimzicht en later op Lucretia. Carel is op 2 mei 1944 overleden en Gerritjen Lucretia op 25 februari 1951. Martina Hendrika Roeterdink, dochter van Carel, bleef toen in het huis Lucretia wonen.

 
1887-1888 Johan Sebastiaan Lehmann Eerste hoofdbewoner
1888-1898 Gerrit Lugt en Carolina Wijtman  
1898-1903 Hendrik van Eck en Clazina de Ven Afkomstig van Ravensweerd
1898-1929 Neeltje en Bartje van den Heuvel Neeltje en Bartje zijn nichtjes van Hendrik
1924-1942 Carel Roeterdink en Martina Schaap Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Deventerweg 14  
     
........-....... Derk Jan van Vorden en Fredrika Dommerholt Eerste hoofdbewoners, afkomstig van boerderijtje Ravensweerd
     
     
  Huidig adres: Deventerweg 16  
 
Het kaartje hiernaast dateert van 1901. Rechts aan de kruising ligt Ruimzicht, ten noorden daarvan Deventerweg 16 en ten oosten daarvan Parallelweg 1.
 
Parallelweg
 
   
 
1889- Johannes van Vorden en Teuntjen Braakhekke Eerste hoofdbewoners
1892 Gerrit van Vorden en Hendrika Harmina Kapers Gerrit is de zoon van Johannes en Teuntjen
     
     
  Huidig adres: Parallelweg 1 Huisnummer 72>93
 
 
Schutte
 

11b >28 > 71 > 92 > 98 > 143 > 239 > 300 > Ketenbosweg 4. In 1851 bestond huisnummer 11a en in 1856 bestond ook huisnummer 11c, in de tussentijd moet 11b dus zijn ontstaan. Jan Willem Schutte woonde anno 1851 nog in op Dorrewold = huisnummer 12-2. Daarvoor woonde hij nog op Zandscholten. Huisnummer 11c is waarschijnlijk gesticht in 1853 dus gaan we ervan uit dat 11b in 1852 is gesticht. Dat jaar wordt een levenloos kind geboren en in de akte lijkt 11b te staan geschreven, nog eens goed nakijken. Het echtpaar is tussen 11-10-1846 en 10-09-1848 in Gorssel komen wonen, maar woonde eerst op de Eesterbrink (zie geboorteakten Jan Hendrik en Johanna Willemina)

 
     
1852-1911 Jan Willem Schutte en Hendrika Johanna Groot Wesseldijk Eerste hoofdbewoners, afkomstig van Dorrewold
1902- Hendrikus Schutte en Aaltje Kerkdijk Hendrikus is de zoon van Jan Willem en Hendrika Johanna
1918- Gerrit Jan Nijenhuis en Hermina Alberta Schutte Hermina Alberta is de dochter van Hendrikus en Aaltje
     
 
Schonewille
 

Dit is de boerderij van de familie Schonewille aan de Ketenbosweg. De foto is gemaakt aan de Cederlaan welke in 1972 is aangelegd. Links is boerderij Dorrewold te zien.

Het huis is niet zo oud, het eerste huisnummer 143b dateert van de periode 1921-1930.

Gerritdina Johanna Slettenhaar overlijdt op 8 juni 1935 en Gerrit Jan Scheuter verhuist op 13 augustus 1938 naar Deventer.

 
1923-1938 Gerrit Jan Scheuter en Gerritdina Johanna Slettenhaar Eerste hoofdbewoners
1929-1938< Albert Jan Scheuter en Maria Wijnbergen Albert Jan is de zoon van Gerrit Jan en Gerritdina Johanna
1938- Pieter Schonewille en Geertje Strijker Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  143b>240>301> Ketenbosweg 7 anno 1951  
 
 
Dorrewold
 
De eerste gegevens over deze boerderij komen wij tegen op de pre kadastrale kaart van 1818 van het 1e blad van sectie E en dat betreft het dorp Gorssel ten noorden van de huidige Gorsselse Enkweg en Kamperweg. Van dit blad bestaan twee exemplaren waarvan de eerste nog wat wijzigingen kende. Dat is bijvoorbeeld het geval bij deze boerderij welke oorspronkelijk in een wat grotere vorm was ingetekend aan de Dommmerholtseweg en uiteindelijk in een wat kleinere vorm aan de huidige Ketenbosweg is gebouwd. Deze kaart toont aan dat het boerderijtje in 1818 is gebouwd.
 

Eerste hoofdbewoner is Harmen Wilgenhof die tot 1818 gepacht op boerderij Hoekman woonde en werkte als dagloner. Bij de geboorte van dochter Jenneken op 31 maart 1818 blijkt hij ineens veldwachter van beroep te zijn. Kennelijk heeft Harmen het gehad met het boerenwerk en dat verklaart ook de gewijzigde bouwplannen. Echtgenote Antonia Greeve is ook niet van het boerenwerk en verdient haar geld als vroedvrouw van de gemeente, zij heeft vele kinderen in Gorssel geholpen ter wereld te komen. Zelf kreeg het echtpaar acht kinderen waarvan er vijf zijn geboren op Hoekman en drie op Dorrewold. Het echtpaar was oorspronkelijk geen eigenaar van de boerderij en de grond eromheen, dat waren de geërfden van de Marke Gorssel.

Hamen overlijdt op 21 augustus 1831 in Gorssel maar niet op Dorrewold maar op 't Walle waar een jaar eerder ook zoon Hendrikus is overleden, dat is wel bijzonder. Antonia blijft op Dorrewold wonen tot haar overlijden in 1865, zij heeft er dus lange tijd gewoond. Hierdoor staat de boerderij ook wel bekend onder de naam "Vroedvrouw". Antonia trouwt niet opnieuw en woont er met haar kinderen. Dochter Jenneken blijft het langst in huis en blijft er ook wonen als zij op 10 september 1847 trouwt met Lammert Hendrik Meijer. Op 14 november 1847 wordt dochter Gerritjen geboren "ten huize van hare moeder op nummer 12 in Gorssel". Er worden daarna nog drie kinderen op Dorrewold geboren en de kans is groot dat moeder Antonia geholpen heeft met de bevallingen. Overigens was de moeder van Antonia vroeger ook vroedvrouw van beroep, zij woonde op Nijhuis (Nieuw Morrenhof). Het beroep zat dus in de familie.

Waarschijnlijk in 1858 verhuizen Lammert Hendrik en Antonia naar Harfsen. Antonia blijft wel wonen op Dorrewold, maar gaat aan de andere kant van het huis wonen in het gedeelte waar in de periode omstreeks 1851 nog Jan Willem Schutte en Hendrika Johanna Groot Wesseldijk hebben gewoond, het huis had toen dus een dubbele bewoning.

 

Dat is vanaf 1858 weer het geval want dagloner Gerrit Jan Wolters en zijn echtgenote Egberdina Grooteboer komen dan als hoofdbewoners op Dorrewold wonen, ze woonden daarvoor in Epse. Het echtpaar heeft drie zoons en op Dorrewold komen er nog twee dochters bij. Op 30 juni 1865 kopen zij een boerderijtje in Epse van de erven Nijbroek aan de huidige Kletterstraat en gaan daar dan wonen. Op 5 oktober 1865 is het dan de beurt aan Jan Willem Schoolderman en Gerritje Dikkeboer maar ze wonen er maar een jaar, maar dat jaar wordt wel een zoon Teunis geboren. Teuntjen Greeve was overigens 25 maart 1865 overleden en haar plek Reinder Bartelds en Harmina van der Wal die iets meer dan een jaar op Dorrewold en in die periode ook ouders werden van een zoon.

Op 20 augustus 1866 worden Gerrit Bartelink en Derkjen Muileman de nieuwe hoofdbewoners alhoewel hun stief(schoon)moeder als Jenneken Draaijer als hoofdbewoonster wordt ingeschreven. De familie is wederom afkomstig van Epse en Gerrit is wegwerker van beroep. Uiteindelijk bestaan het gezin uit acht personen waarvan vijf kinderen waarvan er helaas één jong overlijdt en dan is er ook nog een kind levenloos geboren. Op 31 mei 1867 komt ook Fenneken Muilerman, de zus van Derkjen, op Dorrewold wonen samen met haar echtgenoot Mannes Hietbrink en twee kinderen. Ze gaan aan de andere kant van het huis wonen waar ze de plek innemen van de vertrokken familie Bartelds. Fenneken en Mannes zijn afkomstig van 't Loobosch die al uitbreid staat beschreven op de Boschterhoek pagina van deze website. Fenneken overlijdt in 1875 en Mannes hertrouwt in 1876 met Christina Hermina Jacobs en uit dit huwelijk worden nog drie kinderen geboren. In februari 1881 verhuist de familie Bartelink weer terug naar Epse (het blijft een heen en weer gaan van de Dorrewold bewoners naar die plaats) en de lege plek wordt dan twee jaar niet opgevuld waardoor Manus Hietbrink feitelijk de nieuwe hoofdbewoner wordt. Maar op 30 april 1883 wordt hij weer officieel medebewoner als het kersverse echtpaar Hendrik Willem Stegeman en Aaltje Tuller hun intrek nemen in het hoofdgedeelte van het huis. Zoals eerder hoofdbewoners was Hendrik Willem ook dagloner van beroep. Het echtpaar blijft zes jaar lang wonen op Dorrewold en verhuist dan naar ... Epse dus ja.

 


Maart 1889 komt de familie Lubberding wonen op 't Dorrewold. Het betreft Hendrika Johanna Pelgrum, weduwe van Johan Lubbering van 't Lubberdink te Almen, met haar drie jongste kinderen en haar broer Berend Pelgrum. Broer en zus worden geregistreerd als landbouwers maar later toch weer als dagloner net als medebewoner Mannes Hietbrink. Eén van de kinderen van Hendrika Johanna die op 't Dorrewold komt wonen is Johan Hendrikus Lubberding. Hij trouwt op 2 juni 1900 met Gerritdina Jonkman en zij komt dan ook op 't Dorrewold wonen en er worden een zoon en dochter uit het huwelijk geboren. Johan Hendrikus werkte als paardeknecht/voerman bij Rijkswaterstaat om straatklinkers te vervoeren van een steenfabriek aan de IJssel voor de aanleg van de weg Deventer-Zutphen. En toen de weg klaar was kreeg hij een baan aangeboden als politie agent waar hij het uiteindelijk bracht tot hoofdagent. Op 3 december 1904 verhuist Johan Hendrikus naar Deventer en de hele familie gaat met hem mee. In 1898 trouwde een zus van Johan Hendrikus genaamd Johanna, die overigens niet op 't Dorrewold heeft gewoond. Zij trouwde met Harmen Jan Bartelink die in 1872 op 't Dorrewold is geboren en zo ontstond toch nog een relatie tussen de twee families die op de Dorrewold hebben gewoond.

Na het vertrek van de familie Lubberding is er weer ruimte voor starters uit Epse. Gerrit Dommerholt en Gerritdina Antonia Klijn Velderman trouwen op 7 januari 1905 en gaan op 't Dorrewold wonen en werken, want Gerrit gaat aan de slag als landbouwer. In 1906 wordt zoon Willem geboren maar later dat jaar, op 1 december, vertrekt het echtpaar alweer, terug naar Epse.

Voordat we de volgende hoofdbewoners introduceren, kijken we nog even vlug naar de andere kant van de boerderij waar Mannes Hietbrink nog steeds woont. In 1908 verhuist hij naar de Oude Fokke en maakt zo plaats voor zijn zoon Albertus Philippus die in 1907 was getrouwd met Jantje Bosma en ook op 't Dorrewold woonde. In 1909 wordt een dochter geboren en in 1910 verhuizen zij naar 't Armenhuis in Gorssel en hiermee eindigt de dubbele bewoning van 't Dorrewold.

 
Terug naar de hoofdbewoners. Op 5 januari 1907 komen Johannes Hendrikus Roeterdink en Harmina Henriëtta Tuitert op 't Dorrewold wonen. Zij waren getrouwd op 7 april 1906 en zijn toen gaan wonen bij de ouders van Harmina in Epse. In die plaats zullen zij elkaar ook hebben leren kennen want Johannes woonde en werkte voor zijn huwelijk op Klein Nulend in Epse. Ze wonen eerst gepacht op 't Dorrewold en kopen het huis op 21 september 1907 van Herman Theodoor Wilgenhof, kleinzoon van Harmen Wilgenhof en Antonia Greeve. Tot die tijd was de boerderij dus nog eigendom van de familie Wilgenhof en alle vorige bewoners zullen dus het huis hebben gepacht c.q. gehuurd. Vader van Herman Theodoor is Berend Wilgenhof die tuinman van beroep was. Nicht van Herman Theodoor is Aaltjen Wilgenhof en zij is getrouwd met Hendrik Tuitert, oudste broer van Harmina Henriëtta en zo zal het er wel van gekomen zijn dat de boerderij uiteindelijk verkocht is aan Johannes en Harmina. Het echtpaar krijgt vier kinderen, twee meisjes en daarna twee jongens waarvan de jongste in 1913 maar kort heeft geleefd. Johannes werkt als landbouwer en overlijdt op 16 juli 1918 en wordt maar 41 jaar oud. Hiernaast is een foto van hem op jongere leeftijd te zien en daarnaast een foto van Harmina Henriëtta op latere leeftijd.
 
Zo blijft Harmina met drie kinderen alleen over op de boerderij. Oudste dochter Johanna Maria blijft ongehuwd en op 16 november 1940 trouwt zoon Gerrit Hendrik Roeterdink met Maria Berendina Horstman en hij werkt dan als landbouwer op Dorrewold. Op 12 juni 1948 trouwt jongste dochter Wendelina met Hendrik Hissink en zij gaan dan op Dorrewold wonen, uit dit huwelijk wordt één zoon geboren. Gerrit Hendrik Roeterdink gaat aan de Veerweg wonen en wordt dan tuinman van beroep. Hendrik Hissink zet de boerderij voort en verbouwt er graan, voederbieten, knollen en ook aardappels voor eigen gebruik. Verder scharrelen er zo'n 300 kippen bij de boerderij en lopen er varkens en acht koeien. Er werd ook een schuur gebouwd voor een paard maar die kwam er niet, maar geen nood, voor het zware werk werd er in de buurt goed samengewerkt met de families Stormink van 't Schurink, de Winter van 't Breger en Bruggeman van de Dommerholtsweg die een paard had en later een tractor waarmee het werk nog makkelijker gedaan kon worden.
 
 

Op de linkerfoto hierboven zien wij Harmina Henriëtta Tuitert met haar drie kinderen. Op de middelste foto samen met dochter Wendelina, schoonzoon Hendrik Hissink en kleinzoon Han Roeterdink en op de rechterfoto met kleinzoon Jan Hissink die zij maar kort heeft gekend want Harmina Henriëtta overlijdt op 4 mei 1950 op 't Dorrewold. Jan is enig kind van Hendrik en Wendelina en heeft nog tot 2011 op 't Dorrewold gewoond met echtgenote Nieneke. Vader Hendrik is in 1985 op 't Dorrewold overleden en moeder Wendelina Roeterdink verhuisde in 1996 naar een verzorgingstehuis.

 
1818-1858 Harmen Wilgenhof en Antonia Greeve Eerste hoofdbewoners
1847-1858 Lammert Meijer en Jenneken Wilgenhof Jenneken is de dochter van Harmen en Antonia
1858-1865 Gerrit Jan Wolters en Egberdina Grooteboer Geen familie van vorige hoofdbewoners
1865-1866 Jan Willem Schoolderman en Gerritje Dikkeboer Geen familie van vorige hoofdbewoners
1866-1881 Gerrit Bartelink en Derkjen Muileman Geen familie van vorige hoofdbewoners
1883-1889 Hendrik Willem Stegeman en Aaltje Tuller Geen familie van vorige hoofdbewoners
1889-1904 Hendrika Johanna Lubberding-Pelgrum Geen familie van vorige hoofdbewoners
1900-1904 Johan Hendrikus Lubberding en Gerritdina Jonkman Johan Hendrikus is de zoon van Hendrika Johanna
1905-1906 Gerrit Dommerholt en Gerritdina Antonia Klijn Velderman Het echtpaar verhuist naar Epse
1907-1950 Johannes Hendrikus Roeterdink en Harmina Henriëtta Tuitert Geen familie van vorige hoofdbewoners
1940-1948 Gerrit Hendrik Roeterdink en Maria Berendina Horstman Gerrit Hendrik is de zoon van Johannes Hendrikus en Harmina Henriëtta
1948-1996 Hendrik Hissink en Wendelina Roeterdink Wendelina is de dochter van Johannes Hendrikus en Harmina Henriëtta
     
  Dubbele bewoning  
1829-1831 Jan Leemkuil en Willemina Hullekes Mogelijke eerste medebewoners
1851-1852 Jan Willem Schutte en Hendrika Johanna Groot Wesseldijk Geen familie van vorige medebewoners, afkomstig van Zandscholten
1858-1865 Antonia Greeve Geen familie van vorige medebewoners, zij was eerdere hoofdbewoonster
1865-1867 Reinder Bartelds en Harmina van der Wal Geen familie van vorige medebewoner
1867-1876 Manus Hietbrink en Fenneken Muileman Afkomstig van Loobosch, Fenneken is de zus van Derkjen Muileman
1876-1908 Manus Hietbrink en Christina Hermina Jacobs Christina Hermina is de tweede echtgenote van Manus
1907-1910 Albertus Philippus Hietbrink en Jantje Bosma Albertus Philippus is de zoon van Manus en Christina Hermina
     
  Huidig adres: Ketenbosweg 14 (was 6 anno 1951)  
 
 
Boterman
 

Op 8 juli 1924 wordt het plaatsje "Boterman" te Gorssel, sectie E 3093, verkocht door Johanna Barmentloo van 't Dommerholt aan Gerrit Hendrik Goorman.

Ketenbosweg 17, afgebroken in 2016. Adres anno 1951 is waarschijnlijk Ketenbosweg 9 (huisnummer 89a anno 1900).

Onderstaande bewoners zijn de bewoners van huisnummer 89a en bewoning vanaf 1900.

 
1900-1913 Gerrit Willem Boterman en Gerritjen Willemina Hietkamp Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Eikeboom
1913 Hermanus Broer en Jenneken Rietman  
1924 Gerrit Hendrik Goorman en Fredrika Johanna Jeurlink  
     
  89a>96>141>237>298> Ketenbosweg 9  
 
 
Bruggeman
 
   
 
1889-........ Roelof Bruggeman en Gerritje Bussink Eerste hoofdbewoners
     
     
     
    Huisnummer 68a>89
 
 
 
De Bosch
 
Dit boerderijtje is omstreeks 1855 gebouwd in een toen nog bosrijk gebied aan de huidige Kozakkenweg, in die tijd kreeg de boerderij nog huisnummer 12a. De stichters zijn Hendrik Willem Dommerholt en Fredrika Scholten die daarvoor nog op 't Elf Uur woonden welke zij ook hebben laten bouwen. Daar nog weer voor woonde het echtpaar op katerstede Hietbrink in Eefde, maar van oorsprong komen zij uit Gorssel. Hendrik Willem komt van 't Dommerholt en Fredrika van 't Boschtert. Het echtpaar heeft elf kinderen waarvan er drie op jonge leeftijd zijn overleden.
 

Het boerderijtje werd gebouwd op een open gedeelte, welke was omringd door bomen, in een terrein van ruim 2,37 hectare waarvan Hendrik Willem eigenaar was. Dit terrein bestond uit vrij laaggelegen heide- en bosgrond waarvan een gedeelte reeds in cultuur was gebracht. Samen met zijn zonen en anderen bracht hij meer grond in cultuur. Hendrik Willem overlijdt op 14 januari 1863 en zoon Gerhard Johan, die dan 23 jaar oud is, neemt de werkzaamheden op de boerderij over maar werkt ook als dagloner, wat zijn vader ook deed.

Oudste zoon Hendrik woont er werkt dan nog als dienstknecht op 't Boschloo en woont na zijn trouwen op de Brink en 't Loobosch in de Eesterhoek. Nadat zijn echtgenote Tonia Fredika Altena in 1872 overlijdt, verhuist hij met zijn drie kinderen naar het boerderijtje van zijn moeder en broer die dan nog vrijgezel is. Gerhard Johan trouwt pas op 46-jarige leeftijd op 22 mei 1886 met de 24-jarige Jenneken Schoemaker uit Epse. Zij wordt dan de enige vrouw des huizes want Fredrika Scholten is in 1884 overleden. Met de geboorte van twee dochters komt daar verandering in en er worden daarna ook nog vier zonen geboren.

Gerhard Johan zijn roepnaam is Gerrit maar hij stond bekend als "Gait uut de Bosch". Alle grond rondom de boerderij was inmiddels in cultuur gebracht en zodoende stond de boerderij niet meer "in" de bos maar "uit" de bos en vandaar de bijnaam. De boerderij werd door Gerrit ook uitgebreid met drie meter aan het achterhuis om meer vee te kunnen houden. Op het erf kwamen er twee eenroedige bergen bij, plus een kippenhok en een wagenloods.

 

Het is oudste zoon Gerrit Hendrik die de boerderij voortzet en ook hij stond bekend als "Gait uut de Bosch". Hij trouwde op 20 december 1919 met Johanna Willemina Meerman. Niet lang daarna overlijdt vader Gait senior op 14 maart 1920, zijn oom Hendrik was in 1905 al overleden. Uit het huwelijk met Johanna Willemina worden drie kinderen geboren en ontstond een nieuwe generatie Dommerhold op de boerderij. De boerderij wordt ook uitgebreid grond aan de overkant van de Dommerholtsweg. Dit bleek noodzakelijk doordat de grond rondom de boerderij lager lag en bij de overstromingen van 1920 en 1929 onder water kwam te staan waardoor het vee tijdelijk bij de buren op stal moest worden gezet. Op de nieuwe grond bouwde Gerrit een stal voor de melkkoeien en jongvee, een paardenstal en een nieuw kippenhok.

Op de foto hiernaast staat Gerrit tweede van rechts. Geheel rechts staat zijn broer Jan en geheel links zijn jongste broer Hendrik Willem, zij woonden ook op de boerderij. De familie Dommerhold haalde van ongeveer 1920 tot 1950 het huisvuil op in Gorssel en Joppe voor 1,75 gulden per gezin per maand, de gemeente voerde die taak toen nog niet uit. Ook werden schillen en ander keukenafval meegenomen. Deze werden gekookt in een grote fornuispot en werden gebruikt als varkensvoer. De fornuispot stond in een nieuw bakhuis welke aan de boerderij werd gebouwd. De varkenshouderij was ook een belangrijke bron van inkomsten voor de familie Dommerhold.

 
1855-1884 Hendrik Willem Dommerholt en Fredrika Scholten Eerste hoofdbewoners
1864-1928 Gerhard Johan Dommerhold en Jenneken Schoemaker Gerhard Johan is de zoon van Hendrik Willem en Fredrika
1919-1972 Gerrit Hendrik Dommerhold en Johanna Willemina Meerman Gerrit Hendrik is de zoon van Gerhard Johan en Jenneken
 
 
De Dekker
 
Dit plaatsje is gesticht door Philippus Dommerholt die eigenaar was van de molen. Er werd nabij de molen een kamp afgezet (zie perceel 74 op onderstaande kaart van 1818) welke de naam Molenkamp kreeg, deze naam werd ook wel gebruikt voor het huis welke op dit kamp werd gebouwd. Maar het huis is vooral bekend onder de naam de Dekker en deze is afgeleid van het beroep van de latere hoofdbewoners. De eerst bekende hoofdbewoners zijn Philippus Velderman en Gerritjen Smeenk. Zij trouwden op 19 augustus 1825 en Philippus werkte toen nog als boerenknecht. Het echtpaar had al een dochter genaamd Berendina die op 29 april 1825 onecht is geboren in het ouderlijk huis van Gerritjen, dat is de Kleine Kap op de Eesterbrink. Philippus is afkomstig van 't Velderhof. Het is niet zeker of het echtpaar al in 1825 op de Molenkamp zijn gaan wonen, maar in het bewonersoverzicht hieronder gaan wij daar wel vanuit. Philippus legt zich toe op het dekken van rieten daken en is al rietdekker van beroep als zoon Jan in 1827 wordt geboren. En zo komt het huis dus aan zijn naam als ook de huidige Rietdekkerweg en Dekkershof waar het huis heeft gestaan.
 

Volgens OMB 2014-1/17 was voor 1820 Philippus Dommerholt al eigenaar van het boerderijtje De Dekker. Hij heeft deze later verkocht aan Philippus Velderman. Op de pre kadastrale kaart van 1818 staat het huis er nog niet, wel is er een kamp (perceel 74) ingetekend waarop het huis kort daarna kan zijn gebouwd.

Ook wel Dekkershof. Huisnummer 11 anno 1841. Hier woonde de rietdekker. Jan Velderman en zoon Philippus waren echter landbouwer van beroep.

Johanna van der Meij is een kleindochter van Jan Velderman en Garritjen Noteboom. Zij is geboren in 1887 en woonde vanaf haar tweede levensjaar bij haar opa en oma op de Dekker, haar ouders woonden aan de Joppelaan. Zij trouwde op 26 juni 1908 met Carel Emil Rappard en woonde met hem het eerste huwelijksjaar op de Dekker. Zij is te zien op foto 28 in het boekje "Gorssel in oude ansichten deel 1" samen met haar tante Garritjen Velderman en nichtje Johanna Woertman.

Huisnummer anno 1921 is G136 en hoofdbewoner is dan Philippus Velderman. Huisnummer 137 wordt ook de Dekker genoemd en wordt bewoond door H. Heuvelink (ook H.J. Klooster en E.J. Wolters) zie register huisnummering 1921-1930.

Huisnummer anno 1940 is G153 en wijzigt in 1951 naar Molenweg 51. Bewoner anno 1952 is W. Wichers.

 
Op 23 april 1887 wordt Johanna van der Meij op de Dekker geboren. Zij is te zien op foto 28 van Gorssel in Oude ansichten deel 1. Op deze foto ook haar tante Garritjen Velderman en Johanna Woertman van de Kapelle.
Het kaartje hiernaast dateert van 1818, de Dekker bestond toen nog niet. Wel is kavel 74 ingetekend waarop later de Dekker is gebouwd. Links (nummer 64) is de molen te zien en perceel 74 werd ook wel de Molenkamp genoemd waardoor de Dekker ook wel Molenkamp werd genoemd.
 
De man die op de foto staat is waarschijnlijk Philippus Velderman junior.
 
1825-1871 Philippus Velderman en Gerritjen Smeenk Eerste hoofdbewoners, gehuwd 19-08-1825 te Gorssel
1856-1904 Jan Velderman en Garritjen Noteboom Jan is de zoon van Philippus en Gerritjen
1857-1939 Philippus en Garritjen Velderman Philippus en Garritjen zijn kinderen van Jan en Garritjen en zijn beiden ongehuwd.
1939< Jan Albert Bussink Geen familie van vorige hoofdbewoners, trouwde later met Derkjen Nijkamp uit Harfsen
1952 Willem Wichers Ook afkomstig uit Harfsen? Deze familie is omstreeks 1957 vertrokken waarna het pand is gesloopt.
     
 
 
De Hoop
 
Volgens een tekening van Nicolaas Wicart gemaakt in de periode 1770-1815 moet er in Gorssel al een molen hebben gestaan, niet ver van de kerk. Over een molen is echter in akten van die tijd niets terug te vinden.

In 1821 slaan
kastelein Philippus Swiers Dommerholt van de Roskam en broodbakker Jan Lucas Willemsen van Olthof de handen ineen en bouwen een korenmolen aan de huidige Molenweg. Toen de molen nog maar net klaar en in gebruik was, sloeg het noodlot toe en brandde de molen af. De druiven werden nog zuurder toen bleek dat de verzekering de schade niet wilde betalen. De molen was wel voor verzekering opgegeven, maar de polis was nog niet ontvangen. De heren Dommerholt en Willemsen herbouwden echter het jaar erop de molen en deden daarvoor een beroep op Koning Willem I die uiteindelijk 1/8 deel (zijnde 310 gulden) van de wederopbouwkosten betaalde. De molen zal in 1822 zijn herbouwd en de bouw zal zeker in 1824 zijn voltooid omdat volgens een akte van dat jaar de heren dan eigenaar zijn van de "nieuw opgetimmerde" molen de Hoop te Gorssel.
 
In 1839 verkopen Jan Lucas Willemsen en zijn echtgenote Willemina van der Meij hun erfrechten aan Albert van der Meij. Drie jaar later, op 29 januari 1842, verkopen Philippus Dommerholt en zijn echtgenote Maria van der Meij hun helft ook aan Albert van der Meij die daarmee helemaal eigenaar was geworden van de windkorenmolen "de Hoop" in Gorssel. Albert woonde zelf in Doesburg en is de broer van Willemina en is de neef van Maria en is getrouwd met haar zuster Aaltjen. Hun enige dochtertje Aaltje is daar in 1841 geboren en overlijdt op 16 januari 1842 op Olthof in Gorssel. Jan Lucas Willemsen woont daar dan niet meer, hij woont dan op de Nieuwe Roskam (Weltevreden) waar ook Philippus Dommerholt woont, hij is daarvan de eigenaar. Dit huis wordt in 1848 ook verkocht aan Albert.

In 1852 werd de Molenweg opnieuw aangelegd en verhard. De molen kwam hierdoor aan de andere kant van de weg te liggen.
Er stond eerst geen huis bij de molen. De dichtstbij staande huizen waren Bijgeval en de Dekker waarvan Philippus Dommerholt ook eigenaar was. Daar woonden de schoenmaker en rietdekker en zij konden de molen dus niet draaiende houden. De jonge molenaar Laurens Hartgerink kon dat wel en trouwde in 1844 met Gardina Lijzen uit Harfsen. Er wordt een nieuw huis vlakbij de molen gebouwd waar het echtpaar gaat wonen en waar drie kinderen worden geboren. Het huis krijgt nummer 10a en wordt het Olde Moldershuus genoemd. Als in 1853 "eene voor 2 jaren geheel nieuw gebouwde wind-korenmolen" met daarbij staand woonhuis in Harfsen te koop wordt aangeboden, slaat Laurens zijn slag. Zo vertrekt hij in 1853 naar Harfsen.

Nieuwe molenaar is Harmen Jan Rensink die dat jaar de werkzaamheden overneemt en waarschijnlijk in het muldershuis gaat wonen. Hij is een geboren Gorsselnaar en afkomstig van het erve Rensink. Op 14 december 1855 trouwt hij met Geesken Groot Enzerink en ze krijgen drie kinderen. Op 1 maart 1857 koopt Harmen Jan Rensink de korenmolen met woning van Albert van der Meij. Harmen Jan overlijdt op 9 november 1870 en Geesken hertrouwt in 1874 met Alexander Jochems, maar hij is geen echte molenaar. In 1875 verhuist het echtpaar dan ook naar elders in Gorssel en treedt oudste zoon Gerrit Jan Johannes, dan nog geen 19 jaar oud, in de voetsporen van zijn vader. Op 1 mei 1879 trouwt hij met Alberdina Vorink uit Epse en er worden uit dit huwelijk zes kinderen geboren.


 
Ruim 20 jaar lang oefent Gerrit Jan Johannes het beroep van molenaar uit. Op 27 november 1896 verkoopt hij de windmolen aan Berend Jan Lammers. Het huis verkoopt hij niet, daar blijft hij wonen tot 1903 alhoewel hij in 1901 en 1902 ook in Diepenveen met twee kinderen heeft gewoond toen hij daar eigenaar was van de Rander molen. Berendina en de andere kinderen woonden die tijd in Gorssel. In 1903 verhuizen Gerrit en Alberdina naar Epse waar ze molen aldaar gaan runnen. De kinderen Frederik Lambert, Geesken en Gerrit Johannes Albertus blijven in Gorssel wonen. Anno 1910 wordt Alberdina Vorink in het bevolkingsregister weer genoemd als hoofdbewoonster van het Olde Moldershuus maar ze overlijdt op 16 januari 1911 te Epse en in de overlijdensakte wordt geschreven dat ze daar ook woonde.
 
Op 11 oktober 1913 komen er nieuwe bewoners, het zijn Frederik Dolman en Maria Johanna Hendriksen en hun kinderen. Frederik overlijdt op 14 december 1915 en Maria verhuist februari 1916 naar de Hoofdstraat. Het huis staat dan leeg en is nog eigendom van de familie Rensink. Geesken Rensink (dochter van Gerrit en Alberdina) trekt er op 20 september 1916 in samen met echtgenoot Roelof Arnold Bloos maar verhuist op 11 mei 1917 alweer naar Neede waar ze ook vandaan kwamen. Dan is het Willemina Rensink, die op 10 oktober 1918 trouwde met eierhandelaar Martinus Smit, die in het huis komt wonen. Er worden uit dit huwelijk vijf kinderen geboren. Het echtpaar woont er bijna 20 jaar, op 9 september 1936 verhuizen zij naar Voorst. Het huis blijft dan alleen nog bewoond door Frederik Lambert Rensink, broer van Willemina, die er al vanaf januari 1919 woonde en er tot oktober 1913 ook is blijven wonen. Hij was ongehuwd en bakker van beroep. Anno 1952 woont hij er nog steeds en wordt hij er geregistreerd met F. Bols. Het huisnummmer was in 1951 gewijzigd van G163 naar Molenweg 20.
 
1844-1853 Laurens Hartgerink en Gardina Lijzen Eerste hoofdbewoners van het olde moldershuus
1853-1874 Harmen Jan Rensink en Geesken Groot Enzerink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1874-1875 Alexander Jochems en Geesken Groot Enzerink Alexander is de tweede echtgenoot van Geesken
1856-1911 Gerrit Jan Johannes Rensink en Alberdina Vorink Gerrit Jan Johannes is de zoon van Harmen Jan en Geesken
1913-1916 Frederik Dolman en Maria Johanna Hendriksen Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1916-1917 Roelof Arnold Bloos en Geesken Rensink Geesken is de dochter van Gerrit Jan Johannes en Alberdina
1918-1936 Martinus Smit en Willemina Rensink Willemina is de dochter van Gerrit Jan Johannes en Alberdina en zus van Geesken
1919-1952> Frederik Lambert Rensink Frederik Lambert is de zoon van Gerrit Jan Johannes en Alberdina en broer van Willemina en Geesken
 
We gaan terug in de tijd en naar de overkant van de weg! Berend Jan Lammers gaat wonen in een nieuw huis welke in 1895 dichtbij de molen is gebouwd en als eerste bewoners Karel Jansen van Donzelaar en zijn echtgenote Geurtje van Eldik heeft die afkomstig zijn van 't Elf Uur. Berend Jan was in 1895 getrouwd met Hendrika Garssen en woonde met haar in Warnsveld en Eefde. Op 10 november 1896 gaan zij in het nieuwe huis molen bij de molen wonen. Hendrika woont er nog geen twee jaar, zij overlijdt er op 10 september 1898 en laat drie jonge kinderen na. Berend hertrouwt in 1899 met Alberta Rondeel en uit dit huwelijk worden in 1900 en 1904 nog twee kinderen geboren. Op 19 maart 1904 wordt de windkorenmolen met stoommeelfabriek geveild en gekocht door mej. Hermanna ten Harmsen te Deventer. Op 3 juni 1904 verhuist de familie Lammers naar Deventer.
 

Nieuwe hoofdbewoner en eigenaar is Gerrit Willem Dommerholt, een bekende naam! Hij is geen nakomeling van Philippus Swiers Dommerholt maar wel molenaar van beroep. Gerrit Willem was in 1901 getrouwd met Gerritje Scholten van boerderij Brinkman in de Eesterhoek en woonde tot 1904 in Harfsen en later Epe waar oudste dochter Frederika is geboren. In Gorssel worden nog twee zonen geboren waarvan de jongste maar vier dagen heeft geleefd. Gerrit Willem Dommerholt verkoopt op 1 juni 1912 windkorenmolen de Hoop aan Antonie Jansen en de familie Dommerholt verhuist naar de Hoofdstraat.

Antonie Jansen is molenaar van beroep en trouwde op 10 mei 1912 met Grietje van den Brink, beide zijn afkomstig van Warnsveld. Het jonge echtpaar krijgt zes kinderen. Bijgaande foto is in gemaakt in het voorjaar van 1918 en Grietje van den Brink staat in het midden met zoon Gerrit Antonie Jansen op de arm. Naast haar staan drie kinderen en nummer vijf zit nog in de buik. Links staat een dienstbode en Antonie Jansen is niet te zien, hij is dan ook de maker van de foto.

Op de foto is ook de molen en de nieuwe molenaarswoning te zien met daarnaast het magazijn. De molen is dan al geen eigendom meer van de familie Jansen die de molen in 1917 voor 20.000 gulden verkocht aan de Coöperatieve Aankoop Vereniging (C.A.V.) Gorssel welke dat jaar was opgericht. De C.A.V. kocht ook de molen in de Eesterhoek van Bernard Kreeftenberg voor 15.000 gulden en voor de molen in Epse werd 20.000 gulden betaald aan Gerrit Jan Johannes Rensink die eerder op het oude muldershuis woonde en eigenaar was van de molen in Gorssel. Bernard Kreeftenberg kreeg het minste geld voor zijn molen maar werd wel gekozen tot eerste directeur van de C.A.V. en ging vanaf 1922 wonen in een nieuwe directeurswoning op de hoek Molenweg/Nijverheidsstraat waarvoor in 1921 opdracht gegeven werd voor de bouw. Op 12 maart 1921 verhuisde de familie Jansen naar Wijhe en in 1923 verhuisden zij naar Markelo.

Albertus Anthonij Meijer werd de nieuwe molenaar op de Hoop en ging in het muldershuis wonen. Zijn echtgenote is Aaltje Boskamp en ze zijn afkomstig van Olst maar zijn beiden wel in de gemeente Gorssel geboren en hebben daar tijdens hun huwelijk ook nog gewoond. Het echtpaar had drie kinderen waarvan er twee ook in het nieuwe muldershuis komen wonen.

Deze twee kinderen zijn te zien op de foto's hiernaast. Dochter Hermina staat voor het huis en zoon Dirk Jan staat met zijn echtgenote Aleida Johanna Fransen staat in het plantsoen bij het monument op de plek waar de molen heeft gestaan. De foto moet zijn gemaakt voor 1936 omdat dat jaar de molenaarswoning is afgebroken. De familie Meijer verhuisde toen naar een nieuw huis aan de huidige Nijverheidsstraat.
 
1895-1896 Karel Jansen van Donselaar en Gerritje van Eldik Eerste hoofdbewoners van het nieuwe moldershuus
1896-1898 Berend Jan Lammers en Hendrika Garssen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1899-1904 Berend Jan Lammers en Alberta Rondeel Alberta is de tweede echtgenote van Berend Jan
1904-1912 Gerrit Willem Dommerholt en Gerritje Scholten Geen familie van vorige hoofdbewoners
1912-1921 Antonie Jansen en Grietje van den Brink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1921-1936 Albertus Antonie Meijer en Aaltje Boskamp Geen familie van vorige hoofdbewoners
 
De molen was al in 1920 onttakeld en in 1924 gesloopt wat leidde tot het volgende commentaar in de krant op 24 mei 1924: "Daar gaat Hollands trots! De molens verdwijnen, de een na den ander! Nu wordt weer de mooie molen te Gorssel, ondanks protesten, gesloopt"

De nieuwe molenaarswoning werd gesloopt om ruimte te maken voor de nieuwbouw van de C.A.V. De nieuwbouw bestond uit molenaarswoning, kantoor, silo's voor opslag van granen en magazijn voor opslag van grondstoffen in zakken en gereed product. Verder een garage voor de vrachtwagen en een aantal loodsen. Het magazijn, gebouwd in 1919, en de loods voor meststoffen etc. kon blijven staan. In 1955 was er weer een grote uitbreiding van zowel de silo als het magazijn en bijgebouwen. Laatste uitbreiding was omstreeks 1962 en betrof de bouw van een grote stalen silo voor de opslag van losse grondstoffen en verhoging van het silocomplex (gebouwd in 1955) met drie meter. In 1980 werd het hele complex gesloopt. De gevelsteen in de voorgevel van C.A.V. Gorssel is bewaard gebleven en zit nu in de gevel van het magazijn bij de molen in de Eesterhoek, zie foto hiernaast.
 
De informatie over het C.A.V. alsmede enkele gegevens over de molen zijn afkomstig van Ap ten Have die vanaf 1950 als assistent directeur voor de C.A.V. heeft gewerkt.
 
In de nieuwe molenaarswoning van de C.A.V. woonde tot 1958 Jan Antonie ten Have en zijn echtgenote Lamberdina Dijkerman. In 1958 verhuisden zij naar de directeurswoning welke was verbouwd tot een huis met dubbele bewoning. Zij woonden aan de rechterzijde, Ap ten Have (geen familie overigens) woonde aan de linkerzijde. In de nieuwe molenaarswoning woonden later nog de families Kraaijenbrink, Korenblik en uiteindelijk de Goeije. Die familie woonde later ook in de directeurswoning welke eerder werd bewoond door de heer Kraaijenbrink, directeur van de C.A.V. Hij woonde er tot 1958 en verhuisde toen naar de Nijverheidsstraat.
 
 
Molenweg 43
 
 
 
1886 Antonij Johan Lammers en Naatje Nikkels Eerste hoofdbewoners
     
     
     
    20b>46>58>68>88>126>144> Molenweg 43
 
Molenweg Jansen
 
Het huis is voor de oorlog afgebroken. Heeft gestaan tussen Molenweg 18 en 39 en mogelijk op de plek van Molenweg 16 en dat is waarschijnlijk dan weer het huis vlakbij de molen welke is afgebeeld op foto 8 van "Gorssel in oude ansichten deel 2". Betreft perceel E 2618.

Willem Derk Jansen is kleermaker en later doodgraver van beroep. Ook zoon Karel Antoni Jansen gaat er wonen en trouwt op 13 november 1886 met Derkje van Baak. In 1890 verhuizen zij naar de Hoofdstraat en na hun vertrek wonen diverse families in dit huis. Op 10 april 1893 is er ook sprake van een provisionele verkoop van huis Molenweg sectie E 2618 aan Gerrit Willem Oosterkamp maar waarschijnlijk is deze koop niet doorgegaan. Op 1 juli 1902 verkoopt (Karel?) Antonie Jansen het huis aan Reinier Wolfskeel die er dan gaat wonen met zijn echtgenote Johanna Cathariba Bolderman. Op 5 juni 1925 wordt perceel E 2618 genoemd in een schuldbekentenis met hypotheek op naam van Antonij Johan Lammers en beschreven als een huis met werkplaats en garage aan de Molenweg te Gorssel, maar waarschijnlijk betreft dit het huis aan de overzijde van de weg (op de hoek van de huidige Rietdekkerweg) van perceelnummer 2619, dit nog nakijken in de akte zelf.
 
1886-1890 Willem Derk Jansen en Gerritje Meijer Eerste hoofdbewoners, afkomstig van boerderijtje bij de begraafplaats.
  Diverse huurders  
1902-1910 Reinier Wolfskeel en Johanna Catharina Bolderman  
1907-1910 Berend van Wezel en Hendrika Bloemendal  
1911-1930> Frans Tromp en Rieka Stempher Na vertrek familie Tromp tussen 1930 en 1940 afgebroken of nog nieuwe bewoners
     
     
  Afgebroken voor 1940 20c>45>57>67>85>123>x
 
 
 
 
 
Molenweg 37
 
Akte 15-12-1873: betreft bouwland te Gorssel met hypotheek, verkoop van Gerrit Hendrik Nikkels aan Gerrit de Graaf. Heeft hier mogelijk niets mee te maken.
 
1870-1875 Gerrit de Graaf en Johanna Wildeboer Afkomstig van huisnummer 9 , ze vertrekken op 14 mei 1875 naar Zutphen
1877-...... Gerrit Willem Peters en Geertjen Pekkeriet  
     
     
     
     
     
    9a>44>56>66>84>121>139> Molenweg 37
 
 
Molenweg 31
 
   
 
1894-......... Harmen Hazewinkel en Hendrika Schutte Afkomstig van 't Ravennest
     
     
     
    43a>54>64>82>118>134> Molenweg 31
 
 
Molenweg 14
 
   
 
1895-1898 Arend Jan Groot Bluemink en Engberdina Klein Nulent Eerste hoofdbewoners, verhuizen naar de Domme Aanleg
1898 Jacobus Wilhelmus de Heer en Willemina Nengerman  
     
     
     
    44a>55>65>83>119>137> Molenweg 14 anno 1951
 
 
 
 
Molenweg 12
 
1870 Zwier Dommerholt en Janna ter Maat Eerste hoofdbewoners, afkomstig van 9b?
     
     
1871-1874 Zwier Dommerholt Afkomstig van huisnummer 19 = Deventerweg 4
1871-1895 Philippus Martinus Dommerholt en Johanna Willemina Hekkelman Philippus Martinus is de zoon van Zwier
1894-1939> Manus Elibertus Dommerholt en Teuntjen Klein Kranenberg Manus Elibertus is de zoon van Philippus Martinus en Johanna Willemina
1933-...... Willem Dommerholt en Hendrika Mensink Willem is de zoon van Manus Elibertus en Teuntjen
     
     
    20a>43>52>60>77>113>125> Molenweg 12 anno 1951
 
 
Molenweg 8
 
 
Op het nieuwe blad in het bevolkingsregister staat Philippus Martinus Dommerholt op huisnummer G67b gaat wonen, dat is de omgeving van de Dommerholtsweg. Maar dat huisnummer wordt doorgestreept en gewijzigd naar huisnummer G43b en op het blad wordt aangetekend dat huisnummer G67b onbewoond is.
 
1895 Philippus Martinus Dommerholt Afkomstig van Molenweg 12
     
     
     
     
    43b>53>59>76>112>124>Molenweg 8 anno 1951
 
 
Wichers
 
   
 
1899- Jan Wichers en Jenneken Bruggeman Eerste hoofdbewoners
     
     
     
     
    46a-c>63>74>103>157>186> Nijverheidstraat 7 anno 1951
     
     
     
     
1899 Onbewoond x>62>73>102>156>185> Nijverheidstraat 9 anno 1951
 
 
Kreeftenberg
 
   
 
1897 Elisabeth Gesink Eerste hoofdbewoonster, afkomstig van huis bij de school aan de Hoofdstraat
     
     
     
     
    47c>64
 
 
De Hoek
 

Eerste hoofdbewoners zijn bakker Albert Gerhard Dolleman en zijn echtgenote Janna Langenkamp. Zij woonden daarvoor op huisnummer G58 aan de Stationslaan.

Op 3 oktober 1894 koop/verkoopt aan/van Manus Elibertus Dommerholt een huis te Gorssel, sectie E nr. 2913. Betreft mogelijk verkoop van Albert aan Manus van huis G43 aan de Molenweg.

Op 1 april 1910 koopt Zwier Dommerholt het huis en erf te Gorssel van Hendrik Rothman. Het geld daarvoor leent hij van Hendrik Makkink van 't Wolferink.

 
Albert Jager Lankhorst vestigt zich hier op 15 mei 1934 en is afkomstig van Deventer. Later dat jaar komt ook zijn zuster Hermina Johanna hier wonen.

Huisnummer 47a>66>78>99>152>179> Joppelaan 5
 
1894-1895 Albert Gerhard Dolleman en Janna Langenkamp  
1895-1910 Hendrik Rothman en Maria Aleida Koerselman Verhuizen mei 1910 naar de Eesterbrink
1910-1934 Zwier Dommerholt en Johanna Antonia Hengeveld  
1934-....... Albert Jager Lankhorst  
     
 
 
Puntenburg
 
   
 
1888-1891 Carel Frans van Middeldijk en Hendrika Pieternella de Haan Eerste hoofdbewoners
1892 Dirk van Driesum  
     
     
     
 
 
 
 
 
Kapelle
 
De Kapelle is vernoemd naar het graf van de familie Van der Capellen welke vlakbij heeft gelegen. Deze lag op perceel E397 van de kadastrale kaart van 1832.

Verwoesting van de begraafplaats van de familie van der Capellen op 7 augustus 1788
 
 

Huisnummer 7 welke wijzigt naar huisnummer 12 in 1866. Geen registratie kadastrale atlas 1832.

Waarschijnlijk is de Kapelle gebouwd ter vervanging van het erve Lueks. Deze boerderij is nog wel te zien op de kadastrale atlas van 1832 en is dan bewoond door Derk Jan Woertman en Aaltjen Polman. Het huis zal dan zijn gebouwd en 1832 en 1835, op 26 september van dat jaar overlijdt Derk Jan Woertman op de Kapelle.

Op de Kapelle woonde in de periode circa 1847-1852 ook de familie Stegeman en dus was er sprake van dubbele bewoning. De familie zal er rond 1846 komen wonen. Het betreft het echtpaar Jan Willem Stegeman en Hendrika Bouwmeester en hun zoon Lammert Stegeman en schoondochter Aaltjen Veldkamp. Beide echtparen komen van de Eesterbrink, senior van Klumper en junior van de Nieuwe Vos. Jan Willem Stegeman overlijdt op 11-09-1847 en Hendrika Bouwmeester op 07-11-1852. Omstreeks 1856 verhuist Lammert en zijn gezin naar Vledder en komt Jan Schutte weer op de Kapelle wonen.

Op de foto hiernaast de oude Kapelle met Johanna Mulder en kleindochter Johanna Woertman. Het huis wordt ook wel Oude Kapel genoemd.

Teunis Woertman was metselaar en aannemer van beroep. Hij had vier zoons waarvan er drie ook metselaar waren. Alleen zoon Bernard Johan was timmerman van beroep. Samen bouwden zij een nieuw huis in 1934.

 
1832-1835 Derk Jan Woertman en Aaltjen Polman Eerste hoofdbewoners, afkomstig van het erve Lueks.
1835-1843 Hendrik Willem Woertman en Hendrika van der Haar Hendrik Willem is de zoon van Derk Jan en Aaltjen
1844-1882 Hendrik Willem Woertman en Hendrika Groot Ilsink Hendrika is de tweede echtgenote van Hendrik Willem
1860-1911 Derk Jan Woertman en Johanna Mulder Derk Jan is de zoon van Hendrik Willem en Hendrika (van der Haar)
1893-1937 Teunis Woertman en Berendina Johanna Velderman Teunis is de zoon van Derk Jan en Johanna
1934-....... Bernard Johan Woertman en Cornelia Magdalena van 't Zelfde Bernard Johan is de zoon van Teunis en Berendina Johanna
     
  Dubbele bewoning:  
1841 Jan Schutte en Willemken Scholten  
1870 Bernardus Willemsen en Jannetjen Alink  
     
 
 
Joppelaan 20
 
   
 
1886 Lambertus Anthonij Riesz  
     
     
     
     
 
 
Rustoord
 
Op blad 6 van het BR 1883-1890 van huisnummer 5>22 (Oldenhof schuur) wordt geschreven dat huisnummer 22a onbewoond is.
 
1879- Herman Otto Zelle en Maria Anna Sijbillla Schlicht Eerste hoofdbewoners, zij woonden eerst in op 't Haijtinkhof.
     
     
     
     
    22a>49>69>82>112>170>201> Joppelaan 22 anno 1951
 
 
Grindweg
 

Dit huis zal hebben gestaan op de hoek van de Joppelaan en Molenweg waar later het huis van slager Roelofs is gebouwd. Moet een groot huis zijn geweest want b.v. in 1870 zijn er vier woongedeelten met huisnummers 22, 22-2, 22-3 en 22-4. Tot 1866 was het huisnummer 10b etc.

 

Het zal zijn gebouwd in 1856 want dat jaar koopt Arend Johannes van der Veen een stuk heidegrond en op 4 februari 1856 krijgt hij daarvoor een hypotheek van Antoni Brants van 't Joppe. Op 26-11-1856 een akte van inzate met Engbert Jan Dommerholt betreffende betreft een huis aan de grintweg van Gorssel naar Bathmen en op 10-12-1856 wordt er bedankt voor de veiling. Op 13-11-1861 opnieuw akte van inzate met Gerrit Willem Schepers van een huis aan de grindweg tussen Gorssel en Bathmen. Op 27-11-1861 toewijzing waarin ook Antoni Brants wordt genoemd.

Arend Johannes van der Veen is weduwnaar van Catrina Johanna Liefferink en dat is de zus van Johan Bernard Liefferink, smid te Gorssel.

Het is waarschijnlijk het huis links op de foto. Rechts is het Noorsche huis te zien welke in 1913 is gebouwd. In de achtergrond is het oude Muldershuis te zien.

 
1856 Arend Johannes van der Veen  
  Georg Heiderich  
1861 Maria Gesina Maas  
  Jan Harmen Brilman  
  Berend Jan Tichelman  
  Arend Jan Groot Bluemink 22-4>52
1870 Joseph Gosschalk Stern 22-2
  Philip Schutte 22-3>53>72
  Janna Schutte 22>51; zij is ongehuwd en de zus van Philip
1879-1883 Harmen Hekkert en Johanna Everdina Udink 22-2>50
1887-1897 Anna Wonnink-Muller  
1899 Gerritje Mensink-Zwiers 52>71
     
     
     
     
     
     
 
 
Oosterveld
 
  Betreft huis van nummer 11 Gorssel Oude Ansichten deel 2
 
1899-1901 Albert Broer en Hendrika Gerdina Schepers Afkomstig van Scholtenhof
     
     
     
     
     
 
 
Joppelaan 21
 
  Nieuw huis. Het echtpaar woonde vanaf 1893 ook al in een nieuw huis. Gerrit Jan was dan ook metselaar van beroep.
 
1896 Gerrrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Eerste hoofdbewoners
     
     
     
     
    55a>73>86>97>145>170> Joppelaan 21 anno 1951
 
 
 
Dolleman
 
Waarschijnlijk gelegen tussen hoek van de grindweg met de molenweg en het tolhuis. Oorspronkelijk huisnummer was 10c>23. Gesticht omstreeks 1857. Harmanus is gemeente veldwachter en woonde misschien daarom wel dichtbij Derk Jan van der Meij. Het adres anno 1951 is Joppelaan 33. Op de kaart van 1889 is het huis gelegen tussen de de kruising met de Molenweg en het tolhuisje.
 
1857-1899 Harmanus Dolleman en Johanna Aleida Noteboom Eerste hoofdbewoners
     
     
  Medebewoners  
1879-1880 Berend Spenkelink en Hendrika Klaazes Afkomstig van 't Bosser
1881 Cornelis van Scherpenzeel en Frederika Janna Petronella Baartman  
     
     
  Huisnummer 23-3>58  
1885-1886 Albert Gerhard Dolleman en Gerritjen de Weerd Albert Gerhard is de zoon van Harmanus en Johanna Aleida
1887- Albert Gerhard Dolleman en Janna Langenkamp Janna is de tweede echtgenote van Albert Gerhard
     
    10c>23>56>75>91>134>194>227> Joppelaan 33 anno 1951
 
 
Tolhuisje
 
Eerste hoofdbewoner is Jan Albert van der Meij. Hij trouwde op 4 mei 1853 met Aaltjen Bieleman en is dan nog dagloner van beroep en dat was hij ook nog bij de geboorte van zoon Derk Herman in 1854. Mogelijk hebben zij eerst nog bij de ouders van Jan Albert gewoond maar in 1856 staan zij in ieder geval geregistreerd op huisnummer 11c van het tolhuisje. Daar zullen zij dan in 1855 al hebben gewoond want bij de geboorte van dochter Gerritjen op 26-12-1855 is Jan Albert tolgaarder van beroep.
 
 
 
1855 Jan Albert van der Meij en Aaltjen Bieleman  
1865-1872 Jan Hoefman en Jenneken de Graaf  
1872-1888 Gerrit Muil en Lena van der Meij  
1888-1890 Gerrit Spenkelink en Johanna Aleida Muil Johanna Aleida is de dochter van Gerrit en Lena
1890 Willem Spijker en  
     
     
 
 
Van der Meij
 

Huisnummer 11a. Derk Jan van der Meij en Hermina Boom stichten dit huis tussen 1846 en 1851. Zoon Jan Albert woont bij hun maar woont anno 1856 op huisnummer 11c oftewel het tolhuisje aan de overkant van de weg. Zie ook het bewonersoverzicht hieronder.

Akte obligatie met hypotheek d.d. 07-11-1842: Filippus Johannes Weenink aan Derk Jan van der Meij en Hermina Boom.
Zie ook verband met Klein Reuvekamp en Johanna van der Meij.

 
1851-1875 Derk Jan van der Meij en Hermina Boom Eerste hoofdbewoners
1861-1894 Teunis van der Meij en Geertruida Mulder Teunis is de zoon van Derk Jan en Hermina
1887-1941 Derk Jan van der Meij en Johanna Velderman Derk Jan is de zoon van Teunis en Geertruida
1904-1980 Philippus van der Meij Philippus is de zoon van Derk Jan en Johanna
     
1853 Jan Albert van der Meij en Aaltjen Bieleman  
1865-1872 Jan Hoefman en Jenneken de Graaf  
1872 Gerrit Muil en Lena van der Meij  
  Gerrit Spenkelink en Johanna Aleida Muil Johanna Aleida is de dochter van Gerrit en Lena
     
  Huidig adres, afgebroken maar herbouwd op Joppelaan ...  
 
 
Enterman
 

Egbert Enterman, woonde eerder op de Prins, daar woonde hij nog in 1859. Verhuizing tussen 1859 en 1861, stel 1860. Het is het huis rechts op de kaart ongeveer halverwege Gorssel en Joppe aan de huidige Joppelaan, toen nog de Grintweg van Gorssel naar Bathmen.

Huisnummer 11d>27>67

In de periode 1893-1894 wonen hier ook Gerrit Leunk en Jaantje Beumer.

   
 
 
1860-1861 Egbert Enterman en Willempje Knippenberg Eerste hoofdbewoners
1862-1892 Egbert Enterman en Clazina Venneman Clazina is de tweede echtgenote van Egbert
1892-1896 Gerrit Jan Bolink en Aaltje Reuvekamp  
1896- Egbert Aijtink en Frederika Trekop  
     
  Dubbele bewoning  
1870 Hubertus Josephus Cornelus Verleg en Wilhelmina Melgert  
     
     
  Nieuw huisnummer 67a: Nikkelsbergweg of Marsweg ??? Werktitel Nales
     
Huisnummer 67a wordt gewijzigd in 62 en er wordt genoteerd dat huisnummer 67a onbewoond is. Familie Scholten woonde in 1897 in ieder geval nog op huisnummer 67a bij het overlijden van dochter Gerritje Klazina. Aangifte wordt dan gedaan door Toon Heijenk (40jr) van de Berghaar uit Eefde. Bij het overlijden van zoon Klaas wordt aangifte gedaan door Gerrit Brinkman (76jr) en Gerrit Hendrik Brinkman (46jr). Gerrit Hendrik woont in Joppe en Gerrit Brinkman in Eefde op Nuizink.


     
1889-1891 Eduard Coenraad Nales Eerste hoofdbewoner
1891-1891 Theodorus van Poorten en Adriana Gerritsen  
1892- Harmanus Scholten en Tonia Enterman  
     
     
  Huidig adres: Nikkelsbergweg 4? 67a>62>81
 
 
Nikkelsberg
 
De naam Nikkelsberg is verzonnen en niet gebaseerd op de eerste bewoner maar op een latere bewoner en het feit dat de straat Nikkelsbergweg is gaan heten. De bergen waren van Nikkels en vandaar de naam Nikkelsberg. Nog even uitzoeken, dacht dat de bergen bij boerderij Reuvekamp hoorden.
 

Alle huizen aan de Veldhofstraat rechts van de Nikkelsbergweg zijn gebouwd op perceel 529 anno 1832 en dat was een dennenbos van Reinierus Wilhelmus van Middachten. In de jaren '50 van de 19e eeuw wordt hier een huisje gebouwd en in 1856 wonen hier rietdekker Hendrikus Schutte en zijn echtgenote Fredrika Maria Palsenberg die eerder nog inwoonden op 't Ravennest. Het huis kreeg het huisnummer 69a. De naam Schutte is al vergeven aan het boerderijtje aan de Ketenbosweg welke vanaf circa 1852 is bewoond door de familie Schutte. Maar dit boerderijtje zal in deze periode ook zijn gebouwd aangezien Hendrikus Schutte eerder op 't Ravennest en de nieuwe bewoners er zeker in 1852 hebben gewoond.

Het kaartje hiernaast dateert van circa 1901, de tijd dat de familie Nikkels er kwam wonen. Het huis is waarschijnlijk het huis in het middelste gele vlakje en deze staat op perceel 527 anno 1832 en dat was heidegrond van de geërfden van Gorssel. Ten noorden ervan ligt Klein Reuvekamp (niet het gele vlakje, maar links daarvan, kaart nog aanpassen) en ten zuiden boerderij Reuvekamp. Perceel 528 was berg en erg van Manus Hassink van 't Reuvekamp.

Marten was eigenaar van het huis van 69b en koopt op 5 december 1901 het huis 69a van Hermanus Schutte. Harmanus en Aaltjen waren op 19 december 1900 al verhuisd naar de Hoofdstraat naar het huis waar later het café van Schutte was.

Gerritjen Schepers verhuist januari 1920 naar huisnummer G211 = Kamperweg 4 anno 1951.

 

Op 2 januari verkoopt Cornelis Olden (zoon van Gerritjen Schepers) aan Frederik van Overbeek twee huizen met schuur, bouw- en weiland te Gorssel, sectie E nrs. 3183, 3468, 2414 en 3393. Cornelis had deze op 14-02-1906 gekocht van Marten Nikkels, betreft perceel E 573.

 

 
1852-1890 Hendrikus Schutte en Fredrika Maria Palsenberg Eerste hoofdbewoners
1864-1900 Harmanus Schutte en Aaltjen Meijer Harmanus is de zoon van Hendrikus en Fredrika Maria
1898-1900 Harmanus Albertus Schutte en Johanna Gerritdina van Kempe Harmanus Albertus is de zoon van Harmanus en Aaltjen
1900-1901 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte Janna is een achternicht van Harmanus
1901-1920 Marten Nikkels en Gerritjen Schepers Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van Klein Reuvekamp
1920-1951> Frederik van Overbeek en Maria Rensen Frederik is overleden op 22-01-1960 in Zutphen maar woonde mogelijk nog in Gorssel
     
  Later adres: Kwekerijweg 5, later Nikkelbergsweg? 69a > 104 > 173 > 200 > 218 > 286 > 428 > 555 > Kwekerijweg 5
     
     
     
     
     
     
 
 
Klein Reuvekamp
 

In dit verhaal bespreken wij boerderij Klein Reuvekamp en ook de daglonerswoning die eerder op deze plek heeft gestaan. De naam Klein Reuvekamp is alleen van toepassing op de boerderij die in 1902 is gebouwd door de familie Hassink van 't Reuvekamp. De naam werd dus niet gebruikt voor de daglonerswoning en deze was ook geen eigendom van de familie Hassink. Maar het huisnummer gaat wel over van de daglonerswoning naar de nieuwe boerderij en zodoende bespreken wij deze woning in hetzelfde overzicht.

 

De oorsprong van de bewoning op deze plek dateert van 1855. Op 8 januari van dat jaar kopen Harmanus Janzen en zijn echtgenote Johanna van der Meij een stuk heidegrond bij het dorp Gorssel van Jenneken Sophia Gijse, weduwe van Filippus Johannes Weenink. Zij doen dit met hypotheek van de koopprijs. Harmanus en Johanna wonen dan nog in Eefde, de plaats waar Jenneken Sophia Gijse veel grond bezit. Johanna is de dochter van Derk Jan van der Meij en Hermina Boom en zij komt dichtbij haar ouders te wonen als zij op het stuk heidegrond een daglonerswoning bouwen. Harmanus zal waarschijnlijk zelf het huisje hebben gebouwd, hij was namelijk metselaar van beroep. Het echtpaar heeft twee kinderen en in Gorssel worden nog vier kinderen geboren.

Op 29 mei 1867 wordt het huisje geveild en beschreven als een een daghuurdersplaatsje aan de Holtweg in Gorssel met kadastrale nummers E 1848 t/m 1851. De Holtweg was op de pre-kadastrale kaart van 1818 de weg die wat zuidelijker liep dan de huidige Molenweg maar kan in de tussentijd zijn doorgetrokken naar de weg van Gorssel naar Harfsen welke in het verlengde van de Veldhofstraat liep. Op 12 juni wordt het huisje verkocht aan Gerrit Hendrik Kelderman die er echter niet gaat wonen en het verhuurd aan slachter Joseph Gosschalk Stern en zijn echtgenote Johanna Gerarda van Borgen die daarvoor nog aan de huidige Hoofdstraat woonden.

De kaart hiernaast dateert van 1890 en de kaart daarnaast is van 1911, op deze kaarten is goed te zien waar de woning van Nikkels en de latere boerderij staan. De oude woning stond iets meer naar rechts en dichter aan de weg.

 

Op 6 augustus 1868 verkoopt Gerrit Hendrik Kelderman met hypotheek het daghuurdersplaatsje aan de Holtweg te Gorssel en bouwland, dennenbos en twee zaadbergen te Gorssel. Koper is Marten Nikkels uit Warsveld die op 14 december van dat jaar zijn meubilaire en roerende goederen verkoopt en op 2 januari 1869 verhuist naar Gorssel. Marten is van oorsprong een Gorsselnaar, hij is in 1834 geboren op 't Haijtinkhof. Marten is getrouwd met Dersken Groot Enzerink en ze hebben één zoon genaamd Arend Johannes Gerrit Berend. Marten is landbouwer van beroep en maakt een boerderij van het daglonersplaatsje. In het bevolkingsregister van 1883 staat hij echter wel weer ingeschreven als dagloner en zal de akkerbouw niet op grote schaal zijn doorgevoerd. Dersken overlijdt op 17 december 1887 en Marten is daarna helemaal alleen in het huis want zoon Arend woont en werkt dan op 't Reuvekamp. Mei 1888 gaat Arend wonen en werken op 't Uterink in Eefde (waar hij al eerder dienstknecht was) en werkt daar samen met dienstmeid Garritjen Woessink. De samenwerking bevalt zo goed dat ze besluiten te trouwen en zo krijgt Marten Nikkels vanaf 2 februari 1889 gezelschap van zijn zoon en schoondochter. Later dat jaar wordt ook kleindochter Derkjen geboren maar zij heeft maar één maand mogen leven. In 1891 is het echtpaar verhuisd naar Eefde naar de huidige Reeverdijk en later woont het echtpaar nog op de Kleine Flierse in Eefde en de Jufferkamp in Harfsen.

Marten blijft gelukkig niet weer alleen want hij hertrouwt op 22 augustus 1891 met Gerritjen Schepers, weduwe van Jan Willem Olden. Met hem woonde zij in het huisje schuinachter Erve Strookappe in Harfsen. Op 6 juni 1893 verkoopt Marten Nikkels dit huis aan Jan Strookappe die het dan laat afbreken en de grond gebruikt als bouwgrond. Jan woonde niet op het Erve Strookappe, daar woonde zijn oom Hendrik Jan. Afijn, Gerritje komt in Gorssel wonen haar dochter Sientje, zoon Cornelis en moeder Aaltjen Korenblek en later woont zoon Hendrik er ook. Op 5 december 1901 koopt Marten Nikkels het huis van Harmanus Schutte en gaat daar dan wonen. Een verkoopakte van het huisje van de familie Nikkels is niet gevonden, mogelijk was het niet veel meer dan een bouwval en zeker is dat het huisje na het vertrek van de familie Nikkels is afgebroken. Overigens was het toch nog wel een redelijk groot huis want er was lange tijd sprake van dubbele bewoning. In diverse perioden van 1857 tot 1898 werd het huis mede bewoond door de families Kiezel, Boterman, Bollen en Klooster, zie het bewonersoverzicht hieronder.

 

Op het perceel van de daglonerswoning wordt in 1902 de nieuwe boerderij Klein Reuvekamp gebouwd. Op 5 september 1902 trouwt Johanna Hassink, dochter van Willem Hassink en Janna Dijkman van boerderij Reuvekamp, met Albert Haijtink van het Bouwhuis uit Almen. Bij dit huwelijk is het Erve Reuvekamp verdeeld tussen Hendrik Richard Johannes Hassink (die op Reuvekamp bleef wonen) en Albert Haijtink. Uiteraard wordt Albert landbouwer en tevens wordt hij vader van vier kinderen.

Op de foto rechts zien wij Johanna Hassink op latere leeftijd. Van Albert is er helaas geen foto. Op 5 april 1945, tijdens hevige gevechten tussen de Canadezen en de Duitsers, slaat het noodlot toe als hij wordt getroffen door een granaatscherf en overlijdt. Hij wilde de dieren gaan voeren en liep net met een emmer in zijn hand voor de schuur. De granaat treft ook de lindeboom rechts voor het huis welke doormidden splijt.

 
Zoon Jan neemt de boerderij over van zijn vader. Hij was al op 13 september 1935 getrouwd met Gerritdina Hietland en ook dit echtpaar kreeg vier kinderen. Na vele jaren van arbeid besluit Jan in de jaren '70 te stoppen met werken en eindigen de boerenactiviteiten op Klein Reuvekamp. Alle gereedschappen e.d. die niet meer nodig zijn op de boerderij worden dan geveild onder grote publieke belangstelling zoals op de foto hieronder is te zien. Jan en Gerritdina blijven wel wonen op de boerderij en Jan overlijdt er op 2 november 1976. Gerritdina blijft na zijn overlijden nog steeds op de boerderij wonen met haar enige dochter. Wanneer zij trouwt en uit huis gaat, verhuist ook Gerritdina en gaat wonen op de Borkel. In de jaren '80 is er brand geweest in de boerderij waarna deze is afgebroken en er opnieuw is gebouwd.
 
 
1855-1867 Harmanus Janzen en Johanna van der Meij Eerste hoofdbewoners
1867-1869 Joseph Gosschalk Stern en Johanna Gerarda van Borgen Geen familie van vorige bewoners
1869-1891 Marten Nikkels en Dersken Groot Enzerink Geen familie van vorige bewoners
1891-1901 Marten Nikkels en Gerritjen Schepers Gerritjen is de tweede echtgenote van Marten
1902-1945 Albert Haijtink en Johanna Hassink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1935-1985~ Jan Haijtink en Gerritdina Hietland Jan is de zoon van Albert en Johanna
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 36  

De oorspronkelijke daglonerswoning was dus wel groot genoeg voor twee gezinnen want dagloner Jan Kiezel woonde er ook vanaf 20 november 1857 en vanaf 1861 ook zijn echtgenote Johanna Nieuwenhuis met wie hij op 18 april van dat jaar trouwde. In 1866 wordt hun plek ingenomen door Gerrit Hendrik Boterman en Aaltjen Witten die er twee jaar woonden.

In 1870 komen dan Jannes Bollen en Hendrika Meijer ook in de daglonerswoning wonen en zij doen dat voor een lange tijd. Ook toen Marten Nikkels weduwnaar werd in 1887 woonden zij in het huis en zo was Marten toch niet alleen. In 1892 verhuist het echtpaar naar het boerderijtje Wassink op de Eesterbrink.

De laatste medebewoners zijn Harmen Jan Klooster en Derkje Weekholt die er in mei 1895 zijn komen wonen. Het echtpaar heeft dan vijf kinderen en op 23 juni 1895 komt daar nog een zesde bij. Harmen Jan is arbeider van beroep en is later koopman in koffie en thee, op de foto hiernaast houdt hij de handelswaren in zijn handen. Op 6 januari 1898 verhuist de familie naar Harfsen en daarmee eindigt de dubbele bewoning van het huis.

1857-1866 Jan Kiezel en Johanna Nieuwenhuis Eerste medebewoners
1866-1868 Gerrit Hendrik Boterman en Aaltjen Witten Geen familie van vorige medebewoners
1870-1892 Jannes Bollen en Hendrika Meijer Geen familie van vorige medebewoners
1895-1898 Harmen Jan Klooster en Derkje Weekholt Geen familie van vorige medebewoners
     
 
Draaijer
 

Akte d.d. 26-08-1859 tussen Hendrikus Draaijer en Jacobus Theodorus Johannes van Rhijn betreffende het erf waarvan het huis is afgebrand met bouwland aan de straatweg te Gorssel, dat zal Olthof zijn. Mogelijk woonde Hendrikus Draaijer er en heeft hij toen het nieuwe huis aan de huidige Veldhofstraat gebouwd.

Hendrik Udink woonde en werkte op 't Reuvekamp en 't Raland en voor zijn huwelijk in Eefde.

Gerrit Jan Udink is op 25 juli 1951 overleden en woonde toen op huisnummer 560. Op huisnummer 560a woonde zijn zoon Hermannes Hendrikus Udink, dat werd Veldhofstraat 40 in 1951.

 
 
1859-1860 Hendrikus Draaijer en Hendrika Klein Baltink Eerste hoofdbewoners
1860-1916 Hendrikus Draaijer en Janna Hagens Janna is de tweede echtgenote van Hendrikus
1889-1892 Hendrik Udink en Gerritje Draaijer Gerritje is de dochter van Hendrikus en Janna
1892-1947 Hendrik Udink en Hendrika Henriëtta Draaijer Hendrika Hendriëtte is de tweede echtgenote van Hendrik en een halfzus van Gerritje
1921-1951 Gerrit Jan Udink en Hendrika Maria Koldeweij Gerrit Jan is de zoon van Hendrik en Hendrika Henriëtta
     
     
  Dubbele bewoning  
1859-1871 Hendrik Jan Wunderink en Johanna Geltink Aangenomen in hetzelfde jaar komen wonen
1874-1879 Harmen Hekkert en Johanna Everdina Udink Geen familie van vorige medebewoners
1888-1890 Joannes Duijsterburg en Hendrika Sanders Geen familie van vorige medebewoners
     
    69c > 106 > 63 > 82 > 214 > 290 > 434 > 560 > Veldhofstraat 38
 
 
Scholtenplaats
 
Het huis heeft het huisnummer 70a en is gebouwd voor 1856. Dat jaar wordt namelijk huisnummer 70c geregistreerd in het register van de personele omslag en dat betekent automatisch dat de huisnummers 70a en 70b ook moeten hebben bestaan. Op huisnummer 70b woonde Jan Willem Zandscholten die er op 19 maart 1853 al woonde. We gaan er daarom vanuit dat ook het huisje van Albert Zandscholten ook al in of voor 1853 is gebouwd. De naam Scholtenplaats is fictief en gebaseerd op de naam Scholtenhof van de buren en het feit dat het een daglonersplaats was. In deze periode werden meer daglonersplaatsen gesticht, er zal veel werk zijn geweest voor de dagloners.
 

Albert Zandscholten en Jenneken Slagman waren in 1841 al getrouwd en woonden al die tijd al in Gorssel, waarschijnlijk ergens aan de huidige Hoofdstraat. Hier worden drie kinderen geboren en het vierde kind (zoon Albert Jan) wordt op 7 maart 1854 geboren. Getuigen bij de aangifte zijn dan Hendrik Nieuwenhuis en Hendrik Willem Woertman van de Kapelle. Dat zegt niet veel, bij de aangifte van geboorten zijn vaak vrienden of kennissen getuigen, dat is anders bij de aangiften van overlijden welke door buren werd gedaan. Albert Zandscholten is op 6 januari 1858 overleden en van zijn overlijden wordt aangifte gedaan door de buurmannen Jan Willem Zandscholten en Hendrikus Schutte. Albert is 52 jaar oud geworden en is geboren op de Steege in de Eesterhoek.

Jenneken Slagman blijft alleen achter met vier kinderen. Zij hertrouwt op 8 juni 1860 met Hendrik Voortman. Hendrik was eerder getrouwd met Maria Franke van wij hij op 12 oktober 1859 was gescheiden. Zij woonden toen al lange tijd niet meer samen, Hendrik werkte in de periode 1857-1859 als dienstknecht bij twee (van oorsprong Gorsselse) families Dommerhold te Lage Weteringen en woonde en werkte in 1851 al bij de familie Roeterdink op 't Klaphekke waar hij tot 1857 vertoefde en waar hij ook al voor zijn huwelijk heeft gewerkt. Hendrik Voortman kwam op 17 juni 1859 van Diepenveen naar Gorssel en ging toen mogelijk al bij Jenneken wonen. Jenneken was toen in verwachting en de kans is aanwezig dat Hendrik de vader is, want als het kind (zoon Hendrik Jan) op 7 november 1859 wordt geboren, is hij getuige bij de aangifte. Echter wordt het kind niet erkend bij het huwelijk en was Hendrik dan dus toch niet de vader. Zo gaat Hendrik Jan als Slagman door het leven. Hij verliest zijn moeder al snel, want op 17 oktober 1860 komt Jenneken te overlijden en is het Hendrik die er alleen voor staat.

 

Hendrik hertrouwt op 20 april 1861 met Janna Nijkamp die dan uit Diepenveen komt, hij zal haar van daar nog kennen. Maar kan ook zijn dat ze elkaar in Gorssel ontmoet hebben want Janna komt van boerderij Nieuw Roeterdink. Hendrik en Janna krijgen samen geen kinderen maar zorgen voor de jongste kinderen Jantjen, Albert Jan en Hendrik Jan van Jenneken Slagman. Uiteindelijk vliegen alle kinderen uit, behalve Hendrik Jan. Hij trouwt op 9 juli 1881 met Hendrika Mechtelina Rugenbrink en zij komt dan ook op Scholtenplaats wonen. Op 14 januari 1882 wordt een zoon geboren waarvan de bevalling Hendrika noodlottig wordt, zij overlijdt de volgende dag. Zoon Hendrikus Johannes overlijdt hetzelfde jaar op 8 augustus. Hendrik Jan is dan alweer opnieuw getrouwd, hij hertrouwt al op 1 april 1882 met Hendrika Gerritdina Wassink uit Harfsen en uit dit huwelijk worden drie dochters geboren. Maar ook Hendrika Gerritdina wordt niet oud, zij overlijdt op 25 februari 1891 op 37-jarige leeftijd. Nog geen drie maande later, op 23 mei 1891, hertrouwt Hendrik Jan met Derkjen Beldman en uit dit huwelijk wordt op 1 oktober 1892 nog een zoon geboren. Maar Hendrik Jan maakt dit niet meer mee, hij is op 26 maart 1892 overleden. Dit jaar blijkt een rampjaar want ook Hendrik Voortman en Janna Nijkamp overlijden in 1892, beiden in maart. Derkjen bevalt in oktober niet in Gorssel maar in Harfsen en van de geboorte wordt aangifte gedaan door Gerrit Jan Zandscholten, haar zwager en oudste zoon van Albert Zandscholten en Jenneken Slagman. Het kind genaamd Hendrik Jan overlijdt in 1894 en wordt nog geen twee jaar oud. Als alle kinderen uit huis zijn en Hendrika helemaal alleen op Scholtenplaats woont, komt de ongehuwde Gerrit Jan Zandscholten haar gezelschap houden en komt weer in zijn ouderlijk huis wonen. Hij overlijdt op 16 januari 1925 en weer is Derkjen alleen, maar woont nog wel een tijd samen met Gerrit Hendrik Slettenhaar, weduwnaar van Aaltjen Baankreits. Uiteindelijk woont Derkjen alleen en zij is op 6 maart 1935 gestorven in Zutphen maar was toen nog wel woonachtig in Gorssel.

Het huisje wordt daarna bewoond door Jan Nijveld en Gerritje Westerveld die van de Duizend Vreezen afkomstig zijn. Het echtpaar heeft geen kinderen, maar Gerritje heeft wel kinderen uit haar eerste huwelijk met Derk Jan Bakker maar die wonen dan allang niet meer thuis. Er is geen relatie bekend met de oud-bewoners van Scholtenplaats maar Gerritje Westerveld is de dochter van Klaas Westerveld die in 1850 getuige was bij de aangifte van de geboorte van Jantjen Zandscholten, dochter van Albert Zandscholten en Jenneken Slagman. Toeval of geen toeval? Zij is op 15 februari 1956 overleden te Apeldoorn en Jan is daarna hertrouwd met Gerritje Fredriks, weduwe van Johan Smallegoor. Zij kennen elkaar van de Duizend Vreezen, zij woonden daar ooit samen in het gebouw met vijf huisjes. De Scholtenplaats was eigendom van de kerk en Jan Nijveld leefde van de diaconie. Hij stond ook bekend als "de zwarte kraai" en "kuttel Jan" omdat hij voor een bijverdienste de paardenstront van de straat haalde. Na de familie Nijveld woonde er broer en zus Copijn die eerder nog in Amerika hebben gewoond.

 
1853-1858 Albert Zandscholten en Jenneken Slagman Eerste hoofdbewoners
1859-1860 Hendrik Voortman en Jenneken Slagman Hendrik is de tweede echtgenoot van Jenneken
1860-1892 Hendrik Voortman en Janna Nijkamp Janna is de tweede echtgenote van Hendrik
1881-1882 Hendrik Jan Slagman en Hendrika Mechtelina Rugenbrink Hendrik Jan is de zoon van Jenneken Slagman
1882-1891 Hendrik Jan Slagman en Hendrika Gerritdina Wassink Hendrika Gerritdina is de tweede echtgenote van Hendrik Jan
1892-1935 Hendrik Jan Slagman en Derkjen Beldman Derkjen is de derde echtgenote van Hendrik Jan
1935-1956 Jan Nijveld en Gerritje Westerveld Geen familie van vorige hoofdbewoners
1956-1962~ Jan Nijveld en Gerritje Fredriks Gerritje is de tweede echtgenote van Jan
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 42  
 
 
Scholtenhof
 
Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink zijn de bij de start van het bevolkingsregister anno 1861 de hoofdbewoners en zij wonen er waarschijnlijk al vanaf 1854 ervan uitgaande dat hun huisje gelijk met die van de andere familie Zandscholten is gebouwd. Op 12 juli 1854 koopt Willem Karsenberg een onbekend goed en mogelijk betreft het de grond waarop de Scholtenhof is gebouwd, straks wordt duidelijk wat Willem hiermee te maken heeft. Jan Willem Zandscholten is een neef van Albert Zandscholten en waarschijnlijk hebben zij de handen ineen geslagen en tegelijkertijd het gebied ontgonnen en de huisjes gebouwd. Albert bouwt de zijne kort aan de weg en Jan Willem de zijne wat verder van de weg, aan het einde van het ontgonnen perceel. Het huisje zal ook wat eenvoudiger zijn geweest dan die van Albert en uit overlevering is bekend dat het zelfs een plaggenhut is geweest! Jan Willem en Janna waren al getrouwd sinds 1827 en woonden in Gorssel op 't Ravennest, de Galette en de Nieuwe Roskam. Allemaal huizen met stenen muren en het is dus wel wat lastig te begrijpen dat het echtpaar in een plaggenhut is gaan wonen, maar het is überhaupt voor ons moderne mensen moeilijk te begrijpen hoe de mensen van vroeger zo konden leven.
 
In het huis woonden ook dochter Aaltjen Zandscholten en haar onechte dochter Everdina die op 19 maart 1853 is geboren in het huis van haar grootouders met huisnummer 70b en dat is het nummer van de Scholtenhof in die tijd, het huis is dus nog zeker een jaar ouder dan zojuist nog gesteld. Jan Willem overlijdt op 21 mei 1862 en Janna op 2 maart 1869 waarna het huisje onbewoond is.

Dan komt Willem Karssenberg weer in beeld. Zijn dochter Maria trouwt op 28 oktober 1869 met de dagloner Gerrit Hendrik Broer en ze moeten natuurlijk ergens wonen en dat doen zij op de Scholtenhof. In het huisje worden zes kinderen geboren in de periode 1870-1880. Maar al op 11 december 1869 krijst er een baby in huis, het is de in Wierden onecht geboren dochter Gerritdina van broer Hendrik en toekomstige schoonzus Geertrui Dakhorst.
Op 17 november 1878 koopt Gerrit Hendrik Broer van zijn schoonvader het huis met erf en een perceel bouwland voor 500 gulden welke hij bij de koop betaalt. Gerrit Hendrik spaart daarna verder en koopt op 6 september 1879 een stuk dennenbos naast hun perceel van Marc Willem du Tour van Bellinchave en ontgint deze naar bouwland. Maar ja, dat huis, daar moet ook wat mee. In 1882 is het dan zover: Gerrit Hendrik en Maria bouwen een nieuw huis aan de weg. Groter en van steen en met een sluitsteen boven de achterdeur waarop hun initialen en het jaar 1882 staat vermeld. In het nieuwe huis worden nog een zoon en dochter geboren.

Gerrit Hendrik Broer is geboren in Harfsen en woonde voor zijn huwelijk bij zijn ouders op de Eesterbrink op de Loobult, daarvoor heeft hij nog wel op diverse boerderijen in Gorssel, Harfsen en Epse gewerkt. In de laatste plaats zal hij Maria hebben ontmoet en op alle boerderijen deed hij ervaring op met het werken op de boerderij wat hem later goed van pas kwam en hij werd later dan ook landbouwer op de Scholtenhof.

De nieuwe boerderij van de familie Broer is groter dan die van de buren op Scholtenplaats en het is mooi om te zien dat de ongehuwde Gerrit Jan Zandscholten in 1889 als kostganger op de Scholtenhof kan komen wonen. En zo komt er dus weer een Zandscholten op de Scholtenhof te wonen! Gerrit Hendrik zal hebben geleerd goed voor zijn naaste te zorgen, van hem is bekend dat hij veel in de bijbel las.

Op de foto hiernaast zien wij Gerrit Hendrik Broer en Maria Karssenberg en op de foto rechts zitten zij tweede en derde van rechts. Wie de andere personen zijn in niet bekend, mogelijk is het familie van Maria's kant. Het is ook mogelijk dat de Gerritdina van 1869 op de foto is te zien, zij trouwde met Hendrik Braakhekke en woonde op de Nieuwe Vos. Het is een uniek plaatje die ons een kijkje in de keuken van de boerderij geeft!

 

Het linker kaartje hiernaast dateert van 1878 en het is duidelijk te zien dat het twee verschillende huizen zijn. Het oorspronkelijke huis met perceelnummer 2144 stond verder van de weg en op het kaartje van 1878 is goed te zien dat deze op hetzelfde kamp stond als het huisje van in die tijd de familie Voortman. Op het kaartje van 1913 is te zien dat achter het nieuwe huis (met perceelnummer 2734) nu een weiland is en dat van het dennenbos een bouwland is gemaakt en er een weggetje is aangelegd. Op de plek van de oorspronkelijke plaggenhut stond later de hooiberg van de nieuwe boerderij. Op het jaar 1913 komen wij zo terug als we weer wat verder in de tijd zijn.
 
Op 25 mei 1895 trouwt oudste zoon Albert Broer met Hendrika Gerdina Schepers en zij gaan dan ook samen op Scholtenhof wonen. Later dat jaar wordt hun dochter Maria Hendrika geboren en in 1898 zoon Gerrit Herman. In 1899 verhuizen zij naar een nieuw huis aan de huidige Kamperweg waar vanaf 1902 de familie Oosterveld woonde. Later wonen zij in Zutphen en Oberhausen en juli 1916 keren zij terug naar Gorssel en wonen dan weer een jaar in op de Scholtenhof. In het bevolkingsregister van 1900 zien wij dat Gerrit Hendrik zijn beroep voerman is geworden. Hij zal vast nog wel hebben gewerkt op de boerderij maar verdient zijn kost kennelijk ook elders. Ook zijn gelijknamige zoon Gerrit Hendrik was is die tijd voerman van beroep en vertrekt in 1903 naar Zwolle waar hij werkt als rangeerder bij de staatsspoorwegen. Jongste zoon Hermanus trouwt op 23 december 1911 met Jenneken Rietman en zij wonen een half jaar in bij de ouders van Hermanus.
 
Op 25 maart 1913 verkoopt Gerrit Hendrik Broer het bouwplaatsje "Schaltenhof" aan Evert Marinus Stormink, de echtgenoot van jongste dochter Gerritdina Maria Broer. De Scholtenhof (want zo hoor je het te schrijven) is dan bijna één hectare groot en bestaat uit huis, schuren en erf met bouwland en weiland en wordt verkocht met al de zich bij gemeld huis bevindende roerende lichamelijke goederen voornamelijk bestaande in vee en kippen, hooi, aardappelen en het gewas op het land. Maar ook enig landbouw, melk en deelgereedschap en meubilair als kabinet, tafels, stoelen, lampen, schilderijen, koper, glas, tin en aardewerk. De koopprijs bedraagt 2800 gulden en Evert Marinus leent daarvoor 800 gulden van Willem Nikkels en voor de overige 2000 gulden verbindt hij zich om levenslang voor zijn schoonouders te zorgen. Dat deed hij nog 7 jaar voor zijn schoonmoeder en 14 jaar voor zijn schoonvader die resp. op 27 juli 1920 en 24 september 1927 zijn overleden.

Het echtpaar woont in 1913 nog op Voskamp op de Eesterbrink en verhuist op 13 oktober van dat jaar met twee kinderen naar de Scholtenhof. Naast landbouwer was Evert Marinus ook houtzager van beroep. Er worden nog vier kinderen op de boerderij geboren. Op de foto links zien wij Gerritdina Maria Broer met de kinderen Evert Marinus en Gerritdina Maria en op de foto rechts zien wij Evert Marinus (in het midden van de foto) met links oudste zoon Hendrik Theodorus.
 
In het bevolkingsregister van 1921 staat Evert Marinus als landarbeider geregistreerd. Zoon Evert Marinus trouwt op 20 augustus 1949 met Tonia Willemina Slettenhaar uit Harfsen en zij gaan ook op Scholtenhof wonen. Er was dus dan weer sprake van dubbele bewoning en het huis kreeg in 1951 bij de onnummering van huisnummers dan ook twee adressen: Veldhofstraat 44 en 46. Evert Marinus was postbode van beroep. Evert en Mine woonden tot 1977 op Scholtenhof en verhuisden toen naar de Haerkamp. Dat was een jaar na het overlijden van hun (schoon) vader die op 2 december 1976 is overleden. Gerritdina Maria Broer was al op 5 januari 1960 overleden. Met Evert Marinus heeft zij op 12 december 1958 nog wel het 50-jarig huwelijk op Scholtenhof mogen vieren, de foto links onder is deze dag gemaakt. Verder zien wij Evert Marinus junior als postbode en Mine Slettenhaar mocht ook even de pet op voor de foto!
 
 
     
1853-1869 Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink Eerste hoofdbewoners
1869-1927 Gerrit Hendrik Broer en Maria Karssenberg Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1913-1976 Evert Marinus Stormink en Gerritdina Maria Broer Gerritdina Maria is de dochter van Gerrit Hendrik en Maria
1949-1977 Evert Marinus Stormink en Tonia Willemina Slettenhaar Evert Marinus is de zoon van Evert Marinus en Gerritdina Maria
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 44-46  
 
 
 
 
Hogekamp
 
Deze boerderij werd in 1908 gebouwd op een wat hoger gelegen kamp bouwland en werd daarom de Hogekamp genoemd. Op dit stuk bouwland en aan de overzijde van de weg werd voornamelijk rogge verbouwd waardoor de boerderij ook wel 't Roaland wordt genoemd. Maar omdat deze naam al vergeven is aan een boerderijtje in de Eesterhoek houden we het hierbij op de Hogekamp welke naam ook in lijn ligt met de naam van boerderijen in de buurt zoals Reuvekamp en Grooterkamp.
 

 


Dat zijn ook namen van huidige nieuwbouwwijken in Gorssel welke achter de boerderij zijn gebouwd. Eerder werd al een nieuwbouwwijk in de buurt van de voormalige manege gebouwd. Hierdoor ligt de boerderij tegenwoordig omsloten door vele huizen in het midden van het dorp, maar in 1908 was de situatie nog geheel anders zoals op bijgaand kaartje is te zien. De boerderij is daarin geel gearceerd. Het bouwland aan de overzijde van de weg werd gepacht van de familie Van der Meij van de Roskam. Op een gegeven moment wilden zij dit stuk grond gebruiken voor het dresseren van paarden en werd de pacht opgezegd.

 

 
Eerste bewoners van de boerderij zijn Hendrikus Wiltink en Hendrina ten Have. Hendrikus is afkomstig van Rensink (Olthof) en Hendrina komt van de Drie Kieften uit Joppe en ze trouwden op 2 mei 1908. Uit dit huwelijk wordt op 12 mei 1912 zoon Hendrikus Marten geboren die op 25 oktober 1940 trouwt met Harmina Nieuwenhuis uit Diepenveen. Haar moeder is Willemina Johanna Wiltink die oorspronkelijk van 't Reins afkomstig is. Hendrik Marten zijn roepnaam is Hein en hij was ook wel bekend als "Hein van de Kamp". In die tijd werd er schijnbaar niet meer gesproken over Hogekamp en bij de huidige bewoners is deze naam zelfs niet bekend. Uit het huwelijk van Hein en Harmina wordt ook weer één kind geboren op de Kamp en dit keer is het een meisje genaamd Dinie. Geen grote gezinnen dus op de boerderij waardoor er ruimte over was voor bestedelingen zoals Hendrikus Pikkerij en diens broer Lodewijk Johannes die ook een tijdje op de boerderij woonden.
 
 
De boerderij is gelegen naast de touwslagerij en Hein keek daar het vak af en schafte hemzelf ook een klein machientje aan waarmee hij uit de touwtjes om de stro- en hooibalen zelf dikkere touwen maakte. Een andere bezigheid was dat hij elke zaterdag de zandweg, want dat was de Veldhofstraat nog in die tijd, veegde. Hein was, net als zijn vader, landbouwer van beroep. Naast de rogge verbouwde hij o.a. ook aardappels, haver en voederbieten. Ook werden er koeien gehouden, op een gegeven moment zelfs 15 stuks. Deze graasden niet bij de boerderij, daarvoor was daar niet genoeg weide. De koeien stonden daarom in Joppe en verhuisden in de loop van het jaar naar de uiterwaarden van de Eesterhoek waar ze in de wei van andere familie Wiltink konden staan nabij het Dappersgat. De verhuizing was vaak nog een hele operatie en niet altijd zonder gevaar, zo is Harmina daarbij een keer lelijk gevallen toen de koeien het op een lopen zette.
 
 
De echtelieden Wiltink woonden tot hun overlijden op de boerderij. Dochter Dinie trouwde in 1971 met Wim Mogezomp en deze familienaam is sinds deze tijd verbonden aan de boerderij. Op de foto hierboven zien wij haar met moeder Harmina de melkbussen schoonmaken, dat moest natuurlijk ook op de boerderij gebeuren! Op de andere foto is Hein Wiltink aan het ploegen op het land aan de andere kant van de weg, uiterst rechts is een stuk van de boerderij te zien. Op de foto zijn de woningen te zien die na de Tweede Wereld Oorlog zijn gebouwd en inmiddels alweer zijn afgebroken. Verder was er nog toen nog niets, behalve heel in de verte boerderij Reuvekamp die ook niet meer bestaat. Op de oude kaart is deze boerderij rechtsonder aangegeven en rechtsboven Nieuw Reuvekamp. De families die er woonden, waren de "naaste" buren van de familie Wiltink en zo klopten zij bij elkaar aan voor hulp en gezelligheid. Hoog tijd dat we daarom nu een bezoek gaan brengen aan de bewoners van de eeuwenoude boerderij Reuvekamp!
 
1908-1951 Hendrikus Wiltink en Hendrina ten Have Eerste hoofdbewoners
1940-1989 Hendrikus Marten Wiltink en Harmina Nieuwenhuis Hendrikus Marten is de zoon van Hendrikus en Hendrina
     
  Huidig adres: Veldhofstraat 12  
 
Het is bijna niet te zien, maar op de foto van de ploegende Hein Wiltink bij het verhaal van Hoogkamp is de eeuwenoude boerderij Reuvekamp te zien waar we nu een bezoek gaan brengen. We lopen daartoe langs de markante hooibergen van deze boerderij welke regelmatig gefotografeerd om gebruikt te worden als ansichtkaart.
 
Reuvekamp
 
Aan de oostkant van Gorssel stonden al heel lang geleden twee boerderijen eenzaam aan de rand van de Gorsselse Heide gelegen aan de Zomerweg, het zijn de boerderijen Grooterkamp en Kleinderkamp. Boerderij Grooterkamp komt hierna aan bod, nu is het eerst de beurt aan boerderij Kleinderkamp welke ook wel het Kleinder en Kleijne Kamp genoemd. Mogelijk wordt de boerderij in de pondschatting van 1494 al genoemd als Hinkamp met als eigenaar Harmen Bueninck te Zutphen die ook als eigenaar wordt genoemd van Grote Hankamp zijnde Grooterkamp.
 
We nemen een flinke stap in de tijd en komen halverwege de 17e eeuw uit bij Jan Gerritsen Kleijnderkamp die in 1655 ook wordt genoemd als "Jan Wolveringh bouman op Reuvecamp". Jan is blijkbaar afkomstig van 't Wolferink (hij is de zoon van Gerrit Wolferinck) en de boerderij wordt nu ook genoemd als Reuvekamp. Hij is getrouwd met Aaltjen en ze krijgen zeker vier kinderen waaronder zoon Gerrit.

Deze trouwt in 1667 met Jenneken Hendericks Veltkamp uit Lochem en ook uit dit huwelijk worden vier kinderen geboren. Gerrit wordt ook Rovecamp en Kleijnderkamp genoemd en het is duidelijk dat de boerderij in die tijd nog steeds bekend stond onder twee namen. Het echtpaar is lang bij elkaar want in 1713 worden "Gerrijt Janssen en Jenneken Hendrijks, ehel. op Kleinderkamp" geregistreerd als lidmaten en zijn zij al 46 jaar getrouwd.

Ook worden in het lidmatenregister van 1713
Derk Janssen en Aaltjen Garrijts genoemd, en aangetekend wordt dat beide echtparen op Kleinderkamp wonen. Aaltjen is de jongste dochter van Gerrit en Jenneken en zij trouwde in 1697 al met Derk Brinkhuis uit Holten die in Gorssel kwam wonen. In een akte van 1701 wordt hij genoemd als "Derck Jansen Brinckhuis op den Reuvencamp". Uit dit huwelijk worden negen kinderen geboren en ook dit huwelijk mocht lang duren, want als Derk op 20 maart 1744 overlijdt zijn ook zij 46 jaar getrouwd.
 
Voor de opvolging is inmiddels gezorgd want dochter Fenneken trouwde in 1731 met Garrit Gosens van boerderij Braamkolk uit de Eesterhoek. Pas na vijf jaar huwelijk wordt er uit dit huwelijk een zoon geboren en daar bleef het ook bij, kinderen krijgen was in die tijd natuurlijk ook nog geen vanzelfsprekendheid. Zoon Gosen wordt op 24 juni 1736 gedoopt en trouwt op 19 juni 1768 met Geertjen Philips Roeterdink die van de gelijknamige boerderij uit Gorssel afkomstig is. Er worden weer eens vier kinderen op de boerderij geboren maar de geboorte van de jongste dochter op 21 januari 1774 maakt Gosen niet meer mee, hij is dan al overleden. Dochter wordt uiteraard naar haar overleden vader vernoemd en krijgt de naam Gosina, we komen haar straks weer tegen.
 

Geertjen moet op zoek naar een nieuwe echtgenoot en vindt hem snel. Ze hertrouwt zij al op 17 april 1774 met Albert Jansen van 't Klaphekke van de gelijknamige boerderij. Deze boerderij was eigendom van Hendricus Wilhelmus Hartkamp en diens broer Johannes Egbertus Hartkamp was eigenaar van 't Reuvekamp. Kennelijk hebben zij e.e.a. geregeld, het was natuurlijk belangrijk dat er weer snel een nieuwe bouwman op de boerderij kwam. De beide broers verkregen de boerderijen in 1760 uit de nalatenschap van hun Henricus Hartkamp die de oorspronkelijke eigenaar van beide boerderijen was en nog vele meer in Gorssel. In zijn tijd trouwde overigens Jan Derksen Reuvekamp (zoon van Derk en Aaltjen en broer van Fenneken) in op 't Klaphekke, vast niet toevallig.

 
Afijn, Albert is de nieuwe pachter van 't Reuvekamp en wordt op de boerderij vader van drie kinderen en zo werd Geertjen de moeder van zeven. Haar oudste dochter Gerritjen trouwt in op boerderij Bloedkamp en de reeds eerder genoemde Gosina is degene die op de boerderij blijft wonen. Zij trouwt op 12 april 1795 met Jan Dijkerman van de Grote Muil. Hij is de kleinzoon van de zojuist genoemde Jan Derksen Reuvekamp op Klaphekke, zijn ouders zijn Garrit Dijkerman en Aaltjen Klaphekke. Uit het huwelijk van Jan en Gosina worden acht kinderen geboren, maar niet allemaal op 't Reuvekamp.

Wat is het geval: in 1809 verkopen de kinderen van Johannes Egbertus Hartkamp (die later eigenaar werd) en diens echtgenote Cornelia Lydia Verbeek voor 7800 gulden het erve en goed het Reuvekamp genaamd, in het kerspel Gorssel, onder het Nederkwatier van Zutphen gelegen, bestaande in een huis gemerkt oud nr. 28, nieuw nr. 28 met de verdere getimmerten en het daar bij gehorende hof, bouw en weide land, met alle hout gewasen daarbij staande. Bijzonder is de vermelding van oud en nieuw nummer 28, het lijkt erop dat er in die tijd een andere boerderij is gebouwd. De oude boerderij stond mogelijk aan de overkant van de weg bij de steltenberg welke volgens de latere kadastrale atlas genoemd als een perceel met berg en erf. Op een kaart van 1807 (zie hieronder) staat de boerderij echter al wel aangegeven op de latere plek en staat er niets aangegeven op de plek van de steltenberg. dat blijft dus wat onduidelijk.
 
Duidelijk is in ieder geval wel dat de boerderij wordt verkocht aan Jan "Maddies" (Smoddies) en Teuntje Littink die op boerderij 't Hassink in Epse wonen en willen verhuizen naar boerderij Reuvekamp. Dit betekent dat de pachters Jan en Gosina de boerderij moeten verlaten, maar ze kunnen wel gaan wonen op boerderij 't Hassink. Ze verhuizen met hun zes kinderen en ook de ouders van Jan en de moeder van Gosina gaan op 't Hassink wonen. Albert, de stiefvader van Gosina, is voor maart 1806 al op 't Reuvekamp overleden. Jan en Teuntjen gaan als nieuwe eigenaar op 't Reuvekamp wonen en zijn de eerste bekende eigenaars die er ook wonen, alle reeds genoemde hoofdbewoners zullen de boerderij hebben gepacht.
 

Jan Smoddies is afkomstig van boerderij Smoddies uit Lettele maar woonde na zijn huwelijk in 1789 met zijn eerste echtgenote Maria Driessen Hassink op de boerderij bij 't Hassink in Epse en werd nadien Hassink zoals dat in die tijd nog gebruikelijk was. In 1809 was de situatie met de komst van Napoleon wat veranderd en was het niet meer de bedoeling dat de achternaam zomaar gewijzigd werd als men op een andere boerderij kwam te wonen. In Gorssel wordt Jan dus geen Reuvekamp genoemd maar is het gewoon Jan Hassink op Reuvekamp. Hij kwam in 1809 met Teuntjen (met wie hij trouwde in 1791) en zes kinderen naar de boerderij, er worden op 't Reuvekamp geen kinderen meer geboren. Jan Hassink is op 5 juni 1825 overleden en Teuntjen zal in of kort na 1826 zijn verhuisd naar het erve Zwavink in Eefde waar haar jongste dochter Hermeijna was ingetrouwd met Jacobus Zwavink.

Oudste zoon Mannes had inmiddels het stokje al overgenomen. Hij was in 1821 getrouwd met Teuntjen Vrolijk van boerderij Scheperboer uit Loo, zij wordt daarom ook wel Scheperboer genoemd. Er worden vijf kinderen waarvan er één in 1829 jong overlijdt. Teuntjen overlijdt op 18 september 1835 en Mannes hertrouwt met op 25 november 1836 met Derkjen Waaijenberg uit Brummen en ze krijgen samen nog een dochter. In die tijd was boerderij het Reuvekamp, bestaande uit een groot aantal percelen, bijna 20 hectare groot, een aanzienlijke boerderij dus. Het was toen hoofdzakelijk een akkerbouwbedrijf en er was veel werk te doen. Daarvoor had Mannes veel dienstknechten maar ook zijn jongere broers Gerrit, Albert en Garrit Jan wonen en werken door de tijd heen op de boerderij.

 

In de eerste helft van de 19e eeuw liet de familie Hassink een nieuwe boerderij bouwen. Het was een grote statige T-boerderij van ongeveer 18 meter breed en 25 meter lang. Hierin was ook een aantal bedsteden en boven was er een meiden- en een knechtenkamer. Er zat nog een mooie ouderwetse schouw in en ook een ingemetselde oven met een metalen deur, hierin is meer dan 100 jaar lang brood gebakken. In het achterhuis was aan de ene kant stalruimte voor koeien en aan de andere kant een paar varkenshokken en drie paardenstallen.

Daarnaast een lange en brede schuur met zowel aan de voorkant als de achterkant twee grote dubbele deuren waar men wel twee wagens, geladen met hooi of graan, naar binnen kon rijden. In deze schuur was stalruimte voor jongvee, een paar varkenshokken en een afgetimmerde ruimte voor de koets. De koets werd gebruikt om mee naar de kerk of op visite te gaan, maar ook bij het trouwen en begrafenis. Vele jaren later, toen de koets versleten was, werd deze ruimte gebruikt voor de berging van werktuigen en machines. Dan was er nog een afgetimmerde ruimte waar o.a. een fornuispot in stond voor o.a. het koken van de aardappels om aan de varkens te voeren en het opkoken van wasgoed.

Verder waren er nog een paar kippenhokken en wat zaad- en hooibergen, zoals ook op de luchtfoto is te zien. Deze beschrijving is overgenomen van het artikel "Boerderij Reuvekamp" geschreven door Ap ten Have in Ons Markenboek.

 
Even tussendoor: op 25 september 1855 overlijdt Philippus Reuvekamp op Nooitgedacht, hij is de zoon van Albertus Jacobus Reuvekamp en Johanna Gosina Dijkerman. Dit echtpaar woont later op Reuvekamp in Epse welke zij hebben gesticht. Albertus Jacobus is de kleinzoon van Albert Reuvekamp & Geertjen Roeterdink en Johanna Gosina is de kleindochter van Jan Dijkerman & Gosina Reuvekamp. Hun beide grootouders waren dus hoofdbewoners van 't Reuvekamp en ze waren ook nog familie van elkaar. Maar zo kwam de huisnaam Reuvekamp ook in Epse terecht.
 

Terug naar de familie Hassink. Opvolging komt uit de volgende generatie, de derde al. Het is zoon Willem die het boerenbedrijf voortzet en doet dat ook met twee echtgenotes. Hij trouwt op 9 juni 1866 met Rika Johanna Barmentloo uit Brummen en hertrouwt na haar overlijden in 1871 op 24 juli 1873 met Janna Dijkman uit Laren. Uit het eerste huwelijk worden vier kinderen geboren, maar het is er maar één die oud wordt. Ook het uit huwelijk met Janna worden vier kinderen geboren en gelukkig gaat het met drie van hen goed. Maar als op 22 augustus 1887 een dochter levenloos ter wereld komt is ook nu weer het verdriet groot en was er een gedrukte stemming in huis, er mocht niet meer gelachen worden in het gezin. Later dat jaar wordt er nog een kind geboren, het betreft een dochter van Mina Tonia Derkje (uit het eerste huwelijk van Willem) maar het kind wordt onecht geboren, iets waar men in die tijd ook niet erg vrolijk van werd.

In 1900 sluiten Willem en Janna een contract met hun twee oudste kinderen, zoon Hendrik Richard Johannes en dochter Johanna. Ze verbonden zich behulpzaam te zijn in de uitoefening van hun ouders boerenbedrijf en alle werkzaamheden te verrichten welke gewoonlijk door een dienstbode worden gedaan. Hiervoor kregen zij per jaar 80 guldens betaald plus kost en inwoning.

Op 3 januari 1902 overlijdt Willem en later dat jaar vertrekt dochter Johanna van de boerderij als ze trouwt met Albert Haijtink en op boerderij Klein Reuvekamp gaat wonen, zie elders op deze pagina. Bij het huwelijk van Johanna is het erve Reuvekamp verdeeld tussen haar en Hendrik Richard Johannes.

 

Op 7 mei 1904 trouwt Hendrik Richard Johannes met Geertjen Boschloo van 't Dijker. Uit dit huwelijk worden wederom vier kinderen geboren waarvan de jongste twee een tweeling was waarvan het jongetje genaamd Willem maar 19 dagen geleefd heeft. Op de foto hiernaast zien wij het echtpaar en de foto daarnaast is van Derkjen Hassink, de jongste dochter van Willem en Janna die in 1908 trouwde met Jan Nieuwenhuis en toen in Eefde ging wonen.

Hendrik was van de vierde en laatste generatie Hassink op 't Reuvekamp. De familie Hassink stond bekend als vooruitstrevende boeren die het bedrijf goed runden. Oorspronkelijk was het, zoals vermeld, hoofdzakelijk een akkerbouwbedrijf, maar later werd het een gemengd bedrijf met koeien, varkens en kippen. In 1928 besluiten Hendrik en Geertjen het rustiger aan te gaan doen en een nieuwe kleinere boerderij te bouwen welke de naam Nieuw Reuvekamp krijgt.

Boerderij Reuvekamp wordt in 1928 met ongeveer 9 hectare grond verpacht aan Gerrit Cornelis Wilbrink en Hendrika Memelink. Het jaar 1928 is niet zeker omdat volgens het bevolkingsregister de familie Wilbrink in 1930 nog op "Massink" in Harfsen woonde. Gerrit Wilbrink heeft zich op Reuvekamp snel aangepast en het bedrijf met succes voortgezet. Oudste zoon Albert trouwde in 1948 met buurmeisje van Berendina Leunk van 't Grooterkamp. Vanaf 1952 stond het pachtcontract op hun naam en hebben zij het bedrijf voortgezet. Voor meer informatie zie het artikel in OMB, foto's van beide echtparen nog achteraan gaan.

 

Op de luchtfoto hiernaast is boerderij Nieuw Reuvekamp te zien, hier heeft Hendrik Hassink nog een aantal jaren geboerd. Op hun oude dag zijn Hendrik en Geertjen nog jarenlang verzorgd door hun ongetrouwde dochter Gerritdina Hassink. Geertjen is er in 1967 overleden en Hendrik is in 1969 in Twello overleden waar hij nog woonde bij zijn zoon Anton. In 1971 trouwt Gerritdina alsnog op 54-jarige leeftijd met weduwnaar Hermanus Jansen van de Piepenbelt te Eefde die toen bij haar op Nieuw Reuvekamp kwam wonen. Het huidige adres is Kamperweg 3.

De gemeente Gorssel was in de jaren '70 op zoek naar grond voor nieuwbouw en de grond van boerderij Reuvekamp was gelegen aan de rand van het dorp en dus erg geschikt. Boerderij Reuvekamp was oud en moest eigenlijk totaal vernieuwd worden en de familie Hassink wilde wel meewerken aan dit plan. Pachter Ab Wilbrink, wiens pachtcontract op 22 februari 1976 eindigde, werd een baan aangeboden bij de gemeente en mocht zolang op de boerderij blijven wonen. In 1979 verhuisde de familie Wilbrink naar de inmiddels gebouwde woonwijk Smitskamp.

In de lente van 1979 wordt de oude, te renoveren, boerderij Reuvekamp met schuur en bijbehorende grond van ca. 3,5 hectare door de gemeente aangeboden voor verkoop. De boerderij wordt niet verkocht en de gemeente laat deze in december 1979 afbreken. Begin jaren '80 wordt vervolgens woonwijk Reuevekamp gebouwd. De boerderij stond ongeveer op de plek van huidig adres Reuvekamp 2.

 
1655 Jan Gerritsen Kleijnderkamp en Aaltien Eerste hoofdbewoners van dit overzicht
1667-1717> Gerrit Jansen Kleijnderkamp en Jenneken Hendericks Veltkamp Gerrit is de zoon van Jan en Aaltien
1697-1762 Derck Jansen Brinkhuis>Reuvekamp en Aeltjen Gerrits Kleijnderkamp Aeltjen is de dochter van Gerrit en Jenneken
1731-1768> Garrit Gosens Braamkolk>Reuvekamp en Fenneken Derks Reuvekamp Fenneken is de dochter van Derck en Aeltjen
1768-1774 Gosen Garrits Reuvekamp en Geertjen Philips Roeterdink Gosen is de zoon van Garrit en Fenneken
1774-1809 Albert Jansen Klaphekke>Reuvekamp en Geertjen Philips Roeterdink Albert is de tweede echtgenoot van Geertjen
1795-1809 Jan Dijkerman en Gosina Reuvekamp Gosina is de dochter van Gosen en Geertjen
1809-1826 Jan Hassink (Smoddies) en Teuntjen Littink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1821-1835 Mannes Hassink en Teuntjen Vrolijk (Scheperboer) Mannes is de zoon van Jan en Teuntjen
1836-1877 Mannes Hassink en Derkjen Waaijenberg Derkjen is de tweede echtgenote van Mannes
1866-1871 Willem Hassink en Rika Johanna Barmentloo Willem is de zoon van Mannes en Teuntjen
1873-1931 Willem Hassink en Janna Dijkman Janna is de tweede echtgenote van Willem
1904-1928 Hendrik Richard Johannes Hassink en Geertjen Boschloo Hendrik is de zoon van Willem en Janna
1928-....... Gerrit Cornelis Wilbrink en Hendrika Memelink Geen familie van de vorige hoofdbewoners
1948-1979 Albert Wilbrink en Berendina Leunk Albert is de zoon van Gerrit en Hendrika
     
  Huidig adres: Afgebroken in 1979, adres was Kamperweg 9  
 
Kaart 1807
 
 
Grooterkamp
 
Werd anno 1274 en 1462 nog Harzecamp genoemd. “Harzecamp gelegen met allen syden end eynden an der heyden” (1274). Gelegen kerspel Gorsloe, buertschap Eschede. Later ook wel Kamperman genoemd. Pondschatting 1494 Grote Hankamp. En in 1382 wordt genoemd een "Mens ten Kampe" in den kerspel van Goirslo.
 

Vanaf 1651 zijn Gerrit Peters en Fenneken Jans de bewoners op Grooterkamp, zij zijn afkomstig van 't Asseler in Harfsen. Het echtpaar heeft acht kinderen waarvan er vier (allemaal zoons) trouwden en vier waarschijnlijk ongehuwd bleven. De zoons die trouwden zijn Jacob (eerst Grooterkamp, later Kerkenstede), Derk (Groot Bannink), Arent (Dommerholt) en Jan (Holterman). De vier andere kinderen Willem, Marrie, Elsken en Gerrit bleven op de bouwerij wonen. Zij hadden deze gekocht van hun broers Arend en Derk en de kinderen van de inmiddels overleden Jacob en Jan. Dat zal ongeveer in 1685 zijn geweest.

Zoon Jacob woonde eerst op Groterkamp en vanaf circa 1666 op de Kerckenstede. Hier woonde waarschijnlijk zijn vader Gerrit al in 1659 ervan uitgaande dat hij "Gerrit aen de Kerke" is.

In 1705 transporteert Jacob de Buininck erve Groterkamp aan zijn zoon Herman de Buininck. Op 27 augustus 1731 donateert Margaretha Maria Knoppert, weduwe van Herman de Buininck, de erve Groterkamp aan haar vijf kinderen w.o. Marcel Hendrik en Cecilia Elisabetf. Deze legateert op 2 februari 1749 aan haar broeder Marcel Hendrik van Buinink al haar inboedel en geraakheid des huizes zo alhier op Groterkamp.

Grooterkamp bestond uit een boerderij en herenhuis welke het spijker werd genoemd. Hier woonde de eigenaar, al dan niet permanent. Rond 1770 woont hier de eigenaresse Arnolda Columba van Stuurman. Met de jaarwisseling krijgt zij een brief en op de voorkant van de envelop staat geschreven "residerend op Groterkamp". De brief werd afgegeven op de Roskam welke dus ook min of meer als postkantoor diende.

Uit een magescheid van 1751 blijkt dat het Erve Groterkamp bestaat uit het eigenaars huijs, hof op Groterkamp, met het boerenhuijs, berg, schaapschot en schuure. En heel veel grond, daar passen heel wat wijken Grooterkamp op!

Dit is het eigenaars huis ook wel het spijker genaamd. Tekening is van 1720.

In 1815 is Berend ten Velde de hoofdbewoner en wordt ook Bernard Joost Lulofs geregistreerd in de hoofden van huisgezinnen in de gemeente Gorssel. Hij is ontvanger van de gemeente Gorssel en zal waarschijnlijk de meeste tijd in Zutphen hebben gewoond waar hij op 9 oktober 1815 ook is overleden. Zijn vader is Hendrik Jan Lulofs die ook ontvanger der convoijen en licenten van beroep was en tevens eigenaar van boerderij de Grote Muil.

In 1835 wordt het erve Groterkamp verkocht door Everardus Wilhelmus Martens en Johanna Wanderina Lankhorst aan Frederik Christiaan Colenbrander die een jaar later overlijdt. Zijn gelijknamige kleinzoon Frederik Christiaan Colenbrander erft de boerderij op 31 januari 1839 maar overlijdt kort daarna op 20 februari 1839 waarna het erve Groterkamp via boedelscheiding overgaat naar zijn moeder Elizabeth Fischer die op den Huize Eschede woont . Een jaar later trouwt zij met Jacobus Sappius Graevestein.

 
In 1857 laten zij het erve en goed Groterkamp veilen. Het geheel is groot 27 bunders en 80 roeden en op het erf staat de bouwmanswoning met achterhuis, schuur, twee zaadbergen, bakhuis en pomp.


De boerderij wordt verkocht aan Gerrit Brouwer. Tevens worden het daghuurdersplaatsje Kleinkamp en de katerstede Veldscholten verkocht.

Pachter in 1857 is
Jan Derk Wolterink wiens contract op 22 februari 1859 verloopt, hij betaalt 490 gulden per jaar.
 
 
1591-1603 Jan Reijnts en Derrisken Jansen Smeijnck Stiefvader en moeder van Gerrit Smeijnck, zij verhuizen naar 't Smeenk na waarschijnlijk 12 jaar pacht
1645-1651 Jan Albertz en Aeltien Stevens Jan Albertz bouman op Groterkamp
1651-1659 Gerrit Peters Asseler op Grooterkamp en Fenneken Jans Groot Bannink Vertrekken met zoon Jacob naar de Kerckenstede
1654-1666 Jacob Gerrits Groterkamp en Berentjen Wolters Jacob is de zoon van Gerrit en Fenneken
1666-....... Willem, Marrie, Elsken en Gerrit Groterkamp Zij zijn de broers en zussen van Jacob
1694-1704 Gerrit Arentsen Alferdink op Groterkamp en Berentjen Wendels op de Horst Gerrit is de kleinzoon van Gerrit
  Onbekend, mogelijk nog Willem, Marrie, Elsken en Gerrit Groterkamp?  
1716-1750 Hendrik Gierman-Camperman en Gerritjen Gerrits Alferdink Gerritjen is de dochter van Gerrit en Berentjen
1746-1754 Gerrit Hendriks Camperman en Janna Jansen Boevink Gerrit is de zoon van Hendrik en Gerritjen
1754-1762 Gerrit Hendriks Camperman en Janna Jansen Wegstapel Het echtpaar verhuist in 1762 naar erve Hakkert te Dijkerhoek
1750-1771> Marcel Hendrik van Buijnink en Arnolda Columba van Stuurman Eigenaar
1770-1780 Jacobus Brink en Johanna Willemsen Pachter
1780-1783 Jacobus Brink en Maria Gerrits Maria is de tweede echtgenote van Jacobus
1784-1838 Berend ten Velde en Maria Gerrits Berend is de tweede echtgenoot van Maria
1817-1829 Jacobus ten Velde en Johanna Wanderina Lankhorst Jacobus is de zoon van Berend en Maria, hij koopt Groterkamp in 1819 (daarvoor pacht)
1831-1840 Everardus Wilhelmus Martens en Johanna Wanderina Lankhorst Everardus is de tweede echtgenoot van Johanna, hij verkoopt Groterkamp in 1835
1840-1842 Albert Nikkels en Jenneken van Hummel  
1843-1848 Evert Jan Eijerkamp en Jenneken van Hummel Evert Jan is de tweede echtgenoot van Jenneken
1849-1859 Jan Derk Wolterink  
1859-1868 Evert Brouwer en Johanna Hendrika van der Meij  
1868-1870 Bartha Roeterdink met kleinkinderen  
1870-1878 Derk Jan Horstman en Gerritje Scheuter  
1878-1887 Gijsbert Jan Willemsen en Derkjen Gerrits  
1887-1894 Klaas Klijn Velderman en Hendrika Jacoba Brinkman  
1896-1899 Klaas Klijn Velderman en Willemina Maria Smeenk Willemina Maria is de tweede echtgenote van Klaas
1899-1918 Engbert Jan Reilink en Gerritjen van Til  
1905-1966 Jan Bertus Leunk en Dina Reilink Dina is de dochter van Engbert Jan
1942-....... Gerrit Kloosterboer en Harmken Leunk Harmken is de dochter van Jan Bertus en Dina
1970-1995 H.J. Dommerholt  
 
 
Kleinkamp
 

Hier bespreken wij de bewoning van de daglonerswoning Kleinkamp welke mogelijk is voortgekomen uit de Kievenkamp en niet te verwarren is met Kleijnderkamp, dat zal een andere naam voor Reuvekamp zijn geweest. Het lijkt erop dat de daglonerswoning pas na 1832 is gebouwd (staat niet op de kadastrale kaart van 1832, perceel 576 was toen allemaal heide in eigendom van Fredrik Christiaan Colenbrander junior) en dat de naam Kleinkamp is gebruikt omdat deze vlakbij de Groterkamp stond van dezelfde eigenaar en de naam Kleijnderkamp in de vergetelheid was geraakt. Waar de Kievenkamp heeft gestaan is niet geheel duidelijk, waarschijnlijk iets ten noorden van Kleinkamp tussen Grooterkamp en Reuvekamp maar kan ook meer richting de begraafplaats zijn geweest. Een andere naam die mogelijk verband houdt met Kievenkamp en Kleinkamp is Buinincks Kolk omdat bij de Kleinkamp een weide met kolk behoorde, deze is nu nog gepositioneerd in het dorp bij de brandweerkazerne.

Anno 1646 was Lubbert Stenfort eigenaar van den Kijfkamp en zou deze aan de Zomerweg in Gorssel zijn gelegen. Op 31 augustus 1728 verkopen Henrik Memelink en sijne huijsvrouw Indeken (Judeken) Steinforts, deels eigenaar, een bouwland genaamd den Kievekamp aan Willem Hendriks Gierman en sijne huijsvrouwe. Mogelijk dat op dit land, of net iets ten noorden daarvan, de vader van Willem in 1731 een huisje bouwt. In 1750 wordt de locatie van Kievenkamp als volgt beschreven: oost was Kamperman gelegen, noord Brinkerkamp, west het land van de koster (waar in 1829 de begraafplaats ontstaan is) en zuid het veld. In dat veld wordt in 1772 een nieuw kampje aangegraven en deze is te zien op de Hottinger atlas en heeft nummer 699 op de verpondingskaart van 1807. Hier woont dan de familie Fokkink. De oude katerstede Kievenkamp zal waarschijnlijk iets ten noorden van het huisje van de familie Fokkink hebben gestaan en zal zijn bewoond door de familie Gierman.

25-03-1762: Goed den Kievenkamp wordt door Willem Hendrik Gierman verkocht aan Marcel Hendrik Buinink

20-04-1819: De halve katerstede de Kievenkamp wordt door verkocht aan Jacobus ten Velde

1821/1822: in het pachtboek van de beide freules M.C. en H.C. van Dorth wordt het daghuurdersplaatsje genoemd

December 1832: verkoop door erfgenamen van de freules van Dorth van de katerstede de Kijvenkamp c.q. met het kampje in het velde c.q. het daghuurdershuisje de Kievenkamp c.q. katerstede de Kiefkamp aan Frederik Christiaan Colenbrander senior.

13-08-1835: De helft van Grooterkamp en de bijgelegen katerstede Kievenkamp wordt door Evert Willem Martens en Johanna Waandrina Lankhorst verkocht aan Frederik Christiaan Colenbrander senior die al eigenaar van de andere helft was. Kadastrale nummers die genoemd worden zijn 476 (schuur met erf), 573 (berg met erf). Nummer 578 wordt niet genoemd, dat is Veldscholten (en dus niet Kievenkamp) welke in 1832 volgens de kadastrale kaart nog in eigendom was van Berend Kamperman = Bernardus ten Velde? Deze zal de katerstede daarna hebben verkocht aan bewoner Gerrit Fokkink welke deze in 1842 op zijn beurt verkoopt aan Elizabeth Fischer.

31-01-1839: Frederik Christiaan Colenbrander junior erft van Frederik Christiaan Colenbrander senior en gaat over naar Elizabeth Fischer

1857: zie hieronder. Perceelnummers zijn 1125, 1351, 1352, 1353 en 1355. Dit zijn nieuwe perceelnummers welke zijn ontstaan na 1832. Perceel 1352 is de weide met kolk.

Het daglonerswoning Kleinkamp zal rond 1840 zijn gesticht en stond vlakbij Groterkamp en was ook in eigendom van Elizabeth Fischer van 't Eschede. Eerste bewoners Harmen Botterman en Geesken Boterman (weduwe van Hendrik Bomer) trouwden op 29 december 1837 en woonden waarschijnlijk eerst in de Eesterhoek op de Oude Vos of Dijkerhof (in ieder geval dichtbij Huize Eschede) waar hun dochter Janna in 1838 is geboren. Hun tweede dochter Hendrika Maria is in 1841 op Kleinkamp geboren, deze had toen huisnummer 68a. Op 26 december 1847 overlijdt Geesken Boterman en kort daarna overlijdt dochter Hendrika Maria op oudejaarsdag. Harmen hertrouwt op 21 april 1848 met Johanna Brokken en uit dit huwelijk worden drie kinderen geboren waarvan de laatste op 17 december 1853 en Jan Derk Wolterink van 't Groterkamp is dan getuige bij de aangifte.

Het daghuurdersplaatsje wordt samen met Groterkamp in 1857 geveild en bestaat dan uit een huis, erf en pomp. Daarbij hoorde een stuk veldgrond, bouwland, een singel berken met beuken heisters en een weide met kolk met een gezamelijk oppervlak van ruim drie bunders. In de akte staat geschreven dat Harmen Boterman het geheel pacht voor 40 gulden per jaar en dat het pachtcontract eindigt op 22 februari 1859, op dezelfde dag als het pachtcontract van Jan Derk Wolterink. Bijzonder gegeven is ook dat Elisabeth Fischer het heeft verkregen uit de nalatenschap van haar zoon Frederik Christiaan Colenbrander die op 20 februari 1839 al is overleden en toen moet het huisje dus al zal hebben bestaan. Koper van Kleinkamp is Hendrik Jan Wunderink die er 1170 gulden voor betaalt.

Op dit adres woonde in 1846 H. Boterman en in 1861 Hendrik Jan Wunderink en diens echtgenote Wilhelmina Happé. Zij trouwden op 1 februari 1861 en een dag later werd hun eerste kind geboren!

Veiling 1857 van Grooterkamp waartoe het daghuurdersplaatsje Kleinkamp behoort. Deze bestaat uit een huis, erf en pomp en betreft kadastraal perceel 1125. Tevens perceel 1351 etc. Alles in pacht bij Harmen Boterman voor 40 gulden per jaar.

Huisnummer 68a, vanaf 1866 huisnummer 101.

Wilhelmina Happé verhuist op 15 april 1909 met dochter Wilhelmina en kleindochter Wilhelmina naar Eefde en het huis is daarna onbewoond en zal zijn afgebroken.

Akte d.d. 07-03-1918: betreft een perceel weiland nabij "De Kleine Kamper " te Gorssel, sectie E nr. 3399. Verkoop waarschijnlijk door Frans Lenselink aan Gerrit Jan Klein Velderman.

 

In 1921 wordt op het perceel van Kleinkamp een nieuw huis gebouwd. Eerste bewoners zijn Jan Dijkstra en Johanna Theodora de Raadt die van 1921 tot 1923 wonen. Daarna zijn het Bartholomeus Schuring en Anna Maria de Jong die in het nieuwe huis komen wonen. Op 9 mei 1930 komen Willem Gerrit Evert Valk en Okje Hoegsma er wonen en in 1936 wonen zoon Gerard Bertus en schoondochter Louise Bekker voor een half haar ook op dit adres. In 1952 zal zoon Gerard Bertus er weer wonen samen met zijn moeder, Willem Gerrit Evert is in 1950 overleden. Er wordt in 1952 ook een mej. M.C. Spapens geregistreerd.

Aan de overzijde van de weg wordt in 1921 een theekoepel gebouwd op een heuveltje. De grond is oorspronkelijk een stuk bouwgrond van de familie Hassink van 't Reuvekamp en een gedeelte daarvan wordt op 30 oktober 1920 door Albert Haijtink van Klein Reuvekamp verkocht aan Johannes Christiaan Idenburg. Betreft perceel 3286 welke zal zijn afgesplitst van perceel 472 of 473 welke in 1832 nog in eigendom waren van Mannes Hassink. Op de weg zien wij een jongen met ezel staan, maar niet duidelijk is wie deze jongen is, mogelijk een Leunk van Groterkamp? Het theehuisje wordt koepel Idenburg genoemd. Later wordt er op deze plek een huisje gebouwd door de familie Dommerholt van Groterkamp en dit huisje stond bekend als de koepel.
1840-1847 Harmen Botterman en Geesken Boterman Eerste hoofdbewoners
1848-1859 Harmen Botterman en Johanna Brokken Johanna is de tweede echtgenote van Harmen
1859-1909 Hendrik Jan Wunderink en Wilhelmina Happé  
     
1921-1923 Jan Dijkstra en Johanna Theodora de Raadt  
1923-1930 Bartholomeus Schuring en Anna Maria de Jong  
1930-1952> Willem Gerrit Evert Valk en Okje Hoegsma Het echtpaar is afkomstig uit Frankrijk
     
  Huidig adres: Afgebroken, overgegaan naar Kamperweg 2  
 
 
Groote Haar
 

De Groote Haar wordt ook wel de Haar, Klein Joppe en Klein Eschede genoemd. Van bijgaande tekening wordt verondersteld dat deze van 't Eschede zou zijn maar daar bestaan toch nog wel twijfels over. De tekening is namelijk gemaakt door Wijnand Klinkhamer, broer van Sibout Christiaan Klinkhamer. Wellicht is er verwarring ontstaan door de namen Eschede en Klein Eschede.

Op 4 maart 1843 wordt Machtilda Cornelia Susanna Nijenhuis op den Huize de Haar geboren als dochter van Jan Willem Nijenhuis en Hanna Elisabeth Ovink die later op Ravensweerd woonden.

Martina Aletta Smeer is op 27 april 1864 overleden op de Groote Haar. Sibout gaat daarna bij zijn dochter Sara en schoonzoon Jan Antonij Hendrik Gooszen wonen op de Bloemenkamp in het dorp Gorssel. De Groote Haar is daarna onbewoond en waarschijnlijk in 1866 afgebroken. Uiteindelijk woont Sibout bij de familie Schut op de Kleine Haar.

1 september 1864, akte van verpachting van percelen bouwland op de bouwkamp "de Haar" bij de Kappersbrug te Gorssel door Gustaaf Frederik Willem van Neukirchen genaamd Nijvenheim.

Er wordt een nieuwe boerderij gebouwd.

 

Boerderij "de Haar" wordt in 1929 verbouwd door toenmalige eigenaar Clemens Ernest Alexander van Hövell van Westervlier en Weezeveld die zelf in Roermond woonde. Waarschijnlijk heeft hij deze in 1917 verkregen uit de nalatenschap van zijn moeder die op het Huize Joppe woonde waar Clemens zelf ook is geboren. Zijn ouders waren ook eigenaar van boerderij 't Gier en verpachten deze aan katholieke mensen, dat was met boerderij 't Haar niet anders.


Architect van de verbouwde boerderij is Bernard Johan Woertman en zijn vader Teunis Woertman was de uitvoerder. Vergunning werd aangevraagd op 3 oktober 1928 en vermoedelijke opleverdatum was april 1929.

 
1839-1846< Jan Peter Lodewijk Albert Geselschap en Catharina Wilhelmina Louise Geselschap Eerste hoofdbewoners
1851 H.A. Witheur?  
1854-1865 Sibout Christiaan Klinkhamer en Martina Aletta Smeer  
     
  Bewoners van de boerderij:  
1865-1894 Martinus de Haan en Johanna Wools Eerste hoofdbewoners
1874-1899 Gerrit Jan Jaspers Foks en Gerritdina de Haan Gerritdina is de dochter van Martinus en Johanna
1899-1955 Hendrikus Johannes Hakvoort en Geertruida Gerardina Bloemen Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Afgebroken, stond op plek huidig adres Zutphenseweg 11  
     
 
Nieuw Bosser
 
De naam Nieuw Bosser is niet van toepassing op het oudste huis van dit verhaal. Dit huis werd namelijk al in 1858 gebouwd en een naam wordt er verder niet aan gegeven. Een huisnummer wel en dat was 65a. Het zal een eenvoudig onderkomen zijn geweest welke wel onderdak gaf aan twee families en in de bewonersgeschiedenis hieronder staan dus overzichten van hoofdbewoners en medebewoners. Op de kaart hieronder van 1890 staan twee huisjes aangegeven en zal er dus een tweede huisje zijn begebouwd op hetzelfde erf, ergens in de periode 1867-1890. Deze huisjes stonden ongeveer t.h.v. de huidige tennisbaan. De uiteindelijke boerderij Nieuw Bosser (die nog steeds bestaat) staat aangegeven op de kaart van 1910 en staat dichterbij de huidige Zutpenseweg. Dit huis is gebouwd in 1901 en het tweede oude huisje zal in 1909 zijn afgebroken.
 
1867
1890
1910
 
De eerste hoofdbewoners zijn Jan Willem Wentink en Egberdina Johanna Beltman. Egberdina is de dochter van Jenneken Poorterman en stiefdochter Jan Nijenhuis die op de Galette wonen. We pakken de bewonersgeschiedenis op bij Jan Groot Wesseldijk en Everdina Slijkhuis die op 1 april 1897 vanuit Warnsveld komen met hun nog ongehuwde dochter Gerritje. Jan overlijdt op 21 augustus 1900 en als dochter Gerritje op 8 december 1900 trouwt met Harmen Nijenhuis verhuist Everdina met het jonge stel naar Eefde. Het huisje (we gaan uit van twee huisjes op het erf) zal daarna zijn afgebroken en de stenen zullen waarschijnlijk zijn gebruikt voor de bouw van een nieuwe woning die dichterbij de huidige Zutphenseweg wordt gebouwd.
 
Dit is het huis welke de naam Nieuw Bosser krijgt. De nieuwe bewoners zijn Hendrik Onstenk en Aaltjen Fredrika Kolkman die afkomstig zijn van 't Dijkerhof maar eerder (als laatste bewoners) op 't Bosser hebben gewoond en daarvan de naam hebben meegenomen. Er was sprake dat de stenen van 't Bosser (of zelfs 't Ontijdink) zijn gebruikt voor Nieuw Bosser maar dat is niet logisch aangezien 't Bosser reeds in 1885 is afgebroken en de stenen waarschijnlijk zijn gebruikt voor de bouw van Veldkamp die ook aan de Markeweg stond en ook Klein Bosser zou zijn genoemd.

Het toeval wil dat de eerste bewoners van Veldkamp daarvoor ook op 't Dijkerhof woonden en eerder nog medebewoners zijn geweest van "Nieuw Bosser". Het zijn Jan Willem Pekkeriet en Everdina Zandscholten die in het bewonersoverzicht hieronder worden genoemd.

In ieder geval zijn er oude stenen gebruikt bij de bouw van Nieuw Bosser en deze zaten in het achterhuis, deze stenen waren duidelijk ouder dan die van het voorhuis. Het huis is eigendom van de familie Makkink van 't Wolferink die ook eigenaar was van 't Dijkerhof.
 
Hendrik Onstenk en Aaltjen Fredrika Kolkman zijn dus de eerste bewoners van het nieuwe huis. Hun foto's zijn te zien bij het verhaal over 't Dijkerhof waar ze waarschijnlijk moesten verhuizen omdat deze afgebroken werd. Hendrik overlijdt op 15 maart 1909 en van het overlijden wordt aangifte gedaan door naaste buurman Engbert Jan Poorterman.

Zoon Karel, losarbeider van beroep, trouwt op 20 mei 1911 met Jenneken Aleida Reugebrink. Een foto van Karel was al te zien bij het verhaal over 't Bosser en hiernaast zien wij de foto van Jenneken. Daarnaast nog een foto van het echtpaar op wat hogere leeftijd. De kinderen zijn dan al geboren, vijf in getal. Oudste zoon Gerrit Jan wordt al in 1910 voor het huwelijk geboren in Eefde waar Jenneken met haar ouders woonde en komt pas in 1920 op Nieuw Bosser wonen. Op 19 maart 1932 trouwt hij met Janna Leusveld en zij wonen dan eerst kort op Nieuw Bosser en verhuizen in 1935 naar de Wolzak in Eefde. Zus Aaltje Frederika trouwt ook in 1932, op 19 november, met Klaas Goverts en ook zij wonen op Nieuw Bosser. Zij wonen daarna ook nog in een noodwoning aan de Kwekerijweg en in Eefde maar komen uiteindelijk toch weer op Nieuw Bosser wonen waar Aaltje Frederika Kolkman ondertussen op 7 mei 1936 is overleden. Klaas overlijdt twee jaar later als hij de bomen met gif aan het spuiten was en de tank op zijn rug ontploft.
 
Aaltje Frederika hertrouwt later met Gerrit Hendrik Nijveld en en ook Jan Willem Onstenk (broer van Gerrit Jan en Aaltje Frederika) heeft nog met zijn echtgenote Hermina Johanna Beffers op Nieuw Bosser gewoond en woonde later op de Kleine Muil. Gerit Hendrik Nijveld heeft het achterhuis verbouwd en daar hebben Gert en Alie van 1965 tot begin jaren tachtig gewoond. Later heeft hun zoon Gertie nog de schuur verbouwd tot huiskamer en keuken en woonde daar van 1967 tot 1971. Karel Onstenk is overleden op 19 oktober 1963 en Jenneken Aleida heeft nog tot 1973 in het voorhuis gewoond samen met haar broer Hendrik (Henne) en verhuisden daarna samen naar Eefde. Jenneken had ook een kostganger in huis, Egbert Willem Scholten, hij is in 1967 overleden.
 
1858-1866 Jan Willem Wentink en Egberdina Johanna Beltman Egberdina woonde met haar ouders op de Galette
1866-1887 Harmen Meijer en Willemina Bielderman Afkomstig van de Kleine Muil
1887-1894 Albert Voskamp en Gerritje Heuvelink Afkomstig van de Nieuwe Vos
1895-1897 Gerrit Jan van der Gronden en Hermina Gerdina Hogeweij Geen familie van vorige hoofdbewoners
1897-1900 Jan Groot Wesseldijk en Everdina Slijkhuis Everdina is de dochter van Marten Slijkhuis en Hermina Holland
1901-1936 Hendrik Onstenk en Aaltjen Fredrika Kolkman Afkomstig van Dijkerhof
1911-1973 Karel Onstenk en Jenneken Aleida Reugebrink Karel is de zoon van Hendrik en Aaltjen Fredrika
1932-1935 Gerrit Jan Onstenk en Janna Leusveld Gerrit Jan is de zoon van Karel en Jenneken Aleida
1935-1938 Klaas Goverts en Aaltje Frederika Onstenk Aaltje Frederika is de dochter van Karel en Jenneken Aleida
1943-1947 Jan Willem Onstenk en Hermina Johanna Beffers Jan Willem is de zoon van Karel en Jenneken Aleida
1965-1980~ Gerrit Hendrik Nijveld en Aaltje Frederika Onstenk Gerrit Hendrik is de tweede echtgenoot van Aaltje Frederika
 
Hieronder een overzicht van de bewoners van oorspronkelijk huisnummer 65a2 (de 2 staat voor dubbele bewoning). Dit huisnummer wijzigde in 1866 naar 95-2 en bij de huisnummering van 1890 verdwijnt het tweetje en wordt het huisnummer 163. Dit is een extra aanwijzing dat er toen twee verschillende huisjes waren, het andere huisnummer was in die tijd 162. Oorspronkelijke medebewoners zijn Albert Jan Leusink en Jenneken Beekman die van 't Dommerholt afkomstig zijn.

Gerrit Jan Dollen en Willemken Kloppers wonen er in de periode van 1894 tot 1902. Het echtpaar is afkomstig uit Eefde en heeft daar op verschillende adressen aan de huidige Scheuterdijk en Jodendijk gewoond. Het echtpaar heeft twee dochters, twee meisjes die in 1885 in Harfsen zijn geboren waar het echtpaar eerder woonde. December 1902 verhuist het echtpaar met dochter Hendrika Johanna naar de huidige Mettrayweg in Eefde waar Willemken op 4 april 1914 overlijdt. Gerrit Jan gaat daarna bij dochter Johanna Gezina en schoonzoon Berend Jan Heijnen op de Domme Aanleg wonen, niet ver van de Markeweg. Hier is Gerrit Jan op 3 april 1916 overleden. De foto hiernaast is van Gerrit Jan en Willemken wiens broer Karel zwager was van Hendrik Jan Strokappe uit Harfsen.

Engbert Jan Poorterman koopt op 9 september 1909 een huis op de Eesterbrink van Evert Jan Wassink.
 
1858-1865 Albert Jan Leusink en Jenneken Beekman Eerste medebewoners
1865-1874 Willem Boterman en Geertjen Poorterman  
1874-1875 Jan Willem Pekkeriet en Everdina Zandscholten Het echtpaar verhuist naar 't Dijkerhof
1877-1894 Jan Kiezel en Johanna Nieuwenhuis  
1894-1902 Gerrit Jan Dollen en Willemken Kloppers Willemken is een nichtje van Hendrik Onstenk
1902-1909 Engbert Jan Poorterman en Harmina Gerritdina Harmsen  
     
  Huidig adres: Markeweg 4  
 
Galette
 

Ook wel Ruimzigt (Ruimzicht) genoemd. Eigenaar 1832 is de weduwe van Willem Jan Laroy van de Grote Muil.

Anno 1836 staan er twee personen genoemd in het register van de personele omslag die in een ongenummerd pand wonen. Onder "id" staan aanhalingstekens, het lijkt erop dat deze twee personen samen in één ongenummerd pand wonen. Deze personen zijn Antonij Velhorst & H. Jansen.

In 1840 overlijdt op Ruimzigt Karel Zandscholten en in 1841 Henders Brinkman.

 

Over Hendrik Jan van der Meij en Barta Johanna Klein Baltink staat geschreven op de Van der Meij pagina: Hun acht kinderen worden geboren op boerderij de Galette in Gorssel waar Hendrik Jan, net als zijn vader, werkzaam was als landbouwer. Deze boerderij was door Hendrik Willem van der Meij in november 1873 gekocht van Jan Nijenhuis. Het huwelijk van Hendrik Jan was aanstaande en er was voor Hendrik Jan een boerderij nodig om op te boeren en te wonen natuurlijk. Hendrik Willem had de centen ervoor niet in een ouwe sok en sluit er in 1874 wel een hypotheek voor af.

Op 25 mei 1879 koopt Hendrik Jan voor 2000 gulden de boerderij van zijn vader. Deze wordt dan omschreven als het daghuurdersplaatsje "Ruimzicht of de Galette" met een totale grootte van bijna één hectare. Deze bestond uit een huis met erf, weide, bouwland en heide en was gelegen aan de straatweg bij het dorp Gorssel. Dit is nabij de huidige locatie van de Galette aan de Flierderweg, maar dan nog aan de huidige Zutphenseweg, halverwege de Flierderweg en Markeweg, links van de plek van het huidige huis de Nieuwe Galette. Hiernaast een kaartje anno 1911, de huidige Galette is gemarkeerd met een blauwe stip en bestond toen dus nog niet.

De perceelnummers in de akte van 1879 zijn 2316, 2315, 592 en 1616 tesamen bijna één hectare en daarbij nog het zuidelijke gedeelte van 1617 ter grootte van twee hectare dus de totale grootte was bijna drie hectare. In 1832 had het huis en erf nog perceelnummer 593 en was perceel 592 het bouwland, zie hieronder. Eigenaar in 1832 was Willem Jan Larooij die ook eigenaar van de Grote Muil. Larooij is een Franse achternaam en dit verklaart mogelijk de Franse huisnaam Galette welke een soort cake is. De Galette was en is dicht gelegen bij de Quatre Bras, weer zo'n Franse naam. De naam Galette zal echter waarschijnlijk zijn afgeleid van de tandmeester Antoine Francois Gallette die op 7 januari 1825 te Gorssel trouwde met Wilhelmine Louise von Leschen. Zij is een zus van Karel Willem August von Leschen die een schoonzoon is van Willem Jan Larooij en op de Kleine Muil woonde. Lang zal de familie Gallette niet op de Galette hebben gewoond, zij woonden voornamelijk in Zutphen. Hun eerste kind wordt op 11 maart 1825 geboren op 't Walle waar de ouders van Wilhelmine woonden.

De foto links is een foto van de oude Galette en de afbeelding rechts is een schilderij van dezelfde foto. Op de foto is de straatweg duidelijk zichtbaar en tussen de bomen en de boerderij liep de tramlijn. De man op de foto is Hendrik Jan van der Meij junior. Op 4 juni 1879, tien dagen na de aankoop van de Galette, verkoopt Hendrik Willem via een veiling in de Roskam de "Kleine Galette" welke wel aan de Flierderweg lag. Deze bestaat uit een huis en erf, bouwland, heide en dennen en was samen 1,6 hectare groot. Ook deze erve was door Hendrik Willem in 1873 gekocht, waarschijnlijk tegelijkertijd met de Galette en ook van Jan Nijenhuis. Het stukje heide (perceel 549) lag bij het boerderijtje de Prins welke aan de Flierderweg is gelegen, maar de Kleine Galette is zeer waarschijnlijk het huidige middelste boerderijtje tegenover zwembad de Boskoele aan de Lindeboomweg waarvan het perceel grenst aan de Prins. Het geheel wordt gemijnd voor 750 gulden door zoon Hendrik Jan, maar hij wordt niet de koper, dit is waarschijnlijk de notaris, Hendrik Kleijn. Deze verkoopt namelijk de Kleine Galette op 2 februari 1885 aan Jan Hendrik Braakhekke. Mogelijk is dit Hendrik Willem zijn schoonzoon Jan Hendrik Braakhekke die met Aaltjen Frederika van der Meij was getrouwd.

 

De Galette zelf stond in een leegte, een lager gelegen gebied. Als de IJssel hoog stond, trad de nabij gelegen beek ook uit haar oevers en stond de Galette en de beesten van de boerderij met hun poten in het water. Het was een oude boerderij en uiteindelijk in zeer slechte staat mede door de natte omstandigheden. Je kon er haast door de muren heenkijken, maar de familie bleef er wonen en repareerde de boerderij zo goed als ze konden zodat ze er konden blijven wonen.

Het is dan ook begrijpelijk dat in 1930 de familie van der Meij verhuisde naar een nieuwe boerderij aan de Flierderweg die ook de naam Galette kreeg. De foto hiernaast is van deze Galette boerderij. De uitrit van de oude Galette was aan de Flierderweg en op deze plek is de nieuwe Galette gebouwd.

Na vertrek familie van der Meij komt de familie Hekkelman er wonen. Ze ruilen van huis met de familie Hekkelman en gaan wonen aan de Joppelaan 24 waar Johan Hekkelman woonde, hij is overleden op 5 december 1978. Weer later woont er de familie Samberg.

 
     
1831 Antoine Francois Gallette en Wilhelmine Louise von Leschen Eerste hoofdbewoners
1840-1841 Gerrit Jan Duistermaat en Maria Arends Huisnummer 65
.......-1846 Hendrik Beltman en Jenneken Poorterman  
1847-1874 Jan Nijenhuis en Jenneken Poorterman Jan is de tweede echtgenoot van Jenneken
1874-1924 Hendrik Jan van der Meij en Barta Johanna Klein Baltink Geen familie van vorige bewoners
1911-1963~ Hendrik Jan van der Meij en Leida Muil Hendrik Jan is de zoon van Hendrik Jan en Barta Johanna
1934-1978 Hendrik Jan van der Meij en Aaltje Oplaat Hendrik Jan is de zoon van Hendrik Jan en Leida
  Gert Hekkelman en zoon  
     
  Huidig adres: Flierderweg 1 65>94>157>189>198>271>411>521
     
  Dubbele bewoning: 94-2  
1841 Jan Willem Zandscholten en Janna Wassink Medebewoners op huisnummer 65-2, waarschijnlijk al in 1839 komen wonen, afkomstig van 't Ravennest.
.......-1848 Julie August Timan en Harmken Meijer  
1849- Klaas Westerveld en Johanna Margaretha Kluppel  
1853-1870 Wilhelmus Lemmen en Elisabeth Helena Mertens  
1870-1876 Johannes Esselink en Regina Wichgers  
1876-1881 Teunis Jansen en Hendrica te Scheggert  
1882-....... Hendrikus Groenouwe en Harmina Nijkamp Afkomstig van Loobult
1889 Bernardus Evers Woont later op 't Dijkerhof
     
  Extra bewoning: 94-3  
1862-1870 Berendina ten Voorde - Fokkink Huisnummer 65-3>94-3
1870-1870 Gerritdina Hendrika ten Voorde Gerritdina is de dochter van Berendina
     
 
 
 
Flierderkamp
 

Berend Braakhekke koopt op 1 december 1905 grond van broer en zus Gerrit Hendrik Ilbrink en Frederika Ilbrink. Was waarschijnlijk perceel 594 anno 1832, nakijken wie daarvan toen de eigenaar was.

Vanaf 6 maart 1906 woont het echtpaar in een nieuw huis met huisnummer 205a. Ze zijn afkomstig uit Eefde en hebben eerder ook nog op de Prins, 't Loo en de Grote Kap gewoond.

Ze gaan er wonen samen met zoon Berend en schoondochter Johanna Hietbrink die op 2 juni 1906 zijn getrouwd.

Op 17 augustus 1911 koopt Berend Braakhekke een perceel grond te Gorssel, sectie E nrs. 2357, 2358 en 3434, van Hendrik Jan van der Meij. Op 2 februari 1920 verkoopt hij perceel 2363 aan Jan Albert Willem Kolkman die er waarschijnlijk een koepel en tuin van maakt en deze op 1 augustus 1921 verkoopt aan Mechteld Stegeman.

 
1906-1931 Hendrik Braakhekke en Hendrika Bannink Eerste hoofdbewoners
1906-1940 Berend Braakhekke en Johanna Hietbrink Berend is de zoon van Hendrik en Hendrika 
1934-....... Herman Braakhekke en Jantjen Muil Herman is de zoon van Berend en Johanna 
     
  Huidig adres: Flierderweg 3 205a>220>273>412>522
 
 
Boskoele
 
Hier hebben waarschijnlijk de families Hagens, Broer en Kiezel gewoond. Zie opmerkingen in verhaal bij de Stiele. Een gedeelte van dat verhaal moet dus hierheen verhuizen.
 
Op het kaartje hiernaast is de Markeweg met een grijze streep doorgetrokken naar de Lindeboomweg, dat was vroeger het geval.
 
 
 
Bannink
 
Idyllisch gelegen boerderij.

Op 5 januari 1853 wordt zoon Albert Jan Bannink geboren. Getuigen zijn Jan Willem Tuitert (Tjoonk) en Egbert Enterman (Joppelaan).

Akte d.d. 27-09-1875: betreft eerste veiling van onroerend goed. Tevens akte nr. 5417; betreft een daghuurdersplaats tussen de Kamperweg en de Flierderbeek onder Gorssel. Mogelijk ontstaan na boedelscheiding in 1854. Op 11-10-1875 tweede veiling, doch bedankt. In 1882 wordt er opnieuw geveild.

Johanna Hendrika de Groot overlijdt op 9 april 1931. Hendrikus Hermanus hertrouwt met Hendrika Willemina Johanna Heijink, weduwe van Harmen Jan Willem Eijerkamp. Het echtpaar gaat wonen in het huis van Hendrikus Hermanus zijnde of G418 of G414b>524 (Flierderweg 15 anno 1951) waar Hendrikus later woonde. In ieder geval woonde Hendrikus Hermanus Reugebrink voor 1939 op het laatste adres. Mogelijk verhuisde hij toen de familie Nijkamp er kwam wonen, hier maar vanuit gaan.

 

 

 
1852-1873 Egbert Bannink en Willemken van der Meij Eerste hoofdbewoners, afkomstig van de Braamkolk
1875-1875 Hendrik Jan Boterman en Jenneken Slagman Het echtpaar verhuist eind 1875 naar Ravennest
1876-1876 Johannes Esselink en Regina Wichgers  
1877-1878 Hermannus Schotman en Regina Wichgers Hermannus is de tweede echtgenoot van Regina
1878-1884 Antonij Schotgerrits en Hendrika Johanna Fluit  
1884-1912 Hendrik Willem de Groot en Christoffelina Viel  
1910-1939 Hendrikus Hermanus Reugebrink en Johanna Hendrika de Groot Johanna Hendrika is de dochter van Hendrik Willem en Christoffelina
1939-1952> Jan Nijkamp en Dina Enderink Het echtpaar was afkomstig van Dijkman in Harfsen, tegenover het erve Strookappe
    70d>110>174>202>224>278>418>531 = Lindeboomweg 3
  Dubbele bewoning:  
1865-1865 Gerrit Muil en Lena van der Meij Lena is de zus van Willemken
1865- Hendrik Jan Broer en Willemina van der Meij Willemina is de zus van Willemken en Lena
1885 Berend Scholten Woonde eerder op de Stege
1888-1907 Reinirus Johannes Branderhout en Berendina Weeverink  
1908-1926~ Jan Hendrik Meijerink en Aleijda ter Maat Het echtpaar verhuist tussen 1921 en 1930 naar Eefde
1925-1926~ Derk Jan Brokken en Aleijda Meijerink Aleijda is de dochter van Jan Hendrik en Aleijda
  Daarna geen dubbele bewoning meer  
    70d2>110-2>175>201>225>279
 
 
Kleine Galette
 

Op 4 juni 1879, tien dagen na de aankoop van de Galette, verkoopt Hendrik Willem via een veiling in de Roskam de "Kleine Galette" welke wel aan de Flierderweg lag. Deze bestaat uit een huis en erf, bouwland, heide en dennen en was samen 1,6 hectare groot. Ook deze erve was door Hendrik Willem in 1873 gekocht, waarschijnlijk tegelijkertijd met de Galette en ook van Jan Nijenhuis. Het stukje heide (perceel 549) lag bij het boerderijtje de Prins welke aan de Flierderweg is gelegen, maar de Kleine Galette is zeer waarschijnlijk het huidige middelste boerderijtje tegenover zwembad de Boskoele aan de Lindeboomweg waarvan het perceel grenst aan de Prins. Het geheel wordt gemijnd voor 750 gulden door zoon Hendrik Jan, maar hij wordt niet de koper, dit is waarschijnlijk de notaris, Hendrik Kleijn. Deze verkoopt namelijk de Kleine Galette op 2 februari 1885 aan Jan Hendrik Braakhekke, schoonzoon van Hendrik Willem van der Meij en in die tijd bewoner van de Klein Galette.

De pasteltekeningen van de boerderij zijn gemaakt door Sylvia van Berkel. Voor meer tekeningen en schilderijen van haar zie deze website.

 
 
 

 

Johanna Hagens overlijdt op 30 oktober 1875. Harmen gaat daarna bij buurman Gerrit Jan van der Meij wonen en november 1876 verhuist hij naar 't Velderhof.

Akte 02-02-1885: het daghuurdersplaatsje "de kleine Galette", bestaande uit een huis en erf, bouwland en heidegrond en dennen, in de Gemeente Gorssel, sectie E, nrs. 2356, 549, 1580, 1581, 1582, 1583 en 1584.

Anno 1952 wonen hier W. Beltman, H. Braakhekke, wed. E.J. Braakhekke en W. Schermer.

 
1859-1870 Arend Leusink en Grada Bouwmeester Waarschijnlijk de eerste hoofdbewoners
1871-1875 Albertus de Haan en Hendrika IJsseldijk Geen familie van vorige hoofdbewoners
1875-1914 Jan Hendrik Braakhekke en Aaltjen Frederika van der Meij Geen familie van vorige hoofdbewoners
1901-1952 Evert Jan Braakhekke en Sina Hendrika de Groot Evert Jan is de zoon van Jan Hendrik en Aaltjen Frederika
1922-1952> Willem Beltman en Christoffelina Braakhekke Christoffelina is de dochter van Evert Jan en Sina Hendrika
    70e>111>176>203>223>276>417>530
     
  Dubbele bewoning  
1861-1875 Harmen Mensink en Johanna Hagens  
1876-1894 Egbert Roelof Poorterman en Jenneken Beltman  
  Huidig adres: Lindeboomweg 5 70e2>111-2>177
 
 
Stiele
 

Een stiel(e) is een deurpost/deurlijst, maar ook het rechtopstaande zware hout waarop de dakconstructie steunt zoals je dat tegenkomt op de deel van boerderijen. Misschien zijn er op dat perceel ooit zware bomen gekapt die als 'stiel' zijn gebruikt.

Waarschijnlijk is het huis van de Flierderweg 7 gebouwd in 1851 en is deze eerst bewoond geweest door Willemina van der Meij en vanaf 1854 door haar broer Gerrit Jan van der Meij. In dat geval zullen Willemina en haar echtgenoot Teunis Hagens in 1854 een nieuw huis hebben gebouwd, mogelijk het huis bij de Boskoele? Indien dat zo is, dan ook het verhaal bij de Braamkolk wat aanpassen.

Bovenstaande is goed mogelijk. Dat verklaart ook de "leegstand" van het huis Flierderweg 7 in de periode 1877-1889. Betreft dan dus het huis bij de Boskoele welke in 1877 zal zijn afgebroken en waarvan het huisnummer overging naar Flierderweg 7 met vanaf 1889 een dubbele bewoning. Maar op basis van de huisnummering van 1866 zou Gerrit Jan van der Meij op deze plek hebben gewoond dus is het allemaal nog niet duidelijk.

 

In 1851 zal het echtpaar Hagens zijn verhuisd van de Kleine Kap naar deze plek. Deze is aangekocht op 10-01-1851 door Gerrit Berend van der Meij van Albert Eggink en dat was een stuk heide E547 waarop dus een huis zal zijn gebouwd. Bij de boedelscheiding in 1854 blijkt dit huis en erf E1383 + heide E1384 t.w.v. 300 gulden. Anno 1861 woont het echtpaar Hagens op huisnummer G70f.

Perceel 547 is van toepassing op het huis van Flierderweg 7 maar hebben hier twee verschillende huizen gestaan misschien?

Gerrit Jan van der Meij en Lammerdina Klein Nulent trouwden op 22 september 1854 in Gorssel. Op 31 augustus 1854 leent Gerrit Jan geld van Philippus Velderman met als hypotheek een huis en erf met bijgelegen gronden te Gorssel. Op 11 september 1854 verkoopt hij bijen, moesten die het huis uit van Lammerdina? :) Moeder van Gerrit Jan is Aleida Smeenk die daarvoor op de Braamkolk woonde en bij het stel zal zijn komen inwonen.

 

Gezien de huisnummering van 1866 woonde Gerrit Jan van der Meij (huisnummer 109) in ieder geval niet op de Flierderweg 7 en woonde daar Jan Kiezel (huisnummer 112). Gerrit Jan zal dan gewoond hebben in het huisje wat op bij de Boskoele heeft gestaan.

In de periode 1877-1889 is er geen bewoning in het huis met huisnummer 112. Heeft het huis leeggestaan of is het huis afgebroken en in 1889 herbouwd?

Bij de hernummering in 1890 gebeurt er wat vreemds. Het huis van de familie Groot Bluemink krijgt in eerste instantie huisnummer 179 maar dat wordt gewijzigd naar 178 en huis van Gerrit Jan van der Meij krijgt huisnummer 179 terwijl deze op het blad van 1883-1890 nog huisnummer 178 kreeg. Een administratieve dwaling of is er hier meer aan de hand?

Op 29 mei 1890 komt ook Hendrika Diekerman, echtgenote van Hendrikus Groenouwe, bij de familie Groot Bluemink wonen. Bijzonder, want zij was op 29 mei met Hendrikus getrouwd maar hij kwam er niet wonen. Hendrikus woonde eerder met Harmina Nijkamp op de Galette.

Op 31-10-1891 verkoop van huis te Gorssel, sectie E nrs. 2628, 2619, 1578 met grond. Betreft verkoop van Gerrit Jan van der Meij aan Gerardus Jolink, ook wel Gradus Joling. Hij is rooms-katholiek evenals de familie Branderhorst die waarschijnlijk van hem zijn gaan huren. Maar Gerrit Jan van der Meij verhuist niet. Hij zal dus eigenaar zijn geweest van het huis van Flierderweg 7 maar er niet hebben gewoond. Andere mogelijkheid is dat hij er wel woonde en is gaan huren van Gradus.

In 1893 vertrekt de familie Groot Bluemink naar een nieuw huis in Gorssel en komen Bernardus Antonius Branderhorst en Berendina Johanna Gerarda Weverink in het huis wonen. In het bevolkingsregister wordt foutief de naam van Johanna Hendrika Berendina Weverink geb. 24-03-1870 vermeld, dat is de zus van Berendina. Foutjes slopen regelmatig in dit register.

 

Gerrit Berend van der Meij verhuist in peride 1910-1921 van huisnummer G222 naar G238 (Joppe) en G222 komt dan te vervallen. Hij gaat in oktober 1917 wonen bij zus Hendrik Aleida wed. van Johannes van Druten. Het is opvallend dat een maand ervoor het huis van Flierderweg 7 is verkocht, zie hieronder. Woonde Gerrit Berend dan toch hier en was er dan sprake van dubbele bewoning? Op de kaart van 1900 is te zien dat het huis van het voetbalveld is verdwenen. Op de kaart van 1897 is een vaag stipje te zien, maar niet zo duidelijk aangegeven als de andere huizen. Mogelijk stond hier dus helemaal geen huis en was deze in 1890 al verdwenen, staat immers ook niet op de kaart van 1890. Is dan Gerrit Jan van der Meij al in 1877 verhuisd naar de Flierderweg 7 en heeft hij daar dan de plek ingenomen van de familie Kiezel en is er in 1889 dubbele bewoning ontstaan als de familie Groot Bluemink er ook komt wonen?

Koopcontract d.d. 05-09-1917: betreft huis met erf en bouwland te Gorssel, sectie E nrs. 2628 en 2629. Gradus Hendrikus Jacobus Joling verkoopt aan Bernardus Antonius Branderhorst.
Op 01-02-1918 akte van hypotheek, betreft huis met erf en bouwland aan de Flierderweg, sectie E nrs. 2628-2629 en 1578. Tussen Bernardus Antonius Branderhorst en Hendrik Willem Braakhekke.
Perceel 2628 is ook van toepassing op Flierderweg 7 en hier woonde Bernardus Antonius Branderhorst, akte 09-02-1922: betreft hypotheek op huis aan de Flierderweg, kadastraal Gorssel sectie E nrs. 1578, 2628 enz.

 


In 1928 (of misschien al iets eerder) komen Hendrik Willem Oldenmenger en Derkjen Goorman in het huis wonen, zij afkomstig van Broer op de Eesterbrink. Dochter Anna trouwt later met Hendrik Jan Nijenhuis en zij komen dan ook in het huis wonen.

In 1955 vertrekken Hendrik Jan Nijenhuis en Johanna Hendrika Oldenmenger met Hendrik Willem Oldenmenger naar Deventer en komt de familie Schuurman hier wonen. Derkjen Goorman was al op 6 mei 1944 overleden. Op de foto hiernaast zien wij Hendrik Willem Oldenmenger en Derkjen Goorman met hun dochter Anna en zoon Antoni.
 
 
1854-1906 Gerrit Jan van der Meij en Lammerdina Klein Nulent Eerste hoofdbewoners
1906-1917 Gerrit Berend van der Meij Gerrit Berend is de zoon van Gerrit Jan en Lammerdina 
    70c>109>178>179>204>222>vervallen
     
1851-1862 Teunis Hagens en Willemina van der Meij Eerste hoofdbewoners
1863-1866 Hendrik Jan Broer en Willemina van der Meij Hendrik Jan is de tweede echtgenoot van Willemina
1866-1877 Jan Kiezel en Johanna Nieuwenhuis Zij verhuizen in 1877 naar Nieuw Bosser
1877-1889 Geen registratie  
1889-1893 Gerrit Jan Groot Bluemink en Janna Schutte  
1893-1928~ Bernardus Antonius Branderhorst en Berendina Johanna Gerarda Weverink Het echtpaar verhuist voor 1930 naar Epse
1928-1955 Hendrik Willem Oldenmenger en Derkjen Goorman 1928 gesteld, zie verhaal Broer op de Eesterbrink
1948-1955 Hendrik Jan Nijenhuis en Johanna Hendrika Oldenmenger Johanna Hendrika is de dochter van Hendrik Willem en Derkjen
    70f>112>179>178>205>221>275>416>529> Flierderweg 7 anno 1951
     
  Huidig adres: Flierderweg 7  
 
 
1867
1890
1900
 
 
 
 
 
Prins
 

Harmen Meijer is geboren op Bartels Hofstede en is de kleinzoon van Jan Prins. In 1832 is de woning nog eigendom van de geërfdens van Eschede.

Huisnummer 71 anno 1841. In 1845 wonen hier ook Harmen Mensink (afkomstig van Bartels Hofstede) en Johanna Hagens.

Koopakte d.d. 23-11-1848: betreft het plaatsje "de Prins" of "Prinsenplaats" onder Gorssel. Klaas en Gardina verkopen aan Julie August en Harmken

Overdragct 10-10-1863: betreft "De Prinsenplaats" bestaande uit huis en erf, bouw- , weide- en heidegrond te Gorssel verkocht aan Harmen Nijenhuis. Julie August en Harmken wonen dan al een aantal jaren in Markelo.

Ook wel Prinsenhof genoemd, zie hypotheek d.d. 01-03-1864 betreft "de Prinsenhof" bestaande uit huis en erf, bouw- en heidegrond te Gorssel op naam van Harmen Nijenhuis en Hendrika Holmer.

 
1791-1848 Harmen Meijer en Hendrika Knopers Eerste hoofdbewoners
1817-1836 Derk Meijer en Gardina Bluemink Derk is de zoon van Harmen en Hendrika
1836-1850 Klaas Dijkink en Gardina Bluemink Klaas is de tweede echtgenoot van Gardina
1848-1854 Julie August Timan en Harmken Meijer Harmken is de dochter van Derk en Gardina
1854-1860 Egbert Enterman en Willempje Knippenberg Verhuist naar huisnummer 11d = Joppelaan
1860-1895 Harmen Nijenhuis en Hendrika Holmer Geen familie van vorige hoofdbewoners
1894-1899 Hendrik Jan Nijenhuis en Gerritjen Braamkolk Hendrik Jan is de zoon van Harmen en Hendrika
1899-1900 Hendrik Braakhekke en Hendrika Bannink Geen familie van vorige hoofdbewoners
1900-1955 Gerrit Muil en Johanna Voupel Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van de Bongerd
1924-....... Johan Hekkelman en Harmina Muil Harmina is de dochter van Gerrit en Johanna
1951-....... Gerrit Hekkelman en Frederika Alberta Sletterink Gerrit is de zoon van Johan en Harmina
     
  Huidig adres: Flierderweg 11 71>113>180>206>226>277>415>527
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hierna gaat het richting Joppe met o.a. Joppe kasteel, het erve Job (Nijland), Ruimzigt, Vossenbelt, Vuurslag/Nieuwkamp, Achterkamp, Voortman etc.
 
Huisnummering 1815, 1841 en 1866 gesorteerd op nummering 1841
 
               
  1815 1841 1866 1890   1952 hoofdbewoner  
               
Groterkamp 27 69 102        
Reuvekamp 28 70 103        
Prins 32 71 113 180 Flierderweg 11    
Wachtpost 23 x 71a 114 181 Amelterweg 10 Jansen Vreling  
Joppe kasteel 31 72 115 194 Joppelaan 66 Wed. von Heijden  
Joppe tuinman   73 116 188 Joppelaan 71 Verholt 116 wordt nieuwe huisnummer van 73 maar betreft een ander huis namelijk RK pastorie i.p.v. tuinmanswoning van kasteel Joppe
Braakman     116a 187 Afgebroken   vanaf 1870
Joppe bouwman   74 117 193 Eikeboomlaan 2 Haarman  
Ruimzigt > Uithoek 29 75 118 191 Eikeboomlaan 6 Jansen Na 1841 andere locatie en genaamd Uithoek?
      118-2 192 Eikeboomlaan 4 Geurtsen  
Eikeboom x x 118a 189 Joppelaan 64 Van der Meulen  
Tuinman Kersten x x 118b 195 Afgebroken    
  x x 118c 185 Joppelaan 58 Huis in 't Veld vanaf 1881
Tol?     118c2 186 ?    
Stationschef x 75b 119 182 Spoorpad 2 Hamer  
Kruidenier       x Joppelaan 54 Brinkman  
Bosrestaurant x x 119a 183 Joppelaan 56 Sotthewes vanaf 1883
Spoorwachter x 75a 120 184 Joppelaan 69 Van Enck  
Vossenbeld x 76 121 197 Middenbospad 2 Veldink  
Spoorpad x 76a 122 196 Spoorpad 7 Jansen  
Teunissen x 77 123 198 Joppelaan 79 Teunissen  
Achterkamp 30 78 124 199 Schapendijk 1 Kleinwolt  
               
               
 
 
 
 
 
 
Kasteel Joppe
 

HUIS 'T JOPPE [Jobster, Nieulant, Jobstede, Nijelanden] De eerste bronnen van 't Joppe gaan terug tot in 1565, toen Lubbert van Cuenre 'die Nijelanden', natte heidegronden, onder Gorssel liet ontginnen. Eind 17e eeuw liet luitenant Willem van Sughtelen een ringsloot aanleggen, die nog grotendeels bestaat. De voorganger van het rond 1740 gebouwde landhuis was waarschijnlijk niet meer dan een boerderij. Het 18e-eeuwse landhuis werd gebouwd in opdracht van de Deventer burgemeesterfamilie Van Markel, die het landgoed via vererving hadden gekregen. De Hottingerkaart (1783) toont het landhuis aan het eind van een lange oprijlaan. Direct achter het landhuis lagen moes- of siertuinen in een eenvoudig sterpatroon. Rond 1800 werd een deel van de bestaande geometrische aanleg vervangen door een vroeg-landschappelijke aanleg met slingerpaden, waarbij de gracht een meer natuurlijke verloop kreeg. In 1828 kocht de Amsterdamse natuurkundige dr. Antoni Brants (1805-1862) het landgoed, schoonzoon van A.C.W. Staring (van de Wildenborch). Het gehele park werd veranderd in landschapsstijl. In 1853 liet Brants de rechter zijvleugel verlengen en vermoedelijk is toen ook de koepelkamer aan de achterzijde aangebouwd. Brants was drie maal getrouwd en had twaalf kinderen, van wie er nog tien in leven waren. Dit gaf zoveel complicaties bij de erfenis, dat men het goed opnieuw verkocht heeft aan de familie Van Hövell tot Westerflier. Frans Ernst Alexander van Hövell tot Westerflier woonde hier met zijn vrouw R. Boreel de Mauregnault; hun alliantiewapens staan in de gevel. Tevens liet hij de oude bouwhuizen vervangen door nieuwe bijgebouwen en liet hij bij het landhuis de rooms-katholieke kerk bouwen (zodat hij niet naar Zutphen ter kerk hoefde). Rond 1880 werd een berceau, een tunnel van haagbeuken, aangeplant. In het parkbos liggen onder meer een koepel, waaronder zich een ijskelder bevindt, en een sterrenbos. De huidige eigenaren zijn de erven van Lidia Félicie Marie jonkvrouwe van Heyden, kleindochter van F.E.A. van Hövell tot Westerflier.

Frans leefde van het bestieren van zijn landgoed. Hij stond bekend als een echte buitenman die, in tegenstelling tot zijn vrouw, het liefst op zijn landgoed was met zijn Schotse collie. Net als zijn broers was Frans ook zeer betrokken bij geloof, kerk en maatschappij. Hij was kerkmeester en ontving ook het achtpuntige kruis, bij besluit van 15 november 1911, waarna hij zich ridder mocht noemen in de orde van de Heilige Gregorius. In hetzelfde jaar overleed zijn vrouw Raphaëla. Frans bleef alleen op 't Joppe achter. Toen zijn gezondheid verder achteruit ging werd hij thuis verpleegd door een paar nonnen, tot aan zijn dood in 1926. Lidia F.M. de Maes Janssens, jonkvrouwe von Heijden, kleindochter van baron Frans, was de laatste bewoners. Zij overleed in 2011.Bron: 150 jaar kerk in Joppe van Froukje Holtrop.

1863: Omschrijving van het landgoed Het Joppe, bestaande in heerenhuis en bijbehoorende gebouwen, wandelingen met opgaand hout en waterpartijen, benevens de daarbij behoorende boerenerven Joppe, het Esterholt, Marsveld, den Uithoek, het Gier en de Naar [...] alsmede het buitengoed De Haar of Klein Joppe.

 

 

 
1797 Anna Aleida Bouwer Register oorlogsschade
1815 Arnold Hendriks van Markel Brouwer en Sophia Adriana Everdiena van Heeckeren tot Walien Register personele omslag
  Antonie Brants en Carolina Sophia Staring  
  Antonie Brants en Adelaida Rudolphine Clignett  
1861 Antonie Brants en Elisabeth Mechteld Jordens  
1866- Frans Ernst Alexander Hövell van Westervlier en Weezeveld en Raphaëla Maria Alexandra Anthonia Johanna Baptista Wilhelma Boreel de Mauregnault  
     
     
     
    72>115>194>221>264>346>490>602
 
Tuinmanswoning Joppe
 
Deze wordt op een gegeven moment afgebroken en het huisnummer gaat dan over naar de woning van de pastoor.
 
     
     
.........-1864 Hendrik van Ee en Harmina Willemsen  
  Huisnummer van tuinmanswoning naar pastorie?  
1868-1873 Mattheus Antonius van Crimpen Pastoor
  Etc.  
     
    73>116>188>216
Braakman Joppe
 
1870-1907 Antoni Martinus Braakman Afkomstig van de Smid uit Gorssel
1870-1908 Berendina Alberta Klein Heerenbrink Nicht van Antoni Martinus. Verkoop d.d. 17-10-1908, betreft huis te Gorssel, sectie E nrs. 3323 enz. Zij vertrekt op 8 december 1908 naar Voorst
  Nog uitzoeken, tot 1910 geen registratie op dit blad  
     
     
     
     
    116a>187>215>258>338/339>X>X > Joppelaan in de buurt van de Eikeboom
 
 
Bouwmanswoning Joppe
 
Ook wel genaamd 't Job of de Bouwhof Joppe. Deze behoorde tot het Huis Joppe.
 

Mannes ten Have en Janna Klein Velde wonen op 't Have in Oxe en verhuizen omstreeks 1827 naar kasteel Joppe te Gorssel. Volgens het kadastrale register zijn zij in 1832 (1831) hoofdbewoners van perceel B352 en de eigenaar is Anthony Brants die ook de eigenaar is van Huis Joppe (B330, waar hij woont) en van de tuinmanswoning (B325) welke wordt bewoond door J. van Deursen en welke in 1862 is afgebrand.

In 1836 zijn zij volgens het register van personele omslag verhuisd naar de nieuwe bouwmanswoning nabij het kasteel.

Akte 10-05-1844: Mannes ten Have x Janna Klein Velde (overleden) schenkt deel van inboedel aan zoon Albert t.g.v. zijn huwelijk met Willemina Hendrika Tuitert. Voorwaarden en verpleging. In huis is ook een ziekelijke dochter Aaltjen ten Have. Het echtpaar is eigenaar van de Drie Kievietten en heeft daar ook gewoond. Zij hebben deze in 1845 opnieuw gebouwd. Mannes is in 1865 overleden in de bouwmanswoning bij kasteel ’t Joppe.

Albert ten Have en Willemina Hendrika Tuitert en later gehuwd met Hendrika Nijkamp. Albert woont met zijn beide echtgenotes op de bouwmanswoning bij kasteel ’t Joppe. Willemina Hendrika en Albert zijn daar overleden resp. in 1860 en 1882. Hendrika verhuist in 1883 naar Laren (Verwolde) en overlijdt daar in 1887.

 

Het letterdoek hiernaast is omstreeks 1857 gemaakt door Willemina Hendrika Tuitert. Zij is op 16 augustus 1818 geboren op 't Smeenk in de Eesterhoek. Op het doek staan naast de initialen van haarzelf en die van haar echtgenoot ook de initialen van haar ouders Marten Tuitert en Jenneken Roeterdink en die van haar schoonouders en Mannes ten Have en Janna te Velde. En die van haar vijf kinderen die er toen waren: Mannes, Marten, Jan Albert, Johan en Jantjen. Alleen de initialen van zoon Willem ontbreken, hij is in 1859 geboren en het doek hing toen al aan de muur in de bouwmanswoning!

De oorspronkelijke bouwmanswoning is afgebroken en op de fundering is een nieuwe woning gebouwd.

Grada Hendrika Derkes is de zus van Johanna Hendrika Derkes die op 't Gier in de Eesterhoek woonde.

 
1836-1865 Mannes ten Have en Janna Klein Velde Eerste hoofdbewoners
1844-1863 Albert ten Have en Willemina Hendrika Tuitert Albert is de zoon van Mannes en Janna
1863-1883 Albert ten Have en Hendrika Nijkamp Hendrika is de tweede echtgenote van Albert
1883-1926 Johannes Haarman en Willemina Rouwelaar Geen familie van vorige hoofdbewoners
1919-1952> Johannes Haarman en Grada Hendrika Derkes Johannes is de zoon van Johannes en Willemina
     
  Huidig adres: Eikeboomlaan 2, maar afgebroken 74>117>193>220>263>345>489>601
 
 
Uithoek
 

In 1841 gebeurt er wat bijzonders bij 't Ruim. Het huis krijgt huisnummer 75 terwijl Achterkamp huisnummer 78 krijgt. Daar tussen zitten de huisnummers 76 van Vossenbeld en 77 van "Teunissen". Dat is niet logisch als het huis op dezelfde plek staat en het huis zal dus zijn verplaatst. Tevens zien wij dat jaar een nieuwe hoofdbewoner zijnde Jan Geurken die werkbaas op 't Joppe is. Waarschijnlijk is voor hem een nieuwe woning gebouwd aan de huidige Eikenboomlaan. De namen Ruim en Ruimzigt worden niet meer gebruikt in de overlijdensakten en nu komt de naam Uithoek voor b.v. bij het overlijden van Mannus Wesseldijk in 1843. Jan Geurken en Mannus Wesseldijk worden in 1841 op huisnummer 75 ingeschreven, maar Mannus wel op 75-2 dus als medebewoner.

Op 8 augustus 1843 overlijdt Mannus Wesseldijk op katerstede de Uithoek. Aangenomen dat Aaltjen Bussink daarna is verhuisd. Zij is in 1882 overleden op Hoekman en woonde van 1858 tot 1879 op 't Dijkerhof. Daarvoor woonde zij een jaar in Warnsveld bij dochter Harmina en schoonzoon Albert Wessels waar zij op 1 mei 1857 is komen wonen. Zij was afkomstig van Gorssel

Jan Geurken trouwde op 24 november 1838 met Teuntjen Bannink en ze gaan eerst in Harfsen wonen waar op 8 april 1839 dochter Willemina is geboren. Getuige bij de geboorte aangifte is de 30-jarige dagloner Jan Strookappe die op de Kleine Koekkoek woonde, waarschijnlijk woonden Jan en Teuntjen daar in de buurt en dus al niet ver van Joppe.

In de periode 1844-1852> wonen ook Mannes Scheuter en Maria Geurken (zus van Jan) in op Ruimzigt die toen huisnummer 75 had en Mannes en Maria woonden op huisnummer 75-2. Jan Geurken was werkbaas op het Joppe. Jan en Maria waren de kinderen van Hendrik Jan Geurken en Willemina Holtmark. Bij het overlijden van Maria in 1877 wordt haar moeder Willemina Strokappe genoemd. Mannes en Maria verhuisden in 1866 naar Loo samen met Aaltjen Hoefman die trouwde met neef Willem Scheuter.

Overleden op de Uithoek: Mannes Wesseldijk in 1843, NN Scheuter in 1847 en Johanna Willemina Scheuter in 1852.

Huizenregister 1921: Huisnummer 344: Uithoek = bewoond door Wed. J.Th. Jansen = Eikeboomlaan 6 anno 1951

 
     
1841-1880 Jan Geurken en Teuntjen Bannink Eerste hoofdbewoners
1880-1942 Johannes Theodorus Jansen en Everdina Willemina Mulder Werkbaas.
1952 Albertus Johannes Jansen Albertus Johannes is de zoon van Johannes Theodorus en Everdina Willemina, hij is landbouwer van beroep
     
1841-1843 Mannus Wesseldijk en Aaltjen Bussink Eerste medebewoners, afkomstig van 't Ruim
1844-1866 Mannes Scheuter en Maria Geurken Maria is de zus van Jan
1866-1866 Nicolaas Hieronimus Peters en Johanna Hoogenbosch Opzichter
1868-1869 Bernardus Slot Gaat wonen op huisnummer 118a = de Eikeboom
1872 Johannes Kersten en Catharina Hendrika Garderen Gaat wonen op huisnummer 118b = Joppelaan
1877 Anna Maria Kreinen en August Keyser Afkomstig van het huis van de wisselwachter
1894 Lieuwe van der Meulen en Sjieuwke Tjebbes Witteveen  
     
  Huidig adres: Eikeboomlaan 6 75>118>191>218>262>344>488>600> Eikeboomlaan 6 anno 1951
 
 
Eikeboom
 
   
 
1869-1886 Bernardus Slot en Louisa Bonnenberg Eerste hoofdbewoners
1886- Lieuwe van der Meulen en Johanna Everdina Hendrika Overvelde  
     
     
     
     
     
     
     
    118a>189>217>260>340>485>597> Joppelaan 64 anno 1951
 
 
Kersten
 
1872 Johannes Kersten en Catharina Hendrika Gardingen Eerste hoofdbewoners, Johannes is tuinman van beroep
     
     
     
     
     
    118b>195>222>265>347>491>X > geen adres 1951 (tussen Joppelaan 78 en 91)
 
 
 
 
Tolhuis
 
Het huis erna is de Wingerd (RK Parochiehuis) en had dubbele bewoning, voor en achterzijde. In 1952 woonden hier E.A. v.d. Kamp en J.W. Vroom. Later woonden hier Verholt en Weultjes. Ook Herman Huis in 't Veld heeft er gewoond, aan de voorzijde waar later Verholt woonde.
 
 
1881-1883 Gerrit Hendrik Brinkman en Johanna Jacoba Dikkers Eerste hoofdbewoners, zij verhuizen in 1883 naar 119a
1883-1887 Alexander Jochems en Geesken Groot Enzerink  
1887-1889 Gerrit Jan Draaijer en Johanna Aleida Dolleman  
1889-1895 Maria Wichink - Huis in 't Veld  
1895 Hendrikus Huis in 't Veld Hendrikus is de zoon van Maria
     
1883-1896 Gerrit Willem Groot Velderman en Derkjen Schoemaker Huisnummer 118c2. Tolgaarder, wordt in register 1883-1890 op huisnummer 118c2>186 geregistreerd = huisnummer 595 volgens overzicht, maar daarna geen adres
1896-1905 Willem Braakhekke en Hendrika Jansen  
1905-....... Hendrik Jan Grooteboer en Berendina Oosterkamp  
     
1934-1952 Johannes Gerhardus Huis in 't Veld en Willemina Gerritdina Schuurman Afkomstig van Hellendoorn. Zoon Hein bleef er wonen.
    118c>185>213>256>336>482>594> Joppelaan 58 anno 1951
 
 
Station
 
 
 
1865-1866 Johannes van Eck en Johanna Scheuer Stationschef
1866-1867 Jacobus Snoek en Winnigje Ros Stationschef
1867-1867 Coenraad Albertus van Valkenburg en Cornelia Johanna de Rou(?) Stationschef
1867-1874 Richard Cornelis Schooleman en Wilhelmina Grave Haltechef
1874-1875 Willem Reinier van Buggem en Johanna Maria Willemsen Stationschef
1875-1878 Charles Francois Larméné en Josephine Louise Beltjens Stationschef
1878- Abraham van Leeuwen en Derkje Gerritsen Stationschef
     
1950 Waalboer  
1952 G. Hamer  
     
    75b>119>182>208>254>328>472>574> Spoorpad 2 anno 1951
 
 
Wachtpost 23
 
Hier woont de wisselwachter c.q. seinwachter.
 
1865-1867 Gerardus Johannes Martinus Souwerbren en Reintje Haarbrink
Eerste hoofdbewoners
1867-1868 Andries Gradus Velthuijsen en Antonia Beuse Geen familie van vorige hoofdbewoners, ze wonen later op spoorwachter
1868-1877 Anna Maria Kreinen en August Keyser August is de zoon van Anna Maria en is wisselwachter van beroep
1877 Hendrik Carel Noorman en Cornelia Wilhelmina Koebergen Spoorbeambte
1878-1879 Hendrik Jan Ruempol en Maria Susanna Barink Seinwachter, het echtpaar vertrekt in 1879 naar het huis van de spoorwegwachter
1879-1889 Jan Willem Jansen en Grietje Stoelhorst Seinwachter
1890-1893 Jan Hendrik ten Brinke en Hendrika Aleida Dommerholt Wisselwachter
1896-1897 Machiel de Vries en Aaltje Riphagen Telegrafist
1897-1899 Jacobus Lambert Buitenhuis en Janke Jans van der Meulen Spoorbeambte
1899-....... Hendrik Jan Anneveldink en Gerritjen Bouwhuis Spoorwegarbeider
     
     
     
     
1952 W. Jansen Vreling  
1956-1963~ Voskamp  
    71a>114>181>207>227>296>441>571> Amelterweg 10
 
          
Wachtpost 24
 

Jan is wegwerker op den (stations?) overweg en seinwachter. Andries en Willem zijn spoorwegwachter van beroep.

 

 
 
1865-1868 Jan Schoolderman en Gerritje Assink Eerste hoofdbewoners
1868-1870 Andries Gradus Velthuijsen en Antonia Beuse Geen familie van vorige hoofdbewoners, afkomstig van wisselwachter
1870-1874 Willem Stoelhorst en Berendina Hendrika Jansen Geen familie van vorige hoofdbewoners
1874-1878 Willem Stoelhorst en Maria Huisken Maria is de tweede echtgenote van Willem
1879-1888 Hendrik Jan Ruempol en Maria Suzanna Barink  
1889-1896 Jan Willem Jansen en Grietje Stoelhorst  
1896-1898 Johan Abraham van Huizum en Hillechien Lugt  
1899-...... Johannes van Druten en Hendrika Aleida van der Meij  
     
1952 Weduwe H. van Enck en G.J. van Enck  
     
    75a>120>184>210>255>329>473>577> Joppelaan 69 anno 1951.
 
 
Bosrestaurant
 
1883 Gerrit Hendrik Brinkman en Johanna Jacoba Dikkers Eerste hoofdbewoners
     
     
    119a>183>209>253>327>471>575> Joppelaan 56 anno 1951
     
1890 Georg Karl Scheid Huisnummer 183a
  Vervallen periode 1890-1899  
     
 
 
 
 
 
Vossebeld
 

Op de pre kadastrale kaart van 1818 wordt de Vossebeld al geschetst en waarschijnlijk is het boerderijtje dat jaar gebouwd. Het is gelegen op de grond van de marke Gorssel aan de grens van de marke Epse. De eerste hoofdbewoners zijn Berend Muil en Aaltjen Scholten die afkomstig zijn van de Peerdekate in de Boschterhoek waar zij in 1815 nog staan geregistreerd. Berend was in 1818 al 62 jaar oud en zal de verhuizing niet hebben bedacht, het lijkt erop dat zoon Engbert het boerderijtje heeft gesticht en dat zijn ouders zijn meeverhuisd. Engbert trouwt op 18 april 1823 met Janna Meijer (Plasman) uit Bathmen en hetzelfde jaar wordt dochter Bartjen al op de Vossebeld geboren. Daarna worden er nog vijf kinderen uit het huwelijk van Engbert en Janna geboren. Aaltjen Scholten heeft dit niet meer meegemaakt, zij is op 10 juli 1824 overleden. Berend Muil werd nog wel opa van vijf van de zes kinderen, hij overleed op 6 juni 1833.

In 1832 werd de definitieve kadastrale kaart uitgegeven en in het register wordt Egbert Muil genoemd als bewoner en eigenaar van de Vossebeld. Waarschijnlijk woonde de familie Muil gepacht op de Peerdekate en wilde Engbert iets voor zichzelf en daarvoor was op de Gorsselsche Heide voldoende ruimte. Het huis en erf van erve Vossebeld stond anno 1832 kadastraal bekend onder B389 en was 66 m2 groot. Daarbij hoorde ook nog een hectare heide (B386), anderhalve hectare bouwland (B388) en een klein stukje bos (B387). Engbert was dagloner van beroep maar was ook landbouwer op de Vossebeld.

In 1846 trouwt oudste dochter Bartjen met Hermanus Kroese en de geschiedenis herhaalt zich: ook nu wordt hetzelfde jaar een dochter geboren. Maar op 1 juni 1847 overlijdt Hermanus op 33-jarige leeftijd. Bartjen hertrouwt op 14 april 1848 met Jan Veldink, die net als Hermanus dienstknecht van beroep was bij zijn huwelijk, maar na zijn huwelijk aan de slag gaat als dagloner. Uit het tweede huwelijk van Bartjen worden acht kinderen geboren.

 


Op 4 juli 1864 schenken Engbert en Janna de Vossebeld aan oudste dochter Bartjen en diens echtgenoot Jan Veldink. Betreft schenkingsakte 3547. Deze opvragen om te zien welke perceelnummers er worden genoemd en dat dan verwerken in verhaal. Omstreeks 1864 wordt namelijk begonnen met de bouw van de spoorlijn waarvoor het boerderijtje is verplaatst. In 1866 krijgen Bartjen en Jan een hypotheek van 1200 gulden en mogelijk was deze nodig om de bouw van de nieuwe Vossebeld te financieren en hebben zij dus in 1864 nog de oude Vossebeld geschonken gekregen. Overigens zal er ook geld zijn gekomen van de Spoorwegen die best goed betaalde voor de grond die zij kochten en er zal extra zijn betaald omdat ook het huis het veld moest ruimen.

In 1884 zouden zij op hun beurt de boerderij schenken aan hun zoon Engbert Veldink die toen trouwde met Jantje Braamkolk.

Jan Albert Veldink was timmerman van beroep en had een paar koeien. Engbert Reinder was metselaar en had verder geen vee.

Jan Albert had TBC en kon niet meer bij het gezin van Engbert Reinder en Johanna wonen. Zij gingen toen in het achterhuis wonen waar een aparte kamer en slaapkamer was gebouwd.

In 1978 verkocht aan de familie Brouwer.

   
 
 
 
1817-1833 Berend Hendriks Muil en Aaltjen Berents Scholten Eerste hoofdbewoners
1823-1873 Engbert Muil en Janna Meijer Engbert is de zoon van Berend en Aaltjen
1846-1847 Hermanus Kroese en Bartjen Muil Bartjen is de dochter van Engbert en Janna
1848-1906 Jan Veldink en Bartjen Muil Jan is de tweede echtgenoot van Bartjen
1884-1930 Engbert Veldink en Jantjen Braamkolk Engbert is de zoon van Jan en Bartjen
1914-1972 Jan Albert Veldink en Bertha Braskamp Jan Albert is de zoon van Engbert en Jantjen
1947-1978 Engbert Reinder Veldink en Johanna Bouwmeester Engbert Reinder is de zoon van Jan Albert en Bertha
     
  Huidig adres: Middenbospad 2 76>121>197>212>246>331>475>585> Middenbospad 2
 
 

Lange tijd stond de Vossebeld in de middle of nowhere en was er alleen de afleiding van passerende treinen. Later werden er wel huizen gebouwd in de omgeving. Op het kaartje behorende bij de verkoop van 1917 staat Huurman aangegeven, dat is huize Erica aan de huidige Eikeboomlaan van Elbertus Johannes Huurman. De foto hiernaast is op deze locatie gemaakt en kijkt uit op het Middenbospad. Het huis aan het einde van het pad is van Engbert Jan Veldink en Gerritje Kreunen. Zij trouwden op 30 augustus 1919 en zijn volgens het bevolkingsregister op 1 oktober 1920 in dit huis gaan wonen. Hun zoon Engbert Jan is op 8 december 1919 nog bij Gerritje haar ouders in Harfsen geboren.

In het midden van de foto zien wij in de verte het huis van mejuffrouw Hulscher. Als je de weg verder naar links volgt kom je uit bij de Vossebeld en van daaruit liep het pad verder naar villa Middenbosch waar in de jaren '50 van de 20e eeuw nog een Muil woonde! In de achtergrond loopt ook nog de spoorlijn maar deze is wel moeilijk te herkennen op bijgaande plaatje.

 
 
 
Spoorpad
 
Op 26 oktober 1865 koopt Gerrit Muil een stuk heidegrond onder de gemeente Gorssel van Jan Boschloo. Op 29 januari 1874 verkoopt hij aan Garrit Kiffer een huis te Gorssel sectie B nrs. 1011 enz.
 
1865-1872 Gerrit Muil en Lena van der Meij Eerste hoofdbewoners, het echtpaar verhuist naar het tolhuisje in Gorssel
1872-1878 Jan Hendrik Schutte en Geertjen Braakhekke  
1878 Gerrit Jan Makkink en Willemken Ilbrink  
1879 Frederik Maatman en Alberdina Nijman  
     
     
1918-1952> Gerhard Willem Jansen en Hermanna Johanna Draaijer  
    76a>122>196>211>245>321>465>582> Spoorpad 7
     
 
Kerk
 
De bouw van de kerk is in 1868 voltooid en de parochie werd gesticht op 27 januari 1868. De plannen voor de bouw van de kerk werden beraamd in 1865 door Fransiscus Ernest Alexander baron van Hövell tot Westervlier en Weezeveld en zijn twee broers Otto en Clemens voor de bouw op het landgoed dat zij in 1863 hadden gekocht. Oorspronkelijk was het plan om een familiekapel te bouwen maar uiteindelijk werd het een parochiekerk.
 
 
Marsveld
 

Antonij Scholten wordt anno 1836 geregistreerd in personele omslag op een ongenummerd pand en woont later dat jaar in Baak. Jan Derk te Voorde wordt niet geregistreerd in PO maar krijgt op 7 juni 1836 in Gorssel een kind, waarschijnlijk op Marsveld aangezien o.a. Engbert Muil van de Vossebeld getuige is bij de geboorte aangifte. Hij is timmerman van beroep maar heeft ook twee koeien, zo blijkt uit de veetelling van 1840. Deze nog verder uitwerken voor alle boerderijen!

Ook de volgende bewoner Egbert Enterman is timmerman van beroep.

 
1835-1836 Antonij Scholten en Everdina Jansen Mogelijk eerste bewoners
1836-1846 Jan Derk ten Voorde en Berendina Fokkink  
1846-1854 Egbert Enterman en Willempje Knippenberg Vertrekt naar de Prins
1854-1873 Derk Aalderink en Lamberta Kamperman Afkomstig van de Nieuwe Vos
1873 Albertus Hollink en Gerritdina Smook of Klein Beumer  
1921 Hendrik Teunissen en Johanna Maria Hollink  
1952 Wed. H. Teunissen  
   

77>123>198>223>266>348>492>604 = Joppelaan 79 anno 1951

 
 
Ruimzigt
 
In het markeboek van Gorssel wordt op 16 november 1758 het volgende geschreven: "Reint Ilbrink ook Snappert nu Ruimsigt genaamt bij provisie toe gestaan agter in het Schaddenvelt bij Tjoonk te blijven wonen, mits jaarlijks aan de Marke van Gorssel te geven een daalder en verder op te passen, dat geen schadden of plaggen van anderen buiten dese mark wonende worden gehaald". In 1758 wordt dus het huisje Ruimzigt gebouwd en bewoond door Reint Ilbrink die in 1702 op 't Ilbrink in de Eesterhoek is geboren. Reint is dan dus al 56 jaar oud en heeft in zijn leven al veel meegemaakt. Hij is namelijk al vier keer getrouwd geweest en is in 1758 getrouwd met zijn vierde echtgenote Henders Flinkers.
 

Met zijn eerste echtgenote Hendersken Bolderman woonde Reint nog tot 1749 op 't Ilbrink. Met zijn tweede en derde echtgenotes Geertruijd Jansen en Anna Coenraads Meijer woonde hij op 't Snappert in Epse en met Henders woonde hij daar in het begin ook, maar woonde later op Brinoord in Zuidloo totdat hij in 1758 weer terugkwam naar Gorssel. Hij is dan al vader van 19 kinderen en op Ruimzigt worden er nog eens drie geboren, uiteindelijk is Reint dus vader geworden van 22 kinderen! Het merendeel van de kinderen is echter jong gestorven, Reint heeft dus veel verdriet gekend. Van slechts vier kinderen is bekend dat zij zijn opgegroeid tot volwassen personen. De geboorte van zijn 22ste kind in 1761 heeft Reint niet meer meegemaakt, hij is op 29 augustus 1760 overleden. Bij de doop van zoon Garrit in 1759 wordt hij Reindt Aerents in het Velt genoemd, dat is dus ook een verwijzing naar de naam van zijn woning welke ook wel 't Ruim wordt genoemd.

Henders hertrouwt op 9 november 1762 met Jan Willems (Struik) uit Zuidloo die zij nog gekend zal hebben van de tijd dat ze daar woonde. Met Jan krijgt zij nog vier kinderen en bij de doop daarvan wordt hij steeds Jan Willems in 't Velt genoemd. Later blijkt hij ook met de naam Bussink door het leven te gaan en dat zou de familienaam worden van zijn kinderen. De naam Bussink zal zijn gekomen van de nabijgelegen boerderij Klein Bussink (Dijkman) waar hij waarschijnlijk veel heeft gewerkt. Jongste zoon Harmannus Bussink trouwt op 8 mei 1796 in Gorssel met Geertjen Plaggert uit Bathmen en zij gaan dan ook op Ruimzigt wonen. Met de geboorte van uiteindelijk 12 kinderen (in de periode 1797-1820) wordt het een hele drukte in het kleine huisje. Jan en Henders maken niet de geboorte en drukte van alle kinderen mee, zij overlijden in resp. in 1807 in 1810.

Op de pre-kadastrale kaart van 1818 staat Ruimzigt aangegeven. Daaronder zien wij Achterkamp en rechts daar weer onder boerderij Dijkman.

 
Ondanks alle drukte blijkt er plek in huis te zijn voor anderen zoals Jannes Sloeseman (neef van Geertjen) die op 5 november 1817 op Erve Ruimzigt overlijdt waarvan aangifte wordt gedaan door Harmanus Bussink. Op 26 april 1830 overlijdt Geerlig Kieve op Ruimzigt. Hij is kleermakersgezel en werkt waarschijnlijk voor kleermaker Gerrit Straalman in het dorp Gorssel. Op 22 juli 1825 trouwt oudste dochter Aaltjen Bussink met Mannus Wesseldijk. Zij is dan al moeder van dochter Harmina die op 28 februari 1824 onecht is geboren en bij het huwelijk niet wordt erkend en daardoor Bussink is blijven heten. Uit het huwelijk met Mannus worden vier Wesseldijk kinderen geboren op 't Ruim. Ook zus Jenneken Bussink wordt in 1834 moeder van een onecht kind, maar dit jongetje genaamd Harmanus leeft maar acht dagen en is op 7 maart 1834 overleden op 't Ruim.
 

Op 2 maart 1831 kochten Hermanus Bussink het plaatsje Ruimzigt van de geërfden in de Marke van Gorssel en in de kadastrale atlas van 1832 krijgt het huis en erf perceelnummer B 308. Deze blijkt dan 0,086 hectare groot te zijn en is daarmee iets kleiner dan het naastgelegen plaatsje Achterkamp. Op 11 januari 1840 verkopen Harmannus Bussink en Geertjen Plaggers het plaatsjen Ruimzigt aan hun buren Lammert Tuitert en Jude Roeterdink van Dijkman. Ruimzigt bestaat uit een huis en erf (B308) en een stuk bouwland (B471) van bijna twee bunders en wordt verkocht voor 700 gulden. Harmannus en Geertjen vertrekken op 11 oktober 1841 naar Deventer en Mannus en Aaltjen verhuizen naar het nieuw gebouwde Uithoek waar zij bij in mogen wonen bij de werkbaas van 't Joppe. De huisnaam Ruimzigt verhuist naar de Galette welke na 1841 ook bekend stond onder deze naam.

De familie Tuitert van Dijkman zal 't Ruim hebben afgebroken om zo meer ruimte te maken voor bouwland bij hun boerderij. De fundering hebben ze kennelijk laten zitten want vele jaren later ploegde de familie Kleinwolt van de Achterkamp nog stenen omhoog op de plek waar het huisje heeft gestaan! Bijzonder is het wel dat Ruimzicht nog op een kadastrale kaart van 1889 staat ingetekend met het oorspronkelijke perceelnummer 308 en een perceel 623 eromheen. Mogelijk is het huis toch nog een tijd blijven staan en heeft deze toen dienst gedaan als schuur? Anno 2019 is de boerderij met zekerheid verdwenen zoals op de foto hienaast is te zien. Tevens wordt duidelijk hoe het boerderijtje de naam Ruimzicht heeft gekregen! Rechts zien wij het boerderijtje Achterkamp waar we nu een bezoek gaan brengen.

 
1758-1762 Reint Arents Ilbrink en Henders Hendriks Flinkers Eerste hoofdbewoners
1762-1810 Jan Willems Stroek>Bussink en Henders Hendriks Flinkers Jan is de tweede echtgenoot van Henders
1796-1841 Harmannus Jansen Bussink en Geertjen Plaggert Harmannus is de zoon van Jan en Henders
1825-1841 Mannus Wesseldijk en Aaltjen Bussink Aaltjen is de dochter van Harmannus en Geertjen
     
  Huidig adres: Afgebroken, stond naast Schapendijk 1  
 
 
Achterkamp
 
Op de uitgestrekte Gorsselse heide wordt naast de reeds afgegraven grond van 't Ruim een nieuw huis gebouwd aan de grens van Epser Veld en die van Almen en dus ver van het dorp Gorssel en waarschijnlijk komt daar de naam Achterkamp vandaan. Er liep toen nog een weggetje achter de katersteden Achterkamp en 't Ruim welke uitkwam bij het erve Dijkman. Later is het weggetje verplaatst naar de voorzijde van de katersteden en dat is de huidige Schapendijk. Op de kaart van 1809 staat het huisje genoemd als Egtekamp.
 

De daglonerswoning was toen waarschijnlijk al tien jaar oud want we gaan ervan uit dat deze is gesticht in 1799 bij het huwelijk van Jan Jansen Menop en Anneken Willems Haijtinkhof die op 2 mei 1799 in Gorssel zijn getrouwd. Jan is geboren in Bathmen maar woonde voor zijn huwelijk in Almen. Anneken is geboren en getogen in Gorssel en woonde op 't Haijtinkhof, zij is de dochter van Willem Bartelds op Haijtinkhof en Jenneken Hendriks Brinkhuis. Moeder Jenneken is na het overlijden van haar echtgenoot ook op de Achterkamp komen wonen en is er overleden op 24 augustus 1824. Jan en Anneken krijgen acht kinderen waarvan er wel drie op jonge leeftijd overlijden, twee van de kinderen zijn in 1826 overleden. Jan werkte als dagloner en werd waarschijnlijk ook wel Jan Agterkamp genoemd, want bij de aangifte van de geboorte van Hendrik Bussink op 't Ruim in 1818 is ene Jan Agterkamp getuige en hij is 48 jaar oud. Dat klopt niet helemaal met de leeftijd van Jan Menop (die dan 43 jaar oud is) maar het heeft er wel alle schijn van dat dit Jan Menop is, een andere Jan Agterkamp liep er in die tijd niet rond in Gorssel. Jan Menop is overleden op 24 maart 1829 en werd maar 54 jaar oud.

De opvolging was nog niet geregeld. Oudste dochter Maria was al getrouwd maar woonde met haar echtgenoot Gerrit Kieftenbelt in Epse. De 21-jarige dochter Willemina is nog ongehuwd en aan haar de taak weer een man op Achterkamp te laten komen. Dat lukt, zij trouwt op 5 maart 1830 met Derk Denekamp. Volgens de kadastrale atlas was hij in 1832 de bewoner en eigenaar van Achterkamp waarvan het perceel (B 306) slechts 0,108 hectare groot was. Het huwelijk blijft kinderloos dus moet er na verloop van tijd wel weer opnieuw worden nagedacht over de opvolging. Op 16 januari 1854 overlijdt Anneken Haijtinkhof en wonen Derk en Willemina waarschijnlijk nog maar met hun tweetjes op de Achterkamp.

 
Willem Menop, jongste zoon van Jan en Anneken, trouwde in 1847 met Johanna Willemina Braamkolk en woonde met haar in Deventer en was daar ook dagloner van beroep. Het echtpaar heeft in 1858 al vier kinderen dus met de opvolging van dit stel komt het t.z.t. vast goed. Er wordt dus besloten dat Willem en Johanna ook op de boerderij komen wonen waar in 1860 en 1862 nog twee kinderen worden geboren waarvan de ene van 1860 helaas wel levenloos wordt geboren. De woonruimte wordt in tweeën gesplitst en het gezin van Willem woont in het hoofdgedeelte (met huisnummer 78) en Derk en Willemina wonen in het bijgedeelte (met huisnummer 78-2). Hier overlijdt Derk op 20 februari 1861. Willemina hertrouwt op 7 maart 1862 met Hendrik Graeuwert en gaat dan bij hem in Epse wonen.
 
Het bewijs dat het wel goed gaat komen met de opvolging komt op 4 mei 1876 als oudste zoon Jan Menop trouwt met Johanna Brinkman wiens moeder en stiefvader op Veldzicht in Epse wonen. Als uit dit huwelijk twee dochters en een zoon worden geboren, ziet de toekomst er weer helemaal goed uit en weet Willem Menop voor zijn overlijden op 20 juli 1889 dat hij een goede keuze heeft gemaakt door naar de Achterkamp te verhuizen en dat het daar wel goed komt. Kleinzoon (en jongste kleinkind) Willem Menop is naar hem vernoemd en geboren op 7 oktober 1886. Hij trouwt op 26 maart 1910 met Wilhelmina Roeterdink en zijn de vierde en laatste generatie van Menop hoofdbewoners op de boerderij. Uit hun huwelijk worden zelfs tien kinderen geboren waarvan er wel twee jong zijn overleden. Jan Menop heeft maar de geboorte van vier kinderen meegemaakt, hij is overleden op 7 januari 1917. Johanna heeft wel alle tien de kleinkinderen gezien, zij overlijdt op 5 november 1933 op 86-jarige leeftijd.

De foto hiernaast is een paar jaar later gemaakt, we zien hier Willem Menop en Wilhelmina Roeterdink met oudste zoon Lammert Jan, jongste zoon Gerrit Frederik en waarschijnlijk jongste dochter Bertha. Willem zijn oudste zus Johanna Willemina trouwde ook met een Roeterdink namelijk Gerrit Hendrik en zij woonden op de Peerdekate. Andere zus Bertha Gardina trouwde met Derk Jan Verdonk en ging wonen op de Kleine Koekkoek in Harfsen. Willem en zijn vader Jan waren beiden landbouwer van beroep, zo werd de Achterkamp van een daghuurdersplaatsje een echte boerderij. Willem overlijdt op 26 juni 1947 als gevolg van een val van de hooiwagen en de boerderij wordt na zijn overlijden verkocht aan Hermanus Kleinwolt en Willemina Johanna Pasman die op de nabijgelegen boerderij Dijkman wonen.
 

Op de foto links zien wij Willemina Johanna met haar moeder en broer voor 't Dijkman staan. Afstand tot deze boerderij is maar ongeveer 100 meter, maar deze ligt officieel in Epse. Even daar weer verderop staat boerderij 't Kamp van de familie Goorman welke in Harfsen is gelegen. De grens van de drie plaatsen staat ook wel bekend als het "drielandenpunt" binnen de gemeente Gorssel. Hermanus Kleinwolt en Willemina Johanna Pasman verhuizen in 1948 met zoon Herman naar de Achterkamp en Wilhelmina Roeterdink verhuist dan naar elders in Gorssel.

Hermanus is op 27 oktober 1968 overleden maar woonde toen al niet meer op de Achterkamp. Willemina is in 1968 verhuisd en zoon Herman is op de boerderij blijven wonen. Op de foto hiernaast zien wij hem met zijn vader toen zij nog op Dijkman woonden.

 
1799-1854 Jan Jansen Menop en Anneken Willems Haijtinkhof Eerste hoofdbewoners
1830-1862 Derk Denekamp en Willemina Menop Willemina is de dochter van Jan en Anneken
1858-1895 Willem Menop en Johanna Willemina Braamkolk Willem is de broer van Willemina en zoon van Jan en Anneken
1876-1933 Jan Menop en Johanna Brinkman Jan is de zoon van Willem en Johanna Willemina
1910-1948 Willem Menop en Wilhelmina Roeterdink Willem is de zoon van Jan en Johanna
1948-1968 Hermanus Kleinwolt en Willemina Johanna Pasman Geen familie van vorige hoofdbewoners
     
  Huidig adres: Schapendijk 1  
 
De Achterkamp had het laatste huisnummer van Gorssel, dat was in 1951 bij de onnummering van huisnummers naar straatnamen en nummers het huisnummer G 606. Boerderij Dijkman had het eerste huisnummer van Epse en had huisnummer P 1. We trekken hier meteen de grens van het gebied welke op deze website wordt beschreven.
 
=====================================================================================================================================================================================
 
Veldzicht
 

Betreft een katerstede bestaande in een huis met twee woningen en een kamp weide- en bouwland gelegen aan de Dommerbeek in de Dommerlanden. Eerste registratie van bewoners is van 1851 maar het huis stond er al in 1844 zoals op een kaart van dat jaar is te zien.

Gerrit Willem Dijkerman met zoon Herman en dochter Bertha.

Op deze plek stond vroeger de bakkerij op de Gorsselse heide, hier woonde de familie van Gorssel. Betreft kadastraat perceel B 412 maar dat perceel is in 1832 al onbewoond en staat geregistreerd als heide in eigendom van de weduwe van Jan Holterman.

 
1851 H. Boterman Perceel 673
1851-1855~ Albert Hoefman en Geertjen Dijkerman Perceel 674
1854-1859 Teunis Brinkman en Bartha Gardina Velderman  
1860-1891 Jan Nales en Bartha Gardina Velderman Jan is de tweede echtgenoot van Bartha Gardina
1861-1914 Hendrik Willem Brinkman en Hendrika Gesina Nales Hendrik Willem is de zoon van Teunis en Bartha Gardina + Hendrika Gesina is de dochter van Jan
1902-1918 Albert Mannes Brinkman en Harmina Maria Kolkman Albert Mannes is de zoon van Hendrik Willem en Hendrika Gesina
1918-1931 Albert Nijenhuis en Aleida Hendrika Klein Baltink  
1931-1997 Gerrit Willem Dijkerman en Bertha Johanna Aalpol  
     
  Huidig adres: Huzarenlaan 14  
 
 © 2010-2019 Erwin Strookappe